CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Buitengebied - saneren glas Lagendijk 285 en Pruimendijk 53 - Toelichting bijlage 4 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53.pdf

Commissie Samen wonen RK 4 april 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 7: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - saneren glas Lagendijk 285 en Pruimendijk 535.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PRUIMENDIJK 53 TE RIDDERKERK - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming –

Opdrachtgever

AKM Projectontwikkeling B.V.

Datum veldbezoek

26 juni 2023

Kenmerk rapport

Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk

Datum rapport

3 juli 2023

Versie

V1.0

Auteur

ing. J.M. de Wever

Controle

ing. W. Egging

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Abraham Teerlinkstraat 10, 7424 DM Deventer Bezoekadres: Keulenstraat 10, 7418 ET Deventer www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

4 4 4 4 4

2 ONDERZOEKSOPZET

5

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN

6

3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK EN TOETSING 4.1 BEVINDINGEN EN TOETSING BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 4.2 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK, VELDONDERZOEK EN TOETSING SOORTEN 5 CONCLUSIE

6 7 8 8 8 12

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 3

1 INLEIDING In opdracht van AKM Projectontwikkeling B.V. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Pruimendijk 53 te Ridderkerk een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Ridderkerk en betreft een kas. 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens de kas te amoveren. Er zal niks voor worden teruggebouwd. Er worden geen bomen gekapt of oppervlaktewateren gedempt. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.

Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het NNN of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.

Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd nest dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 4

2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten. Het plangebied is op 26 juni 2023 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het half bewolkt bij een temperatuur van rond de 22°C. Het plangebied was ten tijde van het veldbezoek toegankelijk. Gedurende het onderzoek is de initiatiefnemer geïnterviewd. Er is tijdens het veldonderzoek zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog ing. J.M. de Wever. De ecologen van EcoTierraecologisch adviesbureau hebben een relevante HBO-studie gevolgd. Tevens worden diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoekers zijn in het bezit van diverse certificaten, waaronder ‘Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, niveau 4, IPC Groene Ruimte (door Stadswerk erkend certificaat)’.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 5

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Ridderkerk en betreft een kas (9.954m²).

Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: PDOK).

Foto’s: Indrukken plangebied. De te amoveren kas.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 6

Foto’s: Indrukken plangebied. De te amoveren kas.

Foto’s: Indrukken directe omgeving kas.

3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de kas en de bedrijfsruimte te amoveren. Er zal niks voor worden teruggebouwd. Er worden geen bomen gekapt of oppervlaktewateren gedempt. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 7

4 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK EN TOETSING Hieronder worden de bevindingen van het onderzoek weergegeven. Tevens vindt er een toetsing aan de Wet natuurbescherming plaats en zal er gekeken worden of er gevolgen kunnen zijn voor het Natuurnetwerk Nederland of overige beschermde natuurgebieden. 4.1 Bevindingen en toetsing beschermde gebieden/ houtopstanden In de database van de provincie Overijssel is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (gelegen op ruim 2.300 meter). In deze provincie is aangaande het NNN geen externe werking van toepassing. - Vervolgstappen, zoals een Nee, tenzij-toets, zijn dus niet aan de orde. Er liggen geen Natura2000-gebieden binnen een straal van 3 kilometer. Door de onderlinge afstand is er geen rechtstreekse aantasting (door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) te verwachten op soorten die voor de Natura2000-gebieden zijn aangewezen. - Verdere toetsing aan Natura2000 (soorten) is niet noodzakelijk. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. De sinds 1 juli 2021 aangenomen wet Stikstofreductie en Natuurverbetering is sinds de uitspraak van de RvS komen te vervallen.

Het project zal door werkzaamheden mogelijk een tijdelijke toename van stikstof tot gevolg kunnen hebben. - Mogelijk dat bevoegd gezag een AERIUS-berekening zal vragen. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt. - Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing. 4.2 Bevindingen bronnenonderzoek, veldonderzoek en toetsing soorten Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde vaatplanten aangetroffen. Uit het bronnenonderzoek zijn eveneens geen waarnemingen van beschermde soorten aangetroffen. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Jaarrond beschermd nest Er zijn geen voor vogels met een jaarrond beschermd nest (uilen, huismus, gierzwaluw) geschikte opstallen aanwezig binnen het plangebied. Tevens zijn er geen bomen aanwezig waarin bijvoorbeeld roeken, uilen en/of roofvogels kunnen roesten of broeden. Aantasting van jaarrond beschermde nesten of externe werking op dergelijke nesten is derhalve niet van toepassing. Categorie 5 nesten Categorie 5 nesten zijn nesten die in principe niet jaarrond beschermd zijn, tenzij er ecologisch zwaarwegende motieven zijn (geen enkel andere broedplek nabij bijvoorbeeld). Dergelijke nesten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 8

Soorten zonder jaarrond beschermd nest Er zijn geen niet-jaarrond beschermde nesten aangetroffen in het plangebied. Ondanks dat er geen nesten zijn aangetroffen is het niet ondenkbaar dat er in een holte (bijvoorbeeld in oude ventilatoren) een keer een witte kwikstaart gaat broeden. De werkzaamheden dienen derhalve buiten het broedseizoen plaats te vinden of te starten (broedseizoen loopt globaal van maart tot en met juli, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Het gaat erom of een broedgeval wordt verstoord/ vernietigd of niet. De afwezigheid kan ook met een broedvogelcheck worden aangetoond. Niet jaarrond beschermde nesten mogen buiten het broedseizoen (wanneer ze verlaten zijn) verwijderd of ongeschikt gemaakt worden. Grondgebonden zoogdieren Steenmarter Het plangebied vormt geen geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken (hooi)zolders, ruimtes onder het dak, schuurtjes, maar ook stenenstapels, dichte groenstructuren of takkenhopen als verblijfplaats. Dergelijke elementen zijn binnen het plangebied niet te vinden. Kleine marterachtigen Er zijn binnen het plangebied geen bosschages of elementen als hout- en steenstapels aanwezig. De kassen zijn door de dikke betonranden ook niet toegankelijk voor dieren. De aanwezigheid van verblijven van kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) is uitgesloten.

Overige marterachtigen De boommarter en verblijfplaatsen van de das zijn uitgesloten op een dergelijke locatie. Aantasting van jaarrond beschermde verblijven of leefgebied van deze soorten is niet aan de orde. Eekhoorn Het plangebied heeft geen bomen. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van eekhoorn is derhalve uitgesloten. Het plangebied is geen foerageergebied voor de eekhoorn. Overige soorten met een jaarrond beschermde verblijfplaats Verblijfplaatsen of significant leefgebied van overige soorten die door de provincie niet zijn vrijgesteld zijn in onderhavig plangebied uit te sluiten. Door provincie vrijgestelde soorten Er komen eventueel door de provincie vrijgestelde soorten zoals sommige muizen voor. Voor vrijgestelde soorten geldt een algehele vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. Wel is de zorgplicht van toepassing. Vleermuizen Er zijn geen voor vleermuizen geschikte opstallen (het betreft een kas zonder spouw, gevelbetimmering of dakpannen) of bomen aanwezig in het plangebied. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen is derhalve uitgesloten. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden nabij het plangebied. Foerageergebied wordt niet aangetast. Het verwijderen van de kassen zal tot gevolg hebben dat er meer foerageergebied ontstaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een vliegroute.

Er gaan derhalve geen significante vliegroutes verloren in het kader van onderhavig project.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 9

Amfibieën, reptielen en vissen Vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van vissen kan derhalve worden uitgesloten. Niet-vrijgestelde soorten amfibieën Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van voortplantingswater van niet-vrijgestelde amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Landhabitat van niet-vrijgestelde soorten is ook uitgesloten. De grond is grotendeels afgedekt met doek en de kassen hebben dikke, gesloten betonnen randen waardoor er geen openingen zijn die toegang bieden tot de kassen. Er zijn uit het bronnenonderzoek dan ook geen waarnemingen van niet-vrijgestelde soorten naar voren gekomen.

Foto’s: Afgesloten kas en geen goed vergraafbare grond.

Vrijgestelde soorten amfibieën Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Landhabitat van vrijgestelde soorten (algemene soorten met minder specifieke habitateisen) wordt gezien het karakter van het plangebied eveneens niet verwacht. Reptielen Leefgebied van reptielen wordt niet verwacht binnen het plangebied. Het plangebied is vanwege het ontbreken van broeihopen, takkenrillen, heide en dergelijke niet geschikt bevonden voor reptielen. Er zijn uit het bronnenonderzoek dan ook geen waarnemingen van deze soortgroep naar voren gekomen. Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. In het bronnenonderzoek zijn geen niet-vrijgestelde soorten aangetroffen. De zorgplicht (art 1.11 Wnb) Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 10

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 11

5 CONCLUSIE Onderdeel

Overtreding Wnb/ overige wetgeving Nee

Nader onderzoek naar/ vervolg actie

Periode

Mitigatie

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Soorten

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Stikstof

Mogelijk AERIUSberekening Nee

N.v.t.

Niet aan getoetst

Houtopstanden

Niet aan getoetst Nee

N.v.t.

N.v.t.

Flora

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Jaarrond beschermd nest/ roestplek

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Functioneel leefgebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Niet jaarrond beschermd nest

Nee

Zorgplicht

Broedseizoen loopt globaal van maart tot met juli

Ingrepen bij voorkeur buiten broedseizoen uitvoeren of starten, anders snelle broedvogelcheck

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Functioneel leefgebied Vleermuizen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Vaste verblijfplaatsen - Opstallen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Bomen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Essentieel foerageergebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Essentiële vliegroute Amfibieën/ reptielen/vissen (niet vrijgestelde soorten) Ongewervelden/ overige soorten (streng en strikt beschermde soorten) Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten

Nee Nee

Nee Nee

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Nee

Zorgplicht

Altijd

N.v.t.

NNN Natura2000

Vogels § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

Grondgebonden zoogdieren Habitatrichtlijn en Nationaal

§ 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 12

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 13

Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 14

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).

- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 15

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.

Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 16

Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 17

(Bron: Natuurinclusief, januari 2022).

- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 18

andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer. Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd.

Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied. Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen.

Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 19

De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 20

Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Mogelijk dient er een vergunning Wnb aangevraagd te worden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.

De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 21

ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 22

BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 23

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 24

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 25

BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden. (bron: website natuurinclusief)

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 26

BIJLAGE 4 BRONNEN

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 27

www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl

- Q2023-JMW-3031.3 - Quickscan flora en fauna Pruimendijk 53 te Ridderkerk -

Pagina | 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1070/documents/37304