BOPA-ond.-bijlage 8. Cultuurhistorisch advies
Tekst van het document
19 februari 2026 Toekomst voor de Wevershoeve Advies voor aanpassing van de plannen voor herontwikkeling, met cultuurhistorie als inspiratiebron Henk Jan Derksen Sterrebos Erfgoedadvies Driebergen Inhoud Inhoud … nn nnenen ennn ee neneneenenenveenanenveennnenvennnenreennneenenennenvennennvennneneennnenvennnnenreennnenvennnenreennenrvennenr eeens 1 Inleiding … an aannneneneneeneneneenneneneeenenensennnenvennnnnenvennnnnvennnenseennnnnnennanenvennnnenneennnnnvennnensvennnensvennens eenn. 3 1. De aanloop: korte geschiedenis …… aaa ananneennnenneennsenrvennenrsennnennnvennnensennnenrvennsenreennenvennnens 4 2. De boerderij in zijn omgeving … …………...uunnunsnrennanrvennnenrvennnenrvennenrvennnnnnn vennen vennnenrvennsenrvennenvennens 5 2.1. Streekeigen bebouwing … nnn ennen nennen enenenenenenennnnnnnnnnnnnennnnnnnnnnnnnnnnnnnneenenennen 5 Karakteristieken … … anssen enen enenereeerererensneneeenerererenenenererenenennnnnnnnnererenenenennnennnnnnnnnnnnnnnnnennnnnen 5 Bestaand beleid voor de omgeving … ……..….uanannensenenenseenenenseennneneennnenseeennnensennnenseennnenseeneneneennnnnnen 6 Waardenkaart …………..nnaanananrrennnreneennnnrnnnsneennennnnnnsnnnneeneennnensnennneeennnnnnsenrennsneeennansennnnsenenennnnennnennnen 6 2.2.
De monumentale boerderij … aaan ensenanenseennnenseennnnreenenenseeennnensennnenseennnenseennneneennnensen 7 Karakteristieken … … nnen nennen enen enereeerenenenenenrnenenererenenerenerenenenennnennverenenerennennennnnnennennnnnnnnnnennnen 7 Een hallenhuis? … nnen ennenenenenenvensnensneneenenenenenenenenenennnennnnneneneeenenennnnnennnnnenenennnnnnnnnennen 7 Bouwhistorie … nnen ennnnnenennneeneneneneensnensnnerenenenenenenenenenennnensnnnsnenenenenenenenenennnenenennnnnnnnnennnn 8 Toepassing beleid op rijksmonumenten … nun ssnunanrenneneneen vennen se nenennnnenenennennntenrenenennvennneneennnnnn 9 Verplichting onderzoek en documentatie … … nnee nennen 9 2.3. Het erf en bijgebouwen … ……...….suaunnrnnenenanrnnenaneeneennntenvenaneneenanenveennnsenvennseneeennsenvennnenreennenn 10 2.3.1. Karakteristieken … nnn nn nennen enen en nennen ennen ennen nennen 10 2.3.2. Beleid.….....nonnnnennnerenneerrnnennnennervenernnnnnnnnnenernnenennnnnnnneenennneennnnnnnenneennenennnnnnnnnennennn vens 12 3. Planvorming en randvoorwaarden ……......saunanseeenserreeensnenvennnnrvennnnnnvennnenvennnnnnvennnenr vennen venen 13 3.1. Historische gelaagdheid en visie op ‘restauratie’ nnen nnnenenenenenenenenenenennenn 13 3.2. Randvoorwaarden bij de planvorming voor de Wevershoeve ……......unns enne nanse rennen eene nnnenenn: 13 3.3.
Uitgangspunten en richtlijnen voor een goed plan … …...uuunsnananorrrennnennnenserensnnvennnnnsnennns 13 4, Het plan voor herbestemming … …...nuunnanennenanenseenenenseenenensennnenseennnnensennennseenenenseenenensenenensen 14 4.1. De eerste planontwikkeling … usus assnanrenrenanrenvenanenvennnrenveennnsenvennteneeennseneennenreennenn 14 4.2. Het eerste ontwerp van Herkon - KuiperCompagnons nanus enneennnreneeanreneennnrenrennsnreennnnn 14 4.3. Een tweede ontwerp ……....nnnnunnansrennnrenvennennnnrnnnsneenennnnnenensenennnnansnnnnnnnneeennnnnenennnneenennnennnn: 16 4,4, Een derde versie ……........nnnnnnnnnnnnnnnnnnnennennnennne nnen nnnenennnnnenennn nennen nennen 17 5 Beoordeling en adviezen. ...…..uusssunsenssrrneeenenreeennnnnveennnenvennnnnvennnnnnn vennen vennnnnnvennnenr vennen eeens 18 5.1. De boerderij ……......nnnnnnn nnen nennnenenenenenennenen eneen nnen nnnenennnnnennn ennen 19 5.1.1. De kap … nnn snsnenenenseennneneennnenseennenenseennenseennnenseennnensennnenseennnnenseennenseennnenseennnensennnennne 19 5.1.2. De voorgevel … uns ansanneneennnenseennenenreennenseennnenseennnensennnenseennnnenseennenseennnenseennnensennnensen 20 5.1.3. De westgevel (aan de Noldijk) aaneen nennnnenenerennnennnnnnnensn eve nnnnnnsnrensn vennen. 21 5.1.4. De achtergevel (korte zijde). ….….uuunesnnenanenseenenensenenensennnenenseeneenseenenensennnnensenenenene 24 5.1.5.
De zuidoostgevel (aan het achtererf) anas anaananennenanenseennanenseennenseennnenseennnensennnensen 26 5.1.6. Het interieur van de oude woning …......nsnnnnsnnrennenrnenennnnenenerennnnnnnnnenenennnnnnnnnennn nnen 28 5.1.7. Het interieur van het schuurgedeelte@ ,………...nannanernenenenreennenenreennenseenenensennenensenenensen 29 5.2. De nieuwe woningen … ….…….……...uuunsunars venen eennen venen venen ennenvennn venen vnnenvennnrennenn ennn eenen venenn ennen enen eennnnn 30 5.2.1. De volumes en plaatsing … … …..uuunrsseenrensvenenenseenenenvennnenseennenenseennenseennnenseennnensennnensen 30 5.2.2. Vormgeving en bouwhoogte@ … …….…sansneenenanseernneneeennnenennnnsereenennnnnnennneeeennnnnnenennn vennen. 31 5.2.3. Materiaal en kleur … nne nvennnenenerreeeennnnnenenenernserennennnnnnnenennneennnnnnennennnenennnnnnnnnenennnnens 31 5.3. De ruimtelijke inrichting van het erf … … nnee eenenenenenennenennnneneneneneneneneneneenenn 32 5.3.1. Parkeren en verkeer … …….....nnnnnnnnnnnnnen eneen nnn ennen ennnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnennnnnnnennnnenn 32 5.3.2. Inrichting van het collectieve erf annua rennseneennnnnennnerenennnnnnnnnensn eee nnnnnnnnrensnnenennenn 32 5.3.3. Inrichting van de individuele tuinen … un .ossunanersenanenseennenenseennenseennnenseennnensenenensen 33 5.3.4. Bijgebouwen … …........nnnnnnnnnennennn eneen neren eneen ennen nnen nennen nennen 33 5.4. OT 33 5.4.1.
Duurzaamheid … nnn nenenenennnennnnnenseneneenenennnnnennnnnnnnnennnenenenenenenenennnnnenenenenenennnnnnnnnenenennn 33 6. Samenvattende beoordeling van het plan … ………nnnnenenenenenennennnnnnnnnnennnenennnnnnnnenennnnnnnenenennenn 34 6.1. Denkrichting Rijksdienst … ……………..…ansananennenanennvenanrenvenaneneenanenveenntenrennseneeennvenvennnenneennenn 34 6.2. Richtlijnen uit “Een toekomst voor boerderijen” …………..uunensunnanrensennnrenrennrenrennnsenrennnenreennenn 35 Bronnen, bijlagen … ..uussnnanse rennen re ennansernnenvnrennnnnnenensseveennnnnnnrensnvennnnnnsennnnnnnrvennnnnnvensnn severe: 36 Bijlage 1 — Vergelijking met andere boerderijen in de streek ..uuunnsenennnnrrennnennennnnennvennnnn enen. 38 Hoeve aan de Noldijk 126, Barendrecht … anaanannrennnnreneennnerenreneneneennnenennnneeeennnnnnrnnnn eenen 38 Hoeve aan de Pruimendijk 172, Rijsoord (Ridderkerk)... nnen en enenenenenenenenneneeennenenenn enen nnnn 39 Herbouw (?) aan de Noldijk 31-33, Barendrecht … aaneen eneenanreneeennnreneeanrenrennnrensennneneennnenn 40 Bijlage 2 - Uitgangspunten en richtlijnen voor een goed plan … nnee sennnnervennneeneennneen vennen enen. 41 Voorpagina: Aquarel van de Wevershoeve door Johannes (Jan) (J.) Verheul Dzn., 1934. Uitsneden van kadastrale kaart omstreeks 1830 van de Wevershoeve en omgeving.
Inleiding k i ILL ee rm De Wevershoeve aan de Noldijk 41, januari 2026 (foto auteur) De voormalige boerderij de Wevershoeve aan de Noldijk 41 in Rijsoord (Ridderkerk) staat al meer dan een jaar leeg. De horecafunctie in dit rijksmonument is voorgoed beëindigd. Omstreeks 2022 heeft de toenmalige eigenaar van — toen nog — restaurant de Wevershoeve het initiatief genomen om te komen tot een herbestemming van het pand voor een woonfunctie. In een van de jaren daarna heeft projectontwikkelaar Herkon BV de Wevershoeve gekocht en de planontwikkeling voortgezet. Architectenbureau KuiperCompagnons heeft een ontwerp gemaakt voor woningen in het monumentale pand en nieuwe woningen daarbij. In 2024 heeft Herkon plannen bij de gemeente Ridderkerk ingediend: een schetsontwerp d.d. 24 juli ‘24 en een schetsverkenning als onderdeel van een principeverzoek d.d. 23 oktober '24. Herkon heeft aan de opsteller van voorliggend advies, Sterrebos Erfgoedadvies, gevraagd advies uit te brengen over benodigde aanpassingen van de plannen, met inachtneming ingekomen opmerkingen van instanties. Dat advies gaat primair over de cultuurhistorische aspecten van het project: de herbestemming van de boerderij tot 8 woningen, de bouw van 5 nieuwe woningen daarachter, de inrichting van het erf en de relatie met het historisch landschap in de omgeving.
Gestreefd wordt naar aanpassingen die leiden tot een haalbaar en uitvoerbaar plan dat kan worden goedgekeurd door de betrokken instanties, zoals de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de gemeentelijk adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Startpositie is de cultuurhistorische waarden als inspiratiebron te nemen. De cultuurhistorie als uitgangpunt, richtinggevend voor te maken keuzes. 1. De aanloop: korte geschiedenis De Wevershoeve met links het ‘zomerhuis; ín 2005. (uitsnede). Bron: https: //fotos.oudridderkerk.nl/imageview.aspx?path=0800-0841 +Rijsoord%2f0805+Gebroken+Meeldijk%2f1219.805.001.jpg%2f De voormalige boerderij de Wevershoeve dateert uit midden 18° eeuw en is sinds 1971 rijksmonument. In 1964 beëindigde de eigenaar het agrarische gebruik, maar bleef er wel wonen. In 1974 is de hoeve verkocht en de bestemming gewijzigd naar wonen. Er heeft een verbouwing plaatsgevonden tot woonhuis, met ook de schuur als woonruimte. Het nabijgelegen zogenoemde ‘zomerhuis’ aan Noldijk 37 is in de loop der tijd afgesplitst van de Wevershoeve. Vanaf 1979 is er na een grote verbouwing van de schuur een horecafunctie in gevestigd, terwijl ook in 1987 het woonhuis verder ingrijpend is verbouwd en de woonfunctie geheel verviel. In 1995 is van De Wevershoeve een partycentrum gemaakt, gecombineerd met een restaurant.
Het restaurant was tevens de enige ‘lichte’ horeca voor bezoekers van het naastgelegen recreatiegebied De Wevershoek (aangelegd begin jaren 90). Er zijn op het eigen erf ongeveer 17 parkeerplaatsen gerealiseerd. Er is een nieuwe aanbouw toegevoegd, verbonden met een kort tussenlid. Bijgebouwen zoals een vrijstaande schuur zijn gesloopt. De horecafunctie is beëindigd eind 2024. Volgens de laatste exploitant is “het goedlopende partycentrum onvoldoende om met de gestegen inkoop- en personeelskosten de Wevershoeve te bekostigen”, De zuidoostgevel met ingangen van restaurant/partycentrum. Rechts de aanbouw met ‘tentdak’, verbonden met een tussenlid aan het monumentale pand. Foto auteur januari 2026. 2. De boerderij in zijn omgeving 2.1. Streekeigen bebouwing Karakteristieken De Wevershoeve ligt aan de Noldijk in het buitengebied van het dorp Rijsoord, onderdeel van de gemeente Ridderkerk, en ligt dicht bij de grens met de gemeente Barendrecht, waar deze dijk ook de naam Noldijk heeft. De omgeving van de boerderij heeft vanouds de buurtschapsnaam Wevershoek. Die verwijst naar het agrarische verleden met de teelt en bewerking van vlas, dat plaatsvond in de omgeving van water. De dode rivierarm het Waaltje, waaraan de Wevershoek ligt, was een geschikte plek voor het roten van vlas.
De namen Wevershoek en Wevershoeve zijn te verklaren vanuit die voormalige functie van de boerderij en omgeving. De naam Wevershoek is nu gegeven aan een naast de boerderij aangelegd recreatiegebied waarbij ter plekke de relatie met het zichtbare historische open landschap is verbroken. Wat kenmerkt de Waaloever? De Waal is een oude riviertak, die tot het jaar 1332 in verbinding stond met de rivieren ‘de Noord’ en de ‘Oude Maas’. Sindsdien ligt er aan beide zijden van de Waal een dam, en is het een binnenwater. Tussen de dijk en het water van de Waal ligt een strook land welke hoger gelegen is dan de polders achter de dijk zelf. Deze vruchtbare gronden waren uitermate geschikt voor de kleinschalige tuinbouw. Daarom is het een zone met een eigen karakter. De hoofdbebouwing ligt buiten de oeverzone, op de dijk zelf. In de oeverzone staan de bijgebouwen, de zogenaamde oeverschuren, die een charmant informeel geheel vormen met de (moes-)tuinen en boomgaarden. Bron: Waaloever.
Streekeigen bebouwing en beplanting ín het buitengebied van IJsselmonde De opzet van bebouwing langs een dijk * Karakteristiek e _ Kleinschalige individuele bebouwing, boven of onderaan de dijk, afgewisseld met doorzichten naar het achtergelegen open landschap e Gebouwen zijn vormgegeven als eenvoudige en heldere volumes e Eris een duidelijk verschil tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen op een kavel, waarbij aan- en bijgebouwen onderschikt zijn aan het hoofdgebouw en kleiner ogen, maar qua architectuur wel op elkaar zijn afgestemd. Positie en oriëntatie e De positie van de bebouwing op de kavel (bijvoorbeeld boven- of onderaan de dijk) is zorgvuldig gekozen en afgestemd op de situatie (dijklint/ dubbellint, een-/tweezijdig, doorzichten) e De richting van de hoofd- en bijgebouwen is evenwijdig aan de dijk e Het hoofdgebouw is georiënteerd op de dijk. Bijgebouwen staan achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw. Behalve deze tamelijk zeldzame Wevershoeve is 1 km verderop aan de Noldijk 126 onder Barendrecht een voormalige boerderij te vinden, met vergelijkbare grote schuur en vijf hooggeplaatste hooiluiken. Zie Bijlage 1. 1 Bron: Dijkenlandschap. Streekeigen bebouwing en beplanting in het buitengebied van IJsselmonde.
-5- Bestaand beleid voor de omgeving Volgens de beschrijving in de nota Erfgoedbeleid cu/tuurlandschap en historische stedenbouw uit 2013 stamt dijkdorp Wevershoek uit de 14° eeuw. Niet geheel toevallig is dat ook de periode dat de Waal (het Waaltje) werd afgedamd aan beide zijden. De gemeente zet in deze nota drie beleidslijnen in om een respectvolle omgang te combineren met ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. - Behoud van karakter geldt voor enkele bijzondere gebieden, de topstukken. -__ Continuïteit van karakter geldt voor ruimtelijke structuren en elementen die cultuurhistorisch van belang zijn en in ruimtelijke zin samenhang geven aan een gebied. Dat betreft bijvoorbeeld dijklinten, maar de Noldijk is hier niet genoemd. -__ Inspiratie en respect Op deze delen is geen gemeentelijk regime toegepast, maar de “uitnodiging om de kans te grijpen een bijdrage aan de cultuurhistorie te leveren, door de geschiedenis te onderzoeken in de opgaven voor de toekomst, daar inspiratie uit te putten, en deze tot uitdrukking te brengen in het ruimtelijke resultaat. Doe wat je moet doen, en doe dat met kennis van en respect voor het verleden.” Detail topografische kaart ong. 1911. Bron Topotijdreis. De Noldijk en Wevershoek vallen onder die derde categorie.
In de op 11 september 2025 vastgestelde Omgevingsvisie Ridderkerk (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR744157/1) is het onder andere het volgende vastgelegd: 5.6.2 Landschap en cultuurhistorie De gemeente Ridderkerk wil haar landschap behouden en versterken. Dit betekent dat er bij ontwikkelingen rekening wordt gehouden met de unieke kenmerken van Ridderkerk, zoals de dijkstructuren. Ook willen we ons industrieel, cultureel en agrarisch erfgoed beter beleefbaar maken en het landschap toegankelijker maken. Voor het buitengebied is transformatie naar andere functies maatwerk. (…) We willen industrieel, cultureel en agrarisch erfgoed beter beleefbaar en toekomstbestendig maken. Waardenkaart De Wevershoek is opgenomen in de gemeentelijke Cultuurhistorische waardenkaart Buitengebied Ridderkerk die het college van B&W op 15 maart 2022 heeft vastgesteld, en ter kennis heeft gebracht van de gemeenteraad, met de volgende waardestelling: (…) Beeldbepalend is de boerderij Wevershoeve die de kruising met de Gebroken Meeldijk markeert. De bebouwing aan de buitendijkse zijde langs de Waal bestaat afwisselend uit kleine eenlaagse arbeiderswoningen aan de dijk en meer voorname villa’s op afstand van de dijk.
(…) Het gebied Wevershoek, Noldijk en Gebroken Meeldijk heeft met de aanwezigheid van historische dijklinten, historische bebouwing, buurtschap, rivieroevers en RTM tracé een hoge waarde op basis van de criteria Ontstaansgeschiedenis, samenhang en context, zichtbaarheid. Met de motivering: Van hoge waarde door de relatie met de ontginnings- en waterstaatkundige ontstaansgeschiedenis van Ridderkerk; door de samenhang tussen de bebouwing en de dijk en de bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit door het groene landelijke karakter. 2.2. De monumentale boerderij Karakteristieken De Wevershoeve is in 1971 aangewezen als beschermd rijksmonument. De omschrijving van dit rijksmonument luidde toen: Omschrijving van Boerderij, "de wevershoeve" Boerderij uit de eerste helft van de 18e eeuw met in de voorgevel kruiskozijnen en luiken uit de bouwtijd en ingangspartij met rijk gesneden deur en hoofdgestel uit omstreeks 1800. in de zijgevel vensters met zesruitsschuiframen waarvan de middenstijlen snijwerk vertonen, begin 19e eeuw. Langgerekte stal, evenwijdig aan de dijk, met opgewipte hooiluiken in het rieten dak. Inwendig plafond, schouwen, gang en bedsteden uit omstreeks 1800 en deuren uit de bouwtijd. Waardestelling De Rijksdienst Cultureel Erfgoed hanteert voor het beschrijven van cultuurhistorische waarden een indeling van criteria in vijf categorieën.
Deze in de Nederlandse erfgoedsector gangbare criteria zijn tevens opgenomen in de brochure van de Rijkdienst “Een toekomst voor boerderijen”, In het cultuurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek dat is uitgevoerd in maart 2024 zijn de waarden van de Wevershoeve beschreven volgens die indeling: IL. _Cultuurhistorische waarden IL. Architectuur- en kunsthistorische waarden III. Situationele en ensemblewaarden IV. Gaafheid en herkenbaarheid V. Zeldzaamheid Hier wordt volstaan met verwijzing naar de rapportage van dat onderzoek. Een hallenhuis? Eerdere onderzoeken noemen de Wevershoeve een hallenhuis. De definitie daarvan is: Kenmerkend aan dit type boerderij is dat het dak wordt gedragen door ankerbalkgebinten, waardoor een brede, driebeukige opzet ontstaat: een brede middenbeuk en twee smallere zijbeuken. De meest algemene indeling is die waarbij zich in het midden de deel bevindt, de brede werkruimte waar onder de oogstzolder het graan werd gedorst. De lage en smallere zijbeuken waren bestemd voor het vee en de opslag van materialen en gereedschappen. De bouwkundige constructie bestaat uit een ankerbalkgebint van eiken- of grenenhout, waarbij de liggende balk iets verlaagd tussen de staanders met pennen is verankerd. Het hallenhuis heeft lage zijgevels en ver aflopende dakvlakken. Zo’n driebeukige indeling bestaat echter niet bij de Wevershoeve.
Ps —BOERDERJNoteyk ar TysceRm rm Rue kerk — Ee Pe gs en EN ud zie ne salten De doorsnede (links, detail van bouwtekening 1963) toont de asymmetrie. Rechts de tekening van spant 5 (van bouwvergunning 1975) waarop is aangetekend dat de hoogte verschilt van de hanenbalken van de diverse ankerbalkgebinten (een hanenbalk is het horizontale verbindingselement dat de schuine ‘sporen’ van de kapconstructie verbindt). Doorzicht richting het woonhuisgedeelte toont het hoogteverschil van de ankerbalken. Foto auteur, 2026. Bouwhistorie Het “Cultuur- en bouwhistorisch Onderzoek” uitgevoerd door COUP in 2024 is beperkt. Het gaat niet verder terug dan bouwtekeningen van de verbouwingen sinds 1974. Zo is er geen oudere bouwgeschiedenis, geen ouderdomsanalyse van aanwezige houtconstructies, vensters, ruiten, baksteen en voegspecie. Bij het locatiebezoek op 13 januari 2026 is onder andere het volgende opgevallen: e Eris zoals verwacht erg weinig over van het oude interieur. e Het metselwerk? is niet authentiek 18°eeuws. Delen daarvan zullen opnieuw zijn gevoegd en/of opgemetseld. e De hoogste waarde van het interieur is gelegen in de zichtbare aanwezigheid van de gebinten. e De boerderij zou een hallenhuis zijn, maar het schuurdeel is daarvoor wel erg asymmetrisch. De ankerbalkgebinten van de schuur hebben verschillende afmetingen, diktes, materiaal en leeftijd.
Daarmee rijst een vermoeden dat de boerderij wel eens gefaseerd zou kunnen zijn gebouwd en uitgebreid, ofwel dat oude materialen zijn hergebruikt van een eerder pand of van een andere locatie. Toepassing beleid op rijksmonumenten Vanaf 1971 geldt voor dit rijksmonument het beleid dat voor wijzigingen aan het pand naast een bouwvergunning ook een monumentenvergunning is vereist. Deze zijn niet terug te vinden geweest in het archief. Het is dus niet na te gaan of er ooit vergunning is afgegeven voor het verwijderen van de beschreven waardevolle onderdelen zoals inwendig plafond, schouwen, gang en bedsteden uit omstreeks 1800 en deuren uit de bouwtijd. Wel zijn er bouwtekeningen over de wijzigingen aan de gevels voor de verbouwing tot restaurant en woning vanaf 1976. Maar daarin is te weinig informatie te vinden over welke aanpassingen zijn doorgevoerd aan historisch waardevolle delen van het pand. Verplichting onderzoek en documentatie De Rijksdienst Cultureel Erfgoed hanteert nogal eens het principe dat voor (ingrijpende) verbouwingen waarbij historisch materiaal verloren gaat, bouwhistorisch onderzoek moet plaatsvinden en de resultaten worden gedocumenteerd. De gemeente kan eveneens bij de vergunning voorwaarden stellen voor onderzoek, maar ook voor een plicht om aanvullend onderzoek uit te (laten)voeren indien bij werkzaamheden onverwachte vondsten worden gedaan.
Door het alsnog vroegtijdig uitvoeren van aanvullend bouwhistorisch onderzoek, is er een mogelijkheid om vertraging tijdens de bouw te voorkomen. Advies Laat onderzoek uitvoeren door een erkende bouwhistoricus, waarin minstens de bouwgeschiedenis en ouderdom wordt geanalyseerd van onder anderen houtconstructies, vensters, luiken, deuren, ruiten, baksteen en voegspecie. Doe historisch kleuronderzoek, met name naar de dieper liggende witte vlakken (‘spiegel’) van de luiken. ? De voegen aan de zuidoostelijke lange gevel zijn te dik. Overal is gemetseld in kruisverband, behalve bij de dichtgemaakte muur van de voormalige ingang met twee hoge deuren: daar is staand verband toegepast. Ook zijn de daar toegepaste dilatatievoegen gecamoufleerd met nep muurankers die lijken op de verderop in de gevel toegepaste lange ijzeren muurankers. Boven een van de ramen van het woonhuisgedeelte is een schuine strek toegepast. Dat is een metselverband waarbij de bakstenen licht hellend op hun smalle zijde liggen (op hun strek, de lange smalle zijde van de baksteen). Zo’n schuine strek of stroomlaag wordt ook toegepast indien een muur onder een van tevoren gestelde balk moet aansluiten; de metselaar drukt dan de rollaag stijf tegen de onderkant van de balk aan. Deze toepassing duidt er wellicht dat het metselwerk is uitgevoerd tegen een bestaande houtconstructie van betrekkelijke hoge ouderdom.
-Q- 2.3. Het erf en bijgebouwen 2.3.1. Karakteristieken Links detail van de kadastrale kaart uit ongeveer 1830; rechts detail van een luchtfoto uit 1937. In het vierkant met stippellijn vermoedelijk een bijgebouw. De Wevershoeve is tegen de Noldijk aan gebouwd. Het erf ligt dan ook lager en bijgebouwen zijn daardoor ook ruimtelijk ondergeschikt. De hoeve omvatte rond 1830 op de kadastrale percelen? 631 en 632 naast de boerderij het zomerhuis* en een klein bijgebouw. Een langgerekte schuur stond parallel aan de boerderij op het lager gelegen erf. Volgens een notariële akte van 1828 bestaat de boerderij uit “huis, woonhuis, keet, schuur, 2 wagenketen, bakkeet en erf”. Over de indeling van het erf met bijvoorbeeld moestuin of boomgaard is niets te vinden. Van vroegere sloten op het erf is niets meer aanwezig. In 1927 heeft de eigenaar vergunning gekregen voor het bijbouwen van een varkensschuur, die moest verplicht op minimaal 20 meter afstand komen van de boerderij. Op een zwart-wit luchtfoto uit 1937 is ook een vlak te zien, dat mogelijk wijst op een bijgebouw, anders dan de toen ook nog aanwezige langgerekte schuur. Er zijn dus meerdere (bij)gebouwen tegelijkertijd aanwezig geweest bij de Wevershoeve. Ook elders in deze streek is veelal sprake van meerdere bijgebouwen. Op de topografische kaart van 1960 zijn twee achter elkaar gelegen houten gebouwen (zwart) te zien.
3 Bron: Beeldbank Rijksdienst Cultureel Erfgoed Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Ridderkerk, Zuid-Holland, sectie D, blad 04, detail. (bestandsnaam MIN08170D04). 4 Het voormalige zomerhuis is ooit in de 20e eeuw van het eigendom afgesplitst en blijft verder buiten beschouwing; dat pand is vervangen door nieuwbouw. -10- Twee uitsnedes van oude foto's uit 1963 tonen aan dat bijgebouwen waren uitgevoerd met donkere gepotdekselde planken. Zie ook deze complete foto's ín hoofdstuk 5. Conclusie: het is cultuurhistorisch verantwoord als er meer dan één bijgebouw bij de Wevershoeve wordt gerealiseerd. Wel is van belang dat uiterlijk en omvang passend zijn op het erf en in de omgeving. Gebruik van donker hout ligt dan voor de hand. Karakteristieken voor de vlasteelt Op het erf van de Wevershoeve zelf zijn geen elementen (meer) aanwezig die verband houden met de vlasteelt. Een zogenaamde vlassersstelling lag tegenover de Wevershoeve (op het perceel met huidig adres Gebroken Meeldijk 1). In 1829 omvatte die een huis, schuur, zwingelkeet, drooghuis, droogput en erf. Ook daarvan is niet veel meer aanwezig dan een fraai woonhuis. Aan de geschiedenis van de vlasteelt herinneren op het terrein van de Wevershoeve alleen nog de aanwezigheid van ramen op de plek van de vroegere hooiluiker” onder opgewipt rieten dak.
Een bijzondere relatie met het tegenovergelegen perceel is de aanwezigheid van een oud toegangshek, recht tegenover de voormalige plaats in de gevel van twee hoge inrijdeuren. dr Het hek bij de tegenover gelegen woning Gebroken Meeldiijk 1. Foto auteur januari 2026. > Hier zou eigenlijk het synoniem balkluik meer op zijn plaats zijn. -11- 2.3.2. Beleid Beleid voor inrichting van percelen met hun erven gepresenteerd in twee handzame brochures met handreikingen, waarin staat: (…) wat u kunt doen om de bijzondere landschappelijke kwaliteiten ín dit gebied te behouden en te versterken. 1. Waaloever - Streekeigen bebouwing en beplanting in het buitengebied van IJsselmonde 2. Dijkenlandschap - Streekeigen bebouwing en beplanting in het buitengebied van IJsselmonde Deze documenten zijn informeel, niet bestuurlijk vastgesteld. Bij de gemeente Ridderkerk is het voornemen deze op te nemen in het beleid, door te koppelen aan het in ontwikkeling zijnde omgevingsplan. Hieronder enkele relevante citaten / samenvattingen van richtlijnen voor ontwerp en inrichting: Landschappelijke inpassing In het buitengebied staat het landschap centraal. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarom zorgvuldig worden ingepast. Bebouwing mag niet te opvallend zijn en hoort op die plek thuis. Beplanting speelt daarbij een heel belangrijke rol met een erfinrichting en beplanting die past bij de streek.
Voor nieuwe ontwikkelingen geldt wordt kleinschaligheid nagestreefd met architectuur die geïnspireerd is op de stijl van oeverschuren. Verharding Pas niet meer verharding toe dan echt noodzakelijk is. Verlichting Plaats de verlichting zo laag mogelijk bij de grond, vermijd overvloedige verlichting. Hekwerken Pas zoveel mogelijk beplanting toe in plaats van hekwerken. Beplanting Het erf is een compositie van bebouwing en beplanting. Parkeren Zorg voor voldoende parkeerplekken op de kavel, zoveel mogelijk uit het zicht. Aantrekkelijk voor dieren Tref voorzieningen en/of gebruik plantsoorten die voor dieren aantrekkelijk zijn. Vooral struiken waar noten (hazelaar) of bessen (Gelderse roos, sleedoorn) in zitten zijn aantrekkelijk voor dieren. Bebouwing en beplanting horen bij elkaar. Het is niet de bedoeling om beplanting te gebruiken om gebouwen achter te verstoppen, de beplanting en gebouwen vormen samen een compositie. Hoge bomen zijn hiervan een goed voorbeeld, deze zijn al vanaf grote afstand zichtbaar en maken dat uw erf niet ‘kaal’ in het landschap ligt. Schuurwoningen De bebouwing heeft één bouwlaag met een kap (type zadeldak). De bebouwing heeft geen dakkapellen, de nok en randen van het dak zijn altijd zichtbaar.
Grootte en hoogte van de kap passen bij de sfeer, maat en schaal van het landschap De bebouwing is eenvoudig, heeft een informeel karakter en bestaat uit lichte materialen, zoals hout en glas. Er is een duidelijk verschil tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen op een kavel. De bebouwing is ondergeschikt aan het landschap. -12- 3. Planvorming en randvoorwaarden 3.1. Historische gelaagdheid en visie op ‘restauratie’ De hiervoor beschreven geschiedenis van de Wevershoeve kent de volgende tijdlagen: 1. Boerderij met hoofdfunctie in de vlasteelt, en nevenfunctie veeteelt. 2. Woonhuis 3. Horeca {partycentrum Daar komt dus als vierde tijdlaag de meervoudige woonfunctie bij in het hoofdgebouw en in nieuwe bijgebouwen (schuurwoningen). De voorgenomen herbestemming is weliswaar een terugkeer naar een eerdere woonfunctie die er ooïit was, maar er zal géén sprake zijn van restauratie in een oude staat. Historisch waardevolle onderdelen of elementen kunnen wél worden hersteld. De geldende, algemene visie op restauratie is als volgt: e Aanpassingen die verwijzen naar een niet bestaand verleden zijn ongewenst. e Er wordt niet terug gerestaureerd naar een (vermeende) historische situatie, de gelaagdheid van de bouwgeschiedenis wordt gerespecteerd. e In het nieuwe uiterlijk zijn verwijzingen naar meerdere tijdlagen uit de geschiedenis mogelijk, maar soms ook wenselijk.
e Incidentele gedeeltelijke reconstructie van onderdelen is dan ook alleen passend indien die is gebaseerd op aantoonbare historische aanwezigheid. 3.2. Randvoorwaarden bij de planvorming voor de Wevershoeve Er zijn onderwerpen waarover discussie zou kunnen ontstaan, maar die nu bij voorbaat al buiten discussie staan: e Herbestemming met woningen in de boerderij is economisch niet haalbaar zonder aanvullende nieuwbouw. e Het opnieuw voorzien in een (kleine) horecafunctie is uitgesloten. e Het is niet mogelijk om verkeer of parkeren af te leiden naar buiten het beschikbare perceel, (delen van) naburige percelen zijn niet te koop. e Het aantal woningen en bijbehorend aantal auto’s in het nu uitgewerkte voorstel is acceptabel voor de gemeente, vanuit een oogpunt van stedenbouw, verkeer en landschap. 3.3. Uitgangspunten en richtlijnen voor een goed plan De Rijksdienst Cultureel Erfgoed heeft in 2010 een brochure uitgebracht met uitgangspunten en richtlijnen voor een goed plan: Een Toekomst voor Boerderijen. Deze zijn opgenomen in bijlage 2. Uitgangspunten: 4.1 Uitgangspunten voor een goed ontwerp 1. Recht doen aan de cultuurhistorische betekenis 2. Streef naar behoud van de historische bouwsubstantie 3. Aandacht voor bijzondere kenmerken 4. Maatwerk 5. Reversibiliteit 6.
Hoge kwaliteit van ontwerp en vakmanschap Een toetsing van het plan aan de richtlijnen is opgenomen onder de samenvattende beoordelingen in paragraaf Richtlijnen uit “Een toekomst voor boerderijen”. 6 https://www.cultureelerfgoed.nl/documenten/2014/01/01/een-toekomst-voor-boerderijen -13- 4, Het plan voor herbestemming 4,1. De eerste planontwikkeling De eerste plannen voor een nieuw gebruik van het boerderijgebouw zijn ontwikkeld omstreeks 2022, door de toenmalige eigenaar van restaurant de Wevershoeve. Uit contact van de gemeente met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2022 is naar voren gekomen dat de Rijksdienst bij de herontwikkeling van de Wevershoeve belang hecht aan: 1. behoud en zo mogelijk versterking van de erfgoedwaarden; cultuurhistorisch / bouwhistorisch onderzoek naar het boerderijgebouw; de geschiedenis van het erf en van het gebied; de geschiedenis gebruiken om tot een locatie voor nieuwbouw te komen; de nieuwbouw moet worden uitgevoerd in een passende typologie en architectuur; de omvang van het te realiseren programma moet stedenbouwkundig worden onderbouwd. nun Aw N 4.2. Het eerste ontwerp van Herkon - KuiperCompagnons Op 23 oktober 2024 is een principeverzoek ingediend (een tekst), vergezeld van een beeldbijlage (beeldmateriaal, tekeningen, schetsen) d.d. 17 oktober 2024, van 30 pagina's.
Uitsnede uit schetsontwerp; “Beeldbijlage bij principeverzoek Noldijk 41 te Ridderkerk 17 oktober 2024” van KuiperCormpagnons. Dit ontwerp houdt in: e Het aantal woningen in de boerderij bedraagt 8, waarvan 2 in het oude woongedeelte. e Het aantal nieuwe schuurwoningen is 5, in twee blokken (van 2 en 3), ongeveer parallel aan de boerderij. e Grote risalerende delen doorsnijden de rieten kap. Grote glasvlakken lopen door tot op maaiveld. e Een zogenaamd ‘karrespoor’ doorsnijdt de publieke ruimte tussen alle voortuinen. e Tussen de twee blokken schuurwoningen loopt een openbaar pad naar het recreatiegebied. e Parkeerplaatsen vóór de woningen, behalve bij de zes woningen in het schuurgedeelte van de oude boerderij; daarvoor is de parkeerzone die grenst aan de korte achtergevel. -14- Uitsnede uit schetsontwerp: “Beeldbijlage bij principeverzoek Noldijk 41 te Ridderkerk 17 oktober 2024” van KuiperCompagnons. Op 18 november 2024 is dit principeplan behandeld in de omgevingstafel. Het advies over dit ontwerp luidt: De risaliet geveldelen aan de achterkant zijn niet passend bij het karakter van de boerderij. Behoud van een groter dakoppervlakte van de schuine kap van het rieten dak aan de achterkant is wenselijk. De voordeur terughoudender plaatsen in de achtergevel. De nieuwbouw als een geheel pand ontwerpen zonder doorzicht.
De nieuwbouw verder van de weg situeren (niet richting de Waal, maar naar links), waardoor de doorzicht naar de Waal breder opent vanaf de Noldijk. Schuurwoningen Een van de schuurwoningen ligt naast de toegangsweg naar de parkeerplaats en het pad naar het recreatiegebied. De andere schuurwoningen grenzen aan het recreatiegebied. Dit vraagt om meer aandacht voor de erfafscheidingen. De voortuinen zijn voor de bewoners in het monumentale pand de enige buitenruimte. Risico op schuttingen/ hoge afscheidingen is groot, vanwege wens voor privacy. Ook dit vraagt meer aandacht en waarborgen om de ruimtelijke kwaliteit vast te houden. De schuurvolumes zijn fors, en volgen de verkaveling in plaats van de monumentale boerderij. -15- 4,3. Een tweede ontwerp Vervolgens wordt in juli 2025 een tweede versie van het schetsontwerp ingediend d.d. 24 juli 2025, van 19 pagina’s. Afbeelding uit schetsontwerp: "Wevershoeve Ridderkerk Schetsontwerp 24-7-2025” van KuiperCompagnons. Verschillen met de eerste versie zijn : e In het dak van het schuurgedeelte zijn in plaats van de risalieten twee rijen verticaal geplaatste smalle dakramen opgenomen. e De ruimte tussen de twee blokken schuurwoningen is verdeeld over de tuinen, geen (openbaar) pad meer. e Twee keer twee smalle dakvensters aan de Noldijkzijde van het woonhuisgedeelte van de boerderij.
Uitsnede uit schetsontwerp: “Wevershoeve Ridderkerk Schetsontwerp 24-7-2025” van KuiperCompagnons. -16 - 4,4. Een derde versie In oktober 2025 wordt een derde versie van het schetsontwerp ingediend d.d. 29 september 2025, van 19 pagina’s. Afbeelding uit schetsontwerp: "Wevershoeve Ridderkerk Schetsontwerp 29-9-2025” van KuiperCompagnons. Verschillen met de tweede versie zijn : e In het dak van het schuurgedeelte zijn in plaats van twee rijen verticaal geplaatste smalle dakramen nu (weer) grote risalieten opgenomen tussen de dakramen op de lagere rij. De kleurstelling van de verticale delen is wel terughoudender dan in het eerste ontwerp. e In de collectieve ruimte tussen de woningen is het karrepad verdwenen en is een vriendelijkere groene inrichting opgenomen. Deze schetsen komen overeen met die in een uitgebreide versie van het schetsontwerp van 30 pagina’s dd. 06 januari 2026, 30 pagina’s. Daarin is ook een doorsnedetekening opgenomen van de twee bouwmassa'’s: 0.383 Uitsnede uit schetsontwerp: “Wevershoeve Ridderkerk Schetsontwerp 06-01-2026” van KuiperCompagnons. Pag. 18. Links de boerderij, rechts een schuurwoning. Hieruit blijkt dat de nieuwe schuurwoningen (bijna) dezelfde nokhoogte (+NAP!) hebben als de boerderij. Maar omdat die schuurwoning lager staat in het veld, is het gebouw dus hoger dan de boerderij.
Het dakvlak is eveneens groter en de muur van de begane grond hoger. Al met al is hiermee de schuurwoning niet voldoende ondergeschikt aan de boerderij. -17- 5. Beoordeling en adviezen Oordelen en adviezen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de laatst genoemde versie van het ontwerp, of waar nodig op gegevens uit eerdere versies. Uitsnedes uit schetsontwerp; "Wevershoeve Ridderkerk Schetsontwerp 06-01-2026” van KuiperCompagnons. De zuidoostkant van de monumentale boerderij krijgt een lange horizontale gevel met glaspuien van zes nieuwe woningen. De glasoppervlaktes lopen van bovenkant risalieten tot aan maaiveld en sluiten bij iedere woning aan op glazen deuren, de weinige delen metselwerk zijn erg smal, er is geen horizontale lijn van metselwerk die het karakter onderstreept van een lange schuurboerderij. Kern van de kritiek is: Het pand krijgt het karakter van een moderne rij geschakelde nieuwbouwwoningen, die deels een rieten kap hebben gekregen, als soort capuchon. -18- 5.1. De boerderij 5.1.1. De kap karakteristiek De gehele kap is uitgevoerd in riet met nokvorsten, afgewolfd aan beide uiteinden. Het riet van het noordoostelijke dakvlak is in slechte staat. De schoorsteen in het wolfseind van de achterzijde is niet origineel. Plan Handhaven van het riet. Aanbrengen van groot aantal vensters in het zuidoostelijke dakvlak.
Aanbrengen van drie grote ‘risalieten’ door het zuidoostelijk dakvlak heen. Beoordeling De drie dubbele hoge risalieten zijn te groot in verhouding tot de kap en de hoogte van de muur van de begane grond. De risalieten zijn sterk verticaal gericht en doorbreken de horizontaliteit van het rietendakvlak. Advies Laat de onderzijde van het brede zuidoostelijke rieten dakvlak doorlopen over de volle breedte. liever geen dakkapellen, maar verticale dakvensters; Indien nodig voor daglichttoetreding: maak kleinere teruggelegen dakkappellen, geïntegreerd in het rieten dak, géén kopie van de historische opgetilde dakkapellen aan de andere zijde, maar enigszins eigentijds. Bezie de mogelijkheid in de dakvensters glas te plaatsen dat tevens elektriciteit opwekt, dus een geïntegreerd zonnepaneel. Raadpleeg hiervoor ook de brochure van de Rijksdienst “Licht op Zolder”, -19- 5.1.2. De voorgevel Links detail van aquarel van Verheul uit 1934. Rechts de voorgevel ín 1968 (Bron: Beeldbank RCE). Karakteristiek De voorgevel is het meest gaaf monumentaal, met een fraaie ingangspartij, origineel metselwerk met verschillen in gebruikte oude bakstenen, vlechtingen, muurankers en luiken bij het venster beneden. Tot 1987 was het venster op de verdieping nog uitgevoerd als kruiskozijn met onderluiken, het stond nog op tekening bestaande toestand in 1987.
Een zesruits venster met luiken staat in dat jaar op de tekening van de verbouwing. De wijziging is blijkbaar met vergunning uitgevoerd, maar komt ook niet overeen met het huidige venster. Plan Handhaven van venster, luiken en ingangspartij. Beoordeling Goed. Advies Waar nodig luiken herstellen. Vul de witte vlakken in de luiken aan deze gevel in donkerder kleur, gebaseerd op de uitkomst van nog uit te voeren kleurhistorisch onderzoek, met uitzondering van een lichte (witte) bies, conform zwart-wit foto uit 1968 en gekleurde aquarel uit 1934. Bij isolatie van het venster een voorzetvenster aan binnenzijde toepassen. Niet verplicht, maar wel acceptabel vanwege de ouderdom, grote authenticiteit en gaafheid van deze representatieve gevel: terugbrengen kruiskozijn met onderluiken conform foto 1968 en aquarel 1934. - 20 - 5.1.3. De westgevel (aan de Noldijk) Uitsnede van aquarel 1934 Karakteristiek Het woonhuisgedeelte heeft vier 19°-eeuwse 6-ruits schuifvensters, met luiken met wit vlak, en een klein raam van 3 ruiten boven elkaar. Het stalgedeelte heeft in deze gevel zes traveeën met vensters, ieder onder een opgetild stuk rieten dak, waarmee een dakkapel wordt gevormd. De vensters zijn naar beneden uitgebreid op de plaats van vroegere glasloze hooiluiken (drie daarvan oorspronkelijk, twee toegevoegd bij herbestemming, een als vervanging van grote deuren).
Op de grens van de traveeën zijn verlengde muurankers aan de gevel. Bij de tweede travee van rechts is een muur dichtgemetseld ter plaatse van twee verdwenen inrijdeuren. Daar zijn de dilatatievoegen gecamoufleerd met lange schijn-muurankers. De luiken van het bedrijfsgedeelte zijn niet origineel en hebben witte vlakken, waarmee een visuele overeenkomst is gecreëerd met de grotere luiken aan de woonhuiszijde van deze gevel. -21 - Nn De zijgevel aan de Noldijk (Bron: 1219.813.005 Gevel aan de Noldijk) — etl De zijgevel aan de Noldijk en de achtergevel in 1968 Bron: Rijsoord-kalender-2019 p. 11. Plan Handhaven. Beoordeling Het kleurenschema van de luiken is niet origineel, de witte vlakken zijn eigenlijk ook een te hard contrast met het donkergroen. De kozijnen zijn donkergroen met witte roeden. Een eeuw geleden waren er slechts witte (of lichte) biezen toegepast op de luiken van de woning. Het kleurenschema was geheel anders: de kozijnen waren crème/okerkleurig, de roeden donker of donker met lichte schuine kanten. Historische kleuren zoals moet blijken uit onderzoek mogen worden toegepast. Herstel van historische kleurenschema zou een verbetering zijn. -22- Advies Een groter verschil in kleurstelling mag leiden tot onderscheid tussen oorspronkelijk woongedeelte en bedrijfsgedeelte (schuur).
Herstel bij de luiken van de woning de kleur van de huidige witte vlakken, met eventueel handhaving van witte biezen, zie aquarel van 1934 en nog uit te voeren kleurhistorisch onderzoek. In het bedrijfsgedeelte kunnen de ramen worden gehandhaafd, als onderdeel van de geschiedenis; gesloten houten eenkleurige luiken komen daar niet terug. Maar als verwijzing naar de historisch aanwezige glasloze eenkleurige luiken luidt het advies om deze vensters, roeden en luiken in één donkere kleur uit te voeren, de kozijnen in lichte kleur. -23- 5.1.4. De achtergevel (korte zijde) Achtergevel van de Wevershoeve 1 december 1963. Zicht op Noldijk met achtergevel van de Wevershoeve, 1900. Bron: Rijsoord.nl -24- De achtergevel ín januari 2009. karakteristiek De achtergevel heeft een onregelmatige indeling van kleine vensters, geen grote gesloten staldeuren. Grote deuren waren hier niet nodig vanwege de aanwezige deuren in de lange gevel met de hooiluiken. Aanwezige ramen duiden veelal op een beperkt seizoensgebonden gebruik als woning. De ramen op de bij verbouw gecreëerde eerste verdieping zijn toegevoegd. Ook de luiken bij de vensters zijn niet oorspronkelijk. Plan Bijplaatsen van een deur. Beoordeling Voordeur terughoudender plaatsen in achtergevel, uitvoeren als achterdeur van de woning.
Advies Voor kleurstelling van de luiken aansluiten bij de kozijnen en luiken van de woning in andere gevels. Nieuwe voordeur in detaillering ondergeschikt houden aan de ingangspartij in de historische voorgevel. -25- 5.1.5. De zuidoostgevel (aan het achtererf) 24 à Ee 4 Hi Gn Ibas Eer ä tha ed e, _ | Bestaande toestand van de zuidoostgevel in 1975. meege MEU | EE jk an 5 Nieuwe situatie volgens bouwvergunning van 15 mei 1979. Karakteristiek De lange bakstenen zuidoostgevel had blijkend uit foto en bouwtekeningen vanouds weinig openingen. De indeling deze gevel is door de diverse verbouwingen sterk veranderd. Het rechterdeel van de gevel is nu slecht zichtbaar vanwege de met tussenlid verbonden aanbouw met tentdak. - 26 - Waardestelling van de zuidoostgevel (uit bouwhistorisch onderzoek van 2024). Blauw: Hoge waarde, Groen: positieve waarde, Geel: Indifferent. Plan Verwijdering van de indifferente grote aanbouw en portaal. Gevel van de oude woning wordt voorzien van grote glaspuien. De gevel van het schuurdeel heeft een verticale indeling, met veel glazen puien en deuren. De puien sluiten aan op de risalerende delen op de verdieping, die de horizontale lijn van de rieten kap sterk doorbreken. Er is geen doorgaande horizontale lijn van baksteen. Beoordeling De gehele gevelindeling lijkt op een lange rij nieuwbouw-rijtjeshuizen.
De gevel kan niet worden beleefd als onderdeel van een groot bedrijfsdeel van een boerderij. Het is in dit stadium van planvorming niet na te gaan in hoeverre oud metselwerk en bestaande muuropeningen worden gehandhaafd waar mogelijk. Advies Gebruik waar mogelijk bestaande muuropeningen. Handhaaf waar mogelijk oud metselwerk, ook voor meer borstweringen bij de ramen, in plaats van totale glazen (schuif)puien. Zo mogelijk handhaven en hergebruik van een enkel overgebleven raam en stalraam, dat nog bestaat dicht tegen de voormalige woning (op waardestellingstekening aangegeven in groen, vanwege positieve monumentwaarde). Pas ook bij het vanouds woongedeelte geen glaspuien toe, maar handhaaf in de gevelindeling het karakter van een oude woning, met hergebruik van aanwezige vensters en eventuele luiken. (zie voor vensters en luiken de adviezen bij de voorgevel en westgevel aan de Noldijk). -27- 5.1.6. Het interieur van de oude woning Karakteristiek Er is door alle verbouwingen weinig origineels meer over in het interieur van de oude woning. Uit bouwhistorisch onderzoek zou moeten blijken hoe waardevol de (zichtbare) gelaagde spantconstructie nog is.
t 1 4 u [mn | | j A af Kd fd 7 É | n | me ETR: € mn mn; lend — Ti 7 Jim ál ed : À patid, IE SI ' A: ô K- el | | 7 Ì if sat ll [4 5 : | î Z behin | | Ei Ju ‚ri d zt [mm hd ä Links de plattegrond van het woonhuisgedeelte voor de verbouwing tot restaurant ín 1987. Rechts het ontwerp van KuiperCorpagnons 06-01-2026. Plan Indeling in twee woningen, verder onbekend. Beoordeling Hergebruik van spanten en bestaande vensters is niet te beoordelen op basis van deze tekening. Advies Hou indien mogelijk de constructie met spanten en balken zichtbaar en beleefbaar, zoals geadviseerd voor het schuurgedeelte. Indien bij de renovatie waardevolle oude elementen zichtbaar worden, pas die dan in bij de uitvoering’. 7N.B.: Tijdens de verbouw kunnen achter verwijderde wanden of isolatiemateriaal bijzondere elementen zichtbaar worden. Vondsten van historisch relevante zaken moeten altijd direct bij de gemeente worden gemeld. Dat zal een voorwaarde zijn voor de Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten. - 28 - 5.1.7. Het interieur van het schuurgedeelte Karakteristiek Zo’n grote schuur heeft vanouds een ruimtelijke werking, met zichtbaarheid van constructieve onderdelen met meerdere spanten. Plan De spanten bepalen de scheiding van de in te bouwen woningen, ze worden weggewerkt in de woningscheidende muren.
Beoordeling Het is niet wenselijk de laatste nog beleefbare historische onderdelen weg te werken, waardoor de woningen slechts te beleven zijn als nieuwbouwwoning. Advies Laat de spanten in het zicht, tegen de aan te brengen woningscheidende muren, zodanig dat in iedere afzonderlijke woning een deel van de oude constructie zichtbaar is. -29- 5.2. De nieuwe woningen Karakteristiek e _ Kleinschalige individuele bebouwing, boven of onderaan de dijk, afgewisseld met doorzichten naar het achtergelegen open landschap e Gebouwen zijn vormgegeven als eenvoudige en heldere volumes e Eris een duidelijk verschil tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen op een kavel, waarbij aan- en bijgebouwen onderschikt zijn aan het hoofdgebouw en kleiner ogen, maar qua architectuur wel op elkaar zijn afgestemd. Bron: Dijkenlandschap - Streekeigen bebouwing en beplanting ín het buitengebied van IJsselmonde 5.2.1. De volumes en plaatsing Karakteristiek ín de streek De richting van hoofd- en bijgebouwen is evenwijdig aan de dijk. Plan Vijf ‘schuurwoningen’ in twee blokken, in terughoudende architectuur. Plaatsing ongeveer parallel aan de boerderij/Noldijk. Beoordeling Een lang blok van vijf woningen gaat in massa teveel concurreren met de boerderij. Een vreemde schuine plaatsing van de woningen ten opzichte van de nieuwe erfgrenzen, leidt tot enkele woningen met schuine plattegronden.
Zulke schuine panden zijn niet echt passend in de streekkarakteristieken. Advies Historisch gezien zijn meerdere panden (bijgebouwen) op het erf juist wel toepasselijk. Handhaaf deze tweedeling. Een lang gebouw met vijf woningen doet geen recht aan de gewenste ondergeschiktheid. - 30 - 5.2.2. Vormgeving en bouwhoogte Volg de richting van het landschap Houd rekening met hiërarchie Geef gebouwen een richtingen volg daarbij Bebouwing dicht bij de dijk of weg is het visitekaartje van het het landschap. landschap. Verder het landschap in is de bebouwing lager. informeler ert onopvallend. Plan Eigentijdse vormgeving, uitgevoerd in donker hout/metaal, met zadeldak. Geen dakkapellen aan de zijde van boerderij en gemeenschappelijk erf. Wel dakkapellen aan de andere zijde. De nokhoogte komt overeen met die van de boerderij, die hoger in het landschap staat. Beoordeling Dakkapellen alleen aan de achterzijde is acceptabel. Vormgeving heeft verder geen enkele verbinding met de oude boerderij, er is geen sprake van historiseren. Belangrijke richtlijn is de bouwhoogte, vanaf de dijk gezien mag deze niet hoger zijn dan één bouwlaag met een kap, toepassing van zadeldak zonder dakkapellen Bron: Streekeigen bebouwing en beplanting ín het buitengebied van IJsselmonde, p.5.
Advies De schuurwoningen moeten hiërarchisch ondergeschikt zijn aan de boerderij: Wijzig het ontwerp zodanig dat echt sprake is van één bouwlaag met kap; maak de nokhoogte lager dan van de boerderij. 5.2.3. Materiaal en kleur Karakteristiek ín de streek Veel toegepast is gepotdekseld zwart hout en pannendak. Plan Donker hout refereert aan bijgebouwen zoals veelal aanwezig in de streek. Beoordeling Positief, maar het geheel is wel erg donker. Advies Breng iets meer kleurnuance aan. -31- 5.3. De ruimtelijke inrichting van het erf Karakteristiek ín de streek Weinig verharding van de erven, weinig hekken, vooral hagen en windsingels. Moestuin en boomgaard. | RN ANNEN ENAN NAAN 5.3.1. Parkeren en verkeer Plan Parkeerplaatsen voor de vijf nieuwe woningen en voor twee woningen in het oude woningdeel van de boerderij worden voor de woning aangelegd. Die plaatsen zijn alleen bereikbaar over het midden van het erf tussen boerderij en nieuwbouw. Andere parkeerplaatsen zijn voorzien direct aan de zijde van de achtergevel. Beoordeling Een autovrij erf tussen de drie gebouwen heeft sterke voorkeur, maar die ruimte is er helaas niet. Advies Het is zeer de moeite waard als er meer ruimte voor verkeer en parkeren zou kunnen komen aansluitend aan het erf. Zulke mogelijkheden blijken er op dit moment niet te zijn. Uitbreidingsmogelijkheden in de verdere toekomst zijn niet helemaal uitgesloten.
Hou daarmee rekening bij het ontwerp. Zorg voor heel veilige inrichting, die langzaam rijden aanmoedigt. Hou meer groene ruimte tussen parkeerplaatsen en de achtergevel. 5.3.2. Inrichting van het collectieve erf Plan Parkeerplaatsen en verkeerstrook. Verlichting is nog onbekend. Beoordeling Te weinig groen, te weinig collectieve verblijfsruimte. Advies Denk aan op elkaar afgestemde bescheiden buitenverlichting voor het collectieve én individuele deel van de erven. -32- 5.3.3. Inrichting van de individuele tuinen Plan Veel lage hagen scheiden de voortuinen. Beoordeling Positief. Advies Gebruik streekeigen plantensoorten. Bevorder afstemming in voorwaarden bij koop. 5.3.4. Bijgebouwen Plan Eén nog niet uitgewerkte fietsenstalling. Beoordeling Waarschijnlijk te kleine fietsenstalling. Het fietsenhok heeft een bescheiden plaats en omvang. Waarschijnlijk is die te klein voor de (elektrische) fietsen en/of bakfietsen van de bewoners van 13 woningen. Willekeurig daarbuiten geplaatste fietsen in de collectieve ruimte zijn niet bevorderlijk voor de woonkwaliteit. Er is geen (bij)gebouw waarop zonnepanelen kunnen worden aangebracht. Aavies Zorgvuldig ingepaste plaatsing is relevant voor de kwaliteit van het gehele project. Is een fietsenschuur per schuurwoning nog ruimtelijk wenselijk en in te passen? 5.4. Overige aspecten 5.4.1.
Duurzaamheid Beoordeling Er is geen beeld van een zorgvuldige plaatsing van warmtepompen bij de acht woningen in de boerderij. Er is geen (bij)gebouw waarop zonnepanelen kunnen worden aangebracht. Aavies Er moeten keuzes worden gemaakt voor verduurzaming van alle vensters van de oude boerderij. Neem kennis van de recente studie naar Besparingspotentieel van binnenvoorzetramen: https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index. php/Binnenvoorzetramen, besparingspotentieel Hier wordt aangetoond dat goed luchtdichte binnenvoorzetramen in combinatie met handhaving van oude vensters aan de buitenzijde het beste biedt voor erfgoed- én duurzaamheidsaspecten. Pas dit toe. Isolatiemateriaal dient reversibel te worden aangebracht. Documenteer vooraf het historische beeld na verwijdering van recente toevoegingen. -33 - 6. Samenvattende beoordeling van het plan 6.1. Denkrichting Rijksdienst Beoordeling van de mate waarin het plan voor de boerderij voldoet aan de denkrichting van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) uit 2022. Advies / denkrichting Beoordeling 1. behoud en zo mogelijk versterking van de Is gehonoreerd. erfgoedwaarden De woningen hebben een andere plaatsing 2. cultuurhistorisch / bouwhistorisch onderzoek naar het | Dat is uitgevoerd, maar niet boerderijgebouw; voldoende. 3. de geschiedenis van het erf en van het gebied Dat is uitgezocht en voortgezet door Sterrebos Erfgoedadvies 4.
de geschiedenis gebruiken om tot een locatie voor Is uitgevoerd. nieuwbouw te komen; 5. de nieuwbouw moet worden uitgevoerd in een Dat oordeel is uiteindelijk aan de passende typologie en architectuur; Adviescommissie (CRK) 6. de omvang van het te realiseren programma moet Dat is gebeurd. stedenbouwkundig worden onderbouwd. - 34 - 6.2. Richtlijnen uit “Een toekomst voor boerderijen” Beoordeling van de mate waarin het plan voor de boerderij voldoet aan de richtlijnen uit de publicatie “Een toekomst voor boerderijen” van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Nr. | Richtlijn Beoordeling 4.2 \ Houd de opzet en indeling van de | Goed bij 3 van de 4 gevels; gevels herkenbaar kan nog worden gerealiseerd bij de zuidoostgevel (aan het achtererf). 4.3 \ Maak optimaal gebruik van Goed bij 3 van de 4 gevels; bestaande gevelopeningen kan nog worden gerealiseerd bij de zuidoostgevel. 4,4 |{ Behoud de hoofdvorm van het Hoofdvorm is in orde als ook de horizontale laag riet dak en beperk dakramen bij de zuidoostzijde wordt gehandhaafd/hersteld. Het aantal dakramen is sub-optimaal. 4.5 | Respecteer de openheid van de Niet mogelijk bij indeling in acht woningen! ongedeelde bedrijfsruimte 4.6 |{ Houd de structuur van het Indien uitgelegd als onderscheid tussen oude woon- woongedeelte herkenbaar en schuurgedeelte. 4.7 | Behoud en integreer waardevolle | Dat betreft de vensters en de dakconstructie.
interieuronderdelen 4,8 | Herstel aangetast historisch Dat kan nog worden gerealiseerd. materiaal waar mogelijk 4.9 | Gebruik zoveel mogelijk Positieve intentie. streekeigen materiaal of sluit aan bij karakteristiek 4.10 | Zet bijgebouwen en erfinrichting | Dat kan nog worden gerealiseerd. creatief in voor extra functies 4,11 | Pas eventuele nieuwbouw op een | Positieve intentie. zorgvuldige manier in 4.12 | Houd rekening met eventuele Dat kan nog worden gerealiseerd. archeologische waarden 4.13 | Maak gebruik van bestaande Dat kan nog worden gerealiseerd. ruimtes voor leidingen en afvoeren 4.14 | Wees zorgvuldig bij het Dat kan nog worden gerealiseerd. aanbrengen van isolatie -35 - Bronnen, bijlagen Een toekomst voor Boerderijen, zie bijlage 2. https://www.cultureelerfgoed.nl/documenten/2014/01/01/een-toekomst-voor-boerderijen Brochure Licht op Zolder https://www.cultureelerfgoed.nl/documenten/2008/01/01/licht-op-zolder De Wevershoeve. Cultuur- en bouwhistorische onderzoek. COUP‚ 28 maart 2024. De Wevershoeve. Transformatiekader. COUP‚ 28 maart 2024. Waaloever - Streekeigen bebouwing en beplanting in het buitengebied van IJsselmonde Uitgave: Landschapstafel IJsselmonde. Opgesteld door: BAR-organisatie afdeling Ruimte (stedenbouw), WolfLandschap, Bureau Mentink, januari 2016.
Dijkenlandschap - Streekeigen bebouwing en beplanting in het buitengebied van IJsselmonde Uitgave: Landschapstafel IJsselmonde. Opgesteld door: BAR-organisatie afdeling Ruimte (stedenbouw), WolfLandschap, Bureau Mentink, december 2015. Historische topografische kaarten: www.topotijdreis.nl Boerderijtypen https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Hallenhuisboerderij https: //www.geschiedenisvanzuidholland.nl/verhalen/verhalen/historische-boerderijen-in-zuid-holland Historische tekening (“Aquarel”) : Boerderij aan de Noldijk te Rijsoord, Gemeente Ridderkerk. 1934 Eigenaar: Wed. B. Visser. Bestandsnaam _NL-RtSA_4081_ VERHEUL-NR-404.jpg Nummer: VERHEUL-NR-404 Datering: 01-10-1934 - 31-10-1934 Toegangsnummer: 4081 Collectie: J. Verheul Vervaardiger: Johannes (Jan) (J.) Verheul Dzn. Luchtfoto 1937 Verticale luchtfoto van de polder Strevelshoek en Rijsoord (rechtsonder) en de Waal, met onder meer de Gebroken Meeldijk en de Noldijk. Oriëntatie: noorden boven. Nummer: FD-4299-327 Bestandnaam: _NL-RtSA_4177_FD-4299-327.jpg Datering: 1937 _Toegangsnummer: 4177 Collectie: Collectie luchtfoto's gemaakt door KLM Aerocarto Foto Zijgevel achtererf 1963 Zijgevel - Rijsoord_- 20453023 _- RCE Gevel achtererf Wevershoeve 1 dec. 1963 https://commons.wikimedia.org/wiki/File: Zijgevel - Rijsoord - 20453023 - RCE.jpg#mw-jump-to-license Foto Achtergevel 1963 Achtergevel _- Rijsoord_- 20453024.
- RCE Wevershoeve 1 dec. 1963 https://commons.wikimedia.org/wiki/File: Achtergevel - Rijsoord - 20453024 - RCE.jpg#mw-jump-to-license Foto blik voorlangs gevel Wevershoeve over Noldijk Bron: Rijsoord-kalender-2018 p. 13 https://www.wijkoverlegrijsoord.nl/images/Diverse-bestanden/Kalenders/Rijsoord-kalender-2018. pdf - 36 - Foto Wevershoeve gevel dijkzijde Bron: Rijsoord-kalender-2019 p. 11 https://www.wijkoverlegrijsoord.nl/images/Diverse-bestanden/Kalenders/Rijsoord-kalender-2019. pdf Foto’s afkomstig van Oud-Ridderkerk 1219.805.001 Zicht vanaf Gebroken Meeldijk op Wevershoeve met zomerhuis 2005 https://fotos.oudridderkerk.nl/imageview.aspx?path=0800- 0841 +Rijsoord%2f0805+Gebroken+Meeldijk%2f1219.805.001.jpg%2f 1219.813.017 Hoek Noldijk - Gebroken Meeldijk 1978-79 https://fotos.oudridderkerk.nl/imageview.aspx?path=0800-0841+Rijsoord%2f0813+Noldijk%2f1219.813.017.jpg%?2f 1219.813.005 Gevel aan de Noldijk https://fotos.oudridderkerk.nl/imageview.aspx?path=0800-0841 +Rijsoord%2f0813+Noldijk%2f1219.813.005.jpg%?2f Bouwtekeningen Uit het deel van het gemeentelijk archief dat is ondergebracht in het Stadsarchief Rotterdam. -37 - Bijlage 1 — Vergelijking met andere boerderijen in de streek Hoeve aan de Noldijk 126, Barendrecht Op ongeveer 1 km afstand van de Wevershoeve bevindt zich aan de Noldijk 126 te Barendrecht nog een met de Wevershoeve vergelijkbare boerderij.
Deze is op 24 november 1970 aangewezen als rijksmonument, nummer 8605. Omschrijving: Boerderij met woonhuis onder pannen zadeldak met puntgevel, gedateerd 1820. Grote, gepotdekselde schuur met rieten dak, dat boven de luiken vijf keer is opgewipt Deze ligt aan de andere kant van de dijk, niet de zijde van de Waal, maar de zijde van de polder. Deze heeft ook een grote schuur met hooggelegen hooiluiken onder opgewipt rieten dak. Een groot verschil is dat het woonhuisgedeelte is gedekt met dakpannen in plaats van riet en dat de muur en luiken van de schuur nog geheel in hout zijn uitgevoerd. Bron: Beeldbank Rijksdienst Cultureel Erfgoed Documentnummer: 108.678 Vervaardiger : Dukker, G.J. (Gerard) - Fotograaf Vervaardigingsdatum: 11-1966 Uit het streekarchief blijkt hierover nog het volgende?: De lijst van weerbare mannen in 1747: Jan, Aart en Leendert Visser. Dit zijn zonen van Pieter Willemszn en Heiltje Jans Visser. Leendert was vermoedelijk afkomstig van de toen nog tot Ridderkerk behorende boerderij Noldijk 33.
Hoewel Leendert volgens het brandweerkohier van 1777 eigenaar was van Noldijk 126 heeft hij mogelijk eerst op de boerderij Noldijk 33 gewoond, maar later zeker op de volgens Monumentenzorg omstreeks 1770 gebouwde boerderij de "Wevershoeve" aan de Ridderkerkse Noldijk, tegenover de stoep (de noll) van de Gebroken Meeldijk, daar al zijn kinderen te Rijsoord zijn gedoopt tussen 1757 en 1777. Hoeve aan de Pruimendijk 172, Rijsoord (Ridderkerk) k Ook vergelijkbaar met de Wevershoeve is de opzet van deze boerderij aan de Pruimendijk. Deze is gebouwd met de lange gevel tegen de dijk, met oorspronkelijk een dubbele inrijdeur achteraan in de lange zijgevel, enkele vensters waar hooiluiken zullen zijn geweest, met daarboven dakkapellen. Het schuurgedeelte is iets breder dan het woonhuisdeel, met aan de aan de dijkzijde een gemetselde muur, maar aan de andere zijde een houten gevelwand. - 39 - Voor zover te beoordelen op basis van deze en andere foto's is de constructie hier wel symmetrisch, in tegenstelling tot de schuur van de Wevershoeve. Bron van al deze foto's: https://www.funda.nl/detail/koop/verkocht/ridderkerk/huis-pruimendiijk-172/43965575/, laatst geraadpleegd op 04-02-2026. De luchtfoto's zijn uitsnedes uit grotere overzichten.