BOPA-ond.-bijlage 13. Archeologisch bureauonderzoek
Tekst van het document
Hoewel aan de andere zijde van de Noldijk gelegen lijkt de situatie in dit onderzoeksgebied vergelijkbaar te zijn met die in onderhavig plangebied. De resultaten waren als volgt: “De bodemopbouw ín het plangebied Noldijk 34 bestaat uit getijden(geul)afzettingen op Hollandveen, die zijn afgedekt met overstromingsafzettingen. Aan de Noldijk-zijde ligt hierop een ophogingspakket van círca 70 cm dikte, waarin materiaal uit de Nieuwe Tijd A/B is aangetroffen, waaronder roodbakkend aardewerk met loodglazuur en slibversiering en een fragment van een pijpensteeltje (van pijpaarde).” “De getijden(geul)afzettingen bestaan uit afwisselend laagjes zwakzandige klei, grof zand en detritus. In één van de boringen is ín de top van de geulafzettingen ook een brok verspoeld veen aangetroffen. De getijden(geul)afzettingen zijn kalkrijk en matig slap. Het onderliggende veen waar de geul zich ín heeft ingesneden, bestaat uit zwak kleiig bosveen met veel houtresten. ” “De top van dit Hollandveen ligt in het westelijke deel van het perceel aan de Noldijk 34 aanzienlijk hoger dan ín het oostelijke deel, namelijk op circa 1,6 tot 2,2 - NAP tegen circa 5,0 m - NAP ín het oostelijke deel. De insnijding van de geul loopt dus precies door het midden van het plangebied.
” Conclusie archeologische informatie Op basis van de in dit hoofdstuk verzamelde gegevens kan worden gesteld dat het plangebied gesitueerd is langs de Noldijk, een laatmiddeleeuwse dijk met archeologisch aangetoonde bakstenen muurresten. Veldkarteringen aan met name de overkant van de Oude Waal laten zien dat dit gebied in de Late Middeleeuwen intensief werd bewoond en gebruikt, maar ook uit de Vroege Middeleeuwen en Romeinse Tijd zijn vondsten bekend — waaronder een mogelijke steiger in de Oude Waal uit laatstgenoemde periode. 2! Kerkhoven, 2016. 21 RUBICON Asägekel de) Cultuurhistorische informatie Inleiding cultuurhistorische informatie De cultuurhistorische ontwikkeling in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd kan van grote invloed zijn op het specificeren van de archeologische verwachting in het plangebied. Niet alleen gaat het om dynamische archeologische perioden, maar bebouwing en landschapsingrepen zoals ontginningen en ruilverkavelingen kunnen voor (soms grootschalige) bodemverstoringen hebben gezorgd. Hierdoor kan de verwachting op archeologische waarden uit eerdere perioden dan de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd mogelijk lager worden.
Echter, er werd vanaf de Middeleeuwen ook veelvuldig gebouwd en vele cultuurhistorische relicten zijn met bewoning en activiteit in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd in verband te brengen, waardoor de archeologische verwachting voor deze specifieke periode juist hoger kan worden. Beknopte lokale en regionale geschiedenis De bewoningsgeschiedenis van Ridderkerk wordt sterk bepaald door het landschap. Door de eeuwen heen vestigden mensen zich steeds op de hoogste en droogste delen van het gebied, terwijl veranderingen in rivieren, veenvorming en overstromingen bepaalden waar bewoning mogelijk was. Het bodemarchief laat zien hoe bewoners zich duizenden jaren lang voortdurend aanpasten aan een dynamisch rivierlandschap, waarin natuurlijke processen en menselijke ingrepen steeds opnieuw de mogelijkheden voor bewoning bepaalden De oudste sporen van menselijke aanwezigheid dateren uit de Midden- en Nieuwe Steentijd. Jagers, vissers en later ook de eerste boeren verbleven op donken: rivierduinen die aan het einde van de laatste ijstijd waren ontstaan. Vooral de Kievitsdonk en de nabijgelegen Rijkswegdonk leverden vuurstenen werktuigen, haardplaatsen en aardewerk op. Vondsten van de Vlaardingencultuur laten zien dat landbouw en veeteelt hier al vroeg werden beoefend. Tijdens de Bronstijd nam de bewoonbaarheid af, doordat het gebied steeds natter werd en veen zich uitbreidde.
Toch wijzen enkele losse vondsten, zoals vuurstenen werktuigen en een bronzen dolk, erop dat het gebied niet volledig verlaten was. Pas vanaf de Midden-IJzertijd verschijnen weer duidelijke sporen van menselijke activiteit. Toen de rivieroevers zich verder hadden ontwikkeld en klei op het veen werd afgezet, ontstonden gunstige omstandigheden voor blijvende bewoning. In de Romeinse tijd werd Ridderkerk intensiever bewoond. Langs de Waal en bij Slikkerveer lagen boerderijen van de lokale bevolking, die via de Romeinen kennismaakten met nieuwe producten, zoals geïmporteerd aardewerk, kruiden, kippen en walnoten. Hoewel IJsselmonde buiten de Romeinse grensverdediging lag, is het mogelijk dat een Romeinse weg door het gebied liep. Houten palen die in de Waal zijn gevonden, zouden resten van een brug kunnen zijn. In de tweede helft van de 3° eeuw na Chr. kwam aan deze bewoning een einde, waarschijnlijk door een combinatie van politieke onrust en toenemende vernatting. Uit de Vroege Middeleeuwen zijn slechts enkele vondsten bekend. Vanaf de 9° en 10° eeuw keerde de bewoning echter terug. Vanuit de rivieroevers werden de uitgestrekte veengebieden ontgonnen door een dicht netwerk van sloten en kades aan te leggen. De ontwatering maakte landbouw mogelijk, maar veroorzaakte ook bodemdaling, waardoor dijken noodzakelijk werden.
Veel van de huidige dijken volgen nog altijd deze middeleeuwse tracés. 22 RUBICON Asägekel de) In de 11° en 12° eeuw groeide Ridderkerk uit tot een belangrijk ontginningsgebied. De nederzetting Riede, waaruit Ridderkerk ontstond, lag langs de toenmalige Merwede. Ook het verdwenen dorp Heinkerc, bij het huidige Heerjansdam, kende een kerk en tientallen boerderijen, waarvan archeologische resten zijn teruggevonden. Overstromingen speelden een grote rol in de verdere geschiedenis. Heinkerc verdween rond 1315 en de Riederwaard overstroomde in 1373. Daarna werd het gebied geleidelijk opnieuw bedijkt en ontstonden onder meer de polders Oud- en Nieuw- Reyerwaard. Een bijzonder overblijfsel uit deze periode is Huis te Woude, een kasteel waarvan de bouw in 1372 begon. Hoewel het door overstromingen en oorlogshandelingen werd verwoest, bleven de fundamenten bewaard onder de dijk. De opgegraven en deels gerestaureerde ruïne vormt tegenwoordig een tastbare herinnering aan de middeleeuwse geschiedenis van Ridderkerk. 22 Focus: De Riederwaard, Wevershoek en Wevershoeve Het plangebied ligt aan de Noldijk, een historische waterkering die vanaf 1332 de grens vormde tussen de Riederwaard en de Zwijndrechtse Waard, maar waarvan de oorsprong mogelijk teruggaat tot de 12° eeuw.
Vóór de aanleg van deze dijk lag de locatie buitendijks en maakte zij deel uit van de Riederwaard, een polder die een groot deel van IJsselmonde betrof. De Noldijk diende oorspronkelijk als kade voor de ontginning van het klei-op-veengebied ten noorden ervan, waarbij de oevers van de Oude Waal als uitgangspunt voor de ontginningen fungeerden. Later groeide de kade uit tot een belangrijke zeewering die het achterliggende land tegen het water moest beschermen. Zoals in het vorige hoofdstuk al bleek kende de laatmiddeleeuwse Noldijk één of meerdere bakstenen dijkmuren, waarvan de resten op twee locaties nabij het plangebied zijn aangetroffen. In wezen was de Noldijk deel van een ringdijk om de Riederwaard heen? Het gebied kent een bewogen geschiedenis, die laat zien dat de inpoldering en bedijking zowel noodzakelijk waren alsook op hun beurt voor schade en malheur konden zorgen. Dijkdoorbraken en overstromingen deden zich onder meer voor in 1287 en tijdens de stormvloeden van 1373 en 1374. Na de eerste grote overstromingen werd het gebied in 1404 opnieuw bedijkt, maar de Sint-Elisabethsvloed van 1421 zette grote delen opnieuw onder water. Pas in de decennia daarna werd het landschap stap voor stap opnieuw ingepolderd, waarmee de basis werd gelegd voor het huidige cultuurlandschap.
In dat cultuurlandschap ontstond op een gegeven moment de buurtschap Wevershoek, een halteplaats tussen Rijsoord en Barendrecht van de in de Tweede Wereldoorlog opgeheven tramlijn. Deze buurtschap ligt deels in de huidige gemeente Ridderkerk, en deels in de gemeente Barendrecht. Ongetwijfeld zijn de veldnaam Wevershoek en Wevershoeve, de naam van de boerderij in het plangebied — en die van het tot kort daar gevestigde restaurant — toponymisch met elkaar verwant. Wevershoek is naar alle waarschijnlijkheid een vroegmoderne buurtschap, waar linnenwevers zich vestigden binnen het dijklint van de Noldijk. De naam weerspiegelt daarmee niet slechts een individuele boerderij, maar een functionele economische zone binnen de Riederwaard, waarin de vlas- en linnenketen vanaf de 17° eeuw een belangrijke rol speelde. De toevoeging ‘hoek’ duidt op een dijkgebonden nederzettingscluster op een ruimtelijk knooppunt van waterstaatkundige infrastructuur. 2? Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam, 2013. 23 Wesdorp, 1987a; Wesdorp, 1987b. 23 RUBICON Asägekel de) De boerderij in het plangebied is zoals eerder gesteld een rijksmonument, ingeschreven in het register in 1971 met monumentnummer 32513.
In het register is de volgende redengevende beschrijving te vinden: “Boerderij uit de eerste helft van de 18° eeuw met ín de voorgevel kruiskozijnen en luiken uit de bouwtijd en ingangspartij met rijk gesneden deur en hoofdgestel uit omstreeks 1800. ín de zijgevel vensters met zesruitsschuiframen waarvan de middenstijlen snijwerk vertonen, begin 19° eeuw. Langgerekte stal, evenwijdig aan de dijk, met opgewipte hooiluiken ín het rieten dak. Inwendig plafond, schouwen, gang en bedsteden uit omstreeks 1800 en deuren uit de bouwtijd. ”** Om een voorschot te nemen op de bespreking van het kadastrale minuutplan in de volgende paragraaf: in het PvE van Archeologie Rotterdam wordt het vroeg-19°-eeuwse eigendom van het perceel waarop de boerderij staat besproken. Hier zien we de naam van Maaike Florisdr. van Nugteren (Rijsoord 1777 — Ridderkerk 1871) terug, weduwe van Pieter Leenderts. Visser (Rijsoord circa 1765 — Rijsoord 1827). Zij had op moment van optekening een aanzienlijke hoeveelheid grond in eigendom ter plaatse van en rondom de Wevershoeve. Bij de dood van haar man erfde zij tegen eerdere afspraken in de helft van diens vermogen. De kinderen van de eerste echtgenote van haar man, Maria Niemantsverdriet, stond Maaike echter die helft af bij een vrijwillige, onherroepelijke gift met belofte van vrijwaring voor alle stoornissen (waarvan akte op 2 februari 1828).
In de nalatenschap zaten naast aanzienlijke landerijen en opstallen ook bouw-, melk- en vlassersgereedschappen. De Vissers waren van oudsher goeddeels vlasboeren, zoals wel meer mensen in de omgeving (waaronder Jan van der Ven, de man met wie Maaike van Nugteren in 1833 zou trouwen na het overlijden van Pieter Visser). De Wevershoeve zou nog lang in bezit blijven van de Vissers. In de akte wordt ook gesproken van een vlassersstelling, als “een huis, schuur, zwingelkeet, drooghuis, droogput en erve, staande en gelegen over de boerderij de "Wevershoeve", gedeeltelijk onder Ridderkerk en gedeeltelijk onder Barendrecht". Belend: ten oosten de Noldijk, ten westen de weduwe Grandia, ten zuiden Bastiaan Plaisier en ten noorden de Gebroken Meeldijk. Een vlasserstelling (ook wel vlasserij) is een historisch landbouwkundig complex. Het was een boerderij of werf die speciaal was ingericht voor de teelt en bewerking van vlas tot linnen. In Nederland en Vlaanderen werden de meeste vlasserstellingen gebouwd in de 19° en begin 20° eeuw, met name in regio's zoals de Hoeksche Waard, IJsselmonde en de Alblasserwaard. De term ‘stelling’ duidt op het geheel aan gebouwen en installaties die nodig waren voor het volledige productieproces. De vlasserstelling gelieerd aan de Wevershoeve stond dus aan de overkant van de boerderij, aan de Gebroken Meeldijk.
Wellicht dat in de Wevershoeve het vlas werd opgeslagen. Overigens geeft toponymie hier wat interessante inzichten. Zo heeft Noldijk waarschijnlijk een Zeeuwse oorsprong. Een ‘nol’ is een kruin, spits, verhevenheid, bult, etc. Dat is sowieso passend voor een dijk, uiteraard. Maar ook een ‘noldijk’, dus niet de eigennaam maar als gegeven, is de rest van een dijk, die is doorgebroken; een doodlopend stuk tot het gat van de doorbraak. In die zin heet de Noldijk dus zo omdat het een resterend deel is van de oude ringdijk om de Riederwaard. De Gebroken Meeldijk ontleent het eerste deel van haar naam zeer waarschijnlijk niet zozeer aan een dijkdoorbraak, zoals je zou denken, maar aan het woord ‘breken’ in de zin van het vergraven van grond (voor dijkaanleg). ‘Meel’ is een andere vorm van ‘middel’: de Gebroken Meeldijk werd een middeldijk vanaf de aanleg van de Ziedewijdsedijk.2 24 monumentenregister.cultureelerfgoed.nl. 2 Wesdorp, 1987a; Wesdorp, 1987b. 24 RUBICON Asägekel de) Historisch kaartmateriaal De ontwikkeling van een plan- en onderzoeksgebied is te volgen op historisch kaartmateriaal, zoals kadastrale minuutplannen en topografische (militaire) kaarten, maar soms ook oudere bronnen, zeker daar waar het om historische stadskernen gaat.
Eén van de eerste kaart die ter beschikking staan voor dit gebied is de kaart van de heerlijkheid van Ridderkerk, opgetekend in 1723 door geadmitteerd landmeter Abel de Vries. (Bijlage 5, figuur 24). Op deze kaart is de regio in de vroege 18° eeuw te zien, toen de vlas- en linnenindustrie economisch zeer belangrijk werd. We zien de Waal met de Noldijk, van Heerjansdam tot en met Oostendam. Ook Rijsoord staat aangegeven (de kerk), met de brug over de Waal aldaar. Deze kaart laat het grote contrast zien met vandaag de dag; zo is bijvoorbeeld de Hordijk in het buitengebied tussen IJsselmonde en Barendrecht tegenwoordig alleen nog een weg in de Rotterdamse wijk IJsselmonde. Leuk detail: de Nes, het eiland dat in de Waal te zien is verder noordelijk, was waar de besproken familie Visser eerder een boerderij had. Uit het begin van de 19° eeuw (1811-1832) hebben we de kadastrale verzamelplannen, alsook de meer gedetailleerde minuutplannen en hun bijbehorende Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT), die een gedetailleerd beeld van bebouwing en eigendomssituatie van percelen geeft. Op het minuutplan Ridderkerk, Zuid-Holland, sectie D, blad 04 (MIN0O8170D04) (Bijlage 5, figuur 25). De betreffende drie percelen werden gebruikt als boezemland?® (628), tuin (631) en huis & erf (631).
We zien de boerderij aan de dijk, alsook twee schuren op het achtererf, Zoals eerder al besproken waren deze gronden in eigendom van Maaike Florisdr. van Nugteren, weduwe van Pieter Leenderts. Visser. Zij bezat meer gronden in de omgeving, waaronder die aan de overzijde van de Noldijk aan de Gebroken Meeldijk, percelen 641 en 643. Mogelijk dat dit de locatie was van de eerder aangehaalde vlasserstelling. In de decennia die volgen ontwikkelde de omgeving van het plangebied zich tot op de dag van vandaag geleidelijk. De grootste transformatie voltrekt zich tussen de kaartbeelden van 1950 en 2000, met de explosieve groei van Barendrecht en het omvormen van de boezemlanden tussen Noldijk en Waal tot recreatiegebied. De eerdere schuur binnen het plangebied is ondertussen verdwenen (Bijlage 5, figuren 26-29). Wat betreft de oorlogsgeschiedenis kunnen in en rond het plangebied resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Deze verwachting geldt voor heel Nederland, daar waar geen sprake is van bijzondere locaties.
Er zijn geen inslaglocaties van V1- of V2-raketten bekend in het onderzoeksgebied.27 Conclusie cultuurhistorische informatie Uit de lokale/regionale geschiedenis en het geraadpleegde historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied gelegen is aan de middeleeuwse Noldijk, een restant van een ringdijk die de vroegere Riederwaard omgaf. Het erf met boerderij in het plangebied was in elk geval in de 19° eeuw verbonden met de vlas- en linnenindustrie, wat zeer waarschijnlijk al enkele eeuwen het geval was. 2 Vlietland of boezemland is de benaming voor een laaggelegen strook land tussen boezemkade en boezemwater. Bij hoge waterstand kan het fungeren als ruimte voor extra waterberging. 27 ikme.nl; vergeltungswaffen.nl. 25 RUBICON Asägekel de) Verwachtingsmodel, conclusie en advies Verwachtingsmodel Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het aantreffen van archeologische resten binnen de geplande verstoringsdiepte in het plangebied een lage verwachting geldt voor de periode Laat-Paleolithicum — Midden-IJzertijd, een middelhoge verwachting voor de periode Late IJzertijd — Vroege Middeleeuwen een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen — Nieuwe Tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de bewonings- en gebruiks(on)mogelijkheden die het landschap in verschillende perioden bood, alsook de bekende archeologische en historische gegevens.
Stratigrafische positie en prospectiekenmerken Op basis van beschouwde gegevens over de landschapsgenese wordt verwacht dat de bodemopbouw maximaal bestaat uit een opeenvolging van een bouwvoor dan wel antropogene ophooglagen, jonge rivierafzettingen (Formatie van Echteld), Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket) en oude mariene afzettingen (Formatie van Naaldwijk, Wormer). Het is echter sterk van de situatie ter plaatse afhankelijk of al deze niveaus aanwezig zijn, alsook op welke diepte en met welke laagdikte. Het niveau van de vroege prehistorie, bestaande uit pleistocene oude rivier- en rivierduinafzettingen (Formatie van Kreftenheye en Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen) begint vermoedelijk vanaf circa 14 m -Mv (-14,25 m NAP) en ligt daarmee te diep om verder een rol te spelen in deze verwachting. De primaire archeologische niveaus worden gevormd door enerzijds ophogingslagen uit de periode Late Middeleeuwen — Nieuwe Tijd, en anderzijds door bewoon- en anderszins bruikbare delen van de rivierafzettingen van de Oude Waal, met name oever- en/of eventuele crevasse-afzettingen maar ook kom- of overstromingsafzettingen, ervan uitgaande dat de klei ontkalkt en gerijpt is (dit zijn indicatoren voor langdurig begaanbare omstandigheden). Bij aanwezigheid van Hollandveen met een veraarde top kan ook dit een niveau met archeologisch potentieel vormen.
Er dient gezien de rivieractiviteit van de Oude Waal, gekoppeld met de invloed van het tij in het verleden, rekening gehouden te worden met erosie van zowel het Hollandveen alsook eerdere fases van rivierafzettingen. Archeologische indicatoren en complextypen In het plangebied worden resten van nederzetting, landgebruik en begraving verwacht. Nederzettingen uit het Paleolithicum en Mesolithicum manifesteren zich voornamelijk als vondstconcentraties en - strooiingen van vuursteen. Vanaf het Neolithicum kunnen daarbij ook grondsporen en concentraties aardewerk worden aangetroffen. Nederzettingen uit de Bronstijd — Romeinse Tijd kenmerken zich veelal door sporen en concentraties aardewerk, alhoewel ook nog in latere periodes vuursteen werd gebruikt. Grondsporen van (uit hout of steen opgetrokken) bebouwing alsmede erfgerelateerde structuren (bijv. waterputten) uit de Middeleeuwen en/of Nieuwe Tijd, kunnen aanwezig zijn evenals ophogingslagen met daarin sporen en/of vondstmateriaal, gerelateerd aan het erf van de Wevershoeve en eventuele voorgangers van de boerderij zelf en/of de bijgebouwen ervan. Ook het lichaam van de van oorsprong mogelijk 12°-eeuwse Noldijk is als ophooglaag uit deze periode te karakteriseren en is archeologisch relevant.
Uit alle perioden kunnen losse vondsten of sporen worden aangetroffen, die verband houden met tijdelijk landgebruik of eenmalige activiteiten. Sporen van tijdelijk landgebruik kunnen in de vorm van o.a. kuilen, paalgaten, en greppels (bijv. ten behoeve van percelering en ontginning) worden aangetroffen. 26 RUBICON Asdgekel de) Beperkingen Sporen van kortstondige bewoning kenmerken zich eerder door (kleinschalige) grondsporen dan door de aanwezigheid van vondstmateriaal. Derhalve kan over de aanwezigheid van dergelijke complexen enkel een verwachting worden uitgesproken op basis van inzicht in de opbouw en de mate van intactheid van de bodem, wat niet met enkel bureauonderzoek kan worden vastgesteld. De samenvatting van het verwachtingsmodel is aldus: Laat-Paleolithicum — Midden IJzertijd (lage verwachting) Datering Late IJzertijd — Vroege Middeleeuwen (middelhoge verwachting) Late Middeleeuwen — Nieuwe Tijd (hoge verwachting) Nederzetting (waaronder een erf uit de periode LME-NT), begraving, landgebruik | Complextype i.v.m. incidentele of tijdelijke activiteiten Omvang <50 m? (zeer kleine Steentijdsites) tot 500-2000 m? (huisplaatsen) Diepteligging Vanaf maaiveld Sterk afhankelijk van impact van eventuele grondbewerkingen in het verleden, alsmede van erosieve werking van de Oude Waal.
Gaafheid en conservering Locatie Gehele plangebied Uiterlijke kenmerken Sporenvlak, archeologische laag, vondstmateriaal (strooiingen en/of concentraties) Onbekend of het mogelijk eeuwenlange gebruik als erf voor diepe verstoringen heeft Mogelijke verstoringen . gen} 9 gezorgd ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouw. Tabel 9: Samenvatting verwachtingsmodel voor het plangebied. Confrontatie verwachtingsmodel met geplande bodemingrepen Met de herontwikkeling van het plangebied en daarbij met name de geplande bouw van de nieuwe woningen op het achtererf zullen bodemingrepen gemoeid gaan die naar verwachting tot circa 80 cm - Mv zullen reiken. Daarmee zullen naar verwachting eventueel aanwezige antropogene ophogingslagen uit de Late Middeleeuwen en/of Nieuwe Tijd worden vestoord, alsmede eventueel aanwezige (gerijpte) kleitrajecten behorende tot de (oever- en/of crevasse-afzettingen van de Oude Waal. Ook kan eventueel aanwezig (veraard) Hollandveen door de graafwerkzaamheden worden geraakt, al is de kans groot dat dit niveau dieper ligt dan de voorgenomen ingrepen.
Conclusie en advies Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het aantreffen van archeologische resten binnen de geplande verstoringsdiepte in het plangebied een lage verwachting geldt voor de periode Laat-Paleolithicum — Midden-IJzertijd, een middelhoge verwachting voor de periode Late IJzertijd — Vroege Middeleeuwen een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen — Nieuwe Tijd. Hoewel er altijd een kans bestaat dat (sommige) relevante archeologische lagen (ten dele) niet meer aanwezig zijn, of (ten dele) 27 RUBICON Asägekel de) niet worden bedreigd door toekomstige ontgravingen, is de bodemopbouw op basis van bureauonderzoek alleen niet vast te stellen. Hetzelfde geldt voor de aard en mate van eventuele bodemverstoringen. Op basis van dit bureauonderzoek adviseert Rubicon Erfgoed dan ook om de archeologische verwachting uit dit bureauonderzoek in het veld te toetsen, door de opbouw, aard en mate van intactheid van de bodem vast te stellen middels een verkennend booronderzoek in het plangebied.
Naast het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting dient het verkennend booronderzoek ook waar mogelijk (extra) informatie te verschaffen over bekende en of verwachte archeologische waarden in het plangebied, betreffende de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Daarnaast heeft de verkennende fase als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Doel daarbij het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor volgende vormen van onderzoek, indien aanwezig. Geadviseerd wordt in het plangebied verkennende boringen te zetten met een 7 cm Edelmanboor en/of een 3 cm steekquts, tot minimaal 50 cm in de top van de afzettingen onder het Hollandveen dan wel tot een maximale diepte van 5,0 m -Mv (afhankelijk van welke situatie zich eerder voordoet), teneinde vast te stellen of de bodem tot minimaal die diepte intact, dan wel verstoord is, alsook of deze archeologisch relevante niveaus bevat, alsmede om te controleren of er in de verscheidene afzettingen sprake is van bodemvorming als gevolg van menselijk handelen in het verleden. Dit met een minimum van 6 boringen per hectare.
Conform het PvE-boren dat door Archeologie Rotterdam (BOOR) is opgesteld voor dit plangebied dienen 8 boringen gezet te worden. De uitvoerder van de boringen wordt aangeraden om zowel een KLIC-melding te doen alsook navraag te doen bij de initiatiefnemer, om een zo recent en duidelijk mogelijk beeld te krijgen van de toestand van de ondergrond wat betreft eventuele kabels en leidingen. Voorts dient het PvE-boren gevolgd te worden wat betreft eisen en randvoorwaarden aan het verkennend booronderzoek. Zie Bijlage 6 (figuur 30) voor de advieskaart in deze. Bovenstaande betreft een onafhankelijk tot stand gekomen advies, op basis van bekende informatie en de kwaliteitsnormen van de beroepsgroep archeologie. Naar aanleiding van dit advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Ridderkerk) een eigen besluit nemen. In dat besluit kan en mag de bevoegde overheid beredeneerd afwijken van het advies. Mocht het plangebied in dat besluit worden vrijgegeven door de bevoegde overheid en er worden onverhoopt toch archeologische waarden aangetroffen tijdens de geplande graafwerkzaamheden, dan geldt op basis van de Erfgoedwet de plicht deze zogenaamde toevalsvondsten te melden bij het Rijk. Uit praktische overweging is het aan te bevelen deze melding te doen bij de bevoegde overheid, de gemeente Ridderkerk.
Aan bovenstaand advies kunnen, behoudens opzet of grove nalatigheid onzerzijds, geen rechten worden ontleend, noch eventuele schade die daaruit kan voortvloeien, worden geclaimd. Selectiebesluit bevoegde overheid [Dit wordt ingevuld zodra het conceptrapport is beoordeeld door de bevoegde overheid en er een selectiebesluit is genomen n.a.v. het gegeven selectieadvies. Na verwerking van eventuele opmerkingen 28 RUBICON Asdgekel de) gemaakt door de bevoegde overheid op de conceptversie wordt dit rapport definitief gemaakt en afgemeld in ARCHIS.] 29 RUBICON Asägekel de) Bronnen Documenten Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemdlassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam, 2013. Beleidsnota Archeologie Ridderkerk. Rotterdam. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Rhíne-Meuse Delta Studies Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Utrecht. Kerkhoven, A.A., 2016. Noldijk 34, Barendrecht (gem. Barendrecht). Een archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende en karterende fase). Transect-rapport 1037. Utrecht. KuiperCompagnons, 2026. Wevershoeve Ridderkerk. Schetsontwerp 17-04-2026. Rotterdam. Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, IL.
Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Schoonhoven. A.V., 2026. Programma van Eisen-boren. Noldijk 41. PvE2026020 (A2025302). Rotterdam. Stouthamer, E., K.M. Cohen & W.Z. Hoek, 2015. De vorming van het land. Geologie en geomorfologie. Zevende geheel herziene druk. Utrecht. Vos, P., J. Bazelmans, M. van der Meulen & H. Weerts, 2018. Atlas van Nederland ín het Holoceen. 10° druk. Amsterdam. Wesdorp, A.G.W., 1987a. Over een drietal Barendrechtse dijken. IL. In: Contactblad Historische Vereniging Barendrecht. 9° jaargang, nr. 32, 1987. Wesdorp, A.G.W., 1987b. Over een drietal Barendrechtse dijken. IL. In: Contactb/ad Historische Vereniging Barendrecht. 9° jaargang, nr. 33, 1987. Wolferen, W. van, 2024. Verkennend bodemonderzoek Noldijk 41 te Ridderkerk. RSK Netherlands BV rapportnummer 4510476.001(00). Ridderkerk. Zijverden, W. van & J. de Moor, 2014. Het groot profielenboek. Fysische geografie voor archeologen. Leiden.
apps.vertigisstudio.com archieven.nl archis.cultureelerfgoed.nl ahn.arcgisonline.nl bagviewer.kadaster.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl binnenwaard.nl bodemloket.nl dcmr.nazca4u.nl dinoloket.nl geschiedenisvanzuidholland.nl ikme.nl 30 iplo.nl legenda-bodemkaart.bodemdata.nl legendageomorfologie.wur.nl lokaleregelgeving.overheid.nl monumentenregister.cultureelerfgoed.nl omgevingswet.overheid.nl pdok.nl planviewer.nl ruimtelijkeplannen.nl sikb.nl streekarchiefijsselmonde.nl swaen.org vergeltungswaffen.nl zoeken.cultureelerfgoed.nl RUBICON Asdgekel de) 31 RUBICON Asdgekel de) Bijlage 1 — Inleiding Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) AD A20 Legenda 429000 200 200 500 ROO 1000 m Figuur 1: EEn EE Het plangebied op de archeologische beleidskaart (AWK) van de gemeente Ridderkerk. Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Bijlage 2 — Locatie en planvorming Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asägekel de) Ed 000 or veras man een Garwerkagdasn 43000 430000 4100 423000 id aan Figuur 2: Topografische kaart van het plangebied. u x Legenda | Foelie veele dd en Ermers Wack Ì ervarkes ereen 30000 425000 Figuur 3: Luchtfoto (2023) van het plangebied.
Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Google Maps Figuur 4: Google Streetview van het plangebied (2025), genomen vanaf de Gebroken Meeldijk, kijkend naar het zuidoosten. A1 Noldijk Figuur 5: Google Streetview van het plangebied (2025), genomen vanaf de Noldijk, kijkend naar het noordoosten. Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Figuur 6: Google Streetview van het plangebied (2025), genomen vanaf de Wevershoek, kijkend naar het noorden. Naielijk 41a Ridderkerk — Situatie Luchtfots KE KUIPERCOMPAGHCHS 006 Figuur 7: Huidige situatiefoto van het plangebied (bron: KuiperCompagnons, 2026). Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Schaal [t-10,oo0 ï / er ee rd Pe 7 Pal Pl Pal rr Gos” E, 0D 4 & 12 16 20m | Bila Situatietekening [Schaal [1400 Lacie | Nokdijk Ml te Ridderkerk Baum 15-1-2074 projeennr. | asmosze Tekenaas | CT Figuur 8: Boorpuntenkaart milieukundig onderzoek binnen het plangebied (bron: Van Wolferen, 2024). Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) ue ad p & Zar mag Ip, zoe cha vet Fe, rata Zaad, aa Farma meme oeh vorlshoudsnd. zaak á zeten bifesan, zi heerten. drkdine 1 Neben terme. Katte à Vasa pmd steek haters, vaatan Kie mak. meren tore.
hatsenhnaker, reutaal ras eraa, Zee ma Ps zoa an Et ni eral Mad growers Zand ral tan. ze lg, ke | oe ma fin ze zn ze ur, Esraa maren, guns verraad u Ban el ete ahaaa eeste Ei r, Naert giaswat, Kaartoar & voet pent. veras steken, er bigeirei, Easbnieboar Tore a aat A el sosbun Ederonboy ent eren zo, Heurtmal gerwen. Samber Meutmmed oren Heerden vaken re, amal geben : à Kerrteer Geeste El wan je vaag Ap, zwak Ei, zi ore vauend geft ran, Fret rag fin, zwok sl mel Baaren, HE geet en mati ze LL omasmaal beige E bn, Ewa seg toren [| amaaouderd, sore eer. mol gent, vete brug, e \Eeimanteer | Pen ar ze ea sake riba | Kie zwak zeen, mara | bna, Emants rent mont ln ag vn zeeen gend, mag Bakteeatoarend | ertsen, Coelraarter, Cesta) Figuur 9: Boorstaten milieukundig onderzoek binnen het plangebied (bron: Van Wolferen, 2024). Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asägekel de) KUIPERCOMPAGHOMS 28 Figuur 11: Artíst impression van de herontwikkeling in het plangebied (1/2) (bron: KuiperCompagnons, 2026). Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asägekel de) KUIPERCOMPAGHCHS 2026 Figuur 12: Artíst impression van de herontwikkeling in het plangebied (2/2) (bron: KuiperCompagnons, 2026). Doorsnede KUIPERCOMPAGHOMS 2026 Figuur 13: Maaiveldhoogtes binnen de herontwikkeling in het plangebied (bron: KuiperCompagnons, 2026).
Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Bijlage 3 — Landschappelijke informatie Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Legenda LJ Fangstsec Noldijk 41 peen t: Tincieramekg eier Naidijk 41 " A on Ï Gemaontegrenzen el — Aalt ee En Pravineegrercen pd ij Holoceen landschap En pj Ee ii 9000 voor Chr. 3850 voor Chr. 2750 voor Chr. Pleistoceen landschap =n Berne ar oe de En rn ef Symbolen 1500 voor Chr. 500 voor Chr. en 250 voor Chr. Figuur 14: Het plangebied op de paleogeografische kaarten (voor Chr.). Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie Fe Á 1850 na Chr. Figuur 15: Het plangebied op de paleogeografische kaarten (na Chr.). RUBICON Asdgekel de) Legenda LJ Fangstsec Noldijk 41 LE H Dectertmnsksgetnierd Noldijk 41 Smaal | Gemnontegrenzen mn Ì |_ Frnoegrercen _—_ Holoceen landschap Neta Pleistoceen landschap Bees an va ede Symbolen Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asi HEK! 52000 Ee eN Legenda k PE AN 5 Bn, ZN 5 6 EDE [2 1% : i Stroomgordels menten. u gl Ten, an wee Dn 383 | 1 ses a Ì 4 î o zon 400 SRO en _ aen Figuur 16: Het plangebied op de paleogeografische stroomgordelkaart (Cohen en Stouthamer, 2012).
Ez HEDEN) N Legend Ne Geologische kaart 2021 Ne Peen Tat Ne an: Ez „ie 8 2 Ee 5 IE ie í Î ' À 4 k A} } Ni has lij a z0û 00 mn u aenan SD Figuur 17: Het plangebied op de geologische kaart. Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asägekel de) AED EEL A: Top Pleistoceen (tov. huidige situatie) MEE en L Nl A a, [ 1e Ken Mins [ wan jg ij Fb NK Ë 1 Ô ee Á 7 5 À oe F 5 \ ze ú À Ed / mk FE Ens an En „et 5 Dd Dre zi 5 Di ek ij H | [5 no 200 ano 500 ROO 1000 m m genan 22100 Figuur 18: Het plangebied op de Top Pleistoceen-kaart. BEDEK) BAO ! Legenda \ Geomorfologische kaart A De, : ei . zl ze s, 8 \ N / À # \ LE 4 MT2 5 EEN À \ i IJ ï ï Be [ Ë K 5 d À EET | ! \ == z 4 / E Ë \ f (872 RTI \ A a, ins if En ee Í M73 ES ee 2 Mr vd ve Á Se, ei Mä1 lij zon ana li zoa 1000 m Se le 22100 Figuur 19: Het plangebied op de geomorfologische kaart. Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) HED 000 Legenda hed en E % E=] 5 Bl Ei 5 5 3 k \ Î / ra \ A A a zon anû 500 ROO 1000 m gans S2000 Figuur 20: Het plangebied op het AHN. EL Belthel \, Legenda (A Kk Mn25A LE ig MaisA \ ET en Mn3sa hd 4 Na, Je he 0 3 ri 3 | / \ d Ë | MndSA H Misa ik CT 7 im: We À EEL MESA Ja00t Figuur 21: Het plangebied op de bodemkaart.
Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Bijlage 4 — Archeologische informatie Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) 420000 429000 EE BEEN sE vee antennen wear B veins AKD 420000 ern 3092818100 3 Ô Î IE 2790732100 Î 3093011400 13048100 Ed 505100 26100 Els 420000 Figuur 23: Het plangebied met ARCHIS-meldingen. Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Bijlage 5 — Cultuurhistorische informatie Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) een eter : s Zn aant srt cet ER 4 ee Ne Vel fw weke” wet | Ee u Ts e- CANE WAA er LENIG hd ie „ wd eid - Perk) Soncete Vp Met / lane a Varatrert A fi Jaart À Eee Tet Metel. Lore vr] ht Ä Ze: i ed pu Te En ne ge A | Figuur 24: Het plangebied op de kaart van de heerlijkheid Ridderkerk van 1723 E Legenda bn ki, N El \ he en Hi le Ee = Z 1811-1832 ee el, kad 28099 Figuur 25: Het plangebied op het kadastrale minuutplan van 1811-1832 Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Legenda prees hi Figuur 27: Het plangebied op de topografische kaart van 1900.
Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Legenda je ie, p3i Ie | pe 1950 EN Strevelshn Ne & \ 8 Men re sn Li NE) Aen dt vl 0 zon 200 500 ROO eel ad i- d ag amocn ip E ar Een n n . Figuur 28: Het plangebied op de topografische kaart van 1950. 3000 le N SN \Ambacht Se Polder Er (NE 5 A | WAN Legenda 2000 en) S rev W / e/ { A15 Figuur 29: Het plangebied op de topografische kaart van 2000. Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Bijlage 6 — Verwachtingsmodel, conclusie en advies Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie RUBICON Asdgekel de) Figuur 30: Advieskaart vervolgonderzoek binnen het plangebied. BROOD SECO 5 Legenda Advieszones weleer eraa Bie le De Ed 5 Fi al f È de 5 H \ Ë : Ko ee fj i \ t 5 El E, B 0 200 BROM 2200 Rubicon Erfgoed // Adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie