CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA-ond.-bijlage 12. Bouwhistorische verkenning

Gemeenteraad RK 15 oktober 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 8: Onderbouwing BOPA Noldijk 41 (Wevershoeve)11.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

4 Es EE ; bureau v voor en önderzoek J.A. van der Hoeve RE Dn An en — Acaciastraat’ 12bisA, 3551BG Utrecht - en 3 OE ë A En „06: 11360167 Een mil on 5 ZES ns he S

Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) bouwhistorische verkenning Opdrachtgever: Herkon BV Uitvoering: bureau voor bouwhistorisch onderzoek J.A. van der Hoeve Onderzoeker(s): J.A. van der Hoeve onderzoeksperiode: april 2026

Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 1. Inhoud 1 1. Inhoud 3 . Voorwoord 5 3. Bouwgeschiedenis 5 8 l De 3.1. De oudste kern, woongedeelte uit de vroege 18% eeuw 3.2. Het eerste deel van het bedrijfsgedeelte, late 18%° eeuw 0 3.3. Uitbreiding van het bedrijfsgedeelte en modernisering van het woongedeelte, vroege 19%° eeuw 12 3.4. Verstening van het bedrijfsgedeelte, 19% eeuw 12 3.5. Verdere verbouwingen in de 19% en 20° eeuw 14 3.6. Herbestemming tot restaurant, late 20°® eeuw 17 4. Beschrijving en analyse van de gevels 17 4.1. Noordoostgevel of voorgevel van het woongedeelte 21 4.2. Noordwestgevel van het woongedeelte (Noldijk) 25 4.3. Noordwestgevel van het bedrijfsgedeelte (Noldijk) 28 4,4. Zuidoostgevel van het woongedeelte 30 4,5. Noordoostelijke kopgevel van het bedrijfsgedeelte 31 4.6. Zuidoostgevel van het bedrijfsgedeelte 34 4.7. Achtergevel van het bedrijfsgedeelte (zuidwestgevel) 37 5. Constructie van het woongedeelte 37 5.1. Balklaag boven de begane grond 41 5.2. Kapconstructie 44 5.3. Balklaag van de woonkeuken 45 6. Constructie van het bedrijfsgedeelte 45 6.1. Gebinten van het bedrijfsgedeelte 52 6.2. Kapconstructie van het bedrijfsgedeelte 54 6.3. Balklaag van de paardenstal 57 7. Kleurinventarisaties van het woongedeelte 67 8.

Conclusies Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 2. Voorwoord Dit bouwhistorisch onderzoek met waardestelling van de Wevershoeve, gelegen aan de Nol- dijk 41, 2988 CD te Ridderkerk is opgesteld door het bureau voor bouwhistorisch onderzoek J.A. van der Hoeve in opdracht van Herkon BV De Wevershoeve is sinds 30 november 1971 een rijksmonument (nummer 32513) met de om- schrijving: ‘Boerderij uit de eerste helft van de 18e eeuw met in de voorgevel kruiskozijnen en luiken uit de bouwtijd en ingangspartij met rijk gesneden deur en hoofdgestel uit omstreeks 1800. In de zijgevel vensters met zesruitsschuiframen waarvan de middenstijlen snijwerk ver- tonen, begin 19e eeuw. Langgerekte stal, evenwijdig aan de dijk, met opgewipte hooiluiken in het rieten dak. Inwendig plafond, schouwen, gang en bedsteden uit omstreeks 1800 en deuren uit de bouwtijd’. Dit rapport is niet het eerste bouwhistorisch onderzoek van de Wevershoeve. Eerder heeft een ‘cultuur- en bouwhistorische onderzoek’ plaatsgevonden door COUP uit Delft (2024), een gespe- cialiseerd bureau op het gebied van erfgoedontwikkeling.

Dit rapport ‘De Wevershoeve, Cul- tuur- en bouwhistorische Onderzoek, Noldijk 41, 2988CD te Ridderkerk’ liet echter veel vra- gen over de bouwgeschiedenis onbeantwoord, terwijl de waardestelling te globaal was voor de planvorming. Daarom heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden door H.J. Derksen van Sterre- bos Advies (2026): “Toekomst voor de Wevershoeve Advies voor aanpassing van de plannen voor herontwikkeling, met cultuurhistorie als inspiratiebron’. Hij heeft ook aandachtspunten voor na- der bouwhistorisch onderzoek geformuleerd, die van belang zijn bij de beoogde herbestemming van boerderij-restaurant tot woningen: * _ouderdomsanalyse van aanwezige houtconstructies, vensters, ruiten, luiken, baksteen en voegspecie. * datering van het metselwerk. * _de vraag of de boerderij gefaseerd zou kunnen zijn gebouwd en uitgebreid, ofwel dat oude materialen zijn hergebruikt van een eerder pand of van een andere locatie. + de vraag of het schuurgedeelte oorspronkelijk voorzien zou kunnen zijn geweest van houten wanden (gepotdekseld), mede gelet op de op een plek toegepaste schuine strek (stroomlaag). * _ verklaring van de lichte knik in de muur aan de Noldijk in samenhang met (mogelijke fasering van de) constructie? e historisch kleuronderzoek van de vensters en luiken, met name naar de dieper liggende witte vlakken (“spiegel”) van de luiken.

Vanwege de hoge kosten van een volledig kleuronderzoek, heeft in deze fase eerst een ‘kleurinventarisatie’ plaatsgevonden. Met een kleurinventarisatie kan worden vastgesteld of er veel of weinig kleurlagen zijn en of de verschillende kleurlagen goed zijn vrij te leggen. In veel gevallen volstaat derge- lijk onderzoek voor een goede kleurkeuze. In geval van bijzondere vondsten of vele kleurlagen, kan alsnog worden besloten tot een onderzoek (inclusief microscopisch en chemisch onderzoek). * aanvullende waardestelling van de gevels en constructie. Het onderzoek ter plaatse geschiedde op 20 en 24 april 2026. Dat is ook de datum van alle foto’s, tenzij anders vermeld. Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Om een goed beeld te verkrijgen van de oorspronkelijke balklagen en constructies, heeft op enkele plaatsen een gedeeltelijke ontmanteling plaatsgevonden. Daarbij zijn op basis van een voorafgaande waardestelling gaten gemaakt in voorzetwanden en verlaagde plafonds. De Wevershoeve ligt ongeveer 45 graden gedraaid ten opzichte van de noordpijl. Dat wil zeg- gen dat de voorgevel naar het noordoosten is gekeerd, de gevel aan de Noldijk naar het noord- westen, de achtergevel naar het zuidoosten en de lage gevel aan het erf de zuidoostgevel.

Op de opmetingen van de SHBO (Stichting Historisch Boerderij Onderzoek) worden de gevels respectievelijk als noord-, west, zuid en oostgevel genoemd. Om aan te sluiten op het rapport van COUP wordt hier gekozen voor de feitelijke windrichtingen. Verder gaat veel dank uit naar iedereen die heeft geholpen bij het onderzoek en de totstandko- ming van het rapport, vooral de heer P. van Dijk van Herkon BV. Utrecht, 20 mei 2026 Jan van der Hoeve Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 3. Bouwgeschiedenis De bouwgeschiedenis van de Wevershoeve valt moeilijk te doorgronden, vanwege de ingrij- pende verbouwingen ten behoeve van het restaurant (1979/ 1996). De indeling en de interieur- afwerking zijn vrijwel geheel verdwenen. Bouwsporen aan de binnenzijde gaan schuil achter voorzetwanden en verlaagde plafonds. 3.1. De oudste kern, woongedeelte uit de vroege 18% eeuw Bij het huidige onderzoek is vastgesteld het voorste deel van het voorhuis de oudste kern van de Wevershoeve is. De gevels zijn uitgevoerd in kleine geeloranje baksteen in kruisverband (IJsselsteentjes). De brandmuur was (grotendeels?) een buitengevel, uitgevoerd in schoon metselwerk (wit gekalkt). Er moet sprake zijn geweest van een bedrijfsgedeelte, wellicht in de vorm van een kleinere aanbouw of als afzonderlijk gebouw. Hierover zijn geen gegevens beschikbaar.

JEN Lj] ir ze ï al ij 7 TTE en L el Á | E Ni al | LE Î 8, jn ie pe à E EN Se í | Es DE led hu Lik a Ge EES ï RE —_ SE rn | Ee al al Ie a _N B ik BE | mi 5 | | es i ed de En _ , like dili Ee > ee PT me , F B Zuidoostgevel en plattegrond van de Wevershoeve, uitsnede uit de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBOO0137.001). Ingetekend de oudste kern van het gebouw (woongedeelte). Er zijn gegevens over een al of niet vrijstaand bedrijfsgedeelte beschikbaar. Op de begane grond van het woongedeelte bevond zich tegen de achterwand een brede schouw, waarvan alleen het rookkanaal op de zolder nog aanwezig is. Dit doet vermoeden dat er sprake was van een ongedeelde ruimte bevatte. De indeling van de gevels, de aard van de balklaag en kapconstructie zijn onbekend. Mogelijk was alleen het recent verdwenen kruis- venster in de noordoostelijke geveltop origineel. Op basis van het metselwerk en (de afbeelding van) het kruisvenster wordt een datering in de vroege 18% eeuw vermoed. Ook eerder is deze datering aangehouden op stilistische gronden. -5- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Er zijn geen afbeeldingen van het gebouw in zijn oorspronkelijke opzet of uitvoering.

Er is wel een laat-17®®-eeuwse ‘Kaart van het oude en nieuwe land van Barendrecht’, waarop di- verse kleine huizen langs de Noldijk staan getekend, eenlaags bakstenen huizen met zadelda- ken tussen topgevels. Ook ter plaatse van de Wevershoeve staat zo’n huis getekend. Helaas is de kaart niet betrouwbaar, want al deze huizen zijn hetzelfde weergegeven. Er lijkt daarmee eerder sprake van een symbool of schema. Verder staan er enkele boerderijen met hooibergen getekend. Jongere kaarten van het gebied geven geen informatie over de bebouwing. Ongedateerde en ongesig- neerde ‘Kaart van het oude en nieuwe land van Barendrecht’, 17° eeuw (Nationaal Archief, NL- HaNA 4.VTH 2126). Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Overzicht van de voorgevel, foto van G.J. Dukker uit april 1968 (RCE beeldbank, nr. 117371). De ge- veltop hoort bij de oorspronkelijke opzet, afgezien van het wolfseind. Het kruisvenster op de zolder lijkt origineel (intussen gesloopt). De begane grond is vernieuwd en heringedeeld in de vroege 19* eeuw. -7- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 3.2. Het eerste deel van het bedrijfsgedeelte, late 18% eeuw? Het langgerekte bedrijfsgedeelte is in twee fasen tot stand gekomen, vermoedelijk kort na el- kaar. De gebintconstructies uit beide fasen zijn bijna identiek.

Meest opvallend is het verschil in hoogte onder de onderste ankerbalk, namelijk 246 cm (vanaf huidige vloer) in het voorste deel en ca 300 em in het achterste deel. De buitengevels waren ongetwijfeld in hout uitge- voerd (gepotdekseld). Hiervan zijn enkele voorbeelden in de regio te vinden. De eerste fase bestond het bedrijfsgedeelte uit vijf traveeën. De voorste travee (met de woon- ruimte) is smaller dan de volgende drie. De grootte van de laatste travee is onbekend. Deze is gesloopt bij de uitbreiding. In de tekening is hij smaller getekend, zoals de voorste. De enige concrete aanwijzing voor de oude lengte is een las in de langskoppelplaat. Als genoemd was de eerste travee van het nieuwe bedrijfsgedeelte ingericht als woonruimte. De gevels hiervan waren in baksteen uitgevoerd. In de gevel aan de Noldijk is deze uitbrei- ding herkenbaar aan het afwijkende metselwerk van het woongedeelte, dat afsluit met een duidelijk hoekverband. Het bedrijfsgedeelte omvat een deel en een zolder. In de gevel aan de Noldijk bevinden zich dakopbouwen onder golvingen van het rieten dak. Mogelijk bevonden zich meerdere deuren in de gevel. In de lagere zijbeuk bevonden zich koestallen met een hooizolder. de zj sie E in de i—i be Al een Zuidoostgevel en plattegrond van de Wevershoeve, uitsnede uit de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBOO0137.001).

Tegen het woongedeelte is de eerste fase van het huidige bedrijfsgedeelte tot stand gekomen, ongetwijfeld nog voorzien van houten wanden (gepot- dekselde delen?). De eerste travee was ingericht als onderdeel van het woongedeelte. De wanden daarvan zijn uitgevoerd in baksteen. Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De vlasboerderij Noldijk 126 te Barendrecht in november 1966, foto G.J. Dukker (RCE beeldbank, 108678). Deze boerderij lijkt in zijn hoofdvorm sterk op de Wevershoeve voorafgaand aan de uitbrei- ding van het bedrijfsgedeelte. Opvallend zijn de deuren in de langsgevel en de dakopbouwen onder de golvingen van het rieten dak. Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 3.3. Uitbreiding van het bedrijfsgedeelte en modernisering woon- gedeelte, vroege 19%° eeuw Het tweede deel van het bedrijfsgedeelte is korte tijd later tot stand gekomen, bestaande uit drie traveeën. Ten behoeve van een goede aansluiting is de achterste travee van het ‘oude’ be- drijfsgedeelte gesloopt, dat wil zeggen de constructie en de houten wanden. De nieuwe con- structie is nagenoeg gelijk aan de oude. De wanden waren nog steeds van hout. De gesloopte onderdelen van de achterste travee zijn vermoedelijk hergebruikt in de kap van het woongedeelte.

Dat betekent dat de modernisering van het woongedeelte in dezelfde peri- ode moet zijn gebeurd, wellicht zelfs gelijktijdig. Zuidoostgevel en plattegrond van de Wevershoeve, uitsnede uit de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBOO0137.001). Het bedrijfsgedeelte is verlengd, na sloop van de oude achtergevel. Het woongedeelte en enkele woonruimten in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte zijn groten- deels vernieuwd, waarbij de balklaag boven de begane grond en de kapconstructie (met hergebruikte onderdelen) geheel zijn vernieuwd. De indeling is gewijzigd, waarbij onder meer de schouw tegen de brandmuur is gesloopt in verband met de nieuwe middengang. De beide wanden van de middengang zijn dragende muren. De modernisering van het woongedeelte bestond uit de vernieuwing van de indeling van de begane grond, waarbij tevens een middengang tot stand kwam. Een brede doorbraak in de oude brandmuur verbond het woongedeelte met de woonruimten in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte. De oude schouw tegen de brandmuur is verdwenen, een nieuwe is geplaatst tegen de voorgevel, waarbij het rookkanaal is versleept naar de nok van het dak. Vóór 1971 waren er ook nog interieur-afwerkingen uit deze periode aanwezig (zie omschrijving als Rijksmonument).

-10- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De balklaag in het woongedeelte is geheel vernieuwd, de kap vervangen met gebruik van her- gebruikt hout (afkomstig uit een gebintconstructie). De balklaag op de begane grond heeft een te grote overspanning. Hieruit kan worden opgemaakt dat hij in samenhang met de nieuwe in- deling met de middengang tot stand is gekomen. Het metselwerk van de begane grond van de voorgevel is vernieuwd, waarbij een nieuwe en- tree en een venster zijn geplaatst. In de noordwestgevel aan de Noldijk zijn nieuwe vensters in empirestijl geplaatst. De paarsgewijze plaatsing komt overeen met de indeling in kamers. vd En Fr Uitsnede uit de kadastrale minuut van de gemeente Ridderkerk, sectie D ‘De Zwet’ uit circa 1830 (RCE beeldbank, MIN08170D04). Het gebouw heeft zijn huidige omvang. De toenmalige eigenaar was Maaike Nugteren’. De inschrijving in de OAT is later aangevuld met de tekst, weduwe (van) Pie- ter Visser. Mogelijk is zij verantwoordelijk voor de grootschalige verbouwingen uit de vroege 19% eeuw. ! RCE beeldbank, OATO8170D019. OAT is oorspronkelijke aanwijzende tafel, de eerste lijst met eigenaars beho- rende bij de kadastrale minuut van circa 1830. -11- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 3.4.

Verstening van het bedrijfsgedeelte, 19%° eeuw Het bedrijfsgedeelte moet in de loop van de 19% eeuw zijn versteend, waarbij de houten ge- vels zijn vervangen door bakstenen gevels. De eerste travee van het bedrijfsgedeelte was al eerder versteend (tn verband met de woonfunctie), zoals herkenbaar is aan de koude bouw- naad in de gevel aan de Noldijk. In de zuidoostgevel van het bedrijfsgedeelte bevinden zich twee vermoedelijk originele gietijzeren stalraampjes, die een indicatie kunnen geven van de verstening (derde kwart van de 19% eeuw?) 3.5. Verdere verbouwingen in de 19% en 20°* eeuw Latere verbouwingen in de 19% en 20°° eeuw zijn nauwelijks meer aan het gebouw af te le- zen. De tekening van J. Verheul uit 1934 en de opmeting van het SHBO uit 1963 (Stichting Historisch Boerderij Onderzoek) doen vermoeden dat er heel weinig aan het gebouw veran- derd is, afgezien van enkele incidentele aanpassingen in indeling en interieur-afwerking van het woongedeelte. Zo moet het afwijkende venstertje in de noordwestgevel van het woonge- deelte uit de late 19% eeuw stammen. De indeling van dat raampje in tussen 19354 en 1963 vernieuwd. Over wijzingen in het bedrijfsgedeelte zijn evenmin gegevens bekend. Mogelijk is wel de op- stelling van de koeien in de stallen gewijzigd. De oorspronkelijke nekbalk tegen de gebintstij- len is namelijk verdwenen.

Eén opmerkelijke verandering kan nog wel worden genoemd, na- melijk het aanbrengen van extra schoren in de gebinten van het bedrijfsgedeelte. De deur in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte is dichtgemetseld voor 1934. Op de te- kening van Verheul is een lichte contour zichtbaar. De Wevershoeve omstreeks 1934, aquarel van de architect J. Verheul (Rotterdams Archief, NL- RtSA 4081 VERHEUL-NR-404). _12- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek E = En a =e Ee . _ = fi = BOAT dee) 2 WOE EH id | | WETEN ee | | mmm _ : | Gevels, plattegrond en doorsnede van de Wevershoeve, opmetingstekening van A. Kooiman uit decem- ber 1963 (RCE beeldbank, SHBO0137.001). ZOMEN WAR BOEDDERIJ MOLDOE 30 DOCERD GEM TIDDEDLENE Zi H Np | Ë | == ee ze = s Te OCL td, | | | | | | | : gehad ik Í 5 | UEEGENEL teen zeer ZENE TE Gevels, plattegrond en doorsnede van het zomerhuis van de Wevershoeve, opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBOO137.002). -13- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 3.4. Herbestemming tot restaurant, late 20°“ eeuw Met de herbestemming tot restaurant in 1974 (bedrijfsgedeelte) en 1987 (woongedeelte) en de grondige modernisering en uitbreiding in 1996 (aanbouw aan de zuidoostzijde) zijn de inde- ling en interieur-afwerking van de gehele boerderij nagenoeg geheel vernieuwd.

In het rapport van COUP is dat proces benoemd.” Aanvullend op de waarnemingen van COUP moet hier nog worden toegevoegd, dat alle metselwerk van de buitengevels (stevig) gereinigd en alle voegwerk vernieuwd is. Aan de binnenzijde zijn voorzetwanden geplaatst, voornamelijk be- staande uit een schil van Ytongblokken en een afwerking van gipsplaten. Toch valt nog veel aan het gebouw af te lezen, vooral in de bouwmassa, de gevels en het casco. EEGAHE AHO noord Plattegrond van de begane grond ten behoeve van een aanvraag ingevolge de drank- en horecawet in 1997, tekening architektenburo C.R. Baart BV uit Rotterdam (archief Herkon BV). 2 COUP,‚ De Wevershoeve, Cultuur- en bouwhistorische Onderzoek, Noldijk 41, 2988CD te Ridderkerk, Delft 2024. _14- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Fragmenten van het 18“-eeuwse metselwerk (links) en vroeg-19*-eeuwse metselwerk (rechts) na rei- niging en vernieuwing van het voegwerk. De buitengevels van het bedrijfsgedeelte zijn voorzien van een binnenschil van Ytongblokken en een voorzetwand van stijl- en regelwerk met gipsplaten. Bij het onderzoek zijn enkele gaten gemaakt om de gebintstijlen en aansluitingen van de korbeels in het zicht te brengen.

Vanwege de voorzetwanden van Ytongblokken viel op dit moment niet vast te stellen of er op de stijlen nog bouwsporen zijn van de oorspronkelijke houten wanden (gepotdekselde delen?) -15- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek LA DO | hè ezT0 aes ai |l Il en Il En ; 5 LL ene u _\ [ra TE Et _ goord Bouwfasering van het casco van de Wevershoeve, ingetekend op de plattegrond van de begane grond ten behoeve van een aanvraag ingevolge de drank- en horecawet in 1997, tekening architektenburo C.R. Baart BV uit Rotterdam (archief Herkon BV). Niet ingetekend zijn de binnenwandjes en schuifwanden uit de late 20"* eeuw. | vroege 18°“ eeuw ml late 188° eeuw zl vroege 19% eeuw El 19° ouw L_ 20° eeuw -16- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 4, Beschrijving en analyse van de gevels 4,1. Noordoostgevel of voorgevel van het woongedeelte De voorgevel is een eenlaags topgevel, waarvan de bovenzijde is afgesnoten door een wolfs- eind. De gevel is opgetrokken in een zacht-oranjegele baksteen in kruisverband (vroege 18% eeuw), vermoedelijk een IJsselsteen.” De invlechtingen van de geveltop zijn origineel. Het is sterk de vraag of dat ook geldt voor het wolfseind, een puntgevel lijkt een logische vorm.

Op de tekening valt een kruisvenster op zolderniveau te herkennen, voorzien van luiken in de on- derste vakken en roedenraampjes in de bovenste vakken. Dit venster lijkt vroeg-18%-eeuws. Helaas is onlangs een inschuifkozijn geplaatst, waarbij het oorspronkelijke kozijn nog slechts fungeert als een stelkozijn. ien 62 325 56 27 NOORDGEVEL Voorgevel van de Wevershoeve, uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBOO137.001). Ingetekend zijn het oorspronkelijke metselwerk uit de vroege 18% eeuw (oranje) en de vernieuwde begane grond uit de vroege 19“ eeuw (geel). De onderbroken lijn op de begane grond markeert afwijkend metselwerk. 3 Het baksteenformaat is 17-18 x 8-9 x 4-4 cm, de tienlagenmaat 51% -52 cm (gemeten op de voorgevel). -17- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De begane grond is geheel vernieuwd in een veel gelere IJsselsteen in kruisverband®, via rechte bouwnaden aansluitend op de rechterhoek (voorgevel) en omgezet over de linkerhoek (zuidoostgevel). Het venster aan de linkerzijde en de voordeur horen bij deze bouwfase. Op- merkelijk is het gesloten vlak rechts van de voordeur. Het metselwerk van de dichtzetting is bijna identiek aan dat van de begane grond, afgezien van een iets lichter gele kleur en een iets afwijkende tienlagenmaat.” Ook dit is IJsselsteen.

De rechter bouwnaad bevindt zich ca 83 cm uit de hoek, de linker bouwnaad ca 408 cm uit de hoek. Er lijkt sprake van een dichtgezet venster (vroege 19% eeuw). Dat is in tegenspraak met de positie van de schouw in de achterliggende kamer. Dit is ook de enige logische plek voor een schouw, mede gerelateerd aan de schoorsteenraveling in de nok van de kap. Misschien is de opbouw van de muur hier aangepast op de positie van de schouw. { Links: overzicht van de voorgevel, foto van G.J. Dukker uit april 1968 (RCE beeldbank, nr. 117371). Rechts: overzicht van de voorgevel in 2026. Het venster op de begane grond dateert vermoedelijk geheel uit de vroege 19% eeuw, hetgeen zowel de kozijnen als de roedenramen betreft. De luiken zijn duidelijk vernieuwd na 1968 (foto G.J. Dukker). Dat blijkt zowel uit de verschillen in breedte van de verticale delen en het ontbreken van de spijkers (spijkerpatroon) in de klampen. De gehengen lijken hergebruikt. De interpretatie van de hoofdentree is lastiger. Het kozijn is origineel, de hardstenen neuten en drempel zijn vernieuwd (1979). Het lijstwerk valt niet te dateren zonder kleuronderzoek (zie * Het baksteenformaat is 165-174 x 7V1-8Vs x 4 cm, de tienlagenmaat 47-48% cm. 5 Het baksteenformaat is 16%, -17% x 8-8% x 4 cm, de tienlagenmaat 50-50% cm. -18- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek hoofdstuk 7).

De paneeldeur kan nog vroeg-19%-eeuws zijn, afgezien van het onderpaneel. Ook lijkt de deur aan de onderzijde ingekort en voorzien van een weldorpel. Het bovenlicht is moeilijk te beoordelen. De paneelluiken erachter zijn 18%-of 19%-eeuws, maar de oorspronkelijke locatie ervan is onduidelijk. Helaas is de deur aan de binnenzijde af- getimmerd. | n oranjerode baksteen (vroege Links: het bovenste deel van de voorgevel. De geveltop is uitgevoerd i 18% eeuw), de begane grond in gele baksteen (vroege 19% eeuw). Rechts: bouwspoor op de begane grond van de voorgevel. Links: het vroeg-19*-eeuwse venster op de begane grond van de voorgevel, gezien vanuit de binnen- zijde. De betimmering van de neggen is verdwenen bij plaatsing van de voorzetwanden. Rechts: detail van het vroeg-19*-eeuwse venster in de voorgevel. Aan de binnenzijde is een voorzet- raam herkenbaar. De betimmering met gipsplaten is over dit voorzetraam heengezet. -19- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Links: detail van het vroeg-19*-eeuwse schuifraam op de begane grond van de voorgevel, gezien van- uit de binnenzijde. Links is een schuifje herkenbaar: Rechts: roedenkruising van het schuifraam op de begane grond van de voorgevel. Links: de hoofdentree in de voorgevel. Rechts: de voordeur van de hoofdentree in de voorgevel in empirestijl (vroege 19°“ eeuw).

De deur is ingekort aan de onderzijde, waarbij delen van het raamwerk en het onderpaneel zijn vervangen. Ach- ter het bovenlicht is een paneelbetimmering zichtbaar. . -20- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De noordwestgevel aan de Noldijk. 4.2. Noordwestgevel van het woongedeelte (Noldijk) De noordwestgevel aan de Noldijk is samengesteld uit een woongedeelte en bedrijfsgedeelte, gescheiden door een scherpe bouwnaad. Het woongedeelte is een eenlaags langsgevel, voor- zien van een overstekend rieten dak. Hij is geheel opgetrokken uit klein formaat baksteen (IJs- selsteen), waarin vier bouwfasen zijn te herkennen. Het linkerdeel (met drie vensters) is uitgevoerd in dezelfde oranjegele baksteen als de voorge- vel (noordoostgevel).° Een lichte knik markeert de beëindiging aan de rechterzijde, gecombi- neerd met afwijkingen in het metselverband. Deze overgang is ook herkenbaar in een verschil 6 Het baksteenformaat is 17-18 x 8-9 x 4-4 cm, de tienlagenmaat 51-52 cm. 21 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek in de balklaag op de begane grond, een brandmuur in de kap en de kapvorm. Vooralsnog wordt de datering in de vroege 18% eeuw aangehouden, zoals ook de voorgevel. Het rechterdeel van de gevel is uitgevoerd in (nagenoeg) hetzelfde metselwerk.

De verschillen in baksteenformaat en tienlagenmaat zijn niet significant. Een lichte knik markeert het fase- verschil, maar ook de ziende muurplaat. Het metselwerk sluit door middel van een rollaag/ stroomlaag op deze muurplaat aan. In dit geval wijst deze aansluiting niet op een faseverschil, maar op een volgorde van uitvoering van werkzaamheden. Eerst is de houtconstructie van het bedrijfsgedeelte (eerste fase van het bedrijfsgedeelte), daarna is de muur van de woonruimte in de voorste travee opgetrokken. Een datering is moeilijk aan te geven, maar moet tussen de vroege 18% eeuw en vroege 19% eeuw liggen. Vooralsnog lijkt een datering in de late 18° eeuw daarmee aannemelijk. : I fl dq L | zi | N I Zichtbare muurplaat, rk ! waar de bakstenen ie hd gevel tegen aan is | 1 | Ae | | om Ni Nl gemetseld. dl L | A Ad | N Oorspronkelijke woongedeelte Woonruimte in de eerste travee van de bedrijfsgedeelte Noordwestgevel van het woongedeelte van de Wevershoeve, uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBOO0137.001). Ingetekend zijn het oorspronkelijke metselwerk uit de vroege 18* eeuw (oranje) en de uitbreiding uit de late 18“ eeuw (licht-oranje). De vensters zijn nieuw aangebracht in de vroege 19% eeuw. Het groene vlak markeert een vernieuwing uit de late 19%“ eeuw of vroege 20“ eeuw.

Volgende bouwfase is de plaatsing van de vier vensters met schuiframen en luiken, die gelet op de gesneden middenroeden met lovertjes in de vroege 19% eeuw moeten dateren. Alle neg- gen vertonen bouwsporen van hakwerk en inboetingen. De strekse bogen zijn eveneens nieuw -22- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek toegevoegd in gele IJsselsteen. Deze vernieuwing hoort bij een herindeling van de begane grond van het woongedeelte, waarbij ook de balklaag en kap zijn vernieuwd. De vierde bouwfase in deze gevel betreft de plaatsing van het afwijkende venster aan de rech- terzijde, wellicht in de late 19% eeuw of vroege 20°* eeuw. Hij wordt volledig omgeven door heldergele baksteen van afwijkende maatvoering.’ Opmerkelijk is dat ook het bovenliggend metselwerk tot aan de muurplaat is vernieuwd. Wellicht bevond zich daar eerder een boven- licht. Het huidige venster staat reeds ingetekend op de tekening van Verheul uit 1934, maar wel met een afwijkende indeling van kozijn en raam. In zijn huidige vorm moet het venster dus uit midden van de 20°° eeuw dateren. De bouwnaad tussen het huidige woon- en bedrijfsgedeelte is een koude naad, zie zich afte- kent door twee aansluitend hoekverbanden. De twee noordelijke vensters in de noordwestgevel uit het begin van de 19° eeuw. De neggen zijn ver- hakt en ingeboet, de strekse bogen vernieuwd in gelere baksteen.

7 Het baksteenformaat is 17-18 x 8/5-9 x 4-4 cm, de tienlagenmaat is 53-53 cm. -23- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Links: het vierde venster van links in de noordwestgevel van het woongedeelte, eveneens ingevoegd in bestaand metselwerk (verhakte en ingeboete neggen en een strekse boog van gele steen). Rechts: het afwijkende venster in de westgevel van het woongedeelte. Duidelijk herkenbaar is de forse vernieuwing van gele baksteen. Bouwnaad in de noordwestgevel aan de Noldijk. Rechts van de onderbroken lijn sluit het metselwerk met een rollaag/ stroomlaag aan op de muurplaat. Deze muurplaat is onderdeel van de constructie van de gebinten in het bedrijfsgedeelte. 24 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De noordwestgevel van het bedrijfsgedeelte aan de Noldijk. 4,3. Noordwestgevel van het bedrijfsgedeelte (Noldijk) De eenlaags noordwestgevel van het bedrijfsgedeelte aan de Noldijk bestaat uit zes traveeën, alle met een hooggeplaatst venster in een dakopbouw. Het rieten dak is over de gevel heen ge- plooid. Tussen de derde en vierde travee is een lichte knik te zien, die H.J. Derksen in zijn rapport als een mogelijke bouwfasering aangeeft (2026). Dat klopt in zoverre, dat deze bouw- fasering wel te zien valt in de gebintenconstructie maar niet in het metselwerk van de gevel.

Ter plekke van de knik loopt het metselverband ononderbroken door. En dat sluit aan op zijn tweede vermoeden, dat de gevel oorspronkelijk in hout was uitgevoerd. Het is niet duidelijk wanneer de verstening heeft plaatsgevonden, zeker is alle dat dit gebeurd is na de eerderge- noemde uitbreiding van het woongedeelte. Een datering in de 19% eeuw lijkt daarmee aanne- melijk. Het metselwerk is geheel uitgevoerd in een geel-rozerode gemarmerde baksteen in kruisver- band. ® Er is opnieuw sprake van lokale steen, vermoedelijk IJsselsteen. Eén travee heeft afwijkend metselwerk in moderne IJsselsteentjes, namelijk de vijfde travee van links. Hier bevond zich oorspronkelijk een hoge houten poort met opgeklampte deuren, voorzien van een bovenlicht in een bakstenen dakopbouw. De gebintenconstructie tekent zich af door de langgerekte smeedijzeren ankers, alle met twee knopen. Bij de herbestemming tot restaurant zijn op de bouwnaden extra ankers in soortge- lijke vorm geplaatst, die geen functie hebben. 8 In de tweede travee van links is het baksteenformaat 15%-16 x 7-7% x 3-4 cm, de tienlagenmaat 46-46% cm. In de zesde travee van links is het baksteenformaat 14%:-15% x 7-8 x 3V:-4 cm, de tienlagenmaat 46%5-47 cm. -25- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De zuidelijke traveeën van de noordwestgevel aan de Noldijk.

De rode lijn markeert de plaats van de oorspronkelijke poort, voorzien van opgeklampte deeldeuren. Twee ankers zijn toegevoegd om de bouwnaden te camoufleren. Na de herbestemming tot restaurant zijn alle luikopeningen vervangen door en/of vergroot tot gestapelde vensters, waarvan de onderste met spiegelklampluiken. Oorspronkelijk was sprake van opgeklampte luiken, veel logischer in het bedrijfsgedeelte. Alle traveeën zijn gelijkgetrokken door identieke gevelopeningen. Dat wijkt sterk af van de oorspronkelijke opzet, die opgetekend is op de opmeting van A. Kooiman uit 1963. Van de deuropening in de eerste travee lijken de bouwsporen achter het reclamebord zichtbaar. WESTGENEL Noordwestgevel van de Wevershoeve, uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit decem- ber 1963 (RCE beeldbank, SHBOO0137.001). -26 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De noordwestgevel van de 70 (Stichting Oud Ridderkerk, 1219.813.005). In de eerste travee van het bedrijfsgedeelte is een dichtgezette deuropening zichtbaar: De noordwestgevel van de Wevershoeve omstreeks 1970 (https://rijsoord.nl/). Duidelijk herkenbaar zijn de deeldeuren in de eennalaatste travee in het bedrijfsgedeelte.

-27- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 4.4 Zuidoostgevel van het woongedeelte De zuidoostgevel van het woongedeelte is een eenlaagsgevel onder het overstek van het rieten dak, opgetrokken uit IJsselsteentjes in overwegend kruisverband. De rechterpenant lijkt nog grotendeels origineel, opgetrokken uit rozerode baksteen in kruisverband. De begane grond van de voorgevel is omgezet om de hoek (vroege 19% eeuw). Daarnaast bevindt zich een in- boeting van 19%-eeuws metselwerk (?). Voor het overige valt het metselwerk niet of nauwelijks meer te determineren, vanwege de vele aanpassingen, de nieuw geplaatste vensters en de dichtzetting van een deuropening (1986). LDJK SS RIJSOORD GEM RIDDEPKL IJ m_E Zuidoostgevel van het woongedeelte van de Wevershoeve, uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBO0137.001). Het oranjerode vlak markeert origi- neel vroeg-18*“-eeuws metselwerk. De gele strook op de hoek hoort bij de vernieuwing van de begane grond van de voorgevel in de vroege 19* eeuw. Het groene vlak hoort bij een dichtzetting (?). Het blauw aangemerkte muurwerk is onleesbaar door de vele aanpassingen, waaronder de dichtzetting van een deuropening, de nieuw geplaatste vensters en de herstellingen/ vernieuwing van metselwerk.

_2I8- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek gors Links: de zuidoostgevel van het woongedeelte. Rechts: het rechtervenster in de zuidoostgevel van het woongedeelte (1986). Rechts van het venster is een dichtzetting in gele baksteen zichtbaar, daarnaast muurwerk van oranjerode baksteen en de omzet- ting van de begane grond van de voorgevel (gele baksteen). -29 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 4.5. Noordoostelijke kopgevel van het bedrijfsgedeelte De noordoostelijke kopgevel van bedrijfsgedeelte is een asymmetrische topgevel, voorzien van een wolfseind, opgetrokken uit rozerode baksteen in kruisverband. De randen zijn afge- werkt met invlechtingen. Deze gevel wordt grotendeels afgedekt door het woongedeelte. Op de opmetingstekening van 1963 blijkt de gevel grotendeels blind, afgezien van een boven- lichtje. Op de begane grond zijn bouwsporen van een deuropening zichtbaar, vermoedelijk aangebracht omstreeks 1979 en dichtgezet omstreeks 1996. De vluchtdeur en -ladder op de zolder dateert uit circa 1996. Hij doorsnijdt de vlechtingen. IN Links: de noordoostgevel van het bedrijfsgedeelte, ter plaatse van de aansluiting van het woonge- deelte. Rechts: de dichtgezette deur op de begane grond. -30 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 4.6.

Zuidoostgevel van het bedrijfsgedeelte De zuidoostgevel van het bedrijfsgedeelte is een lage eenlaagsgevel, oorspronkelijk beho- rende bij de veestallen. Op de opmeting van 1963 valt dat goed te herkennen door de stal- raampjes en de deuropeningen (met opgeklampte deuren). Dit deel van de gevel is bij de her- bestemming in 1979 geheel vernieuwd in metselwerk van gele IJsselsteen. Men heeft gekozen voor een uitvoering in staand verband in plaats van kruisverband, waarmee de vernieuwing duidelijk herkenbaar is. Het nieuwe metselwerk is gedeeltelijk omgezet over de achtergevel, opdat daarmee tevens een oude grupdeur kon worden dichtgezet. Alleen aan de noordzijde zijn twee fragmenten van de originele gevel behouden gebleven, herkenbaar aan het metselwerk in kruisverband. Dat betreft het muurdeel ter hoogte van het portaal van het restaurant, voorzien van twee gietijzeren stalraampjes. Het voorste deel van de gevel hoorde bij de woonkeuken, geplaatst in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte. Dit muurdeel is aan twee zijden afgetimmerd met voorzetwanden en kasten. Er zijn nog slechts fragmenten bewaard vanwege doorbraken. Het venster van de woonkeuken is vergroot tot een brede deuropening, voorzien van een deurstel (later weer afgetimmerd). Pan Ben a an oane: wets GE nn Rama.

am Ge GE men a d 1 | li dm sE in Zuidoostgevel van de Wevershoeve, uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBO0137.001). Rood omkaderd de enige gedeelten van deze gevel die behou- den zijn bij de laat-20“-eeuwse verbouwingen. De zuidoostgevel van de Wevershoeve. -31- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Links: het geheel vernieuwde achterste deel van de zuidoostgevel van de Wevershoeve. Rechts: het geheel vernieuwde middelste gedeelte van de zuidoostgevel. * IN, Links: het vernieuwde metselwerk van de oostgevel is om de hoek van de achtergevel omgezet. Midden: de dichtgezette grupdeur in de achtergevel. Deze dichtzetting sluit aan op het vernieuwde metselwerk van de zuidoostgevel. Rechts: een fragment ‘origineel’ metselwerk van de oostgevel, deels ingebouwd in het portaal van het restaurant. Dit metselwerk stamt waarschijnlijk uit de 19% eeuw. Links: een 19%-eeuws gietijzeren stalraampje in de zuidoostgevel. Rechts: een gietmerkje op het gietijzeren stalraampje in de zuidoostgevel (1402). -32- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek / IB) Links: het noordelijke gedeelte van de zuidoostgevel van het bedrijfsgedeelte van de Wevershoeve (woonkeuken), uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeld- bank, SHBO0O137.001).

Het kader geeft aan waar een nieuwe deuropening is gemaakt. Het venster van de woonkeuken heeft op deze tekening een T-schuifraam, passend bij een 19°°-eeuwse modernisering. Rechts: hetzelfde gedeelte van de zuidoostgevel van het bedrijfsgedeelte van de Wevershoeve, gezien tussen de voorzetwanden aan weerszijden. Het venster met het T-schuifraam (late 19° eeuw) is ver- vangen door een bredere deuropening. Het deurkozijn met de scharnieren is nog net herkenbaar op deze foto (scharnieren omcirkeld). Daarmee is de negge in het metselwerk ook te ontwaren (pijl), ver- moedelijk de negge van het verdwenen venster: -33- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 4,7. Achtergevel van het bedrijfsgedeelte (zuidwestgevel) De achtergevel van het bedrijfsgedeelte is een asymmetrische topgevel, waarvan de punt is afgesnoten door een wolfseind (rietgedekt). Het metselwerk is uitgevoerd in IJsselsteen in kruisverband. Opmerkelijk is het verloop van de tienlagenmaat (45-49 cm)’, hetgeen ver- moedelijk te maken heeft met een lastige uitvoering bij het hellende beloop van het maaiveld. Er lijkt geen sprake van verzakkingen. De randen van de gevel vertonen oorspronkelijke in- vlechtingen. Het metselwerk van de linkerhoek wijst erop dat de gevels van de noordwestgevel (Noldijk) en achtergevel (zuidwestgevel) in één bouwfase tot stand zijn gekomen.

ZUIDGEVEL Zuidwestgevel van de Wevershoeve, uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBO0137.001). Het blauw gekleurde vlak markeert de dichtzetting van de grupdeur, uitgevoerd als onderdeel van de vernieuwde zuidoostgevel (1979). Opvallend is de ‘willekeurige’ plaatsing van de vensters. Vier vensteropeningen lijken origi- neel, hoewel de hoekverbanden van de neggen enigszins geïmproviseerd van uitvoering zijn. Aan de onderzijde is steeds sprake van een halfsteens rollaag en een terugliggende platlaag. De bovenzijden zijn afgezet met halfsteensrollagen. De twee vensters op de begane grond horen bij de paardenstal, het venster aan de voet van de geveltop (rechts) bij de hooizolder boven de koestallen en het venster in de top bij de zolder boven de deel. Bij de nieuw geplaatste vensters (1979) zijn de neggen verhakt en ontbreken rollagen aan de onder- en bovenzijde. Ze horen bij het kantoor van het restaurant. De ankers horen bij de gebinten- en kapconstructie. ? Het baksteenformaat is 15%5-16 x 7Y5-8 x 3V2-4 cm, de tienlagenmaat is 47-49 cm. Bij de hoek met de gevel aan de Noldijk is de tienlagenmaat kleiner: 45% cm.

34 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Alle kozijnen en ramen zijn van tamelijk recente datum, hetgeen herkenbaar is aan de maat- voering, detaillering en de afwijkende vormentaal van de luiken (“woonhuisluiken’). De grup- deur aan de rechterzijde is dichtgezet in samenhang met de vernieuwing van de zuidoostgevel. Ook de schoorsteen hoort bij de herbestemming in 1979, waarbij een schouw in de voorma- lige paardenstal is geplaatst. \ Links: de zuid- of achtergevel van het bedrijfsgedeelte van de Wevershoeve (Stichting Oud Ridderkerk, nr. 1019.104.065). Rechts: overzicht van de geveltop van de zuidwestgevel. De vensteropening op de voorgrond is origi- neel, hetgeen aan de hoekverbanden in de neggen en de rollagen aan onder- en bovenzijde valt te her- kennen. Links: één van de oorspronkelijke vensteropeningen op de begane grond van de zuid- of achtergevel van het bedrijfsgedeelte. Kozijn, raam en luik zijn vernieuwd (1979). Rechts: één van de nieuw geplaatste vensters in de zuid- of achtergevel. Dit venster hoort bij het kan- toor van het restaurant. -35 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek -36 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 5. Constructie van het woongedeelte 5.1.

Balklaag boven de begane grond De balklaag boven de begane grond is origineel, daarmee ook een belangrijke gegevensbron voor de bouwgeschiedenis. Voor de interpretatie van gegevens zijn de balklagen over de oude plattegrond geprojecteerd. Voorste travee van het bedrijfsgedeelte (woonruimten) Woongedeelte AT Âi KN SN 3 dE Wk dn RNN HL Wal tk I Jl HT | OI zl 230 cm EEn KE =t ET x mj n Fu glenn — Staal/-hout I Ii (riem, JAL | | U NN WEERDAIEU DAE noord Projectie van de gevonden balklagen op de plattegrond van het woongedeelte van de Wevershoeve (‘woonkeuken’), uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeld- bank, SHBOO0137.001). De verklaring van de cijfers is opgenomen in de lopende tekst. Het vroeg-18%®-eeuwse woongedeelte (roze achtergrond) heeft een samenhangende balklaag in 10 velden (rood op de tekening). '° Ter hoogte van de oorspronkelijke achtergevel (bruin) is een strijkbalk geconstateerd (nummer 1). Aan de voorzijde konden geen waarnemingen wor- den gedaan, vanwege de voorzetwand tegen de voorgevel. Bij de voorgevel is wel een 10 De grenenhouten balken meten circa 19 cm (hoogte) x 14 (breedte). -37 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek originele raveling zichtbaar (nummer 2). Er wordt een relatie vermoed met een vroeg-19%- eeuwse schouw tegen deze gevel.

De raveling is origineel, gelet op de aansluiting van pengat- verbindingen met toognagels. Een strijkbalk is daarmee onwaarschijnlijk. Op de balklaag zijn de aftekeningen van de gesloopte gangwanden zichtbaar. De breedte van de aftekeningen is opmerkelijk: 20 em. In het achterste deel van de gang zijn vijf balken in de gang uitgekeept (nummer 3). Kennelijk zijn dit aftekeningen van een (secondair) verlaagd plafond. Een tweede aftekening op de balklaag is niet verklaarbaar, zeker niet in combinatie met de knip in de balken (nummer 4). Deze doorsnijding van de balken lijkt secondair te zijn aange- bracht. De geknipte balken zijn nadien gespalkt. De betekenis van een enkelvoudige lijnvormige aftekening in een achterkamer is evenmin duidelijk (nummer 5). Een tussenwand lijkt hier niet aannemelijk. Belangrijkste bouwspoor is het ontbreken van een aftekening van de grote schouw tegen de achtergevel (nummer 6). Het rookkanaal op de zolder hoort bij de oorspronkelijke opzet uit de vroege 18% eeuw. De schouw moet verdwenen zijn bij de herindeling van de begane grond in de vroege 19° eeuw. De balklaag is te iel voor de overspanning. Dat betekent dat de gangwanden een dra- gende functie hadden (tussensteunpunten). Hieruit kan worden geconcludeerd dat de balklaag eveneens uit de vroege 19% eeuw dateert.

De uitbreiding van het woongedeelte in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte moet iets ouder zijn, aangezien de noordwestgevel aan de Noldijk is gewijzigd bij de paarsgewijze plaatsing van de vroeg-19%°-eeuwse vensters. Tot deze fase hoort dus ook de doorbraak in de b brandmuur (nummer 1). Deze doorbraak was overigens pas mogelijk na sloop van de grote 18%e-eeuwse schouw (contour nummer 6). De vernieuwing van de balklaag van de begane grond van het woongedeelte in de vroege 19% eeuw betekent ook dat de kap met hergebruikte balken uit de vroege 19% eeuw moet dateren. De ruimte in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte (licht oranje achtergrond) is iets ouder dan in het woongedeelte. De balklaag is iets zwaarder, vanwege de overspanning zonder tus- sensteunpunt.!! In het veld ernaast is de balklaag in de late 20° eeuw geheel vernieuwd in staal en hout. Hier bevond zich de zoldertrap. De woonkeuken bevindt zich ook in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte. Vermoedelijk dateert hij uit de late 18% eeuw. Deze komt hierna nog aan de orde. Bij de herinrichting van het woongedeelte in 1996 is de gehele indeling van het woongedeelte gesloopt. Er is een nieuwe onderslagconstructie geplaatst, waarvan de ziende delen in hout zijn uitgevoerd. De vloer is vernieuwd, de wanden zijn afgedekt door voorzetwanden.

Bij een latere vernieuwing van de interieur-afwerking verdwenen de voordeur en het naastgelegen venster achter gipsplaten. 1 De balken meten ca 20 cm (hoogte) x 17 cm (breedte). -38- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Overzichten van de leeg gesloopte begane grond van het woongedeelte van de Wevershoeve. De enkel- voudige balklaag wordt ondersteund door een stelsel van gebinten (1997). De toegevoegde stalen bal- ken zijn omtimmerd. Links: de enkelvoudige balklaag van de woonruimte in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte, ver- moedelijk uit de late 18° eeuw. De zware onderslagbalk op de achtergrond is een omtimmerde stalen balk. Rechts: overzicht van de ‘woonkeuken in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte. voorgevel. Deze fungeerde mogelijk als raveling voor een schouw. Rechts: detail van de raveling. De aansluiting met een pengatverbinding en toognagels hoort bij de oorspronkelijke opzet. -39 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Links: de enkelvoudige balklaag in het woongedeelte (vroege 19“ eeuw). De maatvoering van de bal- ken is te gering voor de overspanning, waaruit valt te concluderen dat de gangwanden mede dragend waren (tussensteunpunten). De aftekening van de gangmuren is nog herkenbaar op de balken. Rechts: deeloverzicht van de enkelvoudige balklaag.

De balken zijn aan de onderzijde aangeheeld, kennelijk na verwijdering van een verlaagd plafond in de (verdwenen) gang. Links: een geknipte balk in het voorste deel van de begane grond van het woongedeelte. De balk is aan weerszijden gespalkt. Rechts: de doorbraak in de oude achtergevel van het woongedeelte (brandmuur). Deze doorbraak stamt uit de vroege 19° eeuw (houten balk). Bij vergroting van deze doorbraak is hieronder een zware stalen balk toegevoegd. De plaats van de voormalige trap op de begane grond. De constructie is ingevuld met een houten balk- laag, gecombineerd met stalen balken. De vloer bestaat uit plaatmateriaal. -40 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 5.2. Kapconstructie Het woongedeelte heeft een ‘klassieke’ spantenkap, bestaande uit twee vrijstaande stapelspan- ten tussen de opgaande topgevels van de brandmuur en de voorgevel. Elk van de spanten is opgebouwd uit een zoldergebint (schaargebint) en een vlieringgebint met een spijkerplaat in de nok (A-gebint). Op de gebinten liggen afgeschoorde flieringen of wurmten en een nokbalk. Oorspronkelijk had de kap ook nog een vlieringvloer. Deze werd mede ondersteund door hangbalken, die door middel van beugels waren bevestigd aan de flieringen. De dakvlakken bestaan uit sporen.

Ter plaatse van het wolfseind aan de voorzijde zijn hoekke- pers toegevoegd, waartussen de sporen van het voorschild. De aansluiting in de nok bestond uit een vierkante schoorsteenraveling, die verdwenen is bij de sloop van de schouw in het woongedeelte. De spanten en flieringen bestaan grotendeels uit hergebruikt naaldhout. Er zijn gaten voor (loze) pengatverbindingen en inkepingen herkenbaar, profileringen van vloerbalken en resten van schilderwerk. Slechts de dekbalk van het voorste schaargebint en enkele korbeels/ wind- schoren lijken nieuw toegevoegd. Vanwege het hergebruik valt een datering niet te herleiden. Op basis van de samenhang met de balklaag boven de begane grond lijkt een vroeg-19%%-eeuwse datering aannemelijk. rj Overzicht van de kap van het woongedeelte van de Wevershoeve, gezien naar de brandmuur: -4l- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Links: een zoldergebint of schaargebint in de kap van het woongedeelte van de Wevershoeve, geheel samengesteld uit hergebruikte balken met ‘loze’ verbindingen. Rechts: een vlieringgebint of A-gebint in de kap van het woongedeelte, eveneens geheel samengesteld uit hergebruikte balken. In de nok is een originele spijkerplaat zichtbaar: Links: de kapconstructie van het woongedeelte. Duidelijk herkenbaar zijn de flieringen als dragers van de sporen in de dakvlakken.

Midden: de restanten van een origineel rookkanaal midden tegen de brandmuur (vroege 18% eeuw). Rechts: een spantbeen van het zoldergebint van het voorste spant. Links: een afgehakte hangbalk voor de vlieringvloer in het woongedeelte, opgehangen aan de flierin- gen door middel van ijzeren beugels. Rechts: de verdwenen raveling voor een rookkanaal van een schouw in het woongedeelte. 42 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Eén bijzonderheid is nog niet benoemd, namelijk het restant van de vermoedelijk vroeg-18%- eeuwse schoorsteen tegen de brandmuur. Deze schoorsteen hoort bij een brede schouw op de begane grond. Deze schouw is verdwenen bij de aanleg van de middengang en vernieuwing van de balklaag boven de begane grond van het woongedeelte, die dateren uit de vroege 19% eeuw. De brandmuur is opgetrokken uit zorgvuldig gevoegd metselwerk (aan de zijde van het be- drijfsgedeelte). Er lijkt sprake van zichtwerk. ZE De brandmuur tussen woongedeelte en bedrijfsgedeelte van de Wevershoeve, gezien aan de zuidzijde of zijde van het bedrijfsgedeelte. De zorgvuldige afwerking van het voegwerk wijst op een buitengevel. De gekalkte afwerking is secondair. Het is daarmee niet zeker of de oudste kern van het woongedeelte solitair stond. Er kan sprake zijn ge- weest van een smallere aanbouw.

43 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 5.3. Balklaag van de woonkeuken De voorste travee van het bedrijfsgedeelte bevat woonruimten, waaronder de “woonkeuken” (late 18% eeuw). Ondanks de sloop van (dragende) muren is de enkelvoudige balklaag van deze ruimte geheel behouden gebleven. Er is sprake van grenenhouten balken (hoogte: ca 14-15 en breedte: 19-19 cm) met een hart- op-hartafstand van circa 75 cm. Vermoedelijk zijn beide strijkbalken van een kleinere maat. Slechts één ervan kon opgemeten worden (hoogte: 15 en breedte 16 cm). Op deze balk is een aftimmerlat herkenbaar, waarvan de oorspronkelijke functie nog niet kon worden geklaard. De laatste kleurafwerking was geel, daaronder is een bruine kleur zichtbaar. Dnaaclal TAR re ER Oe | Li u . B : | le f } Ee ke di Aanduiding van de voormalige woonkeuken in de voorste travee van het bedrijfsgedeelte, ingetekend op een uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBOO0137.001). Kenmerkend voor een datering in de tweede helft van de 18% eeuw en vroege 19% eeuw is de plaatsing van de balken, waarbij de hoogte geringer is dan de breedte. Links: een vrijgelegd deel van de balklaag boven de “woonkeuken in de voorste travee van het be- drijfsgedeelte van de Wevershoeve. Herkenbaar is de strijkbalk aan de noordwestzijde, voorzien van een aftimmerlat (A).

Rechts: een vrijgelegde balk van de balklaag boven de ‘woonkeuken’. _44- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 6. Constructie van het bedrijfsgedeelte 6.1. Gebinten van het bedrijfsgedeelte Het bedrijfsgedeelte is een langgerekt gebouw onder een asymmetrisch zadeldak met wolfs- einden aan voor- en achterzijde. Het gebouw is verdeeld in 7 traveeën, waarvan de voorste (op het niveau van de begane grond) bij het woongedeelte hoort. Met uitzondering van de strijk- gebinten hebben alle vrijstaande gebinten een gelijke opzet en opbouw, maar in maatvoering en detaillering zijn duidelijke verschillen te herkennen. Daaruit valt te concluderen dat de ach- terste twee traveeën van jongere datum zijn. DDT WTDT DN MIE 1 I I UI ? re Make Ál E nf nn, Ek manie zer Ï Ï in en: a aman == | | I I I il j E IJ I Il I MENE ENNE Il | Il Il Il Te i | | Il Il Il rid j I E I I | geirn Î Ci IL dnek … Ï Ez 1 ; 5 : Il (lseaose Il | ! : I di nn I 1 Il Il I Ì É U Eng eg jg je ie ed Plattegrond van de begane grond met aanduiding van de gebinten van het bedrijfsgedeelte, uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBO0137.001). Aan de bovenzijde zijn de aangetroffen telmerken weergegeven. Deze telmerken horen bij twee systemen.

De voorste traveeën horen bij de eerste bouwfase van het be- drijfsgedeelte, de achterste drie bij de uitbreiding. Ten behoeve van de uitbreiding is de achterste tra- vee uit de eerste fase gesloopt of ingekort. Daarop wijst onder meer de las in de langskoppelbalk op de gebinten (rode kader). De vier noordelijke gebinten (oudste fase van het bedrijfsgedeelte) bestaan uit stijlen van on- gelijke hoogte, waarin een ankerbalk (de ankers aan de zijde van de Noldijk zijn vermoedelijk verloren gegaan bij verstening van het bedrijfsgedeelte) en daarop een half schaargebint. Deze halve schaargebinten sluiten op de hoge stijl aan door middel van pengatverbindingen (tussen- balk-aansluiting). De stijlen staan op gemetselde poeren. Deze zijn nog slechts deels zichtbaar door de verho- ging/ egalisering van de vloer van het bedrijfsgedeelte met ca 50 cm. De korbeels van de ankerbalk zijn aan onder- en bovenzijde verbonden met pengatverbindin- gen (met toognagels). In het halfspant hebben de korbeels aan de bovenzijde pengatverbindin- gen, aan de onderzijde genagelde verbindingen. De diagonale schoren onder de halfspanten zijn oude versterkingen (20°° eeuw?). Verder zijn de balken van de halfspanten versterkt met stalen profielen, ten einde een nieuwe vlieringvloer te leggen (1979). De lagere zijbeuk bevatte op maaiveld de koestallen.

Op de tekening van 1968 is een pad naast de gebinten getekend, daarnaast de koestallen. Opmerkelijk is dat alle gebinten een in- keping hebben van een nekbalk, hetgeen suggereert dat de koeten oorspronkelijk tegen de ge- binten stonden. -45- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Gebint in het noordelijke deel van het bedrijfsgedeelte (eerste fase), gezien naar het noordoosten. Bij de herbestemming tot restaurant in 1979 is een tussenverdieping op de onderste ankerbalken aange- bracht. De constructie is daartoe versterkt met staal. De zolderbalklaag dateert eveneens uit 1979, INS schoor (gepend/ vernageld) Ri tussenbaì S nieuwe vloer ES Dwarsdoorsnede van het noordelijke deel van het bedrijfsgedeelte met weergave van het gebint, uit- snede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBO0137.001). De constructie dateert vermoedelijk uit de late 18° eeuw, het spant op de zolder ver- moedelijk uit de vroege 19* eeuw. -46 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Overzicht van de tussenverdieping in het noordelijke deel van het bedrijfsgedeelte (eerste fase), gezien naar het zuiden. Deze tussenverdieping en de zolderbalklaag zijn toevoegingen uit 1979. De hoge stij van één van de B oordelike gebinten in het bedrijfsgedeelte (eerste fase).

Op de tussen- vloer van de zijbeuk (hooizolder boven de koestallen) valt de constructie goed te zien, ankerbalk- aansluüitngen, versterkt door smeedzijzeren ankertjes. -47- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek windschoor windschoor De afgeschoorde langskoppelbalk op een stijl van een gebint in het noordelijke deel van het bedrijfsge- deelte (eerste fase). Dit deel van het gebint heeft nog de oorspronkelijke onbeschilderde afwerking. De achterste twee gebinten (uitbreiding) bestaan uit stijlen van ongelijke hoogte, waarin een ankerbalk (anker aan de voorzijde vermoedelijk verloren gegaan bij verstening) en daarop een half schaargebint. Deze halve schaargebinten sluiten op de hoge stijl aan door middel van houten ankerbladen. Alle ankerbalkverbindingen zijn bovendien gezekerd door toognagels. De houten ankerbladen zijn afgezaagd en vervangen door haakankers. De stijlen staan op gemetselde poeren. Deze zijn nog slechts deel zichtbaar door verhoging van de vloer van het bedrijfsgedeelte met ca 50 cm. Alle korbeels zijn aan onder- en bovenzijde verbonden met pengatverbindingen (met toogna- gels). Alleen bij de windschoren zijn genagelde verbindingen aanwezig (onderzijde). De dia- gonale schoren onder de halfspanten zijn oude versterkingen (20°° eeuw?).

Verder zijn de dek- annex ankerbalken van de halfspanten versterkt met stalen profielen, ten einde een nieuwe vlieringvloer te leggen (1979). De lagere zijbeuk bevatte op maaiveld de koestallen. Op de tekening van 1968 is een pad naast de gebinten getekend, daarnaast de koestallen. Opmerkelijk is dat alle gebinten een in- keping hebben van een nekbalk, hetgeen suggereert dat de koeien oorspronkelijk tegen de ge- binten stonden. 48 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Gebint in het zuidelijke deel van het bedrijfsgedeelte (uitbreiding), gezien naar het zuiden. Meest op- vallende verschil met de voorste gebinten is de hoogte onder de ankerbalken (300 cm ipv 246 cm). indschoor (boven gepend/ er vernageld) Dan ehakt/ haakanker # VAN \\ i bi ingen: halve zwa- 7 Ee N luwstaartèr TJ] anker eb pn 300 em spie-anker [ Ka Ee nekbalk nn | nieuwe vloer —_—— nn À A Dwarsdoorsnede van het zuidelijke deel van het bedrijfsgedeelte (uitbreiding) met weergave van het gebint, bewerkte uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeld- bank, SHBO0137.001). Het gebint met kapconstructie dateert vermoedelijk uit de vroege 19% eeuw. -49 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Gebinten in het zuidelijke deel van het bedrijfsgedeelte (uitbreiding), gezien naar het zuiden.

Links op de voorgrond is de zijbeuk met voormalige koestal en hooizolder te zien. Het noordelijke „il in et zuidelijke deel van het bedrijfsgedeelte (uitbreiding), gezien naar het noordoosten. Op deze foto is het hoogteverschil onder de ankerbalkgebinten duidelijk herkenbaar, na- melijk 300 em in de uitbreiding en ca 246 cm in het oudere deel. - 50 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Links: gemetselde poer onder een van de gebinten (noordelijke deel van het bedrijfsgedeelte). Midden: stijl van een van de achterste gebinten (uitbreiding). Op deze foto valt de aansluiting van de koppelbalk van de zijbeuk te zien, voorzien van een halve zwaluwstaartverbinding. Rechts: afgezaagd ankerblad van een ankerbalk (uitbreiding). Op diverse balken van de gebinten zijn kraslijnen voor het maken van pen-gatverbindingen te zien (pijl) en telmerken (omcirkeld). Het hout is sinds 1979 donkerbruinzwart gebeitst. -51- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 6.2. Kapconstructie van het bedrijfsgedeelte De kapconstructie bestaat uit een reeks asymmetrische naaldhouten A-gebinten, geplaatst op de onderliggende gebinten. De stijlen kruisen elkaar in de nok, waarmee een ondersteuning vormen voor de overhoeks nokbalk. Op de doorstekende koppelbalken rusten afgeschoorde flieringen/ wurmten. Alle verbindingen zijn vernageld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1253/documents/43600