CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA-ond.-bijlage 12. Bouwhistorische verkenning

Commissie Samen wonen RK 1 oktober 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Onderbouwing BOPA Noldijk 41 (Wevershoeve)11.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nog onbenoemd zijn de langskoppel- plaat/ muurplaat van de versteende voorgevel en de langskoppelplaat op de (hoge) gebintstij- len van de gebinten. De geheel kapconstructie stamt vermoedelijk uit één bouwfase, namelijk de vroege 19% eeuw. Er zijn namelijk geen bouwsporen van de uitbreiding of aanpassingen ten behoeve van de uit- breiding van het bedrijfsgedeelte herkenbaar. Deze langskoppelplaten (muurplaat), flieringen en nokbalken vormen de dragers voor de spo- ren van de beide dakvlakken. De sporen aan zuidoostzijde stammen mogelijk nog uit de (vroege) 19% eeuw, de sporen aan de noordwestzijde uit de 20°* eeuw. Daarop zijn rietlatten getimmerd, waaraan het riet is bevestigd. Het zuidoostelijk dakschild is aan de binnenzijde voorzien van glaswoldekens. De vlieringvloer bestaat uit enkelvoudige balklagen en plafondafwerking. Deze vloer is niet beloopbaar. Aan de voorzijde zijn houten vakwerkjes op de langskoppelbalken/ muurplaten van de gevel en de flieringen geplaatst, die de dragers vormen voor de sporen van de geplooide dakkapel- len aan de zijde van de Noldijk. De dakkapellen zijn aan de binnenzijde bekleed met steen- gaas. Overzicht van de kapconstructie van het bedrijfsgedeelte, gezien naar het zuiden. De sporen aan de rechterzijde (zijde van de Noldijk) zijn vernieuwd bij de restauratie van 1979.

-52- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Overzicht van de kapconstructie van het bedrijfsgedeelte, gezien naar het noordoosten. Hier is een vlieringvloer gemaakt op het plafond van de onderliggende ruimte. Aan de noordwestzijde zijn vakwerkjes op de langskoppelplaat/ muurplaat en de flieringen getimmerd, die de dragers vormen voor de sporen van de golvende dakvlakken van de dakopbouwen. -53- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 6.3. Balklaag van de paardenstal In de achterste travee van het bedrijfsgedeelte bevond zich een paardenstal. Van deze stal is alleen de zoldering behouden, bestaande uit twee onderslagbalken en een enkelvoudige balk- laag. De onderslagbalken zijn op de gebinten genageld. De koppen van de nagels zijn ver- weerd, maar desondanks valt een handmatige productie te concluderen. Een concrete datering valt daarmee helaas niet te geven. Haaks hierop ligt een enkelvoudige balklaag van naaldhouten balken met een hart-op-hart-af- stand van ca 75 em (hoogte: 20-21 em x breedte: 14-16 cm). Op de balken zijn enkele ijzeren beugels herkenbaar, die geen duidelijk patroon volgen. De balken zijn bij herbestemming tot restaurant in 1979 donkerbruin gebeitst.

De plaats van de paardenstal is herkenbaar aan de (dichtgezette) deuropening in de gevel aan de Noldijk en de venstertjes in de bakstenen achtergevel. Het ligt daarmee voor de hand dat de paardenstal tenminste uit de 19% eeuw dateert. mm Dnaaclal Plattegrond van de Weverhoeve, uitsnede van de opmetingstekening van A. Kooiman uit december 1963 (RCE beeldbank, SHBO0137.001). In de achterste travee bevond zich de paardenstal, logisch geplaatst naast de entree via de deeldeuren in de gevel aan de Noldijk. el Links: overzicht van de paardenstal in de achterste travee, waarvan de zoldering bestaat uit twee on- derslagbalken tegen de gebinten en een enkelvoudige balklaag. Rechts: de enkelvoudige balklaag in de achterste travee. -54- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Links: de voormalige paardenstal in de achterste travee van het bedrijfsgedeelte. Op deze foto valt links het strijkgebint tegen de achter- of zuidwestgevel te zien. Rechts: de genagelde verbinding van de onderslagbalk op het gebint, bestaande uit gesmede nagels. -55- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek -56- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 7. Kleurinventarisaties van het woongedeelte Voorafgaande aan het kleuronderzoek heeft een analyse plaatsgevonden van de beschikbare oude tekeningen en foto’s.

Een belangrijke bron is een aquarel van J. Verheul, gemaakt in het kader van een boek over het gebied. '? Volgens de aquarel zijn de kozijnen Bentheimergeel, de ramen groen. Ook de luiken hebben een groene kleur. Opvallend zijn de lichtgekleurde profiellijsten van de panelen in de luiken, mogelijk niet door een afwijkende kleur maar door sterkere spiegeling. Immers. in de voorge- vel (links) zijn deze lichtgekleurde profielen niet zichtbaar. De Wevershoeve omstreeks 1934, aquarel van de architect J. Verheul (Rotterdams Archief, NL- RtSA 4081 VERHEUL-NR-404). Er zijn enkele foto’s van vlak voor de herbestemming tot restaurant omstreeks 1979. Dat is een foto van de voorgevel (noordoostgevel) van G.J. Dukker van de Rijksdienst voor de Mo- numentenzorg uit april 1968 en een foto van de noordwestgevel aan de Noldijk in het beeldar- chief van Stichting Oude Ridderkerk uit circa 1970. Beide foto’s laten witte kozijnen zien, donkere spiegelklampluiken (zonder witte vlakken of kaders) en ramen. Opvallend is de witte beschildering van de horizontale roeden en de stop- verfzomen. 2 y. Verheul Dzn, IJsselmonde, Ridderkerk en Barendrecht alsmede verdwenen en nog bestaande merkwaardig- heden in het oostelijke gedeelte van het eiland IJsselmonde door J. Verheul Dzn, architect BNA, Rotterdam 1935. Deze tekening staat op pagina 123.

-57 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De gevel aan de Noldijk, vermoedelijk omstreeks 1970 (Stichting Oud Ridderkerk 1219.813.005). De voorgevel, foto van G.J. Dukker uit april 1968 (RCE beeldbank, nr. 117371). Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Op basis van dit vooronderzoek heeft een dozijn kleurinventarisaties plaatsgevonden, waarvan er acht op hoofdlijnen zijn gedocumenteerd. Het onderzoek is uitgevoerd door het maken van kleuroogjes (schuurpapier en/of scalpel) en vrijleggingen (scalpel). Het is op deze wijze vaak niet mogelijk om alle kleurlagen goed vrij te leggen. Sommige lagen zijn daarvoor te sterk op- geschuurd, voorafgaande aan een nieuwe schilderbeurt. Verder valt de sterke verwering van met name de laatste kleurlaag op, zodat een juiste determinatie niet op het oog moeilijk is. De determinatie van de kleur heeft plaatsgevonden op basis van een NCS-kleurwaaier van Sigma Colour System C21.3 (Natural Colour System). In geval nader kleuronderzoek wenselijk is, zal ook microscopisch onderzoek (vaststelling van het precieze aantal lagen) en chemisch onderzoek (samenstelling van de verflagen) moe- ten plaatsvinden.

Locatie 1: lijst van het deurkozijn in de voorgevel (vrijlegging met scalpel) 7e ä, grenenhout geelwit op een grondlaag: S2030-Y1OR lichtgeelwit: S1010-Y LOR lichter geelwit op een grondlaag (3a): S1010-Y20R huidig wit: RAL 9003 „Nes De eerste kleur geelwit is niet zeer oud, maar wel ouder dan de herbestemming van 1979. Mo- gelijk komt deze kleur overeen met de weergave van Verheul (1934). Verder valt in deze op- eenvolging van kleurafwerkingen mooi te zien, dat bij elke overschildering de intensiteit van kleur verminderde. -59 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Locatie 2: paneeldeur van de hoofdentree in de voorgevel (oogje) De deur vertoont diverse lagen groen, waarbij de oudere lagen meer heldergroen zijn dan de huidige versie van (vervuild) grachtengroen. De vrijlegging door middel van een scalpel was moeilijk en in deze fase te tijdsintensief, wellicht door het opschuren van eerdere verflagen bij overschilderen. De grijze en witte kleurranden in het oogje behoren bij grondlagen. -60- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek In het oogje op de randstijl van het (grenen- houten raam zijn diverse lagen groen gevon- den, deels op grondlagen (grijs en wittig). Er lijken niet meer dan vijf afwerklagen aanwezig. De eerste zijn helderder groen, dan de latere.

De huidige afwerking is sterk verkleurd, zodat de juiste kleurstelling niet op het oog valt vast 5 te stellen. grenenhout bleek geelwit: S1005-Y IOR geligwit: S1510-Y20R huidig wit: RAL 9010 0. 1. 2. 3. Het raam op de begane grond van de voorgevel dateert vermoedelijk uit de vroege 19% eeuw. Gerelateerd aan de ouderdom van het raam is het aantal kleurlagen gering. Opvallend is een kleurverschil tussen het raamkader en de (horizontale) roeden. Op de aquarel van Verheul en de foto’s uit de jaren zestig is dit verschil ook al herkenbaar. Het raamkader en de verticale roeden lijken groen, de horizontale roeden wit. -61- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Locatie 4a en 4b: kader en veld van een luik in de voorgevel (oogjes) In aansluiting op de vrijlegging op locatie 5 heeft een controle plaatsgevonden van het kader van een luik in de voorgevel (noordoostgevel). De kleuren komen volledig overeen. In het veld zijn slechts 2 kleurlagen herkenbaar. De huidige kleurafwerking moet RAL 9010 zijn, maar is door vervuiling niet duidelijk te herkennen. Daaronder is een afwerking in een lichtgeelwitte kleur herkenbaar. Het hout blijkt afgewerkt met een dikke grondlaag. De luiken zijn vernieuwd bij de restauratie van 1979. De kleurstelling is toen nieuw gekozen, waarbij voor woon- en bedrijfsgedeelte een gelijke uitvoering kregen.

Deze heeft geen histori- sche achtergrond. Vermoedelijk is sprake van een grondlaag (direct op het hout), RAL 1015 en RAL 9010 (vervuild). -62- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Locatie 5: Kader van het luik (noordwestgevel aan de Noldijk) 0 hout l lichtgroen: S4050 G10Y (of S5040 G10Y) 2 twee lagen donkergroen, waarvan de onderste opgeschuurd (mosgroen?) Op een an- dere locatie lijkt sprake van S8010-G10Y. Incidenteel is een grondlaag aangetroffen, wellicht plaatselijk. 3 huidige kleur, te verweerd om een goed referentie te geven Het luik vertoont slechts een gering aantal kleurlagen, hetgeen wijst op een vernieuwing in circa 1979. De eerste kleurlaag is heldergroen. Daarna is een donkerder kleur aangebracht, die moeilijk te determineren valt. Vermoedelijk is de kleur in twee lagen aangebracht, de onderste is sterk opgeschuurd. Dan volgt de huidige kleur, die zo verschoten is dat de oorspronkelijke kleur niet meer op het oog valt te herkennen. Het veld is identiek aan locatie 4b. -63- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek Locatie 6: middenroede van een raam in de gevel aan de Noldijk . ie / si Ì Dj donkergroen op een grijze grondlaag: S8010-B30G heldergroen: S6030-G10Y/ S5540-G10Y bleekgeel: S0505-G90Y dikke grondlaag geelwit: S1510-Y2O0R huidige kleur: RAL 9010 1 2. 3. 4, 5. 6.

De ramen in de gevel aan de Noldijk stammen uit de vroege 19% eeuw, getuige het subtiele snijwerk in de middenroede. Helaas is dit snijwerk van de middenroede geheel dichtgeschil- derd. De oudste kleuren voor de verticale roede zijn donker- en heldergroen. Deze kleurstel- ling sluit aan op de weergave van Verheul (1934). Opvallend is dat hij de horizontale roede ook weer licht (wit) weergeeft. Daarna is een keuze gemaakt voor lichte kleuren, uiteindelijk een RAL 9010. -64- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De kleurinventarisatie heeft niet alle vragen opgelost, maar wel een duidelijk beeld naar voren gebracht. De volgend conclusies lijken gerechtvaardigd: 1. De kozijnen en ramen in het woongedeelte stammen uit de vroege 19% eeuw. De mid- denroeden van de ramen in de noordwestgevel aan de Noldijk zijn zeer sierlijk gesne- den (lovertjes). Het deurkozijn stamt eveneens uit de vroege 19% eeuw. De paneeldeur stamt nog deels uit deze periode, maar is ingekort en deels vernieuwd. Het onderpaneel is geheel ver- vangen. Alle luiken zijn vernieuwd. Een deel van de gehengen lijkt hergebruikt. De kleurstel- ling lijkt een keuze uit 1979. De originele kleurstelling valt niet meer vast te stellen, maar voor de ramen valt op sti- listische gronden een lichte kleur aan te nemen.

Bij een donkere kleurstelling is de ver- fijning van het snijwerk minder goed herkenbaar. De kozijnen zullen ook licht van kleur zijn geweest, maar wel zwaarder/voller dan de ramen. Het groen voor de ramen past goed bij de laat-19%-eeuwse/ vroeg-20°°-eeuwse moder- nisering. Voor een consequente en samenhangende kleurstelling valt aan te raden om de aquarel van Verheul als leidraad aan te nemen. Dat wil zeggen dat de kozijnen Bentheimergeel zijn, zoals gevonden op het lijstwerk van de entree in de voorgevel (S2030-Y IOR). Voor de ramen en roeden is een groene kleur aan te bevelen, S8010-B30G of S6030- G10Y/ S5540-G10Y. Een bijzonderheid is de lichte kleur voor de horizontale roeden. De oudste kleur hiervoor is bleek geelwit: S1005-Y IOR. Het valt moeilijk in te schat- ten hoe deze kleuren met elkaar samengaan. Voor de luiken en voordeur is een groene kleur ook aan te bevelen, dezelfde als de ra- men. Voor het afwijkend schilderen van de spiegelvelden of profileringen is geen aan- wijzing. Bij de uiteindelijke keuze van de kleurstelling, valt het voorafgaand opzetten van een proefstuk aan te raden. De juiste kleurkeuze luistert heel nauw. Gelet op het geringe aantal kleurlagen valt nader kleuronderzoek niet aan te raden. De kosten wegen niet op tegen de verfijning van het resultaat. Beter kan het geld worden besteed aan het opzetten van proefstukken.

-65 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek -66 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek 8. Conclusies Het rapport ‘De Wevershoeve, Cultuur- en bouwhistorische Onderzoek, Noldijk 41, 2988CD te Ridderkerk’ van COUP uit 2024 geeft een waardestelling van de Wevershoeve, verbeeld in tekst en tekeningen (pagina 13-18). Het voorliggende rapport doet verslag van aanvullend onderzoek van het casco, voornamelijk het muurwerk en de constructie. De waarden hiervan zijn in de twee volgende tekeningen ver- beeld. Voor de waarden van de indeling en interieur-afwerking zij hier verwezen naar het rapport van COUP (indifferente waarden). noord Waardestelling van het casco van de Wevershoeve, ingetekend op de plattegrond van de begane grond ten behoeve van een aanvraag ingevolge de drank- en horecawet in 1997, tekening architektenburo C.R. Baart BV uit Rotterdam (archief Herkon BV).

Hoge waarden T Positieve waarden ee Indifferente waarden _ doorsnede dakvlakken mm mm gEhinten/ spanten (hoge waarden) waarden van bovenliggende balklaag en vloerdelen (drie categorieën) bouwmassa (hoge waarden) -67 - Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek VERDIERNS IS ze H noord Waardestelling van het casco van de Wevershoeve, ingetekend op de plattegrond van de verdieping/ zolder ten behoeve van een aanvraag ingevolge de drank- en horecawet in 1997, tekening architekten- buro C.R. Baart BV uit Rotterdam (archief Herkon BV). Hoge waarden Positieve waarden Indifferente waarden doorsnede dakvlakken Uk gebinten/ spanten (hoge waarden) waarden van bovenliggende balklaag en vloerdelen (drie categorieën) bouwmassa (hoge waarden) De belangrijkste aanvullingen in de waardestelling voor de begane grond zijn: e _Ingetekend zijn de gebinten met koppelplaten en balklagen (hoge waarden). In het woongedeelte is de plaats van de oude trap nieuw ingevuld (indifferente waarden). e De balklaag van de paardenstal is een 19%-eeuwse toevoeging (positieve waarden). Deze constructie is één van de weinige behouden indelingen in het bedrijfsgedeelte, maar niet of nauwelijks meer in zijn oorspronkelijke functie herkenbaar. e De zuidoostgevel van het woongedeelte is grotendeels vernieuwd, maar wel in pas- send materiaal (positieve waarden).

e De zuidoostgevel van het bedrijfsgedeelte is grotendeels vernieuwd in een gewijzigde metselverband en sterk afwijkende indeling (indifferente waarden). Een klein deel er- van is origineel, inclusief twee gietijzeren stalraampjes (hoge waarden). e De vensters in de zuidwestgevel van het bedrijfsgedeelte zijn volledig vernieuwd of nieuw geplaatst, zowel kozijnen als ramen (indifferente waarden). e De invulling van de deeldeuren in de noordwestgevel van het bedrijfsgedeelte is een sterke verarming van de leesbaarheid van het gebouw (indifferente waarden). Ook de tweede toegang is aangeduid (dichtzetting: indifferente waarden). e Het kleine venster in de noordwestgevel van het woongedeelte is na 1934 vernieuwd (indifferente waarden). -68- Ridderkerk, Noldijk 41 (Wevershoeve) aanvullend bouwhistorisch onderzoek De belangrijkste aanvullingen in de waardestelling voor de verdieping/ zolder zijn: Ingetekend zijn de gebinten/ spanten met koppelplaten en balklagen (hoge waarden). Het zoldervenster in de noordoostgevel van het woongedeelte is vernieuwd, waarbij ook het oude kozijn sterk aangetast is (indifferente waarden). De vensters in de dakopbouwen van het bedrijfsgedeelte zijn vernieuwd in afwijkende vormentaal. Dit waren luiken. COUP heeft ervoor gekozen om de contour ervan als hoge waarden aan te geven.

De materiële uitvoering heeft echter geen hoge waarden, daarom is deze hier als indifferent aangegeven. Ook de luiken hebben een woonhuis- karakter, niet passend bij het bedrijfskarakter. Ook is het goed om hier de vragen van H.J. Derksen (zie voorwoord) nogmaals en concreet te beantwoorden: ouderdomsanalyse van aanwezige houtconstructies, vensters, ruiten, luiken, baksteen en voegspecie. Zie: hoofdstukken 4 en 5. datering van het metselwerk. Zie: hoofdstuk 3. de vraag of de boerderij gefaseerd zou kunnen zijn gebouwd en uitgebreid, ofwel dat oude materialen zijn hergebruikt van een eerder pand of van een andere locatie. Zie hoofdstuk 3. de vraag of het schuurgedeelte oorspronkelijk voorzien zou kunnen zijn geweest van houten wanden (gepotdekseld), mede gelet op de op een plek toegepaste schuine strek (stroomlaag). De gevels van het bedrijfsgedeelte waren oorspronkelijk in hout uitge- voerd, waarschijnlijk gepotdekselde delen. verklaring van de lichte knik in de muur aan de Noldijk in samenhang met (mogelijke fasering van de) constructie? Deze markeert een verschil in fasering, namelijk de late 18% eeuw en vroege 19% eeuw. historisch kleuronderzoek van de vensters en luiken, met name naar de dieper liggende witte vlakken (‘spiegel’) van de luiken. Vanwege de hoge kosten van een volledig kleuronderzoek, heeft in deze fase eerst een ‘kleurinventarisatie’ plaatsgevonden.

Met een kleurinventarisatie kan worden vastgesteld of er veel of weinig kleurlagen zijn en of de verschillende kleurlagen goed zijn vrij te leggen. In veel gevallen volstaat derge- lijk onderzoek voor een goede kleurkeuze. In geval van bijzondere vondsten of vele kleurlagen, kan alsnog worden besloten tot een onderzoek (inclusief microscopisch en chemisch onderzoek). Zie hoofdstuk 7. aanvullende waardestelling van de gevels en constructie. Zie: hoofdstuk 8. -69-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1252/documents/43600