Bijlagen.pdf
Tekst van het document
4.3
Geluid
Met het voorgenomen initiatief wordt het Van der Valkhotel uitgebreid met verschillende voorzieningen. Een hotel en de andere beoogde voorzieningen (congreszalen, kantoorruimtes, bowlingbanen, een filmtheater en wellnessfaciliteiten) zijn is in het kader van het Bkl geen geluidgevoelige functies en zijn daarmee minder kwetsbaar voor geluidsbelasting vanuit de omgeving. Desondanks is voor het voorgenomen initiatief een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd (Kragten, d.d. 7 juli 2025).
pagina 9 van 15
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat het gecumuleerd en gezamenlijk geluid ten hoogste 72 dB bedraagt. De hoogste geluidbelastingen worden berekend aan de zijde van de rijksweg A15. Om hier een inpandig geluidniveau van 33 dB Lden te realiseren, zal de gevelgeluidwering tenminste 39 dB moeten bedragen. Bij een nadere uitwerking kan ervoor worden gekozen om de hotelkamers te situeren aan gevels met een lagere geluidbelasting. De geluidbelasting op de zuidgevels van de beoogde gebouwen, veroorzaakt door verkeer op de gemeentewegen, bedraagt maximaal 62 dB. In dat geval volstaat een gevelgeluidwering van 29 dB om binnen een geluidniveau van 33 dB te realiseren. Voor de congreszalen, bioscoop en kantoorruimtes kan de noordgevel worden ingericht als ‘niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’, bijvoorbeeld door het toepassen van niet te openen gevelelementen. Onder deze voorwaarden is het aannemelijk dat een gevelgeluidwering van 39 dB haalbaar is. Gelet op het voorgaande zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen vanuit het aspect geluid.
4.4
Luchtkwaliteit
De ontwikkeling betreft gebouwen met een hotelfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met één ontsluitingsweg. Een brutovloeroppervlakte van ten hoogste 100.000 m² wordt per definitie aangemerkt als project dat ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Desondanks is luchtkwaliteit in en rond het plangebied onderzocht en in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat de toename beperkt is en in alle gevallen lager dan de NIBM-grens. Op basis van de resultaten kan gesteld worden dat significant negatieve effecten op de luchtkwaliteit uitgesloten zijn.
4.5
Activiteiten en milieuzonering
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een hotel uitgebreid in verschillende fases, met verschillende voorzieningen. Middels een onderzoek (Kragten, d.d. 4 februari 2025) is bepaald of omliggende milieubelastende activiteiten niet belemmerd worden en of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de omgeving is een bedrijf van milieucategorie 3.1 gevestigd. De beoogde uitbreidingsgebouwen van het hotel liggen op grotere afstand. Hoewel hotels niet als geluidgevoelige gebouwen worden gezien, is de geluidimissie van bedrijven beschouwd. De verwachte geluidsbelasting voldoet grotendeels aan de standaardwaarden voor het binnenniveau, mits de gevels een geluidwering van minimaal 21 dB krijgen. Deze geluidwering zal met het beoogde initiatief behaald worden. Bij de verdere uitwerkingen zal voor wat betreft de gevelgeluidwering ook rekening worden gehouden met cumulatie van geluid, vanwege de ligging in de nabijheid van Rijksweg A15 (zie paragraaf 4.3). Voor het aspect milieuzonering worden geen negatieve effecten verwacht.
4.6
Geur
Onderhavige ontwikkeling betreft de uitbreiding van een hotel met verschillende voorzieningen. Een hotel is geen geurgevoelig gebouw, waardoor het uitvoeren van een geuronderzoek niet noodzakelijk is. Voor het aspect geur worden dat geen nadelige milieueffecten worden verwacht.
pagina 10 van 15
4.7
Natuur
Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en locatie betreffende Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland. De ingreep leidt niet tot een fysieke afname van oppervlakte aangewezen habitattypen in Natura 2000-gebieden of het NNN en heeft geen significant verstorend effect op soorten. De afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is ca. 14,3 km (Biesbosch). De uitbreiding van het hotel zal gefaseerd worden uitgevoerd. Gezien de aanzienlijke afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied, kan worden aangenomen dat hierdoor geen stikstofdepositie optreedt van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Ter beoordeling van de toekomstige situatie is de gebruiksfase in kaart gebracht middels een AERIUS-berekening (Buro SRO, 8 juli 2025). Hieruit blijkt dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. De uitvoerbijlage is als bijlage 1 aan de voorliggende Aanmeldnotitie toegevoegd. Bij de opvolgende BOPA’s voor de activiteit ’bouwen’ zullen ook de effecten van de bouwfasen inzichtelijk worden gemaakt. Er worden hiervan geen belemmeringen verwacht. Soortenbescherming Op basis van een quickscan (Blom Ecologie, d.d.
3 februari 2025) blijkt dat er geen sprake is van overtreding van verbodsbepalingen voor grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen en beschermde planten. Ook zijn er binnen 100 meter geen nestlocaties van jaarrond beschermde vogels bekend. De bebouwing heeft weinig tot geen potentie voor grote vleermuissoorten zoals de meervleermuis of laatvlieger. Indien er bij de aanbouw aan de achterkant van het gebouw in het definitieve ontwerp daadwerkelijk aangebouwd wordt, dan dient aanvullend onderzoek plaats te vinden om aan- of afwezigheid van vleermuizen vast te stellen. Wanneer niet direct wordt aangebouwd, dient rekening te worden gehouden met mogelijk aanwezige aanvliegroutes en verstoring van vleermuizen. Er is geen sprake van aantasting van een mogelijk essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute. Tijdens een aanvullend onderzoek naar de teunisbloempijlstaart in juni 2025 zijn slechts enkele waardplanten aangetroffen, maar geen sporen van de soort. Door de dichte vegetatie is geen sprake van geschikt of essentieel leefgebied. Negatieve effecten zijn uitgesloten. De reuzenberenklauw is aangetroffen en moet bij de werkzaamheden worden bestreden. Er worden geen negatieve effecten verwacht met betrekking tot het aspect natuur.
4.8
Omgevingsveiligheid
Het plangebied ligt grotendeels binnen het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van Rijksweg A15 en binnen het brandaandachtsgebied als gevolg van hogedruk aardgasleidingen. Daarnaast ligt het projectgebied ook binnen het gifwolkaandachtsgebied danwel placeholderaandachtsgebied als gevolg van enkele bedrijven. Voor de aandachtsgebieden van de rijksweg A15, omliggende bedrijven en buisleidingen is ingegaan op de bestrijding van een calamiteit, zelfredzaamheid, vluchtroutes en risicocommunicatie (Kragten, d.d. 30 januari 2025). Bij de verdere uitwerking van het initiatief zullen deze voorschriften in acht worden genomen. Er worden geen negatieve effecten verwacht met betrekking tot het aspect omgevingsveiligheid.
pagina 11 van 15
4.9
Cultureel erfgoed
Archeologie Er zijn voor het plangebied geen archeologische verwachtingen vastgesteld, waardoor geen onderzoekplicht geldt. Cultuurhistorie De Rijksstraatweg heeft op de Cultuurhistorische Waardenkaart een ‘hoge waarde’ als onderdeel van een historisch internationaal tracé. In het Masterplan is hiermee rekening gehouden. Boerderij ‘West-Einde’ (Krommeweg 1), een Rijksmonument uit 1865, behoudt zijn prominente, zelfstandige positie in het groen. Op advies van Erfgoed is de nieuwbouw op grotere afstand geplaatst en is het bouwvolume dat de boerderij met het hotel verbindt verkleind. Ook de groene inrichting rond de boerderij volgt het advies voor een zelfstandig erf. Zo blijft het historische karakter behouden binnen de nieuwe ontwikkeling. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling geen aanzienlijke milieueffecten heeft op mogelijk archeologische of cultuurhistorische waarden.
4.10 Verkeer De voorgenomen ontwikkeling brengt ca. 1567 extra verkeersbewegingen met zich mee. De reële verwachting is de bestaande infrastructuur in staat is om deze extra verkeerbewegingen te verwerken. Gelet op het voorgaande worden er geen aanzienlijke milieueffecten voor het aspect verkeer te verwachten.
pagina 12 van 15
5
Conclusie
Op basis van deze aanmeldnotitie kan geconcludeerd worden dat het project niet gepaard gaat met activiteiten die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Ook uit de getoetste milieuaspecten blijkt dat er op deze onderdelen geen belangrijke milieugevolgen optreden dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen kunnen worden beperkt. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal dan ook niet leiden tot een andere conclusie en is niet benodigd voor deze ontwikkeling. Het bevoegd gezag kan op basis van deze aanmeldnotitie een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen.
pagina 13 van 15
Bijlage 1. Uitvoerbijlage Aeriusberekening gebruiksfase 08-07-2025
pagina 14 van 15
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BURO SRO , van der Valk, Ridderkerk
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RmzFzzvccB9d 08 juli 2025, 09:40 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RmzFzzvccB9d (08 juli 2025)
2028 -
23,2 kg/j
152,1 kg/j
2/7
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2028 Emissiebronnen 1
RmzFzzvccB9d (08 juli 2025)
Verkeer | Koude start: overig | Bron 1 Verkeersnetwerk
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
11,3 kg/j 11,8 kg/j
75,6 kg/j 76,5 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RmzFzzvccB9d (08 juli 2025)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RmzFzzvccB9d (08 juli 2025)
5/7
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2028 1
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Bron 1 X:97870,8 Y:431325 5,32 ha
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 2 Locatie X:97804,27 Y:431141,15 Lengte 869,29 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 3 Locatie X:97627,32 Y:431378,28 Lengte 1.637,37 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
75,6 kg/j 11,3 kg/j
Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
NOₓ NH₃
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
784,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
784,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
784,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
26,5 kg/j 3,5 kg/j 4,1 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 50,0 kg/j 6,6 kg/j 7,7 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba RmzFzzvccB9d (08 juli 2025)
6/7
Projectberekening
Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RmzFzzvccB9d (08 juli 2025)
7/7
pagina 15 van 15
Van der Valk Hotel Ridderkerk VERDUIDELIJKING PARKEERNORM MASTERPLAN datum projectnummer ons kenmerk
20 juni 2025 4094 001_memoprknrm_v1
Verduidelijking parkeernorm Masterplan Van der Valk Hotel Ridderkerk Voor het Van der Valk Hotel Ridderkerk is een masterplan ontwikkeld waarbinnen het hotel zich de komende jaren kan ontwikkelen tot een aantrekkelijke leisureomgeving. Dit masterplan is in concept ingebracht in de Omgevingstafel van de gemeente Ridderkerk en de afdeling Verkeer heeft gevraagd om verduidelijking van de in dat masterplan geschetste aanpak van het parkeren. Voorliggende memo heeft als doel die verduidelijking te geven.
basissituatie Om de ontwikkeling van het masterplan goed te kunnen duiden, is het van belang na te gaan wat de basissituatie is. Onderstaande afbeelding geeft de huidige situatie weer, waarbij we per deelgebied het aantal bestaande of in ontwikkeling zijnde parkeerplaatsen hebben aangegeven.
38
30 22
164
57
90 18 102 19
40
In totaal hebben we dus in de huidige situatie 478 parkeerplaatsen en 102 in ontwikkeling verdeeld over een aantal parkeervelden. Op basis van de huidige parkeernorm van de gemeente Ridderkerk zou het bestaande hotel en zijn faciliteiten een parkeerbehoefte opleveren van 302 parkeerplaatsen. In onderstaande tabel kunt u zien hoe dit aantal tot stand is gekomen.
Wiegerinck Architecten Arnhem B.V. KVK 09032134 wiegerick.nl
Eusebiusbuitensingel 80 Postbus 2234 6802 CE Arnhem
We zullen nu een overzicht geven van de diverse projecten die we binnen het masterplan wensen te ontwikkeling, de prioritering daarin en vervolgens de impact op het parkeren.
PROJECT 1: Het eerste project dat binnen het masterplan ontwikkeld zal worden is het leisuregebouw, waarin een servicebioscoop gehuisvest zal worden op de verdieping en een entertainmentruimte op de begane grond. Kijken we naar dit programma in relatie tot de parkeernormering, dan komen we op onderstaande berekening voor de parkeerbehoefte.
De positionering van het leisuregebouw is zodanig dat er geen bestaande parkeerplaatsen opgeofferd hoeven te worden. Dit hebben we in onderstaande afbeelding inzichtelijk gemaakt.
Wiegerinck Architecten Arnhem B.V. KVK 09032134 wiegerick.nl
Eusebiusbuitensingel 80 Postbus 2234 6802 CE Arnhem
Dit betekent dat het eerste project een aanvullende parkeerbehoefte van 245 plekken oplevert, hetgeen binnen de parkeerruimte in de huidige situatie, zijnde 278 plekken opgevangen kan worden. Er resteert dan nog een ruimte van 33 plekken.
PROJECT 2: Het tweede project dat binnen het masterplan ontwikkeld wordt is de uitbreiding van het hotel met 60 kamers en een aantal algemene functies op de begane grond, zoals vergaderzalen en fitness. In het masterplan hadden we hier nog een wellnessfunctie voorzien, maar die wensen we nu in de bestaande boerderij te positioneren. Kijken we naar dit gebouw in relatie tot de parkeernorm, dan zien we de volgende parkeerbehoefte ontstaan: Functie 60 hotelkamers Congreszalen Fitness
Norm 6,8 pp/10 kamers 7,5 pp/100 m2 BVO 4,7 pp/100 m2 BVO totaal
Aantal pp 40,8pp 26,3pp 11,5pp
Reductie HOV -4,1 -2,6 -1,2
78,6
-7,9
Concreet betekent dit dat er een aanvullende parkeerbehoefte ontstaat van 71 parkeerplaatsen. Echter, we kunnen hier ook aangeven dat de fitness een functie zal zijn die in basis niet onafhankelijk van het hotel door externe bezoekers gebruikt kan worden. Kortom, het zijn hotelgasten die er gebruik van maken en dat levert dus geen aanvullende parkeerbehoefte op. Feitelijk wordt de aanvullende parkeerbehoefte daarmee verder gereduceerd tot 61 parkeerplaatsen.
Wiegerinck Architecten Arnhem B.V. KVK 09032134 wiegerick.nl
Eusebiusbuitensingel 80 Postbus 2234 6802 CE Arnhem
De positie van dit tweede project zorgt ervoor dat er 40 parkeerplaatsen verloren gaan in de bestaande capaciteit. Rekening houdend met de overcapaciteit van 33 plekken die er op dat moment nog is, resulteert dit in een aanvullende behoefte van 7 plekken. Rekening houdend met de parkeerbehoefte van project 2 resulteert dit dus in een aanvullende parkeerbehoefte van 68 plekken. Deze extra parkeerbehoefte zullen we op dat moment realiseren door op de kop van het perceel een tijdelijk parkeerterrein op maaiveld te realiseren voor 68 parkeerplaatsen. Zie onderstaand kaartje (ster) voor een indicatie van het gebied. Mochten we op dit moment er ook voor kiezen de entreehal/lobby uit te breiden, worden de parkeerplaatsen boven de huidige boerderij afgesloten van het hoofdverkeer. Maar deze zijn dan wel bereikbaar via de achterzijde en worden voor het personeel bestemd. Zo gaan ze niet verloren.
PROJECT 3: Het derde project zal het realiseren van een wellness in de bestaande boerderij omhelzen. Aangezien dit echter een wellness is die in eerste instantie enkel toegankelijk is voor bestaande hotelgasten, levert dit in onze ogen geen aanvullende parkeerbehoefte op.
PROJECT 4: Het vierde project zal naar alle waarschijnlijkheid de extra uitbreiding met kamers aan de zuidzijde van het perceel zijn. Op dit moment voorzien we daar een uitbreiding met 100 kamers en een fitnessfaciliteit. Deze fitnessfaciliteit zal in basis ten dienste staan van de hotelgasten en dus geen aanvullende parkeerbehoefte opleveren. De kamers leveren een aanvullende vraag van 68 pp op, waarbij er weer een reductie van 10% kan plaatsvinden en er netto een behoefte overblijft van 61 parkeerplaatsen. Het gebouw realiseren we op een plek waar momenteel geen parkeerplaatsen gesitueerd zijn, waardoor de netto parkeerbehoefte op 61 parkeerplaatsen resteert.
Wiegerinck Architecten Arnhem B.V. KVK 09032134 wiegerick.nl
Eusebiusbuitensingel 80 Postbus 2234 6802 CE Arnhem
Deze parkeerbehoefte willen we invullen door het bouwen van een parkeerdek op de huidige parkeerveld van 90 + 102 parkeerplaatsen. Om klaar te zijn voor de toekomst bouwen we dan twee lagen bovenop het huidige maaiveld parkeren. Dit resulteert in een aanvullende capaciteit van 384 parkeerplaatsen, waardoor we voldoende capaciteit realiseren voor dit project én project 5. Zie onderstaand kaartje voor de indicatieve locatie van het gebouw en de plek waar we het parkeerdek wensen te realiseren.
PROJECT 5: Het vijfde project zal de uitbreiding zijn met extra congreszalen ten oosten van het bestaande hotel. Op basis van de verwachtte grootte van zo’n 2.170 m2 BVO komen we tot een aanvullende parkeerbehoefte van 162,8 – 16,3 = 147 parkeerplaatsen. Echter, het gebouw zal gerealiseerd worden op de plek waar momenteel 57 parkeerplaatsen gesitueerd zijn. Feitelijk betekent dit dat er een parkeerbehoefte ontstaat van 204 plaatsen. Deze behoefte kunnen we inlossen middels de
Wiegerinck Architecten Arnhem B.V. KVK 09032134 wiegerick.nl
Eusebiusbuitensingel 80 Postbus 2234 6802 CE Arnhem
parkeerdekken die ten tijde van project 4 zijn gerealiseerd. Hieronder een kaartje waarop de locatie van project 5 zichtbaar is.
PROJECT 6: Het laatste project is de bebouwing op het kavel geheel aan het oosten van het perceel. Dit kavel bestemmen we voor kantoren en/of long stay app, waardoor de parkeerbehoefte moeilijk te duiden is. Maar laten we van een kantoorfunctie uitgaan, aangezien dat de meeste pp oplevert. Uitgaande van een te realiseren volume van 5.200 m2 BVO levert dat een parkeerbehoefte van 88,4 – 8,8 = 79,6 parkeerplaatsen op. In de praktijk dus 80 plekken. Op het ten tijde van project 4 gerealiseerde parkeerdek resteren nog 119 plekken, dus er is nog voldoende capaciteit beschikbaar. Onderstaande afbeelding geeft een beeld van de situering van project 6.
Wiegerinck Architecten Arnhem B.V. KVK 09032134 wiegerick.nl
Eusebiusbuitensingel 80 Postbus 2234 6802 CE Arnhem
slot Op deze wijze hebben we u een beeld gegeven van de wijze waarop we de parkeerbehoefte (gefaseerd) tijdens de diverse ontwikkelstadia denken vorm te geven. Hierbij dienen we aan te merken dan het een aanname op dit moment is en dat het masterplan zich op een andere wijze kan ontwikkelen. Maar ook in dat geval geldt: we zullen voldoen aan de parkeernormering van de gemeente Ridderkerk.
Arnhem, 20-06-2025 ka
Wiegerinck Architecten Arnhem B.V. KVK 09032134 wiegerick.nl
Eusebiusbuitensingel 80 Postbus 2234 6802 CE Arnhem
Quickscan Natuur Krommeweg 1 te Ridderkerk Oriënterend onderzoek natuur in het kader van de Omgevingswet
Colofon
Status:
Definitief
Project:
2024-1899
Datum:
28 januari 2025
Samensteller:
ing. C.A.S. Kuijpers
Collegiale toets:
ing. B.C.E. Vleeshouwer
Opdrachtgever:
Buro SRO B.V.
Contactpersoon:
H. van Arendonk
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud Samenvatting
4
1 Inleiding
6
1.1
Planlocatie
7
1.2
Beoogde ruimtelijke ingreep
9
2 Methode
10
2.1
Uitvoering onderzoek
10
2.2
Houdbaarheid en toepassing
10
3 Beoordeling
11
3.1
Soortenbescherming
11
3.2
Specifieke zorgplicht Soorten
11
3.3
Gebiedsbescherming
17
3.4
Houtopstanden
19
4 Conclusie en vervolg
20
4.1
Conclusie
20
4.2
Effecten
20
4.3
Vervolgstappen en maatregelen
20
Samenvatting Aan de Krommeweg 1 te Ridderkerk is Van der Valk Hotel Ridderkerk gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de locatie gefaseerd te ontwikkelen, waarbij aanvullende hotelvoorzieningen en aanpalende functies worden gerealiseerd, waarbij een deel van de huidige bebouwing wordt gesloopt. De beoogde ruimtelijke ingreep is getoetst aan het onderdeel Natuur onder de Omgevingswet. Er wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het kader van de Omgevingswet onderdeel natuur. In onderstaande tabellen wordt weergegeven welke functies en effecten zijn beoordeeld, en welke vervolgstappen en maatregelen worden geadviseerd. Soortgroep
Bescherming
Mogelijke functie
Vervolgstap (H4.3)
HR
Verblijfplaats
Vleermuisonderzoek
HR
Essentieel leefgebied
Aanvullend onderzoek
Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Amfibieën Reptielen Vissen Insecten en andere ongewervelden Teunisbloempijlstaart Vogels (jaarrond beschermd) Vogels (algemeen en cat.5) Vleermuizen algemeen
Potentie
Onderbouwing
Massawinterverblijfplaats (gewone dwergvleermuis) Essentiele vliegroute
Nee
Geen toegankelijke hoge bebouwing met bufferend vermogen Geen aantasting van lijnvormige structuren
Essentieel foerageergebied
Nee
Nee
Geen aantasting van houtopstanden met struweel en oppervlaktewater
Vleermuissoort
Zomer
Kraam
Paar
Massawinter
Gewone dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Nee
Ruige dwergvleermuis
Ja
Nee
Ja
Nee
Gebiedsbescherming
Afstand
Mogelijke effecten
Vervolgstap (H4.3)
Natura 2000 Natura2000 stikstofgevoelig Natuurnetwerk Nederland Belangrijk weidevogelgebied Groene buffer
4,2 km 14,3 km 2,8 km 7,6 km 1,4 km
Geen Geen Geen Geen Geen
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Houtopstanden
Onderdeel
Uitzondering
Vervolgstap (H4.3)
Afwezig Afwezig
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
Eenheid van >1000 m Bomenrij van >20 bomen 2
4
Zorgplicht
Effecten
Vervolgstap (H4.4)
Algemene zorgplicht Specifieke zorgplicht soorten Specifieke zorgplicht Natura 2000-gebieden Specifieke zorgplicht houtopstanden
Ja Ja Geen Geen
Algemene maatregelen Specifieke maatregelen n.v.t. n.v.t.
5
1 Inleiding Aan de Krommeweg 1 te Ridderkerk is Van der Valk Hotel Ridderkerk. De initiatiefnemer is voornemens de locatie gefaseerd te ontwikkelen, waarbij aanvullende hotelvoorzieningen en aanpalende functies worden gerealiseerd, waarbij een deel van de huidige entree wordt gesloopt, enkele bomen worden gekapt en waterbergingen worden gedempt. Het vigerende plan voorziet niet in de beoogde ruimtelijke ingreep, maar wordt niet gewijzigd. Voor het project wordt namelijk een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. De beoogde ruimtelijke ingreep heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ruimtelijke ingreep geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Buro SRO B.V. begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden. Vervolgens wordt getoetst of de beoogde ruimtelijke ingreep voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is in het kader van natuurwetgeving en/of provinciaal beleid.
Onderzoeksdoelen • Welke beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie en welke negatieve effecten kunnen optreden als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van provinciaal aangewezen beschermde gebieden? • Leidt de beoogde ruimtelijke ingreep tot kap van beschermde houtopstanden? • Dienen er vervolgstappen in het kader van natuurwetgeving en/of provinciaal aangewezen beschermde gebieden te worden genomen, en zo ja, welke?
Figuur 1.1
De planlocatie is gelegen aan de Krommeweg 1 te Ridderkerk.
6
1.1
Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Krommeweg 1 te Ridderkerk (figuur 1.2). De planlocatie betreft Van der Valk Hotel Ridderkerk, welke grotendeels is opgebouwd uit muren met veel raampartijen en gevelpanelen en platte bitumen daken. Enkele delen van de gevels bestaan uit bakstenen muren met luchtspouw. Verder bestaat de planlocatie uit een verharde parkeerplaats, gazons en plantsoenen onderhouden met hoog kwaliteitsbeeld, enkele hoeken met enigszins verwilderde en ruderale eigenschappen, een sloot en meerdere waterbergingen. In figuur 1.3 en bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.
Figuur 1.2 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Krommeweg 1 te Ridderkerk. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door (te ontwikkelen) bedrijventerrein en infrastructuur. Groene gebieden in de omgeving zijn het Kooiwalbos, Reyerpark en het Waalbos. De dichtstbijzijnde rivier is de Waal en deze ligt op een afstand van circa 1,7 km vanaf de planlocatie. De A15 ligt op een afstand van 40m.
Figuur 1.3 Op de planlocatie is men voornemens om gefaseerd aanvullende hotelvoorzieningen en aanpalende functies te ontwikkelen. 7
Figuur 1.4 Fotografische indruk van de omgeving van de planlocatie.
8
1.2
Beoogde ruimtelijke ingreep De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de gefaseerde ontwikkeling van het plangebied, waarbij aanvullende hotelvoorzieningen en aanpalende functies zoals restaurants, congreszalen, entertainment (bioscoop), wellness, sportvoorzieningen en kantoren worden gerealiseerd. Hiervoor wordt een deel van de huidige entree van het hotel gesloopt en er worden bomen gekapt en oppervlaktewater gedempt. Het vigerende plan voorziet niet in deze beoogde ruimtelijke ingreep, waardoor een BOPA wordt aangevraagd. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • • • •
slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; dempen van sloten en wateropslag: graaf- en dempwerkzaamheden; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
Figuur 1.5 Visuele representatie van de beoogde situatie (bron: Wiegerinck Architecten).
9
2 Methode Dit oriënterend onderzoek verkent de relevante vakgebieden met betrekking tot natuurwet- en regelgeving. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten, gebieden en houtopstanden. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. De reikwijdte bestaat uit de Omgevingswet en de provinciale omgevingsverordening. Zie voor het juridisch kader bijlage 2 van dit rapport.
2.1
Uitvoering onderzoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Op basis van dit veldbezoek wordt een inschatting gemaakt omtrent de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 7 januari 2025 en is uitgevoerd door ing. C.A.S. Kuijpers. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: droog, 2/8 bewolkt, 1 Celsius en windkracht 2 (Bft). Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna, bovenop het bekende algemene verspreidingsbeeld van beschermde soorten. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF wordt geraadpleegd voorafgaand aan het uitvoeren van het veldbezoek en gedurende het rapporteren. Tijdens de zoekopdracht in de NDFF wordt hierbij een zoekgebied met straal van circa 2 km aangehouden rondom de planlocatie. Afhankelijk van het karakter en ligging van de planlocatie kan een afwijkende afstand aangehouden worden. De meest recente datum van raadpleging in de NDFF is d.d.
23 januari 2025. In het kader van de Omgevingswet is door BIJ12 de Beschermde Soorten Indicator (BeSI) ontwikkeld. De indicator geeft per locatie de te verwachten soorten en effecten op verblijfplaatsen en leefgebied. Tot dusver blijken de resultaten van de BeSI ontoereikend, er wordt geen volledig beeld van de te verwachten soorten en effecten verkregen. Blom Ecologie volgt de ontwikkeling van de BeSI nauwgezet en zal de indicator toepassen indien de BeSI toereikend is. Momenteel biedt de NDFF het meest complete inzicht in de verspreiding van soorten. Ten behoeve van voorliggende quickscan is de BeSI niet geraadpleegd.
2.2 Houdbaarheid en toepassing De beoogde ruimtelijke ingreep wordt getoetst aan de actuele wetgeving en provinciale verordening. Een quickscan Natuur heeft een houdbaarheid van drie jaar, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen (Omgevingsregeling artikel 7.197j lid 2b).
10
3 Beoordeling 3.1
Soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Planten Binnen een straal van 2 km van de planlocatie is het voorkomen van beschermde planten niet bekend (NDFF 2020-2025). De planlocatie bevat plantsoenen en gazons met hoog kwaliteitsbeeld en enkele enigszins verwilderde plekken. Aanwezige soorten duiden op een voedselrijke, verstoorde bodem, wat ongeschikt is voor beschermde planten. Ter plaatse van de planlocatie is sprake van inheemse of aangeplante planten zonder beschermde status. Enkele waargenomen soorten betreffen: bezemskruiskruid, gewone berenklauw, hoge fijnstraal, hondsdraf, jakobskruiskruid, kruipende boterbloem, ridderzuring, slipbladige ooievaarsbek, smalle weegbree, speerdistel en vijfvingerkruid. Daarnaast is reuzenberenklauw aangetroffen. Deze soort wordt nader behandeld. De planlocatie heeft een verharde parkeerplaats en trottoirs.
Op de muren van de bebouwing is geen (beschermde) muurvegetatie aangetroffen. In de plantsoenen staan aangeplante boom(rijen) en struiken zoals hortensia, laurierkers, taxus en oleander. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek, voor zover deze zichtbaar zijn gedurende de winterperiode. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Grondgebonden zoogdieren Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende zoogdieren: bosmuis, bruine rat, bunzing, dwergmuis, egel, haas, huismuis, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, steenmarter en wezel (NDFF 2020-2025). Voor de steenmarter geldt dat deze beschermd is en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. De steenmarter komt in veel biotopen voor maar het kleinschalig parklandschap heeft de voorkeur. Verblijfplaatsen worden aangetroffen in stenige omgevingen zoals gebouwen of rotsige hellingen. Daarnaast worden deze aangetroffen in plekken als boomholten en puinhopen.
De omgeving van de verblijfplaatsen hebben groene elementen zoals groenstroken, ruigten en bosschages die dienen als foerageergebied. De planlocatie betreft een grotendeels verhard en is onderhouden met hoog kwaliteitsbeeld. De enkele verwilderde en ruderale plekken bevatten geen elementen die kunnen dienen als verblijfplaats. Op de planlocatie is wat opslag van bouwmateriaal aanwezig. Hier zijn geen geschikte wegkruipplekken of sporen van steenmarters aangetroffen. Derhalve kunnen negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Door voornoemde is het uitgesloten dat er sprake is van een essentiële functie op de planlocatie voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde andere soorten. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de vrijstelling van de provinciale Omgevingsverordening vallen. Er is ten aanzien van grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen.
11
Vleermuizen Binnen een straal van 2 km is het voorkomen bekend van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis (NDFF 20202025). Onder de Habitatrichtlijn zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen beschermd (Bal art. 11.46). Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat. Ongeacht de mogelijke aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen kunnen vleermuizen gebruikmaken van de planlocatie tijdens vliegbewegingen en foerageeractiviteiten. Hier dienen in het kader van de specifieke zorgplicht mogelijk maatregelen genomen te worden (zie H4.3). Op de planlocatie zijn alle bomen geïnspecteerd op de aanwezigheid van boomholten, loshangende bastdelen, scheuren, spleten of andere openingen welke kunnen dienen als verblijfplaats. In de bomen op en nabij de planlocatie zijn geen boomholten of andere potentiële verblijfplaatsen aangetroffen. De ontwikkeling resulteert derhalve niet in het wegnemen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. De uit te breiden bebouwing is nauwkeurig geïnspecteerd op de aan- dan wel afwezigheid van potentiële verblijfplaatsen en geschikte invliegopeningen.
Alle gevels en daken van de betreffende bebouwing zijn gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, scheefliggende dakpannen, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnen verlenen tot een open dakruimte en/of spouwmuur. Het hotel heeft veel raampartijen en de muren zijn bedekt met gevelpanelen. Bij de te slopen entree zijn twee kleine bakstenen muren aanwezig. Eén hiervan heeft stootvoegen met bijenbekken aan de grond en er zijn geen openingen in onder de daktrim. Aan de achterkant van het hotel is een aanbouw van de facilitaire afdeling gesitueerd. Deze aanbouw heeft grotere muren met open stootvoegen die leiden naar de luchtspouw. Hierdoor is de luchtspouw toegankelijk voor vleermuizen. Hoewel de huidige plannen nog een stedenbouwkundige schets is, lijkt deze muur aangetast te worden. Indien dit in de definitieve plannen nog steeds beoogd wordt, leidt de beoogde ruimtelijke ingreep tot de aantasting van deze mogelijke verblijfplaatsen. De met gevelpanelen bedekte delen van de bebouwing en het platte dak zijn vanwege het ontbreken van wegkruipplekken, het gladde oppervlak en gebrek aan dakruimte niet geschikt voor verblijfplaatsen van vleermuizen.
Wegens de aanwezigheid van muren met toegankelijke spouw aan de achterzijde van het hotel is het voor vleermuizen mogelijk om in dit deel van de bebouwing een geschikte verblijfplaats te vinden. Vanwege de hoogte, formaat en de functie van de aan de achterzijde van het hotel is er geen sprake van een thermisch buffer, waardoor er geen potentie is voor massawinterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen. De hogere bebouwing van het hotel heeft, vanwege het gebrek aan invliegopeningen, geen potentie voor massawinterverblijfplaatsen invliegopeningen De planlocatie is gelegen in een gebied wat door de aanwezigheid van geschikte vliegroutes, foerageergebieden en donkerte geschikt is als leefgebied voor meervleermuis. Echter zijn de stootvoegen te klein voor de meervleermuis, waardoor de aanwezigheid van de soort wordt uitgesloten. Dit geldt ook voor andere grote vleermuissoorten zoals de laatvlieger. Hierdoor is het mogelijk dat de beoogde ruimtelijke ingreep resulteert in het wegnemen van vleermuisverblijfplaatsen. Voor de planlocatie geldt dat deze niet in een gebied is gelegen met een gemeentelijk Soortenmanagementplan (SMP) gebiedsvergunning.
Gebaseerd op de bekende verspreidingsgegevens, de ligging van de planlocatie (stedelijk gebied) en het type bebouwing is potentie voor verblijfplaatsen van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis (tabel 3.1). Indien er bij de aanbouw aan de achterkant van het gebouw in het definitieve ontwerp daadwerkelijk aangebouwd wordt, dient er aanvullend onderzoek plaats te vinden om aan- of afwezigheid van vleermuizen vast te stellen. Dit wordt gedaan middels veldbezoeken in de periode april-september (zie H4.3). Wanneer er niet direct wordt aangebouwd dient er rekening te worden gehouden met mogelijk aanwezige aanvliegroutes en verstoring van vleermuizen. Naast de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als verblijfplaats, bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. In de 12
huidige situatie heeft de planlocatie, vanwege het hoge onderhoudsbeeld en hoge mate van verharding, geen potentie voor bovenstaande habitatelementen.
Figuur 3.1 De luchtspouw is voor vleermuizen toegankelijk via de open stootvoegen. Tabel 3.1
Samenvatting van de beoordeling van verblijfplaatsen, essentiële vliegroute en foerageergebied voor verschillende vleermuissoorten.
Vleermuissoort
Potentie
Onderbouwing
Gewone dwergvleermuis
Ja
Geschikte openingen in bebouwing
Ruige dwergvleermuis
Ja
Geschikte openingen in bebouwing
Laatvlieger
Nee
Openingen in bebouwing niet van voldoende grootte
Meervleermuis
Nee
Openingen in bebouwing niet van voldoende grootte
Rosse vleermuis
Nee
Geen holten in bomen
Vleermuizen algemeen
Potentie
Onderbouwing
Massawinterverblijfplaats (gewone dwergvleermuis)
Nee
Essentiele vliegroute
Nee
Hoge delen met bufferend vermogen van de bebouwing niet toegankelijk. De toegankelijke delen van de bebouwing zijn te laag en bevatten geen bufferend vermogen. Geen aantasting van lijnvormige structuren
Essentieel foerageergebied
Nee
Tabel 3.2
Geen aantasting van houtopstanden met struweel en oppervlaktewater
Samenvatting van de potentie voor vleermuissoorten op de planlocatie.
Vleermuissoort
Zomer
Kraam
Paar
Massawinter
Gewone dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Nee
Ruige dwergvleermuis
Ja
Nee
Ja
Nee
Amfibieën Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende amfibieënsoorten: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander (NDFF 2020-2025). Voor al deze soorten geldt dat deze beschermd zijn, maar vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Amfibieën leven zowel in een aquatische als terrestrische omgeving. Deze omgevingen betreffen voortplantingswater, foerageergebieden en overwinteringsstructuren. Deze habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën aangetroffen op de planlocatie. De planlocatie is verhard, wordt intensief gebruikt en wordt onderhouden met hoog
13
kwaliteitsbeeld, waardoor veel verstoringen optreden. De wateren op en rondom de planlocatie zijn verbonden met andere grote oppervlaktewateren, waardoor de aanwezigheid van vis zeer aannemelijk is. Geschikt foerageergebied en overwinteringsstructuren ontbreken op de planlocatie. Er is ten aanzien van amfibieën geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen. Reptielen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de muurhagedis (NDFF 2020-2025). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn. Echter, vanwege dat de planlocatie buiten de natuurlijke verspreiding van de soort valt, geldt er een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. Door de afwezigheid van structuurrijke biotopen en de hoge mate van menselijke verstoring is het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Er is ten aanzien van reptielen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen. Vissen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde vissoorten niet bekend (NDFF 20202025). Bij de beoogde dempingswerkzaamheden dienen enkele maatregelen getroffen te worden, zie H4.3. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen.
Insecten en andere ongewervelden Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende beschermde insecten of ongewervelden: grote vos, iepenpage en teunisbloempijlstaart (NDFF 2020-2025). De grote vos komt voor in bosrijke gebieden met hoge houtige vegetatie. Waardplanten zijn iep, zoete kers en sommige wilgensoorten. Deze waardplanten zijn niet aanwezig op de planlocatie, waardoor negatieve effecten ten aanzien van de soort kunnen worden uitgesloten. De iepenpage komt voor in parken en bos(randen). Waardplanten zijn een aantal soorten iep. Deze zijn niet aangetroffen op de planlocatie, waardoor negatieve effecten ten aanzien van de iepenpage kunnen worden uitgesloten. De teunisbloempijlstaart komt voor op warme, vochtige bos(randen) en ruderale of braakliggende terreinen. Waardplanten zijn teunisbloemen, basterdwederik, (harig) wilgenroosje en grote kattenstaart. Deze waardplanten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Echter zijn deze soorten in de winterperiode slecht of zelfs niet zichtbaar, waardoor de aanwezigheid hiervan niet kan worden uitgesloten. In verwilderde hoek met hogere, kruidachtige vegetatie in het noordoosten van het plangebied en rondom de wateropslag, is de verwachting dat er waardplanten zullen groeien. Derhalve dient er een inspectie naar de waardplanten van teunisbloempijlstaart uitgevoerd te worden in mei of in juli.
Hiervoor mag er niet gemaaid worden op de plekken met potentie. Indien er waardplanten aanwezig blijken te zijn dient aanvullend onderzoek naar essentieel leefgebied en de aanwezigheid van waardplanten van de teunisbloempijlstaart uitgevoerd te worden (zie H4.3). Als de waardplanteninspectie in juli wordt uitgevoerd kan deze tevens dienen als eerste veldbezoek van het mogelijk benodigde aanvullend onderzoek. Bij een inspectie in mei is daarentegen er eerder bekend of aanvullend onderzoek benodigd is. Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: blauwe reiger, ekster, koolmees, meerkoet, merel, roodborst, wilde eend en winterkoning. Gedurende het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestlocatie en/of leefgebied. Binnen een straal van 100 meter van de planlocatie is vastgestelde aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels niet bekend (NDFF 2020-2025).
14
Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. De huismus heeft een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is (BIJ12 Kennisdocument Huismus, 2023). De bebouwing is grotendeels bedekt met gevelpanelen en heeft een plat bitumen dak. Er zijn geen dakruimten of andere wegkruipplekken aanwezig waar huismussen nesten kunnen bouwen. Het voorkomen van nestlocaties van huismus op de planlocatie kan derhalve uitgesloten worden. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt tot zeer beperkte aantasting van groene delen en resulteert niet in afname van essentieel leefgebied. Van aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus is derhalve geen sprake. De gierzwaluw heeft als oorspronkelijk rotsbewoner de rotsen ingeruild voor bebouwing.
De soort broedt daardoor hoofdzakelijk in stedelijk gebied in donkere holtes van ventilatieschachten, spleten in muren en onder (pannen)daken (BIJ12 Kennisdocument Gierzwaluw, 2023). Doordat de soort niet direct vanuit zijn nest kan opstijgen, moet hij zich naar beneden kunnen laten vallen. Het nest dient hierdoor een vrije aanvliegroute van minimaal 1 meter breed, en minimaal 3 meter onder de nestopening te bevatten. Hierbij dienen zo min mogelijk belemmerende elementen, zoals bomen, aanwezig te zijn. Voedselvluchten kunnen op vele kilometers (tot wel 1000 km) van het nest plaatsvinden, waardoor het foerageergebied niet nader te definiëren is. De bebouwing is grotendeels bedekt met gevelpanelen en heeft een plat bitumen dak. Er zijn geen dakruimten of andere wegkruipplekken aanwezig waar gierzwaluwen nesten kunnen bouwen. Het voorkomen van nestlocaties van gierzwaluw op de planlocatie kan derhalve worden uitgesloten. Hierdoor kan de aanwezigheid van nestlocaties van de gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden. De bebouwing is niet toegankelijk voor uilen. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen op en rondom de planlocatie. De aanwezigheid van nestlocaties en vaste rustplaatsen van in bebouwing en bomen broedende soorten als buizerd, kerkuil, steenuil, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden.
Op de planlocatie is geen sprake van essentieel leefgebied van uilen en roofvogelsoorten, aangezien deze grotendeels verhard is, en een hoog onderhoudsbeeld heeft, is er namelijk weinig voedselaanbod. Daarnaast zijn er voldoende uitwijkmogelijkheden naar de open percelen in de omgeving. Vogels - Algemene broedvogels en vogels met jaarrond beschermde nesten als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De struiken, bomen, oppervlaktewateren en bebouwing vormen voor algemene broedvogels zoals merel, meerkoet, waterhoen, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van alle vogels beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de kap- en sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.
Exoten Er geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van schadelijke exotische planten en dieren onder de Unielijst. Op de planlocatie is gedurende het veldbezoek en de bureaustudie (NDFF 2020-2025) de reuzenberenklauw aangetroffen, welke valt onder de Unielijst Exoten. Deze moet verplicht worden bestreden (zie H4.3).
15
3.2 Specifieke zorgplicht Soorten Binnen een straal van 100 m zijn waarnemingen bekend van de volgende Vrl art. 4.2 en bijlage 1-soorten, Rode Lijst-soorten, Hrl bijlage II, IV en V soorten en nationaal beschermde soorten: haas, konijn, boerenzwaluw, keep, kneu, nachtegaal, oeverloper, ransuil, slobeend, spotvogel, torenvalk, tureluur, visdief, watersnip en wintertaling (NDFF 2019-2024). Voor de volgende soorten geldt dat deze nog niet in de soortenbescherming (H3.1) beoordeeld zijn: haas, konijn, keep, kneu, nachtegaal, oeverloper, slobeend, spotvogel, tureluur, visdief, watersnip en wintertaling. Voor alle activiteiten die uitgevoerd worden en mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben, moeten deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt worden. De haas en het konijn komen voor in kleinschalige gras- en bouwlanden, open velden en halfopen landschappen. De planlocatie heeft veel verharding en een hoog onderhoudsbeeld. De ruderale gronden hebben een beperkte oppervlakte, waardoor er voldoende leefgebied over blijft in de omgeving. Derhalve kunnen negatieve effecten op de staat van instandhouding van de haas en het konijn worden uitgesloten. De keep broedt niet in Nederland en op de planlocatie is zeer beperkt voedselaanbod. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling heeft derhalve geen negatieve effecten op de stand van instandhouding van de soort.
De kneu, nachtegaal en spotvogel broeden in bosschages, struwelen en dichte struiken. Deze ontbreken op de planlocatie en is beperkt voedselaanbod aanwezig. Derhalve kunnen negatieve effecten ten aanzien van de soorten worden uitgesloten. De oeverloper, slobeend, tureluur, visdief, watersnip en wintertaling broeden goed verstopt tussen de vegetatie op de grond. De oeverlopen, slobeend en wintertaling bouwen hun nesten meestal langs de wateroevers. De planlocatie heeft veel verharding of is onderhouden met hoog kwaliteitsbeeld. Daarnaast wordt de planlocatie intensief gebruikt en treedt er veel verstoring op. Rondom de wateropslagen is mogelijkheid voor leefgebied van voorgenoemde soorten. Echter zijn er in de directe omgeving zijn voldoende vergelijkbare wateren waar naar kan worden uitgeweken. Derhalve kunnen negatieve effecten op de staat van instandhouding van de soorten worden uitgesloten. Het plangebied bestaat uit een hotel met parkeerplaats, plantsoenen en gazons met hoog onderhoudsbeeld, wat ruderale grond en wateropslag. Tijdens het veldbezoek is er onderzoek gedaan naar aanwijzingen van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit verricht wordt of in de directe omgeving van de locatie. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten aangetroffen welke vallen onder de Specifieke zorgplicht.
Er is wat betreft de bovenstaande soorten geen sprake van nadelige effecten op soorten van de Habitatrichtlijn en Rode Lijst ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Gezien het bovenstaande zijn er geen preventieve maatregelen benodigd.
16
3.3 Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 4,2 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ (figuur 3.2). Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ op 14,3 km ten zuidoosten van de planlocatie (figuur 3.1).
Figuur 3.2 De planlocatie ligt op een afstand van circa 4,2 km tot het Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ (bron: nationaal Georegister PDOK). De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de verdere ontwikkeling van Van der Valk Hotel Ridderkerk, waarbij aanvullende hotelvoorzieningen en aanpalende functies worden gerealiseerd. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ruimtelijke ingreep in de gebruiksfase tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de aanlegfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. Per 2 november 2022 geldt dat de algemene bouwvrijstelling onbruikbaar is en dat activiteiten van de bouwsector onderdeel moeten zijn van de beoordeling.
Gezien er sprake is van een grote afstand (14,3 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een stikstofonderzoek middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven. Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende beschermingscategorie 1 (Natuurnetwerk Nederland en beschermd grasland in de Bollenstreek) of beschermingscategorie 2 (Belangrijk weidevogelgebied en Groene buffer). Op een afstand van circa 2,8 km ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 3.2). De planlocatie is niet gelegen in de (buurt van de) Bollenstreek. Op een afstand van circa 7,6 km ligt Belangrijk weidevogelgebied (geen kaartweergave) en op een afstand van circa 1,4 km ligt de Groene buffer (figuur 3.3). 17
Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig op de planlocatie die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.
Figuur 3.3 De planlocatie ligt op een afstand van circa 2,8 km tot het Natuurnetwerk Nederland (bron: ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl).
Figuur 3.4 De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,4 km tot de Groene buffer (bron: ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl).
18
3.4 Houtopstanden Houtopstanden In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Daarbij hebben de kapwerkzaamheden geen nadelige gevolgen voor de oogmerken voor regels voor deze activiteit. Een meld- en herplantplicht bij bevoegd gezag of verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken is niet noodzakelijk. Ten aanzien van de specifieke zorgplicht houtopstanden hoeven er geen maatregelen getroffen te worden. Algemene Plaatselijke Verordening Naast het landelijk en provinciaal beleid waar deze beoordeling op wordt getoetst hebben gemeenten echter vaak een eigen beleid omtrent het kappen dan wel vellen van bomen en struiken. Dit is vaak opgenomen in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Gemeentelijke Verordeningen mogen niet strijdig zijn met landelijk/provinciaal beleid. Het is derhalve aanbevelingswaardig om in de voorbereidende fase de bepalingen in de APV af te stemmen met de gemeente om conflicterende situaties in een later stadium te voorkomen.
3.5 Natuurinclusiviteit Een robuuste natuur draagt bij aan een aangename en klimaatbestendige leefomgeving. Binnen de beoogde ontwikkeling is mogelijk ruimte om enkele maatregelen te treffen ten gunste van inheemse natuur. De planlocatie kan mogelijk bijdragen aan het verbinden van verschillende groene structuren. Bij voorkeur wordt het nieuwe groen beplant met inheemse bomen, struiken en planten. In de beoogde bebouwing kunnen inbouwstenen worden gerealiseerd voor diverse vogel- en vleermuissoorten.
19
4 Conclusie en vervolg 4.1
Conclusie Bij de gefaseerde ontwikkeling van de planlocatie, waarbij aanvullende hotelvoorzieningen en aanpalende functies worden gerealiseerd aan de Krommeweg 1 te Ridderkerk wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het kader van de Omgevingswet onderdeel natuur.
4.2 Effecten De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming en houtopstanden. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Indien er in het definitieve ontwerp blijkt dat de aanbouw aan de achterkant van de bebouwing daadwerkelijk wordt aangebouwd, dient er voorafgaand van de werkzaamheden met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of dit deel van de bebouwing een relevante functie heeft voor vleermuizen (soortenbescherming). Wanneer er niet direct wordt aangebouwd dient er rekening te worden gehouden met mogelijk aanwezige aanvliegroutes en verstoring van vleermuizen. Daarnaast dient de aanwezigheid van waardplanten van de teunisbloempijlstaart onderzocht te worden. Bij aanwezigheid hiervan dient middels aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de planlocatie een relevantie functie heeft voor deze soort. Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen kan bevoegd gezag onder voorwaarden een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verlenen.
De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing, er is sprake van een wettelijk belang (vleermuizen: er is sprake van een reden van sociale of economische aard) en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen is hiertoe uitvoerbaar). Wegens het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat een eventueel benodigde omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zou kunnen worden. Wanneer er niet direct wordt aangebouwd dient er rekening te worden gehouden met mogelijk aanwezige aanvliegroutes en verstoring van vleermuizen. Hiermee mag geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.