Bijlagen 6 tm 13 bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
Transect-rapport 4363 Ridderkerk, ’t Ronde Sant Gemeente Ridderkerk (ZH) Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
Auteur
L. Jansen of Lorkeers
Versie
Versie 2.1
Datum
09-04-2024
Projectnummer
22060023
Onderzoeksmelding
5280482100
Opdrachtgever
Buro SRO
Uitvoerder
Transect b.v.
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein Veldonderzoek
L. Jansen of Lorkeers (KNA Prospector) I. Korver
Bevoegde overheid
Gemeente Ridderkerk
Adviseur namens bevoegde overheid Toetsing rapport bevoegde overheid
Archeologie Rotterdam (BOOR) Nog ter beoordeling
Beheer en plaats documentatie
Transect b.v., Nieuwegein Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (20-10-2022)
Omslagafbeelding
Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector
Datum 09-04-2024
Paraaf
ISSN: 2211-7067
© Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Samenvatting In opdracht van Buro SRO heeft Transect b.v. in oktober 2022 een archeologisch Inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase uitgevoerd in een plangebied aan de Hugo de Grootlaan 1-34 en 50 in Ridderkerk (gemeente Ridderkerk). De aanleiding van het onderzoek vormt een ruimtelijke procedure, waarbij men nieuwe sociale huurwoningen en een verpleeghuis wil realiseren in het plangebied. Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek (IVO; verkennende fase) is het toetsen en vaststellen van de archeologische verwachting van het gebied. Normaliter wordt een verwachting vastgesteld op basis van een archeologisch bureauonderzoek (BO). In dit geval is er door BOOR een PvE-Boren opgesteld naar aanleiding van een beknopt bureauonderzoek. Hierin is vastgesteld dat er een middelhoge archeologische verwachting geldt voor de top van het veen (vanaf maaiveld) op de aanwezigheid van sporen uit de Romeinse Tijd en de Late Middeleeuwen A en B (Corver, 2022). Op basis van het veldonderzoek is geconcludeerd dat er in het plangebied oever- op bedding- en geulafzettingen van de Slikkerveen stroomgordel aanwezig zijn. De top ligt op een diepte tussen 40-85 cm Mv (0,0 – 0,6 m -NAP). Deze afzettingen zijn naar verwachting gedurende de Romeinse Tijd tot stand gekomen en vanaf dan in theorie bewoonbaar geweest.
De top van de oeverafzettingen is in het plangebied echter niet als intact te beschouwen. Een vegetatieniveau of overige sporen van bodemvorming ontbreken in deze afzettingen. Vermoedelijk zijn deze verstoringen te relateren aan de huidige bebouwing en overige (sub)recente ingrepen binnen het plangebied. In de boringen is geen Hollandveen aangetroffen. Dit is naar verwachting geërodeerd door de Slikkerveer. Gezien de resultaten van het veldonderzoek kan de archeologische verwachting in het plangebied naar laag worden bijgesteld. Advies In het plangebied bestaat het voornemen de huidige bebouwing te slopen en een nieuw woonzorgcentrum te realiseren. Hierbij zullen bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden. Op basis van het veldonderzoek is sprake van een lage archeologische verwachting. Er is zodoende geen aanleiding om een vervolgonderzoek te adviseren. Het plangebied kan in onze optiek worden vrijgegeven voor de geplande ontwikkeling. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Ridderkerk). Bovenstaande vormt een advies.
Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Ridderkerk) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
Inhoud
1. Aanleiding In opdracht van Buro SRO heeft Transect b.v.1 in oktober 2022 een archeologisch Inventariserend veldonderzoek (IVO) verkennende fase uitgevoerd in een plangebied aan de Hugo de Grootlaan 1-34 en 50 in Ridderkerk (gemeente Ridderkerk). De aanleiding van het onderzoek vormt een ruimtelijke procedure, waarbij men nieuwe sociale huurwoningen en een verpleeghuis wil realiseren in het plangebied. Volgens het bestemmingsplan Het Zand en De Gorzen (2013) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) geldt in het noordwesten van het plangebied geen dubbelbestemming voor het zuidoosten een Waarde – archeologie (bijlage 7). Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen van 100 m2 en die dieper reiken dan 30 cm -Mv een archeologische onderzoeksplicht geldt. Vanwege de omvang van het plangebied (circa 1,07 ha) is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het archeologisch vooronderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1) en het voor dit onderzoek opgestelde Programma van Eisen (PvE; Corver, 2022) en Plan van Aanpak (PvA; Korver, 2022).
1
Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.0, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.
6
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek (IVO) is het toetsen en vaststellen van de archeologische verwachting van het gebied. Normaliter wordt een verwachting vastgesteld op basis van een archeologisch bureauonderzoek (BO). In dit geval is er door BOOR een PvE-Boren opgesteld naar aanleiding van een beknopt bureauonderzoek. Hierin is vastgesteld dat er een middelhoge archeologische verwachting geldt voor de top van het veen (vanaf maaiveld) op de aanwezigheid van sporen uit de Romeinse Tijd en de Late Middeleeuwen A en B (Corver, 2022). Het huidige onderzoek betreft uitsluitend een verkennende fase. Tijdens de verkennende fase worden de bodemopbouw, bodemintactheid en bodemreliëf in kaart gebracht. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Wat is de archeologische waarde en/of verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?
Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden.
7
3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Plaats
Ridderkerk
Toponiem
’t Ronde Sant
Gemeente
Ridderkerk
Provincie
Zuid-Holland
Kaartblad
38C
Perceelnummer(s)
RDK01 – B – 2089
Centrumcoördinaat
102.020 / 431.289
Oppervlakte plangebied
Circa 1,07 ha.
Het plangebied ligt aan de Hugo de Groothof te Ridderkerk, ook wel ’t Ronde Sant genoemd (gemeente Ridderkerk). Het plangebied beslaat het kadastrale perceel RDK01 sectie B nummer 2089. De omvang van het plangebied is 1,07 ha. In het zuiden en oosten wordt het plangebied begrensd door de Hugo de Grootlaan en de overige grenzen van het plangebied worden gevormd door de grenzen van de aanliggende kadastrale percelen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Ten tijde van het onderzoek is het plangebied deels bebouwd (circa 5500 m2) en deels verhard (circa 2000 m2) . Het overige gedeelte is in gebruik als tuin en groenstrook (circa 2550 m2).
8
Figuur 1. Ligging van het perceel (rood omlijnd) op een topografische kaart. Bron topografische kaart: PDOK.
9
4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Oppervlakte plangebied
1,07 ha
Planvorming
Nieuwbouw bedrijfspanden
Omvang verstoringen
Sloop huidige bebouwing (5500 m2) Nieuwbouw (circa 4500 m2; diepte onbekend) Aanleg parkeerplaatsen
Bodemverstorende werkzaamheden
Graafwerkzaamheden
Diepte verstoring
Onbekend (>30 cm)
In het plangebied bestaat het voornemen om de huidige bebouwing te slopen en om hiervoor in de plaats een nieuw verpleeghuis en een gebouw met sociale huurwoningen te bouwen met in totaal 180 wooneenheden. In figuur 2 is de ligging van de nieuwbouw ten opzichte van de bestaande bebouwing opgenomen. De nieuwbouw betreft een deel met drie bouwlagen aan de zuidzijde langs de Hugo de Grootlaan en een gebouw met vier bouwlagen centraal op het terrein. Aan de oostzijde komt een appartementengebouw van tien bouwlagen. Details van de nieuwbouw, zoals de diepte van de funderingen of palenplannen zijn nog niet beschikbaar. Er zijn geen veranderingen in het grondwaterpeil voorzien.
Figuur 2. Ligging van de bestaande bebouwing ten opzichte van de geplande nieuwbouw. Bron topografische kaart: PDOK.
10
5. Beleidskader Onderzoekskader
Bestemmingsplanwijziging
Beleidskader
Bestemmingsplan Het Zand en De Gorzen (2013)
Onderzoeksgrens
100 m2 en 30 cm -Mv
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2023 in werking zal treden. In het bestemmingsplan Het Zand en De Gorzen (2013) is aan het noordwestelijk deel van het plangebied geen dubbelbestemming toegekend en heeft het zuidoostelijk deel plangebied een Waarde – Archeologie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart (BOOR, 2013; niet als kaartbeeld opgenomen). Hierop heeft het plangebied een redelijk hoge archeologische verwachting.
Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 100 m2 én dieper reiken dan 30 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk. Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en -diepte betekent dat in dit geval er in het kader van de ruimtelijke procedure een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van de ruimtelijke procedure dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.
11
6. Achtergrondinformatie en archeologische verwachting2 In het plangebied heeft reeds een beknopt archeologisch bureauonderzoek plaatsgevonden (in het kader van het PvE; Corver, 2022). Op grond van dit onderzoek is vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Romeinse Tijd en Late Middeleeuwen A en B (tot 1373). Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied in een voorheen met kreken doorsneden veenmoeras ter plaatse van de Slikkerveer stroomrug. Dit landschap heeft op verschillende momenten op verschillende plekken bewoningsmogelijkheden heeft geboden, vanwaar er mogelijk archeologische resten aanwezig kunnen zijn. De archeologische verwachting wordt hieronder toegelicht. Landschappelijke en historische ontwikkeling van het plangebied De diepere ondergrond in het plangebied bestaat uit afzettingen behorende tot de Formatie van Kreftenheye (De Mulder e.a., 2003; circa 19 m -Mv; 19 m -NAP). Deze geulafzettingen worden afgedekt met een afwisseling van lagen fluviatiele afzettingen (kom-, oever- en geulafzettingen) en veen (Hollandveen Laagpakket; De Mulder e.a., 2003). De fluviatiele afzettingen behoren tot de Afzettingen van Gorkum (cf. Zagwijn en van Staalduinen, 1979), die volgens de nieuwe lithostratigrafische indeling van De Mulder e.a. (2003) tot de Formatie van Echteld worden gerekend.
De top hiervan bestaat uit oeverafzettingen die door de grote meander van de Merwede zijn afgezet. In deze periode stroomde deze meander genaamd Slikkerveer (Cohen e.a., 2003) ten westen van het gebied Donkersloot. De Slikkerveer was een zijtak van een zeegat gedurende de Romeinse Tijd. De oevers ervan zijn mogelijk bewoonbaar geweest in deze periode. Stroomopwaarts stond de meander in verbinding met de Alblas stroomrug. Toen de Lek, Hollandse IJssel en Merwede gedurende de Vroege Middeleeuwen in verbinding met het zeegat kwamen te staan vormde het zeegat zich om tot een estuarium. De Merwede verzorgde toen de hoofdafvoer van de Rijn. De Middenmolendijk, Westmolendijk en Ringdijk werden aangelegd op de oever in de buitenbocht van de Slikkerveer stroomrug. Dit bedijkte gebied behoorde tot de Riederwaard, die toen nog deel uitmaakte van de Alblasserwaard. In de periode 1373 – 1375 gaat de Riederwaard ten onder als gevolg van overstromingen. In 1413 ging er een grote waterlozing door de sluizen van Alblasserdam. Dit had opnieuw consequenties op de waterhuishouding in de voormalige Riederwaard. De Merwede verlegde zijn hoofdstroom vanuit de Slikkerveer naar een nieuwe geul dwars door de polder (de huidige Noord). Het afgesneden stuk werd opnieuw bedijkt en ingepolderd en kreeg de naam Donkersloot. Het plangebied lag sindsdien buitendijks.
Een van deze dijken, de Molendijk, ligt ongeveer 100 m ten zuiden van het plangebied (bij de huidige Vlietlaan) en is inmiddels geslecht. Geleidelijk aan verlandde ook de oude meander van de Slikkerveer. Op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (niet als kaartbeeld opgenomen) is de restgeul nog steeds zichtbaar en watervoerend, maar in de loop van de twintigste eeuw is de geul gedempt en opgenomen in de bebouwde kom. Het plangebied zelf blijft onbebouwd tot de realisatie van een woonzorgcentrum in 1996. Deze bebouwing wordt in 2004 uitgebreid met een kinderdagverblijf (in het noordoosten) en tijdelijke huisvesting in 2017 (in het zuidoosten). Archeologische gegevens In de omgeving van het plangebied zijn uitsluitend resten uit de Romeinse Tijd en Late Middeleeuwen aangetroffen. Het betreffen veelal losse fragmenten aardewerk die bij graafwerkzaamheden aan het licht zijn gekomen. De resten bevinden zich veelal in de basis van een kleilaag (Formatie van Echteld) nabij de overgang naar een dieper gelegen laag Hollandveen. Bij een waarneming 150 m ten oosten van het plangebied (BOOR-vindplaats 14-27) zijn resten aardewerk, bot, leerresten en een stuk lood verzameld. De exacte context en datering is onbekend. Vermoedelijk is het onderzoek van Van den 2
Naar Corver, 2022; waar nodig aangevuld met overige bronnen.
12
Biggelaar (2020) direct ten oosten van het plangebied het meest relevant voor de te verwachten bodemopbouw in het plangebied. Onderin een aantal boringen is Hollandveen aangetroffen. Voor een deel hiervan is het onduidelijk of het intact of verspoeld veen betreft. De top ligt op circa 2,1-2,2 m Mv (tussen -2,3 en -3,1 m NAP). Hierboven bevindt zich matig tot sterk siltige, kalkrijke, lichtgrijze tot bruine (humeuze) klei met schelpgruis, detritus- en zandlagen. Het betreffen overstromingsafzettingen in de oeverzone van de Slikkerveer (Formatie van Echteld). In de bovenste 30-60 cm is een bouwvoor gevormd, waarin baksteen, grind en plastic aanwezig zijn. In drie boringen komen donkergrijze humusvlekken voor die wijzen op een geul. Hier bestaat het sediment uit zandige klei en matig fijn zand, waarin eveneens schelpgruis, zand- en detrituslagen aanwezig zijn. Het betreffen restgeulafzettingen van de Slikkerveer, mogelijk van de periode na de bedijking in 1331. Archeologische verwachting In het plangebied is sprake van een middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit de Romeinse Tijd en de Late Middeleeuwen A en B (tot 1373). Resten uit deze periode worden in Ridderkerk veelal aangetroffen in het traject top Hollandveen – Formatie van Echteld. Er worden huisplaatsen, nederzettingsterreinen en sporen van inrichting en agrarisch gebruik verwacht.
Vindplaatsen kenmerken zich veelal door een donkergekleurde, humeuze laag. In dit niveau kunnen resten van aardewerk, houtskool, (on)verbrand bot, steen, glas, metaal en dergelijke voorkomen. Vanaf de Late Middeleeuwen B wordt ook baksteen verwacht. Deze verwachting is met name van toepassing indien er tijdens het onderzoek sprake is van een intacte bodemopbouw, landschappelijk relevante omstandigheden en de aanwezigheid van aanwijzingen van resten. Hierom is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De werkwijze is toegelicht in het volgende hoofdstuk.
13
7. Werkwijze Onderzoekstrategie
Verkennend booronderzoek
Aantal boringen
12
Type boor
Edelmanboor en guts
Boordiameter
7 en 3 cm
Maximale boordiepte
400 cm -Mv
Het doel van het veldonderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De boringen zijn gebruikt om inzicht te krijgen in de exacte landschappelijke ligging en de bodemopbouw van het plangebied en de mate van intactheid ervan. In totaal zijn in het plangebied 12 boringen gezet (boring 1-12). De boringen zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts met een diameter van 3 cm tot een diepte van maximaal 400 cm -Mv. De meeste boringen zijn echter tot circa 250-300 cm -Mv gezet, waarna deze zijn gestaakt door inlopend zand onder invloed van het grondwater. Hierdoor was het fysiek niet mogelijk om de boringen dieper door te zetten. Boring 2 en 11 zijn op circa 40-80 cm -Mv na herhaaldelijke pogingen gestaakt in puin. Boring 9 kon niet worden gezet wegens een afgesloten hek. De opgeboorde monsters zijn handmatig verbrokkeld, versneden en doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals bot, aardewerk, baksteen, bewerkt vuursteen en houtskool). De boringen zijn gefotografeerd en vervolgens beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Enkele foto’s van de boringen zijn te vinden in bijlage 5 en de beschrijvingen in bijlage 6.
De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk verdeeld in het plangebied. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 3. De x-, y- en z-coördinaten zijn bepaald met behulp van een dGPS.
14
8. Resultaten veldonderzoek Veldwaarnemingen Het plangebied is ten tijde van het veldonderzoek bebouwd met een woonzorgcentrum en kinderopvang (in totaal circa 5500 m2). Het overige gedeelte van het terrein is ingericht als parkeerplaats, tuin en groenstrook. Het maaiveld in het plangebied is vlak, vermoedelijk het gevolg van egalisatie ten behoeve van de bebouwing. Foto’s van het plangebied zijn weergegeven in figuur 3.
Figuur 3. Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (20-10-2022). De rechterfoto is genomen vanaf boring 11 richting het noorden, de linkerfoto vanaf boring 7 in noordwestelijke richting.
Lithologie en bodemopbouw Van boring 1 – 5 is een lithologisch profiel vervaardigd. De ligging ervan is te zien op de boorpuntenkaart, het profiel zelf is opgenomen in bijlage 4. Aan de hand van dit profiel en de boorstaten (bijlage 6) wordt de bodemopbouw in het plangebied besproken. Onderin de boringen (m.u.v. boring 1 en 7) is sprake van zwak tot matig siltig zand. Het zand is matig fijn tot matig grof, kalkrijk en af en toe voorzien van plantenresten en/of schelpgruis. Het wordt geïnterpreteerd als beddingzand, naar verwachting van de Slikkerveer stroomrug. De top ligt op een diepte tussen circa 180-240 cm -Mv (1,3 – 1,8 m -NAP). Naar boven toe gaat het sediment over in matig zandige klei. Deze klei is kalkrijk, bevat af en toe fragmenten van schelpgruis en heeft een lichtbruine tot grijze kleur. Het wordt geïnterpreteerd als oeverafzetting, eveneens van de Slikkerveer stroomrug. De top van deze afzettingen ligt op circa 40-85 cm -Mv (0,0 – 0,3 m -NAP). Hierboven is veelal sprake van matig tot sterk zandige klei en/of zwak siltig zand. In deze laag zijn fragmenten modern baksteenpuin, zand- en kleibrokken en modern glas aanwezig. Het betreft een verstoringsdan wel ophooglaag met een dikte tussen 40-85 cm. In boring 10 is de natuurlijke ondergrond niet bereikt. Hier is tot 180 cm -Mv sprake van matig zandige klei met zandbrokken en modern bouwpuin (glas, rood baksteen).
Deze boring is in een zandlaag gestaakt op 180 cm -Mv (1,4 m -NAP). Onder invloed van grondwater liep het zand uit de boor. In boring 1 is het beddingzand niet bereikt binnen 4 m -Mv. De ondergrond bestaat hier vanaf 260 cm Mv (2,2 m -NAP) uit zwak kleiig veen en matig siltige, zwak humeuze klei met veenbrokken. Hierboven is matig zandige, slappe klei met zandlagen en sporen van plantenresten aanwezig. De top hiervan ligt op 75 cm -Mv (0,35 m -NAP). In boring 7 is vanaf circa 80 cm -Mv (0,65 m -NAP) sprake van matig zandige, slappe grijze klei met zandlagen en schelgruis. De afzettingen in deze twee boringen worden geïnterpreteerd als (rest)geulafzetting. 15
Archeologische indicatoren Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er is uitsluitend sprake van een bijmenging met modern bouwpuin. Archeologische interpretatie Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld in het plangebied oever- op bedding- en geulafzettingen van de Slikkerveer stroomgordel aanwezig zijn. Dit niveau vormt vanuit het beknopte bureauonderzoek het relevante niveau voor de periode Romeinse Tijd – Middeleeuwen. De oeverafzettingen zijn echter niet als intact te beschouwen. Een vegetatieniveau en andere sporen van bodemvorming (ontkalking, rijping) ontbreken. Naar verwachting is sprake van een aftopping van deze afzettingen, waarbij een eventueel aanwezig archeologisch relevant niveau niet meer intact zal zijn. Plaatselijk is ook sprake van diepere verstoringen, zoals in boring 10 (minimaal 180 cm -Mv). Aangenomen kan worden dat eventuele niveaus in het Hollandveen geërodeerd zijn door de Slikkerveer stroomgordel. Gezien de geringe mate van intactheid van de oeverafzettingen en de erosie van het Hollandveen kan de archeologische verwachting naar laag worden bijgesteld.
16
9. Beantwoording onderzoeksvragen 1.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? In het plangebied zijn geulafzettingen en oever- op beddingafzettingen van de Slikkerveer stroomgordel aangetroffen. Deze stroomgordel is gedurende de Romeinse Tijd gevormd.
2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Er zijn geen archeologisch relevante niveaus aanwezig in het plangebied. De top van de oeverafzettingen is niet meer als intact te beschouwen en Hollandveen is niet aangetroffen. Dit is geërodeerd.
3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Niet van toepassing.
4.
Wat is de archeologische waarde en/of verwachting van het plangebied en in hoeverre is de verwachting te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Gezien de resultaten van het veldonderzoek kan de archeologische verwachting in het gehele plangebied naar laag worden bijgesteld.
17
10. Conclusies en advies Conclusie Op basis van het veldonderzoek is geconcludeerd dat er in het plangebied oever- op bedding- en geulafzettingen van de Slikkerveen stroomgordel aanwezig zijn. De top ligt op een diepte tussen 40-85 cm Mv (0,0 – 0,6 m -NAP). Deze afzettingen zijn naar verwachting gedurende de Romeinse Tijd tot stand gekomen en vanaf dan in theorie bewoonbaar geweest. De top van de oeverafzettingen is in het plangebied echter niet als intact te beschouwen. Een vegetatieniveau of overige sporen van bodemvorming ontbreken in deze afzettingen. Vermoedelijk zijn deze verstoringen te relateren aan de huidige bebouwing en overige (sub)recente ingrepen binnen het plangebied. In de boringen is geen Hollandveen aangetroffen. Dit is naar verwachting geërodeerd door de Slikkerveer. Gezien de resultaten van het veldonderzoek kan de archeologische verwachting in het plangebied naar laag worden bijgesteld. Advies In het plangebied bestaat het voornemen de huidige bebouwing te slopen en een nieuw woonzorgcentrum te realiseren. Hierbij zullen bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden. Op basis van het veldonderzoek is sprake van een lage archeologische verwachting. Er is zodoende geen aanleiding om een vervolgonderzoek te adviseren. Het plangebied kan in onze optiek worden vrijgegeven voor de geplande ontwikkeling.
Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Ridderkerk). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Ridderkerk) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
18
11. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. • www.ahn.nl • www.archieven.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.pdok.nl • www.dans.easy.knaw.nl • www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.bagviewer.kadaster.nl Literatuur Biggelaar, D.F.A.M. van den, 2020. Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Driehoek ’t Zand, Ridderkerk, gemeente Ridderkerk. IDDS Archeologie rapport 2385, Noordwijk. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Rhine‐Meuse Delta Studies Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography, Utrecht University. Digital dataset: http://persistent‐identifier.nl/?identifier=urn:nbn:nl:ui:13‐nqjn‐zl. Corver, B.A., 2022. Programma van Eisen voor een verkennend (en eventueel karterend) inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen in het plangebied ‘Hugo de Groothof 1 (’t Ronde Sant)’ in de gemeente Ridderkerk. BOOR-PvE 2022029, Rotterdam. Korver, I., 2022. Plan van Aanpak, Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Best, Kapelweg 18. Transect, Nieuwegein. Mulder, E.F.J de., M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhof & T.E. Wong 2003, De ondergrond van Nederland, Groningen.
Zagwijn, W.H. en C.J. van Staalduinen (red.), 1975. Toelichting bij de geologische overzichtskaarten van Nederland, Haarlem.
19
Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode
Deel-/subperiode
Recent
Van
Tot
1945 na Chr.
2050 na Chr.
Nieuwe Tijd
Late-Nieuwe tijd Midden-Nieuwe tijd Vroege-Nieuwe tijd
1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.
1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.
Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A
1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.
1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A
350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.
450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.
IJzertijd
Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd
250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.
12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.
Bronstijd
Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd
1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.
800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.
Neolithicum
Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A
2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.
2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.
Mesolithicum
Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum
6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.
4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.
Paleolithicum
Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum
18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -
8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP
20
Plantekening
21
Boorpuntenkaart
22
Profiel
23
Foto´s van de boringen De boringen op onderstaande foto’s zijn van links naar rechts per blok van 50 cm uitgelegd. Het diepste punt van de boorkernen wijst naar boven. Het diepste punt van de guts ligt aan de rechterzijde.
Boring 5: 0-200 cm -Mv
Boring 8.
24
Boorstaten
25
boring: 226023-1 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 101.965, Y: 431.252, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,41, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,41 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin, matig grof, weinig plantenresten Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: bouwvoor
5 cm -Mv / 0,36 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: straatzand
25 cm -Mv / 0,16 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig grindig, bruin, zand- en kleibrokken, zeer stevig, spoor plantenresten Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern baksteen
75 cm -Mv / 0,34 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruin, zeer stevig, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
104 cm -Mv / 0,63 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, matig slap, spoor plantenresten, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
200 cm -Mv / 1,59 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: erosief (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, enkele zandlagen, matig slap, kalkrijk
263 cm -Mv / 2,22 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: erosief (<0,3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs, veenbrokken, slap, weinig hout, kalkrijk
390 cm -Mv / 3,49 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: veen, zwak kleiig, lichtgrijsbruin, amorf veen, normaal (alleen zand en veen)
Einde boring op 400 cm -Mv / 3,59 m -NAP
1
boring: 226023-2 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 101.974, Y: 431.279, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,56, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect, opmerking: Driemaal gestaakt in puin
0 cm -Mv / 0,56 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: klinker
10 cm -Mv / 0,46 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig grof Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: ondoordringbaar bouwpuin (onbepaald) Opmerking: straatzand
Einde boring op 40 cm -Mv / 0,16 m +NAP
boring: 226023-3 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 101.983, Y: 431.309, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,50, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin, matig fijn, weinig plantenresten Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
8 cm -Mv / 0,42 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig grof Opmerking: straatzand
24 cm -Mv / 0,26 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, bruin, zand- en kleibrokken, zeer stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern baksteen
57 cm -Mv / 0,07 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, donkergrijs, zeer stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
76 cm -Mv / 0,26 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, zeer stevig, kalkrijk
114 cm -Mv / 0,64 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgrijs, enkele kleilagen, zeer stevig, matig grof, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Opmerking: guts loopt leeg
Einde boring op 250 cm -Mv / 2,00 m -NAP
2
boring: 226023-4 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 101.993, Y: 431.337, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,46, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,46 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, lichtbruin, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
13 cm -Mv / 0,33 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeel, kleibrokken, matig grof, weinig wortelresten, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
24 cm -Mv / 0,22 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, zwak grindig, bruin, zandbrokken, stevig, kalkrijk Bodemkundig: veel Fe-vlekken, interpretatie: verstoord Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Rood baksteenpuin
47 cm -Mv / 0,01 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, zandbrokken, stevig, kalkrijk Bodemkundig: veel Fe-vlekken, interpretatie: verstoord Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Rood baksteenpuin
63 cm -Mv / 0,17 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, stevig, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord
72 cm -Mv / 0,26 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruin, stevig, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
91 cm -Mv / 0,45 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
120 cm -Mv / 0,74 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, lichtgrijs, enkele dikke zandlagen, matig slap, kalkrijk
178 cm -Mv / 1,32 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkrijk
Einde boring op 250 cm -Mv / 2,04 m -NAP
3
boring: 226023-5 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 102.010, Y: 431.355, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,57, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,57 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, donkerbruin, zandbrokken, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: verstoord
38 cm -Mv / 0,19 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, bruin, zandbrokken, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord
75 cm -Mv / 0,18 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, bruingrijs, stevig, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: veel Fe-vlekken
112 cm -Mv / 0,55 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruin, veenbrokken, stevig, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
130 cm -Mv / 0,73 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk
157 cm -Mv / 1,00 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, veel dunne zandlagen, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk
238 cm -Mv / 1,81 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgrijs, matig fijn, spoor plantenresten, kalkrijk
Einde boring op 270 cm -Mv / 2,13 m -NAP
4
boring: 226023-6 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 102.036, Y: 431.347, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,52, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,52 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, donkerbruin, zandbrokken, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: verstoord
6 cm -Mv / 0,46 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, bruin, zandbrokken, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern baksteenpuin, glas
84 cm -Mv / 0,32 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruin, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
112 cm -Mv / 0,60 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk
157 cm -Mv / 1,05 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, veel dunne zandlagen, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk
215 cm -Mv / 1,63 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgrijs, zeer grof, kalkrijk
Einde boring op 280 cm -Mv / 2,28 m -NAP
5
boring: 226023-7 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 102.061, Y: 431.329, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,17, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,17 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, donkerbruin, zandbrokken, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: verstoord
6 cm -Mv / 0,11 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, bruin, zandbrokken, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord
40 cm -Mv / 0,23 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruin, veenbrokken, stevig, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
82 cm -Mv / 0,65 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk
122 cm -Mv / 1,05 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, enkele zandlagen, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk
178 cm -Mv / 1,61 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgrijs, matig grof, kalkrijk
190 cm -Mv / 1,73 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtgrijs, enkele zandlagen, slap, kalkrijk
Einde boring op 300 cm -Mv / 2,83 m -NAP
6
boring: 226023-8 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 102.062, Y: 431.289, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,55, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,55 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, bruin, stevig, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
34 cm -Mv / 0,21 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig grof, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
43 cm -Mv / 0,12 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, bruin, zandbrokken, stevig, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord
53 cm -Mv / 0,02 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruin, stevig, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
100 cm -Mv / 0,45 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruin, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
124 cm -Mv / 0,69 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtgrijs, enkele zandlagen, matig slap, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
221 cm -Mv / 1,66 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, matig fijn
Einde boring op 250 cm -Mv / 1,95 m -NAP
boring: 226023-10 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 102.014, Y: 431.256, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,40, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect, opmerking: gestaakt in puin, 1e poging gestaakt op 70
0 cm -Mv / 0,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, donkerbruin, zandbrokken, matig stevig, schelpengruis Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: veel fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern baksteenpuin, restant doek op 70-80
90 cm -Mv / 0,50 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, grijs, zandbrokken, matig stevig, schelpengruis Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: veel fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern baksteenpuin, glas op circa 130 cm -MV
136 cm -Mv / 0,96 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, kleibrokken, matig grof, schelpengruis, weinig plantenresten Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Spikkels rood baksteen
Einde boring op 180 cm -Mv / 1,40 m -NAP
7
boring: 226023-11 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 101.992, Y: 431.241, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,30, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect, opmerking: gestaakt in boomwortel, 2 pogingen
0 cm -Mv / 0,30 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: straatzand
28 cm -Mv / 0,02 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtroodbruin, stevig, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: gebioturbeerd
Einde boring op 80 cm -Mv / 0,50 m -NAP
boring: 226023-12 beschrijver: IK, datum: 20-10-2022, X: 102.022, Y: 431.313, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 38C, hoogte: 0,70, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,70 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, zwak humeus, donkerbruin Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern baksteen
46 cm -Mv / 0,24 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, bruin, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen
92 cm -Mv / 0,22 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruingrijs, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen
137 cm -Mv / 0,67 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, lichtbruingrijs, veel dunne zandlagen, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen
185 cm -Mv / 1,15 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, matig fijn, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen
Einde boring op 300 cm -Mv / 2,30 m -NAP
8
Programma van Eisen
26
Programma van Eisen voor een verkennend (en eventueel karterend) inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen in het plangebied ‘Hugo de Groothof 1 (’t Ronde Sant)’ in de gemeente Ridderkerk OPSTELLERS PvE Instelling Opsteller PvE senior KNA archeoloog
Autorisatie PvE senior KNA archeoloog
BOOR-PvE nummer BEVOEGD GEZAG Gemeente Contactpersoon
Datum Archeologie Rotterdam (BOOR) Naam B.A. Corver Adres Ceintuurbaan 213b 3051 KC Rotterdam Telefoon 06 - 28919034 E-mail ba.corver@rotterdam.nl Naam A. Carmiggelt Adres Ceintuurbaan 213b 3051 KC Rotterdam Telefoon 010-4898501 E-mail ah.carmiggelt@rotterdam.nl 2022029
Paraaf
16-08-2022
16-08-2022
Datum
Paraaf
BAR-organisatie (Gemeente Ridderkerk) Naam L. Ooms Adres Postbus 271 2980 AG Ridderkerk Telefoon 06 44866786 E-mail l.ooms@bar-organisatie.nl
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Plangebied ‘Hugo de Groothof 1 (’t Ronde Sant)’ Onderzoeksgebied ‘Hugo de Groothof 1 (’t Ronde Sant)’ Plaats Ridderkerk Gemeente Ridderkerk Provincie Zuid-Holland Kaartbladnummer (topogr. kaart 1:25.000) 38C Noord RD-coördinaten plangebied en Noord 101.993 / 431.361 onderzoeksgebied Oost 102.084 / 431.295 Zuid 102.008 / 431.232 West 101.973 / 431.302 Ligging en oppervlakte plangebied en Plangebied onderzoeksgebied (zie Bijlagen 1 en 2) Het plangebied ‘Hugo de Groothof 1 (’t Ronde Sant)’ is gelegen in het oosten van de gemeente Ridderkerk in het areaal van de (voormalige) polder Het Zand, op ruim 1 kilometer ten oostzuidoosten van de oude kerk en het historische centrum. Het areaal van het plangebied wordt in het noordwesten, noorden en noordoosten begrensd door water en in het zuiden door de Hugo de Grootlaan. De omvang van het plangebied is circa 1 ha.
Huidig grondgebruik plangebied Onderzoeksmeldingsnummer
Opdrachtgever opstellen PvE
Uitvoerder Bevoegd gezag gemeente Ridderkerk/ BAR-organisatie
Onderzoeksgebied bureau- en veldonderzoek Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is het gehele areaal van het plangebied. Het plangebied bestaat momenteel uit bebouwing, groen, straatstenen en stoeptegels. Nog niet bekend. De opdrachtnemer draagt zorg voor het aanvragen van het onderzoeksmeldingsnummer voor dit onderzoek. Instelling BAR-organisatie Naam mevrouw L. Ooms Adres Postbus 271 2980 AG Ridderkerk Telefoon 06 44866786 E-mail l.ooms@bar-organisatie.nl Instelling Nog niet bekend Instelling Zie boven
2
1.
INLEIDING
In het plangebied ‘Hugo de Groothof 1 (’t Ronde Sant)’ zal nieuwbouw plaatsvinden. De huidige bebouwing zal worden gesloopt en er komt een nieuw verpleeghuis en sociale huurwoningen, verdeeld in drie gebouwen. Bij de voorgenomen werkzaamheden kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden aangetast. Het beknopte bureauonderzoek wijst namelijk uit dat het gebied een archeologische verwachting kent, waarbij vaststaat dat de ontwikkeling van het gebied gepaard zal gaan met grondroerende werkzaamheden. Plaats, aard, omvang en diepte van die werkzaamheden worden hieronder beschreven (zie Geplande werkzaamheden). De combinatie van archeologische verwachting en voorgenomen werkzaamheden maakt het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek noodzakelijk. De afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (BOOR) heeft een Programma van Eisen voor de uitvoering van een verkennend veldonderzoek opgesteld. Dit PvE-Boren wordt hieronder gepresenteerd; het wordt voorafgegaan door een overzicht van de resultaten van een bescheiden bureauonderzoek. Met nadruk wordt erop gewezen dat het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek de eerste stappen zijn in het inventariseren van archeologische waarden in een plangebied. Indien nodig wordt de inventarisatie afgerond met een karterend en/of waarderend inventariserend veldonderzoek.
Het resultaat van het inventariserend veldonderzoek is een rapport met een waardestelling van eventueel aangetroffen archeologische vindplaatsen en een inhoudelijk (selectie-) advies, aan de hand waarvan een beleidsbeslissing (een selectiebesluit) ten aanzien van de vindplaatsen kan worden genomen. Het archeologisch onderzoek is gericht op zowel een onbelemmerde inrichting van het gebied, als op een zorgvuldig beheer van het archeologisch erfgoed.
2.
RESULTATEN BUREAUONDERZOEK
2.1
Inleiding
Het uitvoeren van een bureauonderzoek is de eerste stap in de inventarisatie van archeologische waarden in het plangebied. Het doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Aan de hand hiervan wordt de archeologische verwachting van het plangebied opgemaakt en wordt een beslissing genomen over het al dan niet uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek en over de wijze waarop dit moet worden uitgevoerd. De archeologische verwachting wordt door middel van het inventariserend veldonderzoek getoetst. 2.2
Plangebied en onderzoeksgebied bureauonderzoek
2.2.1 Plangebied Het plangebied ‘Hugo de Groothof 1 (’t Ronde Sant)’ is gelegen in het oosten van de gemeente Ridderkerk in het areaal van de (voormalige) polder Het Zand, op zo’n kilometer ten oostzuidoosten van de oude kerk en het historische centrum. Het areaal van het plangebied wordt in het noordwesten, noorden en noordoosten begrensd door water en in het zuiden door de Hugo de Grootlaan. De omvang van het plangebied is iets meer dan 1 ha. Het plangebied staat afgebeeld op kaartblad 38C Noord van de topografische kaart van Nederland (schaal 1:25.000); de RD-centrumcoördinaten zijn ongeveer 102.020 / 431.289.
3
2.2.2 Onderzoeksgebied bureauonderzoek Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is het plangebied. Daar waar voor het bureauonderzoek gegevens van buiten het plangebied worden gebruikt, wordt dat in de tekst aangegeven. 2.3
Grondgebruik en verstoringen plangebied
Het plangebied ‘Hugo de Groothof 1 (’t Ronde Sant)’ bestaat momenteel bebouwing, weg en trottoir en wat groenstroken. Het bureauonderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor diepgaande verstoringen van de bodem. De huidige bebouwing van het plangebied is volgens geraadpleegd kaartmateriaal de eerste bebouwing. 2.4
Geplande werkzaamheden
Het voornemen is om de huidige bebouwing te slopen en om hiervoor in de plaats een nieuw verpleeghuis en een gebouw met sociale huurwoningen te bouwen met in totaal 180 wooneenheden. Het betreft een bouwdeel met drie bouwlagen aan de zuidzijde langs de Hugo de Grootlaan en een bouwdeel met vier bouwlagen centraal op het terrein. Aan de oostzijde komt een appartementengebouw van tien bouwlagen. Details van de nieuwbouw, zoals de diepte van de funderingen of palenplannen zijn nog niet beschikbaar. 2.5
Aandachtspunten
Voor het onderzoeksgebied zijn de bestaande relevante gegevens geïnventariseerd, waarbij onder meer is gekeken naar archeologische, geologische en historisch-geografische aspecten. De volgende punten zijn van belang. 2.5.1
Beleidsinstrumenten
2.5.1.1 AWK Ridderkerk De Archeologische Waardenkaart (AWK) Ridderkerk bestaat uit twee kaarten: de Archeologische Kenmerkenkaart en de hierop gebaseerde Archeologische Waarden- en Beleidskaart (BOOR 2013). Volgens de Archeologische Waarden- en Beleidskaart zijn er twee gebieden met een verschillende archeologische verwachting en beleid. Het noordelijke deel heeft een redelijk hoge archeologische verwachting. De archeologische waarden zijn te verwachten dieper dan 80 cm beneden het maaiveld. Voor dit deel geldt dat grondwerkzaamheden (inclusief heien) die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m² en tevens dieper reiken dan 80 cm beneden het maaiveld dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. Het zuidelijke deel is een gebied met een redelijk hoge archeologische verwachting. De archeologische waarden zijn te verwachten dieper dan 50 cm beneden het maaiveld. Grondwerkzaamheden (inclusief heien) in dit zuidelijke deel, die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m² en tevens dieper reiken dan 50 cm beneden het maaiveld dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek.
2.5.1.2 Bestemmingsplan Het Zand en De Gorzen Voor het zuiddeel van de locatie geldt volgens bestemmingsplan Het Zand en De Gorzen dat grondwerkzaamheden (inclusief heien) die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m² getoetst dienen te worden op de noodzaak van archeologisch onderzoek. 2.5.1.3 Archeologische Monumentenkaart Zuid-Holland Volgens de Archeologische Monumentenkaart (AMK) Zuid-Holland, opgenomen in kaart 1b (Archeologie waarden) van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (Provincie Zuid-Holland 2007), bevinden zich binnen het plangebied geen terreinen van hoge archeologische waarde, geen
4
terreinen van zeer hoge archeologische waarde en geen terreinen van zeer hoge archeologische waarde (tevens wettelijk beschermd). 2.5.2 Historische gegevens Het plangebied is gesitueerd in het areaal van een oude meander van de Merwede (tegenwoordig de Noord) tussen IJsselmonde en de Alblasserwaard. In de Late Middeleeuwen werden de Riederwaard (een rondom bedijkt gebied dat een groot deel besloeg van het huidige IJsselmonde) en de Alblasserwaard van elkaar gescheiden door de rivier de Merwede. Ter hoogte van het dorpje Ridderkerk vormde de Merwede een grote meander om het gebied van Donkersloot, dat in die periode deel uitmaakte van de Alblasserwaard. De huidige Middenmolendijk, Westmolendijk en Ringdijk in Ridderkerk maakten deel uit van het dijkenstelsel om de Riederwaard; deze dijken lagen op de oever van de buitenbocht van de meander. In de periode 1373-1375 gaat de Riederwaard als gevolg van overstromingen ten onder. De schade was enorm: nederzettingen verdronken en de uitgestrekte ontginningen van de Riederwaard gingen verloren. Ook voor Donkersloot had de wateroverlast in het rivierengebied in die jaren ernstige gevolgen.
In de jaren zeventig van de 14e eeuw zette overstromingswater, dat via het laaggelegen westelijke deel de Alblasserwaard moest verlaten (waarschijnlijk in combinatie met het veelvuldige aardhalen uit het gebied ter versterking van de ringdijk om de Alblasserwaard) een proces van voortschrijdende aantasting van het gebied van Donkersloot in gang. Een gebeurtenis die consequenties had voor de waterstaatkundig situatie in het gebied vond plaats in 1413. Er ging in dat jaar een grote waterlozing door de sluizen van Alblasserdam, waardoor een ‘grote schuring’ in Donkersloot ontstond. Het uiteindelijke resultaat was dat de Merwede zijn hoofdstroombed verlegde van de meander om Donkersloot heen, met het dorpje Ridderkerk op de oever in de buitenbocht, naar een nieuwe geul dwars door de polder. Hierdoor verloor de Alblasserwaard een flink deel van zijn meest westelijke areaal. Het afgesneden stuk werd (weer) ingepolderd en kreeg de naam polder Donkersloot. De nieuwe geul maakt deel uit van de huidige Noord tussen IJsselmonde en de Alblasserwaard; de oude meander verlandde geleidelijk aan. Na een eeuwenlange strijd om de eigendoms- en gebruiksrechten van Donkersloot besloot koning Willem I in 1814 om de polder ten koste van Alblasserdam aan Ridderkerk toe te voegen.