Bijlage - Reactie op verdere opmerkingen MBR.pdf
Tekst van het document
Bijlage - Reactie op verdere opmerkingen MBR Dit is een bijlage bij de antwoordbrief op het gevraagd advies van de MBR van 4 augustus 2022 over de verordening bekostiging leerlingenvervoer Ridderkerk 2022. In deze bijlage is de reactie van het college op de verdere opmerkingen uit het advies puntsgewijs voorzien van een reactie.
Nr. Opmerking MBR
Reactie
Opmerkingen bij verordening 1.
Toevoegen: motorvoertuig, conform overige tekst
2.
Kringverwijzing: het heeft pas zin een leerling bij een school in te schrijven als zeker is dat er vervoer naar behoefte naar die school kan worden geregeld. Zie in dit verband ook artikel 3, 2e lid in de toelichting.
3.
Onduidelijk door wie, wanneer en hoe wordt bepaald of de commissie van begeleiding wordt ingeschakeld of de commissie van onderzoek of beiden. Onduidelijk wat onder redelijke loopafstand wordt verstaan. De redelijkheid is afhankelijk van de mate van zelfredzaamheid van de leerling, er moet dus sprake zijn van maatwerk. Maatwerk kan alleen in overleg met de ouders.
4.
5.
(definiëren wat wordt verstaan onder structureel (permanent?), langdurig en/of tijdelijk)
Dit advies nemen wij deels over. Toegevoegd is het niet zelfstandig kunnen reizen per bromfiets. Vervoer per motorvoertuig kan immers ook zijn het brengen van de leerling per auto naar de school door bijvoorbeeld de ouders. Hier kunnen ouders altijd voor blijven kiezen, ook indien de leerling niet zelfstandig kan reizen. De aanvraag voor het leerlingenvervoer kan worden ingediend als de leerling bij een school is ingeschreven. Wanneer nog niet bekend is of een leerling op een bepaalde school wordt toegelaten, kan dat een gegronde reden zijn om de aanvraag later dan gebruikelijk te mogen indienen (zie artikel 3 lid 2 met bijbehorende toelichting). Deze commissies worden door scholen en/of instellingen ingesteld en adviseren de scholen onder andere ten aanzien van de ontwikkelingsleeftijd. Volgens de Afdeling (ABRvS 26 februari 1992, nr. R03.89.0419/83-107) is een loopafstand van dertig minuten alleszins redelijk. Indien gebruik gemaakt wordt van opstapplaatsen, betekent dat niet dat iedere leerling daar opgehaald wordt. Bij iedere leerling wordt individueel maatwerk geleverd. Zie in dit verband artikel 10 lid 2 en 3. In de verordening en de toelichting wordt slechts onderscheidt gemaakt tussen een structurele en een tijdelijke beperking. - Structureel: langer dan drie maanden - Tijdelijk: korter dan drie maanden.
Bijlage - Reactie op verdere opmerkingen MBR 6.
7.
8.
9. 10.
Dit onderscheidt wordt ook gemaakt in de Beleidsregels leerlingenvervoer Ridderkerk 2018. Onduidelijk wie bepaalt dat er sprake is van een gedeeltelijke Dit is afhankelijk van meerdere factoren. Zoals bijvoorbeeld de afstand vergoeding en door wie en hoe de gedeeltelijke vergoeding tussen de woning en de school (artikel 9) of het van toepassing zijn van wordt hier een deskundige geraadpleegd? een eigen bijdrage (artikel 23 en/of 24). De beoordeling van de aanvragen wordt gedaan door kundige professionals. Er wordt niet standaard een deskundige geraadpleegd. Soms is echter aanvullend onderzoek door een deskundige gewenst. Gehandicapt is een term die veelvuldig wordt gebruikt; het is Als in de verordening wordt gesproken over een gehandicapte leerling, aan te bevelen deze niet alleen in de toelichting plaatsen maar wordt daarmee een structurele handicap bedoeld. Zie de definitie van ook hier, met name omdat met ‘structurele handicap’ een ‘gehandicapte leerling’ in artikel 1. handicap langer dan 3 maanden wordt bedoeld (en dus met ‘handicap’ altijd een structurele handicap wordt bedoeld). Vermelden binnen hoeveel weken vóór het verstrijken van de Wanneer sprake is van verdaging wordt in het proces altijd contact termijn de ouders van een verdaging op de hoogte worden gelegd met de ouders. Zodat zij niet verrast zijn wanneer besloten gesteld.
Er kan dan tijdig worden geanticipeerd door de wordt de termijn te verdagen. Voordat de beslistermijn van acht weken ouders. verlopen is, moeten de ouders van de verdaging in kennis worden gesteld. Dit gebeurt schriftelijk (zie 3 lid 6). De praktijk binnen onze gemeente is dat zeer zelden een verdaging nodig is en de aanvragen tijdig binnen de termijn van acht weken worden behandeld. en opstapplaats? Dit tekstvoorstel nemen wij niet over. Als (een) opstapplaats(en) door de gemeente gebruikt word(t)(en), is het gesprek hierover begrepen in de woorden ‘zelfstandigheid en zelfredzaamheid’. “Best passende school” is iets anders / kan iets anders zijn dan Het uitgangspunt van de verordening is het toekennen van een dichtstbijzijnde toegankelijke school. Onduidelijk of deze vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Zie verordening consequent ingaat op de best passende school de doelstelling in artikel 2. of dichtstbijzijnde school, daar waar allen de term ‘school’ wordt gebruikt.
Bijlage - Reactie op verdere opmerkingen MBR 11. 12.
(onduidelijk welke minimale effectieve frequentie met ‘periodiek’ wordt bedoeld, als verwezen naar punt 2.f; dit is praktisch vooraf vast te stellen en in de tekst op te nemen.) in uitzonderlijke gevallen (of verwijzen naar art. 7.4)
13.
toevoegen conform art 8.1: …en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
14.
(structureel? langdurig?)
15.
Onduidelijk hoe gegarandeerd wordt dat de deskundige onafhankelijk is. Vooral omdat er sprake is van een deskundigen die werken op contractbasis. Het is onmogelijk om aan te tonen dat begeleiding onmogelijk is. Het is wel aan te tonen dat begeleiding redelijkerwijs onmogelijk is. Onduidelijk wat met ‘tijdelijk’ wordt bedoeld, omdat het slaat op een langdurige situatie. Opnemen dat de school dan wel de passende faciliteiten moet bieden voor het verblijf tijdens de wachttijd.
16. 17. 18. 19. 20.
Onduidelijk; het kan ook worden opgevat als vervoer op afwijkende schooltijden die het gevolg zijn een aangepast rooster (bijvoorbeeld bij extreme (weers)omstandigheden). of zijn zonder extra voorzieningen in te passen in het
De frequentie van het overleg is afhankelijk van de behoefte van de schoolbesturen en gemeentebestuurders, maar zal ten minste voorafgaand aan het OOGO plaatsvinden. Dit tekstvoorstel nemen wij niet over. Het college is met dit artikellid bevoegd nadere regels te stellen. Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften ter uitwerking van onderdelen van de verordening. Dit tekstvoorstel nemen wij niet over. Ouders zijn immers vrij in de keuze om hun kind naar een bepaalde school te laten gaan. Het kan zijn dat ouders hun school naar een andere school laten gaan, dan waarheen de gemeente een vervoersvoorziening toekend. Ouders zijn dan niet verplicht met het daadwerkelijke vervoer naar de andere school in te stemmen. Het begrip ‘gehandicapte leerling’ omvat dat de handicap structureel dient te zijn. Zie de definitie van ‘gehandicapte leerling’ in artikel 1. Bij het raadplegen van deskundigen voor de beoordeling van de aanvraag wordt uitgegaan van de professionaliteit en objectiviteit van de deskundige met betrekking tot zijn/haar vakgebied. Bedankt voor dit advies. Het woord ‘redelijkerwijs’ is aan lid 3 toegevoegd. Bedankt voor deze opmerking. Het wordt ‘tijdelijk’ is voor de duidelijkheid weggehaald. Dit advies nemen wij niet over, aangezien de rechtsverhouding tussen de school en de gemeente buiten de reikwijdte van deze verordening valt.
Dit artikellid betreft de situatie waarin de structurele handicap van een leerling aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt. Dit tekstvoorstel nemen wij niet over. Het vervoersrooster van de
Bijlage - Reactie op verdere opmerkingen MBR 21. 22.
23.
vervoersrooster Het zal eerder uitzondering dan regel zijn dat een stageplaats zich op de route naar school bevindt. Tenminste de term ‘redelijkerwijs’ toevoegen in de aantoonbaarheidseis. ‘stageadres’ toevoegen aan definitielijst bij ‘toegankelijke school’
24.
Het is aan te bevelen dat Indien er verschil van mening ontstaat tussen ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling en het bevoegd gezag te allen tijde een deskundige in te schakelen en niet de gemeente autonoom laten bepalen wat wel en niet mogelijk of passend is. Heel vaak wordt aangehaald ‘naar oordeel van de burgemeester en wethouders’ zonder dat er sprake is van specifiek vereiste deskundigheid. door of
25.
(’systeem’ is onduidelijke term, opnemen in definitielijst)
26.
Door afrondingen op 450 volgens artikel 23 is er een redelijke kans dat de drempelbedragen worden gehanteerd, het is dan niet duidelijk wat de eigen bijdrage is. Advies: onderdrempels + € aangeven, bijvoorbeeld € 36.901
27.
Als de afwijkingen ernstige gevolgen hebben, naar oordeel
vervoerders is namelijk gebaseerd op de reguliere schooltijden. Bedankt voor het advies. Dit tekstvoorstel nemen wij over. Dit voorstel nemen wij niet over. Een stage valt niet onder de definitie van school in de zin van deze verordening. Voor een vervoersvoorziening naar een stageadres dient een aparte aanvraag te worden ingediend (zie artikel 15). Zie de reactie in de antwoordbrief, onder ‘Het beslisprotocol van inzet van een deskundige’.
Dit tekstvoorstel nemen wij niet over. Het gaat hier immers om de situatie dat ouders toestemming voor het zelf vervoeren of laten vervoeren aan de gemeente vragen. Naar aanleiding van uw advies zijn de woorden ‘binnen het systeem’ uit de verordening weggehaald en veranderd in ‘binnen het openbaar vervoer’. Bedankt voor dit advies. Het schema in artikel 24 lid 3 is verduidelijkt. Toegevoegd is het woord ‘tot’. Bijvoorbeeld: € 0,- tot € 36.900,-. Als het inkomen dan exact € 36.900,bedraagt, valt deze in de volgende categorie, namelijk € 36.900 tot € 43.650,-. Zie de reactie bij opmerking 23.
Bijlage - Reactie op verdere opmerkingen MBR 28.
29. 30.
31.
32. 33.
34.
van de ouders, is het aan te bevelen altijd een deskundige te raadplegen. Zie ook opm. artikel 16. 28 op 31 mei 2023, of als deze nieuwe verordening van kracht is verklaard
Opmerkingen bij toelichting
Waar is dat schema? Definitie komt niet overeen met het artikel 1: afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; Wat is de bedoeling van deze verwijzing? Dit kan een significante impact op de reistijd hebben als deze altijd van toepassing is. Hoe verhoudt dit zich tot het maximum van anderhalf uur? Waarom staat deze verwijzing in de toelichting? Naar welke artikelen van de WPO en WEC wordt dan verwezen? Er wordt een maximale reistijd van anderhalf uur aangehouden ongeacht de toerekenbarecapaciteit van de leerling om dit op dagelijkse basis (3 uur reistijd) vol te kunnen houden. Het moet mogelijk zijn om, als door een onafhankelijk deskundige wordt aangetoond dat een bepaalde reistijd voor de leerling geen haalbare optie is, maatwerk toe te passen toegesneden op de beperkingen van de leerling. Onduidelijke definitie in relatie tot overige tekst. Hoe verhoudt dit zich tot de term ‘gehandicapt’ die algemeen gebruikt wordt? Er zijn namelijk verschillen. Wat is de bedoeling en waarde van bovengenoemde de opsomming?
De tekst zoals deze in artikel 27 staat wordt gehanteerd. De datum van inwerkingtreding is bepaald op de dag na de datum van bekendmaking (zie artikel 28 lid 1) Het schema is aan de verordening toegevoegd. Wij kunnen geen tegenstrijdigheden in de definitie van ‘afstand’ uit artikel 1 en de toelichting bij deze definitie ontdekken. De toelichting geeft nader inzicht in hoe de afstand gemeten wordt en bevat geen definitie. In de toelichting bij deze definitie is de verwijzing weggehaald. Zie voor toelichting over de verhouding met de maximale reistijd de reactie op het gevraagde advies. Artikel 1 van de WPO en artikel 1 van de WEC. In de verordening wordt geen maximale reistijd genoemd. Dit is wel opgenomen in de Beleidsregels leerlingenvervoer Ridderkerk 2018. Het toepassen van maatwerk binnen dit maximum is mogelijk.
Deze toelichting bij de definitie van speciaal onderwijs geeft uitleg over leerlingen die onder de WEC kunnen vallen. Deze leerlingen hoeven geen ‘gehandicapte leerling’ in de zin van deze verordening te zijn. Daarvoor is volgens artikel 1 namelijk nodig dat door de beperking de
Bijlage - Reactie op verdere opmerkingen MBR 35.
Onduidelijke definitie(s) in relatie met artikel 1, waar ook levensbeschouwing een issue is.
36.
Wat wordt bedoeld met ‘afwijkende roosters’? Afwijkend ten opzichte van welke standaard?
37.
38.
Onduidelijk in relatie met de verordeningstekst die niet alleen uitgaat van financiële ondersteuning. Wat wordt verstaan onder ‘medisch niet mogelijk’? In de verordeningstekst worden andere termen gebruikt. Waar staat dat nu in de beleidsregels?
39.
Hoe wordt aan de AVG voldaan?
40.
Wat is de geldigheidsduur van die beschikking die tot stand is gekomen zonder het noodzakelijk advies van deskundigen? (zie ook art 6 lid 5). Kan die beschikking ook inhouden dat er géén voorziening beschikbaar wordt gesteld?
leerling niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer, de fiets of de bromfiets gebruik kan maken. In de toelichting is onder ‘school’ en ‘toegankelijke school’ ingegaan op de verschillende soorten scholen uit de WPO, WVO en de WEC. Er is niet beoogd in de toelichting een definitie te geven. De leerlingen van de genoemde scholen hoeven geen ‘gehandicapte leerling’ in de zin van deze verordening te zijn. Daarvoor is volgens artikel 1 namelijk nodig dat door de beperking de leerling niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer, de fiets of de bromfiets gebruik kan maken. Afwijkende roosters zijn roosters die afwijken van de reguliere schooltijden. De reguliere schooltijden van de individuele scholen worden aangehouden. Deze kunnen per school verschillen. Bedankt voor dit advies. De tekst is naar aanleiding van uw advies aangepast. Het woord ‘medisch’ is weggehaald. Dit is niet in de nu geldende beleidsregels opgenomen. In 2023 worden de beleidsregels geactualiseerd. Dit wordt dan opgenomen in de beleidsregels. De persoonsgegevens worden slechts gebruikt voor het doel waarvoor zij door de ouders en/of de leerling verstrekt zijn, namelijk de beoordeling van de aanvraag. In de praktijk van onze gemeente wordt op aanvragen, ook als het vragen van deskundige advies nodig is, zeer zelden niet binnen de termijn van acht weken besloten.
In een voorkomende geval is het nemen van een tijdelijk besluit mogelijk. Per geval moet bekeken worden voor welke tijdsduur de beschikking genomen moet worden, voordat het advies van de deskundigen beschikbaar is. De beschikking kan ook een afwijzing van
Bijlage - Reactie op verdere opmerkingen MBR 41.
Hoe vindt de selectie van deze commissie plaats?
42.
Onafhankelijkheid kan alleen enigszins gewaarborgd worden als de deskundigen niet onder een (raam)contract worden vergoed door de gemeente. Is dat zo? Deze stelling is zeer discutabel. Wie betaald bepaald. Onafhankelijkheid kan alleen worden benaderd als zowel de ouders als de gemeente het eens zijn over een gekozen deskundige. Welke maatregelen worden genomen om de onafhankelijkheid te garanderen? Waarom? De lokale gewoonten en wensen moeten toch bekend zijn? Toevoegen: stages Wat is de reden dat er niet altijd een protocol zal worden opgesteld?
43.
44. 45. 46. 47.
Wordt hier bedoeld dat het voorkomt dat de gemeente het deskundig advies naast zich neerlegt? Onder welke omstandigheden is dat gerechtvaardigd?
48.
Opm: Voor de hand liggend is niet de leeftijd van de leerlingen
de aanvragen zijn. De commissie wordt alleen ingesteld op een instelling voor cluster 1 en cluster 2. Het bevoegd gezag van een instelling of de bevoegde gezagsorganen van twee of meer instellingen stellen deze commissie in (zie artikel 41 lid 2 Wet op de expertisecentra). Voor een uitgebreide beschrijving van de werkwijze van de commissie van onderzoek, zie artikel 41 van de Wet op de expertisecentra. Bij het raadplegen van deskundigen voor de beoordeling van de aanvraag wordt uitgegaan van de professionaliteit en objectiviteit van de deskundige met betrekking tot zijn/haar vakgebied. Zie de antwoordbrief op het gevraagde advies, onder ‘de onafhankelijkheid van deskundigen’.
De praktijk is inderdaad bekend. Voor de duidelijkheid zijn de zinnen uit de toelichting weggehaald. Dit tekstvoorstel nemen wij over. De zinnen met betrekking tot het opstellen van een protocol zijn uit de toelichting weggehaald. Het protocol waar naar gerefereerd werd bestaat al en wordt in voorkomende gevallen gevolgd. De vervoersvoorziening wordt verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school (zie artikel 2, artikel 5 lid 2 onder c, artikel 6 lid 7), ook als de leerling door het samenwerkingsverband naar een verder gelegen school is verwezen. Ouders kunnen aantonen dat bezoek van een school op grotere afstand vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling toch noodzakelijk is (artikel 8 lid 4). Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een onderbouwing door het samenwerkingsverband. Bedankt voor de opmerking. De mate van zelfredzaamheid van de
Bijlage - Reactie op verdere opmerkingen MBR maar de mate van zelfredzaamheid van de leerlingen. 49.
Een reistijd van 30 minuten naar een opstapplaats zonder bekostiging of facilitaire ondersteuning getuigt niet van een behoorlijk sociaal maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel. Hoe gaat de gemeente hier mee om?
50
Dertig minuten lopen onder slechte weersomstandigheden met een kind met een beperking is geen issue zolang de halteplaats maar beschutting biedt? Niet reëel. Wie kan er in 30 minuten (zie vorige pagina) zes kilometer lopen?
51.
leerling staat inderdaad voorop. Bij de beoordeling hoe een kind kan reizen, speelt niet alleen de leeftijd, maar ook de beperking, de route en de behoeften van de leerling een rol. Van ouders mag verwacht worden dat zij hun kind naar en op de opstapplaats begeleiden als dit noodzakelijk is (artikel 10 lid 2). Het college wijst geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is of tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is (zie artikel 10 lid 3). Van ouders mag in dergelijke gevallen verwacht worden, dat zij hun kind begeleiden tot ten minste het moment dat hun kind in het voertuig is gestapt (zie ABRvS 24 augustus 1992, nr. R03.90.1504/83-105). Het is ten gunste van de ouders en de leerling dat de afstand tussen de woning en de school relevant blijft en niet de afstand tussen de opstapplaats en de school. Voorbeeld: De afstand tussen woning en school is negen kilometer. De opstapplaats bevindt zich op twee kilometer afstand. Als de afstand tussen de woning en de school relevant blijft, hebben de ouders recht op bekostiging van het vervoer over de resterende 7 kilometer (als geen sprake is van een gehandicapte leerling). Als de afstand tussen de opstapplaats en de school aangehouden wordt, hebben ouders recht op een lagere vervoersvoorziening.
Namelijk: over 5 kilometer (7 kilometer – 2 kilometer).
52.
Het gaat hierbij uitsluitend om vervoer voor schoolbezoek ten behoeve van onderwijs, niet voor schoolbezoek ten behoeve van een medische behandeling bijvoorbeeld.
Dit is inderdaad het geval.