CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A - BesluitPreview vaststelling - versie 9-12-2025.pdf

Commissie Samen wonen RK 8 januari 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Vaststellen wijziging omgevingsplan voor bodemactiviteiten46.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Paragraaf 7.3.11 Activiteit op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico In de bruidsschat en in de instructieregels van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. Deze bruidsschatregels en instructieregels zijn één-op-één overgenomen.

7 Onderzoeken inleveren in bestandsformaat XML De Omgevingsregeling kent artikelen waar gevraagd wordt om bodemonderzoek in te leveren in bestandsformaat PDF. In het omgevingsplan zijn deze regels aangevuld met een artikel waarin gevraagd wordt de bedoelde onderzoeken ook in het bestandsformaat XML in te leveren. De gemeente kan deze dan direct in haar bodeminformatiesysteem verwerken. Naar verwachting zal deze verplichting op termijn ook in de regels van het Rijk worden opgenomen. De regeling in dit omgevingsplan wordt dan overbodig.

8 Relatie met bruidsschatregels Met deze omgevingsplanwijziging zijn verschillende regels over de bodemkwaliteit uit de bruidsschat geschrapt. Het gaat om regels in de paragrafen 22.2.7.2 (vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit

96

bouwwerken) en 22.3.7 (Bodembeheer). Deze zijn beleidsneutraal overgenomen, tenzij hiervoor anders aangegeven.

9 Milieubeoordeling De Omgevingswet verplicht de gemeente om na te gaan of de regels van een wijziging van het omgevingsplan tot nadelige milieueffecten kunnen leiden. Is dat het geval, dan is een milieueffectrapportage (plan-mer) verplicht. Artikel 16.36 van de Omgevingswet wijst gevallen aan waarin het bevoegd gezag bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan verplicht is een plan-mer te doorlopen. Het artikel geeft ook aan in welke gevallen het bevoegd gezag kan volstaan met een plan-mer-beoordeling. Deze wijziging voorziet niet in een geval zoals opgenomen in artikel 16.36 van de Omgevingswet. De regels in deze wijziging hebben ook geen nadelige, maar juist gunstige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een plan-mer of een plan-mer-beoordeling is daarom niet nodig.

10 Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid De voorgestelde regels maken geen activiteiten mogelijk die verplichten tot kostenverhaal, als bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. De uitvoering van deze regels leidt naar verwachting niet tot extra kosten voor de gemeente. Aan de ene kant komen er lasten bij door het invoeren van nieuwe vergunningplichten en vragen naar aanvullende informatie. Aan de andere kant zijn indieningsvereisten versoepeld, regels geschrapt en zijn activiteiten uitgezonderd van een maatwerkbesluit. Hiervoor is geen besluit nodig aangezien het direct is toegestaan. Waar de regeldruk toeneemt, weegt het belang van deze regels voor een gezonde en veilige bodem zwaarder. Het instellen van nieuwe informatie- en meldingsplichten leidt in beperkte mate tot extra kosten voor de inzet van DCMR. DCMR voert deze taak in mandaat uit voor de gemeente. Vooralsnog wordt geen effect verwacht op de begroting. Handhaving op het grootste deel van de gestelde regels is gemandateerd aan DCMR. DCMR is nadrukkelijk bij de totstandkoming van de regels betrokken.

11 Participatie Bij besluitvorming over de vaststelling van deze wijziging moet de gemeenteraad laten weten hoe inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken. Ook moet vermeld worden wat we met de resultaten van participatie hebben gedaan. Dit staat in artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit en wordt de motiveringsplicht genoemd. Bij het raadsvoorstel over de vaststelling van deze wijziging wordt een uitgebreid participatieverslag gevoegd dat daar invulling aan geeft. Hieronder een korte samenvatting daarvan. Vooroverleg over het concept-ontwerpwijzigingsbesluit In het kader van participatie zijn de volgende partijen bij de voorbereiding van deze wijziging betrokken. • Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) • Provincie Zuid-Holland • Waterschap Hollandse Delta (WSHD) • GGD Rotterdam-Rijnmond • Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) • Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid • N.V. Nederlandse Gasunie West • Oasen N.V. • Stedin B.V. • Nederlandse Aardolie Maatschappij – NAM BV • Beleidsplatform Natuur, Milieu en Duurzaamheid Deze partijen zijn gekozen vanwege hun deskundigheid op het gebied van bodemactiviteiten of vanwege hun directe belang of (mede)verantwoordelijkheid voor een goede bodemkwaliteit. De reacties hebben tot een beperkt aantal tekstuele aanpassingen geleid.

De resultaten van de participatie zijn verwerk in een participatieverslag. Dit participatieverslag is als bijlage opgenomen bij het raadsvoorstel over de vaststelling van deze wijziging van het omgevingsplan voor bodemactiviteiten.

97

Zienswijzen naar aanleiding van het ontwerpwijzigingsbesluit Op 18 september 2025 is de formele voorbereidingsprocedure conform Afdeling 3:4 Algemene wet bestuursrecht gestart met een bekendmaking in het Gemeenteblad. Vanaf 22 september 2025 tot en met 3 november 2025 heeft het ontwerpwijzigingsbesluit zes weken ter inzage gelegen. Iedereen kon gedurende de inzagetermijn reageren op het ontwerpwijzigingsbesluit door een zienswijze in te dienen. Er is één reactie ontvangen. In de nota Zienswijzen is deze reactie beantwoord. Ook is vermeld of de reactie heeft geleid tot aanpassing van het omgevingsplan. De nota Zienswijzen maakt als bijlage deel uit van het voorstel aan de hand waarvan de gemeenteraad besluit over de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan voor bodemactiviteiten.

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1236/documents/42451