CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Notitie Reikwijdte en Detailniveau incl. beantwoording zienswijzen.pdf

Commissie Samen wonen RK 14 november 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 11: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven21.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Actualisatie Omgevingsvisie Ridderkerk Notitie Reikwijdte en Detailniveau Gemeente Ridderkerk

17 september 2024

Actualisatie Omgevingsvisie Ridderkerk

Gemeente Ridderkerk

Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Status

Definitief 04 17 september 2024

141592/24-013.363

Projectcode

141592 Projectleider

Drs. E. Weerman Projectdirecteur

Drs. M.J. Schilt

Auteur(s)

F.D. Kesmer MSc en M.D. van Dijk MSc Gecontroleerd door

P.A. Feij MSc Goedgekeurd door

Drs. E. Weerman Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING | WAAROM EEN ACTUALISATIE VAN DE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE RIDDERKERK EN EEN OER?

5

1.1

Reden voor actualisatie van de omgevingsvisie Ridderkerk

5

1.2

Reden voor onderzoek naar milieueffecten

6

1.3

Doel van de NRD

8

1.4

Reageren op de NRD

8

1.5

Leeswijzer

9

2

OPGAVEN EN DOELEN VOOR OMGEVINGSVISIE RIDDERKERK | WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE AF?

10

2.1

Beleidsanalyse: bestaand beleid en beleid in ontwikkeling

10

2.2

Doelen uit he coalitieakkoord

13

2.3

Trends en ontwikkelingen

15

2.4

Opgaven

16

3

SCENARIO’S | WAAR WIL DE GEMEENTE NAARTOE?

19

3.1

Ontwikkeling scenario’s

19

3.2

Scenario’s

19

4

ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE SCENARIO’S ONDERZOCHT?

20

4.1

Aanpak van het OER

20

4.2

Beoordelingskader

21

4.3

Beoordelingsschaal

22

4.4

Doelbereik

23

4.5

Detailniveau van het onderzoek

23

4.6

Monitoring en bijsturing

23

5

VERVOLG | WAT ZIJN DE VERVOLGSTAPPEN

24

5.1

Inzage van de NRD

24

5.2

Procedure omgevingsvisie en OER

24

Laatste pagina

25

Bijlage(n) I II

Beleidsanalyse Beantwoording reactie op NRD

Aantal pagina's 34 3

1 INLEIDING | WAAROM EEN ACTUALISATIE VAN DE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE RIDDERKERK EN EEN OER? 1.1

Reden voor actualisatie van de omgevingsvisie Ridderkerk

Aanleiding actualisatie omgevingsvisie gemeente Ridderkerk De gemeente Ridderkerk heeft een unieke ligging: in de Randstand onder de rook van Rotterdam, liggend op het eiland IJsselmonde met aan de overkant UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk, begrensd door de Nieuwe Maas en de A16/A15. Met de omgevingsvisie uit 2017 heeft de gemeente de afgelopen jaren sturing gegeven aan de (ruimtelijke) opgaven op haar grondgebied. De gemeente heeft besloten om de omgevingsvisie uit 2017 aan te vullen naar aanleiding van: 1. nieuwe opgaven, trends en ontwikkelingen die op Ridderkerk afkomen (zie paragraaf 2.2 en 2.4); 2. nieuwe doelen die door het college vastgesteld zijn in het collegeprogramma 2022-2026 (paragraaf 2.3); 3. nieuw vastgesteld bovenlokaal en lokaal beleid met kaderstellende uitspraken over Ridderkerk na de vaststelling van de omgevingsvisie in 2017; 4. nieuwe ontwikkellocaties in Ridderkerk; 5. nieuwe belangrijke pijlers onder de Omgevingswet: veiligheid en gezondheid. De gemeente streeft naar een nieuwe integrale omgevingsvisie die het kader is voor alle toekomstige ontwikkelingen. De huidige omgevingsvisie voor Ridderkerk is op 14 september 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Destijds is een doorkijk gegeven tot 2035.

De daarin opgenomen kernwaarden (‘Sterke wijken – Goed verbonden’, ‘Groenblauwe oase´ en ‘Kloppend hart’) blijven nog steeds van belang voor de Ridderkerkse identiteit. Daar hoeft niets aan te worden veranderd. De opgaven om de kernwaarden te behalen worden wel geactualiseerd. Wat is een omgevingsvisie? De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn (hier: 2050). De omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, gezondheid, landschap, verkeer en vervoer, energie, infrastructuur en cultureel erfgoed.

Inhoudelijk bevat de omgevingsvisie in ieder geval de volgende onderdelen: - de omgevingsvisie bevat een beschrijving van hoe het ervoor staat in de gemeente, op hoofdlijnen welke ontwikkelingen gewenst zijn, wat juist behouden moet blijven en het te voeren integrale beleid op hoofdlijnen; - de omgevingsvisie houdt rekening met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - ook gaat de omgevingsvisie in op de sturingsfilosofie van de gemeente en de eigen rol in relatie tot anderen bij het realiseren van de doelstellingen uit de visie; - de omgevingsvisie duidt de gemeentelijke belangen en voorziet ze van een motivatie.

5 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

De omgevingsvisie is vormvrij en bindt alleen de gemeente zelf. Daar waar de doelen en ambities van de omgevingsvisie doorwerken naar derden (waterschappen, bedrijven, burgers, provincies) kunnen daartoe regels en normen worden opgenomen in de omgevingsverordening. Dit sluit aan bij de omgevingswet. De gemeente werkt de omgevingsvisie verder uit in haar omgevingsplan. Nieuwe opgaven en doelen In 2023 heeft de gemeente een evaluatie- en inventarisatieproces doorlopen, waarin beoordeeld is wat er is bereikt sinds het opstellen van de omgevingsvisie Ridderkerk 2035, welke documenten zijn opgesteld en wat er nog moet gebeuren. Deze analyse heeft geresulteerd in aspecten, opgaven en thema’s die geactualiseerd moet worden in de omgevingsvisie. Deze opgaven zijn nader toegelicht in paragraaf 2.2. Daarnaast heeft de gemeente, naar aanleiding van een veranderende koers op hoger beleidsniveau, in de startnotitie voor de actualisatie van de omgevingsvisie bepaald dat ‘brede welvaart’ meer centraal gesteld moet worden. Dit betekent dat wordt gestuurd op inclusief welzijn en welbevinden van mensen en ruimtelijke keuzes meer worden geprioriteerd op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Er wordt meer gestuurd op een toekomstbestendige economie met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid, en minder op uitsluitend economische groei.

Nieuw (vastgesteld) bovenlokaal en lokaal beleid Er is de afgelopen jaren gewerkt aan de verschillende opgaven uit de omgevingsvisie van 2017. Dit heeft geresulteerd in verschillende door de raad vastgestelde visies, plannen en beleid sinds het opstellen van de omgevingsvisie Ridderkerk 2035 in 2017 (paragraaf 2.1). Ook zijn er ruimtelijke vraagstukken vanuit het Rijk, de provincie en de regio waar Ridderkerkse inbreng op wordt gevraagd, zoals bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de Ruimtelijke Puzzel van de provincie. Met een geactualiseerde omgevingsvisie kan daar beter op worden geanticipeerd. Verder worden er naar aanleiding van het collegeprogramma nog verschillende visies en plannen opgesteld, waaronder een hoogbouwvisie en een visie op agrarische gronden. De kaderstellende uitspraken over hoogbouw en agrarische gronden zijn onderdeel van de actualisatie van de omgevingsvisie. Deze uitspraken gaan mogelijk over de locaties waar hoogbouw wenselijk is met een bepaalde hoogtebeperking (in woonlagen) en waar niet en de toegestane functies voor agrarische gronden.

1.2

Reden voor onderzoek naar milieueffecten

Keuze voor een omgevingseffectrapport (OER) De gemeente Ridderkerk wil met de nieuwe omgevingsvisie de ‘Brede welvaart’ vooropzetten in de keuzes die ze maakt in en over haar omgeving. Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie en veiligheid. De gemeente kiest daarom voor het opstellen van een omgevingseffectrapport (OER) in plaats van een milieueffectrapport (MER) vanwege het integrale karakter van de omgevingsvisie en de nadruk op de maatschappelijke opgaven. Om aan te sluiten bij de inzet op Brede Welvaart, is dit omgevingseffectrapport (OER) verbreed ingestoken. Naast de milieu- en leefomgevingsaspecten die standaard onderdeel zijn van een OER (bijvoorbeeld geluid en natuur), toetst dit OER ook op sociaaleconomische thema’s. Paragraaf 4.2 legt uit hoe het beoordelingskader eruitziet. Wat is een omgevingseffectrapport (OER)? Een omgevingseffectrapport geeft milieu en leefomgeving een volwaardige plaats in het besluitvormingsproces (hier: besluitvorming over de omgevingsvisie gemeente Ridderkerk). Dit doet een OER door de effecten op de leefomgeving ten gevolge van een voornemen en mogelijke alternatieve invullingen daarvan op hoofdlijnen te beschrijven.

Dit houdt in dat de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem wordt onderzocht. Het OER onderzoekt daarom niet concrete initiatieven in detail.

6 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

mer-plicht (wettelijke grondslag) Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat voor activiteiten met potentieel significante milieueffecten een mer-procedure wordt doorlopen. Nederlandse wet moet voldoen aan de Europese merrichtlijn voor projecten (2014/52/EU, 2011/92/EU)) en de Europese SMB-richtlijn (Strategische milieubeoordeling, 2001/42/EG) voor plannen en programma’s. De Europese wetgeving is geïmplementeerd in de Omgevingswet (Ow) (afdeling 16.4) en verder uitgewerkt in het Omgevingsbesluit (Ob) (hoofdstuk 11, bijlage V). Het type mer-procedure (plan-mer, project-mer of mer-beoordeling) hangt af van de aard, omvang van de activiteit en het type besluit. Onder de Omgevingswet geldt voor dit plan een plan-merbeoordelingsplicht (artikel 16.34 Ow). Het voorgenomen beleid betreft een omgevingsvisie die wettelijk voorgeschreven is met een initiatiefnemer en procedure. Omdat de geactualiseerde omgevingsvisie wettelijk voorgeschreven is en kaders stelt aan mer-(beoordelings-)plichtige projecten die gevolgen kunnen hebben voor het milieu, doorloopt de gemeente de procedure van de milieueffectrapportage (mer) (artikel 16.36). Bijlage V van het Omgevingsbesluit bevat een lijst met mer-(beoordelings-)plichtige projecten. De milieueffectrapportage (mer) is de procedure en is nader toegelicht in hoofdstuk 5.

De wisselwerking tussen de omgevingsvisie en het OER Om ervoor te zorgen dat er een goede wisselwerking is tussen de omgevingsvisie en het OER, zijn er verschillende interacties tussen de twee sporen. Hierbij worden de keuzes vanuit het omgevingsvisie-spoor constant getoetst in het OER-spoor, waarna de bevindingen hiervan weer worden verwerkt in het omgevingsvisie-spoor. In Afbeelding 1.1 is deze wisselwerking versimpeld weergegeven.

Afbeelding 1.1 Schematische weergave van de wisselwerking tussen het omgevingsvisie-spoor en het OER-spoor.

Initiatiefnemer en Bevoegd Gezag In de mer-procedure voor de omgevingsvisie is de gemeente Ridderkerk zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de omgevingsvisie en het OER. Zij treden op als initiatiefnemer. Het college stelt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vast. De omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad vormt daarmee het bevoegd gezag.

7 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Naast de initiatiefnemer en bevoegd gezag zijn er ook diverse adviseurs die adviseren over de inhoud van het OER. Belangrijk is daarbij andere overheden tot adviseurs worden gerekend. Iedereen krijgt de gelegenheid om een reactie te geven op de NRD.

1.3

Doel van de NRD

Wat is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)? Voordat gestart wordt met het opstellen van een OER moet kennis worden gegeven van het voornemen en wordt deze notitie ter inzage gelegd. Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is weliswaar vormvrij, maar dient voldoende informatie te bevatten zodat belanghebbenden begrijpen wat de inhoud en de opzet van het op te stellen OER gaat worden. De afbakening van het onderzoek - ofwel het bepalen van de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek - is belangrijk voor het opstellen van het OER. De reikwijdte heeft betrekking op welke alternatieven en/of varianten, welke milieuaspecten onderzocht gaan worden in het OER en het onderzoeksgebied van het OER. Tevens geeft de notitie inzicht in het beoordelingskader en de wijze van beoordelen dat wordt gehanteerd bij het beoordelen van de effecten. Dit betreft het detailniveau van het onderzoek: hoe uitgebreid en op welke manier worden de verschillende milieuaspecten onderzocht. Voorliggende document betreft de NRD.

1.4

Reageren op de NRD

De gemeenteraad van de gemeente Ridderkerk biedt u als bevoegd gezag de mogelijkheid aan om een reactie op de NRD in te dienen bij de gemeente. De gemeente vraagt u dan in het bijzonder om een reactie te geven op de volgende vragen: - Mist u aspecten in tabel 4.1 voor de onderzoeken? - Wat zou u specifieker onderzocht willen hebben? En waarom? - Heeft u suggesties voor de inhoud van de scenario’s? Hoe kunt u reageren? U kunt als volgt uw mening geven over de NRD: schriftelijk per post: Stuur uw zienswijze naar: Postbus 271, 2980 AG Ridderkerk Uw brief moet ondertekend zijn en tenminste uw naam, adres en woonplaats bevatten, en indien mogelijk ook uw telefoonnummer. Digitaal: Vul het formulier in op de volgende website: https://www.ridderkerk.nl/publicaties/ter-inzage/ Wat gebeurt er met uw reactie? De binnengekomen reacties worden, waar mogelijk gebruikt bij het bepalen van de inhoud en aanpak van de onderzoeken in het OER. De gemeente raadpleegt ook de wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen OER.

8 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

1.5

Leeswijzer

Tabel 1.1 geeft weer welke informatie elk hoofdstuk van deze notitie bevat.

Tabel 1.1 Leeswijzer Hoofdstuk

Informatie

1. Inleiding

Waarom stelt de gemeente Ridderkerk een geactualiseerde omgevingsvisie op en waarom is het nodig om hier een omgevingseffectrapport bij op te stellen?

2. Opgaven en doelen

Beschrijving van de opgaven en doelen die voortkomen uit het huidige beleid (zowel van de gemeente Ridderkerk als van andere overheden) dat relevant is voor de omgevingsvisie

3. Scenario’s

De scenario’s die de gemeente Ridderkerk onderzoekt voor de omgevingsvisie. Scenario’s zijn verschillende manieren waarop de doelen bereikt kunnen worden

4. Onderzoeksaanpak

De aanpak van het omgevingseffectrapport dat wordt opgesteld bij de omgevingsvisie

5. Vervolg

Toelichting op de vervolgstappen

Bijlage I

Beleidsanalyse

9 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

2 OPGAVEN EN DOELEN VOOR OMGEVINGSVISIE RIDDERKERK | WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE AF? 2.1

Beleidsanalyse: bestaand beleid en beleid in ontwikkeling

Beleidsinventarisatie Naar aanleiding van de actualisatie van de omgevingsvisie, is er een beleidsinventarisatie en -analyse uitgevoerd. In deze beleidsanalyse zijn de vigerende, relevante beleidsambities en wet- en regelgeving binnen lokale, provinciale en nationale kaders geïnventariseerd die op moment van schrijven geldend zijn. De beleidsstukken zijn verdeeld in de volgende thema’s en een lijst met de beleidsstukken per thema is terug te vinden in Bijlage I: - algemeen gemeentelijk beleid; - ruimtelijke ontwikkeling en wonen; - economie en werkgelegenheid; - recreatie en toerisme; - mobiliteit; - water, bodem en milieu; - landschap, archeologie en erfgoed; - duurzaamheid, energie en klimaat; - sociaal domein; - openbare ruimte, handhaving en veiligheid; - natuur en landschap; - onderwijs en maatschappelijk vastgoed; - gebiedsvisies; - nationaal beleid; - provinciaal beleid; - regionaal beleid. In de onderstaande secties worden de meest relevante beleidsstukken (op lokaal en bovenlokaal niveau) en de kaderstellende ambities uit deze stukken weergegeven. Bovenlokaal beleid In Tabel 2.1 zijn de belangrijkste bovenlokale beleidsstukken te vinden. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen het niveau van het beleid, de beleidsstukken, en de kaderstellende ambities van deze beleidsstukken.

10 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Tabel 2.1 Bovenlokaal beleid met kaderstellende ambities uitgelicht. Niveau

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Nationaal

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond (omgevingsinclusief beleid). Dit zijn de vier NOVI-prioriteiten:

Ontwerp Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)

Nota Ruimte

Provinciaal

Omgevingsvisie Provincie ZuidHolland (POVI)

1

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

2

duurzaam economisch groeipotentieel;

3

sterke en gezonde steden en regio’s;

4

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Het NPLG gaat in op drie thema’s: natuur, water en klimaat. Voor de omgevingsvisie zijn voornamelijk de drie doelen met als zichtjaar 2050 relevant: 1

10 % groenblauwe dooradering;

2

Nederland als geheel klimaatneutraal;

3

gunstige staat van instandhouding natuur.

1

beweging naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur in heel Nederland;

2 3

beweging naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving; beweging naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland.

De provincie streeft naar zeven ambities: -

samenwerken aan Zuid-Holland: verschillende partijen in een vroeg stadium betrekken;

-

bereikbaar: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor;

-

schone energie voor iedereen: schone energie, haalbaar en betaalbaar; concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van de provincie;

-

versterken natuur: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving;

-

sterke steden en dorpen: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit;

-

gezond en veilig: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.

Vertaling naar gemeente Ridderkerk (deelgebieden ‘Rotterdamse Agglomeratie’ en ‘IJsselmonde’): -

concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen (kwantitatief en kwalitatief aanbod);

-

creëren van een rijk vestigingsklimaat; bevordering verbetering milieukwaliteit en gezondheid;

-

vitaliteit en kwaliteit leefomgeving (landschappen en ruimtelijke kwaliteit, streven naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied met benutting van bebouwde kom).

Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (PPLG)

-

vitaal landelijk gebied creëren binnen de randvoorwaarden zoals gesteld vanuit natuur,

-

klimaat, water en bodem; goede balans tussen sterke en gezonde natuur met een economisch rendabele en

-

volhoudbare land- en tuinbouw; opgaven in Zuid-Hollandse Delta bij Ridderkerk: ·

Natuur: -

aanvullende areaalopgaven (natuurgebieden en natuurinclusieve landbouw);

-

ontwikkeling van 10 % groenblauwe dooradering in veenweidegebieden en overgangsgebieden, en voor 2030 in de overige gebieden de helft van de

·

Water: terugdringen overschrijding van nutriënten; -

11 | 25

knelpunt zoetwaterbeschikbaarheid; reservering ruimte waterberging;

·

terugdringen emissies gewasbeschermingsmiddelen; Klimaat:

·

emissiereductie opgave veehouderij en akkerbouw (waaronder CH4 en NH3); Land- en tuinbouw:

·

keuze volhoudbare en duurzame land- en tuinbouwgebieden; Sociaal/maatschappelijk: -

-

opgave van 2050; nieuw bos;

Onderwijs/kennis, sociale cohesie en recreatie en toerisme;

gemeente Ridderkerk valt onder kerngebied ‘Zuid-Hollandse Delta’.

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Niveau

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Regionaal

Regionale Energiestrategie (RES)

-

klimaatakkoord: in 2030 50 % minder CO2 t.o.v. 1995; 2050 moet de uitstoot met 95 % zijn afgenomen;

-

betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in 2050; aandacht voor participatie en mede-eigenaarschap;

-

warmte: · eerste stap: besparen door o.a. isolatie;

-

· ·

20 % besparing in gebouwde omgeving; 30 % of meer besparing in de glastuinbouw;

· ·

beschikbare rest- en aardwarmte benutten in een toekomstbestendige energiemix; samenwerken aan een optimale regionale warmtestructuur met de laagste

·

maatschappelijke kosten; regie ligt bij gemeenten;

elektriciteit: · 2,8 - 3,2 TWh bijdrage; ·

inzet op behoud/versterking ruimtelijke kwaliteit;

·

geen opwekking in natuur;

·

40 % van het geschikt dakoppervlak in stedelijk gebied benutten voor zonneenergie;

·

benutten waterbassins glastuinbouw voor zonnepanelen;

-

streven naar balans tussen energievraag- en productie, met efficiëntie en besparing;

-

Ridderkerk lijkt afhankelijk van bovenregionale ontwikkelingen om gebruik te kunnen maken van restwarmte;

-

de regionale inzet is gebaseerd op de draagkracht van het landschap volgens dit afwegingskader: · ·

-

ruimtelijke kwaliteit; brede haalbaarheid en doelbereik;

· draagvlak; netimpact en systeemefficiëntie.

Lokaal beleid In Tabel 2.2 biedt een overzicht van de meest relevante gemeentelijke beleidsstukken. Hierin wordt per beleidsstuk uitgelicht wat de kaderstellende ambities zijn. Bijlage I bevat de beleidsanalyse.

Tabel 2.2 Algemeen gemeentelijk beleid met kaderstellende ambities uitgelicht. Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 (2017)

Visie: door te profiteren van de ligging tussen het stedelijk netwerk van de regio Rijnmond en de Drechtsteden en het landschappelijk netwerk van de Krimpenerwaard, Alblasserwaard, Biesbosch en Hoeksche Waard en in te zetten op haar eigen identiteit, is en blijft Ridderkerk een aantrekkelijke gemeente om in te wonen, te werken en te recreëren. Na jaren van ontwikkeling en groei, is nu het moment om in te zetten op het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Drie kernwaarden: -

sterke wijken, goed verbonden; groenblauwe oase (robuust maken, uitbreiding, differentiatie);

-

kloppend hart (kwaliteitsimpuls geven).

Er bestaan twee integrale opgaven: naar een duurzame gemeente; -

12 | 25

gezondheid en leefbaarheid.

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Collegeprogramma 2022-2026: hart voor een toekomstbestendig Ridderkerk (2022)

In het collegeprogramma 2022-2026 wordt voor verschillende thema’s besproken hoe het college deze wil aan gaan pakken in de periode tussen 2022 en 2026. Deze thema’s zijn: -

Bestuur | Dienstverlening | Participatie; Veiligheid;

-

Verkeer | Vervoer | (Water)wegen; Economische zaken;

-

Onderwijs; Cultuur | Evenementen;

-

Sport; Buitenruimte;

-

Sociaal domein; Welzijn;

-

Circulaire economie | Energietransitie; Leefklimaat;

-

Wonen | RO | maatschappelijk vastgoed;

-

Financiën.

Verder benoemt het collegeprogramma dat de geactualiseerde omgevingsvisie zal worden gebruikt om de woonvisie te actualiseren.

Nota Betrokken Samenleving (2024)

Visie: participatie draagt bij aan het vergroten van: -

zorgvuldige besluitvorming;

-

zeggenschap en actief burgerschap;

-

kwaliteit van beleid of plannen;

-

betrokkenheid van inwoners; ook draagt participatie bij aan het realiseren van beleidsdoelen waarvoor kennis en ervaring uit de samenleving nodig is.

Conclusie In het huidige beleid van Ridderkerk zijn weinig botsingen. Botsingen in beleid zijn uitspraken in beleidstukken die elkaar tegenspreken of niet in combinatie te realiseren zijn. Sinds de opstelling van de omgevingsvisie uit 2017 wordt er in de verschillende beleidsstukken met een oplevering na 2017 regelmatig gerefereerd naar de omgevingsvisie, wat een teken is van integraliteit. Anderzijds komt het ontbreken van botsingen deels ook doordat er in de huidige omgevingsvisie 2017 geen richting/keuze wordt gemaakt. Dit wordt zichtbaar in de hoeveelheid ruimteclaims die er op Ridderkerk afkomen vanwege de ontwikkeling van bedrijventerreinen, woningbouwopgave, vergroening, uitdagingen in het agrarisch gebied maar waarin (nog) geen stelling is genomen. Een voorbeeld hiervan is gebieden waar hoogbouw toegelaten wordt voor woningen maar waar ook behoefte is aan groen of bedrijvigheid.

2.2

Doelen uit he coalitieakkoord

De doelen voor Ridderkerk zijn geformuleerd in twee documenten: de omgevingsvisie Ridderkerk 2035 en het collegeprogramma 2022-2026. In het collegeprogramma staan de meest recente doelen van het huidige college voor verschillende thema’s. Deze doelen zijn een aanvulling op de drie Ridderkerkse kernwaarden uit de omgevingsvisie van 2017.

13 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Het college van Ridderkerk heeft een aantal opgaven gekoppeld aan belangrijke doelen die staan in het collegeprogramma 2022-2026 met accentverschuivingen in cursief: - Bestuur | Dienstverlening | Participatie: de gemeente gaat in gesprek met Ridderkerkers en er worden samenwerkingsmogelijkheden gezocht met omringende gemeenten; - Veiligheid: iedereen een veilige woon-, leef- en werkomgeving bieden; - Verkeer | Vervoer | (Water)wegen: er wordt ingezet op Hoogwaardig Openbaar Vervoer (met gratis OV voor AOW-gerechtigden), de waterbusverbinding en verkeersveiligheid (met extra aandacht voor langzaam verkeer); - Economische zaken: de gemeente wil de winkelcentra aantrekkelijk houden, meer veiligheid op bedrijventerreinen en gebruik van leegstaande (bedrijfs-)gebouwen door startende ondernemers.

Verder wordt er aandacht besteed aan de relaties tussen het bedrijfsleven en onderwijs; - Onderwijs: er wordt geïnvesteerd in voorschoolse educatie tegen leerachterstanden en scholen moeten in goede gebouwen met schoolzones voor een veilige omgeving; - Cultuur | Evenementen: het cultureel, industrieel en agrarisch erfgoed wordt beschermd en er komt ondersteuning voor het verenigingsleven, evenementen en buurtactiviteiten; - Sport: sport en bewegen wordt gestimuleerd als onderdeel van een gezonde levensstijl, er komt meer aandacht voor speelterreinen- en voorzieningen en het recreatiegebied langs de Noord wordt uitgebreid; - Buitenruimte: er wordt geïnvesteerd in meer groen in de buitenruimte en de ‘groene kraag’ rond Ridderkerk blijft intact; - Sociaal domein: er komt meer ondersteuning voor inwoners die zorg (waaronder jeugdzorg) nodig hebben. Ook komt er meer inzet om mensen met een uitkering aan een baan te helpen en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de kans te geven om een onderdeel te zijn van de maatschappij door bijvoorbeeld in te zetten op het creëren van een moderne vorm van een sociale (wijk)werkplaatsen; - Welzijn: er komt meer prioriteit voor het voorkomen van schulden en armoede en er worden acties opgezet tegen eenzaamheid en laaggeletterdheid.

Ook komt er meer steun voor vrijwilligers en wordt er ingezet op het vroegtijdig signaleren van problemen bij inwoners. Daarnaast komt er meer voorlichting voor kinderen/jongeren m.b.t. maatschappelijke zaken en gezondheid; - Circulaire economie | Energietransitie: er wordt ingezet op een duurzame gemeente en op de energietransitie, door het stimuleren van zonnepanelen, het betaalbaar maken van duurzaamheid voor iedereen en door te werken met een circulaire keten; - Leefklimaat: er komt meer aandacht voor een schone leefomgeving door in te zetten op het voorkomen van zwerfafval, maatregelen te nemen om de uitstoot van fijnstof en geluidsoverlast te verminderen, de maximumsnelheid te verlagen waar mogelijk, het voorkomen en verwijderen van vervuiling in de bodem, aandacht te vragen voor de kwaliteit van drink- en oppervlaktewater en het onderhouden van de waterkeringen; - Wonen | RO | maatschappelijk vastgoed: de gemeente gaat aandacht geven aan de beschikbaarheid van woningen voor alle inwoners van Ridderkerk (met name voor starters en senioren) en beschikbare woningen worden zoveel als mogelijk toegewezen aan Ridderkerkse woningzoekenden. Verder stimuleert de gemeente innovatie en creativiteit op het gebied van wonen en staat de gemeente positief tegenover woningbouw tot 6 lagen.

Daarnaast behouden de agrarische gronden zo veel mogelijk hun bestemming; - Financiën: woonlasten blijven de laagste in de regio. De bovenstaande opgaven dienen integraal afgewogen te worden voor heel Ridderkerk en vastgelegd worden in de geactualiseerde omgevingsvisie. Daarnaast dienen kaderstellende uitspraken uit de nieuwe visies en programma’s zoals de visie op hoogbouw en de agrarische gronden en het programma Lucht en Geluid te landen in de geactualiseerde omgevingsvisie.

14 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

2.3

Trends en ontwikkelingen

Naar aanleiding van de actualisatie van de omgevingsvisie, is ook een analyse uitgevoerd naar de trends en ontwikkelingen met betrekking tot de ruimteclaims van verschillende dimensies. Deze analyse gebruiken wij als basis voor de ontwikkeling van de scenario’s. Per dimensie is gekeken of er netto een toenemende, een afnemende of een onveranderde ruimteclaim verwacht kan worden ten opzichte van de huidige situatie (zie Tabel 2.3). Wat opvalt, is dat de demografische, economische en ecologische trends en ontwikkelingen netto gezien om een toenemende ruimteclaim vragen. Voor de technologische trends en ontwikkelingen geldt dat er geen extra ruimte gevraagd wordt ten opzichte van de huidige situatie. De sociaal-culturele trends en ontwikkelingen brengen grotendeels geen ruimteclaim met zich mee, omdat ze niet allemaal ruimtelijk zijn (n.v.t.). Voor de politiek-institutionele trends en ontwikkelingen geldt dat het ruimtegebruik nagenoeg onveranderd blijft. Wanneer de dimensies in samenhang worden bekeken, komt dit voor Ridderkerk netto uit op een toenemende ruimteclaim. Daarnaast zijn er twaalf trends waarvan de ruimteclaim nog nader te bepalen is. Dit heeft gevolgen voor het gebruik en de inrichting van de ruimte in Ridderkerk in de toekomst. De mogelijke inrichtingen worden in het ontwerpend onderzoek behorend bij de omgevingsvisie verkend.

Tabel 2.3 Trends en ontwikkelingen m.b.t. ruimteclaims voor verschillende dimensies Type trends

Toelichting ruimteclaim

Demografisch

Netto is er sprake van een toenemende ruimteclaim. Dit is hoofdzakelijk te verklaren omdat de prognose is dat het aantal inwoners van Ridderkerk in de komende decennia toeneemt. Dat heeft impact op de behoefte aan (type) voorzieningen, woonwensen en economische ontwikkelingen, bijvoorbeeld door vergrijzing en de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. Wel groeit het aantal inwoners naar verwachting minder hard dan het landelijk gemiddelde.

Economisch

De te verwachten ruimteclaims als gevolg van de economische trends en ontwikkelingen variëren van een toenemende ruimteclaim, tot een ruimteclaim die nader te bepalen is. De uitwerking van de ruimteclaims die nader zijn te bepalen kunnen in het ontwerpend onderzoek worden verkend.

Sociaal-cultureel

De complexere samenleving en sociale marginalisatie, vergrijzing, extramuralisering (zoals thuis zelfstandig wonen) en ambulantisering (mensen met psychische aandoeningen zo veel mogelijk laten deelnemen aan en wonen in de maatschappij), en de stimulering van gezondheid brengen een toenemende ruimteclaim met zich mee. Het merendeel van de sociaal-culturele trends en ontwikkelingen brengt geen ruimteclaim met zich mee en heeft dus geen direct effect op de inrichting van de fysieke leefomgeving. Deze trends en ontwikkelingen zijn wel relevant om mee te nemen in de omgevingsvisie, omdat het sociaal domein nadrukkelijk een van de factoren van de omgevingsvisie is.

Technologisch

De ruimteclaim van de technologische trends en ontwikkelingen variëren van toenemend, tot afnemend, tot onveranderd, tot nader te bepalen.

Ecologisch

Er is grotendeels sprake van een toenemende ruimteclaim. Enkel de ruimteclaim van bodemdaling en kwel is nog nader te bepalen.

Politiekinstitutioneel

De politiek-institutionele trends en ontwikkelingen vragen momenteel niet om een extra ruimteclaim ten opzichte van de huidige situatie. De trends en ontwikkelingen vragen wel om zorgvuldige integrale afweging en het betrekken van inwoners bij de ontwikkeling van beleid en plannen. Daarnaast vraagt de invoering van de Omgevingswet om een systeem- en cultuurverandering in de gemeentelijke organisatie. Mogelijk volgen er nog ruimteclaims uit de inzet op de samenwerking in de regio.

15 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

2.4

Opgaven

Kernwaarden uit de omgevingsvisie 2017 blijven van toepassing Uit de beleidsanalyse is een beeld te schetsen van de bestaande (voor 2017) en nieuwe (na 2017) uitdagingen en opgaven in Ridderkerk. In de huidige omgevingsvisie van 2017 worden de drie Ridderkerkse kernwaarden beschreven. De drie kernwaarden blijven van toepassing voor de nieuwe omgevingsvisie, maar de opgaven die aan de kernwaarden gekoppeld zijn worden geactualiseerd. De toelichting op de kernwaarden, de initiële opgaven en de gewijzigde opgaven is onder Afbeelding 2.1 te vinden.

Afbeelding 2.1 Overzicht visie en kernwaarden

Kernwaarden met de initiële opgaven uit de omgevingsvisie 2017 In de omgevingsvisie van 2017 heeft de gemeente Ridderkerk drie kernwaarden en twee integrale opgaven gedefinieerd die hier nader zijn toegelicht. Sterke wijken, goed verbonden Aan deze kernwaarde zijn de aspecten ‘ontmoeting’, ‘de fiets centraal’, ‘verkeersstructuur’ en ‘Ridderkerk bij binnenkomst’ verbonden. Bij het aspect ontmoeting wordt vooral gekeken naar het verbeteren en vergroten van ontmoetingsplekken en de differentiatie van woningen. Bij de fiets centraal wordt ingezet op het verbeteren van de kwantiteit en de kwaliteit van het aantal langzaam verkeer-verbindingen. Verder wordt bij de verkeersstructuur gekeken naar hoe de inrichting van de wegen kan worden verbeterd en als laatste wordt bij Ridderkerk bij binnenkomst vooral gekeken naar het meer zichtbaar maken van de kwaliteiten van Ridderkerk. Groenblauwe oase (robuust maken, uitbreiding, differentiatie) Voor de kernwaarde ‘groenblauw oase’ wordt ingezet op een betere verbinding tussen de groengebieden en de differentiatie van deze gebieden. Verder is er de ambitie om het waterfront te her ontwikkelen en in het buitengebied meer balans te creëren tussen de verschillende sectoren, met als uitgangspunt het versterken van het open polderlandschap.

Kloppend hart (kwaliteitsimpuls geven) Onder de kernwaarde ‘kloppend hart’ wil de gemeente de bereikbaarheid en vindbaarheid van het winkelcentrum en ook de kwaliteit van de openbare ruimte rondom het winkelcentrum verbeteren. Verder wordt het centrum en het omliggende gebied van Donkersloot getransformeerd, waarbij bedrijven en andere voorzieningen worden geclusterd om samenwerkingskansen te creëren en de effecten m.b.t. milieu en overlast te verminderen.

16 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Integrale opgaven uit de omgevingsvisie 2017 De twee integrale opgaven die Ridderkerk aan wil pakken: - naar een duurzame gemeente: · Ridderkerk zorgt dat ontwikkelingen aansluiten bij de behoefte van het heden, zonder dat voor toekomstige generaties de mensen, het milieu of de economie in gevaar komen; · er is de ambitie om CO2-neutraal te worden door het energiegebruik te verminderen en efficiënter aan te pakken en in te zetten op het aanleggen van bronnen voor hernieuwbare energie; · er wordt gestreefd naar een circulariteit, waarbij producten en grondstoffen maximaal hergebruikt worden; - gezondheid en leefbaarheid: · verschuiving van gezondheidsbescherming naar gezondheidsbevordering; · verdere verbetering luchtkwaliteit, veilige speelomgeving, mogelijkheden voor langzaam vervoer en terugdringen van aantal geluidgehinderden; · weren nieuwe risicobronnen, met uitzondering van bedrijventerreinen. Streven naar uitplaatsing van bronnen uit de woonomgeving; · uitwerking omgevingswaarden. Wijzigingen ten opzichte van de omgevingsvisie Ridderkerk 2017 De gemeente heeft besloten om de omgevingsvisie uit 2017 aan te vullen naar aanleiding van: 1. nieuwe opgaven, trends en ontwikkelingen die op Ridderkerk afkomen (zie paragraaf 2.2 en 2.4); 2. nieuwe doelen die door het college vastgesteld zijn in het collegeprogramma 2022-2026 (paragraaf 2.3); 3.

nieuw vastgesteld bovenlokaal en lokaal beleid met kaderstellende uitspraken over Ridderkerk na de vaststelling van de omgevingsvisie in 2017; 4. nieuwe ontwikkellocaties in Ridderkerk; 5. nieuwe belangrijke pijlers onder de Omgevingswet: veiligheid en gezondheid. De wijzigingen in visie, opgaven en doelen zijn hieronder uitgelicht. Voor de ontwikkeling van de scenario’s wordt een overzicht gemaakt van wijzigingen die onderzocht moeten worden vanuit milieuoogpunt. Wijziging visie door toevoeging definitie prettig Verder geeft de door de gemeente uitgevoerde analyse van de omgevingsvisie een definitie voor de hoofdvisie van Ridderkerk ‘Ridderkerk is een prettige gemeente om te wonen, werken en recreëren’, door prettig te omschrijven als: - in verbinding met de regio; - toekomstbestendig (klimaatmitigatie en klimaatadaptatie); - gezond, veilig en leefbaar; - eigen/met ‘Ridderkerkse waarden’; - voor Ridderkerkers: doelgroepen en type samenleving (scenario’s: mondiaal economisch, leeftijd bubbels, groene omgeving, regionaal georiënteerd). Wijzigingen in opgaven De initiële opgaven heeft de gemeente geëvalueerd in januari 2023. Volgens de gemeente ontbreken een aantal thema’s in de huidige omgevingsvisie, waar de gemeente toch aan wil werken.

De nieuwe opgaven zijn klimaatadaptatie en -mitigatie, woningbouwopgave, verduurzaming bestaande wijken, naast aandacht voor de fiets ook aandacht voor andere modaliteiten (HOV), opgaven in het landelijk gebied (agrarisch, klimaatlandschap etc.) en duurzame economie. Hierbij wordt voor klimaatadaptatie beschreven dat er meer aandacht moet komen voor klimaat- en watergerelateerde opgaven en maatregelen en wordt de kamerbrief ‘water en bodem sturend’ als leidraad gebruikt. Voor klimaatmitigatie wordt meer focus gelegd om het energienetwerk (tracés en impact op de ruimte) en het gebruik van circulaire hubs voor afval, energie, materialen en grondstoffen. Daarnaast heeft de gemeente, naar aanleiding van een veranderende koers op hoger beleidsniveau, in de startnotitie voor de actualisatie van de omgevingsvisie bepaald dat ‘brede welvaart’ meer centraal gesteld moet worden. Dit betekent dat wordt gestuurd op inclusief welzijn en welbevinden van mensen en ruimtelijke keuzes meer worden geprioriteerd op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving.

17 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Er wordt meer gestuurd op een toekomstbestendige economie met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid, en minder op uitsluitend economische groei. De provincie heeft brede welvaart als uitgangspunt opgenomen in het coalitieakkoord Krachtig Zuid-Holland, en zal het gebruiken als kader voor het toetsen van visies en plannen van gemeenten. In de omgevingsvisie zal brede welvaart verder worden uitgewerkt. Hoogbouwvisie De gemeente onderzoekt waar hoogbouw wenselijk is en waar niet en stelt een kaart op waarbij globaal en richtinggevend wordt aangegeven hoe hoog (in bouwlagen) bebouwing mag zijn. De hoogbouwcontouren stelt zij vast in de hoogbouwvisie. De kaderstellende uitspraken over hoogbouw wordt opgenomen in de actualisatie van de omgevingsvisie. Motie 83 - nieuwe visie op open gebieden rond A38 Verder is er op 25 januari 2024 een motie ingediend bij de gemeenteraad van Ridderkerk die invloed heeft op de inhoud van de actualisatie van de omgevingsvisie. De motie heeft betrekking op de gronden rond de A38. Het college werd verzocht om een actuele visie voor het gebied aan weerszijden van de A38 mee te nemen in de actualisatie van de omgevingsvisie, waarbij de gronden agrarisch, water, recreatie en/of natuur als bestemming behouden of krijgen. De motie is aangenomen door de raad met 25 stemmen voor en nul stemmen tegen.

18 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

3 SCENARIO’S | WAAR WIL DE GEMEENTE NAARTOE? 3.1

Ontwikkeling scenario’s

Via ontwerpend onderzoek worden scenario’s ontwikkeld voor de toekomst van Ridderkerk voor het richtjaar 2050. Deze gelden als de zogeheten 'redelijke alternatieven’ vanuit de mer-regelgeving1. De omgevingsvisie uit 2017 wordt als een basisscenario beschouwd in het OER. Daarnaast worden twee uiterste scenario’s ontwikkeld. De scenario’s hebben als doel om het inzicht in de gevolgen van de ruimtelijke keuzes te vergroten. Om tot een integrale omgevingsvisie te komen, schetsen de scenario’s hoe bepaalde opgaven op verschillende plekken (waar) en op een verschillende manier (hoe) worden ontwikkeld. Elk scenario laat daarmee een uiterste inrichting van de fysieke leefomgeving met andere effecten zien. Beleidskeuzes zijn in verschillende bandbreedtes opgenomen in de verschillende scenario’s. De scenario’s worden opgesteld aan de hand van verschillende werksessies met de beleidsexperts van de gemeente, waarbij alle sectorale belangen worden vertegenwoordigd. De uitwerking van de nieuwe opgaven en doelen zijn hierin leidend.

3.2

Scenario’s

Doordat de scenario’s worden vormgegeven middels ontwerpend onderzoek, zijn deze nog niet opgenomen in dit NRD. Echter staan er al wel een aantal aspecten vast die centraal staan tijdens het ontwikkelen van de scenario’s. Zo houden we bij de formulering van de scenario’s rekening met onder andere de volgende elementen: - opgaven, trends en ontwikkelingen; - realisme: het onmogelijke wordt niet onderzocht; - vertaling van het voornemen: alleen mogelijke ruimtelijke keuzes voor het behalen van de nieuwe opgaven (zoals invulling A38 zone) worden onderzocht; - de fase waarin een ruimtelijke keuze zich bevindt: ruimtelijke keuzes waarover al besluitvorming is geweest worden niet onderzocht. Dit betreft ook keuzes die zijn gemaakt in de omgevingsvisie uit 2017, wat niet wijzigt; - de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem (de zogenoemde ‘hoeken van het speelveld’). Daarnaast zijn de drie Ridderkerkse kernwaarden uit de huidige omgevingsvisie (2017) het uitgangspunt voor alle scenario’s die opgesteld gaan worden: - sterke wijken, goed verbonden; - groenblauwe oase (robuust maken, uitbreiding, differentiatie); - kloppend hart (kwaliteitsimpuls geven).

1

Artikel 11.3 lid 1 onder f van het omgevingsbesluit.

19 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

4 ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE SCENARIO’S ONDERZOCHT? 4.1

Aanpak van het OER

Het OER wordt als onderzoeksmiddel ingezet tijdens de ontwikkeling van de visie. Tijdens het ontwerpproces worden keuzes gemaakt die mogelijk effect hebben op het milieu en de leefomgeving. Het ontwerpend OER brengt tijdens dit ontwerpproces in beeld wat deze mogelijke effecten zijn en wat de bandbreedte is van deze effecten op het milieu en de leefomgeving. De wisselwerking tussen het visiespoor en het OER-spoor faciliteren wij middels ‘ontwerploops’. Een ontwerpend OER geeft tijdig inzicht in met welke keuzes negatieve effecten te beperken zijn en met welke keuzes juist kansen ontstaan. Zo toetst het OER dus niet enkel achteraf op haalbaarheid, maar faciliteert het, met tussenproducten, de ontwikkeling van de visie. Met inzichten vanuit het OER worden de keuzes in de actualisatie van de omgevingsvisie voor het richtjaar 2050 onderbouwd en wordt er in beeld gebracht wat, onder welke voorwaarden, mogelijk is. Het gekozen toekomstbeeld/voorkeurscenario (waarschijnlijk een combinatie van elementen uit verschillende scenario’s) wordt ook beoordeeld in het OER. Ook worden randvoorwaarden, aandachtspunten en onzekerheden vastgelegd in het OER, zodat daar in de beleidsuitwerking en monitoring aandacht aan besteed kan worden.

Hoofdvragen voor het OER Het OER gaat in op de volgende hoofdvragen: 1 wat is de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving? 2 hoe ontwikkelt de leefomgeving zich autonoom (zonder de actualisatie van de omgevingsvisie) tot 2050? 3 welke scenario’s volgen uit de concretisering van de drie Ridderkerkse kernwaarden?1 4 wat zijn de effecten van deze scenario’s? 5 wat zijn de effecten van het gekozen toekomstbeeld voor 2050 die in de actualisatie van de omgevingsvisie wordt opgenomen? 6 wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie? Gelijktijdig met deze NRD wordt de ‘Staat van Ridderkerk’ opgesteld. In de Staat van Ridderkerk wordt een zogenoemde ‘foto van de leefomgeving’ gemaakt, waarin de huidige staat van Ridderkerk wordt onderzocht, inclusief de grootste uitdagingen en opgaven.

1

De beleidskeuzes worden ontwikkeld door het omgevingsvisieteam, niet door het OER-team. Wel levert het OER-team een bijdrage aan het ontwikkelproces.

20 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Onderzoeksaanpak voor het OER op hoofdlijnen De onderzoeksaanpak bestaat op hoofdlijnen uit vijf stappen: a het opstellen van de Ridderkerkse staat; b het uitwerken van de Ridderkerkse staat tot een referentiesituatie voor het OER; c het leveren van een bijdrage aan de beleidskeuzes voor de omgevingsvisie (uitgewerkt in scenario’s) op basis van de concretisering van de ambities en eventuele aanvullende aandachtspunten; d het beschrijven en beoordelen van de effecten op de leefomgeving van scenario’s en deze vastleggen in een rapport, het OER. Via expert judgement worden op hoofdlijnen de effecten van de scenario’s in beeld gebracht; zodoende geeft het OER-spoor ontwerpprincipes mee; e het uitwerken van een toekomstbeeld welke de koers voor de actualisatie van de omgevingsvisie bevat en het in beeld brengen van de effecten op de leefomgeving van dit toekomstbeeld; f het geven van een aanzet voor monitoring en bijsturing op de beoogde effecten op Brede Welvaart. Bij het beschrijven en beoordelen van de referentiesituatie en de effecten van scenario’s en het toekomstbeeld (voorkeursscenario) wordt een beoordelingskader gehanteerd. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de onderzoeksthema’s in het OER en aspecten en criteria waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden. Paragraaf 4.2 licht het beoordelingskader toe.

4.2

Beoordelingskader

Het beoordelingskader is het centrale onderdeel van het OER. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de onderzoeksthema’s in het OER en aspecten en indicatoren waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden. De indicatoren wordt in de staat van de leefomgeving concreet gemaakt. Dit beoordelingskader is vormgegeven aan de hand van de drie Ridderkerkse kernwaarden.

Tabel 4.1 beoordelingskader Ridderkerkse kernwaarden

Beoordelingsthema’s

Aspecten

Mogelijk indicatoren

Kloppend Hart

Economie

Werkgelegenheid

Werkloosheid en Baankansen verschillende inkomensgroepen

Vestigingsklimaat

Betaalbaarheid, functiemening en voorraad

Landbouwareaal

Omvang landbouwareaal

Woningaanbod

Omvang woningvoorraad (naar prijssegment en woningtype)

Voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed)

Omvang voorzieningenaanbod naar behoeften

Openbare ruimte (recreatie & groen)

Omvang en kwaliteit groen Beweegvriendelijkheid

Gezonde leefstijl

Gezond gedrag

Sociaaleconomische positie

Gemiddeld besteedbaar inkomen

Sociale cohesie

Mate van eenzaamheid

Gezondheidsbescherming

Geluidbelasting Luchtverontreiniging Trillingen Geur Licht

Omgevingsveiligheid

Externe veiligheid Sociale veiligheid

Sterke wijken - goed verbonden

Wonen en fysieke woonomgeving

Gezondheid en Sociaal domein

21 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Ridderkerkse kernwaarden

Groenblauwe Oase

Beoordelingsthema’s

Aspecten

Mogelijk indicatoren

Mobiliteit

Bereikbaarheid (per modaliteit)

Aandeel korte afstandsverplaatsingen (< 5 km); Aandeel lange afstandsverplaatsingen (> 5 km);

Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen

Aanbod en vervoerkeuze auto, OV en fiets Aanbod deelmobiliteit en mobiliteitshubs

Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheidsrisico’s voor alle typen weggebruikers

Beschermde natuurgebieden

Natura2000 en NNN

Soortenbescherming en biodiversiteit

Beschermde soorten Overige niet-beschermde soorten

Landschap

Landschappelijke kernwaarden

Cultuurhistorie en erfgoed

Gebouwd erfgoed (beschermde gezichten) Cultuurlandschap

Archeologie

Archeologische waarden

Bodem

Bodemkwaliteit Bodemdaling

Waterkwaliteit en duurzame watervoorziening

Drinkwater voorziening Grondwaterkwaliteit Oppervlaktewater (fysisch en ecologisch)

Microklimaat

Hittestress Windhinder Schaduwhinder/bezonning

Wateroverlast en droogte

Risico wateroverlast Waterveiligheid

Energie

Energiegebruik

Materiaal

Materiaalgebruik

Natuur

Landschap en cultuurhistorie

Water, bodem en klimaat(adaptatie)

Duurzaamheid

4.3

Beoordelingsschaal

Beoordeling huidige staat en referentiesituatie De staat van de huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) worden beoordeeld aan de hand van de beoordelingsschaal uit tabel 1.2.

Tabel 4.2 Beoordeling van huidige staat en referentiesituatie Beoordeling

Beoordeling huidige staat

goed

de staat is goed, er zijn weinig tot geen knelpunten

redelijk

de staat is redelijk, er zijn enkele knelpunten

slecht

de staat is slecht, er zijn redelijk veel tot veel knelpunten

Beoordeling scenario’s Voor elk van de scenario’s worden de effecten per indicator beschreven en uiteindelijk op aspectniveau beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De beoordeling van de milieueffecten wordt gedaan ten opzichte van de referentiesituatie met behulp van de beoordelingsschaal in Tabel 4.3.

22 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Tabel 4.3 Beoordelingsschaal omgevingseffecten Score

Toelichting

++

zeer positief effect; sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

positief effect; verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0

neutraal; geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie

-

negatief effect; verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

zeer negatief effect; sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, risico op niet voldoen aan wettelijke normen

4.4

Doelbereik

Naast de beoordeling van effecten op de thema’s uit het beoordelingskader wordt in het OER ook inzichtelijk gemaakt in welke mate de scenario’s bij kunnen dragen aan het behalen van de doelen van de gemeente Ridderkerk. Dit gebeurt aan de hand van de beoordeling zoals toegelicht in Tabel 4.4. Het doelbereik van de scenario’s wordt beoordeeld aan de hand van de referentiesituatie (huidige staat en kwaliteit fysieke leefomgeving + autonome ontwikkelingen).

Tabel 4.4 Toetsing doelbereik Beoordeling

Toelichting hoge potentie voor behalen doel beperkte potentie voor behalen doel

geen potentie voor behalen doel

4.5

Detailniveau van het onderzoek

Het OER voor de actualisatie van de omgevingsvisie sluit aan bij het abstractieniveau van de beleidskeuzes (scenario’s) die worden voorgesteld. Dit betekent dat een globale effectbeoordeling wordt uitgevoerd, waarbij de effecten vaak kwalitatief of op basis van expert judgement worden beschreven en beoordeeld. Waar mogelijk vindt kwantitatieve beoordeling plaats. Daarbij wordt gebruik gemaakt van open data en reeds uitgevoerde (beleids-)analyses. Deze bronnen worden voornamelijk gebruikt voor het bepalen van de huidige staat en kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De autonome ontwikkelingen en de scenario’s worden veelal kwalitatief of op basis van expert judgement beoordeeld. Het gaat om een beschrijving van de verwachte effecten en de onzekerheden per scenario of overkoepelend voor alle scenario’s (afhankelijk van aspect en beschikbare informatie).

4.6

Monitoring en bijsturing

Op basis van de visie en het toegepaste beoordelingskader wordt in het OER een voorzet gedaan voor een monitoringssystematiek, waarmee de staat van Ridderkerk gevolgd kan worden en, indien nodig, kan worden bijgestuurd.

23 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

5 VERVOLG | WAT ZIJN DE VERVOLGSTAPPEN 5.1

Inzage van de NRD

De NRD ligt van 5 juli 2024 tot en met 23 augustus 2024 gedurende zeven weken ter inzage. Tijdens deze termijn kan eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze over het de reikwijdte en het detailniveau van de informatie, die in het omgevingseffectrapport moet worden opgenomen, kenbaar kunnen maken bij de gemeente Ridderkerk. In een Reactienota geeft de gemeente Ridderkerk een samenvatting van de inhoud van de zienswijzen en de reactie van de gemeente daarop.

5.2

Procedure omgevingsvisie en OER

Een OER volgt de stappen in de mer-procedure. De formele procedure start met een kennisgeving van het voornemen tot het opstellen van een OER voor de actualisatie van de omgevingsvisie. Op basis van de NRD (voorliggende notitie) heeft iedereen de gelegenheid gekregen te reageren. De reacties en adviezen worden voorgelegd aan het college, waarna de reikwijdte en het detailniveau van het OER definitief worden vastgesteld. De vastgestelde NRD vormt daarna het vertrekpunt voor het OER en het vertrekpunt voor het maken van de geactualiseerde omgevingsvisie. Het proces voor het ontwikkelen van de geactualiseerde omgevingsvisie en de rol van het OER. Het OER bij de ontwerp-omgevingsvisie wordt uiteindelijk één van de achtergronddocumenten bij de ontwerpomgevingsvisie en doorloopt daarmee de wettelijke procedure die daarbij hoort. Daarbij is ook weer gelegenheid voor iedereen om zienswijzen in te dienen voordat de geactualiseerde omgevingsvisie (inclusief definitief OER) vastgesteld wordt. Afbeelding 5.1 bevat een overzicht van de stappen in het proces en de procedure. Tabel 5.1 geeft de formele stappen van de mer-procedure en de omgevingsvisie weer.

Tabel 5.1 Formele stappen in de procedure (cursief: onderdeel van procedure moederbesluit) Stap

Uitleg

openbare kennisgeving

het voornemen om een omgevingsvisie te gaan opstellen en een plan-merprocedure te doorlopen werd openbaar aangekondigd door de gemeente Ridderkerk op 25 januari 2024

ter inzage leggen NRD

deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) heeft 7 weken ter inzage gelegen. De zienswijzen worden beantwoord in een reactienota.

raadpleging bestuursorganen

bestuursorganen die met het plan te maken kunnen krijgen, worden geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau (artikel 16.38 Ow)

vaststelling advies reikwijdte en detailniveau

het college stelt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vast

24 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Stap

Uitleg

opstellen OER

het OER wordt opgesteld volgens de voorgestelde reikwijdte en het detailniveau en de inhoudsvereisten uit de Omgevingswet (artikel 11.3 Ob). Naar aanleiding van de eventuele zienswijzen en adviezen wordt de onderzoeksopzet uit de NRD aangepast in het OER

opstellen plan, inclusief motivering mer en participatie

de actualisatie van de omgevingsvisie Ridderkerk wordt opgesteld met motivering van mer en participatie

ter inzage leggen OER als bijlage van het ontwerp omgevingsvisie

het OER wordt, gelijktijdig met het ontwerp projectbesluit voor 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder kan een zienswijze indienen (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht)

toetsingsadvies Commissie mer

de Commissie mer wordt om advies gevraagd over het OER (artikel 16.39 Ow en 11.2 Ob)

vaststellen omgevingsvisie

de Raad stelt de omgevingsvisie vast. In de omgevingsvisie wordt aangegeven hoe met de resultaten van het OER, participatie, de zienswijzen en het advies van de Commissie mer is omgegaan (artikel 11.4 Ob)

evaluatie van de effecten na realisatie

het is verplicht om (na realisatie) de daadwerkelijk optredende milieugevolgen van de uitvoering van het plan te monitoren en te evalueren (artikel 11.5 Ob)

25 | 25

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Definitief 04

Bijlage(n)

I BIJLAGE: BELEIDSANALYSE

Witteveen+Bos | 141592/24-013.363 | Bijlage I | Definitief 04

Beleidsanalyse Actualisatie omgevingsvisie Ridderkerk Gemeente Ridderkerk

7 juni 2024

Project

Beleidsanalyse Opdrachtgever

Gemeente Ridderkerk

Document

Actualisatie omgevingsvisie Ridderkerk Status

Definitief Datum

7 juni 2024 Referentie

141592/24-008.288

Projectcode

141592 Projectleider

Drs. E. Weerman Projectdirecteur

Drs. M. J. Schilt

Auteur(s)

A.L. Hootsmans MSc en E.E.A. Schalker MSc Gecontroleerd door

C.F. Terpstra MSc Goedgekeurd door

Drs. E. Weerman Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

4

1.1

Omgevingswet

4

1.2

Actualisering van de Omgevingsvisie voor Ridderkerk

4

1.3

Doel van de beleidsanalyse

4

1.4

Leeswijzer

4

2

BOVENLOKAAL BELEID

5

2.1

Nationaal beleid

5

2.1.1 2.1.2 2.1.3

5 6 7

2.2

2.3

Nationale omgevingsvisie [NOVI] Contourennotitie Nota Ruimte Overig relevant nationaal beleid

Provinciaal beleid

9

2.2.1 2.2.2

9 9

Omgevingsvisie Provincie Zuid-Holland Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied [ZH-PLG]

Regionaal beleid

10

2.3.1

10

Regionale Energiestrategie [RES]

3

LOKAAL BELEID

12

3.1

Sectoraal gemeentelijk beleid

12

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.1.8 3.1.9 3.1.10 3.1.11 3.1.12

12 16 17 18 19 20 21 22 23 25 26 27

3.2

Algemeen gemeentelijk beleid Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Economie en werkgelegenheid Recreatie en toerisme Mobiliteit Water, bodem en milieu Landschap, archeologie en erfgoed Duurzaamheid, energie en klimaat Sociaal domein Openbare ruimte, handhaving en veiligheid Natuur Onderwijs en maatschappelijk vastgoed

Gebiedsgericht gemeentelijk beleid

28

3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4

28 29 29 30

P.C. Hoofdstraat en omgeving Plein Oost en omgeving Visie rivieroevers Ontwikkelperspectief centrum

Laatste pagina

Bijlage(n) I

Beleidsinventarisatie ten behoeve van beleidsanalyse

3030 Aantal pagina's 2

Formatted: check spelling

1 INLEIDING 1.1

Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Dit is een nieuw stelsel van regelgeving met regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het stelsel bundelt zesentwintig wetten over de fysieke leefomgeving tot één wet. Ook biedt de wet gemeenten meer afwegingsruimte in regels en beleid en daarmee meer mogelijkheden om met stakeholders in overleg te gaan over initiatieven. De omgevingsvisie is één van de (gemeentelijke) instrumenten onder de Omgevingswet.

1.2

Actualisering van de Omgevingsvisie voor Ridderkerk

Gemeente Ridderkerk beschikt sinds 2017 over haar omgevingsvisie. Door trends en ontwikkelingen, is de omgevingsvisie niet meer actueel. Een actualisering is nodig om voldoende sturing te kunnen blijven uitoefenen op de uitdagingen waar Ridderkerk (in de toekomst) voor staat. Een actualisering is ook nodig om de integraliteit te borgen, omdat er sinds de vaststelling in 2017 tientallen sectorale beleidsstukken zijn vastgesteld. De hoofdlijnen uit deze sectorale stukken worden in deze beleidsanalyse geïnventariseerd. De beleidsanalyse is onderdeel van de eerste fase van de actualisatie van de Ridderkerkse omgevingsvisie.

1.3

Doel van de beleidsanalyse

In deze beleidsanalyse worden de vigerende, relevante beleidsambities en wet- en regelgeving binnen lokale, provinciale en nationale kaders geïnventariseerd die op moment van schrijven geldend zijn. Alleen de kaderstellende ambities uit het beleid zijn in dit overzicht opgenomen; het gaat hierbij om de hoofdlijnen van het beleid voor de lange termijn (2040/2050). Deze en overige sectorale beleidsstukken kunnen bovendien weer aan bod komen bij het opstellen van programma’s als bedoeld onder de Omgevingswet of bij het omgevingsplan.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de kaderstellende ambities uit bovenlokaal beleid benoemd (nationaal, provinciaal en regionaal beleid). In hoofdstuk 3 zijn de gemeentelijke kaderstellende ambities opgenomen uit zowel het sectoraal beleid als vastgestelde gebiedsvisies.

4 | 30

Witteveen+Bos | 141592/24-008.288 | Definitief

2 BOVENLOKAAL BELEID 2.1

Nationaal beleid

De Rijksoverheid bracht in 2020 de Nationale Omgevingsvisie uit, kortweg de NOVI. De NOVI biedt een perspectief om grote, landelijke opgaven aan te pakken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de steden. Op dit moment wordt de NOVI herzien. De geactualiseerde versie draagt de naam Nota Ruimte. In oktober 2023 is de contourennotitie voor deze Nota Ruimte gepresenteerd. In Tabel 2.1Tabel 2.1 en Tabel 2.2Tabel 2.2 zijn de kaderstellende ambities uit de NOVI en de contourennotitie Nota Ruimte opgenomen. In tabel 2.4 zijn de kaderstellende ambities uit overig relevant nationaal beleid opgenomen. Deze documenten zijn zelfbindend voor de Rijksoverheid. Desalniettemin wordt er wel vanuit gegaan dat het gedachtegoed zijn doorwerking heeft in provinciaal en gemeentelijk beleid. De uitgangspunten zijn bruikbaar voor de kaderstellende ambities van de gemeente Ridderkerk in haar omgevingsvisie. In de tabellen is in cursief aangegeven wanneer ambities niet (direct) toepasbaar zijn op de gemeente Ridderkerk. Deze ambities zijn wel alsnog opgenomen, om de context van de stukken te behouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1084/documents/39339