CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Definitief advies Commissie MER.pdf

Gemeenteraad RK 11 september 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 7: Vaststelling Omgevingsvisie3.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvisie gemeente Ridderkerk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 1 juli 2025 / projectnummer: 3927

Advies over het OER in het kort Gemeente Ridderkerk wil het beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vastleggen. Daarvoor is een actualisatie van de huidige Omgevingsvisie (hierna: ‘omgevingsvisie’) opgesteld. Voor het besluit daarover is een Omgevingseffectrapport (hierna: ‘OER’) opgesteld. De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid, volledigheid en navolgbaarheid van het OER.

Wat staat in het OER? In het OER zijn twee scenario’s onderzocht. In het eerste scenario staan de groenblauwe dooradering, duurzaamheid en ‘lokaal’ centraal. In het tweede scenario zijn de kernbegrippen: innovatief, regionaal verbonden en ondernemend. Beide scenario’s gaan uit van kernwaardes ‘sterke wijken, goed verbonden’, ‘groenblauwe oase’ en ‘kloppend hart’, maar geven aan deze kernwaardes een andere invulling. Het OER laat zien dat ten opzichte van de vorige Omgevingsvisie uit 2017 nu onder andere de visie op het buitengebied en de visie op bouwhoogten nieuw zijn. Het OER beoordeelt de effecten en het doelbereik van de twee scenario’s (zie tabel 3.3. in het OER voor de verschillen tussen de scenario’s). Het eerste scenario heeft een hoge potentie om de doelen voor (onder andere) beschermde natuurgebieden, soortenbescherming en biodiversiteit, landschap, archeologie, bodem, toegang tot mobiliteitsdiensten en voorzieningen, microklimaat, wateroverlast en droogte te halen. Voor cultuurhistorie en erfgoed en energie is er geen potentie om de doelen te bereiken. Het tweede scenario heeft voor een beperkt aantal doelen een hoge potentie: de bereikbaarheid, toegang tot mobiliteitsdiensten1, verkeersveiligheid en woningaanbod.

De in beeld gebrachte effecten laten zien dat een groter deel van de doelen buiten bereik ligt met dit scenario: gezondheidsbescherming, omgevingsveiligheid, beschermde natuurgebieden, soortenbescherming en biodiversiteit, landschap, bodem, waterkwaliteit en duurzame watervoorziening, wateroverlast en droogte en materiaal. Het voorgenomen beleid is samengesteld uit de twee scenario’s. Dit voorgenomen beleid biedt geen potentie2 voor landbouw, beschermde natuurgebieden, soortenbescherming en biodiversiteit, waterkwaliteit en duurzame watervoorziening, de transitie naar duurzame energie en circulair gebruik van grondstoffen. Er is veel potentie om de doelen te halen voor het vestigingsklimaat, woningaanbod, openbare ruimte, sociaaleconomische positie en archeologie. Voor de veertien overige doelen is de potentie ‘beperkt’. Het OER presenteert verschillende maatregelen die de gemeente in zou kunnen zetten om de effecten te mitigeren. Voorbeelden zijn de realisatie van een goede multimodale bereikbaarheid en de versterking van de zogenaamde ‘groene kraag’3 rondom Ridderkerk waarborgen in beleidsregels. 1

Dit doel is omschreven als: zorgen voor voldoende parkeerplaatsen conform de normen uit de parkeernota waarmee ook wordt gezorgd dat de openbare ruimte niet onevenredig wordt belast met geparkeerde auto’s en inzetten op duurzame en actieve mobiliteit.

2

Potentie geeft hier aan in welke mate de scenario’s bij kunnen dragen aan het behalen van de doelen van de gemeente.

3

Groene gebieden aan de randen van Ridderkerk. De gemeente wil deze gebieden met elkaar en met het centrum verbinden.

-1-

Wat is het advies van de Commissie? Het OER bevat meerdere goede onderdelen, zo is het OER methodisch correct en gestructureerd uitgevoerd en hanteert het een beoordelingskader waarin alle onderwerpen aan bod komen. Het OER brengt de huidige situatie (de Staat van Ridderkerk) en de referentiesituatie (zichtjaar 2050) goed in beeld. Ook de effecten van de twee scenario’s en het voorgenomen beleid in de vernieuwde ontwerp-omgevingsvisie zijn overzichtelijk in beeld gebracht. De methode is stapsgewijs uitgewerkt en is goed te volgen. De Commissie waardeert het dat het doelbereik en de omgevingseffecten van de scenario’s en de vernieuwde visie apart gepresenteerd worden. Daaruit blijkt ook duidelijk dat de twee scenario’s van elkaar verschillen. De stap van de scenario’s naar het voorgenomen beleid, met de keuzes van onderdelen die vanuit de scenario’s naar de visie worden meegenomen, is goed uitgewerkt en overzichtelijk gepresenteerd.4 Het OER bevat objectieve en kritische observaties waaruit blijkt dat meerdere doelen van de gemeente met het voorgenomen beleid in de Omgevingsvisie niet worden gehaald. 5 Ook in de onderzochte scenario’s6 worden de doelen van de gemeente niet allemaal gehaald. Het OER constateert dit ook.

De Commissie onderschrijft deze constatering en ziet dit als een nuttige stap richting een vervolg, waarin helder kan worden welke keuzes nodig zijn om de doelen wél te realiseren. De aanbevelingen in het OER vormen daarvoor een waardevolle basis, maar het is nog onduidelijk of en hoe deze worden meegenomen in de visie of vervolgbesluiten. De Commissie signaleert bij de toetsing van het OER dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie Ridderkerk. Het gaat om de volgende punten: •

Werk maatregelen uit waarmee de verkenning van het speelveld wordt verbreed. Met de gepresenteerde scenario’s worden de opties om de kwaliteit van de leefomgeving van Ridderkerk te versterken, volgens de Commissie, onvoldoende verkend. Presenteer maatregelen binnen de invloedssfeer van de gemeente die meer potentie laten zien om de gestelde doelen te halen dan de al uitgewerkte scenario’s, met minder negatieve effecten op de leefomgeving. Denk aan combinaties van oplossingen voor mobiliteit, ruimte en gezondheid/leefkwaliteit.

•

Maak de hoofdboodschap scherper en toegankelijker. Het OER bevat veel nuttige informatie, maar maakt niet duidelijk wat de hoofdboodschappen zijn voor de gemeente. Schrijf daarvoor een verhalende samenvatting die toegankelijk is voor de inwoners van Ridderkerk en niet te technisch van aard is. Zorg daarnaast dat beeldmateriaal en tabellen de hoofdboodschappen ondersteunen.

•

Neem impact op Natura 2000-gebieden voldoende mee. Het voorgenomen beleid kan effecten hebben op Natura 2000-gebieden nabij Ridderkerk. Als dergelijke effecten niet zijn uit te sluiten, is een Passende beoordeling verplicht. Deze informatie ontbreekt in het OER, waardoor eventuele effecten op Natura 2000-gebieden onvoldoende zijn meegenomen in het OER.

De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het OER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over de omgevingsvisie Ridderkerk. 4

Zie tabel 7.1, blz. 84 van het OER.

5

De beoordeling ‘beperkte potentie voor behalen doel’ wordt toegekend omdat –bijvoorbeeld- effecten wel verbeteren ten opzichte van de referentie, maar de doelen tocht niet bereikt worden; of omdat bepaalde indicatoren verbeteren, maar andere verslechteren.

6

In het OER zijn twee scenario’s onderzocht. In officiële termen zijn dit ‘alternatieven’. Om aan te sluiten bij het OER, hanteren we hier de term scenario’s.

-2-

In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

Figuur 1 – Gebiedsindeling omgevingsvisie Ridderkerk (figuur 6.1 uit Omgevingsvisie) Aanleiding OER De omgevingsvisie beschrijft het samenhangende beleid van de gemeente voor de fysieke leefomgeving voor de middellange tot lange termijn (2045). Omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor mer(beoordelings)plichtige projecten zoals stedelijke ontwikkelingsprojecten is het nodig om een plan-MER (OER) op te stellen. Een mer-plicht geldt ook als effecten op N2000 niet kunnen worden uitgesloten en een Passende beoordeling nodig is. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Ridderkerk - besluit over de omgevingsvisie Ridderkerk. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3927 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

-3-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Ridderkerk. In de tekst worden ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

Verken hoeken van het speelveld verder Doelen gemeente in scenario’s en voorgenomen beleid niet bereikt Het OER laat helder zien dat zowel in de beide scenario's als in het voorgenomen beleid meerdere doelen niet gehaald worden en de effecten op veel aspecten van de leefomgeving negatief zijn. Tabel 6.5 laat zien dat de kwaliteit van de leefomgeving in de referentiesituatie niet goed scoort en in de scenario’s op veel onderdelen niet veel beter wordt. Tabel 7.10 laat zien dat, op basis van deze scenario’s, in de ontwerp-omgevingsvisie voor de kwaliteit van de leefomgeving geen grote verbeteringen worden voorzien.7 Dit is opvallend aangezien een van de drie kernwaarden ‘Groenblauwe oase’ is. De hoofambitie, om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren, wordt daarmee niet bereikt. 8 Dit kan betekenen dat de context van Ridderkerk dusdanig beperkend is (zoals: ingeklemd tussen snelwegen) dat een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving niet gerealiseerd kan worden. De Commissie denkt echter dat met de huidige scenario’s de ‘hoeken van het speelveld’ onvoldoende zijn verkend. Dat wil zeggen dat niet alle redelijkerwijs te beschouwen alternatieven zijn onderzocht en dat andere maatregelen denkbaar zijn. Daardoor zijn de opties voor verbetering in het OER nog onvoldoende in beeld.

Noodzaak voor toekomstbestendige besluitvorming De beoordeling van doelbereik en milieueffecten betreffen de verwachte situatie in 2050. Gebiedsontwikkelingen zouden Ridderkerk tussen nu en 2050 in een situatie moeten brengen waarin de gemeente ten aanzien van de gestelde doelen toekomstbestendig is, ook na 2050. Meer concreet: de verandering van het klimaat, bijvoorbeeld, zal ook na 2050 tot zwaardere piekbuien en meer hitte leiden. De score voor de potentie voor het halen van doelen voor wateroverlast en hittestress is, voor de gemaakte keuzes in het voorgenomen beleid van de ontwerp-omgevingsvisie, laag. Dit roept de vraag op of de keuzes wel voldoende toekomstbestendig zijn. Meer in het algemeen dringt zich de vraag op: als de scores in tabel 7.10 al mager zijn, hoelang na 2050 voldoet deze visie dan nog aan de gestelde ambities en doelen?

7

In het OER staat dat de ontwikkeling van de groene kraag positief is voor onder andere de biodiversiteit, klimaatadaptatie en beweegvriendelijkheid. Dat is niet of nauwelijks terug te zien in de scores van tabel 7.10.

8

“Na jaren van ontwikkeling en groei, is het nu het moment om vooral ook in te zetten op het behouden en het versterken van de kwaliteit van onze leefomgeving” (Bron: blz. 13 OER).

-4-

Ruimtelijke kansen in beeld De Commissie adviseert om de ruimtelijke kansen in beeld te brengen. In het OER is niet gekwantificeerd welke ruimte er is voor de verschillende maatschappelijke voorzieningen (bijvoorbeeld spelen, speel- en sportgelegenheden), en mogelijke maatregelen (zie vorige alinea). Dit kan grofmazig, maar het detailniveau moet voldoende zijn om te controleren of en hoeveel van de ambities gehaald worden met deze koers. De Commissie heeft de indruk, mede naar aanleiding van gesprekken en schouw tijdens het locatiebezoek, dat de fysieke ruimte beschikbaar is voor het realiseren van meer doelen.

Realistische maatregelen binnen invloedssfeer van de gemeente Het OER kan de besluitvorming beter ondersteunen door te laten zien welke beleidskeuzes ervoor zorgen dat de doelen wél binnen bereik komen. De Commissie benadrukt dat dergelijke maatregelen zoveel mogelijk binnen de directe invloedssfeer van de gemeente moeten vallen. In de huidige scenario’s in het OER zijn namelijk maatregelen opgenomen die buiten de (directe) invloedsfeer van de gemeente vallen.9 Laat daarvoor zien welke beleidskeuzes mogelijk zijn die haalbaar zijn binnen de invloedsfeer van de gemeente. Laat zien wat er mogelijk is om de eigen doelen te realiseren, bijvoorbeeld om de leefomgevingskwaliteit te verbeteren: •

Maatregelen mobiliteit: Een andere verkeersstructuur met éénrichtingsverkeer, circulatie, met knippen en een aangescherpt parkeerbeleid kan ervoor zorgen dat voor mobiliteit minder ruimte nodig is.

•

Ruimte voor maatregelen klimaat, groen en water: De vrijgekomen ruimte kan bijvoorbeeld ingezet worden om de waterhuishouding te verbeteren. Ook kan de ruimte gebruikt worden voor de realisatie van het robuustere groene netwerk in het dorp. Dat sluit aan bij de wens van de gemeente om het groene netwerk in het dorp te verbinden met de ‘groene kraag’.

•

Gezondheidseffecten en overige effecten: Minder automobiliteit verlaagt de uitstoot van stikstof en CO2 en schept meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Een verbeterede waterhuishouding kan wateroverlast en droogte verminderen. Meer groen kan hittestress10 bestrijden. Daarnaast kan de gemeente onderzoeken of het effectief is om meer maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord over te nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren.11

De Commissie adviseert, aanvullend op de twee scenario’s, maatregelen te onderzoeken in het OER, waarin de kwaliteit van de leefomgeving verbetert, zoals de gemeente ambieert. 7 Geef daarnaast een doorkijk ná 2050, zodat duidelijk wordt of de maatregelen de scores voor Ridderkerk ook ná 2050 verbeteren.

Overweeg maatregelen te combineren in een derde scenario In het OER is een groot aantal mitigerende maatregelen opgenomen. Dit laat zien dat er meer moet en kan. Het OER biedt daarmee een goed startpunt voor een, eventueel, derde scenario. Combineer verschillende functies, waardoor meer ambities behaald kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan het combineren van klimaatbestendigheid, waterhuishouding, vermindering 9

Zoals de overkapping van de snelweg, openbaarvervoer-verbindingen (Rnet, waterbus), realiseren van transformatorstation en waterstofopslag, transformatie glastuinbouwsector.

10

Zie ook de ‘menukaart Hitte’: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2024-04/240412-Menukaart-Hitte-A0-v08.pdf.

11

Het programma Lucht en Geluid 2025-2029 (gem. Ridderkerk) staan zinsnedes als “kijken naar” “onderzoeken” “streven naar” etc., wat geen garantie biedt tot het behalen van de ambitieuze doelen.

-5-

verharding, verbetering groen, vermindering hittestress. Andere combinaties zijn mogelijk voor het verbeteren van mobiliteit, openbaar vervoer, langzaam verkeer, gezondheid (bewegingsarmoede) en luchtkwaliteit. Werk uit hoever je met slimme combinaties kunt komen om ambities te halen. Breng ten slotte in beeld hoe groot het ‘gat’ is tussen ambitie7 en realiteit.

Maak de hoofdboodschap scherper en toegankelijker Samenvatting en beeldmateriaal Het OER laat – terecht – een belangrijke hoofdboodschap zien, namelijk dat de eigen kernopgaven niet gehaald worden met de nu onderzochte scenario’s. Deze hoofdboodschap komt nu in de samenvatting niet goed uit de verf, en dat komt ook omdat de samenvatting vooral een technische opsomming is van de effecten. In een meer verhalende samenvatting kunnen de essentiële opgaven, knelpunten en kansen duidelijker naar voren komen. Dit is van belang, mede in het licht van de ambitie die de gemeente ten aanzien van de kwaliteit van de leefomgeving in de toekomst heeft geformuleerd.7 De samenvatting wordt als eerste gelezen door betrokkenen en besluitvormers, en kleurt daarmee voor een belangrijk deel hoe het OER gelezen wordt. Een meer toegankelijke en heldere samenvatting moet duidelijk maken welke ambities (deels) gehaald worden. De Commissie adviseert, voorafgaand aan de besluitvorming over de omgevingsvisie, een oplegnotitie of samenvatting te maken die als zelfstandig leesbaar verhaal toegankelijk is voor de inwoners van de gemeente, en die de hoofdboodschappen uit het OER duidelijk presenteert.

Aanbeveling tabellen De Commissie signaleert dat de samenvattende tabellen verschillend geïnterpreteerd kunnen worden. Ze beveelt aan om te zorgen dat de tabellen zelfstandig leesbaar zijn: •

De verschillende indicatoren voor doelen en effecten zijn naast elkaar gepresenteerd. Dat is een interessante manier om een informatieve overzichtstabel te presenteren, maar de verschillende schalen en betekenis van de kleuren creëren verwarring. Verduidelijk de betekenis van de verschillende kleuren en symbolen zodat ze moeiteloos geïnterpreteerd kunnen worden door burgers en besluitvormers.

•

Geef meer helderheid over betekenis van de ‘staat’ in de samenvattende tabellen. Het is niet helder of in de tabellen de verandering ten opzichte van de referentie is gepresenteerd12 of dat het de toekomstige staat van Ridderkerk betreft. Pas zo nodig de toelichting en/of de koppen in de beoordelingstabellen aan. De driepuntschaal laat weinig ruimte voor nuance en kan beter toegelicht worden. Dit geldt ook voor de beoordelingen in de beoordelingstabellen, die bij een aantal indicatoren vragen oproepen over de consistentie.13

12

In de samenvatting is bijvoorbeeld toegelicht dat de omgevingseffecten ten opzichte van referentie beoordeeld worden. in tabel 0.2, maar dit wordt in de afzonderlijke tabellen niet herhaald.

13

Zie bijvoorbeeld tabel 6.3: De aspecten Gezondheidsbescherming en Omgevingsveiligheid zijn de voor de referentie respectievelijk 'slecht' en 'redelijk' beoordeeld, hebben voor de scenario's 1 en 2 dezelfde smileys (lichtgroen resp. oranje) maar laten voor de beoordeling van de omgevingseffecten geen verschil zien (beide scenario's voor beide aspecten beoordeeld met een enkele - (oranje).

-6-

•

Geef daarbij de onzekerheden in/bandbreedten van effectbepalingen (dan wel de beoordeling van de toekomstige ‘staat') ook visueel weer.

•

Laat ten slotte per thema duidelijker zien wat de bijdrage is aan het bereiken van doelen en wat de verwachte milieutoestand van Ridderkerk wordt bij uitvoering van het voorgenomen beleid.

Natuur In de directe omgeving van Ridderkerk ligt een aantal (stikstofgevoelige) Natura 2000gebieden, zoals de Biesbosch. De projecten en plannen binnen de visie kunnen (tijdelijk) leiden tot een grotere stikstofuitstoot, zo geeft het OER aan. Het OER merkt ook op dat stikstof in meerdere Natura 2000-gebieden binnen de 25 km-grens van Ridderkerk een knelpunt vormt. Een toename van stikstofdepositie kan zorgen voor mogelijk significante gevolgen voor deze Natura 2000-gebieden, zeker als deze nu al overbelast zijn met stikstof. Indien significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten moet voor een visie14 een Passende beoordeling worden opgesteld waarin wordt beoordeeld of aantasting van natuurlijke kenmerken kan worden uitgesloten. De Passende beoordeling heeft als doel om al bij de beleidsvorming te inventariseren welke risico’s later, bij de uitvoering, voor Natura 2000-gebieden kunnen optreden en of het beleid in dat opzicht wel juridisch uitvoerbaar is of gemaakt kan worden. Het OER bevat geen voortoets, Passende beoordeling of andere informatie over deze mogelijk effecten op de Natura 2000-gebieden die beïnvloed worden. Daardoor is het niet duidelijk of het OER een alternatief bevat dat waarschijnlijk uitvoerbaar is binnen de kaders van de Natura 2000-wetgeving.

De Commissie adviseert voorafgaand aan de besluitvorming een Passende beoordeling op te stellen voor de visie. De Passende beoordeling kan, net als de visie, globaal van aard zijn en het karakter van een risico-inschatting hebben. Maak op hoofdlijnen duidelijk of aantasting van natuurlijke kenmerken kan worden uitgesloten. Geef in de Passende beoordeling globaal aan welke maatregelen nodig en mogelijk15 zijn om deze aantasting tegen te gaan. Gebruik bijvoorbeeld het stoplichtmodel voor verschillende onderdelen van de visie. Groen licht betekent uiteraard dat geen effecten verwacht worden. Bij oranje licht kunnen negatieve effecten optreden, maar is er zicht op effectieve maatregelen waardoor het stoplicht, in de uitwerking in vervolgbesluiten, op groen kan komen. Rood licht betekent dat aantasting niet is uitgesloten, en dat geen maatregelen beschikbaar zijn om dit te voorkomen. Bij rood licht kan de visie in beginsel niet worden vastgesteld.16 14

Omdat een visie een wettelijk voorgeschreven plan is.

15

Breng in het OER eerst de praktische uitvoerbaarheid van (bron)maatregelen in beeld. Op grond van recente jurisprudentie mag intern salderen alleen worden betrokken in een Passende beoordeling (niet in een voortoets) bij een vergunning. Binnenkort wordt jurisprudentie verwacht over wat dit betekent voor visies/plannen. Dit geldt al voor andere typen mitigerende maatregelen. (1) De verwachte voordelen van de mitigerende maatregel moeten vaststaan bij de Passende beoordeling, (2) een dubbele inzet van de referentiesituatie moet voorkomen worden en (3) salderen mag alleen als de maatregel niet ook nodig is om Natura 2000-gebieden te behouden, herstellen, uit te breiden of verbeteren. Mogelijk gelden daarnaast op het moment van toestemmingverlening beleidsregels van de provincie waaraan voornemens getoetst moeten worden.

16

Tenzij de ADC-toets met succes wordt doorlopen. De ADC-toets bestaat op grond van artikel 10.24, tweede lid, Besluit kwaliteit leefomgeving (Omgevingswet) uit de volgende stappen die in volgorde moeten worden beantwoord: A: zijn er geen alternatieve oplossingen? D: dient de activiteit een dwingende reden van groot openbaar belang? C: worden de nodige compenserende maatregelen getroffen om de algehele samenhang van Natura 2000 te bewaren?

-7-

Let op dat ook onderdelen worden meegenomen waarvan de locatie bijvoorbeeld nog niet is vastgesteld, maar waarvoor wel hoge ambities zijn opgenomen. Denk aan effecten van maatregelen voor de energietransitie en woningbouw. Als de visie een hoge doelstelling heeft, moet ook duidelijk worden wat het halen van die doelstelling betekent in de vorm van maatregelen. De effecten hiervan moeten ook in het OER en de Passende beoordeling worden meegenomen.

Aanbeveling monitoring en uitwerking op wijkniveau Monitoringsplan De Commissie vindt het positief dat in het OER aandacht is gegeven aan monitoringsplan. De Commissie beveelt aan om de monitoring te gebruiken om de raad te informeren en om het juiste moment te bepalen voor actualisatie van de omgevingsvisie.

Uitwerking op wijkniveau De Commissie ziet dat op wijkniveau waardevolle inspanningen gedaan worden. Om de uitwerking van de omgevingsvisie te bevorderen kan het helpen om inzichten en doelen uit de visie op wijkniveau te concretiseren. Zo kunnen concrete projecten ook zoveel mogelijk bijdragen aan de doelen uit de omgevingsvisie. Het kan daarbij helpen om de monitoring ook op wijkniveau in te richten. Besteed dan ook aandacht aan de aansluiting van wijken op elkaar.

-8-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER (hier Omgevingseffectrapport) de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: Ruwan Aluvihare BA. MDip LA dr. Wilfried ten Brinke ir. Annemie Burger (voorzitter) dr. ir. Jeroen de Hartog dr. ir. Lex Runia Marianne Schuerhoff MSc (secretaris) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsvisie Ridderkerk. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat.

Voor deze procedure gaat het in ieder geval om het project J11 “stedelijke ontwikkeling”. Een MER kan ook nodig zijn omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom wordt een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Ridderkerk. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van Ridderkerk. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3927 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1185/documents/41431