CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Bouwsteen 1 - Visie Buitengebied.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 9 oktober 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 6: Concept Visie buitengebied16.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BOUWSTEEN 1 ANALYSE EN INZICHT – VISIE BUITENGEBIED

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De gemeente Ridderkerk actualiseert haar omgevingsvisie. In de visie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast in kaders. Met de visie zorgt de gemeente voor een goede belangenafweging voor de lange termijn voor haar grondgebied. Naar aanleiding van de actualisatie van de visie heeft de gemeente de wens om voor de agrarische en recreatieve gronden, plus de natuurgebieden (buitengebied) een visie op te stellen als input voor de te maken keuzes in de omgevingsvisie. Door de visie over het buitengebied in de nieuwe omgevingsvisie op te nemen, beschikt de gemeente Ridderkerk over een actueel toetsingskader voor deze gronden, zo wordt voor iedereen duidelijk wat kan in deze gebieden, én onder welke voorwaarden.

1.2

Visie buitengebied

Het opstellen van de visie helpt de gemeente Ridderkerk om te bepalen wat wel en niet mogelijk is in het buitengebied en de drie binnenstedelijke agrarische percelen. Waar mogelijk wordt de bestaande situatie versterkt en verbeterd. Daarbij wordt rekening gehouden met het collegeprogramma, wensen uit de raad, maar eventueel ook van grondeigenaren. De visie borduurt verder op de groenblauwe kraag, zoals al

opgenomen in de omgevingsvisie uit 2017. Hoe te komen tot een visie buitengebied? Het opstellen van de visie loopt parallel aan de actualisatie van de omgevingsvisie en haar omgevingseffectrapport (OER). In de omgevingsvisie worden de belangen afgewogen en keuzes gemaakt die (mogelijk) effect hebben op het buitengebied. Het is belangrijk input te leveren vanuit het buitengebied aan de omgevingsvisie, maar ook de afwegingen uit de omgevingsvisie mee te nemen in de visie buitengebied. Daarom wordt de visie buitengebied opgebouwd uit 3 bouwstenen, waarbij bouwsteen 1 wordt ingebracht in het ontwerpend onderzoek voor de omgevingsvisie. Uiteindelijk maken alle bouwstenen, en daarmee de visie buitengebied, deel uit van de omgevingsvisie. In de tweede bouwsteen visie buitengebied nemen we de gemaakte keuzes/resultaten uit de actualisatie van de omgevingsvisie mee. Participatie Voor elke bouwsteen volgen we een participatietraject met diverse stakeholders zoals bijvoorbeeld; de raad, professionele stakeholders, grondeigenaren, betrokken partijen en breed geïnteresseerden. In juni tot en met augustus 2024 hebben de eerste bijeenkomsten plaatsgevonden voor onze professionele gebiedspartners en de grondeigenaren- en gebruikers (bijlage 2). Hun input is onderdeel van bouwsteen 1 en wordt gebruikt voor de afwegingen in bouwsteen 2 en 3.

In september 2024 wordt bouwsteen 1 gepresenteerd aan deze stakeholders.

1.3

Bouwstenen visie Buitengebied

Ridderkerk bouwt met drie bouwstenen aan de visie Buitengebied. Door die stapsgewijze aanpak ontstaat een complete analyse. 1 Analyse en inzicht: vanuit het verleden naar het heden en de wensen voor het buitengebied 2 Mogelijkheden en afwegingen: Welke afwegingen spelen er voor de verschillende mogelijkheden op de gronden 3 Wensbeeld: visie op het buitengebied inclusief toetsingskader In bouwsteen 1 worden de volgende vragen beantwoord: - waar zich in de gemeente agrarische gronden bevinden;

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

-

waar in de gemeente recreatieve gronden liggen; waar in de gemeente natuurgebieden liggen; de ruimtelijke hoofdstructuur van al de voorgaand genoemde gebieden; welke wensen liggen er voor de gronden.

In bouwsteen 2 wordt de input uit de eerste bouwsteen gebruikt en aangevuld om de volgende vragen te beantwoorden: - waar (toekomstbestendige) agrarische bedrijvigheid mogelijk is; - waar recreatieve gronden mogelijk zijn; - welke natuurgebieden willen we behouden; - waar eventuele andere ontwikkelingen (anders dan agrarische bedrijvigheid, recreatie of natuur) mogelijk zijn; - waar is er draagvlak voor?. - onder welke voorwaarden ontwikkelingen mogelijk zijn, die afwijken van de feitelijke situatie; In bouwsteen 3 wordt de visie opgesteld die inzicht geeft in de wensen en bijbehorend afwegingskader. De visie op het buitengebied geeft een wensbeeld aan, maar maakt die wens niet bij recht mogelijk. Indien een ontwikkeling wenselijk is, dient een te doorlopen ruimtelijke procedure de ontwikkeling mogelijk te maken. In die ruimtelijke procedure is een vereiste om in te gaan op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Gemeenten moeten er namelijk voor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Daarnaast geldt een onderzoeksverplichting voor verschillende milieuaspecten en is het van belang om aan te geven hoe en op welke manier is geparticipeerd.

1.4

Leeswijzer Bouwsteen 1

Om de vragen uit deze bouwsteen te beantwoorden wordt in hoofdstuk 2 de ruimtelijke situatie van het

huidige buitengebied beschreven. In hoofdstuk 3 beschrijven we de functionele situatie en in hoofdstuk 4 gaan we in op de kaders waarin ontwikkeling mogelijk is. In hoofdstuk 5 wordt afsluitend aangeven welke informatie er meegegeven wordt aan de actualisatie van de omgevingsvisie. De vigerende beleidskaders en de resultaten van de participatie, zijn als bijlagen toegevoegd.

2 | 12

Witteveen+Bos

Afbeelding 1.1 Luchtfoto Reijerpark en buitengebied. (Bron: gemeente Ridderkerk)

2

BESCHRIJVING RUIMTELIJKE SITUATIE BUITENGEBIED

2.1

Landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken

De gemeente Ridderkerk ligt in wat vroeger het eiland van Riede of de Riederwaard heette: een van de samenstellende eilanden van het huidige eiland IJsselmonde, met daarin het plaatsje Riede. De Riederwaard was al in de 11e eeuw een op de zee veroverde kleipolder. In de loop van de veertiende eeuw raakte de polder meermalen overstroomd. Na het herstel (1404) werd het land waarop Ridderkerk nu ligt definitief ingepolderd. In het plaatsje Riede werd een kerk gesticht: Ridderkerk. De stedelijke groei in de 17e en 18e eeuw, en de snelwegen hebben een groot deel van de oorspronkelijke polder ingenomen en gefragmenteerd. Het buitengebied van Ridderkerk bestaat nu uit fragmenten van drie polders: de Crezéepolder en de polders Oud en Nieuw Reijerwaard. De polderrestanten zijn terug te zien in de structuur van het buitengebied. De belangrijkste structuurcomponenten zijn de polderdijken en –kaden, de polderwegen die de blokken in de polder NieuwReijerwaard indelen, en de verkavelingsrichtingen in relatie tot de bebouwing. Op afbeelding 2.1 is de historische ontwikkeling van Ridderkerk weergegeven, waarbij het buitengebied van Ridderkerk langzaam is ontwikkeld door uitbreiding van de stedelijke kern en grootschalige infrastructuur.

3 | 12

Witteveen+Bos

Afbeelding 2.1 historische ontwikkeling van Ridderkerk (bron: topotijdreis.nl)

2.2

Het huidige grondgebruik in Ridderkerk

Het grondgebruik van de gemeente Ridderkerk wordt gekenmerkt door voornamelijk woongebied en bedrijfsterrein. Het stedelijk gebied van Ridderkerk wordt omsloten door een groenblauwe kraag. In het noorden en oosten liggen de Nieuwe Maas en De Noord en vervolgens omsloten door recreatieve en agrarische terreinen zoals Gorzen en Crezeepolder. De snelwegen A15 en A16 leggen een groot infrastructureel ruimtebeslag op het buitengebied. In het zuidwesten is een concentratie van glastuinbouwbedrijven aanwezig.

4 | 12

Witteveen+Bos

2.3

Toelichting van de deelgebieden

Het buitengebied van Ridderkerk bestaat voornamelijk uit polders die door bebouwd gebied en de snelwegen van elkaar gescheiden zijn tot afzonderlijke landschapseenheden, met een eigen karakter. In afbeelding 2.3 zijn de agrarische gronden aangegeven. In de visie wordt de volgende deelgebieden aangehouden: 1 Landgoed Huys ten Donck en Bolnes-Zuid; 2 Boomgaard en glastuinbouwconcentratiegebied; 3 Waalbos en Rijsoord; 4 Oosterpark, Oud-Reijerwaard, gebied Oude Molen, Crezéepolder en de Gorzen;

Afbeelding 2.2 Agrarische gronden en deelgebieden

1

4

3

Landgoed Huys ten Donck en Bolnes-Zuid (1) Onderdeel van dit deelgebied zijn Polder Nieuw Reijerwaard Noord, Landgoed Huys ten Donck, Oostzijde A38 en Bolnes-Zuid. Dit gebied wordt gekarakteriseerd door de A38, A16 en Rotterdamseweg die samen met knooppunt Ridderkerk forse verkeerskundige barrières vormen. Open poldergebied bestaande uit akkers en grasland met glastuinbouw bevindt zich in de uiterste zuidwesthoek langs de Bolnesserkade. Ten (noord)oosten van de A38 ligt de groene rand van Ridderkerk waarvan het Reyerpark en Landgoed Huys ten Donck de belangrijke onderdelen zijn. Deze parken worden geflankeerd door kleinschalige open polderrestanten, deels al ingericht tot extensief recreatiegebied, deels bestaande uit graslanden en poldersloten. Boomgaard en glastuinbouwconcentratiegebied (2) Dit gebied bestaat uit het door de provincie Zuid-Holland aangewezen glastuinbouwconcentratiegebied in de polder Nieuw Reijerwaard. Het gebied ligt ten oosten van Rijksstraatweg en ten zuiden van Hoogzandweg. Natuur- en recreatiegebied Wevershoek is onderdeel van de groenstructuur langs de Waal.

5 | 12

Witteveen+Bos

Voor het gebied de Boomgaard ten westen van dit gebied is er al geruime tijd sprake van initiatieven om de agrarische functie te veranderen in woningbouw, in combinatie met bedrijvigheid. De walnoten van de walnootbomen die in 2018 zijn aangeplant op het perceel zijn vanaf circa 2035 te oogsten dus de fruitbomen zouden gerooid moeten worden. Er is een fijnmazig langzaamverkeersnetwerk aanwezig langs de hoofdwegen. Waalbos en Rijsoord (3) Dit gebied wordt aan de noordkant begrensd door de snelweg A16 en in het midden door de loop van de Waal. Aan de noordkant van de Waal is de kern en sportpark Rijsoord te vinden. Aan de zuidkant van de Waal ligt een open polder, met daarin zowel agrarisch gebied als natuurgebied het Waalbos. Ten westen van de Geerlaan ligt een fragment van de polder Oud Reijerwaard. Het noordelijk deel is open en het zuidelijk deel ligt tegen de kern Rijsoord aan en bevat nog een kas. Aan de oostzijde van de Geerlaan ligt agrarisch gebied dat behouden blijft. Oosterpark, Oud-Reijerwaard, gebied Oude Molen, Crezéepolder en de Gorzen; (4) Dit gebied bevat de Crezéepolder langs het water aan De Noord, het gebied Oude Molen, het Oosterpark en de Polder Oud-Reijerwaard. Onderstaand zijn de karakteristieken per gebied beschreven.

Het bevat een aantal deelgebieden: - Oosterpark: is gelegen in een deel van de Polder Oud Reijerwaard en vormt de buffer tussen de zuidelijke stadsrand van Ridderkerk en de snelweg A15 Het is aangelegd als landschapspark voor recreatie. - Polder Oud-Reijerwaard: open polder waarbij akkers, graslanden, agrarische bebouwing en kassen elkaar afwisselen. De opzet van het gebied bestaat uit een vast stramien van smalle poldersloten die het gebied een kenmerkende opbouw geven. Vanaf de Pruimendijk zijn er doorkijkjes aanwezig over het open gebied en tussen de agrarische bebouwing door op de A15 en het achterliggende Oosterpark. Incidentele (agrarische) bebouwing is gesitueerd onder aan de dijk in het poldergebied. De graslanden van het natuurgebied de Nes langs de Waal liggen geïsoleerd. - Oude Molen: het gebied Oude Molen is een ingesloten deel van de polder Oud Reijerwaard en wordt deels omringd door hoge dijklichamen. De Oudelande vormt de historische scheiding van dit deel van de polder. Het karakteristieke bebouwingslint Oude Molen vormt een besloten woongebied gelegen onder aan de Oostmolendijk. Ten westen ligt een volkstuinenstrook en ten zuiden ligt de A15. - Crezéepolder en de Gorzen: een fragment van de open en laaggelegen uiterwaarden langs De Noord.

De polder is ontwikkeld tot een nat natuurgebied en vormt samen met De Gorzen een groenblauwe kraag aan de oostzijde van Ridderkerk en is de overgang naar de Alblasserwaard.

6 | 12

Witteveen+Bos

3

BESCHRIJVING FUNCTIONELE SITUATIE RIDDERKERK

3.1

De agrarische sector in Ridderkerk

Vanaf de industriële revolutie is Ridderkerk van een sterk agrarische gemeente getransformeerd in een gemengde economie waar door in de loop van de tijd steeds meer agrarische gronden een andere bestemming kregen. In 2023 waren er in Ridderkerk in totaal nog 32 agrarische bedrijven actief (CBS, 2024). Sinds 2000 is het aantal hectare cultuurgrond met 65 procent (ongeveer 450 hectare) afgenomen. Inmiddels is nog 10 procent van de totale oppervlakte van Ridderkerk cultuurgrond. 800 700 600 500 400 300 200 100 0

Aantal hectare cultuurgrond in Ridderkerk Tabel 3.1 aantal hectare cultuurgrond in Ridderkerk (bron: CBS, 2024).

Het CBS maakt onderscheid tussen verschillende agrarische bedrijven, te weten: akkerbouw, tuinbouw (open grond en onder glas) en veehouderij (grasland en groenvoedergewassen en graasdieren). De verschillende agrarische bedrijven in Ridderkerk zijn in de onderstaande tabel weergeven. Onderwerp

Perioden

2000

2010

2020

2023

Aantal landbouwbedrijven, totaal1

aantal

99

74

38

32

Cultuurgrond

are

70.058

57.894

29.709

24.071

Akkerbouw Oppervlakte

are

38.635

37.448

14.300

13.799

Akkerbouw Aantal bedrijven

aantal

60

30

15

11

Tuinbouw open grond Oppervlakte

are

16.356

5.460

3.045

1.442

Tuinbouw open grond Aantal bedrijven

aantal

62

29

8

6

Tuinbouw onder glas Oppervlakte

are

7.580

7.033

4.012

3.395

Tuinbouw onder glas Aantal bedrijven

aantal

77

54

23

22

Grasland Oppervlakte

are

7.009

7.492

6.502

4.651

Grasland Aantal bedrijven

aantal

25

22

14

14

1

De som van de onderliggende delen kan groter zijn dan het totaal voor de hele groep, omdat een bedrijf meerdere activiteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) kunnen voorkomen. Zo’n bedrijf telt mee voor iedere afzonderlijke activiteit, maar slecht eenmaal van het totaal.

7 | 12

Witteveen+Bos

Onderwerp

Perioden

2000

2010

2020

2023

Groenvoedergewassen Oppervlakte

are

477

461

1.850

784

Groenvoedergewassen Aantal bedrijven

aantal

4

1

4

3

Rundvee Aantal dieren

aantal

36

0

14

4

Rundvee Aantal bedrijven

aantal

5

0

1

2

Tabel 3.2 cijfers agrarische sector Ridderkerk. (bron: CBS, 2024).

De cijfers in tabel 3.2 laten zien dat de agrarische sector in zowel oppervlakte als aantal bedrijven de laatste decennia gekrompen is. Er zijn acht bedrijven die akkerbouw bedrijven. Het aantal bedrijven dat aan tuinbouw onder glas doet, is tussen 2010 en 2020 gedaald van 48 naar 19. De veestapel in Ridderkerk is zeer klein (acht stuks rundvee in 2023).

3.2

De overige functies in het buitengebied

De nabijheid van stedelijk gebied en toch de ruimtelijke ligging in een groen gebied maakt het buitengebied van Ridderkerk tevens een aantrekkelijk woongebied. Langs de Pruimendijk, de Lagendijk en de Rijksstraatweg liggen een groot aantal woningen. De combinatie van grote agrarische bedrijven en woningen langs de dijken zorgt voor een grote druk op de infrastructuur. Mede gezien het feit dat dijkwegen gebruikt worden door verschillende gebruikers (fietsers, ruiters, vrachtverkeer en woonwerkverkeer). Aan de Pruimendijk en de Lagendijk ligt ook een aantal niet-agrarische bedrijven, zoals een hovenier (incl. verkoop tuinmaterialen) en een tuincentrum. Langs de Rijksstraatweg, de Lagendijk (falliet) en aan de Noldijk liggen horecabedrijven. Het buitengebied vormt voor niet-agrarische bedrijven een aantrekkelijke vestigingsplaats gezien de nabijheid van het stedelijk gebied en de nog beschikbare ruimte op (voormalige) agrarische percelen. De infrastructuur is niet ingericht op het verwerken van grote hoeveelheden (zwaar)verkeer en een toename van de parkeerdruk kan langs de bestaande infrastructuur niet worden opgevangen. Een deel van de agrarische gronden is in gebruik voor het houden van paarden. In het Reyerpark en in polder Oude Molen ligt een paardenpension. Daarnaast worden er op verscheidene locaties paarden gehouden bij particuliere woningen.

3.3

Trends en ontwikkelingen in het buitengebied

Het landelijk gebied is in heel Nederland aan het transformeren. Die transformatie is in Ridderkerk gestart bij de inpoldering in de 11e eeuw en zal hoogstwaarschijnlijk altijd blijven doorgaan. Verschillende urgente opgaven maken dat het landelijk gebied de komende jaren aantrekkelijk en toekomstbestendig is. De belangrijkste trends en ontwikkelingen worden daarom toegelicht. Klimaatverandering Door klimaatverandering is er een grilligere landbouwproductie als resultaat van weersextremen. Zo neemt de gemiddelde landbouwopbrengst tussen de 5 en 20% af in droge jaren (bron, WUR). Ook extreme nattigheid als gevolg van stortbuien kan zorgen voor verlies van opbrengst. Rondom de Rijndelta is verzilting door klimaatverandering een toenemend probleem. Het wordt veroorzaakt door een hogere zeespiegel in combinatie met een periodiek lage rivierafvoer. Dit kan leiden tot een verminderde bruikbaarheid van het grondwater (bron: TU Delft) en op termijn tot verandering in het landschap. Voor Ridderkerk betekent dat de landbouwgronden in de toekomst mogelijk niet meer geschikt zijn voor extensieve landbouw1. Met de toenemende gevolgen van klimaatverandering worden gemeenten geconfronteerd met nieuwe uitdagingen, waaronder hittestress.

Hittestress ontstaat wanneer de temperatuur in bebouwde gebieden aanzienlijk stijgt, wat kan leiden tot gezondheidsproblemen zoals uitdroging, hitteberoerte en andere 1

De extensieve landbouw is erop gericht om te voedsel te produceren op meer hectare grond (productieruimte) met minder input van buiten, zoals kunstmest, veevoer en gewasbeschermingsmiddelen.

8 | 12

Witteveen+Bos

hittegerelateerde ziekten. Voor de gemeente Ridderkerk is het daarom van belang om na te denken hoe het buitengebied te benutten als koeltegebied om de impact van hittestress te kunnen verminderen. Natuur en milieu Er is nog geen oplossing voor de stikstofproblematiek. Omdat in Ridderkerk nauwelijks vee wordt gehouden is de impact hiervan op Ridderkerk beperkt. Natuurdoelen, zowel gelinkt aan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en de nog niet uitgewerkte Natuurherstelwet kunnen ook voor akkerbouw impact hebben, doordat grotere delen areaal voor natuur en/of natuurlijke systemen beschikbaar moeten worden. Druk op de ruimte De druk op de woningmarkt is onverminderd groot in 2024, wat betekent dat elke gemeente wordt gevraagd om bij te dragen aan de landelijke GREX-opgave voor het realiseren van nieuwe woningen. Verder vraagt de energietransitie ruimte, met name voor het vinden van aanwijsgebieden voor windturbines en locaties voor zonnepanelen. Bovendien neemt de uitbreiding van de netcapaciteit van elektriciteit ruimte in beslag door nieuwe verdeelstations en hoogspanningsverbindingen. Er is ook behoefte aan waterberging als klimaatadaptatiemaatregel. Met name in laaggelegen gebieden rondom de grote rivieren, waar Ridderkerk ook onder valt. Voor Ridderkerk is deze druk op de beschikbare ruimte in potentie de grootste factor die kan zorgen voor verandering.

Er is weinig landelijk gebied beschikbaar, en er zijn veel opgaven waar Ridderkerk voor wordt gevraagd ook een bijdrage aan te doen. Die ruimtelijke afweging is onderdeel van de nieuwe omgevingsvisie.

4

VIGERENDE KADERS ONTWIKKELING BUITENGEBIED

Op Europees, landelijk en provinciaal niveau wordt beleid ontwikkeld dat van invloed is op het buitengebied van Ridderkerk. In de onderstaande tabel is per omgevingsthema samengevat wat de vigerende kaders zijn voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied van Ridderkerk. Een uitgebreide analyse van de vigerende kaders is te vinden in bijlage 1. Tabel 4.1 Omgevingsthema

Aandachtspunten

verkeer en parkeren

de huidige verkeersstructuur geeft geen grote knelpunten. Het is wenselijk om meer recreatieve routes toe te voegen en parkeren op eigen terrein te stimuleren.

natuur

het plangebied maakt geen deel uit van Natura-2000 gebied, er bevinden zich wel NNNgebieden in de nabijheid zoals: Nationaal Park De Biesbosch en de Oostelijke Vechtplassen.

milieu

bij het toevoegen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er rekening gehouden te worden met geluid van nabijgelegen industrieterreinen en de (snel) )wegen, een toename van het wegverkeer en een mogelijke verslechtering van de luchtkwaliteit.

bodem

in het plangebied zijn meerdere historische activiteiten bekend, die mogelijk hebben geleid tot bodemverontreiniging.

water

bij het toevoegen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, mag de waterhuishoudkundige situatie niet verslechteren

externe veiligheid

er zijn geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan binnen het invloedgebied van de inrichtingen, gasleidingen en wegen die leiden tot een relevante toename van de personendichtheid en daarmee tot een toename van het groepsrisico.

kabels en leidingen

in het gebied zijn meerdere hoogspannings-, buis-, water en gasleidingen aanwezig. Bij het toevoegen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er rekening gehouden te worden met de vigerende veiligheidszones.

woningbouw en niet agrarische bedrijven

op juridische basis zijn er geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen mogelijk in het buitengebied. Er is wel ruimte voor kleinschalige ontwikkelingen.

9 | 12

Witteveen+Bos

Omgevingsthema

Aandachtspunten

agrarische bedrijven

er gelden beperkte richtafstanden tot akkerbouw- en glastuinbouwbedrijven (10 tot 30 m) en grotere richtafstanden tot veehouderijen (50 tot 100 m).

5

UITKOMSTEN PARTICIPATIE EN WENSEN VOOR DE TOEKOMST

De ruimtevraag van de verschillende ambities die de Rijksoverheid, de provincie en de gemeente hebben, knelt met de beschikbare ruimte die resteert in Ridderkerk. Transformatie van gebouwde gebieden tot bijvoorbeeld woonwijken lost dit vraagstuk slechts gedeeltelijk op. Voor ambities als verduurzaming van de energieopwekking, recreatie en voldoende beschikbare woningen kijken we daarom ook naar buiten de bebouwde kom van Ridderkerk. Dat vraagt vooraf om kaders om effectief te sturen op ruimtelijk beleid dat de kwaliteiten van het buitengebied behoudt en nieuwe ontwikkelingen of transformatie onder voorwaarden mogelijk maakt. In de periode juni tot en met augustus 2024 hebben er bijeenkomsten plaatsgevonden met professionele ketenpartners, grondgebruikers en inwoners en zijn er diverse gespreken (bijlagen) gevoerd. De resultaten uit deze bijeenkomsten en gesprekken zijn verwerkt in paragraaf 5.1. Hierin komt naar voren wat de wens is en wat er niet mogelijk is en vervolgens vertaald naar een gebiedsgerichte uitwerking per deelgebied (5.2). Agrarisch ondernemen Voor veel agrariërs in Ridderkerk ontbreekt het aan voldoende perspectief voor een intensieve, puur agrarische, bedrijfsvoering van hun onderneming. Dit wordt veelal veroorzaakt door een (te) klein landbouwareaal waardoor effectieve landbouw lastig is.

Er zijn in de directe nabijheid geen extra percelen beschikbaar die geschikt zijn voor landbouw. In veel gevallen is een investering in grond nodig, die agrariërs niet doen vanwege (economische) onzekerheden. Een aantal agrariërs heeft zijn verdienmodel dusdanig ingericht dat er toekomstbestendig economisch perspectief is (biologisch boeren). In het verleden is er door de overheid actief gestuurd op het door agrariërs ontplooien van nevenactiviteiten zodat er meerdere verdienmodellen ontstaan, maar daar was weinig animo voor. De gemeente ziet als mogelijk alternatief om agrarische terreinen te transformeren naar recreatiegebieden die worden beheerd door agrariërs. Zo kunnen agrariërs een nieuw verdienmodel aanwenden.. Agrarische gronden In het collegeprogramma is afgesproken dat de gronden met een agrarische bestemming zo veel als mogelijk hun bestemming behouden. De gronden aan de Bolnesserkade en tussen de Mauritsweg en de Geerlaan behouden hun agrarische bestemming. Klimaatadaptatie Het is belangrijk om meer ruimte te bieden aan de gevolgen van klimaatverandering en de daarmee gemoeide waterbergingsopgave. Dit moet vooral in het buitengebied van Ridderkerk plaatsvinden, omdat er in het stedelijk gebied (te) weinig ruimte is. Het buitengebied is momenteel erg versnipperd, waardoor het lastig is om grootschalige waterberging te realiseren.

Het waterschap kijkt aan de polder Bolnes/A38 voor waterberging. Wanneer het buitengebied in toenemende mate wordt gebruikt voor waterberging, is een combinatie van functies mogelijk. Momenteel zijn er een aantal waterlichamen die ook een recreatieve functie hebben. Dit zijn het Waaltje en wanneer er geen blauwalg is, het Oosterpark en de zwemplas bij Slikkerveer. Het verder verkennen van een combinatie van functies wordt aangeraden. Landschap Ridderkerk behoudt haar natuurgebieden. Deze gebieden geven ruimte aan onze inwoners om te ontspannen en te genieten van rust en ruimte. Dat is van belang in onze verstedelijkte regio. Waar mogelijk kiezen we voor natuurlijke begrazing van de groengebieden in de gemeente. Ridderkerk ziet mogelijkheden voor het versterken van de toegankelijkheid van de groene kraag.

10 | 12

Witteveen+Bos

Op basis van de door de gemeenteraad aangenomen motie 2024-083 dient het buitengebied ten oosten en ten westen van de A38 van de gemeente Ridderkerk opengehouden te worden. Tevens moet het buitengebied meer toegankelijk worden voor inwoners en bezoekers. Het ontbreekt momenteel aan duidelijke kaders voor het open en toegankelijk houden van deze gronden. Duurzame energie De volgende ontwikkelingen ten aanzien van duurzame energie zijn bekend in Ridderkerk: - Zonne-energie: er is ruimte voor het opwekken van zonne-energie, zoals op het nieuwe zwembad De Fakkel. Vanuit de RES-regio is er gekeken naar de realisatie op gronden van RWS ten oosten van de A38. Er zijn geen andere initiatieven, dan een verkenning rondom knooppunt Ridderkerk, bekend voor zonnepanelen; - Transformatorstation: Stedin wil in het gebied bij knooppunt Ridderkerk een transformatorstation van twee hectare realiseren. Het is nog onduidelijk hoe en of dit ruimtelijk inpasbaar kan worden gemaakt; - Windenergie: het opwekken van windenergie is een optie in de Polder Nieuw Reijerwaard. Hier is een reservering voor drie windturbines. Deze windturbines kunnen niet gerealiseerd worden als corridor 1 van de 380kV-verbinding gerealiseerd wordt. Er wordt gekeken naar compenserende projecten als TenneT een ruimteclaim gaat leggen voor de 380kVverbinding.

De nieuwe omgevingsvisie en/of de agrarische visie kan gebruikt worden om inzicht te krijgen in mogelijkheden voor compensatie.

5.1

Gebiedsgerichte uitwerking

In deze paragraaf wordt per deelgebied ingegaan op de mogelijkheden voor agrarische bedrijvigheid en het versterken van de agrarische gronden.

5.1.1

Landgoed Huys ten Donck en Bolnes-Zuid

Het eerste deelgebied bestaat uit het landgoed Huis ten Donk en het gebied Bolnes-Zuid. Huis ten Donck In dit gebied zijn ondernemers gevestigd die graag duidelijkheid willen over de toekomst van de agrarische gronden. Deze kunnen behouden worden, waarbij er ingezet dient te worden op een overgang naar extensief grondgebruik en toekomstbestendig verdienmodel. Bewoners zien mogelijkheden voor het opzetten van nevenactiviteiten. Afhankelijk van de aard van de activiteiten bieden de huidige kaders hier voldoende ruimte voor, denk aan het toevoegen van recreatie, natuurbeheer of duurzame agrarische activiteiten. Er liggen verschillende initiatieven voor het toevoegen van nieuwe gebouwen. Denk hier aan kangoeroewoningen tot (extra) woningen op eigen erf. Bolnes-Zuid In dit gebied zijn verschillende partijen met grondposities die er graag woningen willen ontwikkelen. Motie 2024-083 sluit dit uit. De grondeigenaren verpachten momenteel de gronden aan verschillende agrariërs. De hoeveelheid water op de percelen maakt agrarisch gebruik van de terreinen lastig. Er zitten verschillende ondernemers in het gebied, zoals een houder caravanstalling, paardenhouderij en tuindersbedrijf die hun bedrijf graag willen voorzetten. De algemene conclusie is dat er behoefte is aan zekerheid, wat verkregen kan worden door duidelijkheid te verschaffen over wat de plannen zijn voor de komende jaren.

5.1.2

Boomgaard en glastuinbouwconcentratiegebied

Het tweede gebied bestaat uit de Boomgaard en het glastuinbouwconcentratiegebied in de polder Nieuw Reijerwaard. Boomgaard In het gebied is er vanuit grondeigenaren een initiatief om woningbouw te realiseren. Het gebied wordt omsloten door voornamelijk bedrijventerrein en waterstructuren.

11 | 12

Witteveen+Bos

Glastuinbouwconcentratiegebied Het gebied ten zuidoosten van Hoogzandweg is door de provincie Zuid-Holland aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied. Tussen de glastuinbouwcomplexen zijn nog meerdere percelen die mogelijk nog ontwikkeld kunnen worden en momenteel in gebruik zijn als agrarische grond en/of braakliggend. Het gebied heeft vanwege de aanwezigheid van glastuinbouw en andere bedrijfsgebouwen een lage landschappelijke waarde. Voor de verdere ontwikkeling als natuur- en recreatiegebied wordt het niet geschikt geacht. Als er wordt gekozen om ruimte te bieden aan de glastuinbouwsector in Ridderkerk, wordt er aangeraden om dit in de Nieuw-Reijerwaard te concentreren. Belangrijk hierbij is om duidelijk te maken onder welke voorwaarden uitbreiding is toegestaan. Het gebied wordt niet geschikt geacht voor woningbouw. Huidige bewoners van bedrijfswoningen aan de Hoogzandweg ervaren momenteel geluidsoverlast van het nabijgelegen bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard.

5.1.3

Waalbos en Rijsoord;

Er zijn verschillende agrariërs actief in het gebied, variërend van glastuinbouw tot tuinders tot akkerbouwers. Een aantal ondernemers geeft aan dat er geen ruimte is voor uitbreiding van bedrijven en zien daarom geen toekomst voor hun bedrijf. De bestaande concentratie van glastuinbouwbedrijven blijft behouden in dit gebied. Er zijn een aantal partijen met grondposities die niet goed weten wat de mogelijkheden zijn voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Grootschalige woningbouw is niet toegestaan. Het gebied heeft een grote natuur- en recreatieve waarde. Belangrijk is om dit te behouden en/of versterken. Tot slot liggen er meerdere ideeën voor het opzetten van nevenactiviteiten, zoals een minicamping of horeca. Momenteel is dit niet mogelijk. Het past bij het recreatieve karakter van het gebied.

5.1.4

Oosterpark, Oud-Reijerwaard, gebied Oude Molen, Crezéepolder en de Gorzen

In de Polder Oud-Reijerwaard zijn er boerenbedrijven die nog (deels) commercieel gebruik maken van het land. Het kleine landelijk gebied ten noorden van Oostendam (hierna: Oostendam) heeft een tuinder en akkerbouwpercelen. Hetzelfde geldt voor het gebied ten westen van Oude Molen (hierna; Oude Molen). De percelen hier worden bewerkt door akkerbouwers van buiten de gebieden. De agrarische sector heeft door ruimtegebrek geen commerciële uitbreidingsruimte. Vanuit de agrarische sector zijn er zorgen over de bereikbaarheid van de percelen voor tractors, gezien de vele infrastructuur waar de gebieden mee omgeven zijn. Ook zijn er zorgen over eventuele plannen van het waterschap voor waterberging en de verdere opwaartse regulering van het waterpeil, wat sommige vormen van landbouw moeilijker zou maken. Er is veel interesse voor de inzet van deze gebieden voor verschillende doeleinden. Er is wel eensgezindheid dat de functie van deze gebieden als landschapsrand rondom Ridderkerk erg waardevol is. Aan de andere kant realiseert men zich dat er een woningbouwopgave is, en dat met name de kleine gebieden Oude Molen en Oostendam zodanig klein zijn, dat hun waarde als open gebied ook laag is en dat woningbouw hier best logisch zou kunnen zijn. Ook grenzen deze gebieden reeds aan bestaande woonwijken.

Er zijn grondeigenaren in de gebieden die in principe openstaan voor ontwikkeling ten behoeve van landelijke doelen, zij het woningbouw, energietransitie of klimaatadaptatie.

12 | 12

Witteveen+Bos

13 | 12

Witteveen+Bos

I BIJLAGE 1: VIGERENDE BELEIDSKADERS 1.

Europese ontwikkelingen

Het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) van de EU moet boeren ondersteunen, landbouwproductiviteit behouden en voor een stabiele voorziening van betaalbare levensmiddelen zorgen. Ook moet het beleid de Europese boeren een inkomen garanderen. Het beschermen van het klimaat, het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen bevorderen, het in stand houden van plattelandsgebieden en landschappen in de hele EU zijn speerpunten binnen het beleid. Bij het in stand houden van de plattelandsgebieden is aandacht voor de werkgelegenheid in de landbouw, agrovoedingsindustrie en het stimuleren van aanverwante sectoren. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is opgesteld om de waterkwaliteit in Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende gezond is. Om de ecologische doelen van de Kaderrichtlijn Water te bereiken is onder meer inzet van de landbouw nodig, om de uit- en afspoeling van stikstof en fosfor te verminderen. De Natuurherstelwet moet niet alleen leiden tot een florerende en veerkrachtige natuur, maar is ook noodzakelijk voor klimaatdoelstellingen door CO2 op te slaan en ons te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering zoals hitte en overstromingen. De natuurherstelwet is .

rond zeven thema’s en samengevat zijn dat de volgende speerpunten: - natuur herstellen (op land en in zee) met focus op de typen natuur die helpen bij klimaatuitdagingen: bossen, wetlands, graslanden, rivieren, etc.; - natuurherstel in productiegebieden: landbouwecosystemen en productiebos; - bestuivers redden, in het belang van ecosystemen en onze voedselzekerheid.

2.

Landelijke ontwikkelingen

De Kamerbrief Water Bodem Sturend. In november 2022 hebben de minister en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een brief naar de Tweede Kamer gezonden waarin het belang van water en bodem als basis voor ons bestaan wordt benoemd. Deze brief geeft aan dat er grenzen zijn aan wat het water- en bodemsysteem aankan en dat die grenzen bepalend zijn voor de keuzes en maatregelen in de toekomst. Water en bodem zijn daarmee sturend voor ruimtelijke keuzes. Hieronder valt ook het verhogen van waterpeilen in veenweidegebieden. Het verhogen van de waterpeilen heeft gevolgen voor mogelijkheden voor de agrarische sector in deze gebieden. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit is een beleidsprogramma onder de Nationale Omgevingsvisie. Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied wordt gewerkt aan een vitaal landelijk gebied met een gezonde natuur. In de zogenoemde gebiedsgerichte aanpak wil het kabinet stikstofmaatregelen slim combineren met andere maatregelen om de natuur, de bodem en de waterkwaliteit te verbeteren en de klimaatopgave te halen. Per gebied wordt inzichtelijk gemaakt wat het toekomstperspectief is, op basis van de opgaven voor emissiereductie, natuurherstel en water. Het NPLG bevat drie kerndoelen, namelijk: natuurherstel (met onderliggend doel de stikstofopgave), verbeteren

Witteveen+Bos

waterkwaliteit (met als deadline KRW 2027) en klimaatopgaven (tussendoelen 2030, klimaat neutrale samenleving 2050).

3.

Provinciale ontwikkelingen

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland wil de verduurzaming van de landbouw in Zuid-Holland versnellen en opschalen. Daarvoor is het Hoofdlijnennotitie Vitale Landbouw vastgesteld. In deze notitie geven zij hun perspectief op een vitale grondgebonden landbouwsector in 2050 en de benodigde stappen om daar te komen. Kernbegrippen hierin zijn kringlooplandbouw, biodiversiteit, water en landschap, een grotere plek voor een regionaal voedselsysteem en economische vitaliteit. Het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (PPLG) betreft de provinciale uitwerking van het NPLG. Het PPLG voor Zuid Holland werkt vanuit drie kerngebieden: Veenweiden, Kust en Duinen en Zuid-Hollandse Delta. Ridderkerk maakt deel uit van het kerngebied Zuid-Hollandse delta. Voor ieder kerngebied zijn gebiedsagenda’s opgesteld met daarin de belangrijkste maatregelen om de doelen uit het NPLG te halen. Het NPLG wordt op provinciaal niveau verder vormgegeven. Om invulling te geven aan deze uitwerking, werkt Provincie Zuid-Holland aan de opzet van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied, (ZH-PLG) met een horizon tot zichtjaar 2035. Met dit programma werkt de provincie Zuid-Holland aan een aantrekkelijk en toekomstbestendig landelijk gebied. Zo wil de provincie aan de slag met natuurherstel, verbetering van waterkwaliteit en vermindering van broeikasgassen door landbouw en landgebruik.

Hierdoor kan het landelijk gebied zich binnen de randvoorwaarden ontwikkelen tot een aantrekkelijk gebied om te wonen, werken, recreëren en landbouw te bedrijven. De herziening van 2024 van het omgevingsbeleid van de provincie is afgerond. Hierin wordt het terughoudende beleid van de provincie ten aanzien van buitenstedelijk bouwen doorgezet. Voor Ridderkerk betekent dit dat er buiten de grootschalige woningbouwlocatie Geerlaan geen ruimte is voor uitbreidingslocaties.

4.

Gemeentelijke beleidskaders

Vanwege het unieke karakter van het buitengebied als groenblauwe kraag van Ridderkerk, wordt in het Bestemmingsplan Buitengebied (2013) en de Omgevingsvisie Ridderkerk (2017) ingezet op het herkenbaar houden en waar mogelijk versterken van de karakteristieken; ontwikkelingen die zich aandienen worden daaraan getoetst. Hieronder is op basis van (bestaande) beleidsstukken beschreven wat de vigerende kaders zijn voor de ontwikkeling van het buitengebied. Het Bestemmingsplan Buitengebied blijft met inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht, totdat er een nieuw Omgevingsplan is vastgesteld. Verkeer en parkeren De huidige verkeersstructuur in het buitengebied levert geen grote knelpunten op. Wel is de verkeersdruk op de Pruimendijk, Lagendijk en Rijksstraatweg aanzienlijk. Een aandachtspunt hierbij vormt de verkeersveili gheid op de Pruimendijk en de Lagendijk en de afwikkeling van zwaar verkeer over de Pruimendijk, Lagendij k en de Rijksstraatsweg. Uitbreiding van het aantal recreatieve routes (wandel en /of ruiterpaden) is gewenst zodat een compleet fijn mazig langzaamsverkeersnetwerk ontstaat dat de verschillende gebieden onderling met elkaar kan verbinden. Een aandachtspunt vormt het parkeren. Een toename van de bestaande parkeerdruk kan langs de bestaande wegen (Pruimendijk, Lagendijk en Rijksstraatweg) niet worden opgevangen.

Bij nieuwe ontwikkelingen moet het parkeren dan ook op eigen terrein opgelost worden. Natuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied, ook zijn er geen dergelijke gebieden in de directe nabijheid. In deelgebieden 3 en 4 zones met Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN). Naar

Witteveen+Bos

verwachting zet het huidige gebruik, voornamelijk akkerbouw en glastuinbouw, zich de komende 10 jaar voort. Hiervoor worden geen negatieve effecten verwacht op de (verder weg gelegen) natuurgebieden. Milieu Vanuit het omgevingsaspect milieu zijn er diverse aandachtspunten voor het toestaan van nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied: - industriegeluid: rondom het plangebied zijn meerdere geluidgezoneerde industrieterreinen gelegen, namelijk Kijfhoek, Aan de Noord, IJsselmonde Noordrand en IHC Kinderdijk. Een aantal van deze geluidszones reiken tot aan de randen van het plangebied. Bij het toestaan van nieuwe ontwikkeling dient hier rekening mee gehouden te worden; - wegverkeersgeluid: in het plangebied is, geen sprake van nieuwbouw van geluidsgevoelige objecten. Bestaande geluidsgevoelige objecten kunnen via afwijking of wijziging verplaatst worden. Tevens is, ingeval van bedrijfsbeëindiging, een functiewijziging van bedrijfswoning naar burgerwoning via wijziging mogelijk; - luchtkwaliteit: nieuwe ontwikkelingen die zijn toegestaan in het buitengebied zullen niet of ‘niet in betekende mate’ bijdragen aan de concentratie van luchtverontreinigende stoffen. Denk hierbij aan (kleine) uitbreidingsmogelijkheden van agrarische bedrijven en mogelijkheden voor het realiseren van nevenfuncties.

Nieuwe ontwikkelingen dragen niet bij aan een toename van de luchtverontreiniging; Bodem Uit het Bodemloket (www.bodemloket.nl) blijkt dat ter plaatse van het plangebied meerdere historische activiteiten bekend zijn die mogelijk hebben geleid tot bodemverontreiniging. Daarnaast zijn meerdere locaties in het verleden onderzocht op verontreinigingen. Bij eventuele nieuwe ontwikkelingen zal worden bekeken of ter plaatse verontreinigingen bekend zijn of verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden. Water Bij het toevoegen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mag de waterhuishoudkundige situatie niet verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit betekent ook dat toename van het verharde oppervlak en/of dempingen binnen het gebied moeten worden gecompenseerd. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Door de aanleg van natuurvriendelijke en ecologische oevers wordt bijvoorbeeld meer waterberging gerealiseerd. Externe veiligheid Uit de risicokaart (www.risicokaart.nl) blijkt dat binnen het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn.

Binnen het plangebied zijn verschillende aardgastransportleidingen gelegen, waarvoor veiligheidszones gelden. Langs delen van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over rijkswegen. Gezien de beperkte bebouwingsdichtheden binnen het plangebied, is er in geen enkel geval sprake van overschrijding van risicowaardes. Daarnaast zijn er binnen het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan binnen het invloedgebied van de inrichtingen, gasleidingen en wegen die leiden tot een relevante toename van de personendichtheid en daarmee tot een toename van het groepsrisico. Kabels en leidingen Vanuit het omgevingsaspect kabels en leidingen zijn er diverse aandachtspunten voor het toestaan van nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied: hoogspanningsleidingen: binnen het plangebied zijn twee bovengrondse hoogspanningsleidingen gelegen. Allereerst de 50 kV leiding in het oostelijk deel van het plangebied met een indicatieve zone van 40 m aan beide zijden. Daarnaast de 150 kV leiding in het westen van het plangebied met een indicatieve zone van 80 m aan beide zijden; buisleidingen: binnen het plangebied ligt eveneens een reservering voor een buisleidingenstrook zoals opgenomen in de Structuurvisie Buisleidingen. Hier worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan die het leggen van buisleidingen kunnen belemmeren;

Witteveen+Bos

-

-

waterleiding: binnen het plangebied ligt een waterleiding van Oasen. De doorsnede van deze leiding is 400 mm. Binnen een strookbreedte van 5 m (2,5 m aan weerszijden van de leiding) dient bij de uitvoering van werkzaamheden rekening gehouden te worden met de leiding. Tevens mogen er op deze strook geen bebouwing of belemmeringen aanwezig zijn; gasleiding: in het plangebied ligt een gasleiding met een belemmeringenstrook van 5 m ter weerszijden van de hartlijn van de leiding;

Woningbouw Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt (met uitzondering van de Pruimendijk 89‐ B). Dit betekent dat binnen de juridische regeling geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtin gen mogelijk zijn. Het beleid biedt wel ruimte tot kleinschalige ontwikkelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld o m het bouwen van aan‐ of bijgebouwen of het aanleggen van paden of verhardingen. Bedrijven In het plangebied komen meerdere niet‐agrarische bedrijven voor. Onderscheiden worden bedrijven, horeca en detailhandel. Bedrijfsactiviteiten zijn voorzien van een algemene bedrijfsbestemming. Bedrijven uit categorie 3.1 en hoger zijn voorzien van een specifieke aanduiding. Deze bedrijven worden zo niet in hun bedrijfsvoering beperkt. Tevens kan er bij opheffing of bedrijfsverplaatsing worden voorkomen dat er een hogere milieubelasting kan optreden dan in de huidige situatie mogelijk is. Agrarische bedrijven In het plangebied zijn meerdere agrarische bedrijven van uiteenlopende aard gevestigd, zoals paardenhouderijen en glastuinbouw. Voor akkerbouwbedrijven en glastuinbouw waar geen dieren worden gehouden gelden richtafstanden van 30 m tot een rustige woonwijk in verband met het aspect geluid en 10 m voor de aspecten geur, stof en gevaar.

Daarnaast zijn er maximale normen voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig objecten, conform de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Binnen de bebouwde kom dient er minimaal 100 m afstand gehouden te worden tot een gevoelig object en buiten de bebouwde kom minimaal 50 m. Bij nieuwvestiging of uitbreiding van agrarische bedrijven dient te worden voldoen aan deze normen.

Witteveen+Bos

II BIJLAGE 2: PARTICIPATIEVERSLAGEN Tabel 1 Nr.

Omschrijving

1

Participatieverslag Ridderkerk publieke partners 24 juni 2024

2

Participatieverslag inloopbijeenkomst Ridderkerk agrarische gronden 24 juni 2024 + presentatie

3

Opgehaalde informatie informatieavond en gesprekken grondeigenaren visie buitengebied

Witteveen+Bos

PARTICIPATIEVERSLAG PUBLIEKE PARTNERS GRONDEN BUITENGEBIED

Datum overleg Plaats

24 juni 2024 Ridderkerk

Op dit moment werkt Witteveen+Bos in opdracht van gemeente Ridderkerk aan een actualisatie van de omgevingsvisie van Ridderkerk. In het kader van de actualisatie van deze omgevingsvisie vond op 24-062024 een participatiebijeenkomst voor ketenpartners plaats. Aanwezigen: 1 Rijkswaterstaat; 2 Waterschap; 3 GGD; 4 OASEN (waterwinbedrijf); 5 Gemeente Ridderkerk 6 Witteveen+Bos Provincie Zuid-Holland is meermaals uitgenodigd voor deze bijeenkomst, maar heeft niet gereageerd. De contactpersoon van Staatsbosbeheer is op vakantie. In dit verslag vindt u de belangrijkste opgehaalde inbreng. Er zijn vier onderwerpen behandeld, die hieronder besproken worden.

1.1

Recreatie, natuur en landschap

Om het hoofd te kunnen bieden aan klimaatverandering en de daarmee gemoeide waterbergingsopgave, is het van belang dat er meer ruimte komt voor waterberging. Het waterschap benadrukt ook de noodzaak voor een groene invulling van het gebied bij de A38. De grond ten oosten van de A38 is momenteel (gedeeltelijk) in bezit van het Rijksvastgoedbedrijf. Laatstgenoemde gaf aan dat dit gebied in beeld is voor invulling i.v.m. de herplantplicht (middels herplanting/houtopstanden. mocht Rijkswaterstaat willen/kunnen participeren in een groene omgeving dan is het wenselijk dat de Bebouwingscontour Houtkap ongewijzigd blijft of zelfs alleen het stedelijke deel van de gemeente omvat. Desgevraagd geeft Rijkswaterstaat aan dat er een combinatie van functies in de relevante gebieden mogelijk is, bijvoorbeeld herplant en recreatie. Bij het aanplanten zal rekening gehouden worden met inheemse soorten, het waterbergend vermogen van bepaalde boomsoorten, vleermuisroutes (gefaseerd aanplanten) en biodiversiteit. De GGD vraagt of het mogelijk is rekening te houden met allergeniteit van de bomen (voorbeeld Bomencompas Leiden). Dit hangt uiteraard af van hoeveel boonsoorten en dan overblijven en of daar dan voldoende biodiversiteit e.d. mee wordt behaald. Rijkwaterstaat geeft aan dat er nu niet actief wordt gekeken naar het ruilen en aankopen van gronden.

1.2

Water en Bodem Sturend [WBS]

De aanwezigen erkennen het belang van het waterrobuust inrichten van de omgeving. Waterberging zal vooral in het buitengebied plaats moeten vinden, omdat er in het stedelijk gebied (te) weinig ruimte voor is. Het buitengebied is momenteel versnipperd. De huidige visie is dat het open polderlandschap behouden moet worden, maar de randvoorwaarden ontbreken. De gemeente geeft aan dat randvoorwaarden voor agrariërs als volgt zouden kunnen zijn: - Duidelijkheid: er komt vooralsnog géén woningbouw (zie motie 2024-083);

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

-

Duidelijkheid: er komt wél …; Alternatieven: agrarisch ondernemen in de Hoeksche Waard; Alternatieven: agrarisch ondernemen als ondergeschikte van andersoortig ondernemen, zoals transformatie van gronden naar een recreatieve functie, met een beheerrol voor agrariërs. Zonder economisch perspectief bestaat de ‘idylle van de agrariërs’ niet. Voor economisch perspectief is er in veel gevallen een investering in de grond nodig, die agrariërs niet willen doen vanwege onzekerheden. Een klein aantal agrariërs heeft zijn verdienmodel dusdanig ingericht dat er toekomstbestendig economisch perspectief is (biologisch boeren). Agrariërs hebben in het verleden de mogelijkheid gekregen om nevenactiviteiten te ondernemen, maar dat was weinig animo voor. Tegelijkertijd geeft de gemeente aan dat er in het coalitieakkoord en in het collegeprogramma is aangegeven dat agrarische grond behouden moet worden. De visie moet er voor zorgen dat er wel keuzes gemaakt worden. Wanneer het buitengebied in toenemende mate wordt gebruikt voor waterberging, is een combinatie van functies mogelijk. Momenteel is er, met mogelijke uitzondering van de Waal, Oosterpark en zwemplas bij Slikkerveer, geen waterlichaam dat ook een recreatieve functie heeft. Besproken (beleids)kaders: - Overstromingsfrequentienormen; - Wateropgavekaart; - Watersysteemkaarten.

1.3

Duurzame energie en infrastructuur

OASEN geeft aan dat een bodemenergiesysteem een sterke no-go is vanwege het geldende waterwinbeschermingsgebied. Voor zonne-energie is sprake van een impasse. De gemeente werkt in de RES-Regio met RWS, provincie en gemeenten samen aan OER (opwekking energie op rijksvastgoed). Er waren ideeën voor zonnevelden op de gronden van RWS ten oosten van de A38, maar die zijn ten gevolge van onder andere politieke ontwikkelingen (zie collegeprogramma) gestrand. Het OER-traject loopt overigens nog wel maar richt zich nu op knooppunt Ridderkerk. Het opwekken van windenergie is een optie op Nieuw-Reijerwaard. Hier is een reservering voor 3 windturbines. Dit zou niet kunnen als corridor 1 van de 380kV-verbinding gerealiseerd wordt. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden om te lobbyen voor het samenvoegen van deze 380kV-verbinding met de huidige 150 kV-verbinding. Ook wil TenneT in het gebied bij knooppunt Ridderkerk een transformatiestation van twee hectare realiseren. De vraag is hoe dit ruimtelijk inpasbaar wordt gemaakt. We zijn daarbij ook afhankelijk van de bereidheid van grondeigenaren. Er wordt geopperd om in te zetten op compenserende projecten als TenneT een ruimteclaim gaat leggen voor de 380 kV verbinding.

1.4

Woningen en bedrijven

Binnen de gemeenteraad verschillen de meningen over de geschiktheid van het gebied Boomgaard voor woningbouw. Ondertussen wordt hier hard voor gelobbyd door grondbezitters om hier te ontwikkelen. Bolnes-Zuid wordt ongeschikt geacht vanwege de nabijheid van de Rijkssnelweg en de potentiële 380 kVverbinding. GGD geeft aan dat bij nieuwbouw rekening gehouden moet worden met de volgende aspecten. De overige aanwezigen voorzien de punten van onderbouwing en commentaar: 1 Geluid: de meeste gebieden die overwogen worden, liggen nabij snelwegen. Er zullen dus maatregelen getroffen moeten worden om de geluidsbelasting zo laag mogelijk te houden. 2 Luchtkwaliteit: de meeste gebieden die overwogen worden, liggen nabij snelwegen. Dit is dus een onwenselijke locatie wat betreft luchtkwaliteit. Afstandsnorm tot snelwegen: 150 m.

2|3

Witteveen+Bos |

3 4

5

Afstandsnorm tot provinciale wegen voor woningen buiten de bebouwde kom: 50 m, wanneer er meer dan 10 000 voertuigen per dag passeren. Afstandsnorm tot provinciale wegen voor woningen binnen de bebouwde kom: 25 m, wanneer er meer dan 10 000 voertuigen per dag passeren. Licht: arbeidsmigranten huisvesten nabij glastuinbouw is mogelijk omdat het om kleinschalige glastuinbouw gaat die geen ’s nachts geen licht uitstraalt. Gezondheid: er kan geen woningbouw plaatsvinden in de buurt van geitenboerderijen. De gemeente geeft aan dat grondgebonden veehouderij nu wel nog mogelijk is, maar dat dit na vaststelling van de omgevingsvisie niet meer wenselijk is. Trillingen (toegevoegd door W+B): GGD heeft hier geen cijfers over paraat, mede door complexiteit van meten.

1.5

WVTTK

OASEN geeft aan dat het grondwaterbeschermingsgebied en waterwingebied gehandhaafd moeten worden. Waterschap geeft als optie aan (ter motivatie voor de gemeenteraad) dat er waterbodemsturendgemotiveerde keuzes gemaakt moeten worden) dat sommige banken (in de toekomst) mogelijk geen hypotheken meer willen (gaan) verstrekken aan woningen die in gebieden worden gebouwd waar dat eigenlijk niet kan met het oog op WBS. De GGD vraagt of er zorgboerderijen zijn, aangezien dit gezondheidsrisico’s met zich mee kan brengen. Hier is er momenteel één of geen van. Als afsluiter wordt gevraagd of de aanwezigen suggesties hebben voor initiatieven waarmee waarde kan worden toegevoegd in Ridderkerk. Het waterschap zou graag willen zien dat er meer zachte overgangen tussen stad en omliggende groengebieden komen, bijvoorbeeld in de vorm van getijdeparken. De gemeente geeft aan dat dit langs de Rivieroevers van de Nieuwe Maas en de Noord lastig is, omdat hier (door bedrijvigheid in het verleden) bodemverontreiniging op deze locaties aanwezig is. Als hier getijdengebieden van gemaakt worden dan zal de bodem dusdanig schoon moeten zijn dat er geen uitspoeling plaatsvindt naar de rivier. We danken de aanwezigen voor hun inbreng! NB De GGD heeft in aanvulling op de bijeenkomst een e-mail verstuurd met hun inbreng.

Uit deze participatiesessie kunnen een aantal punten gedestilleerd worden, die meegenomen kunnen worden in de omgevingsvisie. Ten eerste is er een noodzaak om klimaatadaptief en waterrobuust te bouwen met het water- en bodemsysteem als sturend principe. Ten tweede is er geen twijfel over óf woningbouw nodig is, maar is het wel de vraag wáár deze woningen moeten komen. Er is een verkenning van ontwikkellocaties nodig. Ten derde komt naar voren dat er momenteel een impasse bestaat wat betreft de energietransitie. Ook hier moeten ontwikkellocaties voor gezocht worden. Ten vierde is er duidelijkheid vanuit de gemeente nodig, vooral wat betreft de (toekomst van de) agrarische gronden. Nu maakt de raad vaak beslissingen op gevoel, maar dit kan leiden tot uitstel van keuzes of keuzes die niet toekomstbestendig zijn (WBS). Tot slot kan gekeken worden naar vindingrijke manieren om waarde toe te voegen in Ridderkerk, zoals getijdeparken.

3|3

Witteveen+Bos |

PARTICIPATIEVERSLAG AGRARISCHE PERCELEN

Datum overleg Plaats

24 juni 2024 Ridderkerk

Op dit moment werkt Witteveen+Bos in opdracht van gemeente Ridderkerk aan een actualisatie van de omgevingsvisie. Als onderdeel van de omgevingsvisie wil de gemeente graag een visie op agrarische gronden. Agrarisch ondernemers en eigenaren van grondposities hebben op 24-06-2024 hun inbreng kunnen geven ten behoeve van het schrijven van de visie agrarische gronden. De avond is geopend door Arjan Breedveld. Hierna heeft Bas Donkers uitgelegd wat een omgevingsvisie inhoudt. Vervolgens is ook het doel van de visie agrarische gronden benoemd: duidelijk maken wat wel en niet kan in het buitengebied.

Doelen van de avond: - Aanwezigen informeren over de toekomstige visie agrarische gronden; - De belangen, ideeën en ambities van de aanwezigen verzamelen en bespreken. Voor de op te halen inbreng worden een aantal kaders gehanteerd, die zijn toegelicht door Bart Verhoeven (zie ook de PowerPoint, pagina’s 21 en 22). De in de PowerPointpresentatie genoemde motie 2024-83, aangenomen door de Raad, stelt dat de agrarische gebieden ten oosten en westen van de A38 behouden moeten worden voor de bestemmingen agrarisch, water, recreatie en natuur. Vervolgens zijn de aanwezigen opgesplitst in vijf gesprekstafels. Gedurende een half uur zijn gesprekken gevoerd en hebben aanwezigen met elkaar besproken wat de belangrijkste aandachtspunten zijn voor hun deelgebied. Na dertig minuten is een plenaire terugkoppeling gehouden, waar per deelgebied het volgende werd benoemd: 1

Boomgaard & glastuinbouwconcentratiegebied Nieuw-Reijerwaard Voor de Boomgaard zijn er vanuit de grondeigenaren initiatieven om woningbouw te realiseren. Wat betreft het glastuinbouwconcentratiegebied kwamen de volgende vragen naar voren: “Wie gaat daarover?” en “Waarom is juist dit gebied als zodanig toegewezen?”. Grondeigenaren en agrarisch ondernemers vroegen zich gezamenlijk af wat ze met hun bedrijf/grond wilden, maar hadden daar uiteenlopende antwoorden op. Tevens was de inbreng dat er aan de bedrijfswoningen aan de Hoogzandweg frictie is met Nieuw-Reijerwaard vanwege geluidsoverlast. De algemene conclusie is dat

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

de grondeigenaren woningen willen realiseren in de Boomgaard, en dat bewoners van bedrijfswoningen aan de Hoogzandweg overlast ervaren van bedrijventerrein Nieuw-Reijerwaard. 2

Waalbos & Rijsoord De aanwezige tuinders uit Waalbos geven aan dat hun bedrijven eindig zijn, aangezien er geen mogelijkheden voor uitbreiding is. Ook zijn er een aantal aanwezigen die in het verleden grond hebben gekocht en nu niet goed weten wat ze ermee moeten. Alle aanwezigen delen hun zorgen over wat de 380kV-verbinding gaat doen met het gebied. Ook wordt besproken of woningbouw moet worden toestaan in het gebied. Tot slot wordt het verschil tussen ‘volkstuin’ en ‘moestuin’ verhelderd: een volkstuin is met woonfunctie, een moestuin is puur en alleen groenten en fruit verbouwen. De algemene conclusie is dat de toekomstbestendigheid qua agrarische functie een grote vraag is, en dat de 380 kV veel onzekerheid veroorzaakt.

3

Oosterpark & Oud-Reyerwaard De belanghebbenden aan deze tafel waren het erover eens dat het gaat om een complex gebied. Eigenlijk zijn het drie gebieden die allemaal een eigen richting op kunnen. Men vraagt om duidelijkheid: “Als je als gemeente de agrarische gebieden wilt behouden, moet je dat duidelijk communiceren”. De agrarisch ondernemers geven aan dat er voor hen geen uitbreidingsperspectief bestaat. De opties voor toekomstige invulling van het gebied zijn uiteenlopend; de opgaven veiligheid, klimaat, energietransitie passeren de revue. Woningbouw wordt ook genoemd als een mogelijkheid. De algemene conclusie is dat er gemeentelijke duidelijkheid moet komen over de toekomst van de agrarische gronden op basis van integrale afwegingen.

4

Huis ten Donck De ondernemers geven aan dat zij graag duidelijkheid over de toekomst van het agrarisch gebied willen. Zelf benoemen zij mogelijkheden voor kangoeroewoningen en nevenactiviteiten. De algemene conclusie is dat welke bestemming het wordt, de nieuwe ontwikkelingen moeten wel passen binnen het gebied. Hier denken zij graag in mee.

5

Bolnes-zuid In dit gebied bevindt zich een groep grondeigenaren en ondernemers met verschillende belangen. Zo zijn er ondernemers met een bedrijfsvoering die dat graag willen doorgeven aan een volgende generatie of hun bedrijfsvoering willen veranderen. Ook zijn er personen met grondposities die in het gebied woningen willen ontwikkelen. Hiervoor is in 2023 een visie geschreven en met de gemeente besproken. Deze plannen voldoen volgens de initiatiefnemers aan de uitgangspunten rondom waterberging en natuurinclusief bouwen. Tot slot is er ook een ondernemer met een caravanstalling die graag wil weten waar hij aan toe is. De algemene conclusie is dat er behoefte is aan zekerheid, wat verkregen kan worden door duidelijkheid te verschaffen over wat de plannen zijn voor de komende jaren.

2|3

Witteveen+Bos |

Na de plenaire terugkoppeling kregen de aanwezigen de mogelijkheid om aanvullende vragen te stellen. De volgende vragen zijn gesteld: - Q: In hoeverre wordt de inspraak daadwerkelijk meegenomen en wat is de rol van de gemeente daarin? Worden de eigenaren nog een keer betrokken? A: Participatieverslag wordt gemaakt, en u ontvangt daar een terugkoppeling van. We gaan met uw inbreng aan de slag met de visie agrarische gronden. Een concept daarvan wordt met u besproken. De gemeenteraad gaat daarna over de vaststelling van de omgevingsvisie, waar de visie agrarische gronden deel van uitmaakt. Q: Komt er nog een tweede inspraakavond zodat u kunt toelichten welke keuzes er gemaakt zijn? A: Ja. We zullen de concept visie agrarische gronden nog een keer met u bespreken. Ook wordt deze ter inzage gelegd. - Q: hebben jullie voor elk stukje grond al plannen gemaakt? A: De genoemde kaders zijn leidend maar deze avond is het allereerste begin voor wat betreft het opstellen van de visie agrarische gronden. - Q: Is de groene kraag een kader? A: Ja, uitgangspunt is om die zo veel mogelijk in stand te houden. - Q: Is er nog een mogelijkheid tot nazending van ideeën? A: Ja, kan naar bart.verhoeven@ridderkerk.nl. Doe dit binnen nu en 5 juli. Wij willen alle aanwezigen bedanken voor hun inbreng.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1123/documents/38995