CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Antwoordbrief Burgeradviesraad SD- beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2025.pdf

Commissie Samen leven RK 6 maart 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 11: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven2.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgeradviesraad Sociaal Domein Ridderkerk T.a.v. de voorzitter

Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):

22 november 2024 -

Ons kenmerk: 2025-001036 Contact: J. Brandwijk Telefoonnummer: 451717 0180 Team: Wmo Datum:

Betreft: Reactie op gevraagd advies beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2025

Geachte leden van de Burgeradviesraad Sociaal Domein, Op 22 november 2024 ontvingen wij uw vragen, opmerkingen en adviezen bij de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2025. Hartelijk dank voor de door u meegegeven aandachtspunten. Hieronder treft u onze reactie aan. 1. Advies/vragen t.a.v. artikel 2.4  In de oude tekst wordt gesproken over Opvang. Dit kan dus opvang zijn in de ruimste zin van het woord.  Wat werd er onder Opvang verstaan en op welke soorten van opvang had dit betrekking?  Hoe verhoudt de tekst van 2.6 zich tot de tekst van 2.4?  Wat wordt onder maatschappelijke opvang verstaan?  Wat is het verschil tussen opvang en maatschappelijke opvang?  Welke invloed hebben cliënten op de vorm(en) van maatschappelijke opvang?  Wat is semimuraal beschermd wonen?  Waarin verschilt semimuraal wonen van intramuraal wonen?  Welke invloed / keuze hebben cliënten op welke vorm dan ook van semimuraal wonen? Reactie: De wijziging van artikel 2.4 betreft een tekstuele wijziging ten aanzien van ‘opvang’. In de beleidsregels 2024 stond ‘opvang’. In de beleidsregels 2025 staat ‘maatschappelijke opvang’. Met deze wijziging wordt beter aangesloten bij de term die algemeen gangbaar is. Inhoudelijk zijn er geen verschillen. Daarnaast wordt in artikel 2.4 de mogelijkheid toegevoegd om een semimurale vorm van beschermd wonen aan cliënten toe te kennen.

Hiermee kan beter worden aangesloten op de situatie van cliënten die een hogere mate van zelfstandigheid bezitten. Mensen die semimurale zorg nodig hebben kunnen niet zelfstandig wonen, maar hoeven ook niet opgenomen te worden in een instelling. In overleg met de cliënt wordt beoordeeld wat het meest passend is en waar de cliënt recht op heeft. Beschermd wonen wordt regionaal ingekocht. De verwerking van de meldingen wordt gedaan door de gemeente Rotterdam. Hierop is artikel 2.6 daarom niet van toepassing, maar de verordening en beleidsregels van de gemeente Rotterdam. Meer informatie over beschermd wonen kunt u vinden op de website van Rijksoverheid via: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/beschermd-wonen-en-maatschappelijke-opvang

Pagina 2 van 5

2. Advies/vragen t.a.v. artikel 3.4  In hoeverre strekt ‘herinricht’? Houdt dit in dat een cliënt een eigen bijdrage moet leveren aan de herinrichting van zijn woning voor bv. een traplift?  Houdt dit in dat een cliënt een eigen bijdrage moet leveren aan een verbouwing van zijn woning waardoor hij/zij op één niveau kan wonen/eten/sanitaire voorzieningen kan gebruiken/ baden/ douchen, etc.?  Hoe verhoudt dit zich voor een huurwoning tot een eigen (koop-)woning?  Kan een verhuurder verplicht worden tot het doen (laten) verbouwen van de woning zodat de gewenste aanpassingen geëffectueerd kunnen worden?  In 3.4 wordt er ook van uitgegaan dat de cliënt het probleem niet zelf kan oplossen een beroep doet op mantelzorgers, huisgenoten, en personen uit het sociale netwerk.  Hoe kan een beroep gedaan worden op anderen indien kinderen ver weg wonen (bv 85 km verder), en in het buitenland (meer dan een halve dag vliegen)? En het enige kind dat in het eigen land woont een eigen gezin met kleine kinderen heeft en een drukke baan? Hoe kan een klantmanager dan bepalen wat de eigen kracht is? Reactie: Het herinrichten van de woning ziet op het verplaatsen van voorwerpen (bijvoorbeeld het verplaatsen van de tafel, bank of kasten) zodat de cliënt beter in zijn eigen woning kan leven en bewegen. Er is geen onderscheid tussen huur- en koopwoningen.

Het ziet niet op aard en nagelvaste zaken die zodanig aan het huis zijn verbonden dat dit niet zonder beschadiging kan worden losgemaakt. Het ziet ook niet op aanpassingen in de structuur van de onroerende zaak (het huis). De mogelijkheden onderzoeken om met eigen kracht, het eigen netwerk of met gebruikelijke hulp de zelfredzaamheid of participatie van de cliënt te verbeteren is een wettelijke verplichting voor de gemeente (artikel 2.3.2 lid 4 onder b en c Wmo 2015). Hierbij wordt vanzelfsprekend maatwerk toegepast en realistisch gekeken naar de situatie van het netwerk (bijvoorbeeld ver wonende kinderen). 3. Advies/vragen t.a.v. artikel 3.7  Algemeen gebruikelijke voorzieningen hoe komt u hier bij? We moeten de rollen eens om keren. Mensen zonder beperking daar is het een luxe voorziening. Voor mensen met een beperking is het een toegankelijkheid voorziening en dan beneden 10 centimeter kom je niet in aanmerking daar hebben we wel problemen mee. Beleidsregels WMO en toegankelijkheid botsen steeds met elkaar. De beleidsregels zien er voor mensen zonder beperking redelijk goed uit. Mensen met een beperking die in aanmerking komen krijgen maatwerk voorziening (goedkoopste oplossing). Meestal niet functioneel, jammer.  Op het gebied van zelfredzaamheid of participatie.

Wordt er voldoende rekening gehouden met de zelfredzaamheid van de cliënten en op welke wijze wordt dit nagegaan? Reactie: De Wmo is gericht op het verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van Ridderkerkse inwoners. Mensen met een beperking in deze zelfredzaamheid en participatie kunnen aanspraak maken op een voorziening. Dit geldt voor zowel psychische als fysieke beperkingen. Voor drempelhulpen onder de 10 centimeter geldt dat deze vrij verkrijgbaar zijn en tegen een redelijke prijs aangeschaft kunnen worden (bijv. bij een bouwmarkt). Ons standpunt is dat we daarmee voldoen aan de criteria die de Centrale Raad van Beroep in rechtspraak aan algemeen gebruikelijke voorzieningen stelt (zie o.a. https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CRVB:2019:3535). De bevordering van de zelfredzaamheid van de cliënt is een van de belangrijkste onderdelen/doelen van de Wmo. Tijdens het onderzoek door de klantmanager komt dit dan ook nadrukkelijk naar voren (zie bijv. artikel 2.6 van de beleidsregels).

4. Advies/vragen t.a.v. artikel 5.2  Wat wordt onder maatschappelijk aanvaardbaar verstaan? Als iemand schoon op zich zelf is en dagelijks andere bovenkleding draagt, is dat dan maatschappelijk aanvaardbaar? Is dat een redelijkerwijs te verwachten aantal? Waarom alleen bovenkleding? Als mensen bedlegerig zijn is juist gestreken beddengoed van groot belang!  De zin ‘Voor strijken geldt dat dit in het algemeen niet noodzakelijk is voor participatie of zelfredzaamheid.’ Is een onbegrijpelijke zin. Kan dit in Jip en Janneke taal even uitgelegd worden? Reactie: Het aantal te strijken kledingstukken dat maatschappelijke aanvaardbaar is, hangt af van de persoonlijke situatie van de cliënt en de aard van de kleding. Er wordt dan bijvoorbeeld gekeken naar of nette kleding voor werk nodig is (waaronder een overhemd of blouse). Zoals in de beleidsregels verwoord, wordt strijken van kleding alleen gedaan bij een medische noodzaak. Inwoners kunnen hun eigen kracht inzetten door voor strijkvrije (boven)kleding te kiezen. De keuze voor bovenkleding is gebaseerd op het hoofddoel om mensen te ondersteunen in hun zelfredzaamheid en participatie. Het strijken van bovenkleding (in situaties waarin dat medisch noodzakelijk wordt geacht) wordt daartoe als voldoende beschouwd. Het uitgangspunt is dat strijken niet nodig is om mee te kunnen doen in de samenleving of jezelf goed te kunnen redden. 5.

Advies/vragen t.a.v. artikel 8.2  Hierbij is cliëntondersteuning van eminent belang. Wat is de reden dat cliënten geen verslag ontvangen van de bevindingen van zowel de medewerker als de cliënt, en het eventuele ondersteuningsplan.  In de verordening staat dat mensen cliëntondersteuning kunnen krijgen voor het voeren van een gesprek met de gemeente. Ik heb van verschillende mensen vernomen dat men van cliëntondersteuning nooit gehoord heeft.  Wanneer krijgt de cliënt een tegemoetkoming van de verhuiskosten.  Dat mensen geen cliëntondersteuning krijgen is een bekend gegeven. De mensen moeten deze juist wel kunnen krijgen. Het twee oren en ogen principe is bij aanvragen Wmo cruciaal.  Stelt de gemeente de mensen op de hoogte dat ze gratis cliëntondersteuning kunt krijgen voor gesprekken met de gemeente? Reactie: De aanvrager moet de onderzoeksrapportage van de Wmo-klantmanager inzien en daarin correcties en aanvullingen aanbrengen. Ook dient de aanvrager de rapportage te ondertekenen. Bij een gesprek met de Wmo-klantmanager kan een cliënt gebruik maken van de cliëntondersteuner. Hiervan wordt de aanvrager in ontvangstbevestiging van de Wmo-melding op de hoogte gesteld. Desondanks zien ook wij in het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek dat de bekendheid met de cliëntondersteuner laag is.

We zetten in op hogere bekendheid, onder meer door duidelijkere vermelding op de gemeentelijke website. Als toepassing wordt gegeven aan het primaat van verhuizen, dan wordt aan de cliënt een verhuiskostenvergoeding toegekend. Om het primaat van verhuizen vast te stellen maakt het college een belangenafweging tussen 12 verschillende factoren, waaronder bijvoorbeeld de aanwezigheid van aangepaste woningen, de aanpasbaarheid van de woning en verandering in woonlasten. Deze belangenafweging staat uitgebreid toegelicht in artikel 8.1 van de beleidsregels. 6. Advies/vraag t.a.v. artikel 8.7  Is dit alleen van toepassing op (sociale) huurwoningen of is dit ook van toepassing op eigen woningen? Reactie: Dit is van toepassing op (sociale) huurwoningen en eigen (koop)woningen.

Pagina 4 van 5

7. Advies/vraag t.a.v. artikel 8.10  Is dit alleen van toepassing op (sociale) huurwoningen of is dit ook van toepassing op eigen woningen? Reactie: Deze beleidsregel is alleen van toepassing op huurwoningen. Dit is naar aanleiding van uw vraag duidelijker in de beleidsregel opgenomen. 8. Advies/vragen t.a.v. artikel 10.6  Als je slecht ter been bent en je auto geparkeerd heb, dan zou een opvouwbare scootmobiel belangrijk zijn om het centrum in te gaan om de dagelijkse boodschappen te kunnen doen. Scootmobielen met een actieradius van 15 kilometer is in Ridderkerk een beperking. Iedereen moet zo lang mogelijk mee kunnen doen. Dus een scootmobiel voor mensen met een beperking die in staat zijn om hier mee om te gaan is mobieler en kan de zelfredzaamheid alleen maar bevorderen. Reactie: De scootmobiel is primair bedoeld voor verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving en niet voor grote afstanden daarbuiten. Voor een grote actieradius is het collectief vervoer adequaat. Dat betekent dat een scootmobiel met een snelheid van 8, 10 of 12 km per uur en met gemiddelde actieradius van circa 15 km adequaat is. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken. Een opvouwbare scootmobiel wordt niet verstrekt, omdat dit geen adequate vervoersvoorziening is vanwege onder andere gebrek aan vering en zitcomfort. 9. Advies/vragen t.a.v.

10.7  Kan uitgelegd worden op welke wijze het gebruik van een rolstoel, i.c. een scootmobiel, een antirevaliderende werking kan hebben als de cliënt zonder die rolstoel niet kan participeren in de samenleving en daardoor vereenzaamt en aan huis gekluisterd is? Je vraagt geen rolstoel aan om dat je geen handicap hebt. Om je lichaam zoveel mogelijk te ontlasten en de pijn te verzachten is een aangepaste rolstoel heel belangrijk. Wij zien het als een voorziening. Reactie: Anti-revaliderende werking ziet op het effect dat het gebruik van een scootmobiel kan hebben op het herstel of behoud van de mobiliteit en fysieke conditie van een gebruiker. Het kan voorkomen dat door het toekennen van een rolstoel of scootmobiel een cliënt minder gaat bewegen of dat door het zitten een cliënt meer gezondheidsklachten krijgt. Deze beleidsregels heeft als doel daarin de cliënt te beschermen. De verwachting is dat toepassing ervan niet vaak nodig is. 10. Overige algemene opmerkingen  In de aanvraag voor dit advies wordt nergens duidelijk gemaakt waardoor deze wijzigingen noodzakelijk zijn. Is het een bezuiniging of is het een wenselijke aanpassing vanuit het gezichtspunt van de cliënt?  Wat ook gemist wordt is wat de samenhang van de genoemde artikelen is met de overige artikelen Uit de beleidsregels, i.c. de Verordening Wmo.

Je vraagt je zelf af of de voorgestelde wijzigingen ook repercussies hebben op andere artikelen.Nu is het een soort spoorzoekertje zonder dienstregeling. Reactie: In de was-wordt-lijst die als bijlage bij het adviesverzoek was gevoegd is per beleidsregel aangegeven wat de reden voor de wijziging is. De wijzigingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van (nieuwe) uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en om enkele beleidsregels te verduidelijken. Hiermee wordt geenszins beoogd een bezuiniging te bewerkstellingen.

De artikelen waarop de wijzigingen impact hebben, zijn in de was-wordt-lijst genoemd. Indien sprake was van samenhang met anderen artikelen uit de verordening of de beleidsregels is dat aangegeven. Er is daarom geen sprake van gevolgen voor andere artikelen dan genoemd. Verwachtende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, De secretaris

de burgemeester,

Mw. M. Kitselar

Dhr. C.A. Oosterwijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1146/documents/40218