CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5: Reactienota Integraal Beleid Sociaal Domein Ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven RK 4 maart 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Nota Integraal Beleid Sociaal Domein6.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REACTIENOTA CONCEPTNOTA INTEGRAAL BELEID SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE RIDDERKERK

2 februari 2021

Inleiding De afgelopen maanden heeft de gemeente Ridderkerk een conceptversie van de nota integraal beleid sociaal domein opgesteld. Na vaststelling door het college van Burgemeester en Wethouders is deze conceptnota op 30 september 2020 oriënterend besproken in de gemeenteraadscommissie Samen leven. Tegelijk is de conceptnota ter inspraak voorgelegd aan verschillende bij het beleid betrokken partners. De bespreking in de raadscommissie en de opbrengst uit de inspraakronde die 28 oktober jl. eindigde, hebben geleid tot een definitieve versie van de beleidsnota. Deze reactienota vormt een bijlage bij het raadsvoorstel voor de behandeling van de definitieve versie van de nota integraal beleid sociaal domein en wordt na vaststelling van de beleidsnota door de gemeenteraad samen met de beleidsnota toegezonden aan alle partners die een bijdrage aan de inspraak hebben geleverd. Deze reactienota maakt inzichtelijk welke reacties tijdens de inspraakronde binnen zijn gekomen en hoe deze reacties zijn verwerkt of gewogen. In deze reactienota is per organisatie/per reactie op hoofdlijnen de input uit de inspraakronde van de conceptnota integraal beleid sociaal domein weergegeven, voorzien van een antwoord/reactie. Daar waar aangegeven wordt dat het onderdeel van de input wordt meegenomen, is dit verwerkt in de definitieve versie van de nota integraal beleid sociaal domein.

In onderstaande tabel wordt eerst ingegaan op de input die van lokale partners is verkregen. De tabel daaronder behandelt de input die de gemeente van partners ontving die op BAR-niveau werken. INSPRAAK VAN LOKALE PARTNERS (op alfabetische volgorde) Organisatie: Interkerkelijk Diaconaal Beraad Ridderkerk Vraag/opmerking Het Interkerkelijk Diaconaal Beraad Ridderkerk (IDB) kan zich goed vinden in de voornemens/doelen die in de nota opgenomen zijn en constateert dat de kerken bij diverse doelen bij de sociale partners worden genoemd. Bij nr. 2 mist het IDB de doelstelling dat iedereen gelijke kansen

Antwoord/reactie gemeente Dank voor deze ondersteunende woorden.

Onduidelijk is op welke passage het IDB precies doelt. De doelstelling 1

heeft om mee te doen.

Bij het maatschappelijk effect ‘iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen’ in de tabel op blz. 42 worden de kerken als maatschappelijke partner gemist. De kerken leveren een groot aantal vrijwilligers om statushouders te helpen op allerlei vlak. Organisatie: Koers VO (op ambtelijk niveau) Vraag/opmerking Graag aandacht voor warme overdracht primair onderwijs en voortgezet onderwijs (p.14). Extra aandacht voor opvoedondersteuning/ouderschapstraining voor ouders met kinderen van 4 tot 12 jaar (p.14). Is er ook aandacht voor ouders van pubers? Het si belangrijk om in schoolgebouwen aandacht te hebben voor de toegankelijkheid en om bij de bouw al na te denken over inclusiviteit (p.15). Veel verwijzingen binnen de jeugdhulp worden verricht door huisartsen. Inzet POH-ers is zeer goed (p.24). Graag benoemen plannen voor verbetering inzet wijkteams.

Waar zetten we op in (p.24). Graag specifieke aandacht voor preventie schoolverzuim. Rondom ieder maatschappelijk effect zal een ‘opgavetafel’

‘iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen’ is een van de hoofddoelen van het beleid: het is een van de overkoepelende maatschappelijke effecten (de tweede) die we met het beleid voor ogen hebben. Het IDB wijst terecht op deze omissie. De kerken zijn in de definitieve versie van de nota opgenomen als maatschappelijke partner in betreffende tabel.

Antwoord/reactie gemeente Dit is primair de verantwoordelijk van de scholen en de samenwerkingsverbanden. De mogelijkheid bestaat om dit onderwerp in het LEA of het directeurenoverleg te agenderen. Ja. Op de VO-scholen wordt voorlichting aan ouders gegevens, Tevens biedt Stichting CJG Rijnmond de training Puberchallenge aan en kunnen zij voor vragen terecht bij de pedagoog. In Ridderkerk is een toegankelijkheidscommissie die dergelijke zaken toetst. Bij inspanning 4.13 is aandacht besteed aan de samenwerking met de huisartsen, jeugdgezondheidszorg en de wijkteams o.a. via de POH GGz Jeugd. Tevens is in het laatste hoofdstuk beschreven dat de gemeente een meer prominente rol in zal nemen op het gebied van indicatiestelling en dat vanuit de wijkteams meer ingezet wordt op preventie, outreachend werken en hulpverlenen. Er is een extra punt opgenomen t.a.v. de intensivering van de samenwerking tussen onderwijs, leerplicht, jeugdgezondheidszorg en de wijkteams om o.a. de kans op voortijdig schoolverlaten te verkleinen. Dit zijn we met u eens. Bij de vormgeving van de opgavetafels wordt

2

worden gevormd staat in de nota. Het is fijn om samen op te trekken, wel aandacht voor bestuurlijke drukte, geen dubbelingen in gespreksgremia graag (p.33). In de nota ten aanzien van wijkteams en wijkgerichte samenwerking (p.35) is geen vermelding gemaakt van de huidige wachtlijsten bij de wijkteams en de problemen die deze veroorzaken. De gemeente wil een goed werken wijknetwerk door ontwikkelen (p. 36). Hoe wordt omgegaan met de VO scholen? Veel leerlingen komen uit andere wijken of uit Rotterdam.

Inspanning 4.11 samenwerking wijkteams, welzijn en jeugdgezondheidszorg. Graag specifiek de samenwerking benoemen tussen het schoolondersteuningsteam en wijkteam.

Maatschappelijke partners (p.39): samenwerkingsverbanden PO. Graag verduidelijking Het wijkteam kan doorverwijzen naar huiswerkbegeleiding (p.40). Mooi dat dit er is. Wijkteamprofessionals op de scholen (p. 42). Geldt dit ook voor het VO? Organisatie: RiBA (op ambtelijk niveau) Vraag/opmerking Doen we als gemeente niks voor kinderen die in Rotterdam wonen en in Ridderkerk naar school gaan (p. 11)?

zorgvuldig gekeken naar de partners en gespreksgremia om dubbelingen te voorkomen. Dat klopt. De insteek van (nieuw) beleid moeten niet de wachtlijsten zijn. Dit betreft bedrijfsvoering. Overigens heeft dit wel onze aandacht.

In de diverse wijken spelen verschillende problematieken en zijn er verschillende ambities die de VO scholen kunnen raken. De omgeving, het groen, de bereikbaarheid en bijvoorbeeld armoede zijn bepalend voor de wijk en de uitstraling op de school. Dit thema kan onderwerp van gesprek zijn in de Kerngroep passend onderwijs. Deze inspanning beschrijft de samenwerking in het voorbereidingsteam en betreft het triageteam van de wijkteams (gemeentelijke toegang). Het schoolondersteuningsteam betreft een andere overlegvorm op school waar de wijkteamprofessionals, oftewel de schoolcontactpersonen, aan deelnemen. Het betreft de afkorting voor Passend Onderwijs. In de nota is de afkorting uitgeschreven. Dat zijn we met u eens. Ja dit geldt ook voor het VO.

Antwoord/reactie gemeente Op basis van de Jeugdwet en het woonplaatsbeginsel is elke gemeente zelf verantwoordelijk voor haar inwoners. In opdracht van de gemeente wordt o.a. voorlichting gegeven op VO-scholen. Dit is voor alle leerlingen. Hierbij wordt niet gekeken of leerlingen wel/niet woonachtig

3

Weerbaarheid bij het opgroeien is belangrijk. Dit is een mooi initiatief. Wordt dit vanuit het CJG gecoördineerd? Mantelzorg door jeugdigen mag niet vergeten worden (p.12).

“Het langdurig op of onder de armoedegrens leven bijvoorbeeld kan een verlammende werking hebben op mensen, waardoor er een kans bestaat dat zij in een negatieve vicieuze cirkel terecht komen. Het is belangrijk dat hier rekening mee gehouden wordt in de uitvoering binnen het sociaal domein” (p.16) Wordt dit ook toegankelijk voor ouders in het passend onderwijs? Oneigenlijk gebruik wordt bestreden (p.16). Komt er ook ruimte voor innovatie en out of the box regelen en financieren?

Waar zetten we op in (p.18). Is er ook aandacht voor de invloed die deze problematiek heeft op de kinderen in het gezin? We willen de signalerende functie van hulpdiensten en de samenwerking met de wijkteams versterken (p.28). Is er ook verbinding mogelijk met het onderwijs ten aanzien van het signaleren en hoe vervolgens te handelen?

Organisatie: Stichting Facet Ridderkerk Vraag/opmerking In de door de gemeente geschetste lijn in Programma 1

zijn in Ridderkerk. Bij de tabel met inspanningen van maatschappelijk effect 1 zijn Families First en Home Start als extra inspanningen opgenomen. Home Start wordt inderdaad vanuit Stichting CJG Rijnmond gecoördineerd. In paragraaf 5.1.1 van de nota wordt hier aandacht aan besteed. Stichting Facet Ridderkerk ondersteunt in opdracht van de gemeente minderjarige mantelzorgers. Voor deze jongeren worden specifieke activiteiten georganiseerd. Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om onafhankelijke cliëntondersteuning aan te bieden. Een onafhankelijke cliëntondersteuner denkt met iemand mee en helpt iemand om inzicht te krijgen in zijn/haar situatie en geeft daarbij zo nodig informatie en advies. Dit kan gaan om vragen op allerlei gebieden: wonen, inkomen, werk of dagbesteding, zorg en contacten. Ja. Binnen de gemeente passen we de doorbraakmethode toe. Hierbij wordt per casus bekeken welke doorbraak nodig is om het plan succesvol te laten zijn en de inwoner te kunnen helpen. Het plan wordt onderbouwd door te kijken naar betrokkenheid, rendement en legitimiteit. Ja, we werken systemisch. Ja dat is mogelijk via de samenwerking met de schoolcontactpersonen en het (optimaliseren van) het gebruik van SISA.

Tevens is het onderwijs een belangrijke partner die wij zullen betrekken bij het verbeteren van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Antwoord/reactie gemeente Fijn om te lezen dat uw organisatie zich hierin herkent.

4

herkennen we veel vanuit onze dagelijkse praktijk. Speciale aandacht willen we vragen voor het bevorderen van weerbaarheid bij kinderen en jongeren voor de negatieve kanten van sociale media, (jonge) statushouders, de inzet van buddy’s en ervaringsdeskundigen. Opvoedondersteuning is geen taak die bij de kerntaken van Facet hoort, toch hebben we een aantal programma’s gericht op ouders om ze in staat te stellen om de stijl van opvoeden op aan te passen. Deze staan niet genoemd in de nota. Ten aanzien van Programma 2 vragen wij aandacht voor de koppeling die gemaakt wordt tussen begeleiding naar vrijwilligerswerk en betaald werk. We willen de gemeente meegeven dat de selectie van de gemeente aan de voorkant en de aanlevering van geschikte kandidaten cruciaal zijn voor het slagen van de doelstelling t.a.v. arbeidsparticipatie. We zijn benieuwd naar de nog niet benutte vrijwillige capaciteit. We kennen het onderzoek niet waar naar verwezen wordt en we gaan graag met u in gesprek welke groep nog niet met het vrijwilligerswerk bekend is en hoe we die kunnen bereiken met het aanbod van vrijwilligersfuncties die bij ons bekend zijn. In Programma 3 staat onder andere de mantelzorger centraal. In de middelen die de gemeente noemt missen wij het steunpunt voor mantelzorgers in Ridderkerk: Karaat mantelzorg. In Programma 3 wordt aandacht besteed aan het principe van nabuurschap.

Het komt de nota ten goede als de nieuwe werkwijze van de leefbaarheidsteams een plek krijgt in de nota.

Onze aandacht zal hiernaar uit blijven gaan.

Er is een extra inspanning “Voorlichting voor ouders” bij maatschappelijk effect 1 toegevoegd. De tekst bij de inspanning Vet Gezond is aangepast. Wij bedanken u dat u dit aandachtspunt benoemd.

Het gaat in dit kader over de Burgerpeiling Ridderkerk. Wij gaan graag met u in gesprek hierover.

De tekst bij inspanning 3.4 “ondersteuning en waardering mantelzorgers” is hierop aangepast. Het ‘instrument’ Leefbaarheidsmonitor waarin trends en ontwikkelingen op het gebied van wonen, leven, openbare orde & veiligheid en sociale aangelegenheden per wijk te vinden zijn, aangevuld met het beeld dat wijkbewoners van hun wijk hebben is inderdaad ook ondersteunend bij (het bepalen van) activiteiten i.h.k.v. de leefbaarheid en nabuurschap. Hetzelfde geldt voor de uitvoering van de afspraken uit het convenant ‘samenwerking leefbaarheid in de wijken’ tussen Wooncompas, Facet Ridderkerk, de politie en de gemeente. Dit is niet expliciet opgenomen in de nota, maar vanzelfsprekend wel van belang voor de implementatie 5

In onze beleving hebben de wijkverenigingen en de sociaal makelaars een andere rol. Aansprekend in programmalijn 4 vinden wij de gedachten van de gemeente om positieve gezondheid als uitgangspunt te nemen. Het is een optimistische kijk op het leven, we denken graag mee hoe we deze voor Ridderkerk verder vorm kunnen geven. We zijn daarnaast enthousiast over de verbinding die de gemeente legt met sport en cultuur. We waren verheugd om te lezen dat de gemeente de methode Welzijn op recept in Ridderkerk wil opzetten. We gaan graag met de gemeente in de uitvoeringsfase in gesprek over hoe we dit in Ridderkerk kunnen implementeren. De gedachtes in programma 5 waren voor ons niet nieuw. Wel zouden we in de fase na de beleidsvorming uitvoeriger in gesprek willen gaan over hoe het netwerk vrijwillige zorg dat genoemd wordt er uit moet komen te zien. We willen benadrukken dat het als samenwerkingspartner fijn is om zoveel vertrouwen te krijgen van onze opdrachtgever. Tegelijkertijd zijn we van mening dat het aan te bevelen is om als gemeente meerdere rollen te kunnen aannemen. In de samenwerking tussen partijen kunnen er meerdere redenen zijn waarom niet gekomen kan worden tot een daadkrachtige samenwerking. Het is dan goed als de gemeente als aanjager boven de partijen als (bewaker van het algemeen belang, sturing geeft aan het proces.

De AVG kan een belemmerende factor zijn in de samenwerking tussen partijen. Het is goed om met elkaar te bepalen welke lijn

van het beleid. De tekst bij 5.1.3 is aangepast. Ten aanzien van dit onderwerp gaan we graag met u in gesprek.

Ten aanzien van Welzijn op recept gaan we graag met u in gesprek.

Ten aanzien van dit onderwerp gaan we graag met u in gesprek.

Dank u wel voor deze opmerking en voor de tip ten aanzien van het aannemen van verschillende rollen.

De uitgangspunten van de AVG en de daarmee samenhangende knelpunten t.a.v. de samenwerking met verschillende partijen heeft 6

we hierin trekken. Organisatie: Stichting Integratie in Ridderkerk Vraag/opmerking De Stichting Integratie in Ridderkerk (SIR) ervaart de concept beleidsnota als een stuk om kostenbesparing mogelijk te maken, daar het huidige systeem te duur is. Gemeenten worden onvoldoende financieel gecompenseerd door het Rijk voor uitvoering van de taken in het Sociaal Domein (SD) en de kostenbesparing moet gevonden worden door burgers aan te moedigen zich meer in te zetten voor en in de samenleving. Dit gegeven maakt dat de SIR pleit voor een andere insteek om transities in het SD mogelijk te maken; voor een notitie waarin uitgegaan wordt van wat de (m.n. kwetsbare) mens nodig heeft. Dat uitgangspunt zou leidend moeten zijn om de beleidsvoornemens op waarde te beoordelen. De SIR constateert dat veel teksten in de nota een uitwerking zijn van de vraag hoe de gemeente de concretisering en operationalisering van de landelijke transitiedoelstelling vorm moet gaan geven. De SIR wijst erop dat er ook een andere kant is: maatschappijvisies, mensvisie etc. en pleit ervoor beide zijden gelijktijdig te presenteren en een hoofdstuk aan de nota toe te voegen.

T.b.v. de transparantie moet er een publieksvriendelijke publicatie van de beleidsnota komen die toegankelijk is voor elke inwoner van Ridderkerk. Er is sprake van een cultuuromslag en de uitdaging is om de Ridderkerkse burgers mee te krijgen in die omslag. Het is ook

voortdurend onze aandacht.

Antwoord/reactie gemeente Wij delen de mening van de SIR dat gemeenten onvoldoende worden gecompenseerd voor de uitvoering van de taken in het SD en dat de korting die het Rijk heeft toegepast op het budget ten tijde van de overheveling van de taken naar lokaal niveau onjuist is geweest. Daar waar dit zinvol is ageren wij samen met andere gemeenten tegen dit tekort aan financiële middelen. Dit én de alsmaar toenemende zorgvraag maken dat het gat tussen de beschikbare budgetten en de uitgaven in het SD alsmaar toeneemt. Om de zorg betaalbaar te houden en inwoners die zorg, ondersteuning of begeleiding nodig hebben ook op termijn het nodige vangnet te kunnen bieden moeten extra inspanningen geleverd worden door zowel de samenleving, de maatschappelijke partners en de gemeente zelf. Maar de extra aandacht voor de versterking van de zelfredzaamheid, de ‘samenkracht’ en het omzien naar elkaar is evenzeer ingegeven door een maatschappij- en mensvisie. Wij delen uw mening niet dat de nota een stuk is om tot kostenbesparing te komen. Met inachtneming van bovenstaande is het wel zaak, voor ons allen, om de zorg betaalbaar te houden. De nota gaat zeker ook in op hetgeen (groepen) inwoners nodig hebben om zich o.m. te ontwikkelen en te kunnen participeren. Dit wordt behandeld in de hoofdstukken 3 t/m 7 van de beleidsnota.

Naar onze mening is het dan ook niet nodig een hoofdstuk aan de nota toe te voegen. Naast de definitieve, uitgebreide, versie van de nota is een publieksvriendelijke versie van de nota opgesteld. Het klopt dat er voor de benodigde cultuuromslag zowel in de samenleving als binnen de gemeentelijke organisatie veel aandacht 7

een uitdaging om het ambtelijk apparaat in die cultuuromslag voorop te laten gaan; anders zal de bereidheid van de burger zijn/haar bijdrage te leveren aan deze omslag tot mislukken gedoemd zijn. In de praktijk lukt het alle ambtenaren niet ‘out of the box’ te denken, zij het vanwege eigen motivatie of (het gebrek aan) mogelijkheden die de organisatie hen biedt. Het opbouwen van vertrouwen in de onderlinge relatie met mensen die met het SD te maken krijgen speelt een grote rol bij het behalen van een aanvaardbaar resultaat en welbevinden. Hier is vaak tijd voor nodig. De huidige trend van kortetermijncontracten voor medewerkers past daar absoluut niet in. Zolang bovengenoemd cultuuromslag niet volledig heeft plaats gevonden lijkt het de SIR bezwaarlijk om een zo groot maatschappelijk proces op te starten. Het idee van een lerende organisatie, die meegroeit met de maatschappelijke veranderingen, lijkt ons geen goed idee. De SIR vindt dat de sterke positie van de wijkteams niet in verhouding staat tot de regierol van de gemeente. In het verlengde van hiervan stelt de SIR een aantal vragen: -komt de overheid hiermee niet teveel achter de voordeur van haar burgers? -wat zijn de redenen om als wet- en regelgevende overheid zich te begeven op een terrein waar vertrouwen, veiligheid, luisteren, verbinding, samen mens willen zijn etc.

van doorslaggevend belang is? -kan dit niet beter worden overgelaten aan maatschappelijke en levensbeschouwelijke organisaties? -het wijkteam als verlengstuk van de overheid beschikt over gegeven van inwoners van Ridderkerk; gegevens waar eventuele

nodig is. Een cultuurverandering vraagt veel van alle betrokkenen. De afgelopen periode zijn stappen gezet om binnen de gemeentelijke organisatie te denken vanuit mogelijkheden en minder vanuit de kaders. Het project Gat-in-de-Donut is hier een voorbeeld van. In de nota is daarnaast aandacht voor het bieden van ruimte voor het lerend ontwikkelen; een van de voorwaarden voor het welslagen van de gewenste ontwikkelingen. Wij delen uw mening dat tijd van invloed is op het opbouwen van een vertrouwensband en vinden het vanuit dit oogpunt niet wenselijk dat mensen die te maken krijgen met het SD geconfronteerd worden met steeds wisselende professionals. Tegelijk is de realiteit dat de arbeidsmarkt steeds meer flexibliseert; een trend waar wij als gemeente nauwelijks tot geen invloed op hebben. Naar onze mening kunnen de door de SIR genoemde factoren niet voltijdelijk worden aangepakt, maar dienen deze parallel aan elkaar plaats te vinden. Het bieden van een lerende omgeving heeft in de nota als doel stapsgewijs te komen tot een steeds effectievere aanpak in het SD. Dat bij de uitvoering van het beleid rekening wordt gehouden met maatschappelijke ontwikkelingen is voor ons evident. De professionals die werkzaam zijn in de wijkteams van onze gemeente zijn afkomstig uit verschillende maatschappelijke organisaties.

Zij zijn volledig gericht op het verlenen van zorg & ondersteuning aan inwoners die een beroep doen op de wijkteams en werken hierbij samen met of verwijzen door naar meer gespecialiseerde organisaties of collectieve voorzieningen. Dit doen zij zonder last of ruggenspraak en vrij van politieke invloeden. Hun professioneel handelen staat hierbij centraal en er is geen sprake van een politieke/eigen agenda. Voor het uitwisselen van informatie zijn gemeenten gehouden aan de wettelijke kaders. De wet Wams biedt naar verwachting meer mogelijkheden voor een integrale aanpak.

8

samenwerkingspartners niet over kunnen/mogen beschikken. De conceptnota gaat er vanuit dat dit met de wet (Wams) opgelost gaat worden. Dit is nog maar zeer de vraag. -wat zijn de mogelijke waarborgen die een dam opwerpen tegen het gevaar dat het wijkteam haar eigen agenda leidend laat zijn in samenwerkingsverbanden resp. in hoeverre is het wijkteam vrij van politieke invloeden? De SIR pleit ervoor bij de uitwerking voorrang te geven aan (groepen) burgers die per definitie vanuit een achterstandssituatie hun weg en inbreng moeten vinden in de samenleving: mensen met beperkingen en nieuwe Ridderkerkers en stelt dat het een gotspe is om te doen alsof sprake is van een ‘level playing field’. De SIR wijst erop dat extra inspanning en facilitering nodig is om hun achterstand op te heffen.

De SIR merkt op dat de nieuwe functies en vormen van overleg met samenwerkingspartners, burgers etc. de nu al niet transparante relatie overheid-burger minder transparant maakt. Terecht wordt het grote belang van (de inbreng van) de ervaringsdeskundigheid van Ridderkerkse burgers genoemd, maar wat dit dan betekent wordt nauwelijks uitgewerkt.

De SIR vraagt hoe op weg naar resp. binnen dit beleid het gesprek tussen de verschillende culturen vorm gaat krijgen en wijst erop dat dit vaak een andere benadering van de (mogelijke)

In de nota wordt niet uitgegaan van een gelijk speelveld voor alle (groepen) inwoners in onze samenleving. Integendeel; op verschillende plekken in de beleidsnota wordt aangegeven dat sommige groepen, waaronder statushouders, specifiek aandacht behoeven. Dit is bijvoorbeeld het geval in paragraaf 3.3 waarin wordt gesteld dat kinderen van statushouders extra aandacht gegeven zal worden; in paragraaf 4.1.1 stellen wij dat statushouders aanvullende belemmeringen ondervinden bij het deelnemen aan de samenleving vanwege hun onbekendheid met de samenleving en de Nederlandse taal et cetera. Ook bij verschillende inspanningen zoals (arbeids)participatie en sporten & bewegen worden zowel mensen met een beperking als statushouders specifiek genoemd. Uw stelling over de transparantie in de relatie overheid-burger delen wij niet en de voorstellen in de beleidsnota dragen ook niet bij aan minder transparantie. De nota ademt naar onze mening juist meer betrokkenheid van inwoners/doelgroepen van het beleid uit. De ervaringsdeskundigheid van de doelgroepen draagt naar onze overtuiging bij aan verbetering van de kwaliteit van dienstverlening en bevordert dat de mens i.p.v. het systeem centraal staat. Het voert te ver om in een beleidsnota als deze e.e.a. verder uit te werken; dit gebeurt in de implementatiefase, na vaststelling van het beleid door de gemeenteraad.

Daar waar sprake is van verschillende culturen zal ruimte moeten zijn voor verschillende benaderingen; deze zienswijze delen wij met u.

9

oplossing van een probleem vraagt. De SIR ervaart het ontbreken van aandacht in de nota voor de invloed van levensbeschouwing/geloof/religie op het functioneren van de samenleving als een misser. Tot slot merkt de SIR op dat de notitie de noodzaak van kostenbesparingen ademt en dat de extra waarde van medemenselijkheid, sociale betrokkenheid etc. nauwelijks aan de orde komt.

Wij delen deze mening niet en vinden dat deze beleidsnota niet de juiste plek is voor een dergelijke beschouwing. Wij delen uw mening niet. De inzet van het maatschappelijk middenveld, vrijwilliger, buurtbewoners et cetera komt uitgebreid aan bod in de hoofstukken 3 t/m 8 van de nota. Dat de uitgaven in het sociaal domein beheersbaar moeten zijn, is voor ons evident; de hele lokale samenleving ondervindt er de negatieve gevolgen van wanneer ons dit niet lukt met elkaar. De stelling echter dat de hele beleidsnota de noodzaak tot kostenbesparingen ademt vinden wij onterecht.

10

INSPRAAK VAN PARTNERS OP BAR-NIVEAU (op alfabetische volgorde)

Organisatie: Aafje Vraag/opmerking

Antwoord/reactie gemeente

V.w.b. de inzet van preventie de signalerende taak vanuit de huishoudelijke ondersteuning: burgers komen in beeld indien er sprake is van verwaarlozing van het huis of verzamelwoede. Indien de huishoudelijke ondersteuning eerder wordt ingezet heeft dit een preventief karakter. Vanuit Ridderkerk is een aantal mooie projecten die nu al lopen zoals de Buurtcirkel en TochThuis. Aafje, thuiszorg, huizen en zorghotels komen graag in gesprek met de gemeente Ridderkerk voor het verder bespreken en afstemmen van deze twee initiatieven.

Wij herkennen het belang van de signaalfunctie van de Hulp bij het Huishouden (HH). Ook vanuit de integrale benadering kan hier sprake van zijn. HH is een maatwerkvoorziening die wij inzetten om een ondersteuningsbehoefte van onze inwoners die niet vanuit het eigen netwerk kan worden opgevangen te compenseren. In deze zin is HH geen preventieve voorziening.

Organisatie: CJG Vraag/opmerking De termen Stichting CJG Rijnmond, JGZ , CJG en Jeugdgezondheidszorg worden door elkaar gebruikt. Dat lijkt me voor lezer niet duidelijk. Wellicht consequent term jeugdgezondheidszorg ( CJG) noemen

M.b.t. de door u genoemde projecten gaan wij graag verder in gesprek met u.

Antwoord/reactie gemeente Het klopt dat de termen makkelijk door elkaar gebruikt worden. We hebben de nota opnieuw doorgenomen en zo consequent mogelijk de term jeugdgezondheidszorg (CJG) toegepast.

Ik lees wel terug dat CJG een belangrijke rol speelt bij preventie, maar ik mis onze vroegsignalerende rol….wij zien alle kinderen en volgen ze tot 18 jaar. Vroegsignalering is een van onze belangrijkste taken en daarom zijn we dé partner die bijdraagt aan de beweging van ‘zwaar naar lichte zorg’.

In de nota staat opgenomen dat preventie de basis van de dienstverlening van de jeugdgezondheidszorg is. Vroegsignalering als zodanig staat inderdaad niet expliciet vermeld en is nu toegevoegd onder de inspanning Inzet jeugdgezondheidszorg.

Ik lees ook niet echt terug wat onze pedagoog doet (en ook de jeugdverpleegkundige) ihkv preventieve opvoedondersteuning.

Niet alle activiteiten zijn apart als inspanning opgenomen. Home-Start is nog toegevoegd als inspanning. De preventieve opvoedondersteuning door de pedagoog is toegevoegd onder de inspanning Inzet 11

jeugdgezondheidszorg.

Samenwerking in de regio mbt jeugdhulp wordt genoemd, maar niet de samenwerking op gebied van JGZ/preventie, oftewel de Raad van het Publiek Belang.

Dit is een terechte opmerking. De regionale samenwerking op het gebied van JGZ/preventie stond er niet in, maar is nu toegevoegd aan de nota (p.38).

Het zou mooi zijn als ‘Inzet JGZ’ (blz 41, punt 1.10) als eerste werd genoemd ipv als zesde. Ik zie JGZ echt als een basisvoorziening voor alle jeugdigen. Daarna zou het mooi zijn als Kansrijke start volgt (punt 1.8), dan krijg je meer een logische opbouw van inspanningen die de gemeente doet. Nu lijkt het willekeurig te worden opgesomd. ontwikkelagenda huisartsen en jeugdartsen (p.50): zou mooi zijn als daar voor de duidelijkheid ook jeugdgezondheidszorg (CJG) genoemd wordt (nu staat er alleen jeugdarts). preventieve rol van wijkteam moet steviger neergezet worden. Nu is CJG laagdrempelige preventieve basisvoorziening op het gebied van opvoeden opgroeien. Als de preventieve taak van het wijkteam prominenter wordt zal hier ook afgestemd moeten worden met CJG. Hoe werken we aanvullend op elkaar goed samen ipv zelfde rollen (p.36) Ook mis ik het CJG in het speerpunten van samenwerking schoolcontactpersonen en onderwijs. Iedere basisschool ( maar ook voorschoolse voorziening en VO ) heeft een eigen jeugdverpleegkundige gekoppeld aan de voorziening voor preventieve vragen op het gebied van gezond en veilig opvoeden en opgroeien (p.41). blz 54 (punt 5.10 Gescheiden opvoeden): Hier staat niet echt beschreven wat er dan gedaan wordt en door wie.

De volgorde van inspanningen is aangepast in de nota zodat de opbouw logischer is.

Er is hier expliciet gekozen voor de term jeugdarts vanuit hun rol als verwijzer. Wanneer er meer duidelijkheid is rondom de doorontwikkeling van de wijkteams gaan we hierover graag het gesprek aan.

Het klopt dat de samenwerking met de jeugdgezondheidszorg daarin belangrijk is. De jeugdgezondheidszorg is toegevoegd als samenwerkingspartner onder de inspanning Inzet wijkteamprofessionals op school (schoolcontactpersonen).

Het ging hier om het aanbod Gescheiden Opvoeden. Momenteel zijn we nog in gesprek over het best passende aanbod. Vooralsnog is deze inspanning verwijderd, maar het onderwerp complexe scheidingen heeft zeker onze aandacht. 12

Ik zie niet iets terug van CJG bij het doel ‘(veilig) thuis wonen’. Bij de aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld (blz 53) wordt CJG bijvoorbeeld niet genoemd. Daar hebben wij wel een signalerende rol.

Organisatie: Distinto Vraag/opmerking Wie zitten er aan de opgavetafels? Worden wij daarvoor uitgenodigd, of is daarin een actie van ons gevraagd? Wij willen graag meedenken, namelijk.

Bij de invoering van de resultaatgerichte bekostiging is het monitoren van output opgestart, maar ook weer losgelaten vanwege de beperkingen die de AVG wetgeving met zich meebracht. Op welke wijze gaat dit vormkrijgen? Innovatie is zeer noodzakelijk. Echter, met het oog op de huidige versnippering lijkt het ons wel belangrijk om niet op een ‘ieder voor zich’ manier aan de slag te zijn. In de praktijk zien we nu wel dat dit zo gebeurt. Langs welke lijn gaan we met elkaar werken? Wat zijn voorwaarden/kaders waaronder en waarbinnen innovatie plaats moeten vinden? JGZ stopt veelal bij de wijkteams. Op welke wijze kunnen aanbieders van jeugdhulp meepraten/denken/initiatieven bespreken/voorstellen neerleggen? Een vraag over Passend Onderwijs: samenwerking met aanbieders van jeugdhulp wordt slechts beperkt aangestipt, de rol van het wijkteam wordt daarin genoemd. Wij signaleren in de

De jeugdgezondheidszorg (CJG) is opgenomen bij de maatschappelijke partners onder speerpunt 5 (veilig) Thuis wonen. In de lokale uitwerking van de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling 2020-2023 worden de uitgangspunten van de regiovisie verder uitgewerkt. De jeugdgezondheidszorg wordt hier ook bij betrokken.

Antwoord/reactie gemeente Fijn te lezen dat u zich betrokken voelt en deel wilt nemen aan de opgavetafels. Wij buigen ons de komende periode over de invulling en samenstelling van deze tafels. Uw organisatie zullen wij ongetwijfeld ook betrekken bij een/meerdere tafels. U ontvangt vanuit de gemeente(n) een uitnodiging hiervoor en hoeft hier zelf geen actie voor te ondernemen. Zolang wetgeving zorgt voor beperkingen in het monitoren van de output, zullen wij hier als gemeenten terughoudend in zijn. Over eventuele ontwikkelingen hierin wordt u benaderd door uw contractmanager. De gemeente zal samen met haar partners via innovatieve, projectmatige aanpakken de komende jaren op zoek gaan naar de meest effectieve en efficiënte wijze waarop de doelstellingen uit de nota gerealiseerd kunnen worden. De voorwaarden en kaders zullen o.a. in de opgavetafels besproken worden. Preventie is 1 van de thema’s die aan de opgavetafels in gezamenlijkheid besproken worden. Dit wordt opgepakt in de kerngroep Passend Onderwijs.

13

praktijk dat er dringend behoefte is aan beleid op de samenwerking tussen onderwijs en zorg. Hoe gaat dit item opgepakt worden? Tenslotte nog een vraag over het speerpunt Ontwikkelen. Jeugdhulp wordt niet genoemd bij de inspanningen om hieraan te werken. Wat als aan het eind van de alle inspanningen de gewenste ontwikkeling uitblijft, hoe wordt dan de weg naar professionele hulp ingezet? Belangrijk dat jeugdhulp hier een rol in heeft, zeker ook weer als het gaat om de samenwerking tussen onderwijs en zorg. Organisatie: Enver Vraag/opmerking Met interesse hebben wij de conceptversies van de nota’s integraal beleid sociaal domein van de BAR gemeenten gelezen. In grote lijnen zijn wij zeer positief over de nota’s. Wij onderschrijven de noodzaak om in te zetten op duurzame samenwerkingsverbanden, een inclusieve samenleving en integraliteit. We kunnen ons goed vinden in de wijze waarop thema’s als vraaggerichtheid, maatwerk, vroegsignalering, eigen kracht en innovatie worden beschreven. Enver zal actief haar bijdrage leveren om (o.a. tijdens de opgavetafels) samen met de inwoners, maatschappelijke partners en de (samenwerkende, responsieve) gemeenten een impuls te geven aan de transformatie. Wij kunnen ons ook goed vinden in de beschreven wijze van sturen op outcome effecten en de doorontwikkeling van de wijkteams en het wijknetwerk.

Enver is actief betrokken is bij de transformatieopgave in de regio en deze kennis en inzet willen wij graag benutten binnen de BAR. Een klein aandachtspunt wat ons betreft is de beschrijving van Pak Je Kans. Pak je Kans is geen samenwerkingsverband, maar een hulpvorm geboden door Enver, waarbij o.a. gebruik wordt

Op p.34/35 in de nota staat e.e.a. genoemd over integrale samenwerking en zorg dichtbij. En de inspanning wijkteams en maatwerkvoorzieningen (p.45) gaat hier op in.

Antwoord/reactie gemeente Bedankt voor uw positieve woorden over de nota’s. Fijn te lezen dat u zich betrokken voelt en actief deel wilt nemen aan de opgavetafels.

Naar aanleiding van deze inspraak en afstemming met Enver is de tekst in de nota onder inspanning Halt-straf en Pak je Kans aangepast.

14

gemaakt van de evidenced based interventie “”Basta”. Pak je Kans werkt nauw samen met de politie, leerplicht en Halt. “Pak je Kans is snelle, kortdurende hulp aan jongeren die in beeld zijn bij de politie Rotterdam Rijnmond, leerplicht en Bureau Halt Rotterdam-Rijnmond. Er wordt hulp geboden aan kinderen en jongeren met zorgwekkend gedrag thuis, op straat of school. Het gaat om jongeren die problemen ondervinden dan wel veroorzaken. De hulp is laagdrempelig en richt zich op gedragsverandering van de jongere en het hele gezin. De hulp wordt geboden binnen zijn/haar eigen leefomgeving.”” Organisatie: Humanitas Vraag/opmerking Het benoemen van maatschappelijke partners in de overzichten is lastig. Ik denk dat het als voorbeeld of denkrichting is benoemd, maar je zou in de huidige opzet van tekst het bijna als directe opdracht kunnen zien voor die partijen. Het zou daarom handiger zijn om geen namen te noemen of alle namen te noemen bij maatschappelijke partners. Algemene termen kunnen dan duidelijkheid geven.

Antwoord/reactie gemeente Aan het tekstvak ‘maatschappelijke partners’ is toegevoegd: “Niet limitatief en ten tijde van opstelling van deze nota onder meer:”.

Organisatie: Koers VO / RIBA / Berséba (bestuurlijke vragen/ opmerkingen) Vraag/opmerking Antwoord/reactie gemeente Nadrukkelijker benoemen onlosmakelijkheid tussen Als gemeente onderschrijven we het belang van de samenwerking jeugdhulpverlening en onderwijs, de benodigde inzet hiervoor en tussen de scholen, wijkteams en jeugdhulpaanbieders. Dit geldt het recht op onderwijs overigens ook voor de samenwerking met de jeugdgezondheidszorg en de welzijnsorganisatie(s). In alle drie de gemeenten zijn wijkteamprofessionals, oftewel schoolcontactpersonen, op de scholen werkzaam. Vragen van leerkrachten, ouders en leerlingen kunnen hierdoor vroegtijdig worden gesignaleerd en op basis van de vragen kan kortdurende ondersteuning geboden worden. 15

Voor de gemeente Ridderkerk heeft elke school (basisscholen en voortgezet onderwijs) een vaste schoolcontactpersoon. In Albrandswaard geldt dit voor alle basisscholen en in Barendrecht geldt dit voor het voorgezet onderwijs. Onderzocht wordt of de inzet van de wijkteamprofessionals in Barendrecht ook naar de basisscholen uitgebreid kan worden. Vanuit de Lokaal en Regionaal Educatieve Agenda streven we ernaar om ambities op elkaar af en afspraken te maken over ieders rollen, taken en verantwoordelijkheden. Gezamenlijk gaan we op zoek naar nieuwe vormen van hulp en activiteiten die het welzijn van onze kinderen en jongeren kunnen vergroten.

Nadrukkelijker benoemen optimalisatie van toegang tot jeugdhulpverlening;

Nadrukkelijker benoemen afweging thuisnabij onderwijs (ook i.c.m. vormen van jeugdhulp) ten opzichte van noodzakelijke (sub-)regionale schaalgrootte, specifiek voor jongeren in de VO-

Tevens is het belangrijk dat er sprake is van een optimale samenwerking ten aanzien van het terugdringen van het aantal thuiszitters. Het is echter primair de taak van het onderwijs/de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Als gemeente willen we hier samen in optrekken. Binnen de Kerngroep Passend Onderwijs kunnen gezamenlijke afspraken gemaakt worden. De komende periode zal de gemeente een meer prominente rol innemen bij de toegang en toeleiding naar specialistische hulpverlening. In de gemeente Barendrecht draait hieromtrent momenteel een Proeftuin, waarin verschillende wijkteamprofessionals en gedragsdeskundigen participeren. Binnen de Proeftuin wordt gewerkt volgens het proces van aanmelding, het doen van onderzoek en het afgeven van een beschikking. Dit gebeurt binnen de wettelijk gestelde termijn. Hiermee zetten we in op een duidelijkere rol- en taakverdeling tussen de professionals die werkzaam zijn als hulpverlener en professionals die werkzaam zijn ten behoeve van het stellen van indicaties. Jeugdhulp op het OPCD van Koers VO De gemeenten hebben in 2019, inzake de inzet van het OPDC, afspraken gemaakt met een van de gecontracteerde aanbieders en hun 16

leeftijd. Hierbij vragen we specifiek aandacht voor de inkoop op lokaal en sub- regionaal niveau, als ook via de GRJR. Voorbeelden hiervan zijn:  Jeugdhulp op het OPDC van Koers VO. Momenteel is het jeugdhulpdeel van het OPDC in Rotterdam voor jongeren uit de BAR niet ingekocht door uw drie gemeenten en zorgt een plaatsing voor veel bureaucratie. Wij pleiten sterk voor (sub)regionale inkoop van het jeugdhulpdeel van het OPDC.  Het zorgonderwijscentrum van Timon gericht op langdurig thuiszitters welke regionaal ingekocht is via GRJR. Aanhaking van het onderwijs voor de noodzakelijke onderwijsondersteuning was niet vroegtijdig voorzien. Wij pleiten sterk voor het tijdig gezamenlijk optrekken bij dergelijke gecombineerde oplossingen.  De Onderwijs-zorgarrangementen (OZA’s) van de gemeente Rotterdam. De BAR-gemeenten hebben er nog niet voor gekozen aan te haken bij deze aanbesteding. Dit betekent dat jongeren uit de BAR op Rotterdamse V(S)O-scholen geen aanspraak kunnen maken op OZA’s waar hun Rotterdamse klasgenoten dit wel kunnen. Wij pleiten ervoor dat de BARgemeenten zich mengen in het proces van het opstellen van een nieuwe aanbesteding voor deze OZA’s en nadrukkelijk zullen overwegen om bij deze aanbesteding aan te sluiten.

onderaanbieder voor lokale jeugdhulp. De gemaakte afspraken zijn in oktober 2019 gecommuniceerd met samenwerkingsverband Koers VO. De afspraken gelden ook voor het jaar 2020 en 2021. En indien de overeenkomsten lokale jeugdhulp nogmaals met een jaar verlengd worden, dan gelden de afspraken ook voor het jaar 2022. Zorgonderwijscentrum Timon In het kader van de onderwijs-zorgarrangementen onderschrijft de gemeente het belang van samenwerking en het tijdig gezamenlijk optrekken tussen de gemeente, het onderwijs en andere direct betrokken. Onderwijs-zorgarrangementen In 2017 hebben de drie gemeenten een gezamenlijke aanbesteding lokale jeugdhulp uitgevoerd. De inkoop voor Jeugdhulp in de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk bestond uit 3 deelopdrachten: - deelopdracht 1: ambulante hulp voor jeugd met een beperking - deelopdracht 2: generalistische basis GGZ - deelopdracht 3: dyslexie De onderwijszorgarrangementen vielen onder deze opdracht, namelijk onder deelopdracht 1 en 2. Deze aanbesteding hebben de gemeenten vooruitlopend op de aanbesteding van de gemeente Rotterdam uitgevoerd. Omdat de gemeenten sinds 1 januari 2018 voorzien in de onderwijszorgarrangementen hebben de gemeenten zich niet aangesloten bij de aanbesteding vanuit de gemeente Rotterdam.

Naar verwachting zal de lokale jeugdhulp en de specialistische jeugdhulp, die door de GRJR, is ingekocht in 2022 opnieuw worden aanbesteed. Een verkennend gesprek vooruitlopend op de aanbesteding behoort tot de mogelijkheden. 17

Het borgen van kwaliteitskaders voor het onderwijs.

In de nota van Ridderkerk wordt specifiek benoemd dat frequent of langdurig schoolverzuim een indicator kan zijn voor onderliggende problemen. Er wordt gesteld dat de samenwerking tussen onderwijs, leerplicht, de jeugdgezondheidszorg en de wijkteams hierbij cruciaal is. Ook in het kader van eerder genoemde Recht op onderwijs en het terugdringen van thuiszitters, zouden wij graag zien dat de gemeenten Barendrecht en Albrandswaard overwegen deze passage toe te voegen. In de nota van Ridderkerk wordt aandacht besteed aan jonge mantelzorgers. Deze wordt gemist in de andere twee nota’s, waarbij dit juist voor de gemeente Barendrecht met haar atypische hoeveelheid jongeren, opvalt.

Als gemeente onderschrijven we het belang van het delen en verbinden van kennis en expertise op het gebied van jeugdhulp en onderwijs. Middels de kerngroep Passend Onderwijs kunnen we dit gezamenlijk oppakken en verder uitwerken. Deze passage is toegevoegd aan de nota.

In de nota is inzet voor jonge mantelzorgers meer specifiek benoemd.

Organisatie: Vivenz / MEE Vraag/opmerking

Antwoord/reactie gemeente

De nota is meerjarig beleidskader; voor welke periode precies?

Er is geen einddatum opgenomen zodat de nota herijkt of vernieuwd kan worden wanneer de situatie in de gemeente daar om vraagt, bijvoorbeeld ook naar aanleiding van de tussentijdse evaluaties.

MEE Vivenz ziet graag dat de invulling van het partnerschap van de gemeente en de invulling van een samenwerkende en responsieve overheid duidelijker en congruent beschreven wordt in deze beleidskaders.

In de nota is onder ‘pijlers voor succesvolle implementatie’ uiteengezet welke rollen de gemeente heeft. Vervolgens is een toelichting gegeven op de richting die de gemeente wil inslaan, welk accent de gemeente wil leggen en welk onderscheid gemaakt wordt. Meer congruentie is niet aan te brengen aangezien de gemeente meerdere rollen heeft in te vullen. Daarentegen vermeldt de nota dat de gemeente het partnerschap beter wil vormgeven rondom de aanpak van 18

de maatschappelijke opgaven. Om te beginnen heeft de gemeente dat al gedaan door de conceptversie van de nota aan verschillende organisaties voor te leggen en hen aan de voorkant te betrekken bij het formuleren van zowel het ‘wat’ als het ‘hoe’. Met de opgavetafels heeft de gemeente voor ogen intensiever samen op te trekken met partners rondom het formuleren en vormgeven van de ‘hoe’-vraag. In de beleidskaders wordt melding gemaakt van de trend “flexibilisering van de arbeidsmarkt”. Ook voor MEE Vivenz is het in deze tijd noodzakelijk om een grotere flexibele schil van personeel te hebben dan voorheen. Daarom wordt gepleit voor meerjarige afspraken, ook als het gaat om een subsidierelatie. Deze ruimte is nodig om daadwerkelijk te kunnen innoveren. Een dergelijke ambitie of voornemen is niet terug vinden in de nota. MEE Vivenz ziet graag een voornemen of streven naar een toename van meerjarige afspraken met partners in de beleidskaders opgenomen.

In de beleidsnota wordt volstaan met het benoemen van partnerschap als belangrijke succesfactor; een pijler voor succesvolle implementatie. De (juridische) basis voor meerjarige financiële afspraken is gelegen in gesloten overeenkomsten conform het aanbestedingsrecht en de Algemene Wet Bestuursrecht i.h.k.v. subsidiëring. Toekomstige afwegingen rondom nieuwe (looptijden van) financiële afspraken zullen gemaakt worden in het perspectief van deze integrale beleidsnota.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/792/documents/28019