CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Omgevingseffectrapport.pdf

Gemeenteraad RK 11 september 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 7: Vaststelling Omgevingsvisie39.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Actualisatie omgevingsvisie Ridderkerk Omgevingseffectrapport

Gemeente Ridderkerk 17 juli 2025

Project Opdrachtgever

Actualisatie omgevingsvisie Ridderkerk Gemeente Ridderkerk

Referentie

Omgevingseffectrapport Definitief 04 17 juli 2025 141592/25-011.353

Projectcode

141592

Document Status Datum

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Koningin Julianaplein 10, 12e etage Postbus 85948 2508 CP Den Haag +31 (0)70 370 07 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING

6

INLEIDING | WAAROM EEN ACTUALISATIE VAN DE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE RIDDERKERK EN EEN OER?

21

1.1

Reden voor actualisatie van de omgevingsvisie Ridderkerk

21

1.2

Reden voor onderzoek naar omgevingseffecten

22

1.3

Leeswijzer

24

2

STAAT VAN DE LEEFOMGEVING | WAAR STAAT RIDDERKERK NU?

25

2.1

Beoordeling huidige staat van Ridderkerk

25

2.2

Opgaven per wijk

26

3

DOELEN EN OPGAVEN EN SCENARIO’S | WAAR WIL DE GEMEENTE RIDDERKERK NAARTOE?

30

3.1

Van ambities naar doelen

30

3.2

Scenario’s

34

3.2.1 3.2.2

Scenario 1 Scenario 2

34 36

3.3

Verschillen tussen de scenario’s

37

4

ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT?

42

4.1

Aanpak van het OER

42

4.2

Plan- en studiegebied

43

4.3

Huidige situatie, referentiesituatie en zichtjaar

43

4.4

Beoordelingskader

43

4.5

Wijze van beoordelen

44

4.6

Doelbereik

45

4.7

Detailniveau van het effectenonderzoek

46

4.8

Expert judgement

46

1

5

5.1

5.2

5.3

BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE | WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE RIDDERKERK AF?

47

Kloppend hart

47

5.1.1

47

Economie

Sterke wijken - goed verbonden

48

5.2.1 5.2.2 5.2.3

48 49 50

Wonen en fysieke woonomgeving Gezondheid en sociaal domein Mobiliteit

Groenblauwe Oase

52

5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

Natuur Landschap en cultuurhistorie Water, bodem en klimaat(adaptatie) Duurzaamheid

52 52 53 54

6

OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE SCENARIO’S

55

6.1

Kloppend hart

55

6.1.1

55

6.2

6.3

Economie

Sterke wijken - goed verbonden

58

6.2.1 6.2.2 6.2.3

58 61 69

Wonen en fysieke woonomgeving Gezondheid en sociaal domein Mobiliteit

Groenblauwe oase

73

6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4

73 75 77 83

Natuur Landschap en cultuurhistorie Water, bodem en klimaat(adaptatie) Duurzaamheid

6.4

Samenvatting: effecten op hoofdlijnen

85

7

HET VOORGENOMEN BELEID: VERNIEUWDE OMGEVINGSVISIE

90

7.1

Totstandkoming vernieuwde omgevingsvisie

90

7.2

Kenmerken voorgenomen beleid

91

7.2.1 7.2.2 7.2.3

Visiekaart Gebiedsuitwerking Gebiedsindeling Ridderkerk

93 94 94

Beoordeling van de vernieuwde omgevingsvisie

94

7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4

94 96 111 121

7.3

Kloppend hart Sterke wijken - goed verbonden Groenblauwe oase Samenvatting beoordeling vernieuwde omgevingsvisie

8

AANBEVELINGEN, LEEMTEN IN KENNIS EN MONITORING

123

8.1

Aanbevelingen

123

8.1.1 8.1.2 8.1.3 8.1.4

123 124 126 128

Onzekerheden in het algemeen Onzekerheden per kernwaarde Aandachtspunten na vaststelling omgevingsvisie Aandachtspunten na vaststelling omgevingsvisie

8.2

Aanzet monitoringsprogramma

134

9

REFERENTIES

138

Laatste pagina

140

Bijlage(n)

Aantal pagina's

I

Staat van Ridderkerk

114

II

Autonome ontwikkelingen

14

III

Huidig beleid

5

IV

Voorgenomen beleid

19

SAMENVATTING Dit is de samenvatting van de omgevingseffectrapportage voor de actualisatie van de omgevingsvisie Ridderkerk. Ridderkerk heeft een plan gemaakt over hoe de gemeente er in de toekomst (tot het jaar 2050) uit kan zien. Dit plan heet de omgevingsvisie en bevat belangrijke keuzes voor de inrichting van de leefomgeving, zoals hoe de gemeente wil omgaan met natuur, wonen, economie en mobiliteit. De samenvatting geeft beknopt weer wat de effecten zijn van de omgevingsvisie tot 2050 op de omgeving en milieu. In de omgevingseffectrapportage zijn de effecten van de omgevingsvisie op de omgeving en milieu beschreven. Ook zijn de effecten van verschillende scenario’s beschreven. Deze informatie helpt de gemeente Ridderkerk om bij het beslissen over de omgevingsvisie rekening te houden met het milieu.

0.1 Aanleiding en doel De gemeente Ridderkerk heeft een unieke ligging in de Randstad, omgeven door belangrijke infrastructuur zoals de Nieuwe Maas en de snelwegen A16/A15. De omgevingsvisie uit 2017 moet worden geactualiseerd vanwege trends en ontwikkelingen, nieuwe doelen uit het collegeprogramma 2022-2026, en nieuw beleid op lokaal en bovenlokaal niveau. De actualisatie streeft naar een integrale visie voor toekomstige ontwikkelingen in Ridderkerk, met nadruk op veiligheid en gezondheid, en brede welvaart. Dit omgevingseffectrapport (OER) maakt deel uit van de milieueffectrapportage (mer). Deze procedure is verplicht bij het opstellen van de omgevingsvisie. De mer-procedure leidt tot een onderzoeksrapport waarin de effecten van de omgevingsvisie worden onderzocht: het OER. Wisselwerking OER en omgevingsvisie Om ervoor te zorgen dat er een goede wisselwerking is tussen de omgevingsvisie en het OER, zijn er verschillende interacties tussen de 2 sporen. Hierbij worden de keuzes vanuit het omgevingsvisie-spoor regelmatig getoetst in het OER-spoor. Deze bevindingen worden vervolgens verwerkt in het omgevingsvisiespoor. In afbeelding 0.1 is deze wisselwerking versimpeld weergegeven.

Afbeelding 0.1 Schematische weergave van de wisselwerking tussen het omgevingsvisie-spoor en het OER-spoor

6 | 140

Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

0.2 Onderzoeksmethode Het OER is opgesteld om de effecten van de actualisatie van de omgevingsvisie te onderzoeken. De onderzoeksmethode omvat een analyse van: - de huidige staat van de leefomgeving; - referentiesituatie: dat is de situatie in 2050 als het huidig beleid wordt uitgevoerd, maar de omgevingsvisie niet wordt geactualiseerd; - scenario’s: de effecten van 2 scenario’s: een scenario gericht op een groen en dorps karakter, en een scenario gericht op een ondernemend en stedelijk Ridderkerk; - voorgenomen beleid: dit zijn de ambities uit de vernieuwde omgevingsvisie. De scenario’s vormen de alternatieven volgens de mer-methodiek. De effecten van het ontwerp vernieuwde omgevingsvisie zijn ook beschreven. Beoordeling huidige situatie en referentiesituatie De staat van de huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) zijn beschreven en beoordeeld aan de hand van de schaal in tabel 0.1. Deze tabel helpt om te bepalen hoe goed of slecht de staat is van verschillende onderdelen van de omgeving. Daarbij wordt vooral gekeken naar opgaven die kunnen ontstaan of nu al bestaan. Voor de beoordeling worden waar mogelijk vastgestelde regels als richtlijn gebruikt. Als die er niet zijn, worden gemeentelijke doelen gehanteerd.

Als de normen of doelen niet van toepassing zijn, wordt de situatie in Ridderkerk vergeleken met de situatie in provincie Zuid-Holland of heel Nederland.

Tabel 0.1 De te hanteren beoordelingsschaal van de huidige staat en de referentiesituatie Beoordeling

Toelichting

goed

goed, er zijn weinig tot geen knelpunten

redelijk

redelijk, er zijn enkele knelpunten

slecht

slecht, er zijn redelijk veel tot veel knelpunten

Beoordeling scenario’s De omgevingseffecten van de scenario’s en de omgevingsvisie ten opzichte van de referentiesituatie zijn beschreven en beoordeeld met behulp van de schaal in tabel 0.2.

Tabel 0.2 De te hanteren beoordelingsschaal van de omgevingseffecten Score

Toelichting

++

zeer positief effect; sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

positief effect; verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0

neutraal; geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie

-

negatief effect; verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

zeer negatief effect; sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, risico op niet voldoen aan wettelijke normen

Naast het beschrijven en beoordeling van de milieueffecten van de scenario’s, beschrijft het OER ook in welke mate de scenario’s kunnen bijdragen aan het behalen van de doelen van de gemeente Ridderkerk. Dit gebeurt aan de hand van de beoordeling zoals toegelicht in tabel 0.3.

7 | 140

Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Tabel 0.3 Toetsing doelbereik Beoordeling

Toelichting hoge potentie voor behalen doel beperkte potentie voor behalen doel geen potentie voor behalen doel

0.3 Opgaven Opgaven in de huidige situatie In de ‘Staat van Ridderkerk’ (bijlage I) is de huidige staat van Ridderkerk uitgebreid beschreven. De volgende 5 opgaven spelen in de huidige situatie in Ridderkerk: 1 woningaanbod: er is momenteel een woningtekort in Ridderkerk, met name voor jongeren, starters, ouderen en arbeidsmigranten; 2 gezondheidsbescherming: de huidige situatie toont aan dat er problemen zijn met luchtkwaliteit en geluidshinder, vooral langs de rijkswegen en lokale wegen. Er is een negatieve invloed op de gezondheid van inwoners door de aanwezigheid van luchtverontreinigende stoffen zoals stikstofoxide en fijnstof; 3 bereikbaarheid en mobiliteit: de bereikbaarheid per auto is een uitdaging vanwege de toenemende verkeersdruk. Ook vormt de OV-bereikbaarheid in Ridderkerk naar omliggende gemeenten zoals Rotterdam een aandachtspunt. Er is ook een gebrek aan voldoende en goed onderhouden fiets- en wandelpaden. De verkeersveiligheid is een belangrijk punt van zorg; 4 waterkwaliteit en duurzame watervoorziening: de waterkwaliteit in Ridderkerk is slecht net als andere KRW-waterlichamen in Nederland. Er is een noodzaak om de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren en de beschikbaarheid van drinkwater te waarborgen; 5 duurzaamheid: de energietransitie en verduurzaming van vastgoed zijn nog niet voldoende gevorderd.

Er is een dringende behoefte aan het verhogen van de energie-efficiëntie en de overstap naar hernieuwbare energiebronnen. Opgaven in de referentiesituatie De opgaven in de huidige situatie blijven in de referentiesituatie bestaan. Aanvullend op deze opgaven komen de volgende opgaven op Ridderkerk af in de referentiesituatie: 1 Landbouw: het belang van landbouw in de economie en werkgelegenheid neemt verder af. Er is sprake van sanering van glastuinbouw in Rijsoord en er zijn uitdagingen om voldoende areaal te behouden vanwege andere ruimteclaims zoals woningbouw, natuur, duurzame energievoorziening, en bodemdaling in combinatie met waterhuishouding; 2 Sociale cohesie: door trends zoals digitalisering, vergrijzing, individualisering en thuiswerken neemt eenzaamheid in Ridderkerk naar verwachting toe; 3 Bereikbaarheid (per modaliteit): hoewel er investeringen in openbaar vervoer, fiets- en wandelroutes zijn, blijft de auto aantrekkelijk voor zowel korte als lange verplaatsingen omdat het wegennetwerk niet aangepast wordt. Dit zorgt voor een aanhoudende druk op de verkeersinfrastructuur; 4 Beschermde natuurgebieden: stikstofdepositie vormt een knelpunt voor Natura 2000-gebieden.

De natuurdoelen voor broedvogels uit de vogelrichtlijn worden niet gehaald in het nabijgelegen Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk; 5 Wateroverlast en droogte: door langere perioden van droogte ontstaat bodemdaling en verzilting. Het is onduidelijk of er voldoende concrete maatregelen zijn uitgevoerd om de effecten hiervan te mitigeren, vooral in Bolnes, Slikkerveer en Ridderkerk-Centrum; 6 Duurzame energie(opwekking)/duurzaamheid energieverbruik: er is een ongebalanceerde energieopwekking door het gebrek aan windenergie en zonne-energie. De elektriciteitsvraag neemt toe door de toename van elektrische auto's en elektrificeren van de warmtevraag; 7 Materiaal: de ontwikkeling op het gebied van circulariteit is hoogst onzeker en afhankelijk van nationaal beleid. Grondstoffendepots en de duurzame energievraag voor hergebruik zijn opgaven voor Ridderkerk.

8 | 140

Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

0.4 2 uiterste scenario’s In het onderzoek voor de gemeente Ridderkerk zijn 2 uiterste toekomstscenario's opgesteld. Deze scenario's tonen de uitersten om de bandbreedte van mogelijke ontwikkelingen te schetsen en helpen de gemeente bij het maken van keuzes voor de toekomst. In beide scenario's staan de kernwaarden 'Sterke wijken, goed verbonden', 'Groenblauwe oase' en 'Kloppend hart' centraal, maar ze komen op verschillende manieren tot uiting. Scenario 1 benadrukt natuurontwikkeling, terwijl Scenario 2 focust op economische ontwikkeling. Scenario 1 richt zich op het behoud en de versterking van het groene, dorpse karakter van Ridderkerk. Duurzaamheid, lokale verbindingen en behoud van de natuur staan in dit scenario centraal. Woningbouw gebeurt voornamelijk in bestaande wijken. Hierbij worden 1.300 woningen gebouwd, vooral in de bestaande wijken. Er zijn geen flexwoningen en de bouwhoogte is maximaal 6 lagen. Voorzieningen zijn gedecentraliseerd en zorgcentra bevinden zich in de wijken. De groene kraag wordt verbonden en doorgetrokken naar het centrum, en er zijn maatregelen voor duurzame energieopwekking zoals zon op dak, maar geen windmolens of zon op veld. Er worden snelwegen overkapt. Mobiliteit is duurzaam en inclusief, waarbij de auto een belangrijke modaliteit blijft. Scenario 2 richt zich op een ondernemend en innovatief Ridderkerk met een stedelijk karakter.

Hierbij wordt prioriteit gegeven aan economische groei, technologische innovatie en regionale verbindingen. In scenario 2 worden 3.300 woningen gebouwd door inbreiding en uitbreiding bij uitleglocaties. Er is ruimte voor hogere bouwlagen en innovatieve woonvormen, en de gemeente investeert in snelle verbindingen met de regio en moderne stedelijke voorzieningen. Mobiliteit is duurzaam. Het centrum is autovrij en de schil om het centrum is autoluw. Er geldt een striktere parkeernorm door een toepassing van een reductiefactor bovenop de parkeernorm van 2024. Verder is de belangrijke verkeersader, de Rotterdamseweg, afgewaardeerd naar 30 km/h. Er komen geen overkappingen van snelwegen, maar er worden stadsrandhubs gerealiseerd voor deelmobiliteit. Voorzieningen zijn gecentraliseerd en er komt een centraal zorgcentrum. De groene kraag blijft behouden zonder toevoegingen, en er wordt ruimte gemaakt voor technologische oplossingen voor waterveiligheid en energieopwekking, zoals aquathermie en geothermie. De scenario’s bevatten ingrepen die elkaar niet uitsluiten. Dit betekent dat combinaties van verschillende ingrepen mogelijk zijn. Zo geven deze scenario’s voldoende beslisinformatie over de positieve en negatieve effecten als gevolg van de ingrepen die overwogen worden voor het uiteindelijk besluit.

Om zo veel mogelijk doelen te halen dienen de mitigerende maatregelen die staan in het OER overgenomen te worden in het voorgenomen beleid. Het OER maakt daarin geen politieke keuzes en biedt de informatie in de vorm van positieve en negatieve effecten voor bestuurders om weloverwogen keuzes te maken. Effecten op hoofdlijnen door scenario 1 Omgevingseffecten In scenario 1 zijn de effecten op de leefomgeving over het algemeen positief in het buitengebied aan de rivieroevers en in/rondom wijkcentra. De nabijheid van voorzieningen en deelmobiliteit in de wijkcentra zorgen voor een positief effect op duurzame mobiliteit, gezondheid en voorzieningenaanbod en sociale cohesie. Ruimte voor de rivier zorgt voor zeer positieve effecten op de natuurlijke aspecten als bodem, water en natuur. Echter, het risico van ruimte geven aan de rivier is dat industrieel erfgoed aan de rivieroevers aangetast kan worden. De overkapping van de snelwegen zorgt voor positieve effecten op gezondheidsbescherming, recreatie en verkeersveiligheid. Een kanttekening van de overkapping is dat de luchtkwaliteit verslechtert aan de tunnelmonden waardoor Bolnes Zuid negatieve effecten op gezondheidsbescherming optreden. Het behoud van hogere milieugebruiksruimte-bedrijven leidt tot het behoud van zwaar verkeer. In combinatie met meer weggebruikers neemt de verkeersveiligheid in Ridderkerk af.

De groene inprikkers leiden tot positieve effecten op gezonde leefstijl en microklimaat. Doelbereik In scenario 1 is er een beperkte potentie om doelen te halen voor alle 3 de kernwaarden. De overkapping van de snelwegen en ruimte voor de rivier zorgen voor een gezonder Ridderkerk en robuuster groenblauwe raamwerk. De buurtcentra en toename van buurtbussen zorgen voor sterkere en beter verbonden wijken.

9 | 140

Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Ondanks deze ingrepen die bijdragen aan de doelen is er geen sprake van een hoge potentie. De toename van het aantal woningen en behoud van monofunctionele bedrijventerreinen leiden tot onvoldoende differentiatie in woningaanbod en economische verbreding. De auto blijft dominant in scenario 1 waardoor doelen als verbetering van de luchtkwaliteit en het versterken van duurzame en actieve mobiliteit niet gehaald worden.

10 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Afbeelding 0.2 Effecten op hoofdlijnen door scenario 1

11 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Effecten op hoofdlijnen door scenario 2 Omgevingseffecten In scenario 2 zijn de effecten op de leefomgeving over het algemeen positief in woon-werklocaties, de kern en de schil rond de kern. De autoluwe schil en autovrije kern leiden tot positieve effecten op gezondheid en actieve mobiliteit. De nieuwe OV-verbindingen zorgen voor een betere regionale bereikbaarheid. De toename van woningen zorgen voor voldoende woonaanbod en een diverse woonvoorraad. Het autovrij maken van het centrum en het autoluw maken van de omliggende wijken leidt tot een lokale verbetering van luchtkwaliteit en afname van geluidshinder veroorzaakt door lokale wegen. Dit draagt bij aan een rustiger en gezonder leefmilieu, verhoogt de leefkwaliteit, en maakt het centrum aantrekkelijker voor inwoners en bezoekers. Een kanttekening van de toename van woningen is de toenemende verkeersdrukte en de verspreiding (zoals bij de rivieroevers) en verslechtering van luchtkwaliteit en geluid. Ook leidt een toename van inwoners tot een toename van de energievraag en drinkwatervraag. De energievraag wordt in scenario 2 voorzien door klimaatparken (park met duurzame energieopwek) en een waterstoffabriek. De energie-infrastructuur verstoort wel het landschap en de natuur en het is een risicobron voor omgevingsveiligheid.

De transformatie van monofunctionele bedrijventerreinen naar woon-werklocaties zorgt voor een divers werkaanbod en maakt bedrijventerreinen veiliger. Doelbereik In scenario 2 heeft elke kernwaarde een andere beoordeling van geen tot hoge potentie om doelen te halen. De toename van werkaanbod op het gebied van zakelijke dienstverlening en menging van wonen en werken leidt tot een hoge potentie om de kernwaarde kloppend hart te behalen. Scenario 2 heeft geen potentie om de doelen voor gezondheidsbescherming en omgevingsveiligheid maar een hoge potentie om de doelen voor duurzame mobiliteit en woonaanbod te halen waardoor de kernwaarde sterk verbonden en goed verbonden redelijk scoort op doelbereik. Scenario 2 voegt risicobronnen toe als een waterstoffabriek. Daarnaast zorgt de verspreidde toename van 3.300 woningen voor een toename van verkeersbewegingen en geluidbelasting, en voor een verslechtering van de luchtkwaliteit. Scenario 2 heeft geen potentie om de kernwaarde groenblauwe oase te behalen vanwege de recreatiedruk in natuurgebieden. Daarnaast is het risico op waterveiligheid groot doordat het mogelijk is om langs de rivieroevers te bouwen.

12 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Afbeelding 0.3 Effecten op hoofdlijnen door scenario 2

13 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

0.5 Vernieuwde omgevingsvisie De hoofdambitie van de omgevingsvisie van de gemeente Ridderkerk is als volgt: Ridderkerk is en blijft een prettige gemeente om in te wonen, te recreëren en te werken. Deze hoofdambitie wordt bereikt door in te zetten op onze eigen identiteit. Ook de ligging tussen het stedelijk netwerk van de regio Rijnmond en de Drechtsteden en het landschappelijk netwerk van de Krimpenerwaard, Alblasserwaard, Biesbosch en Hoeksche Waard helpt hierbij. Na jaren van ontwikkeling en groei, is het nu het moment om vooral ook in te zetten op het behouden en het versterken van de kwaliteit van onze leefomgeving. De gemeente hanteert in de omgevingsvisie naast deze thematische ambities ook 5 leidende principes, dit zijn de overkoepelende ambities onder de hoofdambities. De leidende principes zijn nieuw ten opzichte van de vorige omgevingsvisie en overig bestaand beleid. De 5 leidende principes zijn: - ontwikkelingen gaan uit van water- en bodemsturend werken; - ontwikkelingen hebben oog voor een prettige fysieke leefomgeving; - ontwikkelingen dragen bij aan brede welvaart; - ontwikkelingen dragen bij aan de uitvoering van transities; - ontwikkelingen zijn afgestemd op een inclusieve en toegankelijke mobiliteit. De omgevingsvisie van de gemeente Ridderkerk betreft hoofdzakelijk een actualisatie van de bestaande omgevingsvisie.

Dat betekent dat het beleid op veel onderwerpen aansluit op de vorige omgevingsvisie en dat het bestaand (sectoraal) beleid via de actualisatie wordt geïntegreerd in de nieuwe omgevingsvisie. De omgevingsvisie bevat de ambities per kernwaarde. Rol OER bij totstandkoming vernieuwde omgevingsvisie Het ontwerp vernieuwde omgevingsvisie is gebaseerd op inzichten uit de effectstudies. Het combineert elementen uit beide scenario’s om een evenwichtige ontwikkeling van Ridderkerk te realiseren. De volgende ambities en keuzes in de omgevingsvisie zijn gebaseerd op de milieu-informatie uit het OER: - we willen meer inzetten op functiemenging op de bedrijventerreinen waar dat mogelijk is. Dit verbetert onder andere de (beleving van) de openbare ruimte en de sociale veiligheid; - we willen collectieve woonvormen en flexwonen onder voorwaarden toegestaan. Dit zorgt voor een divers woningaanbod dat kan inspelen op de huidige vraag op de woningmarkt; - we willen de groene kraag rondom Ridderkerk beter verbinden en waar mogelijk aansluiten op de hoofdgroenstructuur in de wijken. Dit is positief voor onder andere de biodiversiteit, klimaatadaptatie en beweegvriendelijkheid binnen de gemeente; - we willen ons inzetten voor een OV-verbinding tussen station Barendrecht en het centrum van Ridderkerk.

Dit kan het potentieel van duurzame mobiliteit en de bereikbaarheid en toegankelijkheid met het openbaar vervoer verbeteren. We zijn hierin wel afhankelijk van onze partners. Tabel 0.4 toont keuzes in de vernieuwde omgevingsvisie die voortkomen uit de omgevingseffecten. Alle aspecten uit de vernieuwde omgevingsvisie die gelijk blijven aan de referentiesituatie zijn niet opgenomen in tabel 0.4.

14 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Tabel 0.4 Keuzes in de vernieuwde omgevingsvisie die voortkomen uit de omgevingseffecten Onderdeel uit het voorgenomen beleid

Keuzes afkomstig uit scenario 1

Keuzes afkomstig uit scenario 2

diverse werkgelegenheid

maakindustrie blijft behouden in Ridderkerk waardoor er werkaanbod voor praktisch geschoolde mensen beschikbaar is

focus op het aantrekken van zakelijke dienstverlening en innovatieve bedrijven, waardoor er werkaanbod voor theoretisch geschoolde mensen beschikbaar is

verbetering en diversifiëring van het vestigingsklimaat en de openbare ruimte

groene kraag, inprikkers en nieuwe ontmoetingsplekken zorgen voor een verbetering van vestigingsklimaat

meer functiemenging op bedrijventerreinen waardoor de openbare ruimte en sociale veiligheid verbeteren

woningaanbod voldoet aan regio aanbod

collectieve woonvormen en flexwonen waar mogelijk, zorgen voor een divers woningaanbod die inspeelt in de huidige vraag

hoogbouw is maatwerk en hiervoor dient een hoogbouweffectrapport opgesteld worden

voorzieningenaanbod is nabij

overal een buurtcentrum

centrale voorzieningen blijven in Ridderkerk centrum

verbetering van gezonde leefstijl en hittestress door een beweegvriendelijke leefomgeving

groene kraag met inprikkers

schaduwrijke fiets- en wandelroutes bevorderen een gezonde leefstijl

toename waterberging tegen wateroverlast en droogte

vernatting is nader uitgewerkt tot 9 waterbergingsgebieden

niet van toepassing

duurzame energie opwek bij knooppunten

niet van toepassing

duurzame energieopwek bij de knooppunten

verbetering van toegankelijkheid en bereikbaarheid voor elke modaliteit

de toegankelijkheid van de auto blijft goed. Buurtbussen blijven rijden

een nieuwe OV-verbinding tussen station Barendrecht en Ridderkerk centrum zorgt voor een verbetering van OV. Er loopt een onderzoek naar een waterbushalte bij BolnesZuid Een toegankelijk centrum aanbieden voor elke modaliteit is doorslaggevend voor het niet overnemen van het autovrije centrum

gezondheidsbescherming blijft een aandachtspunt (vooral vanwege rijkswegen en rol van auto)

overkapping is niet haalbaar en is niet overgenomen vanwege de afname van luchtkwaliteit bij de tunnelmonden (specifiek Bolnes)

grotere uitbreiding van het woningaanbod t.o.v. het regiobod leidt tot negatieve gezondheidseffecten bouwen in rivieroevers is maatwerk waarbij er onderzoek dient te worden gedaan naar effecten op mobiliteit en klimaatadaptatie. Deze 2 aandachtspunten komen ook voort uit het OER autovrij centrum is niet overgenomen, maar heeft wel aanzienlijk positieve effecten op de gezondheidsbescherming. Een toegankelijk centrum voor elke modaliteit is doorslaggevend voor het niet overnemen van een autovrij centrum. Hierdoor blijft auto dominant

omgevingsveiligheid is een aandachtspunt door nieuwe risicobronnen vanwege de energietransitie

buurtbatterijen bij buurtcentra zijn niet overgenomen vanwege de toename van het veiligheidsrisico

natuurdoelen nog niet gehaald vanwege landelijke ontwikkelingen

natuurontwikkeling (stiltegebieden, weidevogelgebieden, natuurrijke uiterwaarden) zijn niet overgenomen vanwege de ambitie voor functiemenging (recreatie, mobiliteit en groen)

waterstoffabriek is niet overgenomen vanwege een toename van veiligheidsrisico energiecorridor betreft een mogelijke reservering vanuit het Rijk

15 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

functioneel groen is overgenomen om gezond gedrag te bevorderen

Gebiedsgerichte uitwerking en uitvoering Het OER heeft mitigerende maatregelen voorgesteld die deels in de gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie zijn overgenomen. Het wordt uit de vernieuwde omgevingsvisie bijvoorbeeld niet duidelijk waar de eventuele extra ontmoetingsplekken en/of speelvoorzieningen worden voorzien.

0.6 Hoofdboodschap effecten voorgenomen beleid WHO interim waarden op korte termijn niet haalbaar voor luchtkwaliteit en geluid door ligging van Ridderkerk Het OER laat zien dat bepaalde doelen van de gemeente Ridderkerk niet haalbaar zijn ongeacht welk beleid de gemeente zelf maakt. De context van Ridderkerk is voor deze doelen dusdanig beperkend (met name door de ligging ingeklemd tussen snelwegen) dat een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving (het voldoen aan de WHO interim waarden) op de aspecten luchtkwaliteit en geluid niet gerealiseerd kan worden. In de Randstad zijn de WHO-advieswaarden niet gehaald. De gemeenten nabij rijkswegen ondervinden de nadelige effecten op luchtkwaliteit en geluid. Op korte termijn is het niet mogelijk om de WHO-interimwaarden te halen voor de gemeente Ridderkerk omdat regionaal verkeer de bron is voor de gezondheidseffecten. Het blijft wel van belang om inwoners zo veel mogelijk te beschermen van de negatieve gezondheidseffecten. Zo is het positief dat de gemeente een vrijwillig programma luchtkwaliteit heeft opgesteld (Programma Geluid en Lucht 2025-2029), waarin de maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord ook zijn opgenomen. De gemeente werkt toe naar de plandrempels en ambitiewaarden uit het Programma Geluid en Lucht 2025-2029.

Risico-inschatting Natura 2000: voorgenomen beleid uitvoerbaar, mits plannen op plan-of projectniveau beoordeeld worden In het OER is voor Natura 2000 een inschatting gedaan van de effecten van het voorgenomen beleid. De ingrepen, effecten en bijbehorende mitigerende maatregelen zijn weergegeven in tabel 0.5. Het voorgenomen beleid van de gemeente Ridderkerk is uitvoerbaar, mits plannen op plan-of projectniveau beoordeeld worden. Hierbij dienen in het geval van het optreden van significante gevolgen op Natura 2000-gebieden, mitigerende maatregelen te worden opgesteld. Indien in een passende beoordeling significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, dient een ADC-toets te worden doorlopen. Tabel 0.5 Ingreep-effect relaties en bijbehorende mitigerende maatregelen Natura 2000 Ingreep

Effect

Mitigerende maatregel

toenemend inwonersaantal

toename recreatiedruk op nabijgelegen Natura 2000-gebieden

beperk de recreatiedruk in natuurgebieden door zonering en geleiding in natuurgebieden; creëer voldoende recreatiemogelijkheden buiten de Natura 2000-gebieden

1.553 extra woningen

toename stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden door een toename in verkeersbewegingen

minimaliseer de stikstofdepositie door duurzame mobiliteit (beperk autogebruik) en gebruik zo veel mogelijk bestaande materialen bij inbreiding.

transformatie van bedrijventerreinen

toename stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden door een toename in verkeersbewegingen

minimaliseer de stikstofdepositie door duurzame mobiliteit (beperk autogebruik) en duurzame bedrijvigheid

Opgaven en mitigerende maatregelen als input voor nadere uitwerking van de omgevingsvisie Het voorgenomen beleid bevat kansen maar brengt ook opgaven met zich mee voor de kwaliteit van de leefomgeving. De opgaven als gevolg van de vernieuwde omgevingsvisie staat in tabel 0.6. Deze opgaven treden op bij een slechte staat of een slechtere beoordeling van de omgevingsvisie ten opzichte van de referentiesituatie. Door de energietransitie komen er nieuwe opgaven bij voor het landschap en de veiligheid. De opgaven met het woningaanbod, de sociale samenhang en wateroverlast, die nu of in de referentiesituatie voorkomen, worden juist verbeterd door de nieuwe omgevingsvisie. De gemeente heeft bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie in de beleidscyclus ruimte om maatregelen te treffen om deze

16 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

opgaven toch te beheersen. De gemeente Ridderkerk gaat programma’s met indien van toepassing milieueffectrapportages opstellen voor gebieden waar meerdere opgaven van toepassing zijn. Dit zijn gebieden met een verdichtings- en transformatieopgave. Hierbij zal de gemeente inzichten van het OER en de mitigerende maatregelen meewegen. Voor het vervolg zijn in tabel 0.6 de belangrijkste opgaven met mogelijke mitigerende maatregelen beschreven. Noot: het is aan de gemeente welke mitigerende maatregelen zij in het vervolg overnemen. De gemeente zal per opgave beslissen welke maatregelen passen binnen hun beleid.

17 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Tabel 0.6 opgaven en mitigerende maatregelen per kernwaarde en aanpak van gemeente Kernwaarde kloppend hart

Opgaven landbouwareaal: risico afname landbouwareaal. Concrete gemeentelijke maatregelen om agrariërs toekomstperspectief te bieden ontbreken. Bovendien zorgen de autonome ontwikkelingen ervoor dat er niet voldoende toekomstperspectief is voor agrariërs waardoor het risico bestaat dat het landbouwareaal verder afneemt

Mitigerende maatregelen -

sterke wijken goed verbonden

gezondheidsbescherming: vanwege de aanwezigheid van de rijkswegen, behoud van hoge milieucategorieën en rol van de auto blijft de gezondheidsbescherming van bewoners een opgave op luchtkwaliteit en geluid

-

-

Visie buitengebied Gebiedsprogramma Bolnes-Zuid

zorg dat het maximaal toegestane geluidniveau gebiedsgericht gekoppeld wordt aan het beoogde woonmilieu in het omgevingsplan van Ridderkerk; houdt rekening met gezondheidsbescherming bij functiemenging; monitoring: monitor de lucht- en geluidskwaliteit om de effecten van industriële activiteiten en stedelijke inbreiding te minimaliseren; bufferzones: overweeg het instellen van bufferzones (bijvoorbeeld ICM-afschermingen, geluidswallen et cetera) tussen woon- en industriële gebieden om de impact op omwonenden te minimaliseren; duurzame mobiliteit: bevorder duurzame transportopties om de impact van toegenomen verkeer op luchtvervuiling en geluidsbelasting te verminderen; houtrook: houtrook is een belangrijke veroorzaker van luchtverontreiniging en geurhinder. Dit komt doordat het fijnstof en schadelijke stoffen uitstoot die de luchtkwaliteit verslechteren en gezondheidsproblemen kan veroorzaken. Actief beleid op houtrook kan de hinder ervan verminderen. Daarbij geldt dat houtrookvrije wijken of een algeheel stookverbod effectiever is dan alleen een ‘stookwijzer’; wegen zijn een belangrijke bron voor geluidshinder (en uitstoot van schadelijke stoffen). Verminder de maximum snelheid op wegen.

En/of houd voldoende afstand hiertoe, pas stil asfalt toe, concentreer verkeer op bepaalde verkeersaders (indien niet al van toepassing), oriëntatie van gebouwen/geluidluwe gevels, afschermende werking achterliggende woningen.

uitvoering van Programma Geluid en Lucht onderzoek “30, tenzij” en uitvoering daarvan.

omgevingsveiligheid: de toevoeging van nieuwe risicobronnen door de energietransitie

-

energietransitie: denk na hoe energietransitie veilig wordt doorgevoerd. Houd rekening met de veiligheidsrisico's van nieuwe energiebronnen die de energietransitie met zich meebrengt en nog grotendeels onbekend zijn. Tevens bestaat er nog nauwelijks weten regelgeving op dit gebied. Als gevolg hiervan worden de risico’s niet gereguleerd en beperkt door bestaande wet- en regelgeving. Vanuit gezondheidsperspectief is het van belang om de nadelige effecten bij incidenten met nieuwe energiebronnen goed in beeld te hebben omdat de capaciteit van de zorgketen daar op afgestemd dient te worden.

- uitvoeringsagenda klimaatadaptatie; - Warmteprogramma’s en wijkwarmteplannen - gebiedsprogramma Centrum-Oost; - gebiedsprogramma Bolnes-Zuid; - gebiedsprogramma Koninginneweg e.o.

bereikbaarheid en verkeerveiligheid: door het uitbreiden van de woningvoorraad ontstaat er toenemende druk op de verkeersafwikkeling. Dit heeft gevolgen voor de verkeersintensiteiten, parkeerdruk, verkeerveiligheid

-

implementeer concrete maatregelen die voortkomen uit de diverse onderzoeken (onderzoek naar: potentie van mobiliteitshubs en logistieke hubs, éénrichtingsverkeer, knippen, aangescherpt parkeerbeleid, extra halte waterbus, ontbrekende schakels in wandelroutes) in de vernieuwde omgevingsvisie; vrachtroutes: het behoud van hogere milieugebruiksruimte-bedrijven en toevoeging van sectoren als agrofood, industrie, en bouwnijverheid vereist maatregelen om de impact van vrachtverkeer op de bereikbaarheid, leefbaarheid, en verkeersveiligheid te minimaliseren; effecten van logistieke hubs beheersen: er moet aandacht zijn voor de omgevingseffecten van logistieke hubs, zodat de vermindering van vrachtverkeer in het centrum niet leidt tot nieuwe problemen aan de randen van de gemeente; deelmobiliteit: onderzoek deelmobiliteit mogelijkheden voor bewoners, zoals gedeelde fietsen of auto’s, om de verkeersdruk te verlagen; infrastructuuraanpassingen: zorg voor verbeterde infrastructuur zoals veilige fietspaden en oversteekplaatsen om de veiligheid van kwetsbare weggebruikers te waarborgen, vooral in gebieden met toenemende verkeersdrukte; verkeersmanagement: implementatie van verkeer remmende maatregelen en strengere regulering van zwaar verkeer om ongevallenrisicos te minimaliseren; het invoeren van een autovrije kern en een autoluwe schil om de kern (door bijvoorbeeld knips) van Ridderkerk

zou een positief effect hebben op de verkeersveiligheid. Deze maatregel vermindert het gemotoriseerde verkeer, stimuleert langzaam verkeer zoals lopen en fietsen, en verbetert zichtbaarheid. Dit draagt bij aan een veiliger en gezonder stedelijk milieu, wat het risico op verkeersongevallen lokaal vermindert; snelheidsverlaging van de Rotterdamseweg zou het risico op ongevallen verminderen; monitoring en handhaving: voer monitoring uit om de effecten van de ingrepen op verkeersveiligheid te evalueren en zorg voor handhaving van snelheidslimieten en verkeersregels in de nieuw gecreëerde zones

Gebiedsprogramma: Koninginneweg e.o. Gebiedsprogramma: Centrum-Oost onderzoek “30, tenzij” en uitvoering daarvan uitvoering Programma Geluid en Lucht uitvoering mobiliteitsplan

een scherpere visie op de rol die ‘groen’ gaat hebben voor beschermde soorten, zowel binnen het NNN als ook daarbuiten, draagt bij aan het benutten van de potentie die het verbinden van groen heeft. Gebruik bij de verdere uitwerking van het beleid, voor beschermde natuurgebieden en daarbuiten, dus vooral de verschillende soortgroepen en hun leefgebied al uitgangspunt; richt niet alle groene gebieden in voor recreatie, maar ook als strategische stepping stones waarbij natuur ruimte krijgt en niet verstoord wordt. Bijvoorbeeld door niet overal watergebonden activiteiten mogelijk te maken, maar op een aantal plekken te concentreren; beperk de recreatiedruk in natuurgebieden door zonering en geleiding in natuurgebieden; door het beperkte detailniveau van het beleid is de impact van het beleid op beschermde soorten slecht te beoordelen. De impact kan groot zijn, zeker wanneer wateropgaven en opgaven met betrekking tot beschermde soorten (weidevogels) gecombineerd worden;

plannen op plan-of projectniveau beoordelen op onder andere effecten zoals stikstof en recreatiedruk Uitvoering Werken met ecologie.

-

-

groenblauwe oase

behoud van enkele kerngebieden voor (lokale, regeneratieve) landbouw in de gemeente Ridderkerk; waar mogelijk ruimte bieden voor nevenactiviteiten; stimulatie van landbouw bedrijven die gewassen (bijvoorbeeld voedsel/bio-based bouwmaterialen zoals lisdodden, vlas, bamboe, en hennep/textiel) cultiveren voor de lokale markt ter bevordering van de circulaire economie (korte ketens); ondersteuning van agrariërs om de transitie te maken naar (ecologisch en financieel) duurzame vormen van landbouw, zoals regeneratieve gemeenschapsboerderijen; inspanningen om bodemkwaliteit te verbeteren ten behoeve van duurzame lokale voedselproductie.

Relevant voor de volgende gemeentelijke stukken

beschermde gebieden, soortenbescherming en biodiversiteit: de (landelijke) natuurdoelen zijn nog niet behaald vanwege (het ontbreken aan) landelijke ontwikkelingen. Recreatiedruk is een aandachtspunt voor natuur

-

-

18 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Kernwaarde

Opgaven

Mitigerende maatregelen -

-

Relevant voor de volgende gemeentelijke stukken

beschermde soorten vinden leefgebied in groene omgevingen, maar de huismus, gierzwaluw en bepaalde vleermuissoorten zijn voor hun verblijfplaatsen afhankelijk van bebouwing. Daarom is het belangrijk beleid omtrent natuurinclusief bouwen en verbouwen (blijvend) te hanteren; beschermde soorten: specifieke maatregelen om beschermde soorten te beschermen toevoegen; overige niet-beschermde soorten: specifieke maatregelen om niet-beschermde soorten te beschermen toevoegen; maatregelen ter verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit zijn belangrijk voor zowel flora en fauna in en rondom het water. Om het leefgebied voor deze flora en fauna te verbeteren kan worden gedacht aan inzet op de (natuurlijke, robuuste) fysieke inrichting van watergangen (bijvoorbeeld meer waterplanten, verbreden) en ecologisch beheer en onderhoud van de watergangen

landschap: het behoud van landschappelijke kernwaarde en tegengaan van versnippering blijft een aandachtspunt met name door nationale reserveringen voor energieinfrastructuur

de ruimtelijke inpassing van de energie infrastructuur is onzeker en dient samen met het Rijk en regionale partijen zorgvuldig worden ingepast om het landschap van Ridderkerk niet te versnipperen

gebiedsprogramma Bolnes-Zuid

waterkwaliteit: de waterkwaliteit en beschikbaarheid blijft ondanks de inspanningen een aandachtspunt, mede omdat de KRW-doelen ook een nationale aanpak vergen

-

concrete maatregelen formuleren ter verbetering van verschillende categorieën water (grondwater, oppervlaktewater), op basis van een integrale belichting van oorzaken van slechte waterkwaliteit, zoals gangbare landbouw, verharding, beperkte ruimte voor de natuur door onder andere verdichting (en daarmee een verminderende filterwerking), en de afspoeling van vervuiling van verkeer en industrie; drinkwater voorziening: de gemeente kan door de verbetering van het grond- en oppervlaktewater een bijdrage doen aan het verbeteren van de drinkwater voorziening. De drinkwatervoorziening valt echter onder de verantwoordelijkheid van drinkwaterbedrijven; om grond- en oppervlaktewatervervuiling te voorkomen is het zaak om zoveel mogelijk de toevoer van nutriënten, chemische en fysische vervuiling te voorkomen. Bijvoorbeeld door gangbare landbouw te ondersteunen om over te gaan naar biologische landbouwpraktijken, autogebruik te beperken en lozingen vanuit de industrie op het water of bodem te voorkomen; het installeren van systemen voor regenwateropvang, zoals regentonnen of regenwatertanks, vermindert de druk op drinkwatervoorzieningen. Opgevangen regenwater kan worden gebruikt voor irrigatie, toiletspoeling of schoonmaak.

Dit bespaart kostbaar drinkwater en vermindert het risico op watertekorten, wat bijdraagt aan een duurzamer gebruik van waterbronnen; nature based solutions ruimte voor de rivier, natuurlijke oevers en bufferzones, groene daken en wadi’s kunnen bijdragen aan een verbetering van de waterkwaliteit doordat de natuurlijke vegetatie fungeert als een filter en de biodiversiteit in en rondom het water ondersteunt; natte natuurgebieden kunnen waardevol zijn voor het verbeteren van de waterkwaliteit en het versterken van de biodiversiteit, doordat ze overtollig water opvangen, voedingsstoffen en vervuilende stoffen filteren, en een habitat bieden voor diverse plant- en diersoorten; samenwerking met partijen in de regio en op landelijk niveau is essentieel om KRW-doelstellingen te behalen

uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie

het benutten van restwarmte van de glastuinbouw kan de warmtevraag van woningen deels voorzien; voldoende hernieuwbare, niet-fossiele energiebronnen aanbieden door onderzoek te doen naar een mix van hernieuwbare energiebronnen, naast zonne-energie, zoals geothermie en waterstof. Hiermee kan het doel waarschijnlijker worden behaald om in 2050 CO2-neutraal te zijn; combineren van bestaande infrastructuur en hernieuwbare energie infrastructuur zoals zonnepanelen op geluidscherm langs de A16/A38; in kaart brengen van toenemende energievraag van bijvoorbeeld bewoners en bedrijven die zich willen vestigen in Ridderkerk, en vervolgens maatregelen treffen om deze vraag te verminderen of bedrijven weren met een hoge energievraag.

warmteprogramma

succes van deeleconomie is afhankelijk van waarden en gedrag van inwoners. Hierbij wordt de bereidheid van inwoners om hun levensstijl aan te passen aangesproken; economische prikkels vereist om circulaire economie en deeleconomie te stimuleren; lokale cultivatie en verwerking van agrarische producten kan bijdragen aan duurzame bouwmaterialen en voedselpatronen; deelmobiliteit en collectieve woonvormen hebben ook een gunstig effect op materiaalgebruik. Een voorbeeld hiervan kan bijvoorbeeld zijn het delen van auto’s of gereedschap in een collectieve woonvorm; concrete maatregelen om producten en grondstoffen zo lang mogelijk in omloop houden en daarmee het gebruik van primaire grondstoffen en afval te verminderen; samenwerken met de regio en op nationaal niveau om korte ketens te faciliteren

Economische visie Ridderkerk 2030 Ridderkerk circulair

-

-

-

energie: de stijgende energievraag voldoen met lokale hernieuwbare energiebronnen is een opgave. Zo wordt vooral ingezet op zonne-energie waardoor een ongunstige lokale energiemix ontstaat in Ridderkerk

-

materiaal: ondanks positieve ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld het onderzoeken van mogelijke ruimtereserveringen voor deeleconomie en reparatie locaties, neemt de gemeente vooral een stimulerende rol aan waar mogelijk. Dit is niet concreet genoeg om in 2050 een circulaire economie te bewerkstelligen

-

19 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

gebiedsprogramma Bolnes-Zuid

Algemene aandachtspunten en aanbevelingen Aanvullend op de opgaven en mitigerende maatregelen geeft het OER nog een aantal algemene aanbevelingen. Overige aandachtspunten voor de vernieuwde omgevingsvisie zijn: - de vernieuwde omgevingsvisie bevat een aantal voorgenomen onderzoeken die uiteindelijk bepalend zijn of kansen worden verzilverd en risico’s worden gemitigeerd. Hoe de gemeente om gaat met deze onderzoeksresultaten zijn bepalend voor de leefomgevingseffecten; - door het uitbreiden van de woningvoorraad ontstaat er toenemende druk op de verkeersafwikkeling. Dit heeft gevolgen voor de verkeersintensiteiten, parkeerdruk, verkeerveiligheid en de gezondheidsbescherming. Ook heeft de uitbreiding van de woningvoorraad invloed op de beschikbare openbare ruimte, de druk op de ondergrond, ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en de toegang tot voorzieningen; - mogelijk toekomstige ontwikkelingen aan de rivieroevers zijn een aandachtspunt gezien vanuit water- en bodemsturend werken; - aandacht besteden aan de omvang van voorzieningenniveau en verdere ruimtelijke uitwerking van de evenwichtige spreiding van maatschappelijke voorzieningen en onderwijsinstellingen in de gebiedsgerichte uitwerking en/of de verdere doorwerking in de beleidscyclus.

Het OER doet verschillende aanbevelingen voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie: - zorg voor integrale oplossingen en meervoudig ruimtegebruik om overlap van ruimteclaims te beperken; - verbeter de samenwerking met regionale en nationale partners om beleidsdoelen te behalen; - stimuleer duurzame mobiliteit en energietransitie met concrete maatregelen en investeringen; - houd rekening met de sociale cohesie en gezondheid van inwoners bij de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden; - monitor de effecten van de omgevingsvisie ook na 2050 en stuur bij waar nodig om negatieve milieu- en gezondheidseffecten te beperken.

20 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

1 INLEIDING | WAAROM EEN ACTUALISATIE VAN DE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE RIDDERKERK EN EEN OER? Voor u ligt het omgevingseffectrapport (OER) voor de actualisatie van de omgevingsvisie Ridderkerk. Dit OER maakt deel uit van de milieueffectrapportage (mer): een procedure die verplicht is bij het opstellen van de omgevingsvisie. De mer-procedure leidt tot een omgevingseffectrapport (OER) bij de omgevingsvisie.

1.1

Reden voor actualisatie van de omgevingsvisie Ridderkerk

Aanleiding actualisatie omgevingsvisie gemeente Ridderkerk De gemeente Ridderkerk heeft een unieke ligging: in de Randstand onder de rook van Rotterdam, liggend op het eiland IJsselmonde met aan de overkant UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk, begrensd door de Nieuwe Maas en de A16/A15. Met de omgevingsvisie uit 2017 heeft de gemeente de afgelopen jaren sturing gegeven aan de (ruimtelijke) opgaven op haar grondgebied. De gemeente heeft besloten om de omgevingsvisie uit 2017 aan te vullen naar aanleiding van: 1 nieuwe opgaven, trends en ontwikkelingen die op Ridderkerk afkomen; 2 nieuwe doelen die door het college vastgesteld zijn in het collegeprogramma 2022-2026; 3 nieuw vastgesteld bovenlokaal en lokaal beleid met kaderstellende uitspraken over Ridderkerk na de vaststelling van de omgevingsvisie in 2017; 4 nieuwe ontwikkellocaties in Ridderkerk; 5 nieuwe belangrijke pijlers onder de Omgevingswet: veiligheid en gezondheid. De gemeente streeft naar een nieuwe integrale omgevingsvisie die het kader is voor alle toekomstige ontwikkelingen. De huidige omgevingsvisie voor Ridderkerk is op 14 september 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Destijds is een doorkijk gegeven tot 2035. De daarin opgenomen kernwaarden (‘Sterke wijken – Goed verbonden’, ‘Groenblauwe oase´ en ‘Kloppend hart’) blijven nog steeds van belang voor de Ridderkerkse identiteit.

Daar hoeft niets aan te worden veranderd. De opgaven om de kernwaarden te behalen worden wel geactualiseerd. Wat is een omgevingsvisie? De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn (hier: 2050). De omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, gezondheid, landschap, verkeer en vervoer, energie, infrastructuur en cultureel erfgoed. Inhoudelijk bevat de omgevingsvisie in ieder geval de volgende onderdelen: - de omgevingsvisie bevat een beschrijving van hoe het ervoor staat in de gemeente, op hoofdlijnen welke ontwikkelingen gewenst zijn, wat juist behouden moet blijven en het te voeren integrale beleid op hoofdlijnen; - de omgevingsvisie houdt rekening met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - ook gaat de omgevingsvisie in op de sturingsfilosofie van de gemeente en de eigen rol in relatie tot anderen bij het realiseren van de doelstellingen uit de visie; - de omgevingsvisie duidt de gemeentelijke belangen en voorziet ze van een motivatie.

21 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

De omgevingsvisie is vormvrij en bindt alleen de gemeente zelf. Daar waar de doelen en ambities van de omgevingsvisie doorwerken naar derden (waterschappen, bedrijven, burgers, provincies) kunnen daartoe regels en normen worden opgenomen in de omgevingsverordening. Dit sluit aan bij de Omgevingswet. De gemeente werkt de omgevingsvisie verder uit in haar omgevingsplan. Nieuwe opgaven en doelen In 2023 heeft de gemeente een evaluatie- en inventarisatieproces doorlopen, waarin beoordeeld is wat er is bereikt sinds het opstellen van de omgevingsvisie Ridderkerk 2035, welke documenten zijn opgesteld en wat er nog moet gebeuren. Deze analyse heeft geresulteerd in aspecten, opgaven en thema’s die geactualiseerd moet worden in de omgevingsvisie. Deze opgaven zijn nader toegelicht in paragraaf 2.2. Daarnaast heeft de gemeente, naar aanleiding van een veranderende koers op hoger beleidsniveau, in de startnotitie voor de actualisatie van de omgevingsvisie bepaald dat ‘brede welvaart’ meer centraal gesteld moet worden. Dit betekent dat wordt gestuurd op inclusief welzijn en welbevinden van mensen en ruimtelijke keuzes meer worden geprioriteerd op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Er wordt meer gestuurd op een toekomstbestendige economie met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid, en minder op uitsluitend economische groei.

Nieuw (vastgesteld) bovenlokaal en lokaal beleid Er is de afgelopen jaren gewerkt aan de verschillende opgaven uit de omgevingsvisie van 2017. Dit heeft geresulteerd in verschillende door de raad vastgestelde visies, plannen en beleid sinds het opstellen van de omgevingsvisie Ridderkerk 2035 in 2017. Ook zijn er ruimtelijke vraagstukken vanuit het Rijk, de provincie en de regio waar Ridderkerkse inbreng op wordt gevraagd, zoals bij de Ruimtelijke Puzzel van de provincie. Met een geactualiseerde omgevingsvisie kan daar beter op worden geanticipeerd. Verder worden er naar aanleiding van het collegeprogramma nog verschillende visies en plannen opgesteld, waaronder een visie op bouwhoogten en een visie op agrarische gronden en recreatieve gronden en natuurgebied gronden. De kaderstellende uitspraken over hoogbouw en agrarische gronden zijn onderdeel van de actualisatie van de omgevingsvisie. Deze uitspraken gaan mogelijk over de locaties waar hoogbouw kan komen met een bepaalde hoogtebeperking (in woonlagen) en waar niet en de toegestane functies voor agrarische gronden.

1.2

Reden voor onderzoek naar omgevingseffecten

Keuze voor een omgevingseffectrapport (OER) De gemeente Ridderkerk wil met de nieuwe omgevingsvisie de ‘Brede welvaart’ vooropzetten in de keuzes die ze maakt in en over haar omgeving. Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie en veiligheid. De gemeente kiest daarom voor het opstellen van een omgevingseffectrapport (OER) in plaats van een milieueffectrapport (MER) vanwege het integrale karakter van de omgevingsvisie en de nadruk op de maatschappelijke opgaven. Om aan te sluiten bij de inzet op Brede Welvaart, is dit omgevingseffectrapport (OER) verbreed ingestoken. Naast de milieu- en leefomgevingsaspecten die standaard onderdeel zijn van een OER (bijvoorbeeld geluid en natuur), toetst dit OER ook op sociaaleconomische thema’s. Paragraaf 4.4 legt uit hoe het beoordelingskader eruitziet. Wat is een omgevingseffectrapport (OER)? Een omgevingseffectrapport geeft milieu en leefomgeving een volwaardige plaats in het besluitvormingsproces (hier: besluitvorming over de omgevingsvisie gemeente Ridderkerk). Dit doet een OER door de effecten op de leefomgeving ten gevolge van een voornemen en mogelijke alternatieve invullingen daarvan op hoofdlijnen te beschrijven.

Dit houdt in dat de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem wordt onderzocht. Het OER onderzoekt daarom niet concrete initiatieven in detail.

22 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Mer-plicht (wettelijke grondslag) Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat voor activiteiten met potentieel significante omgevingseffecten een mer-procedure wordt doorlopen. Nederlandse wet moet voldoen aan de Europese mer-richtlijn voor projecten (2014/52/EU, 2011/92/EU)) en de Europese SMB-richtlijn (Strategische milieubeoordeling, 2001/42/EG) voor plannen en programma’s. De Europese wetgeving is geïmplementeerd in de Omgevingswet (Ow) (afdeling 16.4) en verder uitgewerkt in het Omgevingsbesluit (Ob) (hoofdstuk 11, bijlage V). Het type mer-procedure (plan-mer, project-mer of mer-beoordeling) hangt af van de aard, omvang van de activiteit en het type besluit. Onder de Omgevingswet geldt voor dit plan een plan-merbeoordelingsplicht (artikel 16.34 Ow). De vernieuwde omgevingsvisie betreft een omgevingsvisie die wettelijk voorgeschreven is met een initiatiefnemer en procedure. Omdat de geactualiseerde omgevingsvisie wettelijk voorgeschreven is en kaders stelt aan mer-(beoordelings-)plichtige projecten die gevolgen kunnen hebben voor het milieu, doorloopt de gemeente de procedure van de milieueffectrapportage (mer) (artikel 16.36). bijlage V van het Omgevingsbesluit bevat een lijst met mer-(beoordelings-)plichtige projecten.

De wisselwerking tussen de omgevingsvisie en het OER Om ervoor te zorgen dat er een goede wisselwerking is tussen de omgevingsvisie en het OER, zijn er verschillende interacties tussen de 2 sporen. Hierbij worden de keuzes vanuit het omgevingsvisie-spoor constant getoetst in het OER-spoor, waarna de bevindingen hiervan weer worden verwerkt in het omgevingsvisie-spoor. In afbeelding 1.1 is deze wisselwerking versimpeld weergegeven.

Afbeelding 1.1 Schematische weergave van de wisselwerking tussen het omgevingsvisie-spoor en het OER-spoor

De aanpak van het OER is nader toegelicht in hoofdstuk 4. Initiatiefnemer en Bevoegd Gezag In de mer-procedure voor de omgevingsvisie is de gemeente Ridderkerk zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de omgevingsvisie en het OER. Zij treedt op als initiatiefnemer. Het college stelt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vast. De omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad vormt daarmee het bevoegd gezag. Het OER wordt vervolgens als bijlage opgenomen in de omgevingsvisie.

23 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Mede overheden Naast de initiatiefnemer en bevoegd gezag zijn er ook diverse medeoverheden die adviseren over de inhoud van het OER. Het betreft de volgende medeoverheden: - gemeenten Rotterdam, Barendrecht, Zwijndrecht, H.I. Ambacht, Alblasserdam, Molenlanden en Krimpenerwaard; - Provincie Zuid-Holland; - Waterschap Hollandse Delta; - Rijkswaterstaat; - Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond; - DCMR Milieudienst Rijnmond; - GGD Rotterdam Rijnmond. Wettelijke Procedure Het OER gaat als bijlage de inspraakprocedure in bij de omgevingsvisie en ligt voor 6 weken ter inzage. Zo krijgt iedereen de mogelijkheid om hun mening te geven over de omgevingsvisie en bijbehorende OER.

1.3

Leeswijzer

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de opbouw van dit OER.

Tabel 1.1 Leeswijzer OER Ridderkerk Hoofdstuk

Geeft antwoord op de vraag:

1. Inleiding

waarom een nieuwe omgevingsvisie gemeente Ridderkerk en een OER?

2. Staat van de leefomgeving

waar staat Ridderkerk nu?

3. Doelen en opgaven en alternatieven*

waar wil de gemeente naartoe?

4. Onderzoeksaanpak

hoe worden de alternatieven onderzocht?

5. Beschrijving referentiesituatie

met welke situatie worden de alternatieven vergeleken?

6. Omgevingseffecten van de alternatieven

wat zijn de omgevingseffecten van de verschillende alternatieven?

7. Het voorgenomen beleid: vernieuwde omgevingsvisie

voor welk beleid kiest de gemeente en welke omgevingseffecten horen daarbij?

8. Aanbevelingen, leemten in kennis en monitoring

welke inzichten voor verdere besluitvorming kunnen er worden meegegeven?

* In het ontwerpend onderzoek zijn 2 uiterste toekomstscenario’s voor de gemeente opgesteld. Deze 2 scenario’s zoeken de hoeken van het speelveld op en zijn alternatieven in dit OER conform de mer-systematiek. Ze schetsen uiterste extremen om de bandbreedte te tonen. Deze extremen helpen de gemeente bij het maken van keuzes over het toekomstbeeld. Scenario 1 richt zich op de versterking van het groene, dorpse karakter. Scenario 2 richt zich op een ondernemend en innovatief Ridderkerk met een stedelijk karakter. In beide scenario’s staan de 3 kernwaarden van Ridderkerk centraal: (1) Sterke wijken, goed verbonden, (2) Groenblauwe oase en (3) Kloppend hart. Per scenario komen de kernwaardes op andere manier tot uiting.

24 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

2 STAAT VAN DE LEEFOMGEVING | WAAR STAAT RIDDERKERK NU? 2.1

Beoordeling huidige staat van Ridderkerk

In de ‘Staat van Ridderkerk’ (bijlage I 17/07/2024, referentienummer 141592/24-010.519) is de huidige staat van Ridderkerk uitgebreid beschreven. De staat van Ridderkerk geeft aan de hand van verschillende thema’s een beeld van de huidige situatie en kwaliteit van de leefomgeving van Ridderkerk. Tabel 2.1 toont een samenvatting van de beoordelingen voor alle aspecten.

Tabel 2.1 Samenvatting huidige staat van Ridderkerk

Ridderkerkse kernwaarden

Beoordelingsthema’s

Aspecten

Beoordeling

Kloppend Hart

economie

werkgelegenheid

redelijk

vestigingsklimaat

redelijk

landbouwareaal

redelijk

woningaanbod

slecht

voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed)

redelijk

openbare ruimte (recreatie & groen)

redelijk

gezonde leefstijl

redelijk

sociaaleconomische positie

goed

sociale cohesie

goed

gezondheidsbescherming

slecht

omgevingsveiligheid

redelijk

bereikbaarheid (per modaliteit)

slecht

toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen

redelijk

verkeersveiligheid

slecht

beschermde natuurgebieden

redelijk

soortenbescherming en biodiversiteit

redelijk

landschap

redelijk

cultuurhistorie en erfgoed

redelijk

archeologie

goed

Sterke wijken - goed verbonden

wonen en fysieke woonomgeving

gezondheid en sociaal domein

mobiliteit

Groenblauwe Oase

Natuur

landschap en cultuurhistorie

25 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1185/documents/41429