CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Omgevingseffectrapport.pdf

Commissie Samen wonen RK 4 september 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Vaststelling Omgevingsvisie39.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Dit heeft te maken met de grotere hoeveelheid waterberging die gerealiseerd moet worden ter compensatie van het toegenomen verharde oppervlak in onbebouwd gebied, het bouwen langs de oevers en in de beschermingszones van de dijk, en de eventuele gevolgen van de diepe boringen die plaats moeten vinden bij geothermie op de grondwaterkwaliteit. Dit scenario heeft geen potentie om wateroverlast en droogte aan te pakken door klimaatadaptatie doelen te behalen. Er worden beperkte extra bergingsmogelijkheden gecreëerd. Voor waterveiligheid is er tevens geen potentie om de doelen te behalen. Er wordt geïnvesteerd in technologische oplossingen om waterveiligheid te borgen, waarmee natuurlijke waterkringlopen niet worden hersteld en daarnaast wordt er gebouwd langs rivieroevers waardoor er een hoog overstromingsrisico bestaat voor deze bebouwing. Conclusie Onderstaande tabel geeft een samenvatting weer van de beoordeling van omgevingseffecten en doelbereik van beide scenario’s.

82 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Tabel 6.3 Beoordeling van effecten op water, bodem en klimaat(adaptatie) (zonder inzet van mitigerende maatregelen) Aspect

Referentiesituatie

Beoordeling doelbereik Scenario 1

Beoordeling omgevingseffecten Scenario 2

Scenario 1

Scenario 2

bodem

redelijk

0

-

waterkwaliteit en duurzame watervoorziening

slecht

+

-

microklimaat

redelijk

+

-

wateroverlast en droogte

slecht

+

-

6.3.4

Duurzaamheid

Energie Scenario 1 In scenario 1 verslechtert het thema energie ten opzichte van de referentiesituatie. De energievraag stijgt omdat er meer woningen bijkomen, vervoersbewegingen toenemen en vervoer elektrificeert. Er komt duurzame maakindustrie en een agrarische verwerkingscluster waardoor de energievraag mogelijk stijgt. Het benutten van restwarmte van de glastuinbouw kan de warmtevraag van woningen deels voorzien. Er wordt ingezet op zon op dak en betaalbaarheid van duurzame energie, maar niet op een divers aanbod van hernieuwbare energie opwekking. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - mismatch duurzame energieaanbod en vraag: er wordt jaarrond niet genoeg hernieuwbare energie opgewekt om aan de vraag te voldoen; - ruimtelijke inpassing van collectieve energieopslag in bestaande buurten is onzeker; - beheer en bezit van collectieve energie infrastructuur vereist nauwe samenwerking en verantwoordelijkheid van inwoners. In dit scenario is er geen potentie om energiedoelen van de gemeente te behalen. De vraag naar energie groeit. Het opwekken van energie met alleen zonnepanelen op daken is niet toereikend om aan de energievraag te voldoen. Wel wordt er gewerkt aan het bereikbaar en betaalbaar maken van de energietransitie. Er zijn geen concrete ingrepen om de warmtetransitie doelen (bijvoorbeeld aardgasvrije wijken) te behalen.

Scenario 2 De situatie in dit scenario verbetert ten opzichte van de referentiesituatie omdat er meer hernieuwbare energie wordt opgewekt waardoor aan de toenemende energievraag kan worden voldaan. De omvang van duurzame energieopwek is afhankelijk van de daadwerkelijke uitwerking van de klimaatparken. Er is toename in de energievraag door de toename van 3.300+ woningen en elektrificatie van het verkeer. Ook het agro-verwerkingscluster en verticale landbouw behoeft energie. Daarnaast vraagt de intrede van zakelijke dienstverlening energie, bijvoorbeeld voor data opslag. De energieopwekking van hernieuwbare energie verbetert ten opzichte van de referentiesituatie. Zo wordt er ingezet op waterstof productie, zon op dak, komt er een klimaatpark en aqua- en geothermie. Ook komt er een reservering van een 380kV verbinding waardoor de capaciteit van het elektriciteitsnet wordt vergroot. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - betaalbaarheid van energie staat onder druk doordat er geen collectieve bezit en beheer van energie; - ruimteclaim van energiesysteem is fors en kan ten koste gaan van landschappelijke waarden.

83 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

In dit scenario is er beperkte potentie om energiedoelen van de gemeente te behalen. De energievraag stijgt maar er worden diverse hernieuwbare energie bronnen gerealiseerd. Echter, er zijn geen ingrepen om de hernieuwbare energie voor alle inwoners toegankelijk en betaalbaar te maken. Materiaal Scenario 1 Het gebruik van primaire grondstoffen en levensduur van producten verbetert in dit scenario ten opzichte van de referentiesituatie. De vraag naar materiaal stijgt door de toename van 1.300 woningen. Echter, er is alleen sprake van inbreiding en circulaire bouw. Ook komt er in dit scenario een circulaire hub, duurzame maakindustrie, en collectieve organisatie en onderhoud van duurzaamheidsmaatregelen. Deelmobiliteit en collectieve woonvormen hebben ook een gunstig effect op materiaalgebruik. Een voorbeeld hiervan kan bijvoorbeeld zijn het delen van auto’s of gereedschap in een collectieve woonvorm. Horizontale natuurinclusieve landbouw en lokale verwerking van agrarische producten (biobased bouwmaterialen) kan bijdragen aan duurzame bouwmaterialen en voedselpatronen. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - succes van deeleconomie is afhankelijk van waarden en gedrag van inwoners. Hierbij wordt de bereidheid van inwoners om hun levensstijl aan te passen aangesproken; - economische prikkels vereist om circulaire economie en deeleconomie te stimuleren.

In dit scenario is er hoge potentie om circulaire doelen van de gemeente te behalen. Het gebruik van primaire grondstoffen verlaagt en voedselpatronen verduurzamen. Scenario 2 Het gebruik van primaire grondstoffen en levensduur van producten verslechtert in dit scenario ten opzichte van de referentiesituatie. De vraag naar materiaal stijgt door de toename van 3.300+ woningen. Naast inbreiding vindt er uitbreiding plaats. Er wordt niet circulair gebouwd. Wel wordt geïnvesteerd in deelmobiliteit en OV en de lokale verwerking van agrarische producten wat kan bijdragen aan duurzame bouwmaterialen. Echter, in dit scenario komt er geen circulaire hub, geen collectieve woonvormen, en geen collectieve organisatie en onderhoud van verduurzamingsmaatregelen wat het hergebruik van materiaal bemoeilijkt. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - lineaire economie blijft bestaan; - economische prikkels vereist om duurzame mobiliteit te stimuleren. In dit scenario is er geen potentie om circulaire doelen van de gemeente te behalen. Er zijn geen concrete ingrepen om producten en grondstoffen zo lang mogelijk in omloop te houden en daarmee het gebruik van primaire grondstoffen te verminderen. Conclusie Onderstaande tabel geeft een samenvatting weer van de beoordeling van omgevingseffecten en doelbereik van beide scenario’s.

Tabel 6.4 Beoordeling van effecten op duurzaamheid (zonder inzet van mitigerende maatregelen) Aspect

Referentiesituatie

Beoordeling doelbereik Scenario 1

Beoordeling omgevingseffecten Scenario

Scenario 1

Scenario 2

energie

slecht

-

+

materiaal

slecht

+

-

84 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

6.4

Samenvatting: effecten op hoofdlijnen

Effecten op hoofdlijnen door scenario 1 Omgevingseffecten In scenario 1 zijn de effecten op de leefomgeving over het algemeen positief in het buitengebied aan de rivieroevers en in/rondom wijkcentra. De nabijheid van voorzieningen en deelmobiliteit in de wijkcentra zorgen voor een positief effect op duurzame mobiliteit, voorzieningenaanbod en sociale cohesie. Ruimte voor de rivier zorgt voor zeer positieve effecten op de natuurlijke aspecten als bodem, water en natuur. Echter, is een risico van ruimte voor de rivier dat industrieel erfgoed aan de rivieroevers aangetast kan worden. De overkapping van de snelwegen zorgt voor positieve effecten op gezondheidsbescherming, recreatie en verkeersveiligheid. Een kanttekening van de overkapping is dat de luchtkwaliteit verslechterd aan de tunnelmonden waardoor Bolnes Zuid een verslechtering van de luchtkwaliteit kan ondervinden. Het behoud van hogere milieugebruiksruimte-bedrijven leidt tot het behoud van zwaar verkeer. In combinatie met meer weggebruikers neemt de verkeersveiligheid in Ridderkerk af. De groene inprikkers leidt tot positieve effecten op gezonde leefstijl en microklimaat. Doelbereik In scenario 1 is er een beperkte potentie om doelen te halen voor alle 3 de kernwaarden. De overkapping van de snelwegen en ruimte voor de rivier zorgen voor een gezonder Ridderkerk en robuuster groenblauwe raamwerk.

De buurtcentra en toename van buurtbussen zorgen voor sterkere en beter verbonden wijken. Ondanks deze ingrepen die bijdragen aan de doelen is er geen sprake van een hoge potentie. De toename van het aantal woningen en behoud van mono-functioneel bedrijventerreinen leiden tot onvoldoende differentiatie in woningaanbod en economische verbreding. De auto blijft dominant in scenario 1 waardoor doelen als verbetering van de luchtkwaliteit en het versterken van duurzame en actieve mobiliteit niet gehaald worden.

85 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Afbeelding 6.1 Effecten op hoofdlijnen door scenario 1

86 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Effecten op hoofdlijnen door scenario 2 Omgevingseffecten In scenario 2 zijn de effecten op de leefomgeving over het algemeen positief in woon-werklocaties, de kern en de schil rond de kern. De autoluwe schil en autovrije kern leiden tot positieve effecten op gezondheid en actieve mobiliteit. De nieuwe OV-verbindingen zorgen voor een betere regionale bereikbaarheid. De toename van woningen zorgen voor voldoende woonaanbod en een diverse woonvoorraad. Een kanttekening van de toename van woningen is de toenemende verkeersdrukte en de verspreiding en verslechtering van luchtkwaliteit en geluid. Ook leidt een toename van inwoners tot een toename van de energievraag en drinkwatervraag. De energievraag wordt in scenario 2 voorzien door klimaatparken en een waterstoffabriek. De energie-infrastructuur verstoort wel het landschap en de natuur en het is een risicobron voor de externe veiligheid. De transformatie van mono-functionele naar woon-werklocaties zorgt voor een divers werkaanbod en maakt bedrijventerreinen veiliger. Doelbereik In scenario 2 heeft elke kernwaarde een andere beoordeling van geen tot hoge potentie om doelen te halen. De toename van werkaanbod op het gebied van zakelijke dienstverlening en menging van wonen en werken leidt tot een hoge potentie om de kernwaarde kloppend hart te behalen.

Scenario 2 heeft geen potentie om de doelen voor gezondheidsbescherming en omgevingsveiligheid maar een hoge potentie om de doelen voor duurzame mobiliteit en woonaanbod te halen waardoor de kernwaarde sterk verbonden en goed verbonden redelijk scoort op doelbereik. Scenario 2 voegt risicobronnen toe als een waterstoffabriek. Daarnaast zorgt de verspreidde toename van 3.300 woningen voor een toename van verkeersbewegingen en geluidbelasting, en voor een verslechtering van de luchtkwaliteit. Scenario 2 heeft geen potentie om de kernwaarde groenblauwe oase te behalen vanwege de recreatiedruk in natuurgebieden. Daarnaast is het risico op waterveiligheid groot doordat het mogelijk is om langs de rivieroevers te bouwen. Overzicht beoordelingen scenario 1 en 2 Tabel 6.5 geeft een overzicht van alle beoordelingen voor scenario 1 en 2.

Tabel 6.5 Beoordelingen van effecten van de scenario’s Aspect

Referentie situatie

Beoordeling doelbereik Scenario 1

Beoordeling omgevingseffecten Scenario 2

Scenario 1

Scenario 2

Werkgelegenheid

redelijk

+

++

Vestigingsklimaat

redelijk

0

+

Landbouw

slecht

+

+

Woningaanbod

slecht

+

++

Voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed)

redelijk

++

-

Openbare ruimte (recreatie en groen)

goed

++

+

Gezonde leefstijl

redelijk

+

+

Sociaaleconomische positie

goed

+

++

87 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Aspect

Referentie situatie

Beoordeling doelbereik

Sociale cohesie

redelijk

++

-

Gezondheidsbescherming (totaal score van lucht, geluid en overige aspecten)

slecht

-

-

Omgevingsveiligheid

redelijk

-

-

Bereikbaarheid (per modaliteit)

redelijk

-

-

Toegang tot mobiliteitsdiensten en voorzieningen

redelijk

++

+

Verkeersveiligheid

redelijk

-

+

Beschermde natuurgebieden

redelijk

+

-

Soortenbescherming en biodiversiteit

redelijk

++

--

Landschap

redelijk

+

-

Cultuurhistorie en erfgoed

redelijk

--

-

Archeologie

goed

0

0

Bodem

redelijk

0

-

Waterkwaliteit en duurzame watervoorziening

slecht

+

-

Microklimaat

redelijk

+

-

Wateroverlast en droogte

slecht

+

-

Energie

slecht

-

+

Materiaal

slecht

+

-

88 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Beoordeling omgevingseffecten

Afbeelding 6.2 Effecten op hoofdlijnen door scenario 2

89 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

7 HET VOORGENOMEN BELEID: VERNIEUWDE OMGEVINGSVISIE 7.1

Totstandkoming vernieuwde omgevingsvisie

De ambities uit de omgevingsvisie hebben invloed op de leefomgeving in Ridderkerk. Het doel van een omgevingseffectrapportage is om de effecten van de omgevingsvisie te onderzoeken. Het onderzoekt de huidige situatie, de referentiesituatie (dat is de toekomst zonder de vernieuwde omgevingsvisie), de effecten van de 2 scenario’s en de effecten van de vernieuwde omgevingsvisie. Door deze effecten duidelijk te maken, kunnen de gemaakte keuzes beter onderbouwd worden. In deze paragraaf is aangegeven welke keuzes in de vernieuwde omgevingsvisie zijn gemaakt op basis van de milieu-informatie uit de omgevingseffectrapportage. Tabel 7.1 toont keuzes in de vernieuwde omgevingsvisie die voortkomen uit de omgevingseffecten. Alle aspecten uit de vernieuwde omgevingsvisie die gelijk blijven aan de referentiesituatie zijn niet opgenomen in tabel 7.1.

Tabel 7.1 Keuzes in de vernieuwde omgevingsvisie die voortkomen uit de omgevingseffecten Onderdeel uit het voorgenomen beleid

Keuzes afkomstig uit scenario 1

Keuzes afkomstig uit scenario 2

diverse werkgelegenheid

maakindustrie blijft behouden in Ridderkerk waardoor er werkaanbod voor praktisch geschoolde mensen beschikbaar is

focus op het aantrekken van zakelijke dienstverlening en innovatieve bedrijven, waardoor er werkaanbod voor theoretisch geschoolde mensen beschikbaar is

verbetering en diversifiëring van het vestigingsklimaat en de openbare ruimte

groene kraag, inprikkers en nieuwe ontmoetingsplekken zorgen voor een verbetering van vestigingsklimaat

meer functiemenging op bedrijventerreinen waardoor de openbare ruimte en sociale veiligheid verbeteren

woningaanbod voldoet aan regiobod

collectieve woonvormen en flexwonen waar mogelijk zorgt voor een divers woningaanbod dat inspeelt in de huidige vraag

hoogbouw is maatwerk en hiervoor dient een hoogbouweffectrapport opgesteld worden

voorzieningenaanbod is nabij

overal een buurtcentrum

centrale voorzieningen blijven in Ridderkerk centrum

verbetering van gezonde leefstijl en hittestress door een beweegvriendelijke leefomgeving

groene kraag met inprikkers

schaduwrijke fiets- en wandelroutes bevorderen een gezonde leefstijl

toename waterberging tegen wateroverlast en droogte

vernatting is nader uitgewerkt tot 9 waterbergingsgebieden

niet van toepassing

duurzame energie opwek bij knooppunten

niet van toepassing

duurzame energieopwek bij de knooppunten

90 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Onderdeel uit het voorgenomen beleid

Keuzes afkomstig uit scenario 1

Keuzes afkomstig uit scenario 2

verbetering van toegankelijkheid en bereikbaarheid voor elke modaliteit

de toegankelijkheid van de auto blijft goed. Buurtbussen blijven rijden

een nieuwe OV-verbinding tussen station Barendrecht en Ridderkerk centrum zorgt voor een verbetering van OV. Er loopt een onderzoek naar een waterbushalte bij BolnesZuid Een toegankelijk centrum aanbieden voor elke modaliteit is doorslaggevend voor het niet overnemen van het autovrije centrum

gezondheidsbescherming blijft een aandachtspunt (vooral vanwege rijkswegen en rol van auto)

overkapping is niet haalbaar en is niet overgenomen vanwege de afname van luchtkwaliteit bij de tunnelmonden (specifiek Bolnes)

grotere uitbreiding van het woningaanbod t.o.v. het regiobod leidt tot negatieve gezondheidseffecten bouwen in rivieroevers is maatwerk waarbij er onderzoek dient te worden gedaan naar effecten op mobiliteit en klimaatadaptatie. Deze 2 aandachtspunten komen ook voort uit het OER autovrij centrum is niet overgenomen, maar heeft wel aanzienlijk positieve effecten op de gezondheidsbescherming. Een toegankelijk centrum voor elke modaliteit is doorslaggevend voor het niet overnemen van een autovrij centrum. Hierdoor blijft auto dominant

omgevingsveiligheid is een aandachtspunt door nieuwe risicobronnen vanwege de energietransitie

buurtbatterijen bij buurtcentra zijn niet overgenomen vanwege de toename van het veiligheidsrisico

natuurdoelen nog niet gehaald vanwege landelijke ontwikkelingen

natuurontwikkeling (stiltegebieden, weidevogelgebieden, natuurrijke uiterwaarden) zijn niet overgenomen vanwege de ambitie voor functiemenging (recreatie, mobiliteit en groen)

waterstoffabriek is niet overgenomen vanwege een toename van veiligheidsrisico energiecorridor betreft een mogelijke reservering vanuit het Rijk functioneel groen is overgenomen om gezond gedrag te bevorderen

Gebiedsgerichte uitwerking en uitvoering Het OER heeft mitigerende maatregelen voorgesteld die deels in de gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie is overgenomen. Het wordt uit de vernieuwde omgevingsvisie bijvoorbeeld niet duidelijk waar de eventuele extra ontmoetingsplekken en/of speelvoorzieningen worden voorzien.

7.2

Kenmerken voorgenomen beleid

De hoofdambitie van de omgevingsvisie van de gemeente Ridderkerk is als volgt: Ridderkerk is en blijft een prettige gemeente om in te wonen, te recreëren en te werken. Deze hoofdambitie wordt bereikt door in te zetten op onze eigen identiteit. Ook de ligging tussen het stedelijk netwerk van de regio Rijnmond en de Drechtsteden en het landschappelijk netwerk van de Krimpenerwaard, Alblasserwaard, Biesbosch en Hoeksche Waard helpt hierbij. Na jaren van ontwikkeling en groei, is het nu het moment om vooral ook in te zetten op het behouden en het versterken van de kwaliteit van onze leefomgeving. De gemeente hanteert in de omgevingsvisie naast deze thematische ambities ook 5 leidende principes, dit zijn de overkoepelende ambities onder de hoofdambities. De leidende principes zijn nieuw ten opzichte van de vorige omgevingsvisie en overig bestaand beleid.

91 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

De 5 leidende principes zijn: - ontwikkelingen gaan uit van water- en bodemsturend werken; - ontwikkelingen hebben oog voor een prettige fysieke leefomgeving; - ontwikkelingen dragen bij aan brede welvaart; - ontwikkelingen dragen bij aan de uitvoering van transities, zoals de energietransitie; - ontwikkelingen zijn afgestemd op een inclusieve en toegankelijke mobiliteit. De omgevingsvisie van de gemeente Ridderkerk betreft hoofdzakelijk een actualisatie van de bestaande omgevingsvisie. Dat betekent dat het beleid op veel onderwerpen aansluit op de vorige omgevingsvisie en dat het bestaand (sectoraal) beleid via de actualisatie wordt geïntegreerd in de nieuwe omgevingsvisie. Hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie bevat de ambities per kernwaarde.

92 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

7.2.1

Visiekaart

Afbeelding 7.1 Visiekaart Ridderkerk

93 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

7.2.2

Gebiedsuitwerking

De 3 Ridderkerkse kernwaarden met de specifieke opgaven en doelen vragen om verschillende manieren van sturing. In dit hoofdstuk introduceren wij de gebieden in Ridderkerk. Ook wordt per strategische keuze op hoofdlijnen aangegeven hoe de gemeente haar rol invult (sturingsstijl).

7.2.3

Gebiedsindeling Ridderkerk

In de omgevingsvisie staan thematische ambities en gebiedsgerichte ambities. De gebiedsgerichte ambities zijn een gebiedsgerichte uitwerking van de thematische ambities naar de verschillende gebieden binnen de gemeente Ridderkerk. De gemeente heeft hiervoor een gebiedsindeling opgesteld zoals beschreven in bijlage IV. In hoofdstuk 6 van de omgevingsvisie staan de gebiedsgerichte opgaven, inclusief de strategische keuzes die de gemeente voor deze opgaven maakt en welke sturingsrol de gemeente bij deze keuze aanhoudt.

7.3

Beoordeling van de vernieuwde omgevingsvisie

De effecten van de vernieuwde omgevingsvisie zijn beschouwd op basis van de effectbeoordeling van de scenario’s in hoofdstuk 6. Het doelbereik van de vernieuwde omgevingsvisie is beoordeeld op basis van huidig beleid (zie samenvatting van het huidige beleid in bijlage III). In de volgende paragrafen staat per thema een samenvattende tabel van de beoordeling van de vernieuwde omgevingsvisie die vervolgens is toegelicht.

7.3.1

Kloppend hart

De huidige beleidsdoelen voor de kernwaarde ‘kloppend hart’ zijn opgenomen in de bijlage III zie tabel III.1. Beoordeling ambitie voor het thema economie In tabel 7.2 is de beoordeling van de ambitie voor het thema economie weergegeven.

Tabel 7.2 Beoordeling vernieuwde omgevingsvisie voor de kernwaarde ‘Kloppend hart’ op het thema economie Aspect

Beoordeling referentiesituatie (op basis van bestaande landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsdoelen)

Beoordeling omgevingseffecten vernieuwde omgevingsvisie(ten opzichte van de referentiesituatie)

Werkgelegenheid

redelijk

0

Vestigingsklimaat

redelijk

+

Landbouw

slecht

-

In de volgende paragrafen wordt per aspect de beoordeling toegelicht.

94 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Beoordeling doelbereik vernieuwde omgevingsvisie(ten opzichte van het bestaand beleid)

Werkgelegenheid Beoordeling omgevingseffecten vernieuwde omgevingsvisie Op het aspect werkgelegenheid scoort de vernieuwde omgevingsvisieneutraal ten opzichte van de referentiesituatie. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op verbreding van sectoren (innovatie, ICT, zakelijke dienstverlening en vrijetijdseconomie) waardoor er banen ontstaan voor verschillende doelgroepen. Het is onduidelijk wat de omvang is van toegevoegde banen per sector en of dit aansluit op het opleidingsniveau van inwoners in Ridderkerk, ook al is het wel de ambitie om passende werkgelegenheid te bieden aan inwoners. Beoordeling doelbereik vernieuwde omgevingsvisie De vernieuwde omgevingsvisie heeft een beperkte potentie om bestaande beleidsdoelen te behalen ondanks de toevoeging van werkgelegenheid. Dit komt omdat er geen maatregelen zijn opgenomen in de vernieuwde omgevingsvisie om de werkgelegenheid vanuit het concept ‘brede welvaart’ te ontwikkelen. Onzekerheden in de vernieuwde omgevingsvisie - werkloosheid: het is onduidelijk wat de omvang is van het werkaanbod; - opleidingsniveau van de beroepsbevolking: het is onduidelijk wat de omvang is van toegevoegde banen per sector en of dit aansluit op het opleidingsniveau van inwoners in Ridderkerk; - opleidingsniveau van gecreëerde banen: idem aan onderwijsniveau van de beroepsbevolking.

Mitigerende maatregelen - inclusieve werkgelegenheid: Zorg dat de toegevoegde banen aansluiten bij de behoefte en onderwijsniveau van (toekomstige) inwoners in Ridderkerk. Mogelijk kunnen samenwerkingsverbanden worden ontwikkeld met lokale bedrijven om stageplaatsen, leer-werktrajecten en beroepsopleidingen aan te bieden die afgestemd zijn op nieuw gecreëerde werkplekken; - bieden van loopbaanbegeleiding, sollicitatietrainingen en netwerkmogelijkheden voor studenten en werkzoekenden; - houdt rekening met de ontsluiting van wegen en OV-toegankelijkheid bij de keuze van werklocaties. Vestigingsklimaat Beoordeling omgevingseffecten vernieuwde omgevingsvisie Op het aspect vestigingsklimaat scoort de vernieuwde omgevingsvisie positief. Het vestigingsklimaat verbetert ten opzichte van de referentiesituatie. Zo wordt aandacht besteed aan het verbeteren van gemengde functies (wonen/werken), parkeergelegenheid en bereikbaarheid met het OV en fiets. Ook wordt er ingezet op het aantrekkelijk houden van de openbare ruimte en bedrijventerreinen, bijvoorbeeld door te investeren in veiligheid, groen en duurzaamheid. Het bedrijventerrein op Donkersloot wordt bijvoorbeeld geherstructureerd om de veiligheid, openbare ruimte en bereikbaarheid te verbeteren. Ook wordt Dutch Fresh Port door ontwikkelt. In zowel Donkersloot als de Dutch Fresh Port blijft het type bedrijvigheid hetzelfde.

Dit heeft daardoor geen effect op de milieuruimte. Beoordeling doelbereik voorgenomen beleid De vernieuwde omgevingsvisie heeft een hoge potentie om bestaande beleidsdoelen te behalen. Er worden concrete maatregelen getroffen ter bevordering van het vestigingsklimaat. Zo wordt onder andere ingezet op de verlaging van de parkeerdruk, clusterversterking ten behoeve van regionale en korte waardeketens (circulaire economie), herstructurering van Donkersloot, doorontwikkeling van Dutch Fresh Port, en de verduurzaming van bedrijventerreinen waardoor bedrijven hernieuwbare energie kunnen opwekken en gebruiken en zich aanpassen aan consequenties van klimaatverandering. Onzekerheden in de vernieuwde omgevingsvisie - betaalbaarheid voor ondernemers: het is onduidelijk of de verbetering van het vestigingsklimaat de betaalbaarheid verbetert of verslechtert. Hiervoor dient ook uitspraken gedaan te worden over type en omvang van werkgelegenheid.

95 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Mitigerende maatregelen - bij functiemenging dient de gezondheidsbescherming van inwoners centraal te staan in besluitvorming over het type bedrijven dat wordt gemengd met woningen. houd bijvoorbeeld rekening met de afstand tot bedrijven met grote milieucontouren bij woon-werk functiemenging; - zorg voor een goede multimodale bereikbaarheid. Landbouw Beoordeling omgevingseffecten vernieuwde omgevingsvisie Op het aspect landbouw scoort de vernieuwde omgevingsvisie negatief ten opzichte van de referentiesituatie. In lijn met de nationale trend, is er minder perspectief voor de toekomst van landbouwbedrijven. Het glastuinbouwconcentratiegebied en landbouwgrond blijft behouden. Recreatie is mogelijk op agrarische gronden onder voorwaarden. Echter hebben agrariërs door autonome ontwikkelingen minder bestaansperspectief waardoor er een risico bestaat dat het landbouwareaal afneemt in de referentiesituatie. Beoordeling doelbereik voorgenomen beleid De vernieuwde omgevingsvisie heeft geen potentie om bestaande beleidsdoelen te behalen. Er is namelijk geen potentie om het landbouwareaal te behouden en de kwaliteit van landbouw te borgen. De gemeente heeft wel de ambitie om zoveel mogelijk agrarische gronden te behouden. Zo wordt het provinciaal vastgestelde glastuinbouwconcentratiegebied behouden.

De visie buitengebied lijkt zich te beperken tot rood voor rood, een bijdrage leveren aan ruimtelijke kwaliteit, toevoeging van ruimte voor water en recreatie en het versterken van natuur. Transformatie naar een (gedeeltelijk) andere functie is maatwerk. De vernieuwde omgevingsvisie gaat niet in op de mogelijkheden voor nevenactiviteiten. De vernieuwde omgevingsvisie ambieert een verbeterende balans tussen groen, recreatie en landbouw. Echter, concrete gemeentelijke maatregelen om agrariërs toekomstperspectief te bieden ontbreken. Bovendien zorgen de autonome ontwikkelingen ervoor dat er niet voldoende toekomst perspectief is voor agrariërs waardoor er risico bestaat dat het landbouwareaal verder afneemt. Onzekerheden in de vernieuwde omgevingsvisie - kwaliteit landbouw: de vernieuwde omgevingsvisie doet geen uitspraken over de kwaliteit van landbouw, zoals spreiding type landbouw bedrijf, biologisch, regeneratief, voor de lokale markt.

Mitigerende maatregelen - behoud van enkele kerngebieden voor (lokale, regeneratieve) landbouw in de gemeente Ridderkerk; - waar mogelijk ruimte bieden voor nevenactiviteiten; - stimulatie van landbouw bedrijven die gewassen (bijvoorbeeld voedsel/bio-based bouwmaterialen zoals lisdodden, vlas, bamboe, en hennep/textiel) cultiveren voor de lokale markt ter bevordering van de circulaire economie (korte ketens); - ondersteuning van agrariërs om de transitie te maken naar (ecologisch en financieel) duurzame vormen van landbouw, zoals regeneratieve gemeenschapsboerderijen; - inspanningen om bodemkwaliteit te verbeteren ten behoeve van duurzame lokale voedselproductie.

7.3.2

Sterke wijken - goed verbonden

De doelen van de kernwaarde ‘sterke wijken - goed verbonden’ staan in bijlage III (tabel III.2). Beoordeling ambitie voor het thema wonen en fysieke leefomgeving In tabel 7.3 is de beoordeling van de ambitie voor het thema wonen en de fysieke leefomgeving weergegeven.

96 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Tabel 7.3 Beoordeling vernieuwde omgevingsvisie voor de kernwaarde ‘Sterke wijken - goed verbonden’ op het thema wonen en fysieke leefomgeving Aspect

Beoordeling referentiesituatie (op basis van bestaande landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsdoelen)

Beoordeling omgevingseffecten vernieuwde omgevingsvisie (ten opzichte van de referentiesituatie)

Woningaanbod

slecht

+

Voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed)

redelijk

0

Openbare ruimte (recreatie en groen)

goed

+

Beoordeling doelbereik vernieuwde omgevingsvisie (ten opzichte van het bestaand beleid)

In de volgende paragrafen wordt per aspect de beoordeling toegelicht. Woningaanbod Beoordeling omgevingseffecten vernieuwde omgevingsvisie Op het aspect woningaanbod scoort de vernieuwde omgevingsvisie neutraal ten opzichte van de referentiesituatie. Het regiobod bevat een netto toevoeging van 1.910 woningen in Ridderkerk. Van de 1.910 woningen zijn er harde plannen1 die 357 woningen mogelijk maken (referentiesituatie). Hiermee wordt de woningvoorraad voldoende uitgebreid (toevoeging van netto 1.553 woningen ten opzichte van de referentiesituatie) om bij te dragen aan de regionale woningtekort. In de vernieuwde omgevingsvisie staat dat er wordt ingezet op verdichting, verhoging, transformatie, en uitbreiding, mits dat past bij het dorpse karakter en het goed kan worden ingepast. Hoger bouwen (vanaf middenbouw) is altijd maatwerk, hiervoor geldt een onderzoeksplicht voor de initiatiefnemer om de effecten van bouwhoogte te onderzoeken. De gemeente zet waar mogelijk in op functiemenging in Centrum-Oost. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitendijkse gebied is de kwetsbaarheid van het gebied voor overstromingen een belangrijk aandachtspunt. Ontwikkelaars moeten onderzoek doen naar de (on)mogelijkheden van buitendijks bouwen aan de rivieroevers van de Nieuwe Maas. Er blijft overstromingsrisico bestaan voor bestaande woningen in het buitendijkse gebied.

Verder wordt er ingezet op de differentiatie in woningtypes en prijsklassen (maximaal 30 % sociale woningbouw bij nieuwbouw volgens de landelijke norm) in het woningaanbod en binnen de verschillende wijken en kernen van Ridderkerk, zodat de diverse doelgroepen een geschikte woning kunnen vinden. Daarbij is in het bijzonder aandacht voor starters, ouderen, zorgbehoevenden en internationale medewerkers. Ook onderzoekt de gemeente de mogelijkheden van nieuwe type woonvormen zoals flexwonen. Er is nog geen onderzoek naar doelgroepspecifieke of collectieve woonvormen. Beschikbare woningen worden zoveel mogelijk aan Ridderkerkse woningzoekenden toegewezen. Beoordeling doelbereik vernieuwde omgevingsvisie De vernieuwde omgevingsvisie heeft een hoge potentie om bestaande beleidsdoelen te behalen. Zoals is toegelicht in de paragraaf hierboven zet de vernieuwde omgevingsvisie zich in voor een woningaanbod door middel van uitbreiding en differentiatie die toekomstbestendig is en voldoet aan de behoefte van verschillende doelgroepen en worden zoveel mogelijk toegewezen aan Ridderkerkse woningzoekenden.

1

De woningen die onderdeel zijn van de harde plannen (peildatum augustus 2024) worden zeker gerealiseerd. De harde plannen hebben de ruimtelijke procedures doorlopen (bestemmingsplan en/of uitgebreide omgevingsvergunning) en zijn vastgesteld.

97 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Onzekerheden in de vernieuwde omgevingsvisie - betaalbaarheid is onzeker vanwege de balans tussen vraag en aanbod in de toekomst en de woningmarktontwikkelingen en inflatie; - bereidheid particulieren om eigen oppervlakten klimaatadaptief in te richten; - bereidheid projectontwikkelaars om nieuwbouw klimaatadaptief en natuurinclusief uit te voeren; - resultaat onderzoek per ontwikkeling naar de (on)mogelijkheden van buitendijks bouwen aan de rivieroevers van de Nieuwe Maas; - overstromingsrisico blijft bestaan voor bestaande woningen in het buitendijkse gebied; - resultaat onderzoek naar mogelijkheden van nieuwe type woonvormen zoals flexwonen. Mitigerende maatregelen - onderzoek naar collectieve woonvormen en doelgroep specifieke woningen kan interessant zijn om vereenzaming tegen te gaan en te voorzien in specifieke woonbehoeften van inwoners in Ridderkerk; - bereid bewoners van bestaande en nieuwbouw woningen in het buitendijkse gebied voor op noodsituaties bij overstromingen; - compensatiemaatregelen voor schade aan woningen door bijvoorbeeld bodemdaling of andere consequenties van klimaatverandering zoals schade door hevige regenval of storm; - er gelden minder eisen voor flexwoningen zolang ze tot 15 jaar op een locatie geplaatst worden. Hierdoor kan op bouwkosten worden bespaard.

Een gezonde leefomgeving is belangrijk, ook bij tijdelijke (flex)woningen die er maar 'kort' staan. Er komen vaak mensen uit kwetsbare groepen te wonen. Een maatregel hiervoor is bijvoorbeeld het bouwen van gemeenschappelijke ruimtes of tuinen. Voorzieningenaanbod Beoordeling omgevingseffecten vernieuwde omgevingsvisie Op het aspect voorzieningenaanbod scoort de vernieuwde omgevingsvisie neutraal ten opzichte van de referentiesituatie. Voorzieningenniveau en maatschappelijke voorzieningen Het uitgangspunt in de vernieuwde omgevingsvisie is dat de bestaande wijkcentra en buurtsteunpunten worden behouden. Afhankelijk van de demografische samenstelling van de wijk en de kwetsbaarheid van inwoners kunnen aanvullende voorzieningen nodig zijn. De gemeente geeft er in haar vernieuwde omgevingsvisie de voorkeur aan om toekomstige (maatschappelijke) voorzieningen te clusteren nabij de wijkcentra en buurtsteunpunten. Dit draagt bij aan de bereikbaarheid. Het beleid lijkt weinig aandacht te geven aan de omvang van het voorzieningenniveau ten opzichte van de uitbreiding van de woningvoorraad, en tegelijkertijd de mogelijke invloed van de vergrijzing en digitalisering en de impact hiervan op het draagvlak voor en de bemensing van de voorzieningen. Dit kan leiden tot een verschil in het aanbod in de vraag, of tot leegstand van de voorzieningen.

De vernieuwde omgevingsvisie gaat er vanuit dat buurtoverstijgende voorzieningen zich centraal in het centrum van Ridderkerk (blijven) bevinden. Er worden geen ingrepen voorgesteld om het aantal of het type buurtoverstijgende voorzieningen te vergroten. Gezien de ligging van Ridderkerk in de regio is daar ook weinig aanleiding toe. Wat betreft maatschappelijke voorzieningen gaat de vernieuwde omgevingsvisie uit van een inzet op voldoende en kwalitatief goede accommodaties, een evenwichtige spreiding, goede bezetting en verantwoorde besteding van de middelen. Daarbij is er aandacht voor gebedshuizen. De vernieuwde omgevingsvisie maakt niet duidelijk waar deze spreiding wordt voorzien. Wel zou hier in de gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie in bijvoorbeeld programma’s nog aandacht aan besteedt kunnen worden. Onderwijsaanbod De vernieuwde omgevingsvisie gaat uit van het behoud van een volwaardig onderwijssysteem, van de kinderopvang tot en met het voortgezet onderwijs. Ook wordt ingezet op het voorkomen van leerachterstanden door investeringen in voor- en vroegschoolse educatie en de vorming van Integrale Kindcentra. Daarnaast heeft de gemeente blijvend aandacht voor de capaciteit en de kwaliteit van de onderwijsgebouwen. De uitwerking komt niet terug in de vernieuwde omgevingsvisie en zou moeten landen in bijvoorbeeld een programma zoals bedoeld onder de Omgevingswet.

98 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Beoordeling doelbereik vernieuwde omgevingsvisie De vernieuwde omgevingsvisie heeft een beperkte potentie om doelen te behalen. Er is aandacht voor de spreiding van het voorzieningenniveau over de gemeente. Wel is het zo dat er nog verdere uitwerking behoeft op de thema’s maatschappelijke voorzieningen en het onderwijsaanbod om met zekerheid de doelen te halen. De benoeming waar deze uitwerking plaats gaat vinden in de beleidscyclus kan hieraan bijdragen. Onzekerheden in de vernieuwde omgevingsvisie - tevredenheid met voorzieningen: er zijn geen concrete maatregelen over monitoring tevredenheid van voorzieningen; - invloed van de vergrijzing en digitalisering en de impact hiervan op het draagvlak voor en de bemensing van de voorzieningen; - de omvang van het voorzieningenniveau ten opzichte van de uitbreiding van de woningvoorraad. Mitigerende maatregelen - aandacht besteden aan de omvang van voorzieningenniveau en verdere uitwerking van de evenwichtige spreiding van maatschappelijke voorzieningen en onderwijsinstellingen in de gebiedsgerichte uitwerking en/of de verdere doorwerking in de beleidscyclus. Openbare ruimte Beoordeling omgevingseffecten vernieuwde omgevingsvisie Op het aspect openbare ruimte scoort de vernieuwde omgevingsvisie positief ten opzichte van de referentiesituatie, mede omdat dit concreter is uitgewerkt.

De vernieuwde omgevingsvisie zet in op een beweegvriendelijke openbare ruimte die iedereen uitnodigt tot beweging, spelen en ontmoeting. De belangrijkste ingreep die hiermee samenhangt is de inzet op de uitbreiding van de groene kraag. Daartoe wordt ingezet op een betere samenhang tussen de grotere groengebieden, concreet om het versterken van de verbinding tussen de Gorzen/ de Crezéepolder, het Oosterpark, Reijerpark, gebieden ten oosten van de A38, de Donckse Velden en Bolnes-Zuid. Op de visiekaart is de versterking visueel aangeduid. Het versterken van de samenhang tussen de groengebieden zorgt voor een beweegvriendelijke omgeving. Naast de uitbreiding wordt de groene kraag ook aangesloten op de hoofdgroenstructuur. Zo ontstaan ‘inprikkers’ vanuit de groene kraag richting de kern van Ridderkerk. De vernieuwde omgevingsvisie zet erop in om de fiets- en wandelmogelijkheden rondom de hoofdgroenstructuur uit te breiden waar dat mogelijk is. Ook worden deze routes waar mogelijk van schaduw voorzien. Er worden ook vergelijkbare ingrepen voorgesteld op de bedrijventerreinen. De ingrepen staan ook benoemd in de gebiedsgerichte uitwerking, inclusief de sturingsstijl. De ingrepen behoeven verdere uitwerking in de beleidscyclus om deze tot realisatie te laten komen.

Daarbij moet aandacht zijn voor de samenwerking met partners (het grondeigendom is gefragmenteerd) en de financiële middelen die daarvoor benodigd zijn, zowel voor de aanleg als voor het langdurig onderhoud. De vernieuwde omgevingsvisie zet waar nodig en mogelijk in op de realisatie van ontmoetingsplekken. Wat betreft speelvoorzieningen laat de vernieuwde omgevingsvisie dit aansluiten bij de opbouw van de wijk, met aandacht voor veiligheid, inpasbaarheid, en een evenwichtige spreiding over de gemeente. Bij ingrepen in de openbare ruimte heeft de gemeente aandacht voor de toegankelijkheid voor iedereen. Het kan gaan om de aanleg van toegankelijke wandel- en fietspaden die veilig gebruikt kunnen worden met (hulp)middelen. Het kan ook gaan om het plaatsen van bankjes om te rusten of publieke toiletten. De gemeente is aan zet voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte. De gemeente sluit aan bij de nationale doelstelling om in 2050 geheel klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. De gemeente wil zich daarom richten op een openbare ruimte die bestendig is tegen de gevolgen van wateroverlast, droogte en hitte. Bij ontwikkelingen wordt er daarom altijd gekeken naar de (extra) mogelijkheden voor de realisatie van ruimte voor water. Daarnaast is er aandacht voor de vergroening van de leefomgeving.

Ook stimuleert de gemeente in de vernieuwde omgevingsvisie de investeringen in de openbare ruimte die de biodiversiteit vergroten. De uitwerking van deze ingrepen dragen naast een klimaatadaptieve openbare ruimte ook bij aan de aantrekkelijkheid daarvan.

99 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

Een aandachtspunt bij de uitwerking van de vernieuwde omgevingsvisie in de openbare ruimte is dat er overlappende ruimteclaims op de schaarse ruimte in de gemeente afkomen. Bijvoorbeeld benodigde ruimte voor woningbouw, infrastructuur, ruimte voor water en de energietransitie. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de ruimte die uiteindelijk overblijft ter publieke besteding. Wat betreft recreatie zet de gemeente zich in om de oevers langs de Waal, de Noord en de Nieuwe Maas beleefbaar te maken en waar mogelijk in te richten voor een toegankelijk, recreatief gebruik van wandelaars en fietsers. Bijvoorbeeld door het beschermen van doorzichten langs het water. Het beleefbaar maken van de rivieroevers staat ook benoemd als strategische keuze onder de gebiedsgerichte uitwerking. Hoe de uitwerking verder tot uiting gaat komen, is nog onbekend. Beoordeling doelbereik vernieuwde omgevingsvisie De vernieuwde omgevingsvisie heeft een hoge potentie om beleidsdoelen van de gemeente te behalen. Er is aandacht voor de creatie van een kwalitatieve en beweegvriendelijke openbare ruimte, met oog voor de toegankelijkheid en inclusiviteit. Ook worden er ingrepen voorgesteld om de openbare ruimte waterrobuust en klimaatbestendig te maken. Daarnaast wordt er ingegaan op het beter beleefbaar maken van de rivieroevers.

Onzekerheden in het vernieuwde omgevingsvisie - uitwerking beleefbaarheid van de rivieroevers; - uitwerking overlappende ruimteclaims op schaarse ruimte in de gemeente; - uitwerking fiets- en wandelpaden inclusief schaduwplekken rondom hoofdgroenstructuur en op bedrijventerreinen. Mitigerende maatregelen - in beleidsregels waarborgen van de nadere uitwerking van de versterking van de groene kraag; - in beleidsregels het beter beleefbaar maken van de rivieroevers verder uitwerken borging door bijvoorbeeld na te denken over de vragen: gaat het over toegang tot het water en waterrecreatie of alleen wandelpaden door gebieden? Wordt het intensief of extensief? In welke mate wordt de natuur verstoord door de recreatiedruk? Wordt rekening gehouden met structuren/voorzieningen in de uiterwaarden voor waterveiligheid/rivierkunde? - het wordt uit de vernieuwde omgevingsvisie niet duidelijk waar de eventuele extra ontmoetingsplekken en/of speelvoorzieningen worden voorzien. Dat zou ook afwijken van het detailniveau van de omgevingsvisie. Wel is het belangrijk om hier aandacht voor te houden in de verdere uitwerking van de beleidscyclus.

Denk bij het bepalen van locaties bijvoorbeeld aan principes als: nabij buurtcentra, nabij scholen/opvang (kinderen); - blijf er oog voor hebben dat alle inwoners toegang hebben tot hoogwaardige groene ruimtes, zoals voor minder-validen of mensen met dementie. Beoordeling ambitie voor het thema gezondheid en sociaal domein In tabel 7.4 is de beoordeling van de ambitie voor het thema gezondheid en sociaal domein weergegeven.

100 | 140

Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1184/documents/41351