CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Participatiestrategie - actualisatie Omgevingsvisie.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 9 oktober 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 3: Inleiding door wethouder C. van der Duijn Schouten over actualiseren omgevingsvisie3.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatiestrategie Actualisatie Omgevingsvisie Versie 2 juli 2024 1. Achtergrond en doel van dit stuk In de startnotitie Actualisatie Omgevingsvisie Ridderkerk is voorliggende beknopte communicatie- en participatiestrategie toegezegd. Deze legt de kaders vast voor de participatieniveaus van diverse doelgroepen en de rol van de politiek in het participatieproces. Daarnaast schetst deze strategie een globale aanpak, die na besluitvorming in detail wordt uitgewerkt in een concreet communicatie- en participatieplan. Dat plan gaat ter besluitvorming naar het college en ter info naar de gemeenteraad. 2. Participatieniveaus Een van de belangrijkste aspecten bij participatie is dat vooraf voor alle betrokkenen duidelijk is wat ieders invloed is in elke fase. Voor de Actualisatie Omgevingsvisie onderscheiden we de volgende participatieniveaus. Dat is een gebruikelijke indeling die ook in de Nota Betrokken Samenleving wordt gehanteerd:

3. Verwachtingsmanagement Welk participatieniveau ook wordt gekozen, het is van groot belang dit vooraf aan de verschillende doelgroepen duidelijk te maken. Dat schept de juiste verwachtingen en voorkomt teleurstellingen. Duidelijk moet zijn dat de gemeente eindverantwoordelijk is en dat de gemeenteraad uiteindelijk het besluit zal nemen over de Actualisatie Omgevingsvisie. In zijn algemeenheid geldt: participatie betekent niet dat iedereen zijn zin krijgt, wel dat men gehoord wordt en dat alle belangen die naar voren worden gebracht zorgvuldig worden gewogen. Participatie heeft niet als eerste doel om absoluut draagvlak te realiseren, of

1

bezwaar en beroep te voorkomen. Goede participatie benut de kennis uit de samenleving en maakt (tegenstrijdige) maatschappelijke en particuliere belangen inzichtelijk. Dit inzicht maakt het mogelijk om tot een weloverwogen en gemotiveerd besluit te komen. We gaan niet participeren over al vastgesteld beleid. Wel willen we participeren over de hoogbouwvisie, de visie agrarische gronden en de te maken keuzes (tegenstrijdigheden) tussen al dat vastgestelde beleid. Het niveau van participatie werken we verder uit in het participatieplan. 4. Participatieniveaus voor Actualisatie Omgevingsvisie Ridderkerk Voor de Actualisatie Omgevingsvisie zoeken we qua participatieniveaus naar een balans tussen ambitie en realisme. Invloed van inwoners en ondernemers op de actualisatie vinden we als gemeente belangrijk, maar tegelijkertijd moeten we alleen dat vragen waar we ook daadwerkelijk iets mee kunnen doen. Doorgaans geldt dat hoe hoger het participatieniveau is, hoe meer tijd en aandacht er nodig is. Veel beleid dat wordt opgenomen in de actualisatie van de Omgevingsvisie is al vastgesteld. Op dat beleid zelf is geen participatie meer mogelijk. Maar we vragen wel inbreng van de stakeholders als op bepaalde locaties (als gevolg van het ‘over elkaar heen leggen van beleid’) knelpunten ontstaan.

We vragen inbreng van de stakeholders wat zij vinden welk beleid op die locatie het belangrijkst is. De stakeholders worden wel bevraagd over de varianten en afwegingskader hoogbouwcontour en op de visie agrarische gronden. We hebben deze balans gevonden in een aanpak op maat bij de indeling van participatieniveaus. Dus in elke fase voor elke doelgroep een passend participatieniveau. Deze benadering vraagt dat we in deze notitie eerst stilstaan bij de diverse doelgroepen voor de Actualisatie Omgevingsvisie. Vervolgens zullen we deze doelgroepen de verschillende participatieniveaus per projectfase toekennen. Voor de verdere uitwerking nemen we resultaten mee uit de enquête over de Nota Betrokken Samenleving over hoe inwoners betrokken willen worden en over welke onderwerpen. Voor die groep richten we ons op de door hen aangegeven voorkeursmanieren van participatie. 5. Doelgroepen Er is een stakeholdersanalyse uitgevoerd (zie bijlage 1). Deze resultaten leiden tot verschillende clusters van groepen, waar we de participatie ook op aanpassen. We onderscheiden op hoofdlijnen de volgende clusters van doelgroepen. In het communicatie- en participatieplan worden deze verder gespecificeerd (op naam, per wijk et cetera). • Inwoners o Individuele inwoners zullen we veelal per buurt of wijk aanspreken met thema’s die daadwerkelijk van toepassing zijn in de eigen leefomgeving.

Zo blijft de Actualisatie Omgevingsvisie ‘dicht bij huis’. Hierbij hebben we ook aandacht voor een vertegenwoordiging van jongeren. Ook bekijken we op welke manieren we inwoners betrekken, die minder taalvaardig zijn. o Georganiseerde inwoners: buurt- en wijkbelangenverenigingen, proeftuinen wijkoverleggen, Buurtpreventies

2

• Ondernemers o Individuele ondernemers zullen we veelal per buurt aanspreken o Georganiseerde ondernemers o Agrariërs • Belangenorganisaties o Natuurvereniging. o Beleidsplatform NMD o Stichting BOOR o Welzijn, sport en cultuur, van sportclubs tot historische verenigingen en kerken • Omgevingspartners, zoals o NRIJ, Staatsbosbeheer o GGD o Buurgemeenten: aangrenzende gemeenten. o MRDH o Nutsbedrijven o Waterschap Hollandse Delta o Woningcorporaties Wooncompas, woningbouwvereniging Slikkerveer en Bolnes o Provincie Zuid-Holland. o Veiligheidsregio o Rijkswaterstaat 6. Verschillende intensiteit in deelname Zoals in de startnotitie Actualisatie Omgevingsvisie gesteld, spelen vraagstukken met een hoog abstractieniveau niet alle inwoners (en ondernemers) direct aan. We maken daarom onderscheid in organisaties die intensief mee willen doen op een hoger abstractieniveau, individuen die de Omgevingsvisie bovengemiddeld volgen maar per fase niet al te intensief willen/kunnen meedoen, en individuen die alleen af en toe op laagdrempelige wijze een reactie willen geven. Geïnteresseerde meedenkers De individuele inwoners benaderen we voor openbare bijeenkomsten, waarbij het uitgangspunt is dat elke inwoner per fase niet meerdere themabijeenkomsten hoeft langs te lopen, maar slechts één bijeenkomst hoeft te bezoeken voor een zo integraal mogelijk verhaal op hoofdlijnen.

Tijdens zo’n bijeenkomst zijn dan nog wel subsessies denkbaar, maar het tijdsbeslag blijft beperkt. Incidentele meedenkers Naast fysieke bijeenkomsten zijn er losse, beknopte acties om mensen die minder tijd of aandacht hebben, ook te betrekken. Denk aan een (online) peiling, straatenquête, buurttent et cetera. Hiermee hopen we ook mensen te bereiken die normaliter niet vooraan staan bij de meer klassieke inspraak/participatiegelegenheden, zoals jongeren en jongvolwassenen. Ook mensen die minder mobiel zijn of zeer druk bezet (jonge gezinnen met drukke banen) kunnen we zo eenvoudiger bereiken.

3

Intensieve meedenkers Daarnaast zijn er doelgroepen die we intensief willen betrekken. Met deze partijen gaan we al dan niet in groepsverband gesprekken aan. 7. Per fase We hebben de planning uit de startnotitie nader uitgewerkt, onder meer door hier de doelgroepen per fase aan toe te voegen. De verschillende doelgroepen kunnen hierbij verschillende participatieniveaus hebben. Een van de strategische keuzes die we voorstellen, is om veelal te kiezen voor het diabolomodel: we starten breed met werven en vervolgens ophalen (raadplegen), dan vernauwen we in kleiner gezelschap tot adviseren, vervolgens verbreden we weer door breed te informeren over de uitkomsten. Dit herhaalt zich in alle fasen na de Initiatieffase. Als uitzondering starten we in de fase van de ontwerp Omgevingsvisie weliswaar breed (gericht op alle inwoners), maar is het niveau niet Raadplegen maar Adviseren. De reden is dat in deze fase de belangrijkste keuzes ter sprake komen. Die worden in de volgende fase (Definitieve Omgevingsvisie) nog wel nader getoetst en uitgewerkt, maar we verwachten dat de hoofdlijnen duidelijk zijn aan het slot van de fase van ontwerp Omgevingsvisie. Voor de verdere uitwerking gebruiken we de instrumenten uit de Nota Betrokken Samenleving over hoe inwoners betrokken willen worden en over welke onderwerpen.

Voor die groep richten we ons op de door hen aangegeven voorkeursmanieren van participatie.

4

Fase Wat vragen we van inwoners Fase 1: Geen inbreng nodig Inventarisatie en Participatiestrategie

Doelgroepen

Ruimte voor participatie Geen participatie

College

Beslist over concept participatiestrategie en concept analyse en definitie hoogbouw.

Gemeenteraad

Ontvangt een RIB over het collegebesluit ter bespreking/ consultatie in een commissievergadering. Wordt via een commissievergadering geconsulteerd over concept participatiestrategie en concept analyse en definitie hoogbouw

College

Beslist over concept analyse en concept definitie hoogbouw na commissie-consultatie. Dit is namelijk uitgangspunt bij de volgende fase (varianten hoogbouwcontour en afwegingskader)

College

Beslist over de definitieve participatiestrategie en uitwerking daarvan in een communicatie- en participatieplan

Gemeenteraad

Ontvangt een RIB over het collegebesluit over de participatiestrategie en het communicatie- en participatieplan

5

Fase

Wat vragen we van inwoners

Doelgroepen

Fase 2: uitkomst inventarisatie, varianten hoogbouwcontour, visie agrarische gronden en Nota Reikwijdte en Detailniveau

Inbreng over gerichte onderwerpen:

geïnteresseerde Raadplegen en incidentele meedenkers (inwoners en ondernemers)

* Varianten hoogbouwcontour en afwegingskader voor hoogbouw

Ruimte voor participatie Ontvangt een RIB over de analyse en definitie hoogbouw.

* Visie agrarische gronden. * Notitie Reikwijdte en detailniveau (planMER) * Uitkomsten inventarisatie bestaand en nieuw beleid: zij geven aan welke thema’s zij belangrijk vinden voor de toekomst van Ridderkerk. Dit in relatie tot al het beleid.

Inbreng over gerichte onderwerpen:

Intensieve meedenkers

Adviseren

* Varianten hoogbouwcontour en afwegingskader voor hoogbouw * Visie agrarische gronden * Notitie Reikwijdte en detailniveau (planMER) * Uitkomsten inventarisatie bestaand en nieuw beleid: zij geven aan welke thema’s zij belangrijk vinden voor de toekomst van Ridderkerk. Dit in relatie tot alle thema’s.

6

Fase

Wat vragen we van inwoners

Doelgroepen College

Ruimte voor participatie Beslist over de concept varianten en concept afwegingskader hoogbouwcontour, concept visie agrarische gronden, concept Nota Reikwijdte en Detailniveau en concept uitkomsten inventarisatie bestaand en nieuw beleid.

Gemeenteraad

Ontvangt een RIB over het collegebesluit ter bespreking/ consultatie in een commissievergadering. Het college stuurt daarbij ook een participatieverslag toe.

Formele inspraakronde

Fase 3: OntwerpOmgevingsvisie en planMER

Alle betrokkenen

Raadplegen

College

Beslist over de ontwerp-Omgevingsvisie waarin onder andere de concept definitie en analyse hoogbouw, varianten hoogbouwcontour en afwegingskader, visie agrarische gronden zijn verwerkt en legt deze voor 4 weken ter inzage. Iedereen kan een zienswijze indienen. Beslist na de zienswijze periode over het via een RIB toesturen van alle ingekomen zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie.

7

Fase

Wat vragen we van inwoners

Doelgroepen Gemeenteraad (commissie)

Ruimte voor participatie Ontvangt een RIB over het collegebesluit ter bespreking/ consultatie in een commissievergadering. Ontvangt na de zienswijze-periode een RIB met de binnengekomen zienswijzen en beantwoording op de ontwerp omgevingsvisie.

Zo nodig (bijvoorbeeld als er veel is aangepast) meningen ophalen over de definitieve Omgevingsvisie voordat deze door de raad wordt vastgesteld.

Fase 4: Definitieve omgevingsvisie

Individuele inwoners en ondernemers

Zo nodig (bijvoorbeeld als er veel is aangepast) meningen ophalen over de def. Omgevingsvisie voordat deze door de raad wordt vastgesteld

Betrokkenen informeren dat de Omgevingsvisie aan de raad ter besluitvorming wordt aangeboden.

Inwoners informeren dat de raad een besluit heeft genomen over de Omgevingsvisie.

Raadplegen

Raadplegen

College

College behandelt de Definitieve Omgevingsvisie

College (projectgroep) Gemeenteraad

Informeren

Projectgroep

Informeren

Beslist over vaststelling van de omgevingsvisie

8

8. Rol van de gemeenteraad, het college en andere partijen In bovenstaand stappenplan is te zien wat de rol van de raad is in elke fase. Voor de aanwezigheid en opstelling van raadsleden bij de diverse participatiemomenten met de bevolking geldt het volgende: • Raadsleden zijn welkom bij openbare sessies, vooral om mee te luisteren naar de inbreng van betrokkenen. Participatie impliceert dat het woord aan de inwoner is. Meepraten doen raadsleden in de commissie en de raad en daar is in het proces alle gelegenheid voor. Voor wethouders en de burgemeester gelden andere uitgangspunten: • Collegeleden zijn welkom bij openbare sessies, zoals bewonersbijeenkomsten (inloop of plenair) en kunnen bij aanvang of slot een bescheiden rol hebben (denk aan welkomst- of dankwoord), maar beperken zich gedurende de rest van de bijeenkomst tot een bescheiden rol: wanneer nodig iets toelichten, maar liever vooral toehoren. Ook voor wethouders geldt dat er voor hen nog alle ruimte is voor politiek bedrijven, maar dan in het college en bij de raad. Bij openbare sessies zijn medewerkers van de gemeente zonder meer welkom, ook wanneer ze uitsluitend toehoorder zijn. In het algemeen geldt uiteraard dat ook medewerkers van de gemeente zich bescheiden opstellen en het woord vooral aan inwoners laten. 9.

Uitwerking in Communicatie- en Participatieplan Het Communicatie- en Participatieplan zal zoals gezegd de doelgroepen nader specificeren/inventariseren. Dit wordt opgesteld in samenspraak met het te selecteren bureau dat de actualisatie van de Omgevingsvisie gaat begeleiden en uitvoeren. Daarnaast wordt onder meer uitgewerkt: • afstemming met eventuele andere participatietrajecten die reeds lopen, om participatiemoeheid en dubbelingen te voorkomen; • werving en informeren vooraf (extra aandacht voor jongeren en jongvolwassenen) en tussentijds (geïnformeerd wachten); • communicatiemiddelen en werkvormen voor participatie (zowel fysiek als online). Voor de uitwerking houden we ons aan de volgende spelregels: 1. Voorafgaand aan het participatietraject beschrijft de gemeente het participatietraject met minimaal de volgende informatie:  Het doel van de participatie;  De impact van het onderwerp van het participatietraject op de omgeving;  Een duidelijke omschrijving waar het participatietraject over gaat;  Een analyse van alle betrokkenen bij het participatietraject;  De ruimte voor participatie, inclusief een toelichting daarop (participatieladder);  Transparantie over het proces tot besluitvorming.

9

2. Het uitgangspunt is dat de mate van participatie in verhouding staat tot de impact van het onderwerp van het participatietraject op de omgeving. De impact is afhankelijk van:  de invloed op de omgeving;  de maatschappelijke aandacht;  de meerwaarde voor de samenleving en/of de ruimtelijke kwaliteit;  de mate van hinder voor de omgeving. 3. Voorafgaand aan het participatietraject ontvangen betrokkenen informatie over het participatietraject en de wederzijdse verwachtingen (wie beslist, waarover en wanneer) worden besproken. 4. De besluitvorming gebeurt transparant. Het besluitvormende orgaan is transparant over de opbrengst van het participatieproces (participatiebeschrijving), wat met de opbrengst is gedaan (aanbevelingen wel of niet overgenomen) en onderbouwt het besluit. 5. Over het genomen besluit wordt extern gecommuniceerd. 6. Het bevoegd gezag neemt, voorafgaand aan een participatietraject over een omgevingsvisie of omgevingsprogramma, een besluit over de in spelregel 1 genoemde beschrijving van het participatietraject (participatiestrategie). 7. Het college van B&W werkt de participatiestrategie voor een omgevingsvisie of omgevingsprogramma uit in een participatieplan en overweegt daarin wat de passende wijze is om betrokkenen te informeren over de in spelregel 3 genoemde informatie. 8.

De in spelregel 4 genoemde beschrijving van het afgeronde participatietraject maakt onderdeel uit van de besluitvorming over de vaststelling van een omgevingsvisie, omgevingsprogramma of omgevingsplan.

10

Bijlage 1: Lijst met stakeholders Lijst met stakeholders Hieronder staat een lijst met stakeholders die in meerdere of mindere mate betrokken kunnen zijn bij de actualisatie van de Omgevingsvisie. In het nog op te stellen participatieplan wordt per fase verder uitgewerkt hoe en wanneer deze partijen worden benaderd en wat de mate van participatie is. Tevens geven we aan waarover geparticipeerd kan worden. Mochten er in de loop van de tijd extra stakeholders komen die een plek moeten krijgen in het plan, dan wordt dat uiteraard aangepast. De lijst is nu als volgt (op alfabetische volgorde):  Agrariërs  Beleidsplatform NMD 2  BIZ’en  Burgeradviesraad Sociaal Domein  Buurgemeenten  College  Gemeenteraad  GGD  Inwoners  Jongeren  Kerken  MRDH  NRIJ en Staatsbosbeheer  Oasen  Ouderenbonden zoals Anbo, KBO en PCOB  Oudheidskamer  Proeftuinen wijkoverleggen  Provincie Zuid-Holland  Rijkswaterstaat.  Rondo  Sportverenigingen  Stichting BOOR  Waterschap Hollandse Delta  Woningbouwverenigingen Slikkerveer en Bolnes  Wooncompas

11

Beantwoording adviezen en reacties concept Participatiestrategie Actualisatie Omgevingsvisie Op 23 april 2024 is de concept participatiestrategie (versie 10 april 2024) besproken tijdens een commissieconsultatie in de commissie Samen wonen. Hieronder de samenvatting van de ingediende reacties en het antwoord namens het college hierop. Indiener

Reacties

Antwoord

Commissie Sw 23 april 2024

Blz 1, 3e regel onder kopje 2 ‘Participatieniveau’s’ Er staat dat er vijf participatieniveau’s worden onderscheiden. Het zijn er zes.

Het zijn inderdaad zes niveau’s, waarbij bij het niveau ‘informeren’ er eigenlijk geen sprake is van participatie.

2

Commissie Sw 23 april 2024

Op welke wijze worden bewoners enthousiast gemaakt om mee te doen met de participatie over de actualisatie omgevingsvisie.

We nemen in het participatieplan op op welke wijze we onze inwoners betrekken bij de actualisatie.

Geen aanpassing

3

Commissie Sw 23 april 2024

Wat verwacht het college bij de participatie rondom agrarische gronden?

We betrekken agrariërs bij de visie op agrarische gronden.

Geen aanpassing. Opnemen in participatieplan hoe agrariërs worden betrokken bij de visie op de agrarische gronden.

4

Commissie Sw 23 april 2024

In het participatieplan komt te staan hoe we inwoners betrekken. Dit zal op meerdere momenten zijn, zodat er nog invloed kan worden uitgeoefend op de uiteindelijke omgevingsvisie.

Geen aanpassing.

5

Commissie Sw 23 april 2024

Volgens Omgevingswet moeten mensen vroegtijdig worden betrokken. Wanneer gaat u mensen betrekken bij de planvorming? Is dat als het plan al ongeveer definitief is? Wanneer gaat u mensen informeren en daarbij betrekken? Hoe zorgt u dat mensen zich kunnen organiseren zodat zij invloed kunnen hebben op de inhoud van de Omgevingsvisie.

Iedereen die dat nodig vindt, kan zich verenigen en heeft de ruimte om mee te doen. In de lijst van stakeholders die betrokken worden, staan vaak bewoners die in enige mate verenigd zijn.

Geen aanpassing.

1

Verwerking in definitieve Participatiestrategie Tekst is aangepast. Daarnaast is de verwijzing naar de concept Nota Betrokken Samenleving gewijzigd naar de verwijzing naar de Nota Betrokken Samenleving.

1

Indiener

Reacties

Antwoord

Verwerking in definitieve Participatiestrategie Aangepast in bijlage 1.

6

Commissie Sw 23 april 2024

In bijlage 1, de lijst stakeholders, staat portefeuillehouder als losse stakeholder. Moet dit niet college zijn?

Dat klopt. College staat er al. Portefeuillehouder wordt uit bijlage 1 (de lijst van stakeholders) geschrapt.

7

Commissie Sw 23 april 2024

In de omgevingsvisie zullen keuzes worden gemaakt over waar hoe hoog gebouwd wordt. Hoe voorkomen we nu dat bewoners bij de nadere uitwerking op een locatie zeggen dat zij dit niet hebben geweten en dus niet hun mening konden geven over hoogbouw op deze locatie. Terwijl de participatie over die hoogbouw al eerder is geweest tijdens de bijeenkomsten voor de omgevingsvisie.

Geen aanpassing. In het participatieplan opnemen hoe locatie specifiek inwoners betrokken kunnen worden.

8

Commissie Sw 23 april 2024

Hou er aan het eind van het proces rekening mee dat het voor mensen dan veel concreter wordt en dat er dan meer reacties komen waar goed naar moet worden gekeken.

We doen ons uiterste best om inwoners te betrekken en te zorgen dat zij geïnformeerd worden. Ook als het om locatiespecifieke zaken gaat (zoals keuzes in de hoogbouw). We realiseren ons ook dat we niet kunnen voorkomen dat er inwoners zijn die zich toch verrast voelen als er op een specifieke locatie later blijkt dat er hoger gebouwd mag worden dan zij hadden gewild. Ook gaat het bij de hoogbouwcontour om een maximaal aantal bouwlagen. In de uitwerking kan het (afhankelijk van het afwegingskader) ook lager uitpakken. Dank voor deze opmerking.

9

Commissie Sw 23 april 2024

In de visie agrarische gronden graag ook rekening houden met de ideeën die agrariërs over hun toekomst als agrariër hebben om hun bedrijf duurzaam te kunnen continueren.

Dank voor deze opmerking.

Geen aanpassing.

Geen aanpassing.

2

Indiener

Reacties

Antwoord

10

Commissie Sw 23 april 2024

Graag aandacht voor het betrekken van jongeren. Probeer bijvoorbeeld via de scholen jongeren te betrekken via de maatschappijleerlessen o.i.d.

Dank voor deze opmerking.

Verwerking in definitieve Participatiestrategie Geen aanpassing.

11

Commissie Sw 23 april 2024 Commissie Sw 23 april 2024 Commissie Sw 23 april 2024

Creëer breed draagvlak. Investeer in participatie en informeren vooraf.

Dank voor deze opmerking.

Geen aanpassing.

Nodig raadsleden ook uit voor openbare sessies.

Dank voor deze opmerking.

Geen aanpassing.

Zorg voor een duidelijke up to date vindplaats van alle informatie over dit proces op een voorspelbare plek.

Dank voor deze opmerking.

Geen aanpassing.

14

Commissie Sw 23 april 2024

Terugkoppeling naar participanten gedurende het proces en na afronding. Beschrijf de vormen van terugkoppeling in het participatieplan.

Dank voor deze opmerking.

Geen aanpassing.

15

Commissie Sw 23 april 2024

Het is een omvangrijk project en een omvangrijk participatietraject. Dit kan de doorlooptijd beïnvloeden. Het is goed om van te voren duidelijk te zijn over die tijdsduur zodat het wel binnen de tijd kan worden uitgevoerd.

Dank voor deze opmerking.

Geen aanpassing.

16

Commissie Sw 23 april 2024

Vroegtijdig en compleet informeren.

Dank voor deze opmerking.

Geen aanpassing.

12

13

3

17

Indiener

Reacties

Antwoord

Commissie Sw 23 april 2024

Betrekken van ouderen via de ouderenbonden zoals KBO, ANBO en PCOB.

Dank voor deze opmerking.

Verwerking in definitieve Participatiestrategie Opnemen in bijlage 1 van de stakeholders.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1123/documents/38497