Bijlage 3 Resolutie jeugd.pdf
Tekst van het document
09b. Resolutie Jeugd (Bijlage bij ledenbrief “Uitnodiging ALV 18 juni 2025” van 21 mei 2025)
Voorstel aan de ALV: In te stemmen de resolutie Jeugd.
Samenvatting De resolutie Jeugd bevat: 1. De verwerking van de inzet van het kabinet met betrekking tot de opvolging van het advies van de deskundigencommissie Van Ark 2. De weging van de inzet van het kabinet door het VNG-bestuur 3. De inzet van het VNG-bestuur VNG ten aanzien van vervolgstappen. Inzet kabinet In het overhedenoverleg van 16 april jl. heeft het kabinet de gemeenten een niet onderhandelbaar bod gedaan dat grosso modo een toevoeging aan de gemeentefinanciën inhoudt van cumulatief € 3 miljard voor de jaren 2025 tot en met 2027. Daarnaast zijn afspraken gemaakt voor de komende tijd, inhoudende dat: a. het kabinet zich inspant om gemeenten in augustus van dit jaar tevens te compenseren voor (50% van) de tekorten over 2023 en 2024 (€ 728 miljoen in totaal) b. de commissie Van Ark in 2027 een uitspraak zal doen over: - de uitgavenontwikkeling 2025 tot en met 2027 en compensatie van tekorten - (de haalbaarheid van) het financieel kader vanaf 2028. Appreciatie door bestuur van bod kabinet De inzet van het kabinet is niet volledig overeenkomstig het advies van de deskundigencommissie, terwijl de VNG zich op het standpunt heeft gesteld dat dit advies ‘van kaft tot kaft’ zou dienen te worden overgenomen.
Het oordeel van het VNG-bestuur is desalniettemin dat het resultaat – hoewel niet optimaal – gegeven de lastige omstandigheden waaronder de Voorjaarsnota het licht heeft gezien, in deze fase het maximaal haalbare is en heeft daarom voorzichtig positief gereageerd. Voor de fase 2025 tot en met 2027 biedt het bod verlichting voor de financiële noden, maar dat is niet het geval voor de fase daarna. Er blijft – kortom - in de relatie naar het kabinet de komende tijd op het vraagstuk van de taken en middelen alertheid en scherpte geboden. En daar zal het bestuur zich voor inzetten. Belangrijk is dat de deskundigencommissie Van Ark in 2027 opnieuw een uitspraak doet over de uitgavenontwikkeling in de fase 2025 tot en met 2027, alsook het financieel kader na 2028. Dat geeft (in potentie) comfort naar de toekomst. Daarenboven geldt dat de gemeenten er gelet op de toepasselijkheid van artikel 108 lid 3 Gemeentewet op mogen vertrouwen dat het kabinet hen steeds voorziet van voldoende middelen.
Inzet VNG de komende tijd De gemeenten voelen zich (mede) verantwoordelijk voor een houdbaar en beheersbaar jeugdstelsel en zij zullen daaraan naar vermogen (blijven) bijdragen. Belangrijk is dat het kabinet de gemeenten in augustus van dit jaar alsnog (voor 50%) zal compenseren voor de tekorten in 2023 en 2024. Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan zal het bestuur het kabinet via een civiele procedure daartoe dwingen. Het bestuur zet zich er tevens voor in dat er zodanige afspraken worden gemaakt met het kabinet (o.a. over de opdracht van de commissie Van Ark en de status van dien advisering) dat gemeenten er eveneens op kunnen vertrouwen dat bij het optreden in de fase 2025-2027 van onvermijdbare tekorten, gemeenten daarvoor dan worden gecompenseerd. Dezelfde afspraken met het kabinet zal het bestuur maken voor de fase na 2027 opdat gemeenten ook dan aanspraak hebben op een adequate bekostiging. Ten aanzien van de aanvullende maatregelen die het kabinet wil treffen om de kosten van het jeugdstelsel te beheersen, stelt het bestuurt zich nadrukkelijk op het standpunt dat deze de verantwoordelijkheid van het kabinet betreffen. Datzelfde is het geval ten aanzien van het voor 2028 e.v. voorgestelde financieel kader. De bijdrage van VNG en gemeenten is daarmee alleen gericht op de uitvoering de maatregelen, in zoverre dat binnen het takenpakket van gemeenten ligt.
Bij de nieuw met het kabinet te maken afspraken zal het bestuur steeds bewaken dat deze haalbaar en uitvoerbaar zijn en passen bij het bepaalde in artikel 108, lid 3 Gemeentewet.
Resolutie Jeugd (VNG ALV 18 juni 2025) De leden van de VNG, bijeen te Eindhoven op 18 juni 2025, tijdens de Algemene Ledenvergadering, Constaterende dat -
In de afgelopen periode door het bestuur van de VNG intensief overleg is gevoerd met het kabinet over de wijze van opvolging van het advies ‘Groeipijn’ d.d. 30 januari jl. van de deskundigencommissie onder leiding van Tamara van Ark,
-
In het overhedenoverleg van 16 april jl. het kabinet de gemeenten een niet onderhandelbaar bod heeft gedaan dat grosso modo een toevoeging aan de gemeentefinanciën inhoudt van cumulatief € 3 miljard voor de jaren 2025 tot en met 2027,
-
Deze toevoeging bestaat uit (i) een structurele bijdrage ter demping van het ravijn, gerelateerd aan de uitgaven jeugd binnen het gemeentefonds. Deze maakt onderdeel uit van het Gemeentefonds en is vrij besteedbaar, (ii) een vergoeding van de structurele kosten van Jeugdhulp vanaf 2025 op basis van het feitelijk uitgavenniveau in 2024, met verrekening van een 50-50% verdeling over 2023/2024 en (iii) een verlaging van de eerder ingeboekte besparingen op de Jeugdhulp voor de jaren 2026 en 2027,
-
De vermelde bijdragen onderdeel uitmaken van de Voorjaarsnota van 2025,
-
Daarnaast afspraken zijn gemaakt voor de komende tijd, inhoudende dat (a) het kabinet zich inspant om gemeenten in augustus van dit jaar tevens te compenseren voor (50% van) de tekorten over 2023 en 2024 (i.e. € 728 miljoen in totaal) en (b) de commissie Van Ark in 2027 een uitspraak zal doen over (1) de uitgavenontwikkeling 2025 tot en met 2027 en compensatie van tekorten en (2) (de haalbaarheid van) het financieel kader vanaf 2028,
-
De leden over de uitkomsten van het overhedenoverleg zijn geïnformeerd met een ledenbrief en deze met hen zijn besproken in een viertal bijeenkomsten op 22 en 23 april jl.,
Overwegende dat -
De geboden compensatie achterblijft bij de inzet van de VNG, maar het oordeel van het VNG-bestuur is dat het resultaat – hoewel niet optimaal – gegeven de lastige omstandigheden waaronder de Voorjaarsnota het licht heeft gezien, in deze fase het maximaal haalbare is,
-
De (bovenvermelde) tegemoetkoming voor de fase 2025 tot en met 2027 vooralsnog verlichting biedt voor de financiële noden, maar dat niet doet voor de fase daarna,
-
In de relatie naar het kabinet om die reden de komende tijd op het vraagstuk van de taken en middelen alertheid en scherpte geboden blijft, temeer omdat vanaf 2028 opnieuw een groot financieel probleem voor de gemeenten dreigt dat deze niet kunnen adresseren,
-
De nieuwe uitspraak die de deskundigencommissie Van Ark doet in februari 2027 over de uitgavenontwikkeling in de fase 2025 tot en met 2027, alsook het financieel kader na 2028 (in potentie) comfort geeft naar de toekomst,
-
De gemeenten er gelet op de gemaakte bestuurlijke afspraken bij de Hervormingsagenda Jeugd èn bovenal de toepasselijkheid van artikel 108 lid 3 Gemeentewet op mogen èn moeten kunnen vertrouwen dat het kabinet hen steeds voorziet van voldoende middelen voor de uitvoering van taken ingevolge de Jeugdwet,
Spreken uit dat -
De gemeenten zich (mede) verantwoordelijk voelen voor een houdbaar en beheersbaar jeugdstelsel en zij daaraan naar vermogen zullen bijdragen en in dat bestek hun grote inzet ten aanzien van de Hervormingsagenda Jeugd onverminderd zullen continueren,
-
De gemeenten er op vertrouwen dat het kabinet hen in augustus van dit jaar alsnog (voor 50%) zal compenseren voor de tekorten in 2023 en 2024,
Verzoeken het VNG bestuur -
Via een civiele procedure het kabinet per direct te dwingen alsnog compensatie te verstrekken voor de tekorten in 2023 en 2024 in het onverhoopte geval dat het kabinet daarin bij Prinsjesdag van dit jaar in gebreke blijft,
-
Zodanige afspraken te maken met het kabinet (o.a. over de opdracht van de commissie Van Ark en de status van dien advisering) dat gemeenten er eveneens op kunnen vertrouwen dat bij het optreden in de fase 2025-2027 van onvermijdbare tekorten, gemeenten daarvoor dan worden gecompenseerd overeenkomstig artikel 108. Lid 3 Gemeentewet,
-
Zodanige afspraken te maken met het kabinet (o.a. over de opdracht en status van de commissie Van Ark) dat gemeenten ook na 2027 tijdig aanspraak hebben op een adequate bekostiging en gemeenten hun verantwoordelijkheden naar inwoners ook dan ten volle kunnen blijven waarmaken,
-
In het overleg met het kabinet in te brengen dat: o De aanvullende maatregelen die het kabinet wil treffen om de kosten van het o
jeugdstelsel te beheersen, nadrukkelijk diens verantwoordelijkheid betreffen, De gemeenten het voor 2028 e.v. voorgestelde financieel kader eveneens
o
nadrukkelijk als de verantwoordelijkheid van het kabinet beschouwen, Bij de nieuw te maken afspraken steeds te bewaken dat deze haalbaar en uitvoerbaar zijn en passen bij het bepaalde in artikel 108, lid 3 Gemeentewet.