Bijlage 23 - Brief van het College aan Gedeputeerde Staten d.d. 7 november 2025 (30983143.1).pdf
Tekst van het document
Bijlage 23
RIDDERKERK
College van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland T.a.v. mevrouw drs. ir. A.L. Koning Postbus 90602 2509 LP Den Haag Afschrift aan : Provinciale Staten Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrFR) Wooncompas Gemeenteraad van Ridderkerk
Uw brief van: Uw kenmerk:
21-10-2025 PZH-2024863859374 DOS-2013-0009992
Bijlage:
Ons kenmerk: 2025-070735 Contact: J.W. Steeman Doorkiesnummer: 0180 451 362 Team: OLR Datum: 7 november 2025
Betreft: Reactie op uw brief van 21 oktober 2025
Geacht college, Zoals aangekondigd in onze brief van 31 oktober jl. komen wij hierbij graag terug op uw brief van 21 oktober 2025, waarin u ons, kort gezegd, verzoekt om de (concept) “Verordening woonruimtebemiddeling Ridderkerk 2026“ (de Verordening 2026) niet in december 2025 vast te laten stellen. Hierbij berichten wij
u dat wIj, op basis van voornoemdebrief en de eerder gewisseldebrieven en gevoerdegesprekken, vooralsnog geen reden zien om aan dit verzoek gehoorte geven. Onder voorbehoudvan eventuele latere wijzigingen naar aanleidingvan (onder meer) het door u aangekondigde advies als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de Huisvestingswet 2014, spreken wij hierbij onze intentie uit om de Verordening 2026 eind 2025 ter vaststelling aan onze gemeenteraad voor te leggen, een en ander conform de eerder door onze gemeenteraad uitgesproken wens daartoe. Deze lijn heeft onze commissie Samen wonen op 27-10-2025 nogmaals bevestigd. Wij lichten dit besluit en onze beweegredenen in dat verband in het hiernavolgende graag aan u toe en kijken als gezegd uit naar uw inhoudelijke advies ten aanzien van de Verordening 2026. Vooropgesteld geldt dat ook wij het recht op vrije vestigIng en een evenwichtige verdeling van (schaarse) woningen hoog achten. Het is juist die reden die onze gemeenteraad heeft doen besluiten om ons te instrueren om een lokale huisvestingsverordening op te stellen en een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem te ontwikkelen. Op basis van het huidige systeem is immers, zoals uitgebreid toegelicht in onze eerdere brief van 31 oktober 2025, sprake van een disproportionele druk op de (woningvoorraad binnen c.q.
van de) gemeente Ridderkerk die de leefbaarheid in meerdere wijken van onze gemeente verregaand onder druk zet. Van een evenwichtige regionale verdeling van schaarse
woningen,zoals door u en ons wordt voorgestaan, is onder het huidigesysteemdan ook juist geen sprake, in het bijzonder gelet op de (zeer) beperkte mate waarin de belangen van (de inwoners van) de gemeente Ridderkerk daarmee in acht worden genomen. Voorts gaan wij graag in op de door u gestelde gevolgen van de vaststelling van de Verordening 2026, welke vaststelling volgens u afbreuk zou doen aan een evenwichtige regionale verdeling van (schaarse) woningen. Kort gezegd stelt u in dit verband dat als gevolg van de vaststelling van de Verordening 2026 (i) woningzoekenden zich (mogelijk) in c.q. bij meerdere woonruimtebemiddelingssystemen zouden
moeten inschrijven (indien en voor zover zij (ook) voor een woning in de gemeente Ridderkerk in aanmerking zouden willen komen) en daarvoor kosten zouden moeten maken en (ii) de keuzemogelijkheden van woningzoekenden – ook die uit de gemeente Ridderkerk – zouden worden beperkt, hetgeen erin zou resulteren dat zij minder snel een passende woning zouden kunnen vinden. Wij kunnen ons niet vinden in de (impact van de) door u gestelde gevolgen en lichten dit als volgt toe: •
•
•
•
Voor woningzoekenden bestaat geen verplichting om zich bij meerdere woonruimtebemiddelingssystemen in te schrijven (en daarvoor dus kosten te maken). Uitsluitend een woningzoekende die zich wenst te vestigen in (een sociale huurwoning in) de gemeente Ridderkerk, zal zich bij het Ridderkerkse woonruimtebemiddelingssysteem moeten inschrijven. Dit geldt zowel voor woningzoekenden afkomstig uit de gemeente Ridderkerk als voor alle andere woningzoekenden (zowel uit de overige 11 gemeenten als uit overige regio’s in het land) Indien een woningzoekende ervoor kiest om zowel in (het samenwerkingsverband van) de overige 11 gemeenten als in de gemeente Ridderkerk naar een sociale huurwoning te zoeken, dan zal inderdaad sprake zijn van een dubbele inschrijving. Dit geldt echter ook reeds nu al voor gevallen waarin een woningzoekende zich naast de regio Rotterdam (de twaalf gemeenten) ook
in een andereregiowenst in te schrijven(en daar dus (ook) naar een woning wenst te zoeken). Dit systeem, waarin woningzoekenden zelf kunnen kiezen in welke regio('s) zij zich wensen in te schrijven, past juist goed bij het recht op vrije vestiging. In het verlengde van het voorgaande zal een woningzoekende die in of nabij Ridderkerk naar een sociale huurwoning zoekt, zich ook nu al moeten inschrijven in ten minste vier woonruimtebemiddelingssystemen. Onze buurgemeenten Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Alblasserdam (Woonkeus Drechtsteden), Molenlanden (Woongaard), Krimpenerwaard (Wonen in de Krimpenerwaard), Krimpen aan de IJssel, Rotterdam en Barendrecht (Woonnet Rijnmond) zijn immers onderdeel van verschillende woonruimtebemiddelingssystemen. Uw stelling dat woningzoekenden minder snel een passende woning zouden kunnen vinden delen wij evenmin. Ten aanzien van woningzoekenden met binding aan de gemeente Ridderkerk geldtjuist dat zij snellereen passendewoning zullen kunnen vinden,terwijl het lokale bemiddelingssysteem tegelijkertijd slechts een beperkte impact heeft op de overige woningzoekenden. (Minimaal) 50% van de sociale huurwoningen in de gemeente Ridderkerk blijft immers, gelet op het bepaalde in artikel 14 lid 2 van de Huësvestingswet2014, beschikbaar voor vrije toewijzing zonder voorrang.
Het lokale woonruimtebemiddelingssysteem van de gemeente Ridderkerk draagt dus juist bij aan het herstel van de thans verstoorde regionale verdeling van schaarse woningen.
Tot slot voldoen wij graag aan uw verzoek om inzicht te geven in, kort gezegd, de afstemming met de in onze gemeente werkzame toegelaten instellingen. de woonconsumentenorganisaties en overige relevante organisaties. In dit verband merken wij het volgende op: •
Regionaal: zoals u bekendzijn wij reeds geruimetijd met de overige 11gemeentenin gesprek over de respectievelijke huisvestingsverordeningen, Uit deze gesprekken is geen voorstel voortgekomen dat aansluit op de behoeften van (de inwoners van) de gemeente Ridderkerk. De gemeenteraad van Ridderkerk heeft ons gelet daarop, en op de omstandigheden zoals uiteengezet in onze eerdere brieven, geïnstrueerd om een lokale huisvestingsverordening op te stellen en een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem te ontwikkelen. Daarover hebben we met u, de regio, Maaskoepel en het ministerie meerdere malen overleg gevoerd . Daarnaast stond,
zoals u bekend,op 16oktober2025 een gesprekgepland met u, het ministerievan Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, SvWrR, Maaskoepel en onszelf, waarbij wij ambtelijk hebben aangegeven dat wij graag de aanwezigen bij het overleg de mogelijkheid wilden geven
om te reagerenop de Verordening2026. U hebt er echter voor gekozen dit overleg geen doorgang te laten vinden, hetgeen wij betreuren. Wij blijven onverminderd bereid en beschikbaar
om dit overleg alsnogdoorgangte laten vinden en zo mogelijkeen doorbraak te forceren. Inmiddelshebbenwij de reactievan de regio ontvangenen deze betrokken bij het definitief maken van onze verordening.
•
Woonconsumentenorganisaties: Op 6 oktober 2025 hebben wij de in onze gemeente werkzame toegelaten instellingen, samen met hun respectievelijke huurdersvertegenwoordigingen, gesproken over de Verordening 2026. Woningcorporaties Wooncompas, Slikkerveer en Bolnes zijn hiervoor uitgenodigd. Wij nemen hetgeen gedurende voornoemd overleg ter tafel kwam ten aanzien van de Verordening 2026 uiteraard mee in onze verdere besluitvorming, alsmede eventueel nader schriftelijk commentaar vanuit de toegelaten instellingen en/of hun huurdersvertegenwoordigingen.
Gelet op het voorgaande, alsmede onze eerdere brieven kunnen wij uw herhaalde stellingname dat (het vaststellenvan) de Verordening2026 niet zou stroken met de Huisvestingswet2014 niet volgen. Vooralsnogdelen wij uw mening dan ook niet dat van enige strijdigheidmet de Huisvestingswet2014 sprake zouzijn. Wij zien een nadereonderbouwdestellingnamevan u ten aanzienvan de gestelde strijdigheid met de Huisvestingswet2014 graag tegemoet in de vorm van uw inhoudelijkeadvies ten aanzien van de Verordening2026 als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de Huisvestingswet2014. Wij zullen dat advies uiteraard meenemen bij ons latere definitieve besluit om de Verordening 2026 (al dan niet in aangepaste vorm) ter vaststelling voor te leggen aan de raad. Als gezegd zien wij vooralsnog echter geen reden om de vaststelling van de Verordening 2026 uit te stellen, onder meer gelet op het feit dat in dat geval vanaf 1 januari 2026 in Ridderkerk géén huisvestingsverordening meer van kracht zou zijn (de huidige "VerordenIng Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024“ vervalt conform artikel 3.4 lid 2 immers per die datum).
Zonder vaststelling van de Verordening 2026 ontstaat aldus een rechtsvacuúm en bestaat binnen de gemeente Ridderkerk vanaf 1 januari 2026 geen juridische basis (meer) voor (onder meer) het op basis van urgentie en/of maatschappelijke en/of economische binding met voorrang toewijzen van woningen. Dit is uiteraard hoogst onwenselijk en de eventuele (door u gestelde) ongewenste nadelige gevolgen van de vaststelling van de Verordening 2026, voor zover daar al
sprake vanzou zijn, wegen geenszinsoptegen (i) de belangenvan (de inwonersvan) de gemeente Ridderkerk en (ii) (de nadelige gevolgen van) het ontstaan van een rechtsvacuúm zoals hiervoor uiteengezet , Wij verwachten hiermee een passende reactie te hebben gegeven op uw brief van 21 oktober 2025 en blijven, zoals gezegd, graag met u en de gemeenten in de regio Rijnmond in gesprek over dit onderwerp. Uw advies op onze verordening hebben wij op 31 oktober 2025 ontvangen en zullen wij – evenals de terugkoppeling van de regio – betrekken bij het definitief maken van onze verordening. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk de secretaris
mevr. M. Kitselar