CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Verkenning haalbaarheid RWZI Ridderkerk - RIB Warmtetransitie.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 29 augustus 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 12: Ter kennisneming raadsinformatiebrieven3.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

01-11-2023

Notitie 1: Verkenning uitkoppeling warmte RWZI Ridderkerk 1

Versie: Definitief Auteur: Johan Seuren

Inleiding

De gemeente Ridderkerk onderzoekt de mogelijkheden om de wijken binnen de gemeente zonder aardgas te verwarmen. Ten oosten van Ridderkerk aan de Noord ligt een Rioolwaterzuivering (RWZI) van waterschap Hollandse Delta. Het gezuiverde water van de RWZI, het zogenaamde effluent, is een potentiële lagetemperatuur warmtebron waarmee een deel van de gebouwen in de toekomst aardgasloos verwarmd kunnen worden. Onderliggende verkenning concentreert zich met name op de technische haalbaarheid en geeft een indicatieve doorkijk naar de financiële haalbaarheid van een koppeling van de RWZI met de wijk Drievliet-Het Zand. Er is gekozen voor deze wijken omdat de wijken in de directe omgeving van de RWZI liggen en de energielabels geschikt lijken voor een (lagetemperatuur) warmtenet vanuit de RWZI. In onderstaande figuur zijn de wijken en de locatie van de RWZI weergegeven. RWZI

Figuur 1: De wijk Drievliet-Het Zand.

2

Kenmerken van de wijken

De wijk Drievliet-Het Zand bevat relatief goed geïsoleerde woningen t.o.v de overige wijken in Ridderkerk. In totaal betreft het ruim 4.700 woningen waarvan het de inschatting is dat er al ongeveer 170 aardgasloos zijn.

Sweco

Postbus 1265

Sweco Nederland B.V.

Johan Seuren

NL 5602 BG Eindhoven

Handelsregister 30129769

Senior consultant Energietransitie

Netherlands

Statutair gevestigd te: De Bilt

johan.seuren@sweco.nl

T +31 88 811 6600

M +31 6 30 43 14 62

www.sweco.nl 1/11

In onderstaande tabel staan de belangrijkste kenmerken van de wijk uitgesplitst voor Het Zand en Drievliet. Het Zand heeft ten opzichte van Drievliet meer nieuwbouwwoningen, waarvan een deel al aardgasvrij is. Vooral energielabels A en B zijn te vinden in deze wijk. In Drievliet is energielabel C dominant. Beide gebieden hebben een hoog gehalte eengezinswoningen. Behalve woningen zijn er ook beperkt andere functies zoals kinderopvang, scholen en dienstverlening en een verzorgingstehuis. Het aandeel huurwoningen is veel groter in Drievliet. Vanaf 1 juli 2018 mogen woningen niet meer aangesloten worden op het gasnet. Op basis van de bouwjaren hebben wij de inschatting gemaakt dat er minstens 170 woningen aardgasloos gebouwd zijn in Het Zand. In Drievliet zijn geen woningen gebouwd zonder gasaansluiting. In praktijk zullen meer woningen aardgasloos zijn, omdat bewoners zelf aardgasvrij maatregelen nemen. Bij Stedin worden gegevens opgevraagd omtrent het aantal aardgasaansluitingen. Het Zand

Drievliet

Aantal woningen

1.421 wng

3.521 wng

Aantal aardgasloze woningen (inschatting)

Minstens 170 wng1 (o.b.v. bouwjaar)

0 wng1 (o.b.v. bouwjaar)

Aantal woningen met label A of B

1.167 wng (82%)

529 wng (15%)

Gemiddelde woning grootte

134 m2

126 m2

Aandeel grondgebonden (eengezins)

70%

77%

Bouwdichtheid (omgevingsadressendichtheid)

1.621 woningen per km2

1.810 woningen per km2

Bouwperiode

1990 - 2023

1970 - 1990

Aandeel huurwoningen

6%

49%

Tabel 1: Kenmerken van de woningen in de wijken

De cijfers in de tabel zijn gebaseerd op CBS data2. Daarnaast is BAG-data gebruikt om het aantal en het oppervlak van de woningen te bepalen 3. De huurwoningen in de wijk zijn van woningcorporatie Wooncompas.

3

Warmtevraag

In onderstaande tabel is een indicatie opgenomen van de warmtevraag van de woningen in de wijk.

Figuur 2 Gemiddeld aardgasverbruik per woning per jaar in Het Zand en Drievliet (incl. koken)4,5

1

In praktijk zijn er meer woningen aardgasloos, omdat bewoners zelf aardgasvrij maatregelen nemen.

2

Wijk Drievliet (gemeente Ridderkerk) in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2023!) | AlleCijfers.nl Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) | Data overheid 4 Wijk Drievliet (gemeente Ridderkerk) in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2023!) | AlleCijfers.nl 5 Wijk Drievliet (gemeente Ridderkerk) in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2023!) | AlleCijfers.nl 3

2/11

Als er rekening mee gehouden wordt dat een deel van het aardgas gebruikt wordt voor koken dan is de warmtevraag voor verwarming en warm tapwater te bepalen. Dit is in onderstaande tabel weergegeven. Het Zand

Drievliet

Gemiddeld gasverbruik 2017-2021

1.008 m3/jr

1.106 m3/jr

Gasverbruik excl. koken

979 m3/jr

1.077 m3/jr

Warmtevraag voor verwarming en warm tapwater per woning

26,3 GJ/jr

29,0 GJ/jr

Warmtevraag voor verwarming en warm tapwater per wijk

33.000 GJ/jr

102.000 GJ/jr

Tabel 2: Jaarlijkse warmtevraag per woning voor verwarming en warm tapwater

4

RWZI als warmtebron

De RWZI in Ridderkerk zuivert water dat via het riool wordt aangevoerd. Dit is water een combinatie van afvalwater van woningen, bedrijven en regenwater. In een aantal stappen wordt dit water gezuiverd en vervolgens geloosd op de Noord. De temperatuur van het water wisselt tussen gemiddeld 14°C in de winter en 22°C in de zomer. Ook de volumestroom wisselt, in de ochtend als iedereen doucht is deze hoger en als het regent is er een piek. Als de pieken veroorzaakt door regenbuien buiten beschouwing gelaten worden dan wordt gemiddeld ongeveer 500 m3/h geloosd. In onderstaande figuren is het verloop over 2020 weergegeven op basis van gegevens verstrekt door Waterschap Hollandse Delta6.

Figuur 3: Temperatuur en volumestroom van het effluent van de RWZI in 2020

De temperatuur van het effluent is te laag om een woning te verwarmen of van warm tapwater te voorzien. Om die reden is een elektrische warmtepomp nodig die warmte onttrekt aan het effluent en deze verhoogt tot 75°C zodat deze wel geschikt is voor de woningen.

6

De gegevens zijn verstrekt door Rolaf Verhaar, Procesregisseur Zuivering en Onderhoud, van Waterschap Hollandse Delta

3/11

5

Kenmerken RWZI Ridderkerk

Uit de gegevens van het effluent in 2020 zoals weergegeven in figuur 3 is een gemiddelde week in de zomer en winter gedestilleerd. Deze zijn weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 4: Effluent volumestroom en temperatuur in een gemiddelde zomer- en winterweek in 2020

De gegevens in de figuur laten zien hoe de temperatuur en volumestroom fluctueren gedurende een week. De wisselingen gedurende een dag en de invloed van regen (piek in de volumestroom) zijn terug te zien in de grafieken. In onderstaande tabel is weergeven welk warmtevermogen hiermee geproduceerd kan worden en hoeveel woningen daar ongeveer mee te verwarmen zijn. Uitgangspunt hierbij is dat het effluent 5 graden afgekoeld wordt en dat per woning een gelijktijdig vermogen nodig is van 6 kW. In de tabel is een optie met en zonder WKO weergegeven. Aquathermie wordt namelijk meestal gecombineerd met open grondwaterbronnen. Uitgangspunt zijn twee bronnenparen van gezamenlijk 200 m3/h. De bronnen fungeren als buffer zodat ook tijdens een storing van de warmteontrekking aan het effluent warmte geleverd kan worden. Daarnaast maken de bronnen het mogelijk om de hogere temperaturen van het effluent in de zomer op te slaan en in de winter te gebruiken voor de warmteopwekking. De koude die hierbij ontstaat kan in de zomer gebruikt worden voor het leveren van koude.

4/11

Winter

Zomer

Gemiddelde temperatuur

14°C

22°C

Gemiddelde volumestroom

750 m3/h

700 m3/h

Warmtevermogen (na de warmtepomp)

6.970 kW

6.500 kW

Mogelijk aantal aan te sluiten woningen zonder WKO

970 wng

900 wng

Mogelijk aantal aan te sluiten woningen met WKO

1.230

1.160

Tabel 3: Potentiële aansluitingen van woningen op warmte van de RWZI

De tabel laat zien dat ongeveer 1.200 woningen in potentie aangesloten kunnen worden op de warmte uit de RWZI. Dit betekent dat Het Zand hiermee bijna volledig aardgasloos gemaakt kan worden. Er is onvoldoende warmte om ook Drievliet aardgasloos te maken.

6

Geschiktheid van de bodem voor WKO

Het grootste deel van Ridderkerk valt onder een drinkwaterbeschermingsgebied. Binnen deze gebieden mag, ter bescherming van de drinkwaterwinning van Oasen, niet in de grond geboord worden. In onderstaande figuur zijn de grondwaterbeschermingsgebieden in het blauw weergegeven.

Figuur 5: Drinkwaterbeschermingsgebieden (blauw)- en restrictiegebieden (paars)

Binnen een drinkwaterbeschermingsgebied is het toepassen van een WKOinstallatie niet toegestaan. De RWZI en de wijk Drievliet-Het Zand bevinden zich weliswaar buiten de drinkwaterbeschermingsgebieden maar bevinden zich in een gebied waar een bodemrestrictie geldt vanuit de provincie. De restrictie houdt in dat er geen openbronsystemen geplaats mogen worden in het eerste watervoerende pakket. Op deze regel kan een uitzondering gemaakt worden als er een door GS goedgekeurd bodemenergieplan is. Daarnaast is er bij de RWZI een gebied waar geen restricties gelden. Er kan ook onderzocht worden of het mogelijk is om daar de WKO systemen te plaatsen. Geconcludeerd kan worden dat er mogelijkheden lijken te zijn voor WKOsystemen bij de RWZI of in Het Zand dan wel in Drievliet. De bodemopbouw is

5/11

echter niet bekend. Er is onderzoek nodig om vast te stellen hoe diep geboord mag worden en hoeveel water per bron kan worden onttrokken.

7

Warmtenet met centrale of decentrale warmteopwekking

Bij de toepassing van een collectief systeem zijn er in de basis twee opties. Het verschil tussen beide opties zit met name in de temperatuur van het warmtenet en het centraal of decentraal opwekken van warmte. De twee opties zijn: - Een laag-temperatuur (LT) warmtenet met decentrale warmtepompen: De warmte uit de grondwaterbronnen wordt op lage temperatuur (15-20°C) naar de woningen getransporteerd. In elke woning staat een warmtepomp die deze warmte geschikt maakt voor verwarming en warm tapwater. - Een midden-temperatuur (MT) warmtenet met centrale warmtepompen: De warmte uit de grondwaterbronnen wordt met collectieve centrale warmtepompen naar 70°C opgewarmd en naar de woningen getransporteerd. In de woning wordt met een warmteset de warmte geleverd en het warm tapwater geproduceerd.

Figuur 6: Decentrale versus centrale warmteopwekking

In bovenstaande figuur zijn beide opties weergegeven. Beide opties zijn technisch haalbaar en kunnen in de volledige warmte en warmtapwatervraag van een woning voorzien. Elk systeem heeft zijn eigen voor- en nadelen. Het LT-net is bijvoorbeeld goedkoper in de aanleg en heeft minder warmteverlies maar stelt hogere eisen aan de woning. In iedere woning moet namelijk ruimte gezocht worden om een warmtepomp te plaatsen en omdat deze warmte ongeveer 55°C is, is bij woningen met label C of hoger mogelijk extra isolatie noodzakelijk. De warmteset bij een MT-net is kleiner en levert warmte van 70°C, extra isolatie is dan vaak niet nodig.

6/11

In beide systemen is het overigens mogelijk om koudelevering toe te voegen. Bij het MT-systeem zal er dan naast het warmtenet een koudenet gelegd worden. Bij het LT-systeem kan ervoor gekozen worden om een extra koudenet aan te leggen of om het warmtenet dubbel te gebruiken, warmte in de winter en koude in de zomer. Op dit moment is het nog niet mogelijk een keuze te maken tussen beide systemen. Hiervoor is een verdiepende studie waarin ook de wensen van de bewoners meegenomen worden noodzakelijk.

8

Subsidie mogelijkheden

De overheid ziet het aansluiten van bestaande woningen op een collectief warmtenet als een belangrijke optie om woningen van het aardgas te krijgen. Het blijkt echter moeilijk om deze projecten zonder subsidie financieel haalbaar te krijgen. Om die reden is er een scala aan subsidieregelingen in het leven geroepen waarmee dergelijke projecten ondersteund kunnen worden: • WIS: Subsidie voor warmtebedrijven voor het aansluiten van bestaande woningen; • SAH: Investeringssubsidie voor aansluiting van een huurwoning op een warmtenet; • SVOH: Investeringssubsidie Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen. Dit is een regeling voor o.a. de isolatiemaatregelen; • SDE++: Exploitatiesubsidie voor een aquathermie-systeem met WKObronnen in combinatie met een MT-net (niet met een LT-net); • ISDE: Investeringssubsidie op o.a. de aansluiting op een warmtenet, elektrische kookvoorziening of isolatiemaatregelen voor VvE’s, particuliere woningeigenaren en verhuurders; • DUMAVA: Investeringssubsidie op de aansluiting op een warmtenet of een warmtepomp voor maatschappelijk vastgoed (gemeentelijk vastgoed, scholen, musea, etc.); • SVVE: Investeringssubsidie voor VvE’s en woon coöperaties op isolatie, de aanschaf van een warmtepomp of aansluiting op een warmtenet; • SpUk: lokale aanpak isolatie.

Subsidie voor de gemeente voor het aanpakken van slecht geïsoleerde woningen (staat open tot 31 oktober dit jaar); • EIA: Fiscaal voordeel voor bedrijven op de aanschaf van centrale warmtepompen en WKO-bronnen; • Warmtefonds: Een lening tegen een laag rentepercentage voor lage en midden inkomens voor de financiering van o.a. isolatiemaatregelen, de aansluiting op een warmtenet, warmtepompen en inductie koken. Bovenstaande opsomming laat zien dat er voor verschillende typen systemen, maatregelen en doelgroepen subsidies beschikbaar zijn. Elke regeling heeft zijn eigen voorwaarden en voordelen. Uit een eerste analyse komt de SDE++ naar voren als de regeling waarmee het grootste voordeel behaald kan worden. In de huidige regeling is SDE++ alleen mogelijk voor projecten met een MT-net. Het combineren van regelingen is in sommige gevallen wel mogelijk en in andere niet. Zo kan de SDE++ bijvoorbeeld niet gecombineerd worden met de EIA. Het is om die reden belangrijk om bij het ontwikkelen van het project de mogelijkheden en onmogelijkheden van subsidies en het combineren ervan goed in beeld te brengen. Op dit moment lijkt het dat de focus vooral gericht moet zijn op de combinatie van SDE++ met andere subsidieregelingen.

7/11

9

Financiële haalbaarheid RWZI-WKO

Voor de financiële haalbaarheid van een systeem met warmte uit de RWZI zijn in de praktijk met name de volgende zaken bepalend: • De investering • De subsidies • Het totaal aantal aansluitingen • De participatiegraad De investering die nodig is voor een collectief systeem aangesloten op de RWZI van Ridderkerk zal in de range zijn die je voor een dergelijk systeem kunt verwachten. De omstandigheden waarbinnen het systeem gerealiseerd moet worden zijn namelijk redelijk standaard en de afstand van de RWZI naar de wijk is niet groot. Het is nog onduidelijk hoeveel WKO-bronnen nodig zijn. Een onderzoek naar de bodemgesteldheid voor WKO kan meer duidelijkheid verschaffen over het aantal WKO-bronnen dat nodig is. Zoals beschreven in het vorige hoofdstuk zijn er verschillende subsidies waarmee een collectief systeem met warmte uit de RWZI ondersteund worden. Met name een SDE++ subsidie is gewenst om het systeem financieel haalbaar te maken en de kosten voor de bewoners zo laag mogelijk te houden. Het totaal aantal aansluitingen dat minimaal nodig is om een collectief systeem financieel haalbaar te maken blijkt in de praktijk ongeveer 500 woningen te zijn. Op de warmte uit de RWZI kunnen ongeveer 1.200 woningen aangesloten worden. Dit komt overeen met het aantal woningen in Het Zand die nu nog op het aardgasnet aangesloten zijn.

De aansluiting van Drievliet, in plaats van Het Zand, ligt minder voor de hand omdat de afstand naar de RWZI groter is. Drievliet heeft wel als voordeel dat er zich ruim 1.700 woningen van woningcorporatie Wooncompas bevinden. Hierdoor is het eenvoudiger om in één keer afspraken te maken over een groot aantal woningen. Voor de rentabiliteit van een collectief systeem is het namelijk belangrijk dat er zo veel mogelijk woningen aangesloten worden. De investering wordt dan zo goed mogelijk benut waardoor de kosten per aansluiting zo laag mogelijk zijn. Een hoge participatiegraad is daarom wenselijk. In Het Zand bevinden zich vooral particuliere woningen, het bereiken van een hoge participatiegraad zal daarom uitdagend zijn. In Drievliet kunnen grote stappen gezet worden als woningcorporatie Wooncompas bereid is een groot deel van haar woningen aan te sluiten op het warmtenet. Mocht in beide gebieden de bereidheid om aan te sluiten te laag zijn dan is het leveren van warmte aan bedrijventerrein Donkersloot een optie. Vanwege de grote diversiteit wat betreft de leeftijd van de gebouwen, het soort warmte-installaties en de warmtebehoefte is de warmtelevering aan bedrijven complexer dan de levering aan woningen.

Als gekeken wordt naar de verwachte investering, mogelijke subsidies en het totale aantal potentiële aansluitingen is het de verwachting dat een sluitende businesscase haalbaar is mits de participatiegraad hoog genoeg is.

10 Juridische aspecten Om een warmtenet aangesloten op de RWZI te realiseren en exploiteren zijn vergunningen nodig. De volgende vergunningen zijn minimaal noodzakelijk: • Een bouw- en milieuvergunning van de Omgevingsdienst voor de technische installaties bij de RWZI; • Een grondwatervergunning van de Provincie voor de WKO-bronnen;

8/11

•

Eventueel een watervergunning voor de onttrekking van warmte aan het effluent.

Er is nader onderzoek nodig om in beeld te brengen of er belemmerende voorwaarden zijn voor het verkrijgen van de vergunningen. Dit speelt met name bij de grondwater en watervergunning. Vooralsnog lijkt het dat het warmtenet niet onder de WCW, de Wet Collectieve Warmte, zal vallen. In de huidige wet is namelijk 1.500 aansluitingen opgenomen als grens waarboven een warmtenet onder deze wet valt. Dit betekent in praktijk dat het warmtenet zowel in eigendom (en exploitatie) mag zijn van een private als een publieke partij, zoals de gemeente.

11 Koudelevering De gemiddelde temperatuur van de aarde neemt toe, vooral door menselijke invloeden. Zelfs als het ons lukt om de temperatuurstijging lager te houden dan 2°C zal hierdoor de koudevraag van woningen en kantoren toenemen. Daarnaast worden woningen en kantoren steeds beter geïsoleerd, dat leidt tot een verdere toename van de koudevraag. In onderstaande figuur is de effect van temperatuurstijging en isolatie weergegeven in 2050 volgens het warmste KNMI-scenario.

Figuur 7: Effect van temperatuurstijging en isolatie op de warmte- en koudevraag van woningen7

Bovenstaande figuur laat zien dat naar verwachting de warmtevraag van woningen zal dalen terwijl de koudevraag fors stijgt. Op dit moment heeft 14% van de woningen in Nederland een airco en wordt een aandeel van 38% verwacht in 20308. Als deze trend doorzet tot 2050 dan zal 60% van de woningen een airco hebben. Het gevolg daarvan is een forse toename van het elektriciteitsverbruik in de zomer. Als de koude geleverd wordt met een duurzaam koudenet kan dit voorkomen worden. Gelet op het bovenstaande is het aan te bevelen om, naast de levering van warmte, de levering van koude te overwegen. Zowel bij een systeem met een LT-net als een MT-net is dat mogelijk, bijvoorbeeld door naast het warmtenet ook nog een koudenet te leggen. De koude die op die manier geleverd kan worden heeft een temperatuur van ongeveer 16°C. Woningen die een

7 8

Kansen voor warmte-koudenetten, CE Delft, mei 2023 KEV 2022, PBL

9/11

vloerverwarmingssysteem of speciale laagtemperatuur radiatoren hebben kunnen daarmee koelen. Het aantal woningen dat daarover beschikt is echter nog beperkt. Of het leveren van koude al bij de start van het project al toegevoegd kan worden is daarom de vraag. Het is aan te bevelen koude als optie wel mee te nemen wanneer bij de bewoners de interesse gepeild wordt voor het warmtenet. Afhankelijk van de reacties kan dan de keuze gemaakt worden of de levering van koude meteen of eventueel op een later moment toegevoegd wordt.

12 Conclusies en aanbevelingen De volgende conclusies kunnen getrokken worden: -

-

-

-

-

-

-

-

De RWZI in Ridderkerk loost het hele jaar door effluent, gezuiverd water, van 14 tot 22°C in de Noord; Door warmte te onttrekken aan het effluent en deze vervolgens met warmtepompen in temperatuur te verhogen kan hiermee warmte voor verwarming en warm tapwater gemaakt worden; Als 2 WKO doubletten (grondwater bronnen) toegevoegd worden kunnen hiermee ongeveer 1.200 woningen (met een energielabel B) voorzien worden van warmte; Dit is voldoende om alle woningen in Het Zand te voorzien van warmte of een deel van de woningen in Drievliet; In welke mate de bodem geschikt is voor WKO-bronnen is niet bekend, hiervoor is nader onderzoek nodig; Zowel een systeem met een laagtemperatuur (LT) warmtenet als een middentemperatuur (MT) warmtenet is mogelijk; Bij het LT-net staan kleine warmtepompen per woning opgesteld, bij het MT-net staan er grote warmtepompen bij de RWZI. Een groot deel van de woningen in Het Zand heeft de juiste isolatiegraad (minimaal energielabel B) om over te kunnen stappen op zowel een MT als een LT-warmtenet. Verdiepend onderzoek moet uitwijzen of en welke isolatiestappen er nog bij de overige woningen genomen moeten worden als voor een LT-net gekozen wordt.

Als de participatiegraad hoog is en 1.200 woningen aangesloten worden en er worden voldoende subsidies binnen gehaald lijkt het mogelijk om het systeem rendabel te exploiteren; Het bereiken van een hoge participatiegraad is eenvoudiger in Drievliet dan in Het Zand omdat in Drievliet veel huurwoningen zijn van woningcorporatie Wooncompas; Als de participatiegraad in Het Zand of Drievliet onvoldoende is om 1.200 woningen aan te sluiten kan overwogen worden om het systeem uit te breiden naar bedrijventerrein Donkersloot; Meerdere vergunningen zijn noodzakelijk voor het realiseren en exploiteren van de installatie. Nader onderzoek naar de voorwaarden voor de grondwater en watervergunning is gewenst; Het toevoegen van koudelevering kan overwogen worden.

13 Vervolgstappen De volgende vervolgstappen kunnen genomen worden: -

Een gesprek met de wethouder om de resultaten van onderliggende studie te bespreken; Overleg met waterschap Hollandse Delta om de resultaten van onderliggende studie te bespreken; 10/11

-

-

-

Het uitvoeren van een onderzoek om de geschiktheid van de bodem, de capaciteit van de grondwaterbronnen en de vergunningsvoorwaarden in beeld te brengen; Onderzoek naar de voorwaarden voor het verkrijgen van de watervergunning; Een verdiepende studie naar de technische, financiële en juridische aspecten van het MT- en LT-net en de (mogelijke) woningaanpassingen waarin ook de wensen van bewoners meegenomen worden; Als bovenstaande studies gesprekken een positief resultaat laten zien het opstarten van een traject om te komen tot een Wijkuitvoeringsplan (WUP), hierin is een participatietraject met bewoners en de woningcorporatie Wooncompas onmisbaar.

Verantwoording Titel: Projectnummer: Klant: Versie: Datum: Auteurs: E-mailadres: Gecontroleerd door: E-mailadres:

Verkenning haalbaarheid RWZI Ridderkerk 51012670 Gemeente Ridderkerk Definitief 24-11-2023 Johan Seuren & Bram Dijkstra johan.seuren@sweco.nl Veerle Valkema veerle.valkema@sweco.nl

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1142/documents/38613