Bijlage 1b - BRP bijlage 4a Inventarisatie Alternatief regionaal aanbod 27052024 - deel 1.pdf .pdf
Tekst van het document
Inventarisatie Regionaal alternatief aanbod
Ontwikkelopdracht Bovenregionaal plan JHP
Definitief concept 27 mei 2024
Inhoud
▪ De ontwikkelopdracht ▪ Alternatief aanbod (definitie) ▪ Data: o Herkomst jeugdigen in JHP o Historische plaatsingen per regio 2020-2024 ▪ Conclusies proces en aanbod ▪ Onderwijsperspectief en alternatief aanbod ▪ Wat hebben regio’s nodig? ▪ Bovenregionaal vraagstuk en voorstel
Bijlagen (separaat) ▪ Kansen en risico’s ▪ Alternatief aanbod per regio versie 27 mei 2024
2
De ontwikkelopdracht, maart 2024
Inventariseer de voortgang van de ontwikkeling van regionaal alternatief aanbod in de regio’s voor een zo compleet mogelijk totaal beeld. Breng daarnaast mogelijke risico’s in beeld en daarbij helpende elementen. • • •
Na interviews bij 5 regio’s is een concept memo opgesteld en ambtelijk besproken (27/5). Na bijstelling is deze voorgelegd aan het bovenregionaal directeurenoverleg (20/6). De conclusies maken deel uit van de 3e actualisatie van het bovenregionaal plan, ter vaststelling aan de Stuurgroep juli 2024.
versie 27 mei 2024
3
Alternatief aanbod ▪
Alternatief aanbod is aanbod dat toeziet op : ▪ residentiële of ambulante zorgvormen ter vervanging en voorkomen van gesloten jeugdhulp ▪ via innovatie of doorontwikkeling van zorg ▪ zodat deze passend wordt voor jongeren die (voorheen) in de gesloten jeugdhulp verbleven (SPUK-regeling, concept februari)
▪
Alternatief aanbod kan zowel nieuw ontwikkeld aanbod zijn als uitbreiding van bestaand (open/gesloten) aanbod AEF onderzoek¹ noemt specifiek: Flexibele/hybride² bedden, verkleinde groepen, specialistische kennisoverdracht scholing (nieuw) personeel, kleinschaligheid, integratie van kennis en expertisen”.
▪
¹ onderzoek AEF naar de toekomst van de Jeugdhulp in Zuidwest (december 2022) ² hybride bedden zijn in inventarisatie niet specifiek benoemd, is bovenregionale ontwikkeling i.p.v. regionale versie 27 mei 2024
4
Data: Herkomst jeugdigen in JHP
78 30 13 12 61
Plaatsingen JHP naar herkomst per regio en naar voorgaande plaatsing. Bron: Jaarrapportage PC 2023.
versie 27 mei 2024
5
Data historische JHP-plaatsingen 2020-2024
6
Conclusies proces (1) ▪ Ontwikkeling alternatieven is organisch, geen vast tempo of patroon ▪ Ontwikkeling alternatieven heeft geen duidelijk beginpunt; vindt oorsprong in de eerder vastgestelde regionale Programma’s en actieplannen, Bovenregionaal plan (2021)ed. ▪ Veel overlap in focus 2 à 3 ontwikkellijnen in Plannen van aanpak. ▪ Na Plannen van aanpak (voorjaar/zomer ’23) onderzoeks- en inventarisatiefase, daarna start ontwikkelfase (eind 2023- eind 2024). ▪ 4* van de 5 regio’s gestart met uitvoering Plan van aanpak ▪ Factoren bepalend voor tempo uitvoering: nieuwe regionale inkoop, personeelswisselingen, urgentiegevoel/daadkracht partners, ambtelijke capaciteit/prioriteit, onduidelijkheid financiering ▪ Samenwerkingspartners naast zorgaanbieders (open en gesloten): lokale teams, RET, PC, jeugdhulpregio’s, samenwerkingsverbanden VO en MBO, ervaringsdeskundigen, GI’s, Inspectie (IJG) * Haaglanden: start binnenkort
versie 27 mei 2024
7
Conclusies aanbod (2) ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Verblijf en (intensief) ambulant aanbod (of combinaties van), zowel nieuw aanbod als doorontwikkeling bestaand*. Focus verschilt per regio. Ontwikkeling expertise/bijscholing en onderwijs/dagbesteding (enkele regio’s) Elke regio heeft alternatief aanbod ontwikkeld, echter groot deel nog in planning/ voorbereiding in 2024 e.v.(Rijnmond, Zuid Holland Zuid en Holland Rijnland). Komend jaar lijkt bepalend voor haalbaarheid plannen en uitvoering. Verkleinde groepen en hybride bedden zijn grotendeels gerealiseerd, niet gespecificeerd per regio Niet altijd duidelijk of sprake is van nieuw ontwikkeld – dus aanvullend aanbod ter voorkoming/vervanging jeugdhulpplus - of al bestaand aanbod. Geen beeld van bovenregionale zorgvraag naast het nieuw te ontwikkelen regionaal alternatief aanbod Geen beeld mogelijk van totaal nog te verwachten alternatief aanbod, in plekken/bereikte jeugdigen noch in tijd. Aansluiting residentieel onderwijs onderbelicht (zie hierna) Zonder voldoende en passende alternatieven blijft Jeugdzorgplus langer nodig. Overzicht per regio in bijlage.
* De 3 transformatie-elementen: nieuw alternatief aanbod, versterken bestaand, doorontwikkeling JH versie 27 mei 2024
8
Onderwijsperspectief en alternatief aanbod In de ambitie van Zuidwest is het bieden van onderwijsperspectief onlosmakelijk onderdeel van een passend zorgaanbod en passende plaatsing. Dit geldt dus ook voor alternatief zorgaanbod. Regio’s¹ geven aan dat de aansluiting onderwijs op alternatief ambulant/residentieel aanbod nu nog onderbelicht is bij de ontwikkeling van alternatief aanbod. Het gaat met name om: ▪
Organiseren van doorlopend onderwijs of dagbesteding gedurende verblijf in kleinschalige woonvorm
▪
Ondersteuning op school via ambulant team
Dit vergt vroegtijdige en structurele afstemming tussen (residentieel) onderwijs, Hervormingsagenda en regionale alternatieven. Op dit moment gebeurt dit via de Onderwijscoalitie Residentieel Onderwijs Zuidwest²- subdoelen o.a. onderwijs bij alternatieven en vergroten samenwerking onderwijs en gemeenten. Via het innovatiebudget van de Onderwijscoalitie liggen er mogelijkheden voor samenwerkingsverbanden en aanbieders om maatwerk-oplossingen te ontwikkelen en het beter verbinden van onderwijs en alternatieven. Echter kennen dit budget en de subsidie voor de Coalitie een beperkte looptijd terwijl de transformatie nog doorloopt komende jaren. Onbekend hoe dit wordt opgevolgd= vraagstuk voor aanbieders+samenwerkingsverbanden+regio’s. ¹ In Holland Rijnland wordt hieraan invulling gegeven via bestuurlijke Regiegroep Jeugdzorg-Onderwijs met afvaardiging van de gemeenten en de 3 samenwerkingsverbanden. ² De Onderwijscoalitie Zuidwest zet zich binnen het landsdeel in voor een betere verbinding van onderwijs- zorg voor jongeren in jeugdzorg, o.a. via het verbinden en versterken van bestaande en nieuwe netwerken. De subsidie stopt vooralsnog eind 2024 (projectleider: Anke van der Landen). versie 27 mei 2024
9
Wat hebben regio’s nodig? “Om de alternatieven te laten slagen is structurele bovenregionale monitoring, informatiedeling en verbinding met betrokkenen uit het veld noodzakelijk. Waaronder GI's, lokale gemeenten, aanbieders en onderwijs.” “Kennisdeling zowel tussen aanbieders onderling over leer-ervaringen bij ontwikkelde voorzieningen (uitvoerders) als tussen projectleiders van de regio’s over aanpak, routes, kaders en gekozen oplossing (opdrachtgevers)”. quotes regio 5 regio’s: a. Informatie- en kennisuitwisseling over ervaring met ontwikkelen en gebruiken van alternatief aanbod. Ter inspiratie en lerend vermogen. b. Financiering ontwikkelkosten, scholingskosten ed. c. Bovenregionaal Expertise Netwerk ZuidWest Regionaal*: d. Betrekken van en samenwerken met onderwijspartners aan de voorkant van de alternatief-ontwikkeling door aanbieders en regio’s e. Beschikbaar stellen van expertise door aanbieders onderling (open-gesloten) f. Actieve houding en daadkracht aanbieders (enkele regio’s) g. Onafhankelijke project- en procesleider om samenwerking bestuurders te faciliteren en aanjaagfunctie (1 regio) * vraagt om regionale oplossingen (buiten scope inventarisatie). versie 27 mei 2024
10
Bovenregionaal vraagstuk
1. 2. 3.
Geen duidelijke bovenregionale zorgvraag in beeld nu; data/inzicht ontbreekt regionaal; behoefte aan monitoring Kennis en informatie-uitwisseling over ontwikkeling van alternatieven; inzetten lerend vermogen Financiering ontwikkelkosten, scholingskosten ed.
….vraagt om bovenregionale aanpak door: 1.
2. 3. 4.
Monitoring afname plaatsingen vanaf peildatum 1 juli 2023 (start PvA’s) in combinatie met bovenregionale doelstellingen x tijd per regio. Met als doel bevordering van meer en passend alternatief aanbod. Betrekken data capaciteit via PC; kwalitatieve monitoring n.t.b. Procesaanpak opstellen inclusief afspraken over evt. bijsturing en consequenties bij niet behalen doelstellingen. Bovenregionale zorgbehoefte aanwezig? > in beeld via BREN/RET’s Organiseren kennisontwikkeling als onderdeel van BREN Subsidieregeling BREN voor alternatief aanbod
versie 27 mei 2024
11
Bijlagen
1. Kansen en risico’s 2. Alternatief aanbod (separate bijlage) ▪ Midden Holland ▪ Holland Rijnland ▪ Rijnmond ▪ Zuid Holland Zuid ▪ Haaglanden Niet altijd was de precieze startdatum van het alternatief bekend; mogelijk zijn ook alternatieven genoemd die al langer bestaan.
versie 27 mei 2024
12
Bijlage 1. Kansen bij ontwikkeling alternatief aanbod door één of meerdere regio’s
▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Urgentiegevoel c.q. bestuurlijke wil aanbieders aanwezig. Of: Lijkt meer prioriteit te krijgen bij bestuurders aanbieders, positieve beweging zichtbaar Versterken onderlinge samenwerking gemeente- onderwijs en met aanbieders De wil om intensiever samen te werken is er wel, maar de faciliterende rol om dit te realiseren is onvoldoende duidelijk en mogelijk belegd bij de regio gemeenten. Die moeten hierin actievere rol nemen. Meer delen en benutten leerervaringen expertise bij ontwikkeling van alternatieven met overige regio’s; maar dit vergt organisatie, gaat niet vanzelf Inzetten van expertise van aanbieders uit andere regio’s; meer kennisdelen over regio’s heen Delen en benutten leerervaringen expertise van huidige alternatieven tussen aanbieders onderling (“luiken gaan wel open maar vergt nog tijd”) Doorontwikkelen bestaand aanbod (Marathon); het hoeft niet altijd nieuw! Sommige regio’s zijn al toe aan evaluatie van pilots van innovatieve alternatieven> leereffect mee in aanpak van nog te ontwikkelen aanbod Door vanuit JZP afschaling en tempo tijdig kenbaar te maken kunnen open aanbieders anticiperen
versie 27 mei 2024
13
Bijlage 1. Risico’s bij ontwikkeling alternatief aanbod door één of meerdere regio’s ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Afhankelijkheid (in capaciteit en tijd) binnen transformatieopgave tussen af- en ombouw van jeugdhulpplus door JZaanbieders en ontwikkeling alternatief aanbod in de regio’s, 3 elementen. Onvoldoende urgentiegevoel en daadkracht aanbieders (div. regio’s) Onvoldoende bestuurlijke betrokkenheid vanuit zowel gemeenten als (systeem)aanbieders (enkele regio’s) Onvoldoende samenwerking / verbinding of afwachtende houding van aanbieder(s) onderling waardoor nieuwe ontwikkelingen niet / moeizaam/ later op gang komen (enkele regio’s) Onbekendheid nieuw ontwikkeld (ambulant)aanbod bij collega-aanbieders staat gebruik van nieuw aanbod soms in de weg Focus van aanbieders op grotere regio’s (1 regio) Onzekerheid beschikbare middelen ter dekking ontwikkelkosten en structurele financiering Structurele financiering (bv onvoorwaardelijk verblijf) is niet goed geregeld aan voorkant. Onvoldoende subsidie t.b.v. aansluiting residentieel onderwijs op (kleinschalige) alternatieven Beschikbaarheid ervaren personeel/medewerkers in ontwikkelfase nieuw aanbod; wil is er maar tijd ontbreekt Krapte arbeidsmarkt; geschoold en ervaren personeel voor op kleinschalige woonvorm/ambulant team Nieuwe aanbestedingstermijn regionale Jeugdzorg per 1-1-2026 Solidariteit binnen de regio (1 regio) Regionale aanpak past bij scope van de opdracht en de rol die regio’s kunnen nemen.
Voor aanbieders die in meerdere regio’s actief zijn ligt hier mogelijk behoefte in bovenregionale aanpak. versie 27 mei 2024
14