Bijlage 1 Was-wordt-lijst beleidsregels Wmo 2025.pdf
Tekst van het document
Was-wordt-lijst Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (per 1 januari 2025) Onderstaand overzicht geeft de wijzigingen in de beleidsregels weer, inclusief toelichting. Nr.
Beleidsregels 2024 (oud)
Beleidsregels 2025 (nieuw)
Toelichting
2.4 Meldingen ten behoeve van Beschermd wonen en Opvang Cliënten die zich willen melden voor Beschermd wonen en/of Opvang worden voor het doen van de melding verwezen naar de centrumgemeente Rotterdam. Inkomende meldingen worden, eventueel
2.4. Meldingen ten behoeve van beschermd wonen en maatschappelijke opvang Cliënten die zich willen melden voor beschermd wonen (intra- en semimuraal) en/of maatschappelijke opvang worden voor het doen van
De beleidsregel is aangepast n.a.v. de inkoop voor semimuraal wonen die de gemeente Rotterdam als
na het doen van vraagverheldering, doorgestuurd naar de centrumgemeente.
de melding verwezen naar de centrumgemeente Rotterdam. De beleidsregels van de gemeente Rotterdam ten aanzien van beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn van toepassing op de inwoners
centrumgemeente in 2024 heeft gedaan. Vanaf 2025 wordt ook semimuraal wonen aangeboden.
uit de gemeente Ridderkerk. 3.4 Eigen mogelijkheden, eigen kracht, eigen netwerk
3.4 Eigen mogelijkheden, eigen kracht, eigen netwerk
Deze beleidsregel wordt
(…)
(…) In het kader van de eigen kracht mag van een cliënt worden gevraagd dat deze de woning herinricht, wanneer dit kan bijdragen aan het
toegevoegd n.a.v. van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van beroep (o.a. CRvB, 27
compenseren van de beperkingen.
jan. 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:429 )
3.7 Algemeen gebruikelijke voorzieningen
3.7 Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Hiermee wordt verduidelijkt dat drempelhulpen van 10 cm of lager als algemeen gebruikelijke
Verkrijgbare drempelhulp voor binnenshuis en buitenhuis, met uitzondering van oprijplaten voor een rolstoel, een vlonder of
Verkrijgbare drempelhulp voor binnenshuis en buitenhuis tot en met 10 centimeter.
voorziening worden aangemerkt. Drempelhulpen boven de 10 cm zijn niet algemeen gebruikelijk.
hellingbaan.
Daarvoor kan, indien ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan, een Wmo-voorziening worden verstrekt. 4.7 Toezicht en handhaving (…)
4.7 Toezicht en handhaving (…)
De wijze waarop de GGD het kwaliteitstoezicht uitvoert wordt
Toezichthouder kwaliteit Het college heeft de GGD Rotterdam-Rijnmond aangewezen als toezichthouder kwaliteit. De GGD voert deze taak steekproefsgewijs uit.
Toezichthouder kwaliteit
duidelijker omschreven. Daarmee wordt aangesloten op
Het college heeft de GGD Rotterdam-Rijnmond aangewezen als toezichthouder kwaliteit. De GGD voert structureel, proactief, preventief,
het Toezichtkader Wmo van de GGD.
reactief en calamiteitentoezicht uit. 5.2 Resultaatgebieden Normenkader HHM
5.2 Resultaatgebieden Normenkader HHM
Wasverzorging Iedere inwoner dient te kunnen beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). De ondersteuning bestaat uit het wassen en strijken. Het
Wasverzorging Iedere inwoner dient te kunnen beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). De ondersteuning bestaat uit het wassen en indien nodig
strijken van kleding wordt alleen gedaan bij een medische noodzaak en betreft alleen bovenkleding en alleen het aantal stuks dat redelijkerwijs verwacht mag worden en maatschappelijk aanvaardbaar is.
strijken. Voor strijken geldt dat dit in het algemeen niet noodzakelijk is voor participatie of zelfredzaamheid. Het strijken van kleding wordt alleen gedaan bij een medische noodzaak (bijvoorbeeld vanwege een
Deze beleidsregel wordt verduidelijkt n.a.v. een recente uitspraak van de CRvB. (CRvB, 18 juni 2024, ECLI:NL:CRvB:2024:1487).
papieren huid of in verband met noodzaak hygiëne bij een verstoord immuunsysteem). Alleen bovenkleding kan worden gestreken en alleen het aantal stuks dat redelijkerwijs verwacht mag worden en maatschappelijk aanvaardbaar is. 8.2 Voorziening voor verhuizing
8.2 Voorziening voor verhuizing
De voorwaarden voor de
Als toepassing wordt gegeven aan het primaat van verhuizing, dan wordt aan cliënt een verhuiskostenvergoeding toegekend, waarvan de hoogte is bepaald in het Nadere regels maatschappelijke ondersteuning. Het
Als toepassing wordt gegeven aan het primaat van verhuizing, dan wordt aan cliënt een verhuiskostenvergoeding toegekend. Het recht op deze voorziening vervalt na 24 maanden. De tegemoetkoming wordt
verhuiskostenvergoeding worden verduidelijkt. Daarnaast is toegevoegd dat een
recht op deze voorziening vervalt na 24 maanden.
toegekend indien wordt verhuisd naar een adequate woning of makkelijker geschikt te maken woning. De vergoeding wordt uitbetaald als de cliënt daadwerkelijk een woning vindt en verhuisd. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de op de datum van verhuizing
verhuiskostenvergoeding wordt ingetrokken als tweemaal een adequate of geschikt te maken woning wordt geweigerd.
geldende nadere regels en is daarin bepaald. Indien een cliënt tweemaal een aangeboden adequate of geschikt te maken woning weigert op niet reële gronden wordt de tegemoetkoming ingetrokken. 8.7 Aanpassing gemeenschappelijke ruimten
8.7 Aanpassing gemeenschappelijke ruimten
Oprijplaten, vlonders en hellingbanen;
Zie de toelichting bij 3.7.
Drempelhulpen hoger dan 10 centimeter (waaronder oprijplaten, vlonders en hellingbanen);
8.10 Tijdelijke huisvesting Het kan voorkomen, dat een persoon met beperkingen als gevolg van
8.10 Tijdelijke huisvesting Het kan voorkomen, dat een persoon met beperkingen als gevolg van
Naar aanleiding van enkele casussen wordt de beleidsregel
het aanpassen van zijn woning op grond van de Wmo dubbele woonlasten heeft. In zulke gevallen kan een tegemoetkoming worden verleend, maar hier gelden de beperkingen die zijn opgenomen in de
het aanpassen van zijn woning op grond van de Wmo dubbele woonlasten heeft. In dergelijke gevallen kan een tegemoetkoming worden verleend voor het tijdelijk betrekken van een zelfstandige
voor een tegemoetkoming bij tijdelijk dubbele woonlasten geconcretiseerd.
Verordening. Er zijn twee mogelijkheden: het tijdelijk betrekken van een
woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten
zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. De hoogte van de tegemoetkoming is hiervan
woonruimte.De tegemoetkoming wordt berekend op basis van het huurbedrag (excl. eventuele individuele stookkosten) dat per maand is
afhankelijk.
verschuldigd voor de woning die men wel moet huren maar nog niet kan gebruiken vanwege nog uit te voeren woningaanpassingen. De tegemoetkoming kan worden verstrekt voor een periode van maximaal 6 maanden, gerekend vanaf de tweede maand. De eerste maand huur wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd. Indien de cliënt voor de woning recht heeft op huurtoeslag dan wordt dit in mindering gebracht op de tegemoetkoming. De tegemoetkoming stopt zodra de woningaanpassingen zijn opgeleverd. Deze beleidsregel is alleen van toepassing op huurwoningen.
10.6 Hulpmiddelen voor vervoer Bij een aanvraag voor een scootmobiel worden ook mobiliteitsaspecten meegewogen.
10.6 Hulpmiddelen voor vervoer Bij een aanvraag voor een scootmobiel worden ook mobiliteitsaspecten meegewogen. Van belang daarbij is of een scootmobiel een anti-
Het meewegen van mobiliteitsaspecten en antirevaliderende werking wordt
revaliderende werking heeft. Hiervan is sprake als de situatie van de cliënt door het gebruik van de scootmobiel verslechtert of gelijk blijft als vooruitgang wel mogelijk is. Indien hiervan sprake is, is de voorziening
verduidelijkt en in lijn gebracht met rechtspraak van de CRvB (o.a. CRvB, 21 februari 2024,
niet passend.
ECLI:NL:CRVB:2024:33). Hiermee wordt tevens art. 9 lid 3 van de Verordening concreter uitgewerkt.
10.7 Rolstoelen als hulpmiddel voor zittend verplaatsen Bij een aanvraag voor een rolstoel worden ook mobiliteitsaspecten
10.7 Rolstoelen als hulpmiddel voor zittend verplaatsen Bij een aanvraag voor een rolstoel worden ook mobiliteitsaspecten
Het meewegen van mobiliteitsaspecten en anti-
meegewogen.
meegewogen. Van belang daarbij is of een rolstoel een anti-revaliderend werking heeft. Hiervan is sprake als de situatie van de cliënt door het gebruik van de rolstoel verslechtert of gelijk blijft als vooruitgang wel
revaliderende werking wordt verduidelijkt en in lijn gebracht met rechtspraak van de CRvB
mogelijk is. Indien hiervan sprake is, is de voorziening niet passend.
(o.a. CRvB, 21 februari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:33). Hiermee wordt tevens art. 9 lid 3 van de Verordening concreter uitgewerkt.