Bijlage 1 Definitieve versie Integraal Beleid Sociaal Domein Ridderkerk 2021.pdf
Tekst van het document
Die oplossing is bij voorkeur maatschappelijk gelegitimeerd. Dat houdt in dat als de geboden oplossing in sommige gevallen een afwijking vormt op de gangbare protocollen of regels deze goed uitlegbaar moet zijn. De oplossing die we bieden dient transparant te zijn en aan een ieder uitlegbaar op grond van de maatschappelijke en/of economische meerwaarde die de oplossing met zich meebrengt. Gemeentescan De gegevens hieronder zijn vrijwel geheel (tenzij anders vermeld) gebaseerd op de gemeentescan van Ridderkerk (2020) die mede ten behoeve van deze nota is opgesteld. In de gemeentescan is men uitgegaan van de postcodegebieden: Postcode 2981 Centrum Postcode 2982 West Postcode 2938 Bolnes/Slikkerveer Postcode 2984 Donkersloot Postcode 2985 Oost Postcode 2986 Drievliet/Crezeepolder Postcode 2987 Bolnes Postcode 2988 Rijsoord/Reyerwaard-Strevelshoek Postcode 2989 Oostendam
72
1. Totaal aantal inwoners Ridderkerk per leeftijdscategorie in 2020, 2030 en 2040 Op 1 januari 2020 telde de gemeente Ridderkerk 46.270 inwoners. Onderverdeeld in leeftijdscategorieën, geeft dit het volgende beeld.
73
RIDDERKERK 2020
5360
6900 0 -14 jaar
6080
15 - 24 jaar 4940
25 - 44 jaar 45 - 64 jaar 65 - 74 jaar
12810
10320
75 + jaar
Kijkend naar de prognose van de bevolkingssamenstelling, ziet de leeftijdsopbouw er in 2030 en in 2040 als volgt uit:
Uit bovenstaande grafieken kan worden opgemaakt dat de bevolkingssamenstelling op gemeentelijk niveau licht stijgt van in 2020 naar 47.180 inwoners in 2040; een toename van bijna 2%. De verschuiving in aantallen inwoners onderverdeeld naar leeftijdsklassen is groter. Het aantal 75+ers kent tot 2040 een grote groei met 52%. Ridderkerk vergrijst! Het aantal inwoners van 65 jaar en ouder stijgt tot 2040 met ruim 24% (van 11.220 begin 2020 naar 13.980 in 2040) en het aantal inwoners van 75 jaar en ouder stijgt tot 2040 door naar 7.980; een stijging van maar liefst 52%. Het aantal 45-64 jarigen daalt van 12.970 naar 11.070 (met bijna 15%) en de groep tussen de 25 en 44 jaar blijft -na een stijging in 2030 met ruim 3%- in 2040 op nagenoeg hetzelfde niveau als in 2020. Onder de groep jeugdigen tot 14 jaar is een stijging te zien tot 2040. Deze groep stijgt van 6.820 in 74
2020 naar 7.210; een stijging van bijna 6% De omvang van de groep oudere jeugd tot 24 jaar kent daarentegen een daling met 5,5% (van 5.080 naar 4.800 in 2020). De prognose van de bevolkingssamenstelling per postcodegebied onderverdeeld in de verschillende leeftijdscategorieën in de jaren 2020, 2030 en in 2040 biedt het volgende beeld:
75
76
In de gebieden Centrum, Oost, Rijsoord en Oostendam is op termijn een afname van het aantal inwoners te zien, terwijl het aantal inwoners in West, Bolnes/Slikkerveer, Donkersloot, Drievliet/ 77
Crezéepolder en Bolnes tot 2040 toeneemt. In Bolnes zien we tot 2028 eerst een lichte afname, waarna het aantal inwoners in deze wijk weer toeneemt tot 2040. 2. Bevolkingssamenstelling in relatie tot sociale factoren In de gezondheidsmonitor van de GGD RR uit 2016 is een aantal kenmerken per buurt uiteen gezet. Dit biedt het volgende beeld: in%
(Bron: gezondheidsmonitor GGD RR 2016)
Uit bovenstaande grafiek kan opgemaakt worden dat procentueel gezien:
de meeste eenpersoonshuishoudens voorkomen in de wijken Centrum en Donkersloot; huishoudens die moeite hebben met rondkomen het meest voorkomen in de wijken Centrum en Bolnes; personen met een hoog risico op angst of depressie vooral wonen in de wijken Centrum, West, Oost en Bolnes; mensen die onvoldoende regie over het eigen leven ervaren vooral wonen in de wijken West en Bolnes; de wijken Oost en Bolnes het grootste aantal mensen met een beperking leven kennen; de grootste groep personen met een niet-goed ervaren gezondheid wonen in de wijken West en Bolnes. 3. Mantelzorg/naastenzorg
In de Burgerpeiling (2019) wordt voor mantelzorg de term ‘naastenzorg’ gebruik. Hiermee wordt de onbetaalde, niet-alledaagse zorg voor een chronisch zieke, gehandicapte of andere hulpbehoevende bedoeld, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit een affectieve relatie.
78
Uit bovenstaande grafiek kan worden afgelezen dat in Ridderkerk sprake is van meer ‘naastenzorg’ dan gemiddeld. Vangnet eigen sociale netwerk Op de vraag in de Burgerpeiling of inwoners terug kunnen vallen op familie of vrienden voor zorg of hulp is in 2019 als volgt gereageerd (in %):
Ridderkerk wijkt hierbij niet veel af van het gemiddelde al is er sprake van een enigszins positiever beeld. Op de vraag of men terug kan vallen op mensen in de buurt, antwoordden de respondenten (in %):
Ridderkerkers kunnen minder vaak dan gemiddeld rekenen op burenhulp. 79
4. Vrijwilligerswerk Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk heeft verricht in de afgelopen 12 maanden is in 2019 44%. Ongeveer de helft verricht incidenteel en de andere helft structureel vrijwilligerswerk. Dit komt overeen met het landelijk percentage en met het percentage vrijwilligers in gemeenten van vergelijkbare omvang. Het Ridderkerkse percentage lag drie jaar voorafgaand aan het peiljaar overigens 10% lager dan het landelijk gemiddelde. Tussen 2016 en 2019 is het aantal vrijwilligers in de gemeente derhalve met 10% toegenomen. 34% van de inwoners is bereid vrijwilligerswerk te gaan doen in de nabije toekomst. 37% heeft deze bereidheid niet en 29% van de Ridderkerkers misschien. Het merendeel (65%) van de inwoners die in 2019 geen vrijwilligerswerk verrichtte gaf tijdgebrek aan als reden hiervoor. Bij 11% is onbekendheid met vrijwilligerswerk de oorzaak; zij weten niet wat voor vrijwilligerswerk zij zouden kunnen doen of weten niet hoe zij aan vrijwilligerswerk kunnen komen. 5. Sociale samenhang Het percentage ‘sociale samenhang’ wijkt in 2019 met 2,3% in positieve zin af van het landelijk gemiddelde. Ten opzichte van het jaar 2012 is dit gedaald; toen was dit 3,4%5. 6. Burenhulp6 (2019)
In Ridderkerk is sprake van een relatief vergelijkbare burenhulp als gemiddeld in Nederland. Als het gaat om de meer intensieve vormen van burenhulp blijft Ridderkerk enigszins achter. 7. Beleving algehele gezondheid7 Inwoners van Ridderkerk geven in 2019 voor hun gezondheid gemiddeld een rapportcijfer 7,64 (bij een score 1-10). Dit cijfer ligt iets hoger dan in gemeenten met een vergelijkbaar welzijnsprofiel.
5
Bron: waarstaatjegemeente.nl Bron: Burgerpeiling 2019 7 Bron: Burgerpeiling 2019 6
80
8. Gezondheid 65+
64,8% van de inwoners van 65 jaar en ouder ervaart (in 2016) zijn of haar gezondheid als goed/zeer goed; 65+’ers in Ridderkerk zijn gemiddeld minder lichamelijk actief dan landelijk; 65+’ers in Ridderkerk hebben vaker overgewicht dan landelijk; 65+’ers in Ridderkerk hebben minder beperkingen in gezondheid, horen, zien en bewegen dan landelijk.
De waardering van Ridderkerkers van de algehele gezondheid bij een schaal van 1-10 was in 2017 een 7,78. In 2016 bewoog 55,9% van de Ridderkerkers voldoende. Het Nederlands gemiddelde lag toen op 63%9. 9. Ervaren beperkingen10 De gemiddelde schaalscore ‘eigen kracht’ bedraagt (in 2019) in de gemeente Ridderkerk 8,40 (schaal 1-10). Dit is iets hoger dan in vergelijkbare gemeenten. De indicator ‘eigen kracht’ wordt in dit verband beschouwd als indicator voor een leven zonder beperkingen/het volwaardig mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven.
8
Bron: gemeentebegroting Bron: waarstaatjegemeente.nl 10 Bron: Burgerpeiling 2019 9
81
10. Bewegen Het aantal niet-sporters in Ridderkerk is 54,9% in 2016. 55,9% van de inwoners geeft in datzelfde jaar aan voldoende te bewegen. In 2018 is 12,6% van de mannen aangesloten bij een sportvereniging. Van de vrouwen is dit 5,4%. Beide percentages liggen zo’n kwart onder het Nederlands gemiddelde in dit peiljaar11. 11. Eenzaamheid De beschikbare cijfers over eenzaamheid in Ridderkerk lopen uiteen12. Sociale eenzaamheid Op de vraag in de Burgerpeiling 2019 of inwoners zich wel eens eenzaam voelen werd als volgt (in %) gereageerd:
Hieruit valt af te leiden dat 34% van de Ridderkerkers zich zelden tot vaak eenzaam voelt. Dat is 4% lager dan het landelijk gemiddelde. Sociale of emotionele eenzaamheid Volgens gegevens uit de gezondheidsmonitor van 2016 is het percentage beduidend hoger; 42% van de inwoners van Ridderkerk van 19 jaar en ouder voelt zich matig tot ernstig eenzaam. Dit percentage was in 2012 39%. Het percentage ligt in de regio Rotterdam Rijnmond in 2016 met 47% hoger. Een onderverdeling in leeftijdscategorieën en in sociale of emotionele eenzaamheid geeft (in 2016 in Ridderkerk) het volgende beeld:
11
Bron: waarstaatjegemeente.nl Zeer waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door verschillen in de onderzoeksmethodologie en de gehanteerde definitie 12
82
(bron: gezondheidsmonitor GGD RR 2016)
Het percentage inwoners dat zich eenzaam voelt verschilt per wijk:
(bron: gezondheidsmonitor GGD RR 2016)
In de gezondheidsmonitor wordt aangegeven dat de verwachting is dat het percentage inwoners dat zich eenzaam voelt zal stijgen, met name onder alleenwonenden. Het Centrum voor Jeugd en Gezin onderzocht in 2018 welk percentage derdejaarsleerlingen van het voortgezet onderwijs zich eenzaam voelt. In Ridderkerk was dit 5,4% (gemiddeld in Rotterdam Rijnmond was dit 7,1%). 12. Totaal aantal mensen met dementie/alzheimer13 in Ridderkerk 2019 Het totaal aantal mensen waarvan bekend is dat zij dementerend zijn is in 2019 316, vermeldt de gemeentescan. In onderstaande grafiek uit de scan is te zien dat het aantal mensen met dementie/alzheimer in de postcodegebieden West, Bolnes en Drievliet/Crezeepolder het grootst is. Dit hangt samen met het
13
Omdat in de databron van de gemeentescan Ridderkerk 2020 dementie en alzheimer in de raming onder dezelfde noemer zijn opgenomen, worden dementie en alzheimer ook op deze wijze weergegeven in deze bijlage.
83
aantal 75+’ers in deze wijken (zie de kaart onder onderstaande grafiek). De stijging van het aantal inwoners met dementie/alzheimer hangt samen met de stijging van het aantal inwoners van 75 jaar en ouder. Het aantal 75+’ers met dementie/alzheimer blijft tot 2040 rond de 7% in alle postcodegebieden. Het aantal senioren neemt tot 2040 echter toe, waardoor het aantal mensen met dementie eveneens zal toenemen. Aantal 75+’ers per postcodegebied in 2019
84
De prognose van het aantal personen met dementie/alzheimer in Ridderkerk tot 2040, onderverdeeld in wijken is als volgt in beeld gebracht in de gemeentescan:
In de factsheet ‘mensen met dementie per gemeente’ van Alzheimer Nederland uit januari 2020 is een hoger aantal weergegeven. Volgens deze factsheet omvat het aantal mensen met dementie van 2020 tot 2050 in Ridderkerk: Jaartal 2020 2025 2030 2040 2050 1000 1100 1300 1500 1800 13. Laaggeletterdheid14 In 201315 was 11 tot 13% van de inwoners van Ridderkerk laaggeletterd.
14 15
Bron: gemeentebegroting Dit zijn de meest recente beschikbare gegevens. Naar verwachting volgt in 2021 een nieuwe peiling.
85
14. Gebruik geestelijke gezondheidszorg In Ridderkerk (2,8%) maakten inwoners in 2014 minder gebruik van de basis-ggz dan het Nederlands gemiddelde (3,7%). In 2016 is dit andersom en ligt het gebruik van basis-ggz in Ridderkerk (4,3%) boven het landelijk gemiddelde (4%). Het grootste beroep op basis-ggz ligt procentueel in de wijken Centrum, Het Zand, Bolnes en Oostendam. 15. Mensen met depressie Depressie komt per 1.000 inwoners in alle postcodegebieden ongeveer evenveel voor (gemiddeld 26 van de 1.000 inwoners in Ridderkerk had in 2019 te maken met depressieve klachten). In de wijken West en Bolnes ligt het aantal iets boven het gemiddelde. 16. Jongeren Jeugdhulp16 Sinds 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de jeugdzorg. In de eerste jaren na de decentralisatie was sprake van een lichte daling van het aantal jongeren dat jeugdhulp in natura gebruikte. Sinds 2018 is sprake van een lichte toename van het gebruik. In 2019 ontvingen in de gemeente Ridderkerk 760 jongeren van 0 tot 23 jaar één of meerdere vormen van jeugdhulp in natura. 700 van hen ontvingen daarbij jeugdhulp zonder verblijf, en 100 van hen ontvingen daarbij jeugdhulp met verblijf.
In verhouding verwijzen de huisartsen en de wijkteams het meest naar ambulante vormen van jeugdhulp. Daarentegen verwijzen voornamelijk de Gecertificeerde Instellingen (Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond) naar jeugdhulp met verblijf. Dit is logisch gezien hun expertise en de specifieke doelgroep die zij bedienen.
16
Bron: https://www.cbs.nl/benchmark-jeugdzorg#ridderkerk
86
In 2019 ontvingen jongeren 105 van 0 tot 18 jaar één of meerdere vormen van jeugdbescherming. Hetgeen gelijk is aan het landelijke gemiddelde en lager is dan het gemiddelde in de regio Rijnmond. Bij 70 van hen ging het om een ondertoezichtstelling, en 35 van hen ontvingen voogdij.
Sinds 2015 is het aantal jongeren dat jeugdreclassering ontving gestegen, met een lichte piek in 2017 en 2019. In 2019 ontvingen 30 jongeren van 12 tot 23 jaar in Ridderkerk jeugdreclassering. Dit is hoger dan het landelijke gemiddeld, maar lager dan het gemiddelde in de regio Rijnmond. Het gaat hier overigens om een kleine doelgroep. Omdat het om relatief kleine aantallen gaat vertalen verschillen in aantallen zich al snel in (lichte) pieken en (lichte) dalen.
87
Het aantal kinderen in pleegzorg neemt landelijk toe en het tekort aan pleeggezinnen wordt groter17. In 2019 verbleven 23.272 kinderen en jongeren in een pleeggezin. In 2018 waren er 22.741 pleegkinderen. Het aantal pleegkinderen is dus met 531 gestegen. Het betreft het aantal unieke pleegkinderen dat voor kortere of langere tijd in een pleeggezin heeft gewoond. Het aantal kinderen en jongeren in de pleegzorg groeit gestaag sinds 2000. In december 2000 waren er circa 8.000 pleegkinderen. De groei is gestabiliseerd in 2014 en in 2015 is het aantal gegroeid naar 18.865 kinderen en jongeren. Sindsdien is het aantal met wat schommelingen nog verder gestegen naar 19.042 pleegkinderen op 31 december 2019. 48 procent van de pleegkinderen is geplaatst bij bekenden, bijvoorbeeld grootouders, tantes en ooms, maar ook onderwijzers of buren. In 2019 waren er 16.717 pleeggezinnen. Waaronder 2.778 nieuwe pleegouders. 2.386 pleegouders zijn gestopt. Werkzoekend18 In 2018 waren in Ridderkerk 88 jongeren van 16 tot 23 jaar werkzoekend. Op het totaal van 3.497 jongeren van 16 tot 23 jaar in Ridderkerk is dit 2.5%.
17
Bron: Pleegzorg Nederland: https://pleegzorg.nl/wp-content/uploads/2020/07/Factsheet-pleegzorg-2019-def.pdf 18 Bron: https://monitoraoj.nl/werkzoekende-jongeren/#
88
Halt19 Jongeren zoeken soms de grens op. Experimenteren hoort bij hun leeftijd. Maar soms gaan zij te ver en plegen ze een misdrijf of overtreding. De omgeving kan hier veel last van hebben. Door direct en op een grondige manier in te grijpen, voorkomt Halt dat gedrag van kwaad tot erger wordt. De Haltstraf heeft tot doel grensoverschrijdend gedrag zo vroeg mogelijk te stoppen en genoegdoening te bieden aan de slachtoffers en aan de maatschappij. In Ridderkerk is het aantal jongeren dat naar HALT is doorverwezen sinds 2015 gestegen. In 2019 is er echter sprake van een daling ten opzichte van 2018 van het aantal jongeren dat is doorverwezen.
Vroegtijdig Schoolverlaters (VSV)20 Het aantal vroegtijdig schoolverlaters daalde tot 2015 en is sindsdien weer aan het stijgen. In het schooljaar 2018-2019 was het percentage vroegtijdig schoolverlaters 1,95%. Dit is in lijn met de landelijk trend. Een mogelijke oorzaak is het tekort aan MBO-opgeleiden in de arbeidssector, waardoor MBO-ers sneller aan het werk gaan zonder diploma. Ter informatie is onderstaand artikel toegevoegd. https://www.ad.nl/binnenland/bedrijven-lokken-mbo-ers-met-goed-salaris-scholen-bezorgd-omdiploma-s~ae73295e/
19
Bron: https://www.halt.nl/ https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/onderwijs en https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/onderwijs-algemeen/leerlingen-en-studenten/prestatiesvoortijdig-schoolverlaten/vsv-in-de-gemeenten 20
89
17. Gezondheid en welzijn van kinderen21 Leeswijzer:
21
Bron: gezondheidsmonitor kinderen 2018 Ridderkerk van de GGD Rotterdam-Rijnmond
90
Het percentage kinderen dat in armoede opgroeit is in Ridderkerk 7%. Het percentage van het Nederlands gemiddelde is hetzelfde. Dit percentage kinderen is ten opzichte van 2015 wel gestegen. Toen ging het om 5,3%22.
22
Bron: gemeentebegroting
91
18. Gezondheid en welzijn van jongeren23 Leeswijzer:
Ervaren gezondheid
Stress
Psychosociale gezondheid
23
Bron: Gezondheidsmonitor jeugd 2019 Ridderkerk van de GGD Rotterdam-Rijnmond
92
Pesten
Professionele hulp en advies
Ingrijpende gebeurtenissen
93
Relatie met ouders
Bijbaan
Sport en beweging
94
Voeding
19. Middelengebruik onder jongeren24 Leeswijzer:
Roken
Alcohol
24
Bron: Gezondheidsmonitor jeugd 2019 Ridderkerk van de GGD Rotterdam-Rijnmond
95
Drugs
20. Gamen, slapen en eenzaamheid onder jongeren25 Onderstaande tabel geeft een beeld van het verhoogde risico op gameverslaving, slaapproblemen en eenzaamheid26 onder derdejaarsleerlingen van het schooljaar 2017/2018 in Ridderkerk.
De percentages zijn in Ridderkerk nagenoeg gelijk gebleven t.o.v. het jaar daarvoor; het percentage bij verhoogd risico op eenzaamheid is licht afgenomen. Hoewel Ridderkerk op de andere twee gebieden lager scoort dan het gemiddelde percentage bij gemeenten in de regio Rijnmond, ligt het percentage met een verhoogd risico op gameverslaving in Ridderkerk wat hoger. 21. Psychosociale problemen jeugdigen27 In Ridderkerk is het percentage jeugdigen met psychosociale problemen aanzienlijk. In groep 2 van het basisonderwijs heeft 12% van de kinderen (een verhoogd risico op) psychosociale problemen en dit loopt op tot 22,1% van de jeugdigen in het voorlaatste jaar van het voortgezet onderwijs (VO). Het hoogste percentage is waarneembaar onder de groep eerstejaarsleerlingen in het VO: 30,2% (schooljaar 2015-2016). In onderstaande tabel is dit in beeld gebracht. Op alle onderdelen ligt het percentage in Ridderkerk hoger dan het gemiddelde van de andere gemeenten in deze regio.
25
Bron: beleidsadviesnota Ridderkerk van het CJG Rijnmond Gamen, slapen en eenzaamheid onder jongeren Gehanteerde definitie van eenzaamheid: ‘Het subjectief ervaren van een onplezierige of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties.’ (Samentegeneenzaamheid.nl, 2018) 26
27
Bron: beleidsadviesnota 2017 Psychosociale problemen Jeugd Ridderkerk van het CJG Rijnmond
96
Tabel: beeld van psychosociale problemen onder derdejaars leerlingen van het voortgezet onderwijs
In 2017 betrof het middelengebruik onder de Ridderkerkse jeugd: binge-drinken 22%, dronken/aangeschoten 15%, wietgebruik 9%28. 22. Onderwijsachterstanden29 Het percentage achterstandsleerlingen was in 2012 ruim 13%. Het aantal leerlingen met risico op onderwijsachterstanden was in 2017 17%. Landelijk lag laatstgenoemd percentage iets lager met 15%. 23. Schoolziekteverzuim30 Het schoolziekteverzuim in Ridderkerk ligt nagenoeg op eenzelfde niveau als het gemiddelde in de regio. Onderstaande tabel illustreert dit. In de jaren voorafgaand aan het peiljaar is een stijging van het percentage met ongeveer een kwart te zien binnen Ridderkerk, met name bij kortdurend verzuim.
Grafiek: percentage jeugdigen dat in de 4 weken voorafgaand aan de peildatum thuis is gebleven in verband met ziekte
28
Bron: gemeentebegroting Bronnen: gemeentebegroting en waarstaatjegemeente.nl 30 Bron: beleidsadviesnota Schoolziekteverzuim Ridderkerk van het CJG Rijnmond 29
97
Kwantitatieve gegevens Werk en inkomen, minimavoorzieningen en Schuldhulpverlening 24. Schuldhulpverlening 7
25. Werkloosheid Conform het landelijke beeld daalt de werkloosheid in Ridderkerk sinds 2014.
98
Grafiek: werkloosheidspercentage 2010-2018
Het percentage werkloze jongeren was in 2018 2%. Dit percentage is gestegen t.o.v. het jaar 2015. Toen was het percentage 1,44%31. 26. Aantal personen met laag inkomen In 2017 had 38% van de huishoudens in Ridderkerk een laag inkomen (< € 20.000 p/j) en 19% een hoog inkomen (> € 36.000 p/j). 5% verdiende gelijk aan of minder dan het sociaal minimum (landelijk 7%). Tot 2015 lag dit percentage op 6% (landelijk 8%).
31
Bron: gemeentebegroting
99
27. Meervoudige problematieken bij minimuminkomen Een deel van de minimahuishoudens heeft naast financiële ook andere ondersteuningsvragen: 26 procent heeft een of meerdere Wmo-voorzieningen, 11 procent is in beeld bij schuldhulpverlening en 20 procent van de minimagezinnen heeft een indicatie vanuit de Jeugdwet. Minimahuishoudens maken vaker van deze andere vormen van ondersteuning gebruik dan huishoudens met een hoger inkomen Bij andere gemeenten zien we een gemiddelde overlap van minima met Wmo van 20 à 25 procent, met SDV van 10 procent en met de Jeugdwet (op huishoudniveau) van 15 à 25 procent. Zowel het totaal aantal huishoudens als het aantal minimahuishoudens dat gebruikmaakt van de Wmo is in de periode 2017-2019 gestegen. Bij de SDV is juist het omgekeerde het geval, in 2019 doorliepen minder huishoudens (minima én niet-minima) een traject van de schuldhulpverlening dan in 2017. In 2018 en 2019 doorliepen nagenoeg evenveel huishoudens een traject, maar in 2019 bestond deze groep voor een iets groter deel uit minimahuishoudens. 28. Minimavoorzieningen32 Ontwikkelingen minimapopulatie Minimahuishoudens 2017 – 2019
Op 31 december 2019 heeft de gemeente 1.469 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld. In 2019 is 7 procent van alle huishoudens in Ridderkerk een minimahuishouden, iets meer dan de 5 procent die we gemiddeld zien in gemeenten van vergelijkbare grootte. Sinds 2017 is het aantal minimahuishoudens in de gemeente stabiel. Hoewel het aantal huishoudens met een inkomen tot 110 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) al een paar jaar stabiel is, is de samenstelling van deze groep wel veranderd. Zo zijn er in 2019 meer huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm (nadat deze groep in 2018 kleiner werd, is deze in 2019 juist weer toegenomen tot een groter aantal dan in 2017). Deze stijging komt niet door een toename van het aantal bijstandsgerechtigden, maar door een toename in het aantal huishoudens met een overig inkomen tot 100 procent Wsm. Het aantal minimahuishoudens met een bijstandsuitkering is juist gedaald ten opzichte van in 2017. Iets minder dan de helft van de minimahuishoudens is alleenstaand, 34 procent heeft thuiswonende kinderen. Met name het aantal (en aandeel) eenoudergezinnen is gestegen ten opzichte van voorgaande jaren: in 2017 waren dit er 238 (16 procent), in 2019 zijn dit er 284 (19 procent van alle minima). Ook het aantal minimahuishoudens met een niet- westerse migratieachtergrond is toegenomen (van 582 in 2017 naar 645 in 2019).
Van alle 1.469 minima staan 59 huishoudens ingeschreven als ZZP’er. Dat is meer dan in 2018, toen waren dit 38 huishoudens.
32
Uit de Armoedemonitor
100