CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Definitieve versie Integraal Beleid Sociaal Domein Ridderkerk 2021.pdf

Commissie Samen leven RK 4 maart 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Nota Integraal Beleid Sociaal Domein29.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

‘Met Ridderkerkers, voor Ridderkerkers’ Beleidsnota Integraal Beleid Sociaal Domein 2021 18 maart 2021

Inhoud Woord vooraf ...................................................................................................................................... 4 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 5 1.1 Opzet nota ..................................................................................................................................... 6 2. Visie, missie en maatschappelijke effecten......................................................................................... 8 2.1 Waar willen we naar toe? ............................................................................................................. 8 2.1.1 Transformatie ......................................................................................................................... 8 2.2 Wat is onze missie? ....................................................................................................................... 9 2.2.1 Maatschappelijke effecten ................................................................................................... 10 2.3 Storytelling bij maatschappelijke opgaven.................................................................................. 10 3.

Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal ......................................................................................... 12 3.1 Wat willen we bereiken............................................................................................................... 12 3.1.1 De jeugd heeft de toekomst ................................................................................................. 12 3.1.2 Opvoeden ............................................................................................................................. 13 3.1.3 Ook volwassenen ontwikkelen zich een leven lang ............................................................. 13 3.2 Relevante ontwikkelingen ........................................................................................................... 15 3.3 Waar zetten we op in? ................................................................................................................ 16 4. Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen................................................................................ 18 4.1 Wat willen we bereiken? ............................................................................................................. 18 4.1.1 Verschillen zoveel mogelijk wegnemen ...............................................................................

18 4.1.2 Zelfredzaamheid geen (continu) gegeven in het leven ........................................................ 18 4.1.3 Maatwerkgericht aanbod & de toegang naar hulp en ondersteuning ................................ 19 4.1.4 Werken is belangrijk voor het welbevinden en voor de participatie ................................... 19 4.2 Relevante ontwikkelingen ........................................................................................................... 21 4.3 Waar zetten we op in? ................................................................................................................ 23 5. Inwoners kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen .............................................................................. 25 5.1 Wat willen we bereiken? ............................................................................................................. 25 5.1.1 Vrijwilligers en mantelzorgers worden ondersteund ........................................................... 25 5.1.2 Ruimte voor laagdrempelig ontmoeten en initiatief ........................................................... 25 5.1.3 We bevorderen ‘nabuurschap’, onderlinge solidariteit en eigen initiatief in de wijken ..... 25 5.1.4 Ook vanuit ruimtelijk beleid aandacht voor krachtige wijken .............................................

26 5.2 Relevante ontwikkelingen ........................................................................................................... 28 5.3 Waar zetten we op in? ................................................................................................................ 28 6. Ridderkerkers zijn langer vitaal en gezond........................................................................................ 30 6.1 Wat willen we bereiken? ............................................................................................................. 30 6.1.1 Vitaliteit en gezondheid als randvoorwaarden voor ‘meedoen en ‘naar elkaar omkijken’ . 30 6.1.2 Eenzaamheid ........................................................................................................................ 30 6.1.3 Positieve gezondheid als uitgangspunt ................................................................................ 30 2

6.1.4 Ook vanuit ruimtelijk beleid aandacht voor gezondheid ..................................................... 31 6.1.5 Mogelijkheden zoeken voor cofinanciering ......................................................................... 31 6.2 Relevante ontwikkelingen ........................................................................................................... 32 6.3 Waar zetten we op in? ................................................................................................................ 32 7. Inwoners kunnen zo lang mogelijk veilig thuis wonen...................................................................... 34 7.1 Wat willen we bereiken? ............................................................................................................. 34 7.1.1 Vergrijzing; een belangrijke motor van extramuralisering en innovatie.............................. 34 7.1.2 Borging veiligheid in thuissituatie ........................................................................................ 35 7.1.3 Versterken van verbinding tussen zorg en veilig via het Zorg- en Veiligheidshuis .............. 35 7.2 Relevante ontwikkelingen ...........................................................................................................

37 7.3 Waar zetten we op in? ................................................................................................................ 37 8. Implementatie & financiën................................................................................................................ 39 8.1 Pijlers voor succesvolle implementatie ....................................................................................... 39 8.2 Andere factoren .......................................................................................................................... 42 8.3 Financiën ..................................................................................................................................... 43 8.3.1 De inkomsten ....................................................................................................................... 43 8.3.2 De uitgaven........................................................................................................................... 44 8.3.3 Grip op kosten deels beïnvloedbaar..................................................................................... 44 8.3.4 Inzet financiële middelen .....................................................................................................

44 9 Sturing en monitoring ........................................................................................................................ 46 9.1 Sturing op maatschappelijk resultaat .......................................................................................... 46 9.2 Beleidsmonitor ............................................................................................................................ 46 Bijlage 1 Tabellen met inspanningen per maatschappelijk effect ........................................................ 53 Bijlage 2 Kwantitatieve gegevens Ridderkerk ....................................................................................... 70

3

Woord vooraf In een ideale wereld kan iedereen zichzelf redden, meedoen in de samenleving. Alle kinderen groeien gezond op, in een veilige omgeving. Mensen zijn aan het werk en verdienen hun eigen inkomen. Ouderen worden ouder zonder problemen. Jong en oud kan op eigen kracht de uitdagingen van het leven aan - fysiek, emotioneel, sociaal. Zo'n ideale wereld bestaat niet. Maar we werken er wel aan, samen met partners, professionals en vooral onze inwoners zelf. Door hen te helpen de regie over hun leven te houden of terug te krijgen. Door inwoners te ondersteunen waar dat echt nodig is. Door in te zetten op preventie. De gemeente heeft er door de decentralisaties van 2015 veel taken (op het gebied van zorg, jeugd en werk) bij gekregen die in de gemeentelijke organisatie moesten worden ingebed. Nu dat goeddeels is voltooid, willen we de volgende stap zetten: onze manier van werken gereed maken voor de toekomst. We zijn op weg naar een andere manier van organiseren, denken en werken. Het versnipperde gemeentelijke beleid willen we samenbrengen in een logisch, samenhangend geheel. Want problemen en knelpunten waar onze inwoners mee te maken hebben staan zelden op zichzelf. Het ene vraagstuk heeft vaak een raakvlak met andere problematiek. Het realiseren van een duurzame verandering lukt niet van de ene dag op de andere.

De ambities zijn dan ook hoog: - van denken in klanten naar denken in mensen - van producten en prestaties naar oplossingen en resultaten - van denken in afzonderlijke domeinen naar realiseren van meer samenhang - van beheersen en controleren naar samen leren en ontwikkelen - van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ - van verkokerd werken naar een integrale werkwijze. De eerste grote stap naar deze nieuwe manier van denken en doen is opgeschreven in dit ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’. Over Ridderkerk schrijven we vaak dat het een gemeente is waar het goed wonen en werken is. Ons ideaal is dat al onze inwoners dat kunnen beamen. Ook de inwoners die rekenen op onze zorg en ondersteuning, als het op eigen kracht (even) niet lukt. Dit doen wij samen! Samen met onze maatschappelijke partners, het maatschappelijk middenveld en vooral samen met de inwoners van Ridderkerk. Wij vertrouwen erop dat wij er in gezamenlijkheid in zullen slagen zorg te dragen voor of ondersteuning te bieden aan hen die dat (tijdelijk) nodig hebben. Laurens Franzen, wethouder zorg

4

1. Inleiding Dit meerjarig beleidskader beschrijft het beleid van de gemeente Ridderkerk op het (brede) terrein van het sociaal domein. De nota maakt inzichtelijk welke samenhangende maatschappelijke doelstellingen de gemeente heeft met het beleid in het sociaal domein en met welke opgaven we de komende jaren samen met onze partners aan de slag gaan. In voorliggend beleidskader is inzichtelijk gemaakt wat de gemeente Ridderkerk nastreeft op het gebied van de jeugd (waaronder passend onderwijs), maatschappelijke ondersteuning, participatie (werk en inkomen), schuldhulpverlening, minimabeleid, gezondheid, preventie en welzijn. Het ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ vervangt het beleid opgenomen in:     

Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp (2015-2018) Integraal Jeugdkader 2016-2020 'Gewoon opgroeien' Beleidsplan Wmo Ridderkerk (2015-2018) Welzijnskader Gewoon Meedoen (2016-2020) Beleidskader Participatiewet Ridderkerk ‘Samenwerken aan werk’

Met het ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ zet de gemeente in op de verdere concretisering en operationalisering van de landelijke transformatiedoelstellingen (waaronder begripsbepalingen) zoals:      

Inbedden van de integrale benadering: het bij meervoudige en complexe zaken regie voeren en zorgen dat de geboden hulp bijdraagt aan een ‘duurzaam resultaat’. Vroegtijdiger signaleren: het vroegtijdig inzetten van lichtere vormen van hulp en het bieden van basisondersteuning. Denk hierbij aan inkomensvoorzieningen, inzet van wijkteams, trajecten basis jeugd-GGZ, Wmo voorzieningen, begeleiding naar werk. Vergroten van preventie: het investeren in activiteiten op het gebied van bijvoorbeeld gezondheid, welzijn en inkomen/schulden ter voorkoming van problematiek en het ontstaan van zorg- en hulpvragen. Ruimte geven aan innovatie: Op zoek naar nieuwe vormen van hulp en activiteiten . De-medicalisering: het verminderen van het beroep op de medische hulp zoals de eerste- en tweedelijnszorg en het versterken en vergroten van de zichtbaarheid van de nuldelijnszorg (preventie, welzijn en gezondheid). Afname specialistische hulpverlening: Op termijn verminderen van specialistische hulpverlening.

In de beleidsnota geven we aandacht aan (lokale) maatschappelijke trends zoals:  Vergrijzing en ambulantisering (w.o. langer zelfstandig thuis blijven wonen)  Van zorg naar preventie  Iedereen doet mee (inclusieve samenleving)  Innovatie en maatwerk De gemeente Ridderkerk wil de komende jaren de dienstverlening in het sociaal domein verder verbeteren. Samen met inwoners en maatschappelijke partners focussen we op de transformatie in dit domein. In partnerschap en in een lerende omgeving willen we stap voor stap de complexe vraagstukken binnen het sociaal domein aanpakken. We willen onder meer dat meer vraaggericht gewerkt wordt, waarbij de inwoner centraler komt te staan bij de benadering van een vraag en waarbij de kwaliteit voorop staat. We willen de zorg vroegtijdig en dichtbij organiseren en hier samen met onze partners zoveel mogelijk wijkgericht invulling aan geven. Ook willen wij dat iedereen volwaardig mee kan doen in onze samenleving, dat de integraliteit van de toegang en de hulp en ondersteuning versterkt wordt en dat zoveel mogelijk gewerkt wordt aan duurzame samenwerkingsverbanden en resultaten. Hierbij is het van belang in het oog te houden dat de inzet 5

in het sociaal domein betaalbaar blijft. Door de alsmaar stijgende lijn in het zorggebruik is de betaalbaarheid van de zorg een uitdagende opgave. Aan de totstandkoming van deze nota is een participatietraject vooraf gegaan. De doelgroepen van het beleid, de adviesorganen in het sociaal domein, vrijwilligers, mantelzorgers en veel maatschappelijke organisaties hebben tijdens twee bijeenkomsten input geleverd voor deze nota. Vanuit uitvoerend niveau zijn verscheidene wijkteamprofessionals en professionals op het gebied van participatie en de Wmo betrokken geweest. Het gemeentebestuur is alle deelnemers zeer erkentelijk voor de bijdrage die zij aan de totstandkoming van deze nota geleverd hebben.

1.1 Opzet nota In figuur 1 ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ is in één oogopslag te zien hoe deze beleidsnota is opgebouwd.

Figuur 1 ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’

In hoofdstuk 2 ‘Visie, missie en maatschappelijke effecten’ wordt ingegaan op de vragen: ‘Waar willen we naar toe’ en ‘wat willen we bereiken’. In dit hoofdstuk is onder andere beschreven dat de gemeente Ridderkerk een verandering (de transformatie) in het lokale sociaal domein wil bewerkstelligen. De gemeente heeft met input van inwoners en maatschappelijke partners een missie geformuleerd. In dit hoofdstuk is die missie beschreven en is opgenomen hoe de gemeente wil sturen op het realiseren van deze missie. In het licht van de missie is een vijftal maatschappelijke effecten geformuleerd, te weten: 1. 2. 3. 4. 5.

Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen Inwoners kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen Ridderkerkers zijn langer vitaal en gezond Inwoners kunnen zo lang mogelijk veilig thuis wonen 6

In de hoofdstukken 3 t/m 7 zijn deze maatschappelijke effecten in beeld gebracht. Per hoofdstuk zijn de bijbehorende relevante ontwikkelingen weergegeven waarna is aangegeven waarop we inzetten. In bijlage 1 is een meer gedetailleerd overzicht opgenomen van de inspanningen die we (nu al) leveren of gaan leveren. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de financiële aspecten, de sturing en implementatie van het beleid. Belangrijke pijlers onder het beleid vormen de ‘motor’ voor de verandering: integrale en wijkgerichte samenwerking, ruimte voor ‘leren en experimenteren’ en partnerschap en ruimte voor initiatief.

7

2. Visie, missie en maatschappelijke effecten In dit hoofdstuk wordt beschreven welke ontwikkelingen in de samenleving de gemeente de komende jaren wil stimuleren, wat de gemeente wil bereiken en wat ervoor nodig is om dat te kunnen bereiken.

2.1 Waar willen we naar toe? De komende jaren wil de gemeente samen met partners en inwoners verder bouwen aan een krachtige, inclusieve samenleving. Wij willen dat iedereen zich naar vermogen kan ontwikkelen, dat inwoners zich verbonden voelen met elkaar en hun weg weten te vinden. Inwoners krijgen ondersteuning van de gemeente en/of partners op het moment dat zij dat nodig hebben. Deze ondersteuning is toegespitst op de behoefte(n) van de inwoner(s) en de toegang naar de ondersteuning is laagdrempelig. Als samenleving nemen we gezamenlijk de verantwoordelijkheid. Inwoners zijn in staat om hun eigen leven te organiseren en vorm te geven. Inwoners weten elkaar te vinden en pakken samen initiatieven op; voor en door inwoners. Als het tegenzit doen mensen voor hulp een beroep op familie, vrienden, kennissen, buren en zo nodig professionele ondersteuning. De gemeente is zich daarbij bewust van de grenzen van deze informele zorg en biedt als het nodig is ook ondersteuning aan degenen die omzien naar hun naaste.

2.1.1 Transformatie Het Rijk heeft in 2015 een aantal omvangrijke taken overgedragen aan de gemeenten. Het gaat om taken zoals deze zijn opgenomen in de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Wet op Passend Onderwijs. Beoogd werd de inzet op deze terreinen te ontschotten, de integraliteit van de inzet te vergroten, de zorg dichtbij de inwoners te brengen en meer in te zetten op preventie. Hoewel de afgelopen jaren stappen zijn gezet, is voor een succesvolle transformatie nog een weg te gaan. Net als veel andere gemeenten in Nederland staat Ridderkerk voor de opgave de transformatie in het sociaal domein een extra impuls te geven. De stappen in dit proces kan de gemeente alleen in gezamenlijkheid met maatschappelijke partners en inwoners. De gemeente beoogt met deze transformatie van zorg en hulp de beweging van ‘zwaar naar lichte zorg’, het versterken van de functie van preventie en vroegsignalering en het toepassen van de integrale benadering daar waar de situatie erom vraagt. Het hoofddoel daarbij: inwoners zo lang en gezond mogelijk laten meedoen in de samenleving en vroegtijdig escalatie van problematiek voorkomen. De beweging die de ‘transformatie’ veronderstelt, is in onderstaande afbeelding vereenvoudigd gevisualiseerd.

Figuur 2 – Transformatie in beeld

8

Bij de transformatie gaat het om de navolgende ontwikkelingen:       

Het versterken van de integrale benadering: regie bij meervoudige complexe casuïstiek op een op elkaar afgestemd hulpaanbod dat bijdraagt aan een duurzame oplossingen. Vroegtijdig(er) signaleren van problematiek zodat eerder kan worden geïntervenieerd om eventuele verdere escalatie te voorkomen. Het vroegtijdig inzetten van lichtere vormen van hulp. Het versterken van preventie: investeren in activiteiten op het gebied van gezondheid, welzijn, sporten & bewegen ter voorkoming van problematiek. Ruimte geven aan innovatie: op zoek naar nieuwe vormen van hulp en activiteiten die bijdragen aan de beweging van de transformatie. De-medicalisering: het verminderen van het beroep op de medische hulp w.o. de eerstelijnszorg1 en het versterken en vergroten van de zichtbaarheid van nulde lijn (welzijn en gezondheid). Afname specialistische hulpverlening/tweedelijnszorg2: op termijn verminderen van beroep op zware dure hulp.

Wij vinden het van belang dat de onderlinge solidariteit van buurtbewoners vergroot wordt en nemen daarbij de ‘kracht’ die al in wijken aanwezig is als uitgangspunt. Dit noemen we ‘samenkracht’. Daarnaast blijkt uit de Burgerpeiling 2019 dat in Ridderkerk een groep mensen bereid is vrijwilligerswerk te verrichten, maar deze stap nog niet heeft gezet. We willen aandacht voor de potentie van de groep. De gemeente ziet daarnaast een belangrijke rol weggelegd voor de wijkteams als stevige verbinding tussen de nuldelijn3 en de 1e en 2e lijnszorg. Voor de wijkteams betekent dat ook dat zij een belangrijke speler zijn in het aanjagen van deze transformatie en dat zij zich zelf gedurende dit proces ook dienen te ontwikkelen. Het beroep op zorg en de zorgkosten stijgen al decennia. Net als in veel andere gemeenten staat de betaalbaarheid van de zorg steeds meer onder druk. Om ook op langere termijn kwalitatief goede zorg en ontplooiingskansen te kunnen bieden aan diegenen die dat nodig hebben, is het belangrijk dat de grip op de kosten in het sociaal domein versterkt wordt. De transformatiebeweging is hier een wezenlijk onderdeel van. De decentralisatie van de taken in het sociaal domein in 2015 ging gepaard met kortingen op het budget in de veronderstelling dat de transformatie zou leiden tot een kostenreductie (zie figuur 2).

Ervaringen uit Scandinavië waar een aantal jaren eerder eenzelfde decentralisatie van taken is doorgevoerd, leren dat hiervan pas jaren na de stelselwijziging sprake is. Bovendien gaan de kosten voor de baten uit; om het beroep op (zwaardere) zorg te verminderen is investering in preventie, welzijn, gezondheid nodig. In het Nederlandse zorgstelsel hebben ook zorgverzekeraars baat bij deze investeringen. Wij zien hen dan ook als partner bij het zoeken naar innovatieve aanpakken die de doelmatigheid en de efficiëntie verhogen. Ten aanzien van de lasten binnen het sociaal domein moet tot slot worden opgemerkt dat complexe maatschappelijke vraagstukken los van het beleid ook worden beïnvloed door andere ontwikkelingen zoals wijzigingen in het Rijksbeleid, economische – en demografische ontwikkelingen.

2.2 Wat is onze missie? Bij aanvang van het opstellen van het beleid zijn de maatschappelijke vraagstukken bepaald waar we als lokale overheid een wettelijke verantwoordelijkheid in hebben of (samen met onze partners) een rol in willen hebben. Dit is onder meer gebeurd middels het analyseren van documenten, een evaluatie, aan de hand van gegevens uit de gemeentescan, een beschouwing van relevante trends en ontwikkelingen en input die we van verschillende relevante partijen en inwoners tijdens twee bijeenkomsten hebben ontvangen. Ook medewerkers uit de uitvoering hebben hun zienswijze gegeven op de knelpunten en relevante maatschappelijke vraagstukken. 9

Op basis van de verkregen input en in het licht van de beoogde verandering, de ‘transformatie’, luidt de gemeentelijke missie: Samen met inwoners en maatschappelijke partners wil de gemeente werken aan een vitale samenleving waarin iedereen mee kan doen. Voor inwoners die (tijdelijk) hulp en ondersteuning nodig hebben is een vangnet aanwezig. In het licht van deze missie heeft de gemeente een vijftal maatschappelijke effecten geformuleerd.

2.2.1 Maatschappelijke effecten In de hoofdstukken 3 t/m 7 zijn de maatschappelijke effecten in beeld gebracht en de bijbehorende relevante trends en ontwikkelingen in beeld gebracht. Ook hebben we weergegeven waar we de komende periode op inzetten. Meer in detail zijn de inspanningen die we nu al leveren of gaan leveren op deze terreinen terug te vinden in bijlage 1. De inspanningen zijn niet ‘in beton gegoten’ en kunnen in verloop van tijd bijgesteld of vervangen worden door nieuwe inspanningen wanneer dit ten goede komt aan de effectiviteit van het aanbod dat onder de noemer van het betreffende maatschappelijke effect valt. Het betreft de volgende maatschappelijke effecten: 1. 2. 3. 4. 5.

Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal (hoofdstuk 3) Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen (hoofdstuk 4) Inwoners kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen (hoofdstuk 5) Ridderkerkers zijn langer vitaal en gezond (hoofdstuk 6) Inwoners kunnen zo lang mogelijk veilig thuis wonen (hoofdstuk 7)

2.3 Storytelling bij maatschappelijke opgaven In deze paragraaf maakt u kennis met een fictieve familie uit onze gemeente. Hun situatie wordt in de volgende vijf hoofdstukken nog verder uitgelicht. Het geeft op een concrete en levendige manier inzicht in datgene wat wordt beoogd met de omschreven maatschappelijke effecten. Deze ‘storytelling’ is steeds herkenbaar schuingedrukt weergegeven tegen een achtergrond zoals hieronder te zien is.

In de afbeelding hierboven ziet u de familie Al Hamra- Janssens. Deze familie is ook te herkennen van het voorblad van deze nota. De familie wordt op de volgende pagina verder aan u voorgesteld. De situatie waarin de familie zich bevindt, wordt ook verder toegelicht. 10

De familie Al Hamra-Janssens bestaat uit grootmoeder Dirkje (90), moeder Corrie (66), echtpaar Ahmed (39) en Linda (38) en kleinkinderen Yasmin (14) en Job (11).

Corrie is net 66 geworden, helaas is haar man vorig jaar plotseling overleden. Ze woont nu alleen en zelfstandig in een eengezinswoning. Als inkomen heeft ze enkel haar AOW. Door het verlies van haar man is ze erg teruggetrokken en gaat weinig de deur uit. Wel doet ze elke week een boodschap voor haar moeder en drinkt dan ook een kopje koffie. De moeder van Corrie leeft nog. Dirkje woont zelfstandig in een seniorenflat. Door haar ouderdom en longemfyseem is ze slecht ter been en kortademig. Sinds korte tijd zijn er lichte signalen van dementie waardoor ze soms warrig is en zich onzeker voelt. Corrie leunt vanwege het verlies van haar man sterk op haar enige dochter Linda en schoonzoon Ahmed. Ahmed en Linda zijn positief ingesteld, maar hebben zelf wel de nodige problemen. Ahmed heeft een vast contract als automonteur voor 5 dagen in de week. Het lukt Linda niet om een vaste baan te krijgen als administratief medewerkster bij een zorginstelling, zij heeft steeds tijdelijke contracten. Dit geeft veel onzekerheid. Zij geeft de moed niet op en tijdens periodes zonder werk doet zij vrijwilligerswerk bij de lokale kringloopwinkel, waar dit heel erg wordt gewaardeerd. De ouders van Ahmed leven helaas allebei niet meer. Ahmed en Linda hebben twee kinderen: Yasmin en Job . Yasmin zit in de derde klas van het VMBO.

De schoolresultaten van Yasmin zijn goed, alleen met wiskunde heeft ze erg veel moeite. Yasmin wordt gepest en heeft weinig vriendinnen. Na schooltijd gaat ze dan ook gelijk naar huis en trekt zich terug op haar kamer. Haar jongere broertje Job heeft PDD-NOS (een vorm van autisme). Job heeft veel behoefte aan structuur en vindt het moeilijk om sociale contacten aan te gaan. In het gezin gaat daarom veel aandacht uit naar Job, waardoor Yasmin zich, niet alleen op school maar ook thuis af en toe verloren en eenzaam voelt. Voor Ahmed en Linda zijn de zorgen af en toe te veel. Hun inkomen is niet stabiel, waardoor ze sommige maanden moeilijk rond kunnen komen. Ze weten zich niet altijd raad met de zorg voor de moeder van Linda en hun zoon Job. 1

Eerstelijnszorg is alle zorg die direct toegankelijk is voor de patiënt. Denk aan huisartsen, maatschappelijk werk en spoedeisende hulp in ziekenhuizen. 2 Tweedelijnszorg is de zorg waar een verwijzing voor nodig is. 3 Nuldelijnszorg is de zorg die gegeven wordt door mantelzorgers, vrijwilligers en familie.

11

3. Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal In dit hoofdstuk wordt het eerste maatschappelijke effect beschreven dat we met ons beleid beogen. Aangegeven wordt wat de gemeente ambieert in relatie tot dit maatschappelijke effect. Vervolgens wordt in paragraaf 3.2 een aantal trends en kwantitatieve gegevens die dit maatschappelijke effect raken beschreven, waarna in alinea 3.3 is weergegeven waar we -mede gebaseerd op de geschetste trends en kwantitatieve gegevens- de komende periode op inzetten.

3.1 Wat willen we bereiken De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners zich optimaal kunnen ontwikkelen. Persoonlijke ontwikkeling vormt de basis voor welbevinden en zelfredzaamheid. Investeren in de persoonlijke ontwikkeling van (jeugdige) inwoners zien we daarom als belangrijke vorm van preventie. Het draagt bij aan de zelfstandigheid en vergroot het probleemoplossend vermogen en zelfbewustzijn. Als gevolg hiervan is de kans groter dat mensen actief mee kunnen doen in de samenleving en is het risico op ontwikkelingsachterstanden, materiële of immateriële problemen zoals schulden of psychische problemen kleiner. De gemeente heeft daarvoor het volgende maatschappelijk effect geformuleerd: 

Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal

3.1.1 De jeugd heeft de toekomst In de eerste plaats is dit gewenste maatschappelijk effect van toepassing op onze jeugdige inwoners. De gemeente vindt het belangrijk dat zij zich goed kunnen ontplooien en hun talenten kunnen ontwikkelen. In het kader van talentontwikkeling is bijvoorbeeld de kennismaking met cultuur, wetenschap & technologie en sport belangrijk. Sommige jeugdigen blijven achter of lopen risico’s in hun ontwikkeling. Hoe eerder dit gesignaleerd wordt, hoe eerder (in sommige gevallen ook lichtere) hulp en ondersteuning kan worden ingezet voor het kind en/of de ouders. De gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte (de eerste 1000 dagen) blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van problemen -zowel fysiek als mentaal- op latere leeftijd. Reden waarom we de aandacht voor deze fase willen vergroten. Ook later in de jeugd kunnen bepaalde factoren de ontwikkeling belemmeren. Zo kunnen overmatig middelengebruik maar ook intensief gamen leiden tot verslaving. Beide activiteiten verhogen bovendien het risico op slaapproblemen waardoor een jongere in een vicieuze cirkel terecht kan komen. Aan deze thema’s wordt de komende periode extra aandacht besteed. Een belangrijke factor in het voorkomen van verslaving is een goede weerbaarheid4.

Dit heeft een preventieve werking met een positief effect op veel meer gebieden; het kan bijvoorbeeld het risico op pesten of misbruik verkleinen. Aandacht binnen het onderwijs en het Brede Schoolbeleid voor (vergroting van) weerbaarheid bij het opgroeien is daarom belangrijk. De verwachting is dat deze extra aandacht voor weerbaarheid ook bijdraagt aan de vermindering van psychosociale problemen onder jeugdigen. Omdat het aantal jongeren met psychosociale problemen in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs hoger ligt dat dit aantal bij andere gemeenten in de regio, zal de oorzaak en bestrijding hiervan nader onderzocht worden in samenspraak met de doelgroep en onze maatschappelijke partners. Frequent of langdurig schoolverzuim kunnen een indicator zijn van onderliggende problemen. De samenwerking tussen onderwijs, leerplicht, de jeugdgezondheidszorg en de wijkteams is belangrijk om eventuele onderliggende problemen zo snel mogelijk te signaleren, bespreekbaar te maken en aan te pakken. Frequent of langdurig schoolverzuim vergroten ook de kans op voortijdig 12

schoolverlaten. Binnen de aanpak van voortijdig schoolverlaten willen we meer ‘buddies’ inzetten; een oudere jongere die zelf voortijdig de school heeft verlaten en het tij inmiddels heeft weten te keren, treedt als coach op voor jongeren. De gemeente vindt het van belang om bij het opgroeien taal- en ontwikkelachterstanden terug te dringen. Hoe eerder we er bij zijn, hoe groter de kans dat een jeugdige zich goed ontwikkelt en/of een achterstand in de ontwikkeling niet toeneemt. De gemeente wil de aansluiting tussen geboortezorg5, jeugdgezondheidszorg6, voorschoolse educatie en het onderwijs verder verbeteren, zodat bepaalde signalen of informatie niet verloren gaan bij de overstap van bijvoorbeeld de kinderopvang naar het basisonderwijs. Er is er aandacht voor factoren die van invloed kunnen zijn op (dreigende) achterstanden; bijvoorbeeld op het gebied van taalontwikkeling, motorische ontwikkeling of sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook dient aandacht te zijn voor factoren die een knelpunt kunnen zijn in de opvoeding, zoals een ouder met een chronische ziekte of psychiatrische problematiek, dreigende overbelasting of het ontbreken van sociale steun. Soms spelen omgevingsfactoren eveneens een rol zoals huisvesting, speelruimte of sociaal isolement.

In combinatie met de eerder genoemde factoren kunnen het inkomens- of bestedingsniveau van een gezin of bijvoorbeeld het opleidingsniveau van ouders eveneens een belemmering vormen.

3.1.2 Opvoeden Sommige ouders hebben behoefte aan advies of ondersteuning bij het opvoeden. We zorgen er samen met maatschappelijke partners voor dat zij dit krijgen. Hierbij willen we de informele zorg (buddies, vrijwilligers, peers7) betrekken en deze informele zorgverleners zo nodig meer laten ondersteunen door professionele hulpverleners. Daarbij wordt ook bezien of de waardevolle ‘zilveren kracht’ (waarover later in deze nota meer) uit onze samenleving meer benut kan worden. Aan veel opgroeiproblemen bij jeugdigen (bijvoorbeeld gedragsproblemen) blijken opvoedvraagstukken ten grondslag te liggen. Deze opvoedvraagstukken houden soms weer verband met problemen waar ouders zelf mee kampen, zoals psychische problemen, stress of een licht verstandelijke beperking. Wanneer dit het geval is zal in lijn met de integrale en preventieve benadering ook aandacht worden gegeven aan deze achterliggende problematiek. Specifieke aandacht wordt gegeven aan kinderen met een vluchtelingenachtergrond ingeval hun ouders hen niet voldoende kunnen begeleiden, bijvoorbeeld door onbekendheid met de Nederlandse taal of met het Nederlandse onderwijssysteem.

3.1.3 Ook volwassenen ontwikkelen zich een leven lang Door onder meer de flexibilisering van de arbeidsmarkt is het steeds belangrijker voor volwassenen om een leven lang te blijven leren. Hier wordt in een ander hoofdstuk nader op ingegaan. Voor alle volwassen geldt dat het belangrijk is dat zij de basisvaardigheden8 zoveel mogelijk beheersen. Niet alleen vanuit het perspectief van de werkgelegenheid, maar ook met oog op de zelfredzaamheid, het welbevinden, verlaging van de kans op armoede, op eenzaamheid et cetera. Ook inwoners uit hogere leeftijdsklassen willen en kunnen hun vaardigheden verder ontwikkelen. Voor deze groep geldt dat dit ook kan bijdragen aan vergroting van de zelfredzaamheid, (het gevoel van) veiligheid (te denken valt aan een cursus preventie cybercrime) en het tegengaan van eenzaamheid.

13

Linda heeft contact gezocht met de mentor van Yasmin, omdat ze zich zorgen maakt over Yasmin omdat ze op school gepest wordt. Op advies van de mentor is Yasmin een keertje gaan kijken bij het Project 0180. De eerste lessen waren erg spannend. Ze heeft gewerkt aan haar zelfvertrouwen en ze vindt het boksen heel erg leuk. Omdat ze het zo leuk vindt heeft de sportconsulent haar geadviseerd om bokslessen naast het Project 0180 te gaan volgen. Samen met de sportconsulent heeft ze een proefles gevolgd bij de boksvereniging. Ze sport met veel plezier en toevallig was een ander meisje ook lid van de vereniging. Als ze boksles hebben dan fietsen ze samen naar de sportvereniging.

Linda en Ahmed hadden al vroeg in de gaten dat Job anders was dan andere kinderen, maar ze wisten niet precies wat er met Job aan de hand was. Vanaf groep 3 heeft Job het moeilijk op school. Lezen en schrijven vindt hij lastig. Job tekent graag. Als hij dat doet gaat hij er helemaal in op en heeft dan nergens anders meer aandacht voor.

14

Omdat de juf van groep 5 zich zorgen maakte over de ontwikkeling van Job heeft zij Linda en Ahmed gevraagd om aan te sluiten bij een SOT (schoolondersteuningsteam)-gesprek. Na het SOT-gesprek heeft Job extra begeleiding op school gekregen voor lezen. De wijkteamprofessional is met Linda en Ahmed in gesprek gegaan en heeft vervolgens een indicatie voor basis GGZ afgegeven. Linda en Ahmed weten nu dat Job PDD NOS heeft en ze hebben geleerd hoe ze hiermee om moeten gaan. Ook zorgt dit voor meer rust thuis en kunnen ze Yasmin wat meer aandacht geven.

Linda en Ahmed vinden het wel spannend dat Job volgend jaar naar het voortgezet onderwijs gaat. Ze hebben zich aangemeld voor een meeloopdag bij de nieuwe school. Ook gaat Job de brugklastraining volgen die wordt aangeboden door het BAR-trainingsbureau voor preventieve trainingen van de Stichting Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond.

3.2 Relevante ontwikkelingen Globalisering en digitalisering Als gevolg van de globalisering en de digitalisering wordt de invloed van ‘buitenaf’ groter. Inwoners krijgen meer toegang tot informatie en de digitalisering is in veel facetten van invloed op het dagelijks leven. Het is belangrijk dat inwoners goed de weg weten te vinden in de informatiesamenleving en onder andere in staat zijn om te beoordelen wat betrouwbaar is. Ook is het van belang dat inwoners de mogelijkheden van de digitalisering en technologie om weten te zetten in voordelen voor de eigen ontwikkeling. 15

Gezondheid en welzijn van kinderen9 Uit de gezondheidsmonitor (cijfers 2018) kinderen blijkt dat 96% van de Ridderkerkse ouders de gezondheid van hun kind goed tot zeer goed beoordeelt. 9% van de kinderen tussen de 4 en 11 jaar heeft verhoogd risico op psychosociale problemen. Van de ouders met kinderen tussen de 0 en 4 jaar geeft 6% aan behoefte aan opvoedondersteuning te hebben. Bij ouders met kinderen tussen de 4 en 12 jaar is dit 11%. Gamen, slapen en eenzaamheid onder jongeren10 Uit de in bijlage 2 opgenomen tabel blijkt dat 12,2% van de derdejaars leerlingen in Ridderkerk in het schooljaar 2017/2018 een verhoogd risico op gameverslaving heeft. 27,2% van deze groep heeft een verhoogd risico op slaapproblemen en 5,4% op eenzaamheid11. Psychosociale problemen jeugdigen12 In Ridderkerk is het percentage jeugdigen met psychosociale problemen aanzienlijk. In groep 2 van het basisonderwijs heeft 12% van de kinderen (een verhoogd risico op) psychosociale problemen en dit loopt op tot 22,1% van de jeugdigen in het voorlaatste jaar van het voortgezet onderwijs (VO). Het hoogste percentage is waarneembaar onder de groep eerstejaarsleerlingen in het VO: 30,2% (schooljaar 2015-2016). Op alle onderdelen ligt het percentage in Ridderkerk hoger dan het gemiddelde van de andere gemeenten in deze regio.

Schoolziekteverzuim13 Het schoolziekteverzuim in Ridderkerk ligt nagenoeg op eenzelfde niveau als het gemiddelde in de regio. In de jaren voorafgaand aan het peiljaar is een stijging van het percentage met ongeveer een kwart te zien binnen Ridderkerk, met name bij kortdurend verzuim.

3.3 Waar zetten we op in? Deze paragraaf geeft weer waar de gemeente in samenwerking met partners de komende jaren op wil inzetten. Het betreft aanvullende of aangescherpte inzet. Op sommige aandachtsgebieden vindt al inzet plaats; deze is dan opgenomen in bijlage 1, waar een uitgebreider overzicht is te vinden van deze inspanningen. Jeugd:  Extra investeren in de samenwerking met partners in de voor- en vroegschoolse educatie en de geboortezorg met als doel de (vroeg)signalering te verbeteren (bijvoorbeeld op het gebied van taal- of ontwikkelachterstand), een goede overdracht te bewerkstelligen (bijvoorbeeld tussen kinderopvang en de basisschool) en daar waar nodig zo vroeg mogelijk hulp/ondersteuning in te zetten.  In overleg met partners zoals scholen en vluchtelingenwerk extra aandacht geven aan ondersteuning van kinderen van statushouders.  Extra aandacht voor tegengaan van gameverslaving en overmatig middelengebruik onder jeugdigen (bijvoorbeeld via peerondersteuning14).  Inzetten van buddies daar waar sprake is van veel schoolverzuim of (dreigend) voortijdig schoolverlaten.  In overleg met het onderwijs wordt bezien of versterking van weerbaarheid onder jeugdigen meer aandacht moet krijgen en dit zo nodig effectueren.

 Onderzoek verrichten naar de oorzaak van de mate van psychosociale problematiek van de Ridderkerkse jongeren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Volwassenen/opvoeders:  Aandacht voor verbetering van de basisopvoedvaardigheden daar waar nodig en meer aandacht voor achterliggende problematiek bij opvoedproblemen. 16

 

Meer inzet van informele hulpverleners bij opvoedondersteuning. Extra aandacht voor opvoedondersteuning/ouderschapstraining voor ouders met kinderen van 4 tot 12 jaar.

Senioren:  Inzet op verbetering digitale vaardigheden.  Inzet op uitwisseling van kennis en ervaring tussen senioren & koppelen van vraag en aanbod (bijvoorbeeld ondernemen van een gezamenlijke activiteit/gedeelde hobby of verrichten van een klusje of eten koken): zowel fysiek (bibliotheek in gemeentehuis) als gelinkt aan de digitale sociale kaart.  Voorlichting over cybercrime en babbeltrucs. 4

Op een passende manier kunnen opkomen voor jezelf (www.weerbaarheid.nu) Verloskunde en kraamhulp 6 Jeugdartsen en -verpleegkundigen 7 Personen uit dezelfde doelgroep ondersteunen elkaar / oudere ervaringsdeskundigen bieden ondersteuning 8 Taal, rekenen en digitale vaardigheden 9 Bron: gezondheidsmonitor kinderen 2018 Ridderkerk van de GGD Rotterdam-Rijnmond 10 Bron: beleidsadviesnota Ridderkerk van het CJG Rijnmond Gamen, slapen en eenzaamheid onder jongeren 11 Gehanteerde definitie van eenzaamheid: ‘Het subjectief ervaren van een onplezierige of ontoelaatbaar gemis’ aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties.’ (Samentegeneenzaamheid.nl, 2018) 12 Bron: beleidsadviesnota 2017 Psychosociale problemen Jeugd Ridderkerk van het CJG Rijnmond 13 Bron: beleidsadviesnota Schoolziekteverzuim Ridderkerk van het CJG Rijnmond 14 Personen uit dezelfde doelgroep ondersteunen elkaar / oudere ervaringsdeskundigen ondersteunen jongeren 5

17

4. Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het tweede maatschappelijke effect van het beleid. In de eerste paragraaf worden eerst de ambities van de gemeente beschreven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 een aantal trends en kwantitatieve gegevens die dit maatschappelijke effect raken behandeld, waarna in alinea 4.3 is weergegeven waar we de komende periode op in zetten. Dit is mede gebaseerd op de geschetste trends en kwantitatieve gegevens.

4.1 Wat willen we bereiken? De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners zoveel mogelijk in staat zijn om naar vermogen mee te doen in de samenleving. Ridderkerkers voelen zich onderdeel van de lokale samenleving. Sociaal isolement en eenzaamheid worden zoveel mogelijk voorkomen of tegengegaan. De gemeente heeft in dat licht het volgende maatschappelijk effect geformuleerd: 

Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen

4.1.1 Verschillen zoveel mogelijk wegnemen Inwoners nemen op verschillende manieren deel aan de samenleving; als lid van een gezin, als buurtbewoner, scholier, werknemer, lid van een geloofsgemeenschap of een sportvereniging. Er kunnen zich belemmeringen voordoen waardoor iemand minder goed kan deelnemen. Deze kunnen onder meer gelegen zijn in een lichamelijke en/of verstandelijke beperking, in de psychische gezondheid/weerbaarheid, in beperkte financiële mogelijkheden of schulden, het opleidingsniveau en/of in de mate waarin iemand beschikt over een sociaal netwerk. Voor nieuwkomers / statushouders geldt aanvullend dat de belemmeringen om mee te doen te maken hebben met het feit dat zij nog onbekend zijn met de samenleving en de taal nog niet beheersen. De gemeente vindt het belangrijk om in samenwerking met partners de belemmeringen die (sommige) groepen inwoners ondervinden om te zetten in kansen.

4.1.2 Zelfredzaamheid geen (continu) gegeven in het leven Binnen het integraal beleid sociaal domein staan autonomie en eigen verantwoordelijkheid voorop. De zelfredzame inwoner kan goed voor zichzelf zorgen/zichzelf redden, zet zich in voor de maatschappij als vrijwilliger en/of via een betaalde baan of zorgt voor een naaste, kan goed met geld omgaan, is goed geïnformeerd, heeft een gezonde leefstijl, beslist als werkzoekende actief mee over de te zetten stappen richting arbeidsmarkt of over de inzet van ondersteuning en zorg. Maar niet alle inwoners zijn hier (al dan niet tijdelijk) toe in staat. Voor mensen die vanwege een lichamelijke beperking, ziekte of leeftijd fysieke belemmeringen ervaren is hulp en ondersteuning beschikbaar. Na de afweging of personen uit het sociale netwerk kunnen bijspringen, wordt professionele zorg ingezet. Om mee te kunnen doen is het ook belangrijk dat mensen zich goed van A naar B kunnen verplaatsen; om boodschappen te kunnen doen, een arts te bezoeken, naar school of de sportvereniging te gaan, bij de dagbesteding te komen et cetera. Naast de collectieve vervoersvoorziening die de gemeente biedt, zal extra aandacht besteed worden aan de toegankelijkheid van openbare gebouwen, van de openbare ruimte (waarbij prioriteit wordt gegeven aan wijken waar relatief de meeste vergrijzing is/komt) en voorzieningen zoals sport.

Sporten en bewegen dragen bij aan vitaliteit en vormen een middel om eenzaamheid te bestrijden en integratie te bevorderen. Binnen het sportbeleid wordt extra aandacht gegeven aan (eenzame) senioren, jeugd en volwassenen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking en aan statushouders. 18

Meer dan tot nu toe wordt gesignaleerd ligt een licht verstandelijke beperking ten grondslag aan sommige problemen. Het leidt tot ontwikkelingsachterstanden bij het opgroeien, vergroot de kans op schooluitval, sociaal isolement, financiële problemen en/of werkloosheid en het is van invloed op de weerbaarheid van een persoon. Ook vergroot het het risico op overmatig middelengebruik en criminaliteit. Voor zowel de persoon zelf als voor de samenleving is het belangrijk om tijdig vast te stellen dat een licht verstandelijke beperking een rol speelt in een bepaalde context waarin iemand zich bevindt. Op het moment dat een dergelijke beperking sneller vastgesteld kan worden, kan ook sneller de juiste ondersteuning ingezet worden. De herkenning van een licht verstandelijke beperking wordt dan ook verbeterd in deze beleidsperiode. Het kan ook voorkomen dat een persoon tijdelijk door omstandigheden (extra) kwetsbaar is, ongeacht het opleidingsniveau of werk. Het risico hierop is hoger tijdens ingrijpende gebeurtenissen in het leven zoals een echtscheiding, faillissement of ontslag15. Maar ook langduriger omstandigheden hebben een negatieve invloed op de mate van zelfredzaamheid. Het langdurig op of onder de armoedegrens leven bijvoorbeeld kan een verlammende werking hebben op mensen, waardoor er een kans bestaat dat zij in een negatieve vicieuze cirkel terecht komen.

Het is belangrijk dat hier rekening mee gehouden wordt in de uitvoering binnen het sociaal domein.

4.1.3 Maatwerkgericht aanbod & de toegang naar hulp en ondersteuning Daar waar een inwoner het niet redt zonder hulp of ondersteuning vanuit het eigen netwerk biedt de gemeente maatwerkgericht aanbod aan. De toegang naar deze ondersteuning is eenvoudig te vinden. De gemeente benut daarbij moderne (digitale) middelen. Voor mensen die extra ondersteuning nodig hebben om toegang tot de juiste zorg en ondersteuning te krijgen, wordt onafhankelijke cliëntondersteuning ingezet. Lang niet iedereen is op de hoogte van deze mogelijkheid; daarom zal de bekendheid hiervan vergroot worden. De hulp of ondersteuning is afgestemd op behoefte en noodzaak: lichte eenvoudige ondersteuning waar mogelijk en zware zorg daar waar nodig. Ook in het ondersteuningsaanbod komt meer aandacht voor de toepassing van moderne middelen en technologieën, zoals online hulpverlening of het stimuleren van ‘slim wonen met technische snufjes’. Soms is sprake van meervoudige problematiek; in dat geval regisseert de gemeente de integrale ondersteuning die wordt ingezet. Hiermee kan gericht gestuurd worden op het bereiken van de gewenste resultaten en kan tijdig worden op- of afgeschaald binnen het hulpverleningstraject.

4.1.4 Werken is belangrijk voor het welbevinden en voor de participatie In verband met de flexibilisering van de arbeidsmarkt komt een jarenlang durend vast dienstverband steeds minder voor. Door onder meer de mondialisering en de digitalisering neemt het aantal schommelingen in de werkgelegenheid ook toe. We willen dat zo min mogelijk mensen een beroep hoeven te doen op een bijstandsuitkering en dat deze periode -wanneer het toch nodig is- zo kort mogelijk is. Met oog op de in te zetten gemeentelijke capaciteit op het gebied van werkloosheidsbestrijding wordt gekeken wat de afstand van de arbeidsmarkt is van inwoners met een bijstandsuitkering (dit wordt ook wel jobreadiness genoemd). De inzet is erop gericht op deze afstand zo klein en kort als mogelijk te laten zijn. Om duurzame uitstroom te bewerkstelligen zal bij re-integratie de nadruk liggen op de talenten en competenties van onze inwoners. Voor een beter toekomstperspectief is er nadrukkelijk aandacht voor het (beter) beheersen van de Nederlandse taal en het halen van een startkwalificatie. Ook wordt er gekeken naar de sectoren op de arbeidsmarkt waar veel vraag is naar personeel om op deze manier een duurzame match te maken.

Inzet op (om)scholing en ontwikkeling is daarom van groot belang, waarbij goed voor ogen gehouden moet worden aan welke vaardigheden en kennis behoefte is op de arbeidsmarkt, nu en op (middel)lange termijn. Met oog hierop willen we de samenwerking 19

met onderwijsinstellingen en het lokale en regionale werkgeversservicepunt verbeteren en leerlijnen ontwikkelen die toekomstbestendig zijn. Zolang inwoners niet aan de slag kunnen in een betaalde functie wordt hun inzet als vrijwilliger gestimuleerd. Op deze manier wordt hun kennis en ervaring toch ingezet voor de samenleving en het biedt hen bovendien ontwikkelingsmogelijkheden. We willen dan ook extra inzetten op deelname aan vrijwilligerswerk door de groep uitkeringsgerechtigden. Psychische / psychosociale problemen belemmeren de participatie op de arbeidsmarkt vaak of liggen soms ook ten grondslag aan de werkloosheid en aan armoede en/of schulden. Aandacht voor psychische en psychosociale problematiek en de in te zetten ondersteuning om deze te verhelpen is belangrijk om uit een situatie te komen waarin de problemen zich opstapelen. Ondersteuning op dit gebied zal dan ook onderdeel zijn van het participatiebeleid. Voor inwoners die door een beperking niet het minimumloon kunnen verdienen kan een garantiebaan16, een beschutte werkplek17 of participatie via dagbesteding een passende oplossing bieden. Deze doelgroep willen we beter bereiken en we willen de plaatsen voor hen bij werkgevers uitbreiden. Ook willen we de doorstroming van dagbesteding naar beschut werk of een garantiebaan verbeteren.

Tot slot zal binnen het participatiebeleid aandacht zijn voor de groep werkzoekende statushouders. Hun eerder verworven diploma’s en competenties in het land van herkomst worden meer benut en betrokken. De focus van de aanpak vergunninghouders ligt op participatie, onderwijs en werk. Het contract van Linda is weer niet verlengd. Zij neemt contact op met de gemeente voor hulp. De klantmanager werk denkt met Linda na over hoe zij duurzaam aan het werk kan blijven. Linda denkt nu aan een overstap naar een ‘toekomstbestendige’ sector.

20

Corrie deed vroeger alles samen met haar man, maar na het overlijden van haar man voelt ze zich erg alleen. Ze bespreekt dit niet graag met Linda, omdat zij haar niet tot last wil zijn en zelf haar eigen verdriet heeft van het verlies van haar vader. Ze besluit dat ze het heft in eigen handen moet nemen. Ze neemt contact op met Facet. Ze vindt het best spannend. Het gesprek met de ouderenadviseur helpt haar heel erg. Ze voeren gesprekken waar het gemis van haar man centraal staat. Maar ze bespreken ook mogelijkheden die haar kunnen helpen, zodat ze haar dochter en schoonzoon minder vaak om hulp hoeft te vragen zoals, de boodschappendienst en (inloop)activiteiten als danslessen, het volgen van workshops, maar ook lotgenotencontact. Ze wist niet dat er zoveel mogelijk was. Corrie gaat nu iedere dinsdag naar het wijkvoorzieningencentrum, waarbij ze met leeftijdsgenoten in contact komt. De ene week gaat het om creatieve activiteiten zoals kaarten maken en de andere week gaat het om spelletjes of cursussen. Daar beleeft ze veel plezier aan.

De boodschappendienst helpt haar met de boodschappen. Dit is ook heel fijn voor Linda en Ahmed. Zij weten nu dat hun (schoon)moeder meer contacten heeft en ze hoeven niet meer iedere dag langs te gaan.

4.2 Relevante ontwikkelingen Toename complexiteit van de samenleving Door een toenemende complexiteit van de samenleving kan een groeiende groep mensen niet meedoen in de samenleving. Dit heeft onder meer eenzaamheid en/of GGZ-problematiek tot gevolg. 21

Flexibilisering van de arbeidsmarkt De arbeidsmarkt flexibiliseert. Organisaties werken steeds meer met een zogenaamde flexibele schil in het personeelsbestand. Het aantal werknemers met een arbeidscontract voor onbepaalde tijd neemt af en het aantal tijdelijke krachten zoals uitzendkrachten en zelfstandigen zonder personeel neemt toe. Het bevordert de wendbaarheid van de arbeidsmarkt, maar kan voor werknemers ook meer onzekerheid met zich mee brengen. Stijging armoede en schuldenproblematiek Een toenemend aantal huishoudens leeft in armoede. Deze groep breidt zich ook uit naar werkende armen als gevolg van de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Toename tweedeling De verschillen in leefstijl en gezondheid, gekoppeld aan de sociaal-economische status van mensen nemen toe. Samenstelling huishoudens & eenpersoonshuishoudens Ruim 11% van het totaal aantal huishoudens in Ridderkerk vormt een eenoudergezin. Het aantal eenpersoonshuishoudens is nagenoeg gelijk aan het aantal meerpersoonshuishoudens. Het aantal alleenstaanden is de afgelopen 25 jaar met 56% gestegen.

Bevolkingssamenstelling in relatie tot sociale factoren18 Uit de tabel in bijlage 2 kan opgemaakt worden dat procentueel gezien:  de meeste eenpersoonshuishoudens voorkomen in de wijken Centrum en Donkersloot;  huishoudens die moeite hebben met rondkomen het meest voorkomen in de wijken Centrum en Bolnes;  personen met een hoog risico op angst of depressie vooral wonen in de wijken Centrum, West, Oost en Bolnes;  mensen die onvoldoende regie over het eigen leven ervaren vooral wonen in de wijken West en Bolnes;  de wijken Oost en Bolnes het grootste aantal mensen met een beperking leven kennen;  de grootste groep personen met een niet-goed ervaren gezondheid wonen in de wijken West en Bolnes. Werkloosheid De werkloosheidscijfers in Ridderkerk liggen iets lager dan het landelijk gemiddelde en kennen eenzelfde ontwikkeling als de cijfers van het landelijk gemiddelde.

Nederland Ridderkerk

2015 6,9 6,2

2016 6 5,4

2017 4,9 4,4

2018 3,8 3,3

2019 3,4 3,2

Aantal personen met laag inkomen In 2017 had 38% van de huishoudens in Ridderkerk een laag inkomen (< € 20.000 p/j) en 19% een hoog inkomen (> € 36.000 p/j).

22

4.3 Waar zetten we op in? Deze paragraaf geeft weer waar de gemeente in samenwerking met partners de komende jaren op wil inzetten. Het betreft aanvullende of aangescherpte inzet. Op sommige aandachtsgebieden vindt al inzet plaats; deze is dan opgenomen in bijlage 1, waar een uitgebreider overzicht is te vinden van deze inspanningen.  Ingezet wordt op het voorkomen, opsporen en omgaan met schulden. Wij onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een pilot ‘opkopen schulden van jongeren’ in Ridderkerk. Het beleid omtrent de Ridderkerkse schulddienstverlening is vastgelegd in het ‘Minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2020 tot 2024’.  De gemeente heeft diverse inkomensregelingen en meedoen- regelingen tot de beschikking om financiële belemmeringen voor inwoners met een kleine beurs om mee te kunnen doen zoveel mogelijk weg te nemen. Binnen het minimabeleid wordt meer ingezet op vroegsignalering en preventie. Speciale aandacht is er voor laaggeletterden, verstandelijk beperkten, werkende armen en kleine zelfstandigen.  Versterking van de samenwerking met de werkgeversdienstverlening van het lokale en regionale Werkgeversservicepunt. Betrekken van plaatselijke werkgevers bij de ontwikkeling van leerlijnen.  We onderscheiden de afstand van bijstandsgerechtigden tot de arbeidsmarkt in mate van ‘jobreadiness’ en passen daar maatwerk op toe.

Waar nodig bieden we integraal maatwerk aan als parallel of voorafgaand aan arbeidsparticipatie als ook andere vormen van hulp en ondersteuning nodig blijken.  Wij zetten in op duurzame uitstroom en vinden het belangrijk om inwoners toekomstperspectief te bieden in hun verdere loopbaan. Hierbij kan gedacht worden aan het (beter) beheersen van de Nederlandse taal, het halen van een startkwalificatie en bijvoorbeeld matching op vacatures die aansluiten bij de kwaliteiten en competenties van onze inwoners.  Inwoners die (nog) niet aan de slag kunnen in een betaalde baan worden gestimuleerd vrijwilligerswerk te verrichten. We hechten eraan dat ook zij actief deel kunnen nemen aan de samenleving. Hierbij denken we ook aan het bieden van laagdrempelige hulpverlening.  Er is specifieke aandacht voor de taalbeheersing en participatie in de samenleving van vergunninghouders. Voor het perspectief naar werk van deze doelgroep sluiten we aan bij eerder verworven competenties in het land van herkomst.  We zetten in op het beter leren herkennen van een licht verstandelijke beperking. Bijvoorbeeld door de inzet van de zogenaamde SCIL vragenlijst (SCreener voor Intelligentie en Licht verstandelijke beperking).  Voor inwoners die door een beperking niet het minimumloon kunnen verdienen kan een garantiebaan, een beschutte werkplek of participatie via dagbesteding passend zijn.

We zetten in op: een beter bereik van de doelgroep en het uitbreiden van plaatsen voor hen bij werkgevers en doorstroming van dagbesteding naar beschut werk of een garantiebaan.  In het kader van het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap maken we een inventarisatie rondom de toegankelijkheid van openbare gebouwen en sportmogelijkheden voor de betreffende doelgroepen.  Ingezet wordt op inclusief Sporten en Bewegen. We hebben speciale aandacht voor (eenzame) senioren, kinderen en volwassenen met een beperking en statushouders.  Ingezet wordt op het verkleinen van gezondheidsachterstanden. De aanpak daarvan wordt meegenomen in het op te stellen meerjarenbeleidsplan gezondheidsbeleid 2021-2024.  De bekendheid van het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning wordt vergroot.  Het toezicht op de rechtmatigheid van de voorzieningen en verstrekkingen in het sociaal domein door middel van ‘integrale handhaving’ wordt geïntensiveerd.  In de hulpverlening en de toegang daar naartoe wordt meer gebruik gemaakt van moderne middelen en technologieën. 23

15

Bron: Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid, WRR, 2017 Een garantiebaan is een reguliere baan bij een gewone werkgever voor mensen met een arbeidsbeperking (die voorheen voor een sociale werkplaatsplek in aanmerking kwamen) 17 Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking die alleen kunnen werken in een ‘beschutte’ omgeving. Zij hebben meer begeleiding een aanpassing van hun werkplek nodig dan van een reguliere werkgever verwacht kan worden. Beschut werk kan eenvoudig inpakwerk, maar ook hoogwaardig productiewerk zijn 18 Bron: gezondheidsmonitor GGD Rotterdam Rijnmond 2016 16

24

5. Inwoners kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen Dit vijfde hoofdstuk behandelt het derde beoogde maatschappelijk effect van voorliggend beleid. In de eerste paragraaf wordt ingegaan op de ambities. In de daarop volgende paragraaf wordt een aantal voor dit maatschappelijke effect relevante trends en kwantitatieve gegevens behandeld, waarna in paragraaf 5.3 is aangegeven waar we de komende periode op inzetten. Dit is mede gebaseerd op de in paragraaf 5.2 opgenomen gegevens.

5.1 Wat willen we bereiken? De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners voor zichzelf kunnen zorgen en naar elkaar omzien. Door de extramuralisering in de zorg19 blijven mensen die ouder worden of bijvoorbeeld psychische problemen hebben (langer) zelfstandig thuis wonen. Deze groepen hebben vaak wel zorg, ondersteuning of begeleiding nodig. De gemeente wil inzetten op het versterken van de eigen kracht en de ‘samenkracht’. Het hieraan gekoppelde maatschappelijke effect is dan ook: 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/792/documents/28015