Bijlage 1 - Beleidsregels geluid wegverkeer Omgevingswet gemeente Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Artikel 4 (geluid voldoet aan de standaardwaarde of neemt niet toe) Dit artikel beschrijft de situatie die zonder nadere beoordeling als aanvaardbaar wordt geacht. Artikel 5 (overschrijding standaardwaarde of toename) Bij een overschrijding van de standaardwaarde of een toename van het geluid wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen de overschrijding zoveel mogelijk beperkt. Geluidbeperkende maatregelen kunnen bijvoorbeeld de aanleg van geluidreducerend asfalt of geluidschermen of wallen zijn. Het kan zijn dat de maatregelen die uit de afweging volgen het initiële plan overstijgen. Dat kan bijvoorbeeld omdat het initiële plan over de aanleg van een aantal woningen gaat en de geluidbeperkende maatregel wordt toegevoegd aan een bestaande weg die voor de woningbouw niet aangepast behoeft te worden. In zo’n geval kan het nodig zijn om aanvullend afspraken vast te leggen, over de wijze waarop de bouw van de maatregel en de beheer en onderhoudskosten wordt bekostigd. Dat kan bijvoorbeeld met een gebiedsfonds of een bovenwijkse verevening. Deze beleidsregels bevatten geen kader of regels voor dit soort aanvullende afspraken. Voor de hoogte van de plandrempels in artikel 5 is aangesloten bij de plandrempels zoals vastgelegd in het Programma Geluid & Lucht. De plandrempels in artikel 5 moeten worden aangepast als de plandrempels in het programma worden gewijzigd.
Pagina 24 van 32
Artikel 6 (overschrijding plandrempel vanwege zwaarwegende belangen) Dit artikel biedt de gemeente een mogelijkheid om te besluiten dat het geluid op de gevel hoger is dan de plandrempel. Hierbij gelden zwaardere eisen voor de motivering en voor de maatregelen dan bij gebruik van de afwegingsruimte tussen standaardwaarde en plandrempel. Zo moet er sprake zijn van zwaarwegende economische of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen die het rechtvaardigen dat het geluid op de gevel hoger is dan de plandrempel. Daarbij moeten ook maatregelen worden overwogen die meer maatregelpunten kosten dan er reductiepunten beschikbaar zijn en ook meer ingrijpende maatregelen die verder gaan dan de normale geluidbeperkende maatregelen. Daarbij kan worden gedacht aan de aanleg van een tunnel, snelheidsverlaging of omleidingsroute, of het onttrekken van de geluidgevoelige functie aan geluidgevoelige gebouwen. Artikel 7 (bepalen financiële doelmatigheid geluidbeperkende maatregelen) In het eerste lid, onder b staat dat een maatregel moet leiden tot een ‘significante afname’ van het geluid op het geluidgevoelige cluster. Wat significant is, is daarbij niet vastgelegd in een absolute decibel waarde. Het is deels afhankelijk van de maatregel zelf en de impact op bijvoorbeeld stedenbouwkundige aspecten of de kosten voor beheer en onderhoud.
Zo heeft een geluidreducerend wegdek bijvoorbeeld akoestisch geoptimaliseerd SMA een emissiereductie van 2 dB ten opzichte van het referentiewegdek (dicht asfalt beton). Het toepassen van zo’n wegdek als maatregel kan significante zijn als de geluidreductie op de woningen 1 tot 2 dB is. Daarentegen kan een geluidscherm een geluidreductie opleveren tot 15 tot 20 dB maar is ook een verstorend object vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Als een geluidscherm zorgt voor en afname van het geluid met 2 dB dan wordt dat als ‘niet significant’ aangemerkt. Het tweede lid gaat over geluidbeperkende maatregelen bestaande uit een werk of bouwwerk. Dat is een geluidscherm of -wal. Hieronder valt niet een geluidreducerend wegdek. Het stelt een eis aan de afname van het geluid door een geluidbeperkende maatregel zoals een geluidscherm of -wal in combinatie met een maatregel aan de bron zoals een geluidreducerend wegdek. Gekozen is voor een afname van ten minste 3 dB op één geluidgevoelig gebouw om zeker te stellen dat de het geluidscherm of -wal een duidelijk waarneembare geluidreductie oplevert en niet enkel als een obstakel in de ruimte (stedelijk of landschappelijk) wordt ervaren. Een geluidbeperkende maatregel die niet aan allen drie de onderdelen van het derde lid (onderdelen a tot en met c) voldoet is niet financieel doelmatig.
Het gaat hier om een situaties waarbij één variant de grootste geluidreductie oplevert (onderdeel a). Deze variant kost meer maatregelpunten dan alternatieven die minder maatregelpunten kosten en een gelijke of nagenoeg gelijke geluidreductie leveren. Nagenoeg gelijk is dan een geluidreductie die maximaal circa 5% minder is dan de variant met de grootste geluidreductie (onderdeel b). En de variant met de grootste geluidreductie een extra geluidreductie oplevert die in verhouding veel extra maatregelpunten kosten (onderdeel c). Wat een redelijke verhouding is, is niet vastgelegd in deze geluidregels en dient voor specifieke situaties in overleg met de gemeente te worden bepaald. Hierna volgt een nadere toelichting op de toepassing van het doelmatigheidscriterium. Het begrip cluster wordt uitgelegd met behulp van twee figuren en daarna volgen drie voorbeelden van de toepassing van de doelmatigheidstoets op de aspecten budget (reductiepunten) en kosten (maatregelpunten). Bij de uitwerking van de reductiepunten in deze beleidsregels is aangesloten bij
Pagina 25 van 32
het systeem van reductiepunten zoals die voor Rijkswegen zijn vastgelegd in het Bkl. Op een aantal punten is hiervan afgeweken. Dit wordt toegelicht. Clusters Figuur 1 toont voor twee situaties de wijze waarop een de lengte van de treffen geluidmaatregelen bij een woning en een cluster van woningen kan worden bepaald. Situatie A is de meest eenvoudige situatie waarbij de lengte wordt bepaald op basis van de afstand tussen de nieuwe woning en de weg (d). De lengte van het cluster en de bijbehorende maatregel is in dat geval 4 maal de afstand d. Dit deel van de weg is bepalend voor het geluid op de nieuwe woning. In het geval er meerdere woningen zijn (situatie B) dan wordt de lengte van de maatregel bepaald door de maatgevende woningen. Daarbij wordt voor iedere woning een zichthoek van 4 maal de afstand bepaald. En is de lengte van het cluster en de maatregel de overlappende van deze zichthoeken.
Figuur 1 Voorbeeld van een cluster bij twee situaties bij de afweging van de financiële doelmatigheid bij het toelaten van een nieuw geluidgevoelige gebouw. Reductiepunten en maatregelpunten De reductiepunten voor één cluster is een maat voor het budget dat beschikbaar is voor geluidmaatregelen. Het aantal reductiepunten (zie bijlage 2) per woning is gebaseerd op de reductiepunten voor Rijkswegen uit bijlage Va van het Bkl. Daarbij is ervoor gekozen de hoogte van de reductiepunten te verlagen met een factor 15. Dat is gedaan omdat: bij gemeentewegen is de oppervlakte van het geluidreducerende wegdek meestal veel kleiner dan bij Rijkswegen. Gemeentewegen hebben meestal 2 x 1 rijstroken en Rijkswegen hebben
Pagina 26 van 32
veelal 2 x 3 rijstroken plus een vluchtstrook aan beide zijden. En de afstand van de woningen tot de weg (en daarmee de clusterlengte) is bij Rijkswegen vaak veel groter. het werkelijk benodigde budget voor maatregelen per nieuwe woning zonder een verlaging van de reductiepunten al snel te hoog is. Een hoger budget voor bron- of overdrachtsmaatregelen heeft veel invloed op de kostprijs van woningen en wordt als niet acceptabel gezien. De kosten voor maatregelen aan het gebouw zijn meestal lager en kunnen in veel gevallen ook tot een aanvaardbare situatie leiden.
Figuur 2 geeft de reductiepunten voor een geluidgevoelig gebouw weer. De reductiepunten voor Rijkswegen of provinciale wegen worden gebruikt voor de beoordeling van de financiële doelmatigheid bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen. Bij de aanpassing of aanleg van de Rijksweg of provinciale weg is Rijkswaterstaat of de provincie zelf het gezag en past een eigen beoordeling van de financiële doelmatigheid toe.
Figuur 2 Aantal reductiepunten voor een geluidgevoelig gebouw bij geluid door een weg voor verschillende geluidbronsoorten. De maatregelpunten bij één cluster worden bepaald door de som van de maatregelpunten voor alle afzonderlijke maatregelen voor dat cluster. Bij één cluster kan het bijvoorbeeld gaan om een maatregel bestaande uit een geluidreducerend wegdek én een geluidscherm. De maatregelpunten van een geluidmaatregel staan in bijlage 2. Voor geluidreducerende wegdekken zijn de maatregelpunten per 10 m2 vastgelegd. En voor geluidschermen per strekkende meter. Hieronder zijn drie voorbeelden voor de beoordeling van de doelmatigheid uitgewerkt. Daarbij is getoetst of een bepaalde maatregel doelmatig is. Om de voorbeelden eenvoudig te houden is volstaan met een beoordeling van artikel 7, eerste lid onder a. In dat kader wordt getoetst of het budget aan reductiepunten groter of gelijk is aan de maatregelpunten (kosten). Bij de uitwerking van voorbeelden is er vanuit gegaan dat aan de andere voorwaarden van het doelmatigheidscriterium uit artikel 7 geen beperking opleveren. Eén van die voorwaarden is bijvoorbeeld de benodigde 3 dB geluidproductie voor schermen (artikel 7, tweede lid).
Pagina 27 van 32
Voorbeeld 1: 10 woningen en beoordeling doelmatigheid bronmaatregel Aantal woningen: 10 Geluid: 58 dB Budget: 2.000 reductiepunten (200 per woning) Afstand tot de weg: 125 Huidig wegdek: DAB Aantal rijstroken: 2 Bronmaatregel: Akoestisch geoptimaliseerd SMA Oppervlak: 4.000 m2 Kosten wegdek: 2.000 maatregelpunten Afweging: doelmatig Lengte cluster: 500 meter Uit dit voorbeeld blijkt dat bij 10 woningen met een waarde van het geluid van 58 dB een Akoestisch geoptimaliseerd SMA het meest doelmatig is tot een lengte van 500 meter. Als de woningen verder dan 125 meter van de weg afliggen, wordt de clusterlengte groter en is deze maatregel niet meer doelmatig. Het budget per woning is 200 reductiepunten. Als het geluid 65 dB is, neemt dit toe tot 333 reductiepunten. Bij 65 dB wordt dit wegdek doelmatig tot circa 820 meter aan clusterlengte. Voorbeeld 2: 55 woningen en beoordeling doelmatigheid geluidscherm Aantal woningen: 55 Geluidbelasting: 65 dB Budget: 18.333 reductiepunten Afstand tot de weg: 25 Overdrachtsmaatregel: 4 meter hoogte Lengte cluster: 100 meter Kosten scherm: 17.300 maatregelpunten Afweging: doelmatig Dit voorbeeld laat zien dat bij 55 woningen met een waarde van het geluid van 65 dB een 4 meter hoog geluidscherm doelmatig is tot een lengte van 100 meter.
Als de woningen verder dan 100 meter van de weg afliggen, wordt de clusterlengte groter en is de maatregel niet meer doelmatig. Het budget per woning is 333 reductiepunten. Als het geluid 70 dB is, neemt dit toe tot 593 reductiepunten. Bij 70 dB wordt dit scherm doelmatig tot circa 180 meter clusterlengte. Voorbeeld 3: 17 woningen en beoordeling doelmatigheid geluidscherm Aantal woningen: 17 Geluidbelasting: 61 dB Budget: 4.420 reductiepunten Afstand tot de weg: 20 Overdrachtsmaatregel: 1 meter hoogte Lengte cluster: 80 meter Kosten scherm: 4.240 maatregelpunten Afweging: doelmatig
Pagina 28 van 32
Het derde voorbeeld laat zien dat bij 17 woningen met een waarde van het geluid van 61 dB een 1 meter hoog geluidscherm doelmatig is tot een lengte van 80 meter. Als de woningen verder dan 80 meter van de weg afliggen, wordt de clusterlengte groter en is de maatregel niet meer doelmatig. Het budget per woning is 260 reductiepunten. Als het geluid 65 dB is, neemt dit toe tot 333 reductiepunten. Bij 65 dB wordt dit scherm doelmatig tot circa 105 meter clusterlengte. Om te voorkomen dat bij een bouwplan met een gering aantal nieuwe toe te laten geluidgevoelige gebouwen onnodig veel onderzoekslasten verplicht worden gesteld, is in artikel 16 een aanvullende regel opgenomen. In dit artikel wordt verwezen naar een lijst van limitatieve geluidbeperkende maatregelen in bijlage 3. Dat beperkt de mogelijkheden van het aantal geluidbeperkende maatregelen waarvoor verplicht de financiële doelmatigheid wordt bepaald. Maar dat maakt het niet onmogelijk om nieuwe (innovatieve) maatregel onderdeel te maken van een project of besluit. Er kan altijd besloten worden om deze maatregelen op te nemen in het project of besluit als alternatief voor de financiële doelmatigheid maatregel. Als na verloop van tijd geen sprake meer is van een innovatie dan kan ook altijd bijlage 3 worden aangepast met een nieuwe maatregel. HOOFDSTUK 3.
NIEUWE GELUIDGEVOELIGE GEBOUWEN IN EEN AANDACHTSGEBIED VAN EEN GEMEENTEWEG, WATERSCHAPSWEG, LOKALE SPOORWEG, PROVINCIALE WEG, RIJKSWEG OF SPOORWEG Hoofdstuk 3 richt zich op geluidregels die horen bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen. De gemeente is hiervoor bevoegd gezag en geeft hiermee invulling aan de beleidsruimte uit het Bkl. Artikel 9 ( toepassingsbereik) Het eerste lid regelt dat er alleen een geluidtoets plaatsvindt, als de verwachting is dat het geluid op de nieuwe geluidgevoelige bestemming hoger is dan de standaardwaarde. Die verwachting is er als het geluidgevoelige gebouw in het geluidaandachtsgebied ligt. Daarbij wordt een toets uitgevoerd per geluidbronsoort. De toets wordt uitgevoerd door te kijken of de nieuwe geluidgevoelige bestemming in het geluidaandachtsgebied ligt van een bepaalde geluidbronsoort. In de Ow vervangt het geluidaandachtsgebied de systematiek van geluidzonering uit de Wgh. Artikel 10 (geluid voldoet aan de standaardwaarden) Bij het vastleggen van de basisgeluidemissie heeft de gemeente de mogelijkheid om één gezamenlijke basisgeluidemissie te bepalen voor een gemeenteweg en een daarmee grotendeels verweven of gebundelde lokale spoorweg. Deze keuze wordt geboden in artikel 3.27, tweede lid [link] van het Bkl Ow.
Indien daarvoor is gekozen, dan wordt bij de toets van het geluid voor het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen het geluid van de gemeenteweg en de lokale spoorweg gezamenlijk beoordeeld. Artikel 9, tweede lid regelt dat in die situatie de standaardwaarde voor gemeentewegen de voorgeschreven standaardwaarde is voor het geluid van de gemeenteweg en de lokale spoorweg gezamenlijk. Artikel 11 (overschrijding standaardwaarde) Het eerste lid regelt dat bij een overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen deze overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt. Geluidbeperkende maatregelen kunnen bijvoorbeeld de aanleg van geluidreducerend asfalt zijn of geluidschermen of -wallen. Het geluid mag in die gevallen niet hoger zijn dan de plandrempel. De
Pagina 29 van 32
plandrempel in artikel 10 komen overeen met de plandrempels zoals vastgelegd in het Programma Geluid & Lucht. De plandrempels in artikel 10 dienen geactualiseerd te worden als de plandrempels uit het programma worden aangepast. In het tweede lid is aangegeven dat geluidbeperkende maatregelen in aanmerkingen worden genomen als deze financieel doelmatig zijn en daartegen geen specifieke overwegende bezwaren zijn. Als sprake is van een overschrijding van de standaardwaarde worden er eisen gesteld aan het gebouw. Standaard geldt de eis voor de maximale binnenwaarde van 33 dB is geregeld in het artikel 4.103 [link] van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In dit artikel is ook aangegeven dat het gaat om het gezamenlijke geluid. De regels zijn ook van toepassing op een nieuw geluidgevoelig gebouw dat wordt toegelaten door wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk dat geen geluidgevoelig gebouw is. Voor deze nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden geen afwijkende voorwaarden. Dat geldt wel voor vervangende nieuwbouw. De afwijking daarvoor is vastgelegd in artikel 12. Artikel 12 (geluidluwe gevel) In dit artikel is aangegeven welke afmeting een geluidluwe gevel ten minste moet hebben.
Hiermee wordt voorkomen dat kleine gevelstroken als geluidluwe openingen worden meegeteld bij het bepalen van het aantal te openen delen waarmee de woning geventileerd kan worden zonder dat het geluid in de woning te hoog wordt. Artikel 13 (overschrijding plandrempel vanwege zwaarwegende belangen) Dit artikel biedt de gemeente de mogelijkheid om te besluiten dat het geluid op de gevel hoger is dan de plandrempel. Hierbij gelden zwaardere eisen voor de motivering en voor de maatregelen dan bij gebruik van de afwegingsruimte tussen standaardwaarde en plandrempel. Zo moet er sprake zijn van zwaarwegende economische of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen die het rechtvaardigen dat het geluid op de gevel hoger is dan de plandrempel. Daarbij moeten ook meer ingrijpende maatregelen worden overwogen die verder gaan dan de normale geluidbeperkende maatregelen. Daarbij kan worden gedacht aan het niet realiseren van het geluidgevoelige gebouw op deze locatie, de aanleg van een tunnel, snelheidsverlaging of de omleiding van het verkeer. Artikel 14 (overschrijding plandrempel bij vervangende nieuwbouw) Dit artikel biedt de gemeente de mogelijkheid om te besluiten dat het geluid op de gevel van nieuwe woningen hoger is dan de plandrempel in het geval deze komen ter vervanging van bestaande woningen.
Het artikel voorkomt enerzijds dat verbetering van bestaande woningen waar het geluid nu al hoger is dan de plandrempel niet mogelijk is door vervangende nieuwbouw. En stelt aan de andere kant een bovengrens aan de overschrijding van de plandrempel en voorkomt verder dat aantal te vervangen woningen met geluid hoger dan de plandrempel toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Artikel 15 (bepalen financiële doelmatigheid geluidbeperkende maatregelen) In dit artikel wordt verwezen naar artikel 6, maar in aanvulling daarop is vastgelegd dat voor kleine clusters, bestaande uit minder dan 10 geluidgevoelige gebouwen, geluidbeperkende maatregelen
Pagina 30 van 32
niet financieel doelmatig zijn. Daarmee wordt voorkomen dat bij een bouwplan met een gering aantal nieuwe toe te laten geluidgevoelige gebouwen onnodig veel onderzoekslasten verplicht worden gesteld. Artikel 16 (beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid) De maximale waarde van het gecumuleerde geluid verwijst in artikel 14 naar de waarden zoals vastgelegd in het Programma Geluid & Lucht. De waarden in artikel 14 dienen geactualiseerd te worden als deze daarvan afwijken. HOOFDSTUK 4. INDIRECTE AKOESTISCHE EFFECTEN VAN WIJZIGING IN DE GELUIDOVERDRACHT Hoofdstuk 4 is een nadere invulling van de beleidsruimte die in artikel 5.78ai [link], Bkl wordt geboden. Het kan bijvoorbeeld gaan om de sloop van een groot bouwwerk dat geluid afschermt, de bouw van een nieuw bouwwerk dat geluid reflecteert richting geluidgevoelige bouwwerken, of om het wijzigen van grasland in een wateroppervlak dat leidt tot een toename van geluid. Artikel 19 ( toepassingsbereik) Het eerste lid regelt dat er alleen een geluidtoets plaatsvindt, als de verwachting is dat het geluid door de wijzigingen in de geluidoverdracht met meer dan 1,5 dB toeneemt. Daarbij wordt een toets uitgevoerd per geluidbronsoort. Artikel 20 (geluid voldoet aan de standaardwaarde of neemt niet toe) Als het geluid met meer dan 1,5 dB toeneemt dan is het doel om deze toename te voorkomen.
Het geluid is aanvaardbaar is zo’n toename wordt voorkomen of als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarde. Artikel 21 (overschrijding standaardwaarde of toename) Bij een overschrijding van de standaardwaarde of een toename van het geluid wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen de overschrijding zoveel mogelijk beperkt. De regels die dan van toepassing zijn, zijn overeenkomstig de regels die gelden voor aanleg of wijziging van een gemeenteweg of lokale spoorweg (hoofdstuk 2). Artikel 22 (bepalen financiële doelmatigheid geluidbeperkende maatregelen) Dit artikel is overeenkomstig artikel 6 voor aanleg of wijziging van een gemeenteweg of lokale spoorweg. In aanvulling daarop zijn geluidbeperkende maatregel niet financieel doelmatig als deze wordt uitgevoerd voor een geluidgevoelig cluster bestaande uit minder dan 10 geluidgevoelige gebouwen. Deze aanvulling is gedaan omdat voor minder dan 10 woningen het aantal maatregelpunten bijna altijd hoger zijn dan de beschikbare reductiepunten. Met deze aanvulling wordt onnodig akoestisch onderzoek naar de financiële doelmatig van geluidbeperkende maatregelen. Artikel 23 (beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid) Dit artikel is overeenkomstig artikel 16 voor de nieuwe geluidgevoelige gebouwen in een aandachtsgebied van een gemeenteweg, waterschapsweg, lokale spoorweg, provinciale weg, rijksweg of spoorweg.
Pagina 31 van 32
Artikel 24 (uitvoeringstermijn geluidbeperkende maatregelen) Dit artikel borgt dat de aanleg van geluidbeperkende maatregelen niet te lang op zich laat wachten. Uiterlijk 3 maanden na de wijziging in de geluidoverdracht dienen deze maatregelen gerealiseerd te zijn. Artikel 25 (aanvraagvereisten omgevingsplan en buitenplanse omgevingsplanactiviteit) Dit artikel is overeenkomstig artikel 18 voor de nieuwe geluidgevoelige gebouwen in een aandachtsgebied van een gemeenteweg, waterschapsweg, lokale spoorweg, provinciale weg, rijksweg of spoorweg.
Pagina 32 van 32