CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Woningbouw Hoek Rijksstraatweg / Lagendijk ter vaststelling.pdf

Commissie Samen wonen RK 20 mei 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Vaststelling bestemmingsplan Woningbouw hoek Rijksstraatweg/ Lagendijk26.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ridderkerk Woningbouw hoek Rijksstraatweg/ Lagendijk

bestemmingsplan

Woningbouw hoek Rijksstraatweg/ Lagendijk Ridderkerk

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0597.BP2018RSWLAGENDIJK‐VG01

31‐07‐2018 14‐11‐2018 05‐11‐2019 22‐04‐2021

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

011603.20171424 opdrachtleider:

ir. L.C. Snel

aangesloten bij:

Weena 505 3013 AL Rotterdam RBOI - Rotterdam (Delftsebv Poort) Verd. 35/36 Delftseplein 27b postbus 150 Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Ruimtelijke analyse

11

2.1

Huidige situatie plangebied

11

2.2

Planbeschrijving

13

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

17

3.1

Inleiding

17

3.2

Rijksbeleid

17

3.3

Provinciaal beleid

18

3.4

Regionaal beleid

23

3.5

Gemeentelijk beleid

26

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

27

4.1

Verkeer en parkeren

27

4.2

Wegverkeerslawaai

28

4.3

Bedrijven en milieuhinder

29

4.4

Externe veiligheid

31

4.5

Kabels en leidingen

34

4.6

Luchtkwaliteit

34

4.7

Bodem

35

4.8

Water

36

4.9

Ecologie

40

4.10

Archeologie

43

4.11

Bezonningsstudie

44

4.12

Vormvrije‐mer

44

Hoofdstuk 5

Juridische planopzet

47

5.1

Algemeen

47

5.2

Opbouw regels

47

5.3

De bestemmingen

47

5.4

Aanduidingen

48

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

49

6.1

Economische uitvoerbaarheid

49

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

4

Bijlagen toelichting Bijlage 1 industrielawaai

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en

Bijlage 2 ongenummerd

Verkennend bodemonderzoek Rijksstraatweg

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

Bijlage 4

Archeologisch bureauonderzoek Rijksstraatweg 102a

Bijlage 5

Nota beantwoording inspraak en overleg

Bijlage 6

Bezonningsstudie

Bijlage 7

Stikstofonderzoek

Bijlage 8

Nota zienswijzen

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

Toelichting

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is de gewenste woningbouwontwikkeling aan de Rijksstraatweg ter hoogte van de Lagendijk. In beleidsstukken van de gemeente Ridderkerk is het perceel al langere tijd aangewezen als potentiële woningbouwlocatie. Aannemersbedrijf Van Agtmaal heeft nu een verkavelingsplan opgesteld voor de bouw van 14 woningen. Het braakliggende kavel tussen Lagendijk 180 en 182 sluit hierop aan. De gemeente Ridderkerk heeft aangegeven dit perceel mee te willen nemen in het bestemmingsplan om de bouw van één woning mogelijk te maken. De bouw van deze woning is een particulier initiatief. De woningbouwontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. Om de realisatie van de woningen mogelijk te maken is het noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Op basis van de benodigde onderzoeken is met voorliggend bestemmingsplan een verantwoorde planologische regeling ontworpen waarbij de ontwikkeling van beide aan elkaar grenzende percelen mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt op de hoek van de Rijksstraatweg en de Lagendijk te Rijsoord (Ridderkerk). In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

8

Figuur 1.1

1.3

Ligging plangebied

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het op 30 juni 2016 (gewijzigd) vastgestelde bestemmingsplan 'Buitengebied'. Het plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch' met de functieaanduiding 'glastuinbouwconcentratiegebied'. Langs de Rijksstraatweg ligt aan de zijde van het plangebied een groenstrook die is voorzien van de bestemming 'Groen'. Het plangebied sluit aan deze zijde aan op de vigerende verkeersbestemming. Voor een klein gedeelte van de groenstrook geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat ‐ Waterkering' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone ‐ dijk'. Vrijwel het hele plangebied is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie 4'. Langs de Lagendijk heeft een smalle strook de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie 3'. Naast de archeologische dubbelbestemmingen is het hele plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding 'overige zone ‐ nieuw reyerwaard'. Deze aanduiding is alleen van toepassing op de gronden met een agrarische bestemming. Aangegeven is welke nevenfuncties rechtstreeks of met een omgevingsvergunning zijn toegestaan. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

9

Figuur 1.2

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied'

Strijdigheid met het bestemmingsplan De realisatie van burgerwoningen is niet mogelijk op basis van de agrarische bestemming. De beoogde ontsluiting van de woningen past niet binnen de groenbestemming langs de Rijksstraatweg.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en komt het planvoornemen aan de orde. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 een samenvatting van het actuele beleidskader dat relevant is voor het plangebied. In hoofdstuk 4 worden de relevante milieuaspecten en de overige onderzoeken beschreven. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de juridische regeling. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

10

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

11

Hoofdstuk 2

2.1

Ruimtelijke analyse

Huidige situatie plangebied

Analyse omgeving plangebied Het plangebied grenst aan de Rijksstraatweg en de Lagendijk, ten westen van Rijsoord en ten noorden van de Waal. De Rijksstraatweg vormt de verbindingsweg tussen Rijsoord en Barendrecht. Via de Lagendijk is Ridderkerk snel te bereiken. Zowel de Rijksstraatweg als de Lagendijk vormen dijklinten met een grote dichtheid aan bebouwing aan weerszijden van de weg. Parallel aan de Rijksstraatweg loopt de Waaldijk. De percelen aan de zuidzijde van de Waaldijk grenzen aan de Waal. Verder naar het zuiden ligt recreatiegebied Waalbos.

Figuur 2.1

Omgeving plangebied

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

12

Het gebied tussen de Rijksstraatweg en de Lagendijk is aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied. Aan de noordzijde wordt dit gebied begrensd door de A15/A16. Direct ten noordwesten van het plangebied is tuinbouwbedrijf Van der Pol gevestigd (Rijksstraatweg 102c). Op het terrein van Van der Pol is in de huidige situatie een waterbassin aanwezig dat grenst aan de noordzijde van het plangebied. Ten noorden van het waterbassin ligt tuinbouwmachinegroothandel G.A. van der Waal (Lagendijk 176). Aan de oostzijde van het waterbassin, op het perceel Lagendijk 180, vinden zeer kleinschalige bedrijfsactiviteiten plaats (Elly's Groendecoraties en W.P. van der Pol Verhuur). Ten slotte is verder naar het oosten horecagelegenheid Bardot gevestigd (hoek Rijksstraatweg/ Lagendijk). Naast een parkeervoorziening aan de Lagendijk wordt door bezoekers van dit café‐restaurant ook gebruik gemaakt van de parkeerplaatsen langs de Rijksstraatweg, direct ten zuiden van het plangebied. Dit parkeerterrein heeft een dubbelfunctie ten behoeve van de bushalte Lagendijk. Andere bebouwing in de omgeving betreft met name woningen. Inrichting plangebied Het plangebied aan de Rijksstraatweg bestaat uit grasland dat momenteel agrarisch in gebruik is (figuur 2.2). Parallel aan de Rijksstraatweg loopt een watergang langs het parkeerterrein/ bushalte.

Het deel van het plangebied langs de Lagendijk ligt braak (figuur 2.3).

Figuur 2.2

Huidige situatie plangebied vanaf Rijksstraatweg (bron: Google Streetview)

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

13

Figuur 2.3

2.2

Huidige situatie plangebied vanaf Lagendijk (bron: Google Streetview)

Planbeschrijving

Het plan bestaat uit twee verschillende onderdelen: de realisatie van 14 woningen aan de Rijksstraatweg en het toekennen van een bouwvlak aan het perceel tussen Lagendijk 180 en 182. Woningbouw Rijksstaatweg Het plan voorziet in de realisatie van vier twee‐onder‐één‐kapwoningen, drie blokken van drie rijwoningen en een vrijstaande woning (figuur 2.4). De vrijstaande woning, twee‐onder‐één‐kapwoningen en één blok van drie rijwoningen zijn met de voorzijde richting de Rijksstraatweg georiënteerd. De rooilijn is afgestemd op de woningen aan de oost‐ en westzijde van het perceel. De afstand van de meest westelijke woningen tot het perceel aan de westzijde bedraagt 30 m, overeenkomstig de richtafstand tot het naastgelegen bedrijfsperceel van tuinbouwbedrijf Van der Pol. Twee blokken van drie rijwoningen zijn haaks achter de twee‐onder‐één‐kapwoningen gepositioneerd zodat ruimtelijk bezien de indruk wordt gewekt dat het bijgebouwen achter de woningen langs de straat betreft. Op deze manier wordt aangesloten bij het beeld en de ruimtelijke karakteristiek van de omgeving van het plangebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

14

Figuur 2.4

Stedenbouwkundige verkaveling

De ontwikkeling wordt ontsloten door middel van een nieuwe ontsluitingsweg parallel aan de Rijksstraatweg. De nieuwe ontsluitingsweg vervangt de bestaande weg achter de bushalte. Langs de ontsluitingsweg wordt parkeergelegenheid gerealiseerd. Enkele woningen krijgen de beschikking over parkeergelegenheid op eigen terrein. Aan de voorzijde blijft de bushalte gehandhaafd. De entrees van de woningen zijn te bereiken via de ontsluitingsweg en voetpaden. Ten behoeve van de woningbouw wordt de bestaande sloot langs het parkeerterrein gedempt. Deze wordt omgelegd langs de achterzijde van het perceel. De bouwmassa is afgestemd op de regeling in het vigerende bestemmingsplan voor bestaande woningen in de omgeving. Omdat het gaat om lintbebouwing langs de Rijksstraatweg is gebruik gemaakt van de regeling van de bestemming 'Wonen ‐ 2'. Hiervoor geldt een maximale inhoudsmaat van 500 m3. De woningen worden voorzien van een kap en hebben een maximale goothoogte van 4 meter. De diepte van de woningen bedraagt circa 10,5 meter (twee‐onder‐één‐kapwoningen) en circa 10 meter (overige woningen) waarmee eveneens wordt voldaan aan de bestaande regeling in het vigerende bestemmingsplan. Binnen het aangegeven bouwvlak biedt de regeling de voor woningen in bebouwingslinten in het buitengebied van Ridderkerk gebruikelijke ruimte voor aan‐ en uitbouwen en bijgebouwen.

Bouwvlak perceel tussen Lagendijk 180 en 182 Aan het braakliggende perceel tussen Lagendijk 180 en 182 wordt een bouwvlak toegekend (zie figuur 2.5). De precieze locatie van de woning is nog niet bekend. Voor de bepaling van het bouwvlak is de rooilijn van de woning op het naastgelegen perceel Lagendijk 180 aangehouden. De grootte van het bouwvlak is afgestemd op de erven van de omliggende woningen. Gebruik kan worden gemaakt van de bestaande perceelsontsluiting vanaf de Lagendijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

15

Figuur 2.5

Uitsnede verbeelding perceel tussen Lagendijk 180 en 182

Omdat het gaat om een vrijstaande woning is gebruik gemaakt van de bestemming 'Wonen ‐ 1' uit het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. Hiervoor geldt een maximale inhoudsmaat van 650 m3. De maximale goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt 4 meter. Binnen het aangegeven bouwvlak biedt de regeling de voor vrijstaande woningen in het buitengebied van Ridderkerk gebruikelijke ruimte voor aan‐ en uitbouwen en bijgebouwen. Met de totale invulling wordt het bebouwingspatroon op de hoek Lagendijk‐Rijksstraatweg op een ruimtelijk passende en aantrekkelijke wijze aangevuld en afgerond.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

16

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

17

Hoofdstuk 3

3.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het voor het plangebied relevante ruimtelijke beleidskader. Het geldende bestemmingsplan houdt geen rekening met de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkeling is in overeenstemming met het rijks‐, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In verschillende beleidsstukken is het plangebied aangewezen als woningbouwlocatie. Het betreft de invulling van een braakliggend perceel in een relatief dicht bebouwd deel van het Ridderkerkse buitengebied.

3.2

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (2020) en Barro (2020) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) formuleert het Rijk een nieuwe integrale aanpak waarin samen met andere overheden en organisaties optimaal kan worden gewerkt aan behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen spelen de volgende vier prioriteiten de komende een grote rol in de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving van Nederland:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Nationale belangen De NOVI is vertaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Deze gaat echter pas in zodra de omgevingswet in werking treedt. De voorloper van het BKL is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, het Natuurnetwerk Nederland, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.

Toetsing en conclusie Het NOVI en het Barro kenmerken zich door een hoog abstractieniveau en bevatten geen concreet beleid ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Er is geen sprake van strijdigheid met het nationaal beleid. Artikel 3.1.6 Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.6.1 Bro, juli 2017) De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken, de laddertoets moet worden uitgevoerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

18

Toetsing rijksbeleid De mogelijkheden die het project biedt, passen binnen de beleidskeuzes en de leidende principes uit de Nationale Omgevingsvisie en het Barro. Vanwege de mogelijkheid die voorliggend bestemmingsplan biedt om 15 woningen te bouwen, is op basis van jurisprudentie sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder is daarom noodzakelijk. De Ladder gaat in eerste instantie uit van het benutten van ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied. In Ridderkerk is slechts zeer beperkt ruimte beschikbaar voor woningbouw. Zoals blijkt uit provinciaal beleid (zie paragraaf 3.3) sluit het plangebied aan op het bestaande stedelijke gebied van Rijsoord. Het gebied langs de Rijksstraatweg tussen de Lagendijk en de Hoogzandweg is dicht bebouwd. Het betreffende perceel betreft een 'open plek' tussen de bestaande bebouwing. Opvulling past in het ruimtelijk beeld langs de Rijksstraatweg en Lagendijk. Aangesloten wordt op de lintbebouwing aan weerszijden van het plangebied. Daarnaast voorzien de nieuwe woningen in een actuele vraag naar woningen in de gemeente Ridderkerk. Aangesloten wordt op de marktwensen van de provinciale woningbehoefteraming. Uit de meest actuele cijfers blijkt dat er in de stadsregio Rotterdam behoefte is aan 57.600 woningen tot 2030.

Het perceel aan de Rijksstraatweg is in de omgevingsvisie van de gemeente Ridderkerk aanwezen als woningbouwlocatie (zie paragraaf 3.5). Vanwege de ligging langs de Rijksstraatweg is het plangebied passend ontsloten.

3.3

Provinciaal beleid

Het vigerende provinciaal beleid voor het plangebied zijn de Omgevingsvisie Zuid‐Holland (2020‐08‐01) en de Omgevingsverordening Zuid‐Holland (2020‐08‐01). Relevante zaken uit dit beleid worden getoetst aan de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Omgevingsvisie Zuid‐Holland (2020) Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads‐ en dorpsgebied De provincie zet in op het beter benutten van het bestaand stads‐ en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits‐beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).In de visie wordt hiervoor verwezen naar de kwaliteitskaart.

Glastuinbouwgebieden Concentratiegebieden voor glastuinbouw zijn zoveel mogelijk gericht op mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Qua belevingswaarde worden deze gebieden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst. Ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

19

Groene buffers Het contrast tussen de dynamiek en dichtheid van de stad en de luwte van de aangrenzende groene ruimte is een belangrijke kwaliteit. De provincie wil in alle overgangsgebieden van stedelijk gebied naar open landschap deze contrastkwaliteit behouden. Het accent in de groene ruimte rond het stedelijk gebied ligt op een betere verweving van recreatie, natuur, water en landbouw. Aantrekkelijke landschappen en toegankelijke natuur nabij de stad zijn belangrijk voor een goed leef‐ en vestigingsklimaat in de stad. Ze hebben een positief effect op de gezondheid en het welbevinden van mensen. In de groene ruimte nabij de stad is verbetering van de recreatieve kwaliteit en bereikbaarheid daarom een belangrijke opgave. Goede stad‐landverbindingen, fijnmazige netwerken en opheffing van barrières kunnen de toegankelijkheid van het landschap nabij de stad verbeteren. Ook natuur heeft een recreatieve waarde en moet zo veel mogelijk toegankelijk zijn. De landbouw kan op diverse manieren verbreden en inspelen op de nabijheid van de stad. Omgevingsverordening Zuid‐Holland 2020 (geconsolideerd) In de Omgevingsverordening heeft de provincie regels gesteld om de provinciale hoofdbelangen uit de Omgevingsvisie Zuid‐Holland 2040 juridisch te borgen. Gemeenten moeten bij het maken van ruimtelijke plannen deze regels in acht nemen.

De Omgevingsverordening is daarmee een kaderstellend instrument van de provincie voor gemeenten. Uit de Omgevingsverordening zijn voor het voorliggende bestemmingsplan alleen artikel 6.9, 6.10 en 6.15 relevant. De voorgenomen ontwikkeling wordt hierna aan beide artikelen getoetst. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Lid 1 Stedelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Lid 2 Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 2.1.5 Glastuinbouwgebied Lid 1 ‐ Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. Lid 4 ‐ In het bestemmingsplan kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied, bedoeld in het eerste lid, in beperkte mate worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden en bestaande bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

20

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Lid 1 Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.

een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Lid 2 Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën a. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op Kaart 7 Beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit, kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder b en c gestelde voorwaarden. b.

Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op Kaart 7 Beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit, kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden. Lid 3 Aanvullende ruimtelijke maatregelen a. De aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): 1. duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom‐ en sierteelt; 2. wegnemen van verharding; 3. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; 4. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. b. De onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken. c.

In afwijking van sub b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door Provinciale Staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

21

Lid 4 Beeldkwaliteitsparagraaf Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn, of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. Toetsing provinciaal beleid Het plangebied is op de kwaliteitskaart aangeduid als 'Zeekleipolderlandschap' (Laag van de Cultuur‐ en Natuurlandschappen) binnen het 'Rivierdeltacomplex' (Laag van de Ondergrond). Een deel van het plangebied ligt binnen de strook aangeduid als lintbebouwing langs de Rijksstraatweg/ Lagendijk (Laag van de Cultuur‐ en Natuurlandschappen). Vanwege de ligging langs de Waal ligt het plangebied in een zone van 'oude stroomgordels en geulafzettingen' (Laag van de Ondergrond). Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In paragraaf 4.10 wordt ingegaan op het aspect archeologie.

Figuur 3.1 Uitsnede kwaliteitskaart (Laag van de Ondergrond en Laag van de Cultuur‐ en Natuurlandschappen (bron: provincie Zuid‐Holland) Het plangebied ligt in 'glastuinbouwgebied' aan de rand van bestaand stads‐ en dorpsgebied ('steden en dorpen') in de Laag van de Stedelijke Occupatie (figuur 3.2). Het meest zuidoostelijke puntje valt binnen de 'stads‐ of dorpsrand' rondom Rijsoord. Vanwege de ligging van het plangebied in 'glastuinbouwgebied' wordt gebruik gemaakt van de afwijkingsregel uit de Verordening ruimte voor glastuinbouwgebieden (artikel 2.1.5 lid 4). De begrenzing van het glastuinbouwgebied kan worden aangepast mits is aangetoond dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Het plangebied betreft een restlocatie tussen bestaande woonbebouwing en bedrijvigheid. Uitbreiding van het glastuinbouwgebied dan wel een nieuw glastuinbouwbedrijf is op deze locatie niet aan de orde gelet op de geringe afmetingen van het perceel. Nieuwe, levensbestendige glastuinbouwbedrijven hebben minimaal 1,5 hectare aan glas nodig. De aanwezigheid van bestaande burgerwoningen beperkt ook de mogelijkheid voor glastuinbouw.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

22

Figuur 3.2

Uitsnede kwaliteitskaart (Laag van de Stedelijke Occupatie) (bron: provincie Zuid‐Holland)

Binnen 'stads‐ en dorpsranden' wordt aan het volgende richtpunt getoetst: 'ontwikkelingen aan de stads‐ of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap)'. De woningen zijn stedenbouwkundig inpasbaar door rekening te houden met de bouwstijl in de directe omgeving. Om de woning een landschappelijke uitstraling te geven, wordt qua architectuur, kleur, stijl en materiaalgebruik aangesloten bij naastgelegen woningen. De ontwikkeling sluit aan bij de contactkwaliteit binnen de stads‐ en dorpsrand. Het plangebied ligt tussen bebouwd gebied en landelijk gebied en ligt aan een bebouwingslint (Rijksstraatweg/ Waaldijk) die een structuur vormt tussen het landelijk en het stedelijk gebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

23

Figuur 3.3

Uitsnede kwaliteitskaart (Laag van de Beleving) (bron: provincie Zuid‐Holland)

In de Laag van de Beleving ligt het plangebied net buiten de 'groene buffer' vanwege de ligging in glastuinbouwgebied. Aan de zuidzijde ligt het recreatiegebied langs de Waal. Zowel de groene buffer als het recreatiegebied kennen een beschermingscategorie 2. Op het plangebied is geen beschermingscategorie van toepassing. Voldaan wordt aan de uitgangspunten van artikel 2.2.1. In dit geval is sprake van 'inpassen'. De structuur van het gebied wijzigt niet en ‐ zoals hierboven beschreven ‐ wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. In paragraaf 3.2 is de ontwikkeling getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De locatie is niet groter dan 3 hectare.

3.4

Regionaal beleid

Gebiedsprofiel IJsselmonde, Provincie Zuid Holland (2013) Het landschap van Oost‐IJsselmonde bestaat in de basis uit dijken en polders. Karakteristieke dijklinten met een meer kleinschalig, beschut en intiem karakter vormen een mooi contrast met het meer grootschalige, open en agrarische karakter van de achtergelegen polders, met de Waal als een bijzonder landschappelijk incident/element. Dit profiel is het uitgangspunt als het gaat om het verbeteren van de belevingswaarde van Oost‐IJsselmonde. Een nadere uitwerking staat in de Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit (het project is aan deze handreiking getoetst). Gebiedsvisie Deltapoort 2025 (2012) De Gebiedsvisie Deltapoort 2025 is het ruimtelijk kader (op hoofdlijnen) waarbinnen verschillende ruimtelijke opgaven binnen Deltapoort worden uitgevoerd, met als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. In het Deltapoort‐gebied worden vijf themagebieden met een groene hoofdtint onderscheiden. Deze themagebieden vormen tezamen het landschappelijk raamwerk; door thematisering worden de landschappelijke kwaliteiten van het betreffende gebied (en dus het raamwerk) versterkt. De locatie is in de gebiedsvisie gedefinieerd als 'de Tuin van Deltapoort'.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

24

Figuur 3.4

Uitsnede ruimtelijk streefbeeld (plangebied rood omcirkeld)

Alle themagebieden kennen een bepaalde mate van ontwikkelingsdynamiek. De Tuin van Deltapoort is in de visie van Deltapoort een hoofdzakelijk groen, zeer bedrijvig middengebied dat in dienst van de stad staat: in recreatief opzicht, met landbouw die zich (ook) op de stad richt en een beperkte hoeveelheid groen ingepaste woningen als bijzonder woonmilieu. De Tuin is geen gebied waar openheid wordt nagestreefd. In dit landschappelijk gezien vrij karige gebied wordt een transformatie voorgestaan: een gemengd milieu van diverse woon‐, werk‐ en recreatieve functies, gevat in een groen raamwerk. Binnen het glastuinbouwcluster Ridderkerk is ondermeer de groene kwaliteit en betrekkelijke rust van de Rijksstraatweg als oud dijklint van cruciaal belang. Nieuwe woningen moeten worden ingepast in de typologie van het lint. Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit (2014) Eind mei 2014 is door de colleges van de samenwerkende gemeenten Barendrecht, Hendrik‐Ido‐Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht de Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit vastgesteld. Op basis van de eerder vastgestelde Gebiedsvisie Deltapoort wordt hiermee aangestuurd op een ruimtelijk kwalitatiever gebied.

Hoewel de handreiking met name is bedoeld om spelregels te bieden voor woningen die in het kader van de ruimte voor ruimte regeling worden gebouwd, is een deel van deze regels eveneens toepasbaar op overige ontwikkelingen in het buitengebied. In de Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit staat onder meer welk type huizen en soorten beplanting het beste bij het landschap passen. De handreiking bevat ook veel foto's en afbeeldingen van streekeigen beplanting en er staan voorbeelden in van woningen die goed in het landschap van Deltapoort passen. De gemeenten willen op deze wijze de nieuwe bewoners van het gebied inspireren om de woningen en erven mooi in het landschap van Deltapoort in te passen.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

25

Figuur 3.5

Uitsnede visiekaart met deelgebieden

De locatie maakt onderdeel uit van deelgebied 'dijkenlandschap (dijklinten en dubbellinten)'. Het perceel ligt tegen de dijklinten van de Rijksstraatweg en de Lagendijk aan. Hoewel ter plaatse van het plangebied nauwelijks sprake is van hoogteverschil, dient de positie van de bebouwing zorgvuldig gekozen en afgestemd te worden op de situatie. De richting van de hoofdgebouwen is evenwijdig aan de dijk waarbij de bebouwing uit één bouwlaag met kap bestaat. Het erf bestaat uit een ensemble van gebouwen: één hoofdgebouw en eventueel één of meerdere bijgebouwen (schuurwoningen, kap‐ of wagenschuren). De architectuur van de hoofdgebouwen en bijgebouwen is op elkaar afgestemd. Toetsing regionaal beleid Uit het schetsontwerp blijkt dat invulling wordt gegeven aan de uitgangspunten van de handreiking (zie hoofdstuk 2). De woningen zijn ingepast in het lint langs de Rijksstraatweg en de Lagendijk. Door de positionering van de woonblokken is ingespeeld op het karakteristieke bebouwingspatroon langs de linten: enkele woonblokken parallel aan de straat ('hoofdgebouwen') en twee woonblokken daarachter ('bijgebouwen'). Ook de kap‐ en bouwhoogte voldoet aan de spelregels uit de handreiking. De aanvullende spelregels met betrekking tot materiaal‐ en kleurgebruik, beplanting en erfinrichting zijn uitgangspunt bij de verdere uitwerking van de plannen.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

26

3.5

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 De gemeenteraad heeft op 14 september 2017 de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 vastgesteld. In deze omgevingsvisie anticipeert de gemeente op het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast beoogt de gemeente Ridderkerk met deze nieuwe visie in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de vraag naar levensloopbestendige woningen en de druk op de detailhandelsstructuur. Verder bevat de omgevingsvisie aanpassingen in de beleidsambities ten opzichte van de Structuurvisie Ridderkerk 2020. De omgevingsvisie beoogt de ruimtelijke kwaliteit van Ridderkerk als rustige en aantrekkelijke woongemeente met een goede binnenstedelijke groenstructuur en omliggend groen te behouden en waar mogelijk te versterken. Onderhavige ontwikkeling is in de omgevingsvisie in het projectoverzicht specifiek aangeduid als particuliere ruimtelijke ontwikkeling nummer 10: 'Hoek Lagendijk‐Rijksstraatweg' (zie figuur 3.6).

Figuur 3.6

Uitsnede ontwikkelingenkaart Omgevingsvisie Ridderkerk 2035

Woningbouwstrategie 2011 Conform de structuurvisie van de gemeente Ridderkerk is een woningbouwstrategie opgesteld. De strategie is op 27 januari 2011 vastgesteld en thans nog in werking. Uit dit strategiedocument blijkt het volgende. De dorpen Rijsoord en Oostendam liggen in de luwte van de dynamiek van de stedelijke regio. De Waal is een belangrijke kwaliteit. Daarnaast zijn beide dorpen omgeven door grootschalige groengebieden. De diversiteit aan woningen past bij de dorpse setting van Rijsoord en Oostendam. In de toekomst moet deze diversiteit behouden blijven. Grootschalige woningbouw is geen optie. Functiemenging vindt plaats langs diverse linten zoals de Lagendijk. Aan deze wegen zijn woningen en kleinschalige werklocaties gevestigd. Het is wenselijk deze menging in de toekomst door te zetten. Toetsing gemeentelijk beleid In de omgevingsvisie van de gemeente Ridderkerk is de planlocatie al aangeduid als woningbouwlocatie. De nieuwe woningen passen qua verkavelingspatroon en opzet in de bestaande stedenbouwkundige structuur.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

27

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie‐ en afwikkeling Woningbouw Rijksstraatweg De beoogde woningbouw vindt plaats aansluitend op de bestaande verkeersstructuur. Een nieuwe ontsluitingsweg met de benodigde parkeergelegenheid sluit aan op de Rijksstraatweg. Via de Rijksstraatweg zijn de gebiedsontsluitende (snel)wegen snel te bereiken. Ten aanzien van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van 106 motorvoertuigen per etmaal (weekdag), zie tabel 4.1. De capaciteit van de omliggende wegenstructuur is ruim voldoende om de nieuwe woningen te accommoderen. functietype programma Koopwoning, vrijstaand 1 Koopwoning, 2‐onder‐1‐kap 4 Koopwoning, tussen/hoek 9 totale verkeersgeneratie Tabel 4.1 Berekening verkeersgeneratie

kencijfer CROW 8,2 per woning 7,8 per woning 7,4 per woning

mvt/etmaal (weekdag) 8,2 31,2 66,6 106

Perceel tussen Lagendijk 180 en 182 Aan dit perceel wordt een bouwvlak voor de realisatie van één vrijstaande woning toegekend. Gebruik zal worden gemaakt van de bestaande ontsluiting op de Lagendijk. Een verkeersgeneratie van 8,2 mvt/etmaal als gevolg van de beoogde woningbouw zal niet tot problemen leiden op de Lagendijk en het omliggende wegennetwerk. Parkeren Woningbouw Rijksstraatweg Op de verkavelingstekening (figuur 2.4) zijn 34 parkeerplaatsen ingetekend langs de nieuwe ontsluitingsweg. Daarnaast bieden vijf percelen ruimte voor minimaal één parkeerplaats op eigen terrein. Op basis van de CROW‐normen (sterk stedelijk, buitengebied) zijn 30 parkeerplaatsen benodigd, zie tabel 4.2. functietype programma Koopwoning, vrijstaand 1 Koopwoning, 2‐onder‐1‐kap 4 Koopwoning, tussen/hoek 9 totale parkeerbehoefte Tabel 4.2 Berekening parkeerbehoefte

Rho adviseurs voor leefruimte

parkeerkencijfer CROW 2,4 per woning 2,2 per woning 2 per woning

parkeerbehoefte 2,4 8,8 18 30

011603.20171424

28

Van de 34 parkeerplaatsen die zijn aangegeven op de verkavelingstekening zijn 30 parkeerplaatsen benodigd voor de nieuwe woningen (exclusief de parkeergelegenheid op eigen terrein). De resterende plekken zijn parkeerplaatsen ter compensatie van de bestaande plekken bij de bushalte. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Perceel tussen Lagendijk 180 en 182 Dit perceel biedt voldoende ruimte voor minimaal drie parkeerplaatsen op eigen terrein. In de algemene bouwregels is een bepaling opgenomen dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Wanneer kantoor‐ en/of praktijkruimte aan huis wordt gerealiseerd, is in de specifieke gebruiksregels binnen de woonbestemming opgenomen dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

4.2

Wegverkeerslawaai

Beoordelingskader Langs alle wegen ‐ met uitzondering van de 30 km/u‐wegen ‐ bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke of buitenstedelijke ligging. De ten hoogste toelaatbare waarde ingevolge de Wgh voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in stedelijk gebied bedraagt 48 dB. De maximale ontheffingswaarde ingevolge de Wgh bedraagt voor stedelijk gebied 63 dB en 53 dB voor buitenstedelijk gebied. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de ten hoogste toelaatbare waarde wordt overschreden, is onderzoek naar doelmatige geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk, gericht op het verminderen van de geluidsbelasting op de gevel. Onderscheid wordt gemaakt in maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerend asfalt) of maatregelen in het overdrachtsgebied (bijvoorbeeld geluidsschermen). Zijn deze maatregelen niet mogelijk, niet gewenst of niet doeltreffend, dan kan het college van Burgemeester en Wethouders onder bepaalde voorwaarden hogere waarden vaststellen. Onderzoek Resultaten De beoogde woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Rijksstraatweg, de Lagendijk en de rijkswegen A15 en A16.

Uit het onderzoek wegverkeerslawaai (bijlage 1) blijkt dat ten gevolge van de beschouwde wegen de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden. Vanwege de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is een maatregelenonderzoek verricht om de geluidbelasting van de betreffende wegen te verlagen:  bij toepassing van geluidsreducerend wegdek op de Lagendijk kan de overschrijding als gevolg van de Lagendijk worden weggenomen en wordt ter plaatse van de beoogde woning langs de Lagendijk voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Aangezien het gaat om slechts één woning en de relatief grote afstand waarover de verharding van de Lagendijk aangepast zal moeten worden, is dit om financiële redenen niet wenselijk;  indien op de Rijksstraatweg een dunne deklaag (type B) wordt aangebracht, zal de maximale geluidbelasting op de beoogde woningen langs de Rijksstraatweg afnemen tot ten hoogste 54 dB. Hiermee kan nog niet worden voldaan aan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. In dit geval is het nog nodig om voor acht woningen een hogere waarde vast te stellen;  door het verlagen van de snelheid op de Rijksstraatweg en de Lagendijk naar 30 km/u zal de geluidbelasting circa 1 à 2 dB afnemen. Omdat de wegen dan niet langer gezoneerd zijn, is het vaststellen van een hogere waarde dan niet noodzakelijk.

De maatregel is echter gezien de ontsluitende functie van deze wegen niet gewenst;  afschermende maatregelen langs de Lagendijk of Rijksstraatweg worden vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt niet wenselijk geacht;

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

29

 

bij het naar achteren plaatsen van de beoogde woning aan de Lagendijk blijft weinig achtertuin over. Het naar achteren plaatsen van de woningen langs de Rijksstraatweg is fysiek niet mogelijk; maatregelen aan rijksinfrastructuur zijn omvangrijk gelet op de grote afstand tot de rijksweg. Naar verwachting is er niet voldoende budget, zodat maatregelen niet doelmatig zullen zijn.

Vanwege de situering van de gevels ten opzichte van de omliggende bronnen en de optredende geluidbelastingen, beschikken de woningen niet over geluidluwe gevels. Om deze reden is het, met het oog op het woon‐ en leefklimaat, wenselijk om de noordelijk en westelijk georiënteerde gevels van de nieuwe woningen te voorzien van extra geluidwering. Aanvullend hierop moet aan nader onderzoek blijken dat het binnenniveau voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. Conclusie Gelijktijdig met het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingplan wordt een ontwerp‐besluit hogere waarden genomen. In tabel 7.1 van bijlage 1 staan de benodigde hogere waarden aangegeven. Omdat de nieuwe woningen zowel vanaf de noordzijde (A15/A16) als van de zuidzijde (Rijksstraatweg) een relevante geluidbelasting ondervinden en daardoor vrijwel geen van de gevels als 'geluidluw' kan worden aangemerkt, is het wenselijk om ‐ in samenhang met de uitkomsten van het onderzoek industrielawaai ‐ ter plaatse van de noordelijk en westelijk georiënteerde gevels extra geluidsisolerende maatregelen te treffen.

4.3

Bedrijven en milieuhinder

Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon‐ en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG‐publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie‐indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. In een gebied met functiemenging kunnen kleinere richtafstanden worden gehanteerd. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Onderzoek Direct grenzend aan het plangebied is een aantal bedrijven gevestigd. Het betreft het tuinbouwbedrijf Van der Pol (Rijksstraatweg 102c) en tuinbouwmachinegroothandel G.A. van der Waal (Lagendijk 176).

Op basis van de voorgenoemde VNG‐publicatie bedraagt de richtafstand (rustige woonwijk) voor een glastuinbouwbedrijf 30 meter en voor een groothandel in machines en apparaten 50 meter. In beide gevallen reiken de richtafstanden (gemeten vanaf de grens van de inrichtingen) tot over het plangebied. Uit de VNG‐publicatie blijkt dat geluid het maatgevende aspect is. Om de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen in beeld te brengen is akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 1). In het akoestisch onderzoek zijn de optredende geluidbelastingen (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en pieken) getoetst aan de normen uit het Activiteitenbesluit en het stappenplan uit de VNG‐publicatie en de daaraan gekoppelde richtwaarden.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

30

Op het perceel Lagendijk 180 vinden zeer kleinschalige bedrijfsactiviteiten plaats (Elly's Groendecoraties en W.P. van der Pol Verhuur). Deze zijn in het akoestisch onderzoek niet beschouwd. Het betreft een type A‐inrichting en een aan‐huis‐gebonden bedrijf, waarvoor geen sprake is van een richtafstand. Vanwege de zeer geringe verkeersbewegingen en activiteiten zijn deze bedrijfsactiviteiten akoestisch niet relevant. Aan de Lagendijk 371 is café‐restaurant Bardot gevestigd, waarvoor op grond van de VNG‐publicatie Bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 10 meter geldt. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Andere bedrijven liggen op dermate grote afstand (met reeds bestaande woningen op korte afstand), dat deze geen belemmering vormen voor de beoogde woningbouwontwikkeling. Glastuinbouwbedrijf Van der Pol In het akoestisch onderzoek voor het glastuinbouwbedrijf Van der Pol is rekening gehouden met mogelijke toekomstplannen waarbij wordt uitgegaan van een WKK‐installatie met buitenomkasting, een proefveld ten oosten van de eigen bedrijfswoning en toepassing van waterteelt. Naast de realisatie van deze plannen wordt aanvullend uitgegaan van een uitbreiding van de huidige opslag/verwerkingsruimte en een extra loods bij het proefveld met daarnaast een nieuwe koelinstallatie.

Daarnaast heeft het bedrijf aangegeven dat er gedurende een aantal weken per jaar een stoomketel wordt gehuurd voor reiniging van de grond. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de eventueel toekomstige WKK‐installatie, de stoomketel en de nieuwe koelinstallatie leiden tot overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidbelasting op grond van stap 2 en stap 3 zoals deze zijn opgenomen in de VNG‐publicatie en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Ook de transportbewegingen leiden tijdens de nachtperiode tot een overschrijding van de geldende grenswaarde (piekniveaus). Deze overschrijdingen treden echter ook op ter plaatse van bestaande woningen. Met uitzondering van de nieuwe koelinstallatie kan met relatief eenvoudige (bron)maatregelen de geluidbelasting worden teruggebracht tot onder de geldende grenswaarden. Naar aanleiding van de uitkomsten van het akoestisch onderzoek is besloten het bouwplan aan te passen. De meest geluidbelastende activiteiten vinden plaats aan de westzijde (ontsluiting) en noordwestzijde (WKK en stomen) van het plangebied. Binnen een afstand van 30 meter uit de inrichtingsgrens van Van der Pol worden in het bestemmingsplan geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt waarmee aan deze zijde van het plangebied wordt voldaan aan de richtafstand uit de VNG‐publicatie.

De afstand van de meest nabijgelegen bestaande woning tot de ontsluitingsweg is vergelijkbaar met de afstand van de bestaande woning (Rijksstraatweg 104). Het bedrijf wordt op dit punt dan ook niet (extra) beperkt door de woningbouwontwikkeling. Aan de noordzijde van het plangebied is de afstand tussen de beoogde woningen en de inrichtingsgrens van Van der Pol kleiner dan 30 meter. Hier is in de huidige situatie een waterbassin aanwezig en worden in de toekomst mogelijk andere activiteiten ontplooid, zoals een proefveld, waterteelt en een nieuwe koelinstallatie. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat proefveld en waterteelt niet leiden tot overschrijding van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit ter plaatse van de beoogde woningen. De maximaal toelaatbare geluidbelasting vanwege de nieuwe koelinstallatie wordt overschreden op zowel de bestaande als de nieuwe woningen. Voor de koelinstallatie is door de leverancier in eerste instantie een maximaal bronvermogen opgegeven van Lw = 99 dB(A). Om te kunnen voldoen dient ten behoeve van de bestaande woning Lagendijk 180 de bronsterkte met 10 dB te worden gereduceerd (omkasting, stillere ventilatoren en/of dempers). Om te voldoen bij de nieuwe woningen dient de bronsterkte met 20 dB te worden gereduceerd.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

31

Vanwege de akoestische situatie ten gevolge van de mogelijke uitbreidingsplannen van Van der Pol (in samenhang met de optredende geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer, zie paragraaf 4.2) is het noodzakelijk om de meest westelijk en noordelijk georiënteerde gevels van de nieuwe woningen te voorzien van extra geluidwering. Daarnaast zal overleg moeten plaatsvinden over de mogelijk te treffen maatregelen zoals beschreven in het akoestisch onderzoek. Afhankelijk van de keuze voor een koelinstallatie kunnen definitieve maatregelen worden vastgesteld. Handelsbedrijf Van der Waal Uit het akoestisch onderzoek blijk dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten gevolge van het handelsbedrijf Van der Waal voldoet aan Stap 2 conform de VNG‐publicatie en de eisen uit het Activiteitenbesluit. Ook uit de berekeningen van de maximale geluidsniveaus ten gevolge van het handelsbedrijf Van der Waal blijkt dat de grenswaarde conform stap 2 conform de VNG‐publicatie niet wordt overschreden. De akoestische situatie ten gevolge van het handelsbedrijf Van der Waal wordt als aanvaardbaar beschouwd. Handelsbedrijf Van der Waal overweegt op termijn te verhuizen. Overeenkomstig het geldende bestemmingsplan kan zich in dat geval alleen een categorie 2‐bedrijf vestigen op de vrijkomende locatie of een bedrijf dat past binnen de maatbestemming (bedrijf ‐ verhuur machines).

De afstand tussen de bedrijfsbestemming en de beoogde woningen bedraagt meer dan 30 meter waarmee wordt voldaan aan de richtafstand voor een categorie 2 bedrijf. Een eventueel nieuw bedrijf dat past binnen de maatbestemming zal ook ter plaatse van de nieuwe woningen moeten voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit. Binnen het plangebied zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat. Conclusie Omliggende bedrijven worden door de beoogde woningbouwontwikkeling niet onevenredig in de belangen geschaad. De mogelijke toekomstplannen van glastuinbouwbedrijf Van der Pol leveren mogelijk overschrijdingen op ter plaatse van de beoogde, maar ook de bestaande woningen. Om te voldoen aan de geldende geluidnormen zijn maatregelen nodig om het geluid van de stoomketel, de nieuwe WKK‐ installatie en de nieuwe koelinstallatie te reduceren. Na definitieve keuze voor de nieuwe installatie zullen in overleg met Van der Pol definitieve maatregelen worden vastgesteld. Daarnaast is het wenselijk om ter plaatse van de meest belaste gevels extra geluidsisolerende maatregelen te treffen en hiermee te voldoen aan de binnenwaarde in het Bouwbesluit. Daarmee is ter plaatse van de beoogde woningen sprake van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat.

4.4

Externe veiligheid

Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

32

Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10‐6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet‐ en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.

Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10‐5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10‐6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10‐6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10‐6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Onderzoek Risicovolle inrichtingen Overeenkomstig de professionele risicokaart (https://nederlandprof.risicokaart.nl) waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig.

De risicovolle inrichting 'Het Tweewielerhuis Jan Lagendijk', op een afstand van 150 meter van het plangebied, is opgeheven. Vervoer gevaarlijke stoffen via de weg De A15/A16: Knp. Ridderkerk Noord – Knp. Ridderkerk waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden ligt op een afstand van circa 735 meter van het plangebied. De PR 10‐6 contour bedraagt 66 meter waar het plangebied buiten valt. De maatgevende stof voor het invloedsgebied van het groepsrisico betreft GF3 met een effectafstand van 355 meter waar het plangebied buiten valt. Op basis van de scenario analyse voor de gemeente Ridderkerk valt het plangebied buiten de contouren van de worst case hitte en toxisch scenario van de weg. Vervoer gevaarlijke stoffen over het water In de omgeving van het plangebied worden geen gevaarlijke stoffen vervoerd over het water.

Rho adviseurs voor leefruimte

011603.20171424

33

Vervoer gevaarlijke stoffen over het spoor Het plangebied ligt op een afstand van circa 1.550 meter van spoortrajectnummer 203AB.2. Het plangebied valt buiten de PR 10‐6 contour (28 meter) maar binnen het invloedsgebied van 4.000 meter (stofcategorie B3 en D4, toxisch). Doordat het plangebied op een grotere afstand dan 200 meter ligt van de transportroute gevaarlijke stoffen is een berekening van het GR niet noodzakelijk. Wel dient een beknopte verantwoording van het GR gegeven worden. Het plangebied valt buiten de contouren van de scenario analyse van Ridderkerk voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor opgesteld door Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het plangebied ligt op circa 500 meter van de buisleiding A‐555. Het plangebied valt buiten de PR 10‐6 contour en buiten de effectafstand van 490 meter (42 inch, 66,20 bar). Op basis van de scenario analyse gemaakt door de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond valt het plangebied voor buisleidingen binnen de D zone van het worst case scenario (hitte).

Beknopte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering ten allen tijde een belangrijke rol. De planlocatie wordt ontsloten via de Rijksstraatweg en Lagendijk dat het verkeer noord‐, oost‐ en westelijke richting op het wegennet aansluit. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zo kan bijvoorbeeld via meerdere aanvalswegen een mogelijke brand geblust worden. Daarnaast kan via de Lagendijk noordelijk van 'spoortrajectnummer 203AB.2' en 'buisleiding A‐555' af worden gevlucht. Zelfredzaamheid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 14 woningen langs de Rijksstraatweg en de mogelijkheid van het bouwen van één woning op het perceel tussen Lagendijk 180 en 182.

Er worden geen functies voor minder zelfredzame personen mogelijk gemaakt. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in dit scenario is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen, denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/760/documents/28605