Bestemmingsplan Woning Rijksstraatweg 165-B - Toelichting.pdf
Tekst van het document
Woning Rijksstraatweg 165-B
bestemmingsplan Woning Rijksstraatweg 165-B
Inhoudsopgave
Toelichting
2
3
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Woning Rijksstraatweg 165-B
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
3
Bestemmingsplan
Woning Rijksstraatweg 165-B
December 2022
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’
Plannaam:
‘Woning Rijksstraatweg 165-B’
Plantype:
Bestemmingsplan
Status:
Vastgesteld
IMRO-nummer: NL.IMRO.0597.BPRIJS2021RSW165B-VG01
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIEM ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3
BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................. 8
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 8 GEWENSTE SITUATIE ................................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 21
HOOFDSTUK 4 MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 24 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
GELUID .................................................................................................................................................... 24 BODEM.................................................................................................................................................... 25 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 33 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 35 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 36
HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 39 5.1 5.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 40
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 45 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 45 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 45 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 46
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 48 HOOFDSTUK 8 INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ........................................ 49 8.1 8.2 8.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 49 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 50 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 50
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 51 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 51 VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK ........................................................................................... 52 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 53 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 54 ARCHEOLOGISCHE PLANTOETS .............................................................................................................. 55 STANDAARD WATERPARAGRAAF ........................................................................................................... 56 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld BIJLAGE 7
NOTA ZIENSWIJZEN ............................................................................................................................ 57
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel gelegen aan de Rijksstraatweg 165b in Ridderkerk, in de gelijknamige gemeente, ten zuidwesten van de kern Ridderkerk. Ter plaatse bevindt zich een schuur uit het jaar 1947 en het perceel is voorzien van een tuinbestemming. Initiatiefnemer is voornemens om deze schuur te slopen en ter plaatse een vrijstaande woning te realiseren. De overige gronden worden in gebruik genomen als tuin bij de vrijstaande woning. De gemeente Ridderkerk heeft aangegeven in principe en onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan de gewenste ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende beheersverordening waardoor een bestemmingsplanherziening is vereist. De huidige bestemming ‘Tuin’ dient te worden gewijzigd naar een passende woonbestemming. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied heeft betrekking op het perceel Rijksstraatweg 165b in Ridderkerk. De wijziging van de bestemming naar een passende woonbestemming is gewenst op de gronden waar de woning is voorzien. De overige gronden betreffende het achterliggende terrein (in gebruik te nemen als tuin) behouden de vigerende tuinbestemming. Het plangebied staat kadastraal bekend als Ridderkerk, sectie D, nummers 4352 en 4354. In afbeelding 1.1 is de ligging van de het plangebied nabij de kern Ridderkerk (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning) weergegeven.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied nabij de kern Ridderkerk en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ bestaat uit de volgende stukken: •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0597.BPRIJS2021RSW165B-VG01) en een renvooi;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld •
regels en bijbehorende bijlagen.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regiem
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de beheersverordening “Rijsoord”. Deze beheersverordening is op 12 september 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de vaststelling van deze beheersverordening is de regeling zoals deze was opgenomen in bestemmingsplan “Rijsoord 1997” (vastgesteld d.d. 19 oktober 1998) opnieuw van toepassing verklaard. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van de beheersverordening opgenomen. Het plangebied is hierop aangeduid met een rode omlijning.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede verbeelding beheersverordening (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Tuinen’. Hierna wordt kort ingegaan op deze geldende bestemming. Tevens is een klein gedeelte in het noordelijke deel van het plangebied bestemd met de dubbelbestemming ‘Waterkering’. ‘Tuinen’ De voor ‘Tuinen’ aangewezen gronden zijn in geval van het plangebied hoofdzakelijk bestemd voor tuinen, voetpaden en andere verhardingen. Daarnaast zijn steigers en boothuizen aan de Waaloever toegestaan. Tenslotte zijn hobbykassen en volières en bergplaatsen op de gronden toegestaan. ‘Waterkering’ De voor ‘Waterkering’ aangewezen gronden zijn als zodanig bestemd voor een waterkering. Op deze gronden zijn met name waterkeringen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. Indien deze bestemming samenvalt met andere bestemmingen, is overige bebouwing pas toegestaan nadat schriftelijk advies is
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld ingewonnen bij de dijkbeheerder. Tevens mag door de ontwikkeling het belang van de waterkering niet wordt aangetast.
1.4.3
Strijdigheid
Het voornemen bestaat om binnen het plangebied de bestaande schuur te slopen en deze te vervangen voor een vrijstaande woning. Vanwege het ontbreken van passende bouw- en gebruiksregels is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie ZuidHolland en de gemeente Ridderkerk beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
BESCHRIJVING PLANGEBIED
Huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Rijksstraatweg 165b in Ridderkerk, in de gelijknamige gemeente. Ter plaatse vormen de Rijksstraatweg en de Waal de belangrijkste structuurdragers in het gebied. In de omgeving van het plangebied komen verschillende functies voor, waarbij wordt opgemerkt dat er met name woningen in de directe omgeving van het plangebied zijn gesitueerd, direct aan de Rijksstraatweg. Op grotere afstand van het plangebied liggen ten noorden diverse agrarische bestemmingen, (kleinschalige) bedrijvigheid en andere functies zoals gewoonlijk in het buitengebied. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door infrastructuur en parkeervoorzieningen. Aan de oosten westzijde wordt het plangebied begrensd door woonbebouwing met bijbehorende tuinen van de nabij gelegen woonbestemmingen. Aan de zuidzijde is de rivier de Waal gelegen. Ter plaatse van het plangebied is schuur aanwezig, voor het overige zijn de gronden onbebouwd. Aan de zijkant van de schuur is verharding aanwezig en achterzijde van de schuur zijn de gronden onverhard en in gebruik als tuin/grasland. De luchtfoto in afbeelding 2.1 geeft een goed beeld van de huidige situatie in het plangebied. Daarnaast is er een straatbeeld opgenomen in afbeelding 2.2.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld
Afbeelding 2.2
Straatbeeld en luchtfoto plangebied (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld
2.2
Gewenste situatie
Het voornemen is om de binnen het plangebied aanwezige schuur te slopen en ter plaatse één vrijstaande grondgebonden woning met bijbehorend bijgebouw, tuin en (parkeer)voorzieningen te realiseren. De woning wordt met de voorgevel op de Rijksstraatweg gericht en beschikt over een beperkte voortuin, maar een ruime achtertuin (dit betreffen de gronden die blijven voorzien van de bestaande tuinbestemming). Deze tuin zal groen worden ingericht, middels een gazon met borders aan de zijdes met de buurpercelen. Eveneens wordt er een moestuin en een plukveld gerealiseerd. Op basis van het huidige ontwerp bestaat de woning uit één bouwlaag met een kap. Op de eerste bouwlaag (begane grond) bevinden zich de hal, toilet, woonkamer, keuken en een berging. Op de tweede (kap)laag bevinden zich slaapkamers, een badkamer en een overloop. De derde laag wordt ingericht als zolder. Hiermee wordt qua maat een schaal aangesloten op de in de omgeving reeds aanwezige woningen/gebouwen, waardoor de toekomstige bebouwing zich ruimtelijke gezien goed voegt in de omgeving. De woning is geschikt voor uiteenlopende doelgroepen, denk bijvoorbeeld aan doorstromers en gezinnen. Tevens wordt het perceel zo ingericht dat op de oprit de mogelijkheid wordt gecreëerd om drie auto's te parkeren. In afbeelding 2.3 en 2.4 is een impressie nieuwe bebouwing en een inrichtingstekening opgenomen van de beoogde situatie.
Afbeelding 2.3
Inrichtingstekening nieuwe situatie plangebied (Bron: Maat Architecten BNA)
Welstandsnota en kavelpaspoort In de gemeente Ridderkerk zijn voor ontwikkelingen zoals voorliggende stedenbouwkundige en architectonische kwaliteitsuitgangspunten vastgelegd. Dit betreffen handvaten voor architecten en zijn tevens het toetsingskader voor bouwplannen. Dit toetsingskader wordt gehanteerd door de gemeente Ridderkerk en door de welstandscommissie bij de beoordeling van de plannen. Er is een Welstandsnota en voor het plangebied heeft de gemeente in een kavelpaspoort richtlijnen meegegeven. Het kavelpaspoort is alleen ter verduidelijking en inspiratie, geen vastgesteld beleid. Het plan wordt wel aan de Welstandsnota getoetst. Het geeft wel duidelijk richting aan de planvorming. Alternatieve en afwijkende plannen zijn bespreekbaar, mits ze voldoen aan de ambitie van het kavelpaspoort en de welstandsnota. De getoonde referentiebeelden in afbeelding 2.4 zijn daarom bedoeld als sfeerbeelden. De uiteindelijke bouwaanvraag en overleg met Welstand is daarbij leidend, referentiebeelden kunnen daar op onderdelen van afwijken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld Het doel van een kavelpaspoort is dat er een nieuwe, duurzame, samenhangende en eigentijdse woning ontstaat, die speciaal voor deze locatie is ontworpen. Dat betekent dat de woning een uitstraling krijgt die met een knipoog refereert aan de bouwstijl zoals veel voorkomend langs de Rijksstraatweg in Ridderkerk. Niet door historiserend te bouwen, maar door op een hedendaagse manier gebruik te maken van een aantal oude waarden, zoals de combinatie van baksteen (woning) en hout (aangebouwd bijgebouw) en door de keuze voor de erfscheidingen (groen met borders). Het plan zit dusdanig in elkaar dat het plangebied van nieuwe meer formele, stoere uitstraling krijgt qua massa van de bebouwing en de architectuur ten opzichte van de bestaande situatie (een schuur). De gronden welke in gebruik worden genomen worden (en blijven) voorzien van een tuinbestemming, en zullen worden voorzien van borders, bloemrijk gras en vaste planten, een moestuin en een plukveld.
Afbeelding 2.4
Indicatieve impressie nieuwe bebouwing beoogde situatie plangebied (Bron: Variahuis)
Tuininrichting Op de tekening in 2.3 is de indeling van de tuin weergegeven. Ook zijn het zijaanzicht en een aantal doorsneden getekend. Hierdoor is de opbouw van de beplanting goed in beeld gebracht. Er is gekozen om de hagen rond de tuin en aan de voorkant van de woning laag te houden, tot circa 1 meter hoog. Op de erfafscheidingen links en rechts naast de woning zal een hoge houtenschutting of een hoge haag (van 1.80 meter) komen. De borders zullen gevuld worden met vaste planten en af en toe met sierheesters. De heesters geven wat meer hoogte in het geheel (tot 1.80 meter). De bomen op de tekening zijn hoogstambomen, waardoor het zicht open blijft. Bij deze bomen kijk je in feite altijd onder de kruin door. De impressie en aanvullende foto’s geven hier een beter beeld bij. In de tuin zal ook een moestuin en een gedeelte met bloemen / pluktuin aangelegd worden. De pluktuin geeft natuurlijk een fraai beeld. Het uitgangspunt is hierbij om te kiezen voor een mengsel wat niet te hoog wordt. Het merendeel van deze bloemen zal tot circa 1 meter hoog worden. Met dit tuinplan wordt tegemoet gekomen aan de Waalvisie, het zicht op de Waal zal hiermee goed blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld Naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan en de hierop binnengekomen zienswijze is onderstaande aanvulling opgenomen. In het kader van vrij uitzicht van de omwonenden is van belang te noemen dat voor het botenhuis en de vlonder de bestaande regeling in de beheersverordening Rijsoord nog steeds van toepassing blijft. Die biedt de mogelijkheid om per perceel één botenhuis te bouwen met een maximum grondoppervlakte van 20 m² . De bouwhoogte van een botenhuis is ten hoogste 1.20 meter boven het zomerpeil van de Waalboezem. Het botenhuis is dus van beperkte grootte. Gelet op de bestaande rechten bij andere bezitters van tuinen die grenzen aan de Waal, is er geen aanleiding om deze reeds beperkte maten nog verder te beperken. Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat het botenhuis en de vlonder buiten het plangebied vallen voor dit bestemmingsplan. Hierin zijn enkel de gronden opgenomen die in bezit zijn van de initiatiefnemer. Het botenhuis en de vlonder liggen nu echter op grond van het Waterschap, waar nog steeds beheersverordening Rijsoord van toepassing is. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de initiatiefnemer toestemming nodig heeft van het Waterschap voor het plaatsen van deze bouwwerken.
Het tuininrichtingsplan dat is opgenomen bij de regels van het bestemmingsplan is hierop aangepast, om dit te verduidelijken.
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW bovengenoemde publicatie opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie.
2.3.2
Situatie plangebied
2.3.2.1 Uitgangspunten Voor de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • •
Stedelijkheidsgraad: sterk stedelijk, gemeente Ridderkerk (CBS statLine); Stedelijk gebied: rest bebouwde kom. Planvoornemen: de realisatie van één vrijstaande, grondgebonden woning met bijgebouw.
2.3.2.2 Parkeerbehoefte Op basis van voorgenoemde uitgangspunten bedraagt de parkeerbehoefte 2,3 parkeerplaatsen voor een vrijstaande koopwoning. De totale parkeerbehoefte bedraagt hiermee afgerond 3 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd op eigen terrein. Het erf is van ruim voldoende omvang om te kunnen voorzien in deze parkeerbehoefte. Eveneens kunnen bezoekers parkeren op het pleintje voor de woning.
2.3.2.3 Verkeersgeneratie Op basis van de in paragraaf 2.3.2.1 beschreven uitgangspunten ontstaat er het volgende beeld voor wat betreft de verkeersgeneratie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld De beoogde woning wordt door middel van een eigen in- en uitrit ontsloten, via de bestaande parkeervoorzieningen, op de Rijksstraatweg. Voor het berekenen van de effecten op de verkeersgeneratie als gevolg van de gebruikgemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (oktober 2018)’ van het CROW. Op basis van de bedoelde publicatie is sprake van een toename 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal ten opzichte van de bestaande verkeersgeneratie. Gesteld wordt dat de omliggende wegen en infrastructuur van voldoende capaciteit zijn om de voorgenoemde verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen.
2.3.3
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit wijzigingsplan besloten ontwikkeling.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld 3.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de ladder van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van één vrijstaande, grondgebonden woning. In voorliggende geval is de ladder voor duurzame verstedelijk dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het rijksbeleid.
3.1.3
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
3.2.1.1 Algemeen Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • •
• •
Introductie op het omgevingsbeleid, waarin opgenomen de kaartbeelden en beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur; de ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: Ambities en sturing. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. de samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Dit bestaande beleid is integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving.
Met betrekking tot de bovenstaande onderdelen uit de Omgevingsvisie zijn op verschillende onderdelen beleidsbeslissingen genomen. In het kader van dit plan zijn met name de beleidsbeslissingen ‘Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied’ en ‘verstedelijking en wonen’ van belang. De beleidsbeslissingen zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie werken door naar regels in de omgevingsverordening. In voorliggend geval is met name artikel 6.10 lid 1 (Stedelijke ontwikkelingen) van de omgevingsverordening van belang. Op de genoemde onderdelen wordt hierna ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld 3.2.1.2 Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stad- en dorpsgezicht In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen of zij ook behoefte hebben aan regionale visies ter afstemming van het beleid met betrekking tot bedrijventerreinen en detailhandel, of aan regionale ruimtelijke visies. De provincie laat die keus aan hen.
Gedeputeerde Staten kunnen echter voor een bepaalde regio aangeven dat het nodig is om een regionale visie voor bedrijventerreinen te maken. De provincie is zich bewust dat er grenzen zitten aan de mogelijkheden om te verdichten. Het bepalen of de woningbehoefte binnen de bebouwde ruimte opgevangen kan worden, is niet alleen een technische afweging (is het fysiek mogelijk om de woningbehoefte te accommoderen), maar bevat ook kwalitatieve elementen.
3.2.1.3 Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur onder andere uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woonen leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling.
3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De beleidsbeslissingen zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie werken door naar regels in de omgevingsverordening. In voorliggend geval is met name artikel 6.9 lid 1 (ruimtelijke kwaliteit) en 6.10 lid 1 (Stedelijke ontwikkelingen) van de omgevingsverordening van belang.
3.2.2.1 Gebiedsprofiel en kwaliteitskaarten De provincie Zuid-Holland heeft in haar kwaliteitskaart de gebiedsprofielen van gebieden beschreven. Het plangebied ligt in het gebiedsprofiel IJsselmonde. IJsselmonde ligt in de Maasdelta en wordt omgeven door water: de Nieuwe Maas in het noorden, de Oude Maas in het zuiden en de Noord in het oosten. IJsselmonde kent in grote lijnen dezelfde oorsprong als de andere Zuid-Hollandse eilanden maar heeft zich in de laatste eeuw anders ontwikkeld. Het eiland wordt gekenmerkt door een grote menging van stedelijke en landschappelijke functies. De dorpen zijn zelfstandige gemeenschappen met beperkte voorzieningen. Rustig wonen en recreëren met de stad dichtbij. Wonen, werken, recreëren en infrastructuur vormen een mozaïek op basis van het oorspronkelijke landschap. Evenals op de andere eilanden zijn in dit landschap de dijken, polders en kreken de kenmerkende elementen. De dorpen zijn vaak ontstaan aan een dijk of waterloop en verder uitgebreid in de polder. De voorstraatdorpen Rhoon en Poortugaal zijn ontstaan aan de rand van een polder en haaks op de dijk verder uitgegroeid. Daarnaast zijn er enkele dorpen ontstaan rondom een dam (Heerjansdam en Oostendam) of op de oevers van een verlande rivier (Rijsoord). Dorpen als Hoogvliet,
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld Ridderkerk, Barendrecht, maar ook Rhoon en Poortugaal veranderden na de Tweede Wereldoorlog in snel tempo tot satellietsteden van Rotterdam. De plaatsen Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht groeiden in de schaduw van de Rotterdamse haven uit tot zelfstandige industriesteden met scheepswerven. Onderhavig plangebied ligt is Rijsoord. Rijsoord is een langgerekt dijkdorp op de oeverwal van De Waal. Evenals Heerjansdam en Oostendam ontleent Rijsoord zijn oorsprong aan dit riviertje. Het dorp ligt van oudsher op beide oevers van de afgedamde rivier. In eerste instantie werd de toen veel bredere Waal overgestoken met een veerschuit. Halverwege de 16e eeuw was het water zodanig smal geworden dat een brug aangelegd kon worden. De aanwezigheid van en het zicht op het water is nog steeds bepalend voor het karakter van Rijsoord. De Waaldijk en de Pruimendijk vormen de ruggengraat van het noordelijk deel van het dorp. Deze historische structuur wordt nu echter ruw doorsneden door de belangrijkste route door het dorp, de Rijksstraatweg. Het gebied ten noorden wordt gekenmerkt door planmatige woningbouw en glastuinbouw. De nabijheid van de A15 is door zijn schaal en maat goed zichtbaar en hoorbaar. De fijnmazige en langgerekte verkaveling is echter nog steeds waarneembaar. Ook op de zuidoever van De Waal ligt een kleine uitbreiding van het dorp.
De ambities voor Rijsoord zijn als volgt: -
-
Er wordt ingezet op het behoud en de versterking van de historische structuur van het dorp. De barrièrewerking van de Rijksstraatweg wordt zoveel mogelijk opgeheven. Met name de routes evenwijdig aan De Waal (Waaldijk-Pruimendijk en Waalweg-Achterambachtseweg) worden gecontinueerd. Bij de inpassing van (vervangende) nieuwbouw rekening houden met de huidige korrel, de nokrichting, het profiel en variatie in bebouwing. De fijnmazige, langgerekte verkaveling aan de noordkant van de Pruimendijk behouden, zodat het agrarische karakter overheerst en niet de A15. Daar waar dorpsgebied grenst aan De Waal wordt ingezet op openbaar toegankelijke oevers (zie ook Afgedamde rivierarm). De dijklinten worden opgenomen in het recreatieve netwerk, waarbij het centrum fungeert als concentratiepunt voor routes en attracties. (Nieuwe) ontwikkelingen worden zoveel mogelijk gerealiseerd binnen bestaand bebouwd gebied. Hierbij worden waardevolle patronen en elementen herkenbaar opgenomen in de structuur van de ontwikkeling. Waar mogelijk wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht door nieuwe zichtrelaties en routes.
Daarnaast is in de kwaliteitskaart op basis van de lagenbenadering in beeld gebracht wat de gebiedskenmerken en kernkwaliteiten van gebieden zijn in de volgende lagen: • • • •
Laag van de ondergrond; Laag van de cultuur- en natuurlandschappen; Laag van de stedelijke occupatie; Laag van beleving;
3.2.2.2 Relevante artikelen In voorliggend geval zijn met name artikel 6.9 lid 1 (ruimtelijke kwaliteit) en 6.10 lid 1 (Stedelijke ontwikkelingen) van de omgevingsverordening van belang om te toetsen. Artikel 6.9 (Ruimtelijke kwaliteit) 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: a. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld b.
c.
het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: a. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.
Artikel 6.10 (Stedelijke ontwikkelingen) “Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening;”
3.2.3
Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie en omgevingsverordening Zuid-Holland
Gebiedsprofiel De voorgenomen binnenstedelijke herontwikkeling doet geen afbreuk aan het gebiedsprofiel ‘IJsselmonde’. Daarnaast sluit de ontwikkeling aan op de ambities voor (het buitengebied) rondom de kern Ridderkerk, waarbij onder andere de ambitie is om (nieuwe) ontwikkelingen zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied te realiseren. Verder is de ambitie dat bij inpassing van (vervangende) nieuwbouw rekening wordt gehouden met de huidige korrel, de nokrichting, het profiel en variatie in bebouwing. Zoals ook aangegeven in paragraaf 2.2 en de beschrijving van het aspect beeldkwaliteit, bestaat de beoogde woning uit twee bouwlagen met kap. Hiermee wordt qua maat een schaal aangesloten op de in de omgeving reeds aanwezige woningen/gebouwen, waardoor de toekomstige bebouwing zich ruimtelijke gezien goed voegt in de omgeving.
Kernkwaliteiten in verschillende lagen Wat betreft de kernkwaliteiten in de verschillende lagen kan worden gesteld dat vanwege ligging van het plangebied in het bestaand stedelijk gebied de ‘Laag van de ondergrond’ niet relevant is. Deze laag is door het huidige gebruik van de gronden als tuin reeds verstoord of niet meer aanwezig. In de ‘Laag van de cultuur- en natuurlandschappen’ maakt het plangebied onderdeel uit van het ‘zeekleipolderlandschap’. Richtpunten van de provincie in dit landschap zijn het bijdragen aan de versterking van karakteristieke kenmerken van de eiland en verschillen daartussen. Ontwikkelingen aan de rand van eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en deltawateren. Daarnaast is het de bedoeling de herkenbaarheid van patronen in op en aanwaspolders te behouden. Tevens dienen ontwikkelingen de dijk en de kreek als herkenbare structuurdragers te versterken, dient bebouwing geconcentreerd te zijn en dient het contrast tussen de binnendijkse polders en buitendijkse natuur te worden behouden. Aangezien in voorliggend geval sprake is van een (kleinschalige) binnenstedelijke herontwikkeling is een nadere toetsing aan de ‘Laag van de cultuur- en natuurlandschappen’ niet noodzakelijk. Ten aanzien van de ‘Laag van de beleving’ geldt ter plaatse van het plangebied het gebiedstype ‘Groene buffers’. Hiervoor gelden de volgende richtpunten: -
Er vinden geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen plaatse in de bufferzone; Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.
In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied (tuinbestemming met daarop een bestaande forse schuur). Met voorgenomen ontwikkeling wordt niet zozeer
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld bijgedragen een de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde, echter is er wel sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering waarbij verouderde bebouwing wordt gesloopt. Eveneens is er sprake van een kwaliteitsverbetering door de groene inrichting van het perceel. In de ‘Laag van de stedelijke occupatie’ is het gebiedskenmerk ‘Steden en dorpen’ van toepassing. Richtpunten voor ontwikkeling in deze laag zijn: • • •
•
Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.
Zoals ook aangegeven in paragraaf 2.2 bestaat de beoogde woning uit twee bouwlagen met kap. Hiermee wordt qua maat een schaal aangesloten op de in de omgeving reeds aanwezige woningen/gebouwen, waardoor de toekomstige bebouwing zich ruimtelijke gezien goed voegt in de omgeving.
Relevante artikelen In voorliggend geval is sprake van een (kleinschalige) binnenstedelijke herontwikkeling op een inbreidingslocatie. Doordat de ontwikkeling zich goed voegt in de omgeving (zoals hiervoor reeds beargumenteerd) en voldoet aan de richtpunten voorziet deze niet in een wijziging op structuurniveau. Daarnaast zorgt de ontwikkeling door de sloop van verouderde bebouwing in een ruimtelijke kwaliteitsverbetering ter plaatse. Voorliggend plan voorziet in een woningbouwontwikkeling waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is (zie ook paragraaf 3.1.2). In paragraaf 3.2.2 blijkt dat het plan past binnen de gemeentelijke beleidskaders. Daarnaast wordt er gebouwd op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied, waarmee sprake is van effectief en compact ruimtegebruik. Met betrekking tot het aspect duurzaamheid wordt opgemerkt dat de woning niet op het gasnetwerk wordt aangesloten en wordt gebouwd conform de actuele bouwbesluit eisen. Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.2.4
Woonvisie Zuid-Holland 2011-2020
3.2.4.1 Algemeen In oktober 2011 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Woonvisie Zuid-Holland 2011 - 2020 vastgesteld. In deze woonvisie zijn ambities en doelstellingen voor wonen in Zuid-Holland tot 2020 vastgelegd. De woningbehoefte is als gevolg van economische en sociaal maatschappelijke ontwikkelingen (individualisering, gezinsverdunning, vergrijzing, vluchtelingenbeleid) aan verandering onderhevig. Het provinciale beleid is erop gericht voor alle bevolkingsgroepen een voldoende en passend woningaanbod te realiseren. Passend betekent dat woningen en woonmilieus aansluiten bij de situatie en wensen van bewoners, duurzaam zijn en passen in de ruimtelijke visie. Met dit uitgangspunt heeft de provincie 5 ambities geformuleerd: • • • • •
Passend woningaanbod voor iedereen; Niet meer woningen plannen dan nodig; Toevoegingen en impulsen dragen bij aan een verbetering van de leefbaarheid; Provincie stelt kaders voor de lange termijn, waardoor innovatie mogelijk wordt; Regionale verscheidenheid wordt behouden en benut.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld 3.2.4.2 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Zuid-Holland 2011-2020 De belangrijkste doelstelling van de ‘Woonvisie Zuid-Holland 2011-2020’ is om voor alle bevolkingsgroepen in een voldoende en passend woningaanbod te voorzien. De woning is geschikt voor uiteenlopende doelgroepen, denk bijvoorbeeld aan doorstromers en gezinnen. De gemeentelijke behoefte is nader uitgewerkt in de ‘Woningbouwstrategie Ridderkerk’, onder paragraaf 3.3.2.
3.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Ridderkerk 2035
3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 14 september 2017 de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 vastgesteld. In deze omgevingsvisie anticipeert de gemeente op het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet. Verder bevat de omgevingsvisie aanpassingen in de beleidsambities ten opzichte van de Structuurvisie Ridderkerk 2020. De omgevingsvisie beoogt de ruimtelijke kwaliteit van Ridderkerk als rustige en aantrekkelijke woongemeente met een goede binnenstedelijke groenstructuur en omliggend groen te behouden en waar mogelijk te versterken. In het uitvoeringsprogramma van de omgevingsvisie is een kaart opgenomen waarin lopende projecten zijn weergeven. Het plangebied is niet aangegeven op deze kaart.
3.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 Voorgenomen ontwikkeling voorziet in een nieuwe toekomstbestendige functie ter plaatse van het plangebied. Hierbij wordt een bestaande schuur gesloopt en wordt er gedeeltelijk een passende woonbestemming aan het perceel gegeven. Dit zorgt ter plaatse voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij wordt de woning gasloos gebouwd. Hiermee wordt bijgedragen aan het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad van de gemeente Ridderkerk. De woning wordt tevens gebouwd voor de lokale woonbehoefte waarmee eveneens wordt voorzien in aanvullende nieuwbouw, gelet op de beoogde stijging van het inwonersaantal tot 2035. Geconcludeerd wordt dan ook dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Omgevingsvisie Ridderkerk’.
3.3.2
Woonvisie Ridderkerk 2021-2026
3.3.2.1 Algemeen In de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 heeft de gemeente de ruimtelijke toekomst van Ridderkerk beschreven. In de woonvisie kijkt de gemeente op een realistische manier naar de toekomst: haalbare ambities staan centraal. In de periode 2011 tot 2021 was de Woningbouwstrategie de basis voor woningbouwontwikkelingen. Er is behoefte aan een actueel kader voor de komende jaren. Daarnaast zijn begin 2019 in de regio Rotterdam nieuwe regionale woningmarktafspraken gemaakt. De woningbouwopgave tot 2030 is in die afspraken voor
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld Ridderkerk geraamd op ongeveer 1.150 woningen. Tegelijkertijd worden er regelmatig nieuwe initiatieven ingediend door marktpartijen.
3.3.2.2 Visie op wonen In de woonvisie staan vijf thema’s centraal. Het gaat hierbij om de thema’s: • • • • •
Voldoende woningen Meer variatie, de juiste woningen Duurzame woningvoorraad Woning en zorg Leefbare wijken
In geval van voorgenomen ontwikkeling zijn met name de thema’s ‘voldoende woningen’ en ‘meer variatie, de juiste woningen’ van belang. Thema: Voldoende woningen Er is een opgave om de woningvoorraad in kwantitatieve zin uit te breiden. Met de regio heeft de gemeente het ‘Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam’ gesloten voor de periode 2018- 2030. In dit akkoord maken de veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met ongeveer 54.000 uit te breiden. De gemeenten en de woningcorporaties zetten zich ook in voor een betere balans van het sociale woningaanbod in de regio. De meest recente Trendraming van de woningbehoefte van de provincie Zuid-Holland (2019) duidt op een grotere woningbehoefte dan in het Regioakkoord is benoemd. In 2030 zou de behoefte volgens deze prognose rond 2030-2035 circa 22.200 huishoudens zijn. De woningvoorraad was op 1 januari 2021 circa 21.310. Dit betekent in ieder geval een opgave van afgerond 900 woningen voor de periode 2021 tot 2030. Het gaat hierbij om uitbreiding van de woningvoorraad: sloop moet getalsmatig gecompenseerd worden om voldoende woningen te houden. Maar de opgaven en knelpunten in de woningmarkt zijn zo groot, dat de gemeente meer ruimte willen geven voor woningbouw in Ridderkerk.
Er liggen goede initiatieven uit de markt, en deze wil de gemeente niet op voorhand afwijzen. Wel wil de gemeente sturen op een goede kwaliteit van de plannen. In de gemeentelijke planmonitor wordt rekening gehouden met een overmaat aan plannen (uitgangspunt dat wordt gehanteerd is 130% plannen in voorraad ten opzichte van wat nodig is voor de huishoudensgroei). Dat komt neer op programmering van afgerond minimaal 1.200 woningen in de periode 2021 tot 2030. De ontwikkeling na 2030 is zeer onzeker en neemt de gemeente vooralsnog niet mee in de visie. De woningmarkt is veranderlijk. Dat zal ook in de komende jaren blijven. Daarom is het van belang goed zicht te blijven houden op de ontwikkelingen op de woningmarkt, de voortgang van de woningbouwproductie en herstructurering. Dat doet de gemeente jaarlijks. Ook vindt de gemeente het belangrijk om periodiek de actuele woonwensen bij onze inwoners te peilen. Dat doet de gemeente één keer per 5 jaar, gekoppeld aan het opstellen van een nieuwe Woonvisie. Thema: Meer variatie, de juiste woningen De ambitie is om te zorgen voor de juiste woningen op de juiste plek, voor de juiste doelgroepen. Hiermee kunnen verschillende doelen worden bereikt: het op gang krijgen van doorstroming, het behouden van een draagkrachtige bevolking en het zoveel mogelijk vasthouden van jongeren en starters.
Specifieke aandacht besteedt de gemeente aan het beschikbaar krijgen en houden van goedkopere en betaalbare huur- en koopwoningen. Het onderzoek dat is uitgevoerd voor de ‘Woonvisie Ridderkerk 2021-2026’ heeft inzicht opgeleverd in de woonwensen en potentiële tekorten en overschotten op de woningmarkt. Er is op zich geen grote uitbreidingsbehoefte in de sociale huursector. Er is vooral verandering nodig in de woningvoorraad gelet op de demografische verandering: meer kleine(re), levensloopbestendige woningen voor het toenemend aantal kleine huishoudens. Het accent van de opgave ligt op de koopsector. En dan vooral op de goedkopere koop (tot € 250.000). Waarbij zowel behoefte is aan grondgebonden woningen als appartementen. Deze woningen zijn belangrijk
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld om starters/jongeren voor Ridderkerk te behouden. Ook is er behoefte aan koopwoningen in het duurdere segment (vooral grondgebonden, vanaf € 350.000,-). Dat segment komt relatief weinig voor in Ridderkerk. Dit type woning zorgt voor behoud van draagkrachtige bevolking en zorgt voor doorstroming.
3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van het toevoegen van één vrijstaande koopwoning. De gewenste ontwikkeling betreft een kleinschalige ontwikkeling in het kader van de Woonvisie, aangezien voorliggend plan niet ladderplichtig is. De woning wordt gebouwd op een binnenstedelijke locatie, die na het slopen van de bestaande bebouwing beschikbaar komt voor woningbouw. Er is hiermee sprake van het vervangen van een leegstaand gebouw in de vorm van een schuur. Door deze ontwikkeling zal de ruimtelijke kwaliteit ter plaatste van het plangebied verbeteren. In deze toelichting is gemotiveerd dat het plan voldoet aan de planologische, beleidsmatige en stedenbouwkundige voorwaarden. Zowel vanuit kwantitatief als kwalitatief oogpunt sluit de voorgenomen ontwikkeling aan op de ambities en opgaven zoals genoemd in de ‘Woonvisie Ridderkerk 20212026’. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de (toenemende) vraag naar een grondgebonden (koop)woning. Daarnaast kunnen verschillende doelgroepen worden bediend.
3.3.3
Waalvisie
3.3.3.1 Algemeen De Waal is een uniek stukje IJsselmonde, met een rijke historie en bijzondere kwaliteiten. Om deze kwaliteiten te beschermen en tegelijkertijd voor iedereen beleefbaar te maken is de Waalvisie ontwikkeld vanuit een samenwerking tussen Barendrecht, Ridderkerk, Hendrik-Ido Ambacht en Zwijndrecht. De gemeenteraad heeft op 23 februari 2017 deze Waalvisie vastgesteld. In de Waalvisie is een aantal beleidsdoelstellingen genoemd, in de visie omschreven als opgaven. Daarnaast is er een aantal projecten benoemd, in de Waalvisie staan deze beschreven als sleutelplekken. De opgave is om het gebruik en de beleving van de Waal te bevorderen zonder dat dit ten koste gaat van de huidige kwaliteiten en het woongenot. Hierbij is het opruimen van de rommelige oevers een belangrijk streefpunt. Er is een aanpak voor de Ridderkerkse oevers ontwikkeld. Daar is namelijk een wildgroei ontstaan aan steigers en andere vormen van oneigenlijk grondgebruik. Het doel is om de wildgroei te stoppen, de verrommeling tegen te gaan en op enkele plekken het gebruik te formaliseren. De gemeentelijke percelen die onder meer als tuin in gebruik zijn genomen zijn in beeld gebracht.
3.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Waalvisie’ In voorliggend geval wordt het plangebied niet concreet genoemd in de Waalvisie. In voorliggend geval is sprake van een (kleinschalige) binnenstedelijke herontwikkeling. Doordat de ontwikkeling zich goed voegt in de omgeving (zoals hiervoor reeds beargumenteerd) is deze niet in strijd met de Waalvisie. Daarnaast zorgt de ontwikkeling door de sloop van verouderde bebouwing in een ruimtelijke kwaliteitsverbetering ter plaatse, waarmee sprake is van effectief en compact ruimtegebruik. Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Waalvisie.
3.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten, zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsstukken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan ‘Woning Rijksstraatweg 165-B’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit Milieueffectrapportage.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.