CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Pruimendijk 164-170.pdf

Commissie Samen wonen RK 30 september 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Vaststelling bestemmingsplan Pruimendijk 164 - 17023.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In onderstaande paragrafen worden de mogelijke effecten en de benodigde maatregelen per categorie besproken.

4.2.2 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de verschillende struiken en panden die aanwezig zijn binnen het plangebied. Tijdelijke schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Op aanwijzing van de betreffende persoon dient het werk te worden uitgevoerd teneinde in gebruik zijnde nesten van vogels niet te verstoren. Voorafgaand aan de werkzaamheden dienen eventuele aanwezige ongebruikte nesten te worden verwijderd en wordt kort (maximaal 1 week) voor aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd of er aanwezige nesten gebruikt worden. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd of uitgesteld op aanwijzingen van de ecoloog.

11

4.3 Vleermuizen Middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming worden alle van nature in Nederland voorkomende vleermuizen (en hun verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageerroutes) beschermd. Uit de bureaustudie blijkt dat soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger in de omgeving van het plangebied voorkomen. Effecten Er wordt in onderstaande alinea’s onderscheid gemaakt tussen effecten op verblijfplaatsen en foerageergebied. Tevens worden (indien mogelijk) voorzorgsmaatregelen benoemd die nodig zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Vliegroutes worden niet behandeld omdat binnen het plangebied geen lijnvormige structuren aanwezig zijn. De vliegroute naar de mogelijke verblijfplaatsen wordt waarschijnlijk gevormd door de Oude Waal. Deze blijft tijdens de ingreep ongemoeid zodat geen sprake is van een negatief effect op de vliegroute. Verblijfplaatsen De te slopen opstallen van de manege (stallen en rijhal) zijn ongeschikt als verblijfplaats voor de vleermuizen door het ontbreken van spouwmuren en ruimtes waar ze in kunnen wegkruipen, de gebruikte materialen bieden tevens geen houvast voor de nageltjes van de vleermuis. Er zal dus geen negatief effect zijn op verblijfplaatsen van vleermuizen, naderonderzoek en de aanvraag van een ontheffing wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.

Foerageergebied De groenelementen binnen het plangebied zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Ook in tuinen, boomgaard, erven en parken in de omgeving zijn geschikte foerageerplekken voor vleermuizen. De voorgenomen werkzaamheden hebben hooguit tijdelijke en beperkte negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen, en in de omgeving zijn ruim voldoende alternatieven voorhanden. Er is bovendien, vanwege de beperkte omvang van het plangebied, geen sprake van essentieel foerageergebied. Zodoende is er geen sprake van negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen, maatregelen of een ontheffingsaanvraag zijn daarom niet noodzakelijk.

12

5 Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Binnen een straal van 3 km liggen ook geen N2000-gebieden. Vanwege de aard en beperkte omvang van de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van externe werking. Toetsing aan het onderdeel gebiedenbescherming conform de WNB (hoofdstuk 2 van de wet) is daarom niet noodzakelijk. Het voornemen hoeft alleen aan het onderdeel soortenbescherming te worden getoetst

Figuur 5.1 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden. De planlocatie is blauw omcirkeld. Natura 2000-gebieden (in deze kaarten rood omlijnd) liggen niet binnen de straal van 3 km (oranje cirkel). Bron: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx.

Natuur Netwerk Nederland Het plangebied als geheel ligt buiten het NNN.

13

6 Conclusies en aanbevelingen 6.1 Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde QuickScan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming worden beantwoord: S1. Welke WNB-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? Jaarrond beschermde broedvogels (grote gele kwikstaart (overwinteraar), huiszwaluw), algemene, tijdens het broedseizoen beschermde soorten (bijv. merel) en vleermuizen (bijv. gewone dwergvleermuis, laatvlieger). Amfibieën (rugstreeppad). S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? Door buiten de broedperiode te werken of het terrein ongeschikt te maken is geen sprake van negatieve effecten op algemene broedvogels. S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk? Neen. S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen of te beperken? Zie Tabel 6.1 Soort(groep) Vogels (alle) Rugstreeppad

Maatregelen Werken buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) of na voorafgaande broedvogelcontrole Plaatsen van faunaschermen indien niet buiten de kwetsbare periode gewerkt kan worden om te voorkomen dat soort zich op de locatie gaat vestigen zodra de voorbelasting is aangebracht.

Tabel 6.1.

S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen? Neen.

6.2 Gebiedenbescherming Op basis van de uitgevoerde QuickScan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming worden beantwoord: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN? Het plangebied ligt op meer dan 3 km van Natura 2000-gebieden en ligt buiten het NNN. G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? Ja, de voorgenomen werkzaamheden zijn kleinschalig en er treden geen negatieve effecten op door externe werking. G3. Is een nadere toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk? Neen.

14

6.3 Bestemmingsplanwijziging

Voor de voorgenomen werkzaamheden dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Uit de QuickScan flora en fauna blijkt dat er beschermde soorten mogelijk aanwezig kunnen zijn ( grote gele kwikstaart, rugstreeppad en of vleermuizen). Negatieve effecten op deze soort zijn uit te sluiten gezien de huidige situatie niet veel verschilt met de toekomstige ontwikkeling qua buitengebied. De aanwezige weilanden worden juist verbeterd in biodiversiteit, Er is dus een vooruitgang voor de soort. Dit vormt dus geen belemmering voor de bestemmingsplanprocedure. De toekomstige situatie is haalbaar, dat wil zeggen dat eventuele ontheffingen die moeten worden aangevraagd te verkrijgen zijn.

15

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

RIDDERKERK Woningbouw, Pruimendijk 164‐170A Onderzoek wegverkeerslawaai

Ridderkerk Woningbouw, Pruimendijk 164‐170A

Onderzoek wegverkeerslawaai

identificatie

Planstatus

projectnummer:

datum:

20190297

4 december 2020

projectleider:

opdrachtgever:

ir. L.C. Snel

RED Development & Consultancy

auteur(s):

Ing. P. Dijkgraaf

aangesloten bij:

Weena 505 3013 AL Rotterdam RBOI - Rotterdam (Delftsebv Poort) Verd. 35/36 Delftseplein 27b postbus 150 Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

1

Inhoud 1. 2.

3.

4.

5.

Inleiding

3

Toetsingskader

5

2.1. 2.2. 2.3.

5 6 6

Normstelling Nieuwe situaties Gemeentelijk geluidbeleid

Berekeningsuitgangspunten

9

3.1. 3.2. 3.3.

9 9 10

Rekenmethodiek en invoergegevens Verkeersgegevens Ruimtelijke gegevens

Resultaten onderzoeken

13

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7.

13 13 14 16 17 19 22

Algemeen Resultaten A16/A15/N915 Resultaten Pruimendijk Resultaten Achterambachtseweg Cumulatie Maatregelenonderzoek Gemeentelijk beleid

Conclusie

23

Bijlagen: 1

Invoergegevens

2

Rekenmodel

3

Resultaten A16/A15/N915

4

Resultaten Pruimendijk

5

Resultaten Achterambachtseweg

6

Cumulatie

7

Geluidreducerend asfalt Pruimendijk

Rho adviseurs voor leefruimte

20190297

2

20190297

Inhoudsopgave

Rho adviseurs voor leefruimte

3

1. Inleiding

De locatie Pruimendijk 164‐170A ligt buiten de bebouwde kom in de gemeente Ridderkerk. Het plangebied ligt ten zuiden van de Rijksweg A15 aan de Waal. Bestaande bebouwing, waaronder een manege, twee woningen en een kantoor, en grasland maken plaats voor 8 nieuw te realiseren woningen. De woningen zijn nieuwe geluidgevoelige functies en liggen binnen de wettelijke geluidzone van bestaande wegen rond het plangebied. Het plangebied valt binnen de wettelijke geluidzone van de: ‐ Pruimendijk; ‐ Achterambachtseweg; ‐ A16 en A15 (inclusief op‐ en afritten en N915). Volgens de Wet geluidhinder dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. In de volgende figuur is het plangebied en de directe relevante omgeving weergegeven.

Figuur 1.1 Plankaart met de directe omgeving van het plangebied Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het toetsingskader beschreven en hoofdstuk 3 geeft de berekeningsuitgangspunten weer. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 5 volgen de conclusies.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190297

4

20190297

Inleiding

Rho adviseurs voor leefruimte

5

2. Toetsingskader

2.1.

Normstelling

Wettelijke geluidzone wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke‐ of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1 Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2

breedte van de geluidzone (in meters) buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200

De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: ‐ stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; ‐ buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Het plangebied ligt ten zuiden van de A15. De A15 bevat totaal 6 rijstroken en heeft een geluidzone van 600 meter. Het plangebied ligt binnen deze zone. De A15 is opgenomen in de Regeling geluidplafondkaart Milieubeheer (RGM), waardoor de bronnen onder hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer (Wm) vallen. Omdat het hier gaat om nieuwe geluidgevoelige functies binnen de zone van wegen, dient getoetst te worden aan de normen van de Wgh. De broninformatie dient ontleend te worden aan het geluidregister zoals bedoeld in artikel 3.8 lid 2 en 3 van het Reken‐ en Meetvoorschrift Geluidhinder 2012 (RMG 2012). Verder ligt het plangebied binnen de geluidzones van de Achterambachtsweg en de Pruimendijk. Beide wegen hebben een geluidzone van 250 meter breed. Dosismaat Lden De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB.

De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190297

6

Toetsingskader

Artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels betreffen waarden inclusief artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 Rmg 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 Rmg 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken‐ en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld.

2.2.

Nieuwe situaties

Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen‐ of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. De nieuwe woningen liggen in het buitengebied van de gemeente Ridderkerk. In het akoestisch onderzoek is daarom uitgegaan van een ligging in buitenstedelijk gebied. In onderstaande tabel is de voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde per bron weergegeven.

Omdat sprake is van nieuwbouw, waarbij de stedenbouwkundige structuur als gevolg van de ontwikkeling wijzigt, is ten aanzien van de maximale ontheffingswaarde uitgegaan van de in de Wgh omschreven situatie voor nieuwe woningen. Tabel 2.2 Relevante grenswaarden weg

Pruimendijk Achterambachtseweg A15 / N915

voorkeursgrenswaarde 48 dB 48 dB 48 dB

maximale ontheffingswaarde 53 dB 53 dB 53 dB

De geluidwaarde binnen de geluidgevoelige bestemmingen dient in alle gevallen te voldoen aan de normen uit het Bouwbesluit.

2.3.

Gemeentelijk geluidbeleid

In mei 2019 heeft het college van Burgemeester en Wethouders jet Ontwerp Actieplan geluid 2019‐ 2023 vastgesteld. Dit gemeentelijke beleid gaat in op maatregelen welke getroffen kunnen worden als de gemeentelijke plandrempel voor wegverkeerslawaai van 63 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) wordt overschreden. Het treffen van bronmaatregelen is dan verreweg het meest effectief om geluidoverlast aan te pakken volgens het Actieplan Geluid van de gemeente Ridderkerk. Dit Actieplan

20190297

Rho adviseurs voor leefruimte

Toetsingskader

7

beschrijft de maatregelen die de gemeente Ridderkerk tot en met 2023 wil gaan treffen om de geluidoverlast voor de inwoners van Ridderkerk terug te brengen. In het gemeentelijk beleid zijn geen aanvullende criteria voor grenswaarden voor bijvoorbeeld geluidluwe gevels en/of buitenruimten en/of maatregelenonderzoek opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20160205

8

20190297

Toetsingskader

Rho adviseurs voor leefruimte

9

3. Berekeningsuitgangspunten

3.1.

Rekenmethodiek en invoergegevens

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken‐ en meet‐ voorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het programma Geomilieu versie 5.10 van DGMR. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer hangt af van verschillende factoren. Voor een deel hebben deze factoren betrekking op verkeer en (spoor)weg (geluidafstraling); voor een ander deel op de omgeving van de (spoor)weg (geluidoverdracht). Hieronder volgt een korte omschrijving van de belangrijkste factoren.

3.2.

Verkeersgegevens

Pruimendijk en Achterambachtseweg De Pruimendijk en de Achterambachtseweg zijn met een snelheidsregime van 60 km/h gezoneerde wegen. De Pruimendijk en de Achterambachtseweg beschikken over dicht asfaltbeton, in het model aangeduid als referentiewegdek. De intensiteit van de Pruimendijk is afkomstig van de RVMK (Regionale Verkeers‐Milieukaart) 2020. Met een autonoom groeipercentage van 1% is dit doorberekend naar het toetsjaar 2030 (10 jaar na planvoornemen), zie tabel 3.1. Voor de Achterambachtseweg is de intensiteit afkomstig uit het akoestisch onderzoek voor het nabij gelegen perceel Pruimendijk 180‐184. Tabel 3.1 Verkeersintensiteiten (gemiddelde weekdag) Pruimendijk en Achterambachtseweg Verkeerintensiteiten Intensiteit gemiddelde weekdag mvt/etmaal 2020

mvt/etmaal 2030

Pruimendijk

826

912

Achterambachtseweg

3.200

3.535

A15/N915/A16 Vanaf 1 juli 2012 zijn emissieplafonds (Geluidproductieplafonds GPP) langs hoofdinfrastructuur vastgesteld. De Rijksweg A15/N915/A16 valt onder deze hoofdinfrastructuur. Voor deze wegen zijn de verkeersgegevens in het centrale emissieregister vastgelegd die moeten worden gebruikt in dit akoestisch onderzoek. In het emissieregister is voor de Rijksweg A15/N915/A16 het gebruik voor het peiljaar 2008 vastgelegd. De geluidbelasting wordt op basis van dit gebruik bepaald. Daarbij wordt 1,5 dB bij de berekende waarde opgeteld. Deze 1,5 dB kan worden gezien als werkruimte voor Rijkswaterstaat. De invoergegevens zoals hierboven bedoeld zijn te raadplegen op het elektronisch raadpleegbare geluidregister: http://www.rws.nl/geotool/geluidregister.aspx.

Rho adviseurs voor leefruimte

20160205

10

Berekeningsuitgangspunten

Op grond van de x‐, y‐ en z‐coördinaten van de bronregisterlijnen uit het geluidregister, is de ligging van de bronnen in het overdrachtsmodel opgenomen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de ingevoerde verkeersgegevens.

3.3.

Ruimtelijke gegevens

In de geluidberekeningen is rekening gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving en de aanwezigheid van reflecterend (bijvoorbeeld verhard oppervlak of water) of absorberend (bijvoorbeeld zandgrond of grasland) bodemgebied. Tevens zijn de maaiveldfluctuaties en hoogteliggingen van ruimtelijke objecten meegenomen. Deze gegevens, samen met de rijlijnen, zijn ingeladen uit het overdrachtsmodel. Op basis van een dwg‐ondergrond is vervolgens de nieuwe ontwikkeling ingevoerd. Hoogtelijnen De Pruimendijk ligt circa 1 meter boven maaiveld. In het rekenmodel is dit hoogteverschil met hoogtelijnen weergegeven. Bodemgebieden Standaard is er gerekend met een bodemfactor van 0. Daarnaast zijn specifieke bodemgebieden ingevoerd. Voor de A16/A15 is op de hoofdrijbaan een bodemgebied met een bodemfactor van 0,5 ingevoerd omdat deze rijbaan is voorzien van het wegdektype ZOAB. De overige bodemgebieden betreffen grasland of tuinen. Deze hebben een akoestisch zacht bodemgebied gekregen met een bodemfactor van 1. In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van het rekenmodel. Toetspunten en aanpak berekening Op de verbeelding zijn 7 bouwvlakken weergegeven. Hierin is, met uitzondering van het noordoostelijk gelegen bouwvlak, één nieuwe woning mogelijk. In het noordoostelijke gelegen bouwvlak zijn twee nieuwe woningen toegestaan.

Op dit moment is de exacte plaatsbepaling van de nieuwe woningen nog onbekend. Om die reden zijn de bouwvlakken vrij ruim genomen. De geluidbelasting wordt berekend op de grens van deze bouwvlakken. Daarmee wordt de minst gunstige situatie in beeld gebracht. Daarnaast is binnen het plangebied mogelijk sprake van een afschermende werking omdat de woningen, gezien vanaf de gezoneerde wegen, in lijnen achter elkaar worden gerealiseerd. Omdat op dit moment de exacte positie van de woningen binnen de ruime bouwvlakken nog niet duidelijk is en de woningen gefaseerd gerealiseerd kunnen worden, is per bebouwingslijn van woningen een geluidberekening uitgevoerd. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de afschermende werking van nieuwe woningen in de aangrenzende bebouwingslijnen. Dit geldt wel voor het bestaande gebouw met twee woningen en kantoor grenzend aan de Pruimendijk. Op de grens van elk bouwvlak zijn toetspunten geplaatst. De toetshoogten waarop de toetspunten zijn gesitueerd zijn afhankelijk van de hoogte van de geluidgevoelige objecten. De hoogte van de nieuwe woningen ligt op maximaal 9 meter. Het plan voorziet in een woning bestaande uit één begane grondlaag en daarop één verdieping, uitgevoerd met een hoge, schuine kap. De toetspunten op de begane grond zijn op 1,5 m hoogte gesitueerd. De toetspunten liggen 1,5m boven de verwachte verdiepingsvloer. In de figuren 3.1.

tot en met 3.3. is de ligging en nummering van de toetspunten opgenomen. Ook wordt in deze figuren duidelijk op welke manier de worst‐case berekening is uitgevoerd.

20190297

Rho adviseurs voor leefruimte

Berekeningsuitgangspunten

11

Figuur 3.1 Ligging en nummering toetspunten eerste lijn bebouwing

Figuur 3.2 Ligging en nummering toetspunten tweede lijn bebouwing

Rho adviseurs voor leefruimte

20160205

12

Berekeningsuitgangspunten

Figuur 3.3 Ligging en nummering toetspunten derde lijn bebouwing Sectorhoek en reflecties Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren. In het volgende hoofdstuk wordt de geluidbelasting op basis van bovenstaande uitgangspunten berekend.

20190297

Rho adviseurs voor leefruimte

13

4. Resultaten onderzoeken

4.1.

Algemeen

De Pruimendijk wordt gezien als één bron, de Achterambachtseweg is ook een aparte bron. De wegen uit het geluidregister, de A16, de N915 en de A15, worden conform de Wet milieubeheer samen als één bron beschouwd.

4.2.

Resultaten A16/A15/N915

In onderstaande figuren zijn de rekenresultaten inclusief 2 dB aftrek weergegeven. De rekenresultaten zijn eveneens opgenomen in bijlage 3.

Figuur 4.1 Resultaat A16/A15/N915, eerste lijn

Figuur 4.2 Resultaat A16/A15/N915, tweede lijn

Rho adviseurs voor leefruimte

20190297

14

Resultaten onderzoeken

Figuur 4.3 Resultaat A16/A15/N915, derde lijn In tabel 4.1 zijn de resultaten samengevat. Tabel 4.1 Resultaten A16/A15/N915 inclusief aftrek maatgevende woningen per bebouwingslijn [dB] Bebouwingslijn Geluidbelasting in dB Voorkeursgrenswaarde Berekende waarde Maximale grenswaarde Eerste lijn 48 53 53 Tweede lijn 48 52 53 Derde lijn 48 51 53 De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt op alle woningen overschreden, de maximale ontheffingswaarde van 53 dB niet.

4.3.

Resultaten Pruimendijk

In onderstaande figuren zijn de rekenresultaten inclusief 5 dB aftrek weergegeven. De rekenresultaten zijn eveneens opgenomen in bijlage 4.

Figuur 4.4 Resultaat Pruimendijk, eerste lijn

20190297

Rho adviseurs voor leefruimte

Resultaten onderzoeken

15

Figuur 4.5 Resultaat Pruimendijk, tweede lijn

Figuur 4.6 Resultaat Pruimendijk, derde lijn Uit de resultaten blijkt dat op de eerste lijn bebouwing zowel de voorkeursgrenswaarde als de maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting is 56 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Dit geldt voor de naar de weg toegekeerde gevels voor alle drie de nieuwe woningen. Op de tweede en de derde lijn bebouwing wordt voor alle woningen voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Rho adviseurs voor leefruimte

20160205

16

4.4.

Resultaten onderzoeken

Resultaten Achterambachtseweg

In onderstaande figuren zijn de rekenresultaten inclusief 5 dB aftrek weergegeven. De rekenresultaten zijn eveneens opgenomen in bijlage 5.

Figuur 4.7 Resultaat Achterambachtseweg, eerste lijn

Figuur 4.8 Resultaat Achterambachtseweg, tweede lijn

20190297

Rho adviseurs voor leefruimte

Resultaten onderzoeken

17

Figuur 4.9 Resultaat Achterambachtseweg, derde lijn Uit de berekeningen blijkt dat op alle bebouwingslijnen voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

4.5.

Cumulatie

Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de gecumuleerde geluidbelasting beoordelen. De geluidbelasting wordt in het kader van de Wgh gecumuleerd als meer dan één geluidbron zorgt voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Hierbij wordt geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. De Wgh kent geen toetsingskader voor de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting. In tabel 4.2 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen. Tabel 4.2 Kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) Lden [dB] geluidkwaliteit <45 zeer goed 46‐50 goed 51‐55 redelijk 56‐60 matig 61‐65 slecht >65 zeer slecht In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in dit onderzoek een gecumuleerde geluidbelasting bepaald waarbij alle geluidbronnen meetellen, dus ook de bronnen die niet zorgen voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Hier is dat de gezoneerde Achterambachtseweg. In onderstaande figuren zijn de rekenresultaten exclusief aftrek weergegeven. De rekenresultaten zijn eveneens opgenomen in bijlage 6.

Rho adviseurs voor leefruimte

20160205

18

Resultaten onderzoeken

Figuur 4.10 Gecumuleerde geluidbelasting, eerste lijn

Figuur 4.11 Gecumuleerde geluidbelasting, tweede lijn

Figuur 4.12 Gecumuleerde geluidbelasting, derde lijn Tabel 4.3 Gecumuleerde resultaten exclusief aftrek maatgevende woningen per bebouwingslijn Bebouwingslijn Hoogst berekende gecumuleerde Bouwlaag Beoordeling milieukwaliteit geluidbelasting (in dB) Eerste lijn 62 1e slecht Tweede lijn 56 2e matig e Derde lijn 54 2 redelijk

20190297

Rho adviseurs voor leefruimte

Resultaten onderzoeken

19

Op basis van bovenstaande tabel wordt geconcludeerd dat er sprake is van een slecht woon‐ en leefklimaat voor de eerste lijn bebouwing direct langs de Pruimendijk. Voor de woningen in de tweede lijn wordt door de worst‐case berekening de geluidkwaliteit als matig beoordeeld. Maar nadat de eerste en derde lijn bebouwing ook gerealiseerd zijn, kan de geluidkwaliteit op deze woningen naar verwachting als goed worden beoordeeld. Voor de woningen in de derde lijn zal de geluidkwaliteit aan de zuidzijde redelijk blijven. Maar nadat de eerste en tweede lijn bebouwing als afschermende bebouwing ervoor zijn gerealiseerd, zal de geluidkwaliteit aan de noordzijde naar verwachting toenemen naar goed. In bijlage 6 zijn de rekenresultaten van de cumulatieberekening voor wegverkeerslawaai opgenomen.

4.6.

Maatregelenonderzoek

Omdat de geluidbelasting op de nieuwe woningen als gevolg van het verkeer op de A16/N915/A15 en op de Pruimendijk de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt, is (in het kader van de Wgh) onderzoek om de geluidbelasting vanwege deze gezoneerde wegen te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde noodzakelijk. De geluidbelasting ter plaatse van het plangebied kan worden gereduceerd door maatregelen aan de bron en/of in het overdrachtsgebied. Bronmaatregelen Allereerst is gekeken naar mogelijkheden om maatregelen aan de bron te nemen. Er zijn een aantal maatregelen aan de bron denkbaar. De eerste mogelijkheid zou het beperken van de verkeersomvang, het wijzigen van de snelheid of van de samenstelling van het verkeer kunnen zijn. Deze maatregelen zijn alleen mogelijk als de functie van de weg wordt gewijzigd. Dit stuit bij de A15/A16 op overwegende bezwaren van verkeers‐ en vervoerskundige aard. De A15 en de A16 zijn stroomwegen met een maximumsnelheid van 100 km/uur, waardoor verdere afwaardering van de snelheid niet reëel is. De N915 heeft een maximumsnelheid van 80 km/u, een afwaardering is door de ontsluitingsfunctie niet reëel. Pruimendijk fietsstraat Voor de Pruimendijk ligt dit anders. De gemeente heeft de intentie de Pruimendijk uit te voeren als fietsstraat. De snelheid wordt dan verlaagd van 60 km/uur naar 30 km/uur. Hier is (nog) geen besluitvorming over.

Hiermee vervalt het regime van de Wet geluidhinder. De Pruimendijk is dan immers geen gezoneerde weg meer. Het effect op de geluidbelasting wordt onderzocht op de eerste lijnsbebouwing. Op deze woningen wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden zonder maatregelen. Hierdoor is het nodig de gevel aan de Pruimendijk uit te voeren als dove gevel en voor de zijgevel van één woning een hogere waarde van 49 dB te laten vaststellen. Op de tweede en derde lijnsbebouwing wordt het effect van de snelheidsverlaging niet berekend omdat al voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. In de berekening is naast het verlagen van de snelheid geen rekening gehouden met een afname van de intensiteiten van het gemotoriseerd verkeer door de uitvoering als fietsstraat. Het betreft dus een worst‐case berekening. Uit de berekening blijkt, zie figuur 4.13, dat de geluidbelasting op de eerstelijnsbebouwing met 4 dB afneemt door de snelheidsverlaging. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 52 dB. Er wordt nu voldaan aan de maximale aanvaardbare waarde van 53 dB. Het aanvragen van hogere waarden is niet meer nodig ten gevolge van de Pruimendijk. Ook is het niet meer nodig om de drie woningen in de eerste lijn langs de Pruimendijk te voorzien van een dove gevel. Het verlagen van de snelheid naar 30 km/uur op de Pruimendijk is hiermee een effectieve maatregel gebleken.

Verwacht wordt zelfs dat het effect nog gunstiger zal zijn omdat er vast ook minder (doorgaand) verkeer over de Pruimendijk gaat rijden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20160205

20

Resultaten onderzoeken

Figuur 4.13 Resultaat Pruimendijk met snelheidsverlaging, eerste lijn Geluidreducerend asfalt Een andere maatregel aan de bron is het toepassen van een andere wegdekverharding. De A16, A15, N915 en de Pruimendijk zijn voorzien van asfalt. De A15 en de A16 zijn reeds voorzien van ZOAB‐ verharding met een geluidreducerende werking. Het herasfalteren van de N915 wordt echter als niet doelmatig beoordeeld. De beperkte geluidreductie staat niet in verhouding tot de hoge investering die nodig is. Door toepassing van geluidreducerend asfalt (dunne deklagen type B, ddB) over een lengte van circa 190 meter op de Pruimendijk kan een reductie tot 4 dB behaald worden, zie figuur 4.14 en bijlage 7. Uit de resultaten blijkt dat na het toepassen van dunne deklagen type B op de Pruimendijk de geluidbelasting op de bebouwing in de eerste lijn gelijk is aan de maximale ontheffingswaarde. Het toepassen van dove gevels is niet langer noodzakelijk en het laten verlenen van hogere grenswaarden voor deze woningen is dan een mogelijkheid. Geluidreducerend asfalt brengt echter hogere onderhoudskosten met zich mee door het ‘stukrijden’ ervan op deze weg vanwege het relatief hogere aandeel vrachtverkeer. Bovendien gaat het om relatief een klein aantal woningen die baat heeft bij deze maatregel. De woningen in de tweede en de derdelijnsbebouwing voldoet namelijk al aan de voorkeursgrenswaarde.

Daarom is deze maatregel om financiële redenen niet doelmatig.

Figuur 4.14 Resultaat Pruimendijk met geluidreducerend asfalt (ddB), eerste lijn

20190297

Rho adviseurs voor leefruimte

Resultaten onderzoeken

21

Overdrachtsmaatregelen De tweede vorm van maatregelen die genomen kunnen worden zijn maatregelen in het overdrachtsgebied. De geluidbelasting kan gereduceerd worden door toepassing van geluidschermen. Langs de Pruimendijk is dit niet inpasbaar tussen de woningen en de weg. Het realiseren van een geluidscherm langs de A16, A15 en N915 wordt als niet doelmatig beoordeeld. Er zou een scherm van zeer grote lengte gerealiseerd moeten worden om de geluidbelasting op deze woningen te beperken. Het geluid van de snelwegen komt namelijk zowel van de noord‐ als van de westkant. Maatregelen door middel van het vergroten van de afstand stuiten op bezwaren van uitvoeringstechnische aard. Het verschuiven van de woningen in zuidelijke richting, binnen het perceel, levert nauwelijks geluidreductie op. Eveneens wordt door verschuiving van de woning de geluidluwe buitenruimte aan de achterzijde van de woning verkleind. Indien maatregelen aan de bron‐ en/of in het overdrachtsgebied niet mogelijk of gewenst zijn, dan is het nodig om maatregelen bij de ontvanger te nemen. Maatregelen bij de ontvanger De geluidbelasting ten gevolge van de Pruimendijk is op de drie nieuw geprojecteerde woningen in de eerste lijn hoger dan de maximale ontheffingswaarde. Het verlenen van hogere waarden voor deze woningen is op grond van de Wet geluidhinder niet mogelijk.

Om hier woningbouw te kunnen realiseren, is het noodzakelijk deze te hoog belaste gevels (de naar de Pruimendijk gekeerde gevels) te onttrekken aan het regime van de Wet geluidhinder. Dit is mogelijk door het toepassen van zogenaamde dove gevels. Dergelijke gevels hebben geen te openen delen, met uitzondering van delen die niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Het laten vaststellen van hogere grenswaarden is dan alleen nog nodig voor de zijgevel van één woning in de eerstelijn. Beoordeling Ten gevolge van het verkeer op de A16/N915/A15 en op de Pruimendijk wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. Maatregelen aan de bron en/ of in het overdrachtsgebied zijn onderzocht voor deze wegen en zijn niet mogelijk geacht op basis van verkeerskundig, vervoerskundig, stedenbouwkundig, financieel of landschappelijk oogpunt. Maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied zijn ook onderzocht voor de Pruimendijk. Door het toepassen van het geluidreducerende asfalt ‘dunne deklagen type B’ is het mogelijk om de geluidbelasting op de drie woningen in de eerste lijn terug te dringen tot de maximale ontheffingswaarde. Het verlenen van hogere grenswaarden is dan mogelijk. Bovendien komt deze maatregel ook ten goede aan de geluidkwaliteit van de achterliggende woningen in het plangebied. Deze zal beter worden.

Door het uitvoeren van de Pruimendijk als fietsstraat waarbij de snelheid wordt verlaagd naar 30 km/uur is het mogelijk om de geluidbelasting op de drie woningen in de eerste lijn terug te dringen tot ten hoogste 52 dB. Omdat de Pruimendijk nu niet meer gezoneerd is het laten vaststellen van hogere waarden niet meer aan de orde. Bovendien is een uitvoering met dove gevels niet meer nodig omdat voldaan wordt aan de maximaal aanvaarbare waarde van 53 dB. Een andere optie voor deze drie woningen is het uitvoeren van de gevel als een dove gevel (een gevel zonder te openen delen). Voor één woning zal dan nog wel een hogere waarde van 49 dB moeten worden vastgesteld. De geluidbelasting op de zijgevel is namelijk 49 dB en dat is hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Ondanks dat het toepassen van geluidreducerend asfalt op de Pruimendijk een gunstig effect op de hoogte van de geluidbelasting heeft, brengt het ook relatief hoge kosten met zich mee in verhouding tot het aantal woningen waar het om gaat.

Rho adviseurs voor leefruimte

20160205

22

Resultaten onderzoeken

Afhankelijk van (tijdige) besluitvorming over de Pruimendijk als fietsstraat zullen de nieuwe woningen in de eerste lijn hetzij met een dove gevel, hetzij zonder deze voorziening kunnen worden gerealiseerd. De opzet van het totale woningbouwplan is namelijk zo dat er een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat wordt gecreëerd. Meerdere factoren spelen hierbij een rol. In de eerste plaats voorziet het plan in woningbouw dat in drie bebouwingslijnen over het plangebied is geprojecteerd. Elke bebouwingslijn zorgt voor afscherming van de achterliggende bebouwingslijn. Hierbij wordt nogmaals opgemerkt dat de berekeningen in onderhavig rapport nog geen rekening hebben gehouden met deze afschermende werking. De geluidbelastingen zullen dus gunstiger uitpakken, met uitzondering van de berekende geluidbelasting op de drie woningen langs de Pruimendijk, wanneer niet wordt gekozen voor de fietsstraat. Omdat de belangrijkste geluidbronnen aan de noordelijke en de oostelijke kant van het plangebied liggen, heerst hier de hoogste geluidbelasting, die bovendien niet kan worden afgeschermd. In de tweede plaats ontstaat er juist door deze afschermende werking van de voorliggende bebouwingslijn geluidluwe zijden bij de woningen. Hier kunnen toekomstige bewoners goed een geluidluwe buitenruimte creëren die een gunstige ligging heeft ten opzichte van de zonnestand.

4.7.

Gemeentelijk beleid

Voor de Pruimendijk worden in het ontwerp Actieplan Geluid geen maatregelen voorzien. De (gecumuleerde) geluidbelasting blijft onder de gemeentelijke plandrempel van 63 dB. Aanvullende eisen als geluidluwe gevels of geluidluwe buitenruimten worden er niet gesteld. Er wordt derhalve voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid.

20190297

Rho adviseurs voor leefruimte

23

5. Conclusie

De locatie Pruimendijk 164‐170A ligt buiten de bebouwde kom in de gemeente Ridderkerk. Op deze locatie is de bouw van 8 nieuwe woningen voorzien. De woningen zijn nieuwe geluidgevoelige functies en liggen binnen de geluidzones van de A16/A15/N915, de Achterambachtseweg en de Pruimendijk. Op basis van de Wet geluidhinder is daarom akoestisch onderzoek uitgevoerd. Omdat de bouwvolgorde en de exacte locatie van de woningen binnen de aangegeven bouwvlakken nog onduidelijk zijn, is voor de opzet van het onderzoek voor een worst‐case benadering gekozen. De geluidbelasting is steeds berekend zonder –op voorhand‐ rekening te houden met de eventuele toekomstige afscherming van de voor‐ en achtergelegen nieuw te bouwen woningen. Resultaten Uit de resultaten blijkt dat: ‐ De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden ten gevolge van de A16/A15/N915. De hoogst berekende geluidbelasting is 53 dB. De overschrijding vindt plaats op de woningen in de eerste‐, tweede‐ en derdelijnsbebouwing. ‐ De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden ten gevolge van de Pruimendijk op de drie woningen in de eerste lijn. Ook de maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt fors overschreden. Op de woningen in de tweede en derde lijn wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. ‐ De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden ten gevolge van de Achterambachtseweg.

Maatregelenonderzoek Maatregelen aan de bron en/of in het overdrachtsgebied zijn onderzocht en worden voor de A16/A15/N915 niet mogelijk geacht op basis van verkeerskundige, vervoerskundige, stedenbouwkundige, financiële of landschappelijke aspecten. Voor de Pruimendijk is een uitvoering als fietsstraat waarbij de snelheid wordt verlaagd naar 30 km/uur een mogelijke maatregel. Het is niet meer nodig om de woningen in de eerste lijn uit te voeren met een dove gevel. Ook is het laten vaststellen van een hogere waarde niet meer aan de orde omdat het regime van de Wet geluidhinder niet meer van toepassing is. Afhankelijk van (tijdige) besluitvorming over de Pruimendijk als fietsstraat zullen de nieuwe woningen in de eerste lijn hetzij met een dove gevel, hetzij zonder deze voorziening kunnen worden gerealiseerd. Hogere waarden Vooralsnog wordt de benodigde hogere waarde voor de zijgevel van één woning in de eerste lijn ten gevolge van de Pruimendijk in procedure gebracht. Mocht gedurende de bestemmingsplanprocedure het besluit over de Pruimendijk als fietsstraat worden genomen dan kan deze vervallen. Ook is het nodig hogere waarden ten gevolge van de A16/A15/N915 vast te stellen. In tabel 5.1 zijn de benodigde hogere waarden weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190297

24

Conclusie

Tabel 5.1 Benodigde ontheffingswaarde wegverkeerslawaai Geluidbron Benodigde ontheffingswaarde Aantal woningen A16/A15/N915 53 dB eerste lijn: 2 52 dB eerste lijn: 1 tweede lijn: 1 51 dB derde lijn: 1 50 dB tweede lijn: 1; derde lijn: 2 Pruimendijk 49 dB Eerste lijn: 1 Voor de binnenwaarde dient te worden voldaan aan de normen uit het Bouwbesluit.

20190297

Rho adviseurs voor leefruimte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/774/documents/29835