CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Pruimendijk 164-170.pdf

Commissie Samen wonen RK 30 september 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Vaststelling bestemmingsplan Pruimendijk 164 - 17023.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ridderkerk Pruimendijk 164‐170 bestemmingsplan

Pruimendijk 164-170

Ridderkerk

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0597.BPPruimendijk164-VG01

31-03-2020 25-01-2021 18-05-2021 14-10-2021

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

44001887.20190297 opdrachtleider:

ir. L.C. Snel

aangesloten bij:

Weena 505 3013 AL Rotterdam RBOI - Rotterdam (Delftsebv Poort) Verd. 35/36 Delftseplein 27b postbus 150 Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

9

2.1

Huidige situatie plangebied

9

2.2

Toekomstige situatie

10

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

16

3.3

Gemeentelijk beleid

24

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

25

4.1

Inleiding

25

4.2

Milieueffectrapportage

25

4.3

Water

26

4.4

Ecologie

29

4.5

Verkeer en parkeren

32

4.6

Wegverkeerslawaai

33

4.7

Luchtkwaliteit

34

4.8

Bedrijven en milieuhinder

35

4.9

Externe veiligheid

36

4.10

Bodem

40

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

41

Hoofdstuk 5

Juridische plantoelichting

43

5.1

Algemeen

43

5.2

Opbouw regels

43

5.3

De bestemmingen

43

5.4

Aanduidingen

45

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

47

6.1

Economische uitvoerbaarheid

47

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

4

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Quick scan flora en fauna

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

Nader bodemonderzoek

Bijlage 5 te Ridderkerk

Rapportage aanvullend bodemonderzoek Pruimendijk

Bijlage 6

Verkennend archeologisch onderzoek

Bijlage 7

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 8

Stikstof memo en Aeriusberekeningen

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

69

Artikel 1

Begrippen

69

Artikel 2

Wijze van meten

73

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

75

Artikel 3

Groen

75

Artikel 4

Kantoor

76

Artikel 5

Tuin

77

Artikel 6

Verkeer

78

Artikel 7

Water

79

Artikel 8

Wonen

80

Artikel 9

Waarde - Archeologie 2

83

Artikel 10

Waarde - Archeologie 3

85

Artikel 11

Waarde - Archeologie 4

87

Artikel 12

Waterstaat - Waterkering

89

Hoofdstuk 3

Algemene regels

91

Artikel 13

Anti-dubbeltelregel

91

Artikel 14

Algemene bouwregels

92

Artikel 15

Algemene aanduidingsregels

94

Artikel 16

Algemene afwijkingsregels

95

Artikel 17

Algemene wijzigingsregels

96

Artikel 18

Overige regels

97

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

99

Artikel 19

Overgangsrecht

99

Artikel 20

Slotregel

100

Bijlagen regels Bijlage 1 Rho adviseurs voor leefruimte

Kavelpaspoorten 44001887.20190297

Toelichting

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is de wens om het perceel van de manege tussen Pruimendijk 160 en 172 te herontwikkelen. De manege is niet meer rendabel te exploiteren en er bevindt zich asbesthoudend materiaal op de gebouwen wat gesaneerd dient te worden. In ruil voor de sloop en (asbest-)sanering wenst de ontwikkelaar 8 nieuwe woningen te realiseren op het perceel. De gemeente Ridderkerk heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan deze ontwikkeling op voorwaarde dat de westzijde van het perceel (gedeeltelijk) openbaar wordt ingericht, zodat de oeverzijde van de Waal zichtbaar én bereikbaar wordt vanaf de Pruimendijk. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Op basis van de benodigde onderzoeken is met voorliggend bestemmingsplan een verantwoorde planologische regeling ontworpen waarbij de herontwikkeling van het gehele perceel mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied betreft de percelen Pruimendijk 164 - 170 in Ridderkerk. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de Waal. Deze oude rivierarm ligt in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Ook een smalle strook grond behorende bij de percelen Pruimendijk 164 - 170 ligt net in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Het plangebied beperkt zich echter tot (kadastrale) percelen op het grondgebied van de gemeente Ridderkerk. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1

Ligging plangebied (bron: Luchtfoto Kadaster Nederland)

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

8

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 30 juni 2016. Figuur 1.2 bevat een uitsnede van dit bestemmingsplan.

Figuur 1.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan (plangebied rood omlijnd)

Het grootste deel van het perceel is voorzien van de bestemming 'Sport'. Voor deze bestemming is de functieaanduiding 'manege' opgenomen. De bestaande bedrijfsbebouwing is voorzien van bouwvlakken. Voor bebouwing binnen deze bouwvlakken geldt een maximale goothoogte van 5 meter. De bestaande woningen aan de Pruimendijk hebben een woonbestemming en het assurantiekantoor de bestemming 'Kantoor'. Hier geldt een maximale goothoogte van 4 meter. De tuinen aan weerszijden van de woningen zijn als zodanig bestemd. In het geldende bestemmingsplan zijn delen van het plangebied voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4'. Vanwege de ligging langs de dijk heeft het noordelijke gedeelte van het perceel de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering'. Daarnaast is een deel van het plangebied tevens voorzien van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk'. Strijdigheid met het bestemmingsplan De realisatie van burgerwoningen in het plangebied is niet mogelijk op basis van de sportbestemming (met functieaanduiding manege) en de agrarische bestemming.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 komt de ruimtelijke analyse van het plangebied aan de orde. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 een samenvatting van het actuele beleidskader dat relevant is voor het plangebied. In hoofdstuk 4 worden de relevante milieuaspecten en de overige onderzoeken beschreven. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de juridische regeling. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

9

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie plangebied

Omgeving plangebied Het plangebied ligt aan de zuidzijde van de Pruimendijk tussen Oostendam en Rijsoord. De locatie grenst aan de noordoever van de Waal. Percelen langs de Pruimendijk hebben een landelijk en groen karakter. Met name aan de noordzijde van de Pruimendijk is het uitzicht weids richting de A15 vanwege de openheid van de landbouwgronden. Aan de zuidzijde van de Pruimendijk bevindt zich een mix aan bebouwing met onder meer bedrijfsbebouwing, kassen en burgerwoningen. Vanwege de vergaande schaalvergroting van de glastuinbouw, de groei van de dorpen en de aanleg van infrastructuur is er in het gebied veel open ruimte verdwenen en is het landschap opgeknipt. De dijklinten zijn steeds dichter bebouwd. Het beeld van open polders en lintbebouwing is hierdoor vertroebeld. Langs de Pruimendijk is nog maar weinig zicht op de Waal. Direct ten oosten en westen van het plangebied staan burgerwoningen. Het dichtstbijzijnde bedrijf ligt circa 180 meter ten oosten van het plangebied (Pruimendijk 180). Dit betreft een melkhandel. Aan de noordzijde van de Pruimendijk bevinden zich een glastuinbouwbedrijf (Pruimendijk 87a) en enkele akkerbouwbedrijven (Pruimendijk 87 en 89).

Figuur 2.1

Situatie ter hoogte van het plangebied (bron: Google Streetview)

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

10

Plangebied Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een manege met bijbehorende voorzieningen. Aan de oostkant van het plangebied staan een aantal bedrijfsgebouwen (onder andere een rijhal en stallen). Het westelijke gedeelte van het perceel bestaat uit een aantal weides voor de paarden. Direct aan de Pruimendijk staat een bestaand pand dat bestaat uit twee woningen en een assurantiekantoor. Zowel het kantoor als de manege beschikken over een eigen entree vanaf de Pruimendijk met ruime parkeergelegenheid. In figuur 2.2 is een overzicht opgenomen van de bestaande situatie op het perceel.

Figuur 2.2

2.2

Overzicht bestaande situatie

Toekomstige situatie

Het bestaande gebouw aan de Pruimendijk met de twee woningen en het assurantiekantoor blijft gehandhaafd en wordt gerenoveerd. De overige gebouwen die horen bij de manege worden gesaneerd. Ter vervanging van de te slopen manegegebouwen zullen 8 woningen worden gebouwd. Het plan genaamd " Hof van Waelsight" is door DAVL-Studio uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Tevens is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin de uitgangspunten voor zowel de bebouwing als de inrichting van de openbare ruimte zijn benoemd. Dit beeldkwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 7 Daarnaast zijn kavelpaspoorten opgesteld voor alle woningen, waarin de uitgangspunten per woning zijn benoemd. Deze kavelpaspoorten zijn gekoppeld aan de regels en daarom opgenomen in Bijlage 1.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

11

Stedenbouwkundig plan Voor de indeling van het plangebied heeft DAVL-Studio het perceel verdeeld in 4 zones: een dijkzone langs de Pruimendijk, een oeverzone achter de dijkzone langs de Waal, een gemeenschappelijk deel tussen de dijkzone en de oeverzone en een openbaar deel aan de westzijde. In figuur 2.3 is een schets opgenomen van dit verkavelingsschema.

Figuur 2.3

Verkavelingsschema van het plan

In de dijkzone worden (naast het bestaande pand) direct aan de dijk 3 nieuwe woningen gebouwd. Om de representatieve uitstraling van de dijkzone te behouden, is rekening gehouden met een aantal uitgangspunten:  Het dijklichaam blijft als vorm behouden  Er worden geen auto's geparkeerd in het zicht vanaf de dijk  Bebouwing oogt kleinschalig  Tussen de woningen is doorzicht naar achteren. De woningen volgen met hun kap de richting van de dijk. De oeverzone biedt ruimte aan 5 nieuwe woningen. De woningen zijn rond een brink gepositioneerd. Daarnaast worden verschillende watergangen gegraven zodat iedere woning in de oeverzone een directe verbinding heeft met de Waal. De westzijde van het plangebied (openbaar deel) wordt ingericht als openbare ruimte. Dit gebied krijgt een groene inrichting en er komt een mogelijkheid om een trekpont naar de overkant van de Waal te realiseren. Het openbare deel wordt toegankelijk voor voetgangers. Tevens wordt gedacht aan begrazing door schapen. Door deze ontwikkeling wordt de Waal beter zichtbaar en bereikbaar. Deze kwaliteitsverbetering was een voorwaarde van de gemeente om de herontwikkeling met de woningbouw toe te staan. In figuur 2.4 is een uitsnede opgenomen van het stedenbouwkundige plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

12

Figuur 2.4

Uitsnede stedenbouwkundige plan

Voor het ontwerpen van de woningen is gebruik gemaakt van de 'handreiking ruimte voor ruimtelijke kwaliteit', zodat de woningen de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving versterken. De dijkwoningen (dijkzone) worden gebouwd met een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale nokhoogte van 8,5 meter. Voor de woningen in de oeverzone geldt een maximale goothoogte van 4 meter en een nokhoogte van 9 meter. Concreet betekent dit dat er woningen gebouwd kunnen worden met één bouwlaag en een (hoge) kap. De positie van de woningen is nog niet precies bekend. Voor alle woningen zijn op de verbeelding daarom ruime bouwvlakken opgenomen. De woningen aan de dijk worden op een rooilijn geplaatst van 2 meter afstand van de dijk, overeenkomstig de bestaande woningen in het dijklint. De oeverwoningen hebben allemaal zicht op de Waal. De woningen staan niet aan de randen van de kavels, zodat er vanuit iedere woning zicht blijft op de Waal. Beeldkwaliteit In het beeldkwaliteitsplan (zie Bijlage 7) zijn de uitgangspunten voor het ontwerp van de woningen uitgewerkt. Het ontwerp van de dijkwoningen zal aansluiten bij de bestaande woningen in de lintbebouwing. Omdat in de oeverzone oorspronkelijk vooral oeverschuren stonden, zullen de woningen informeel worden vormgegeven qua volume en materialen. Er kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van hout, glas en riet.

In figuur 2.5 zijn voorbeelden van passende woningen opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

13

Dijkwoningen

Oeverwoningen Figuur 2.5 Impressies passende woningen (bron: DAVL-Studio) Ontsluiting en parkeren De afzonderlijke inrit naar het bestaande gebouw met het parkeerterrein bij het assurantiekantoor blijft behouden. De beoogde dijkwoning ten westen van het bestaande gebouw wordt ontsloten via een eigen inrit. De twee nieuwe woningen aan de oostzijde van het plangebied krijgen een gemeenschappelijke inrit aan de dijk. De oeverwoningen worden ontsloten via een nieuwe weg die leidt naar het gemeenschappelijke deel, de 'rotonde'. Deze 'rotonde' in het midden van het gebied wordt ingericht als brink, met een groene zone in het midden. In deze groene zone worden (halfverharde) parkeerplaatsen gerealiseerd voor bezoekers. Bij alle nieuwe woning worden parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. De woningen binnen het bestaande gebouw krijgen ook eigen parkeergelegenheid ontsloten vanaf de brink.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

14

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

15

Hoofdstuk 3

3.1

Ruimtelijk beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (september 2020) & Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (geconsolideerd, 2017) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) formuleert het Rijk een nieuwe integrale aanpak waarin samen met andere overheden en organisaties optimaal kan worden gewerkt aan behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen spelen de volgende vier prioriteiten de komende een grote rol in de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving van Nederland:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Nationale belangen De NOVI is vertaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Deze gaat echter pas in zodra de omgevingswet in werking treedt. De voorloper van het BKL is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, het Natuurnetwerk Nederland, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.

Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Artikel 3.1.6 Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking (SVIR/Bro) De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken, de laddertoets moet worden uitgevoerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Toetsing rijksbeleid De mogelijkheden die het project biedt, passen binnen de beleidskeuzes en de leidende principes uit de Nationale Omgevingsvisie en het Barro. Omdat het aantal woningen met maximaal 8 woningen toeneemt, is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en kan met een beperkte toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking worden volstaan. De ontwikkeling ligt buiten het bestaande stadsen dorpsgebied, maar binnen lintbebouwing aan de Pruimendijk. De gemeente Ridderkerk heeft in principe ingestemd met de woningbouw wanneer de bestaande manege wordt gesaneerd en ruimtelijke kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd door de aanleg van een openbaar gebied met doorzicht naar

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

16

de Waal. Het door DAVL-Studio opgestelde stedenbouwkundig plan voldoet aan deze uitgangspunten. Daarnaast blijkt uit de meest actuele provinciale woningbehoefteraming dat er in de stadsregio Rotterdam behoefte is aan 63.470 woningen tot 2040.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie augustus 2020) Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De voor dit plan relevante beleidsuitgangspunten uit de visie worden hierna behandeld. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied De provincie zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). In de visie wordt hiervoor verwezen naar de kwaliteitskaart. De provincie onderscheidt vier lagen: de ondergrond, cultuur- en natuurlandschappen, stedelijke occupatie en beleving.

Deze zijn allen van toepassing op het projectgebied, behalve de stedelijke occupatie. Laag van de ondergrond Het gebied maakt deel uit van een rivierdeltacomplex. Zoals in figuur 3.1 te zien is, ligt het plangebied in ‘bijzonder reliëf – oude stroomgordels en geulafzettingen’. Deze gebieden hebben een hogere ligging, waardoor ze aantrekkelijk waren voor (pre)historische bewoning en van grote archeologische en aardkundige waarde kunnen zijn. Daarnaast houden zij de ontstaansgeschiedenis van het landschap leesbaar. In deze gebieden richt de provincie zich op het behouden van onregelmatige patronen en reliëf en het, waar mogelijk, meer herkenbaar maken van de archeologische van de structuren in het gebied bij nieuwe ontwikkelingen.

Figuur 3.1

Laag van de ondergrond (bron: provincie Zuid-Holland)

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

17

Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied maakt eveneens onderdeel uit van een ‘zeekleipolder’ (zie figuur 3.2). Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Ontwikkelingen dienen in het gebied bij te dragen aan het versterken van karakteristieke kenmerken, zoals het behouden van de dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalige, open polder. Ontwikkelingen dienen te passen bij de maat en schaal van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc. kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Indien mogelijk worden recreatieve routes gekoppeld aan het water en/of de dijk.

Figuur 3.2

Laag van de cultuur- en natuurlandschappen (bron: provincie Zuid-Holland)

Laag van de beleving Zichtbaar in figuur 3.3 is dat het plangebied zich bevindt in de overgang van de stad naar het buitengebied. In deze gebieden vindt vaak recreatie plaats, aangezien de gebieden een openbaar parkkarakter hebben en de aantrekkelijkheid van de provincie vergroten. De inrichting hiervan is verbonden met de Zuid-Hollandse kwaliteiten. Ontwikkelingen dienen hier de diversiteit in de ruimtelijke inrichting tussen de verschillende recreatie- en groengebieden te vergroten. Daarnaast verbinden recreatieve routes het groen en water met de stad, dienen ontwikkelingen bij te dragen aan de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het groen in de stad en buiten de stad en is (her)inrichting gebaseerd op: de ligging van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken en de ligging ten opzichte van het groen in de stad. Tot slot dienen ontwikkelingen de openbaarheid van recreatiegebieden te behouden. Ook is het gebied gelegen in een ‘groene buffer’, een gebied met een relatief beperkte omvang tussen de stad en niet verstedelijkt landschap. De afwezigheid van verstedelijking dient te worden behouden of versterkt. In het gebied vinden geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen plaats en dragen nieuwe ontwikkelingen bij aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en het contrast met het stedelijk gebied. Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

18

Figuur 3.3

Laag van de beleving (bron: provincie Zuid-Holland)

Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie augustus 2020) In de Omgevingsverordening heeft de provincie regels gesteld om de provinciale hoofdbelangen uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland 2040 juridisch te borgen. Gemeenten moeten bij het maken van ruimtelijke plannen deze regels in acht nemen. De Omgevingsverordening is daarmee een kaderstellend instrument van de provincie voor gemeenten. Uit de Omgevingsverordening zijn voor het voorliggende bestemmingsplan alleen artikel 6.9 en 6.10 relevant. De voorgenomen ontwikkeling wordt hierna aan beide artikelen getoetst. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:  zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en;  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:  een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

19

2.

3.

4.

Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën zijn: a. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder b en c gestelde voorwaarden; b. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden. Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: a. de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van):  duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt;  wegnemen van verharding;  toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen;  andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert.

b. de onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken; c. in afwijking van onder b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door provinciale staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd. Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.

In de toelichting van de Omgevingsverordening zijn de beschermingscategorieën verder uitgewerkt. In het plangebied is beschermingscategorie 2 (recreatiegebied & groene buffer) van toepassing. Onderstaande visie is daarop van toepassing. Gebieden met bijzondere kwaliteit (beschermingscategorie 2) De provincie wil een aantal specifieke waarden en gebieden in stand houden omdat ze landschappelijk, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. In die hoedanigheid leveren ze een belangrijke en specifieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. De instandhouding van deze waarden vraagt om hierop toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling, naast de generieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden. Het betreft gebieden met de volgende kwaliteiten:  Belangrijke weidevogelgebieden, gelegen buiten het NNN, vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels, die mede de kwaliteit van het Zuid-Hollandse (veen)weidelandschap bepalen.  Openbare recreatiegebieden, vanwege hun onmisbare bijdrage aan de leef- en vestigingskwaliteit in

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

20

zowel het stedelijk als het landelijk gebied in de provincie. Groene buffers. Als landschap zijn deze gebieden relatief klein, soms ruimtelijk versnipperd en altijd medebepaald door stadsranden. Behoud van deze ruimtes is van belang voor de identiteit en leefkwaliteit van het stedelijk gebied. De stedelijke druk is relatief groot, maar tegelijkertijd vormen ze op de schaal van de provincie een onmisbare 'tegenhanger' van de stedelijke dynamiek en verdichting. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden.

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Toetsing omgevingsvisie en -verordening Het plangebied valt in beschermingscategorie 2: 'gebieden met een specifieke kwaliteit'. Het gebied bevindt zich in een recreatiegebied en groene buffer. Met een totaal van 8 nieuwe woningen is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, maar dienen bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit. In de groene ruimte rond het stedelijk gebied is verbetering van de recreatieve kwaliteit en bereikbaarheid een belangrijke opgave. De natuur heeft een recreatieve waarde en moet zo veel mogelijk toegankelijk zijn. De beoogde ontwikkeling draagt daar aan bij doordat het westelijke deel van het plangebied als openbare ruimte wordt ingericht.

De rivier wordt hier weer zichtbaar en toegankelijk gemaakt en dit gedeelte kan worden gebruikt voor recreatie, waardoor de belevingswaarde wordt vergroot. Om te zorgen voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is voor het vormgeven van de woningen en erfinrichtingen gebruik gemaakt van de 'handreiking ruimte voor ruimtelijke kwaliteit'. Er is onderscheid gemaakt in een dijkzone en een oeverzone. De dijkwoningen worden gebouwd in het patroon van lintbebouwing langs de Pruimendijk. In de oeverzone stond traditioneel meer informele bebouwing - oeverschuren. De vormgeving van de vijf oeverwoningen zal hierbij aansluiten. Door gebruik te maken van de karakteristieke kenmerken van de dijk en van de oeverzone past de ontwikkeling in het bestaande natuur- en cultuurlandschap. In het kader van een goede ruimtelijke inpassing is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 7. Daarnaast is er sprake van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Er wordt leegstaande bebouwing gesaneerd, namelijk gebouwen van de voormalige manege. Onderdeel hiervan is ook de sanering van een grote rijhal met asbest. Gebiedsprofiel IJsselmonde, Provincie Zuid Holland (2013) Het landschap van Oost-IJsselmonde bestaat in de basis uit dijken en polders.

Karakteristieke dijklinten met een meer kleinschalig, beschut en intiem karakter vormen een mooi contrast met het meer grootschalige, open en agrarische karakter van de achtergelegen polders, met de Waal als een bijzonder landschappelijk incident/element. Dit profiel is het uitgangspunt als het gaat om het verbeteren van de belevingswaarde van Oost-IJsselmonde. Een nadere uitwerking staat in de 'Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit'.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

21

Gebiedsvisie Deltapoort 2025 (2012) De Gebiedsvisie Deltapoort 2025 is het ruimtelijk kader (op hoofdlijnen) waarbinnen verschillende ruimtelijke opgaven binnen Deltapoort uitgevoerd worden. Één van de doelen in deze visie betreft het recreatief aantrekkelijker, toegankelijker en bruikbaarder maken van het landschap. In het Deltapoort-gebied worden vijf themagebieden met een groene hoofdtint onderscheiden. Deze themagebieden vormen tezamen het landschappelijk raamwerk; door thematisering worden de landschappelijke kwaliteiten van het betreffende gebied (en dus het raamwerk) versterkt. De locatie is in de gebiedsvisie niet gedefinieerd maar sluit aan bij de open landschapskamer ten noorden van de Pruimendijk.

Figuur 3.4

Uitsnede ruimtelijk streefbeeld (plangebied rood omcirkeld)

Alle themagebieden kennen een bepaalde mate van ontwikkelingsdynamiek. In de open landschapskamer Pruimendijk is de openheid en het groene, agrarische karakter een bijzondere karakteristiek. De landschapskamer staat vooral in dienst van het historisch lint van de Pruimendijk. Bij ontwikkeling van het lint dient rekening te worden gehouden met het behouden van diverse zichtlijnen met het oog op de agrarische beleving. Woningen dienen individueel, goed ingepast en aan het lint geplaatst te worden zonder het lint dicht te bouwen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

22

Figuur 3.5

Uitsnede uitwerkingskaart Pruimendijk

Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit (2014) Eind mei 2014 is door de colleges van de samenwerkende gemeenten Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht de Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit vastgesteld. Op basis van de eerder vastgestelde Gebiedsvisie Deltapoort wordt hiermee aangestuurd op een ruimtelijk kwalitatiever gebied. In het sterk verstedelijkte polderlandschap van dit deel van de zuidelijke Randstad zijn altijd nog gebieden te vinden met een landelijk en agrarisch karakter. Deze gebieden vormen het buitengebied van Oost-IJsselmonde. De polders, die eeuwen geleden gewonnen zijn op het water, boden van oudsher ruimte aan de vruchtbare akkers, tuinen en boomgaarden die dit gebied van voedsel voorzagen en dat tot op de dag van vandaag ook nog altijd doen. De verstedelijking die heeft plaatsgevonden heeft ertoe geleid dat de open polders stapje voor stapje zijn ingenomen door woonwijken, bedrijventerreinen, sportparken en recreatiegebieden. Hierdoor is het open, agrarische buitengebied steeds kleiner geworden. Daarnaast zijn de dijklinten steeds dichter bebouwd. Hierdoor is het heldere beeld van open polders en bebouwde dijklinten steeds verder verrommeld. Dit doet afbreuk aan de belevingswaarde van het landschap.

Omdat de agrarische functie van de polders is afgenomen, liggen er kansen voor een ander gebruik dat aansluit bij de behoefte van deze tijd, zoals natuur en recreatie, of kleinschalige vormen van (stads)landbouw. In de handreiking ruimte voor ruimtelijke kwaliteit is per deelgebied beschreven welke bebouwingsvormen bij het deelgebied passen. Dijkenlandschap De Pruimendijk maakt onderdeel uit van het dijkenlandschap. Als hoge droge lijnen zijn de dijken natuurlijke routes en logische plekken om je boerderij op te bouwen. De woningen staan meestal op of aan de dijk en volgen ook de richting van de dijk. Karakteristiek is de kleinschalige individuele bebouwing, afgewisseld met doorzichten naar het achtergelegen landschap. De bebouwing bestaat uit een bouwlaag met een kap. De woningen bovenaan de dijk hebben een bouwlaag ten opzichte van het dijkniveau. Aan de achterzijde, onderaan de dijk, kan wel sprake zijn van twee bouwlagen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

23

Oeverzone Waal De strook van het plangebied die tussen de dijk en de Waal in ligt, maakt onderdeel uit van deelgebied 1: oeverzone Waal. De oeverzone langs de Waal, met boomgaarden en tuinen, ligt achter het dijklint van de Noldijk/ Pruimendijk. Gestreefd wordt het water en de oeverzone op meer plekken zichtbaar te maken vanaf de dijk. Om die reden kan er in de oeverzone maar een zeer beperkt aantal woningen worden ingepast. Dit moet zeer zorgvuldig gebeuren. Daar waar mogelijk kan de oever van de Waal publiek toegankelijk worden gemaakt en ingericht met een eenvoudige visvijver of picknickplek. In de oeverzone staan de bijgebouwen, de zogenaamde oeverschuren. De hoofdbebouwing bevindt zich aan de dijk zelf. In lijn met de karakteristieke oeverschuren bestaat de bebouwing in deze zone uit eenvoudige woningen met een informeel karakter, zoals schuurwoningen en kaswoningen. De oeverwoningen zijn georiënteerd op het water. Ze staan haaks of evenwijdig aan de oeverlijn met zoveel mogelijk zicht vanaf de dijk op de Waal. De bebouwing bestaat uit een bouwlaag met een kap zonder dakkapellen. De Waal heeft een bijzonder goede waterkwaliteit. Deltapoort streeft naar het versterken van de waterrecreatie (zwemmen, zeilen (kano)varen, schaatsen). Ook kunnen de ecologische kwaliteiten van de Waal beter worden benut.

Waalvisie De gemeenten Barendrecht, Ridderkerk, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht hebben samen met de provincie Zuid-Holland en het waterschap Hollandse Delta de Waalvisie gepubliceerd. Het hoofddoel van deze visie is het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de Waal voor de recreant en voorbijganger. Kenmerkend voor de Waal is de kleinschalige, landelijke en rustieke sfeer met typische doorzichten vanaf de dijken naar het water. Om de Waal beter zichtbaar en beleefbaar te maken worden in deze visie een aantal opgaven benoemd: 1. Vertier en waterplezier: de opgave is om het gebruik en de beleving van de Waal te bevorderen. Er is behoefte aan steigers en ligplaatsen voor booteigenaren. Om te voorkomen dat dit ten koste gaat van de huidige kwaliteiten en het woongenot is ook het herinvoeren van de registratie voor boten en verbetering van de handhaving een aandachtspunt. 2. Onbezorgd wandelen en fietsen: de dijken en wegen langs de Waal moeten veiliger worden. Op een aantal wegen, waaronder de Pruimendijk, moet de snelheid terug worden gebracht naar 30 km/u waarbij autoverkeer zoveel mogelijk te gast is en zich beperkt tot bestemmingsverkeer. Voetgangers en fietsers krijgen prioriteit. 3. Gastvrije Waaloevers: de Waal moet vanaf de oevers op nog meer plaatsen beleefbaar worden gemaakt en bestaande doorzichten moeten behouden blijven.

De opgave is om een aantrekkelijk netwerk van routes, knooppunten en bestemmingen te ontwikkelen. 4. Het verhaal van de Waal: er liggen kansen in het zichtbaar en herkenbaar maken van de geschiedenis van het gebied. 5. Natuurparel de Waal: de Waal als geheel is een waardevolle natuurparel, waar rust en stilte belangrijke waarden zijn. De kwetsbare natuur in het gebied verdient bescherming. 6. De natuur als leermeester: er is een wens voor nieuwe (robuuste) voorzieningen voor natuureducatie. Toetsing overig provinciaal beleid Voor dit project is gebruik gemaakt van de 'Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit'. Het plan zorgt voor openheid en een betere openbare toegankelijkheid tot de Waal. Achter de dijkwoningen worden oeverwoningen gerealiseerd zoals ook in de handreiking staat omschreven. Het plan zorgt naast de sanering van oude asbesthoudende bebouwing voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Doordat een gedeelte van het gebied een openbare inrichting krijgt waar mogelijk een trekpont gerealiseerd kan worden, sluit het plan goed aan bij de ambities uit de Waalvisie.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

24

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 De gemeenteraad heeft op 14 september 2017 de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 vastgesteld. In deze omgevingsvisie anticipeert de gemeente op het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast beoogt de gemeente Ridderkerk met deze nieuwe visie in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de vraag naar levensloopbestendige woningen en de druk op de detailhandelsstructuur. Verder bevat de omgevingsvisie aanpassingen in de beleidsambities ten opzichte van de Structuurvisie Ridderkerk 2020. De omgevingsvisie beoogt de ruimtelijke kwaliteit van Ridderkerk als rustige en aantrekkelijke woongemeente met een goede binnenstedelijke groenstructuur en omliggend groen te behouden en waar mogelijk te versterken. De percelen ten zuiden van de Pruimendijk zijn benoemd als 'woningen aan de rivier'. Onderhavige ontwikkeling is in de omgevingsvisie in het projectoverzicht specifiek aangeduid als particuliere ruimtelijke ontwikkeling nummer 24: 'Pruimendijk 168' (zie figuur 3.6).

Figuur 3.6

Uitsnede ontwikkelingenkaart Omgevingsvisie Ridderkerk 2035

Toetsing gemeentelijk beleid Er wordt uitvoering gegeven aan het beleid zoals dat is opgenomen in de omgevingsvisie. De ontwikkeling aan de Pruimendijk wordt gezien als een doorlopend project dat al in gang is gezet. In de omgevingsvisie van de gemeente Ridderkerk is de planlocatie al aangeduid als woningbouwlocatie. Door het asbest te verwijderen en door van het westelijke deel van het plangebied openbare ruimte te maken, wordt de kwaliteit van de ruimtelijke omgeving verbeterd. Voor de stedenbouwkundige inpassing van de woningen is gebruik gemaakt van de 'Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit'. De nieuwe woningen passen qua verkavelingspatroon en opzet in de bestaande ruimtelijke structuur.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

25

Hoofdstuk 4

4.1

Sectorale aspecten

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan te worden aangetoond en moet worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Milieueffectrapportage

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is indien (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2):  de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer;  een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat;  een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het plan omvat de sloop van asbesthoudende manegegebouwen en de realisatie van acht nieuwe woningen op het perceel aan de Pruimendijk 164 - 170. Daarnaast wordt een openbaar gebied ingericht met toegang tot de Waal.

Door de toevoeging van acht woningen worden de drempelwaarden niet overschreden. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit lintbebouwing langs de Pruimendijk. Het plangebied ligt niet in een gevoelig gebied, zoals een Natura 2000-gebied of het Nederlands Natuurnetwerk. De realisatie van acht woningen ter compensatie van de sloop van een manege op hetzelfde perceel heeft geen belangrijke uitstraling van milieueffecten naar de omgeving. Te verwachten effecten hangen samen met effecten op de waterhuishouding, archeologische vondsten en afname van leefgebied voor soorten die voorkomen in het gebied. Gezien het huidige gebruik van het gebied door de manege en de

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

26

kleinschaligheid van de ontwikkeling zijn er geen effecten die een MER rechtvaardigen. Bij de toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten in de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de effecten van de ontwikkeling op het milieu en op de omgeving. Conclusie De beoogde ontwikkeling is vormvrij m.e.r.-beoordelingsplichtig. Er zijn geen ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken een m.e.r.-beoordelingsprocedure te volgen.

4.3

Water

Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Hollandse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal:  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Verordening Ruimte Waterschapsbeleid In het Waterbeheerprogramma (WBP) (2016-2021) staan de doelen van het waterschap Hollandse Delta voor de taken waterveiligheid (dijken en duinen), voldoende water, schoon water en de waterketen (transport en zuivering van afvalwater). Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan.

Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan, is het afvoeren van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplichtig gesteld. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied of 1.500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

27

Het waterschap geeft in volgorde de voorkeur aan de volgende gelijkwaardige voorzieningen:  nieuw te graven oppervlaktewater in de directe nabijheid van de verhardingtoename;  nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied;  nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief. Huidige situatie Het plangebied ligt ten noorden van de Waal en bestaat in de huidige situatie uit een manege en een bestaande woning met kantoor. Bodem en grondwater In figuur 4.1 is te zien dat de bodem ter plaatse bestaat uit lichte klei met homogeen profiel. De grondwatertrap in het plangebied is niet gekarteerd vanwege de bebouwing (figuur 4.2). In de omgeving van het plangebied is sprake van grondwatertrap VI. Dat wil zegen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand varieert tussen de 0,4 en 0,80 m beneden maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand op meer dan 1,20 m beneden maaiveld ligt. De grondwaterstanden zijn voor het overgrote deel afhankelijk van het peil van het oppervlaktewater en de hoogteligging van het maaiveld ten opzichte van het waterpeil. Het maaiveld ligt op circa 0,1 meter beneden NAP.

Figuur 4.1

Bodemsoorten plangebied (rood omcirkeld) (bron: Bodemkaart)

Figuur 4.2

Overzicht grondwatertrappen plangebied (rood omcirkeld) (bron: Bodemkaart)

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

28

Waterkwantiteit Er bevindt zich een watergang getypeerd als 'overig' ten oosten van het plangebied. De locatie ligt niet in een boringsvrije zone van het milieubeschermingsgebied voor grondwater. Waterkwaliteit Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan KRW-waterlichaam de Waal. De Europese KRW-richtlijn moet ervoor zorgen dat het oppervlakte- en grondwater van een goede kwaliteit is en dat ecologische doelen behaald worden. Veiligheid en waterkeringen Ten noorden van het plangebied is een regionale waterkering gelegen. Het plangebied is deels binnen de kern- en beschermingszone gelegen. Binnen deze zones gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen.

Figuur 4.3

Legger van regionale waterkeringen

Afvalwaterketen en riolering In de huidige situatie is de locatie aangesloten op de gemeentelijke riolering. Toekomstige situatie Algemeen Het plan is om in de toekomstige situatie 8 nieuwe woningen te realiseren. Daarnaast zullen enkele sloten uitgegraven worden. Op dit moment bestaat het plangebied uit een manege. Deze zal worden gesloopt. Waterkwantiteit In de huidige situatie bestaat het plangebied voor 5.350 m2 uit verharding. De bestaande bebouwing behorend bij de manege wordt gesloopt, waarbij ook de rijbak en alle oppervlakteverharding rondom de bebouwing (inclusief parkeerterrein aan de Pruimendijk) verwijderd worden. Dit zorgt voor een grote afname van de totale hoeveelheid oppervlakteverharding. In plaats daarvan worden acht woningen gebouwd met bijbehorende infrastructuur. In de nieuwe situatie wordt 2.600 m2 van het plangebied verhard. Ten opzichte van de bestaande situatie betekent dit een afname van 2.750 m2 verhard oppervlak. Dit komt neer op een halvering van de hoeveelheid oppervlakteverharding. De beoogde nieuwbouw wordt in een groene omgeving gerealiseerd. Daarnaast worden verschillende watergangen gegraven zodat de nieuwe woonpercelen in de oeverzone allen direct toegang hebben tot het water. Door de aanleg van deze nieuwe watergangen wordt de wateroppervlakte met ruim 500 m2 vergroot. Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

29

Door de afname van de oppervlakteverharding vanwege de sloop van de manege, het graven van nieuwe watergangen en de directe ligging van het plangebied aan de Waal zijn watercompenserende maatregelen niet noodzakelijk. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De beoogde dijkwoningen zullen binnen de kern- en beschermingszone worden gerealiseerd. Er moet voor de bouw van deze woningen een ontheffing bij het waterschap aangevraagd worden. De oeverwoningen worden buiten de beschermingszone gerealiseerd. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.

Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aanof afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie Door het verwijderen van een grote hoeveelheid oppervlakteverharding en het graven van verschillende watergangen vindt er een verbetering van het watersysteem plaats. Voor het bouwen van woningen op de gronden met de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterkering' dient een watervergunning te worden aangevraagd.

4.4

Ecologie

Toetsingskader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van het Natuurnetwerk Zuid-Holland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

30

Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura-2000 gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provincie Zuid-Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen.

In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk bedraagt 2,92 km (ten noordoosten van het plangebied). De afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Biesbosch bedraagt 9,77 km (ten zuidoosten).

Vanwege de afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige natuurgebied zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. Door het verdwijnen van de manege zal de paardenmest van het terrein verdwijnen. Bovendien leidt de ontwikkeling tot een afname in verkeer (zie paragraaf 4.5). Verwacht wordt daarom dat er een afname in de stikstofdepositie plaats zal vinden. Effecten als vermesting/verzuring als gevolg van stikstofdepositie kunnen echter niet op voorhand worden uitgesloten. Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op het nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Biesbosch is voor de aanleg- en gebruiksfase een AERIUS-berekening uitgevoerd. De berekening is daarbij opgesplitst in verschillende fases; de aanlegfase met daarbij een berekening voor het slopen en bouwrijp maken van het gebied, een berekening voor de bouwfase in en een berekening voor het woonrijp maken van het gebied. Daarnaast is een berekening opgesteld voor de gebruiksfase. De berekeningen zijn voorzien van onderbouwing in de bijbehorende memo in Bijlage 8, hierin zijn de

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

31

diverse berekeningen ook opgenomen. In de memo is beschreven of het plan mogelijk is binnen het kader van de Wet natuurbescherming. Uit de Aerius-berekeningen blijkt dat er zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura2000-gebied, derhalve is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. De uitkomsten van de AERIUS-berekeningen dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan worden aangetoond dat dit aspect is onderzocht.

Figuur 4.4

Plangebied ten opzichte van Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland

Soortenbescherming Door Kingfisher natuurprojecten is een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 1. Op basis van veld bezoek wordt geconcludeerd dat er geen nader onderzoek nodig is. Wel moet, zoals gebruikelijk bij de sloop- en bouwwerkzaamheden zorgvuldig omgegaan worden met aanwezige flora en fauna. Het nieuwe plan biedt overigens (weer) goede condities voor de aangetroffen soorten. Conclusie Vanwege de afstand tot het dichtstbijzijnde natuurgebied zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. Uit de berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdeposities op Natura2000 die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr derhalve is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van beschermde plant- en diersoorten is geconcludeerd dat geen nader onderzoek noch specifieke maatregelen nodig zijn. De Wet natuurbescherming staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

Rho adviseurs voor leefruimte

44001887.20190297

32

4.5

Verkeer en parkeren

Ontsluiting De dijkwoningen worden ontsloten door (deels gemeenschappelijke) inritten aan de Pruimendijk. Het kantoor behoudt de inrit aan de Pruimendijk. De oeverwoningen worden ontsloten door de aanleg van een nieuwe laan die aansluit op de Pruimendijk en naar een brink leidt waar alle woningen aan grenzen. Via deze brink bereiken ook de woningen in het bestaande pand hun parkeren op eigen terein. Op de Pruimendijk geldt ter hoogte van het plangebied (nu nog) een maximumsnelheid van 60 km/uur. Gedurende de planontwikkeling is echter besloten om de weg in te richten als fietsstraat met en 30km/uur regime. Verkeersgeneratie en -afwikkeling De verkeersgeneratie van het plangebied wordt inzichtelijk gemaakt op basis van de gemiddelde kencijfers van het CROW (publicatie 381). Ridderkerk maakt gebruik van de uitgangspunten van 'sterk stedelijk'. Voor deze locatie zijn de uitgangspunten van 'sterk stedelijk' en 'buitengebied' gehanteerd. Voor een worst-case benadering wordt het maximale kencijfer gebruikt. In de huidige situatie is een bestaand pand met twee woningen en kantoorruimte aanwezig. Deze blijft behouden. De huidige manege verdwijnt. In de toekomstige situatie worden acht nieuwe woningen gerealiseerd. Tabel 4.1 toont de berekende verkeersgeneratie van het plangebied in de huidige en toekomstige situatie.

Tabel 4.1 Verkeersgeneratie plangebied Functie (CROW 381) Aantal Huidig

Kencijfer

Koop, huis, vrijstaand

2

woningen

8,6 per woning

Kantoor zonder balie

300

m2 bvo

9,6 per 100 m2

Manege (paardenhouderij) 51

boxen

4,0 per box

Totaal

Toekomstig

Koop, huis, vrijstaand

10

woningen

8,6 per woning

Kantoor zonder balie

300

m2 bvo

9,6 per 100 m2

Totaal

Verkeersgeneratie 17,2 mvt/etm 29 mvt/etm 204 mvt/etm 250 mvt/etm 86 mvt/etm 29 mvt/etm 115 mvt/etm

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/774/documents/29835