CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Oosterpark (versie ter vaststelling).pdf

Commissie Samen wonen RK 7 oktober 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 3: Vaststelling bestemmingsplan Oosterpark22.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN OOSTERPARK Bestemmingsplan 14 oktober 2021

1/2

2/2

DATUM KENMERK

14 oktober 2021 NL.IMRO.0597.BP2021Oosterpark-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

Bestemmingsplan Oosterpark te Ridderkerk ir. L.C. Snel

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Ridderkerk 20201388

AUTEUR STATUS

Maurits van der Berg, MSc. Vastgesteld

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

9

2.1

Bestaande situatie

9

2.2

Toekomstige situatie

10

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Rijksbeleid

13

3.3

Provinciaal beleid

14

3.4

Gemeentelijk beleid

25

3.5

Overig

29

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

31

4.1

Verkeer en parkeren

31

4.2

Ecologie

33

4.3

Bodemkwaliteit

39

4.4

Archeologie

41

4.5

Cultuurhistorie

43

4.6

Bedrijven en milieuzonering

44

4.7

Wegverkeerslawaai

46

4.8

Externe veiligheid

46

4.9

Kabels en leidingen

49

4.10

Luchtkwaliteit

49

4.11

Water

51

4.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

54

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

55

5.1

Algemeen

55

5.2

Opbouw regels

55

5.3

Bestemmingen

55

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

59

6.1

Economische uitvoerbaarheid

59

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

59

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

4

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Stikstofonderzoek

Bijlage 2

Quickscan Flora en Fauna

Bijlage 3

QRA

Bijlage 4

Nota zienswijzen

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

TOELICHTING

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Het Oosterpark te Ridderkerk staat op het punt te worden heringericht om een toekomstbestendig park neer te zetten met meer natuur- en recreatiewaarde. Tussen 1975 en 1985 is het Oosterpark aangelegd en is een van de grotere parken in de omgeving van Ridderkerk. Inmiddels spelen er een aantal ruimtelijke ontwikkelingen in het Oosterpark die van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit. Het gaat om de reeds uitgevoerde essenkap (2018), maar ook om nog uit te voeren ontwikkelingen als de uitbreiding van het sportcomplex en de plaatsing van een geluidsscherm langs de A15 voor woningen in de wijken Drievliet, Het Zand en Oost. Het Oosterpark kan een grote bijdrage leveren aan de fysieke en mentale gezondheid van de gebruikers en omwonenden rondom het Oosterpark. De gemeente ziet in de genoemde ontwikkelingen een kans om met een integrale aanpak een kwaliteitsslag in het Oosterpark te maken te maken en zodoende een toekomstbestendig park neer te zetten met meer natuur- en recreatiewaarde. Om dit te kunnen realiseren is het noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan op te stellen waar binnen de gewenste ontwikkelingen, zo nodig met een bepaalde mate van flexibiliteit, kunnen worden gerealiseerd.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het zuiden van de gemeente Ridderkerk en grenst in het zuiden aan de A15 en in het westen aan de A16. In het noorden wordt het plangebied begrenst door de Oosterparkweg en in het oosten door de Rotterdamseweg. De gronden zijn grotendeels in gebruik als park met daarbinnen o.a. een kinderboerderij en een sportcomplex. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1 - ligging plangebied (bron: Google maps)

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

8

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt de beheersverordening 'Rijkswegen en het Oosterpark' dat is vastgesteld op 12-12-2013. Deze beheersverordening verving destijds het bestemmingsplan 'Oosterpark en Gorzen' dat is vastgesteld op 29 mei 1995 en is goedgekeurd op 5 december 1995. Een beheersverordening is gericht op instandhouding van de bestaande planologische situatie. De beheersverordening geeft dan ook weer dat de regels en verbeelding zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Oosterpark en Gorzen' nog steeds gelden. Daaraan is een archeologische regeling toegevoegd in de beheersverordening. De wijzigingsbevoegdheden, bevoegdheden om nadere eisen op te stellen en procedurele bepalingen uit 'Oosterpark en Gorzen' zijn daarin niet van toepassing.

Figuur 1.2 - bestemmingsplan 'Oosterpark en Gorzen' (bron: Ruimtelijke plannen)

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de huidige en toekomstige inrichting van het park en de (planologische) situatie beschreven. Hoofdstuk 3 bevat het vigerende beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten toegelicht en in hoofdstuk 5 komt de artikelsgewijze toelichting aan de orde. Hierin staat welke keuzes zijn gemaakt bij het opstellen van de regels. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

9

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Tussen 1975 en 1985 is ten zuiden van de wijken Drievliet, Het en Oost in Ridderkerk het Oosterpark aangelegd. Het Oosterpark is met zijn 64 hectare een van de grotere parken in de woonomgeving van Ridderkerk en dient als buffer tussen de woonwijken en de snelwegen A15 en A16. Het park is destijds in twee delen aangelegd. Het meer landschappelijk "vrij" ingerichte westelijk deel en het meer op de polderstructuur geënte oostelijk deel. Het park bestaat voornamelijk uit bospercelen, water, grasvelden en wandel- en ruiterpaden. Binnen de door groen en water gevormde structuur zijn diverse recreatie- en sportvoorzieningen aanwezig. In de noordrand, ontsloten van de Oosterparkweg, zijn ook enkele woningen en bedrijfspercelen aanwezig, waaronder een tuincentrum (zie ook figuur 2.2).

Figuur 2.1 - luchtfoto van het plangebied (bron: Google Maps)

Figuur 2.2 - voorzieningen in het park Functioneel Het park is ingericht als recreatiegebied voor de bewoners van Drievliet/Ridderkerk. Door het park lopen veel wandelpaden en enkele fietspaden en een ruiterpad. Verder zijn er veel grasvelden en is er een zwemplas aanwezig met een zwemstrand. Verder is er een aantal andere voorzieningen aanwezig, zoals een sportcomplex, tuincentrum, pannenkoekboerderij, kinderboerderij, enkele woningen en een gasdrukmeet- en regelstation. Het park is in beheer bij Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ)/Staatsbosbeheer. De NRIJ bezit de gronden en Staatsbosbeheer beheert de gronden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

10

Landschappelijke inrichting Het park is overwegend ingericht met vakken gemengd bosplantsoen waarbij de onderliggende slotenstructuur in het oostelijke deel nog deels intact en zichtbaar is. In het park staan vrij veel inheemse bomen zoals populier, es, esdoorn, wilg, els eik, zoete kers e.d. Op incidentele locaties zijn soorten als kastanje, noot, berk en beuk aangeplant. Recentelijk zijn er door ziekte veel essen gekapt. Het park is waterrijk ingericht, met sloten, singels en grotere waterpartijen waaronder een zwemplas. Ten oosten van de zwemplas is in het verleden een helofytenfilter aangelegd om de waterkwaliteit op orde te houden. Sportcomplex In het oosten van het plangebied ligt een sportcomplex waar drie verenigingen zijn gehuisvest. Het gaat hier om midgetgolfclub 'De hole ridders', tennisvereniging 'd'Oudelande' en honk- en softbalvereniging 'de Rowdies'. Het sportcomplex heeft een eigen parkeerterrein aan de Oosterparkweg. Parkeren en ontsluiting In het park zijn verschillende openbare parkeerplaatsen aanwezig. Deze liggen allen aan de Oosterparkweg. In totaal zijn er vijf parkeerplaatsen, waarvan één voor het sportcomplex en één voor het tuincentrum. De Oosterparkweg fungeert als ontsluiting voor vrijwel alle toegangswegen naar het park en voor alle aanwezige voorzieningen.

Overig Verder zijn in het park een tuincentrum, een pannenkoekboerderij, een kinderboerderij, enkele woningen en een gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. Ook loopt er een hogedruk gasleiding parallel aan de Oosterparkweg en ligt er een tweede hogedruk gasleiding ten westen van het sportcomplex.

2.2

Toekomstige situatie

Door de recente kaalslag vanwege de essenkap is het Oosterpark niet meer het park, zoals de gemeente en haar inwoners dat voor ogen heeft. Ook spelen er twee belangrijke andere ontwikkelingen in het park. De honk- en softbalvereniging Rowdies gaat uitbreiden middels het verplaatsen van zijn velden en de bouw van een nieuw clubgebouw. Ook is de gemeente voornemens een geluidsscherm aan te leggen langs de A15 om de geluidsoverlast in de wijken Drievliet, Het Zand en Oost te verminderen. Door de ruimtelijke impact van de ontwikkelingen heeft de gemeente besloten het park integraal aan te pakken. Het doel van de integrale aanpak is om te komen tot een toekomstbestendige inrichting van het Oosterpark met een toename in de recreatie- en natuurwaarde.

Figuur 2.3 - mogelijke toekomstige inrichting Oosterpark Geluidsscherm Tussen de A15 en het Oosterpark in komt een geluidsscherm om de geluidsoverlast in de wijken Drievliet, Het Zand en Oost te verminderen. Dit geluidsscherm wordt circa 1.730 meter lang en circa 6 meter hoog. Het scherm komt te staan op gronden van de NRIJ.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

11

Uitbreiding sportcomplex Op het sportcomplex waar binnen de tennisvereniging, midgetgolfvereniging en de honk/softbalvereniging liggen, worden de velden verplaatst omdat de huidige maatvoering van de velden niet meer voldoet aan de eisen die de bond stelt. De Ridderkerk Rowdies willen ook een nieuw clubhuis bouwen. Het sportcomplex wordt in zuidelijke richting uitgebreid. Op de locatie van het huidige noordoostelijke veld (softbalveld) komt de uitbreiding van de parkeerplaats te liggen. De parkeerplaats krijgt 90 parkeerplaatsen. In het noordoosten komt dan het softbalveld te liggen en in het zuidoosten het honkbalveld. Tevens wil de honk- en softbalvereniging het oude clubgebouw saneren en een nieuw clubgebouw oprichten. De vereniging streeft ernaar het nieuwe clubgebouw te realiseren tussen beide backstops, zoals afgebeeld in figuur 2.4. Het ontwerp van het clubgebouw is nog niet afgerond. De inrichting zoals afgebeeld in figuur 2.4 is ruimtelijk gezien het uitgangspunt.

Figuur 2.4 - inrichting aanpassing velden sportcomplex Inrichting Oosterpark De gemeente wil door de aanpak van het Oosterpark de recreatie- en natuurwaarden verhogen. Daarbij wil de gemeente ook het water anders inrichten. Enkele sloten van de kenmerkende slotenstructuur worden gedempt. De hoofdwatergangen zoals deze nu aanwezig zijn worden daarbij niet gewijzigd. Wel moet het bestemmingsplan voorzien in mogelijkheden om meer water te realiseren. Daarnaast bekijkt de gemeente nog de mogelijkheden om het zwemstrandje te verplaatsen. Deze ontwikkeling heeft wel een ruimtelijke impact, maar geen planologische impact. Pannenkoekboerderij De pannenkoekboerderij wil in de toekomst enige uitbreidingsmogelijkheden hebben om op de huidige locatie uit te breiden met een uitgiftecorner voor snacks/ijs. Het bouwvlak van de pannenkoekboerderij wordt daarom iets uitgebreid en het bebouwingspercentage wordt verlaagd, zodat per saldo een kleine uitbreidingsmogelijkheid ontstaat.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

12

Kinderboerderij De gemeente heeft de wens de kinderboerderij op twee aspecten uit te breiden. Enerzijds door een nieuw gebouw te realiseren voor het gebruik ten behoeve van educatie. Anderzijds door een nieuw dierenverblijf te maken. De bebouwing zal hierdoor met ongeveer 300 m² toenemen. Omdat de ontwerpen nog niet zijn afgerond en er enige flexibiliteit nodig is wordt net als nu al gewerkt met een passend bebouwingspercentage voor de hele kinderboerderij. Parkeren De parkeervoorziening nabij de Pelikaan wordt opgeheven, de parkeercapaciteit bij het sportcomplex en bij de kinderboerderij wordt uitgebreid. Per saldo zijn wel wat minder parkeerplaatsen beschikbaar. Sanitaire voorziening strandje De NRIJ/Staatsbosbeheer wil tevens een sanitaire voorziening kunnen realiseren bij het strandje. Er is nog geen duidelijke locatie voor deze voorziening bedacht. In de regeling voor het gebied is daarom een maximum oppervlakte en een maximum aantal voor deze gebouwen opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

13

Hoofdstuk 3

3.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een overzicht geboden van de ruimtelijk relevante beleidskaders voor het plangebied. Achtereenvolgens wordt ingezoomd op het geldende rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Samen vormen deze de beleidskaders waar binnen de beoogde ontwikkeling plaats dient te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) en Barro (2020) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) formuleert het Rijk een nieuwe integrale aanpak waarin samen met andere overheden en organisaties optimaal kan worden gewerkt aan behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen spelen de volgende vier prioriteiten de komende een grote rol in de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving van Nederland:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Nationale belangen De NOVI is vertaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Deze gaat echter pas in zodra de omgevingswet in werking treedt. De voorloper van het BKL is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, het Natuurnetwerk Nederland, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.

Toetsing en conclusie In de NOVI komen een drietal beleidskeuzes voorbij die relevant zijn voor de aanpak van het Oosterpark. Doordat het een reeds bestaand park is zijn de beleidskeuzes minder indringend, maar desondanks relevant. De drie beleidskeuzes worden hieronder één voor één behandeld. De beleidskeuzes komen voort uit de prioriteiten 3) 'sterke en gezonde steden en regio's' en 4) 'een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied'. Belangrijk om te weten is dat het plangebied grotendeels in het buitengebied ligt, maar tegen stedelijk gebied aan en deels is het stedelijk gebied (ter hoogte van het sportcomplex).

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

14

Beleidskeuze 3.5 - We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en we verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. De overheid vindt het belangrijk dat inwoners van steden en regio’s gezond kunnen wonen, werken en ontspannen. Dit vereist een goede leefomgevingskwaliteit. Gezondheidsbevordering via de leefomgeving is daarbij een instrument van het rijk, GGD's en gemeenten. Daarbij moet o.a. lopen worden gestimuleerd. Ook dient de openbare ruimte voldoende ruimte bieden om te ontspannen, bewegen en spelen en de interactie tussen stadsbewoners te stimuleren. Door het Oosterpark zo aantrekkelijk mogelijk in te richten dat de gebruikers en omwonenden er nog vaker komen wordt invulling gegeven aan deze doelen. Beleidskeuze 3.6 - We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad in een samenhangende aanpak van de stedelijke groenstructuur. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio’s en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. De aanwezigheid van groen en water in en rond de stad vormt een belangrijke factor voor de kwaliteit van het stedelijk leven en de aantrekkelijkheid van de stad. In het Oosterpark is dit reeds aanwezig.

De kwaliteit ervan wordt wel verbeterd. Hiermee draagt het bij aan een gezond en prettig woonmilieu en aantrekkelijkheid van de stad. Het Oosterpark vormt een omgeving voor recreëren, ontmoeten en gezond bewegen. Met een juiste inrichting van het park wordt tevens een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit in de omgeving. Dit kan al middels het toevoegen van kleinschalige voorzieningen als nestkastjes. Beleidskeuze 4.2 - De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal duurzaam benut. Het kabinet zet in op herstel van de biodiversiteit. Daarmee richt het kabinet zich vooral op het vergroten van natuurgebieden, maar de aanpak van het Oosterpark kan hier ook aan bijdragen. Het Oosterpark dat aan de rand van stedelijk gebied ligt vormt een belangrijke habitat voor diverse flora en fauna. Door vergroening en inpassing van meer water in stedelijke gebieden neemt de natuurkwaliteit toe en wordt bovendien bijgedragen aan doelen op het gebied van klimaatadaptatie, welzijn en gezondheid. Het barro bevat geen concreet beleid ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt invulling gegeven aan bepaalde beleidskeuzes in de NOVI omtrent:  het bevorderen van een actieve, gezonde leefstijl;  het versterken van het aanbod en kwaliteit van het groen in de stad;  herstel/vergroten van de biodiversiteit.

3.2.2 Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling (art. 3.6.1 Bro, juli 2017) Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Als een bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient aan de ladder getoetst te worden. De ladder voor duurzame verstedelijking wordt onder paragraaf 3.3.1 verder behandeld.

3.3

Provinciaal beleid

Het vigerende provinciaal beleid voor het plangebied zijn de Omgevingsvisie Zuid-Holland (2021-08-07) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2021-08-07). Relevante zaken uit dit beleid worden getoetst aan de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

15

3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (07-08-2021, geconsolideerd) Behoud, balans en versterking van de biodiversiteit Het provinciale natuurbeleid richt zich op het behouden, herstellen en (al dan niet op langere termijn) vergroten van de biodiversiteit in Zuid-Holland, inclusief de biodiversiteit van de bodem en het aanplanten van bossen. Om dit doel te bereiken zet de provincie in op:  Bescherming en verbetering van Natura2000-gebieden.  Realisatie, duurzaam beheer en bescherming van het Natuurnetwerk Nederland.  Stimuleren en beschermen van de biodiversiteit ook buiten de aangewezen natuurgebieden, zoals op boerenland, in recreatiegebieden, het stedelijk gebied en bij maatregelen in het kader van klimaatadaptatie.  Uitfasering van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). In de visie wordt hiervoor verwezen naar de kwaliteitskaart, waarin richtpunten voor het gebied zijn opgenomen.

De provincie onderscheidt vier lagen: de ondergrond, cultuur- en natuurlandschappen, stedelijke occupatie en beleving. Deze zijn allen van toepassing op het projectgebied. Ieder ondergrond kent zijn eigen richtpunten (specifieke waarden) om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. Laag van de ondergrond Het plangebied ligt in een gebied dat gekenmerkt wordt als Rivierdeltacomplex met rivierklei en veen. Dit is afgebeeld in figuur 3.1. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. Oeverwallen vormen plaatselijk hogere delen in het landschap. De provincie richt zich in dit gebied op het herkenbaar houden van de verschillen tussen de komgronden en oeverwallen. In het plangebied komen geen oeverwallen voor.

Figuur 3.1 - laag van de ondergrond (bron: kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland) Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Figuur 3.2 beeld af dat het plangebied in een rivierdeltalandschap en zeekleipolder ligt. Er zijn geen relevante richtpunten vanuit deze laag te herkennen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

16

Figuur 3.2 - laag van de cultuur- en natuurlandschappen (bron: kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland) Laag van de stedelijke occupatie In figuur 3.3 is te zien dat een deel van het plangebied in bebouwd gebied ligt. Het gaat hier om het de huidige contour van het sportcomplex. Ook ligt een groot deel van het plangebied in stads- en dorpsrand. Relevante richtpunten zijn:  Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Bij het Oosterpark is in het noorden sprake van een overlap, terwijl in het zuiden een scherp contrast is met de A15.

Figuur 3.3 - laag van de stedelijke occupatie (bron: kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland) Laag van de beleving Bijna het gehele plangebied is aangemerkt als recreatiegebied, op het sportcomplex na. Ook is het gebied een 'groene buffer', omdat het gebied niet verstedelijkt is. Richtpunten zijn:  Er vinden geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen plaats in de bufferzone.  Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.  Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het binnenstedelijk en buitenstedelijk groen.  (Her)inrichting van recreatiegebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen.  Ontwikkelingen behouden of versterken de openbaarheid van recreatiegebieden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

17

Figuur 3.4 - laag van de beleving (bron: kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland) Toetsing en conclusie Het plangebied ligt in het gebiedsprofiel van IJsselmonde. Er worden enkele ontwikkelingen toegelaten in het plangebied. Deze raken met name aan de laag van de beleving en de laag van de stedelijke occupatie. Zo wordt het park gedeeltelijk heringericht naar aanleiding van eerdere essenkap, wordt er ruimte geboden aan uitbreiding van het sportcomplex en wordt er een geluidsscherm gebouwd om de inwoners van Drievliet-Het Zand en Oost te beschermen tegen geluidshinder. De gebruiks- en belevingswaarde van het gebied wordt versterkt en er wordt duidelijk ingezet op het creëren van een groene en gezonde leefomgeving waarbij wordt ingezet op een hogere recreatie- en natuurwaarde van het Oosterpark. Het geluidsscherm wordt landschappelijk ingepast. Er wordt voldaan aan alle relevante richtpunten. Landschap De provincie zet in op een betere, gebiedsgerichte verweving van de verschillende ‘klassieke’ functies in de groene ruimte (landbouw, natuur, recreatie, water, cultuurhistorie) en een betere relatie tussen stad en land. Daarmee wil de provincie gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van de verschillende Zuid-Hollandse landschappen behouden en versterken. De klimaat- en energie-efficiënte samenleving stelt nieuwe eisen aan de groene ruimte.

Deze worden zo veel mogelijk ingepast met behoud of zelfs verbetering van bestaande functies. De provincie wil samen met haar partners een kwaliteitsslag maken in de groene ruimte binnen en buiten de stad, zodanig dat er een gezonde leefomgeving ontstaat, de intrinsieke waarden, (waaronder natuurwaarden) worden beschermd en versterkt, en dat de groene ruimte aansluit bij de vraag van de gebruikers en bewoners, toekomstbestendig is en bijdraagt aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. Gezonde leefomgeving De provincie streeft naar het voorkomen en verminderen van stress-gerelateerde ziektes door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park, recreatieterreinen) voor sportieve en recreatieve inspanning en ontspaning. Samen met partners zet de provincie hiermee in op een verhoging van de levensverwachting van haar inwoners. Lopen De provincie wil dat meer mensen meer lopen in een omgeving die daartoe uitnodigt, doordat deze voor lopen veilig, gezond en aantrekkelijk is. Dit geldt zowel voor utilitair als recreatief lopen en zowel in bebouwd gebied als daarbuiten.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

18

Toetsing Met de aanpak van het Oosterpark zet de gemeente Ridderkerk in op het toekomstbestendig maken van dit park. Daarmee beoogt het zowel op fysiek als op mentaal vlak een grotere bijdrage te kunnen leveren aan de gebruikers en omwonenden. Van belang hierbij is dat de recreatie- en natuurwaarde wordt verhoogd ten opzichte van de huidige situatie. Met dit bestemmingsplan wordt op een toekomstbestendige manier een bijdrage geleverd aan de vraag van gebruikers en bewoners om een gezondere leefomgeving, mensen worden op deze manier uitgenodigd om meer te gaan lopen. De uitbreiding van het sportcomplex draagt ook bij aan het bieden van meer sportmogelijkheden en draagt daarmee bij aan meer beweging en aan een gezondere leefomgeving. Groenblauwe stedelijke structuur De groenblauwe stedelijke structuur is een samenhangend stelsel van verschillende groenblauwe ruimtes en routes in en rondom het stedelijk gebied. Van een fijnmazige netwerk van groenblauwe plekken binnen het bebouwd gebied, via meer grofmazige robuuste groenblauwe routes die steden en stad en land met elkaar verbinden, tot aan de grote groenblauwe gebieden buiten het bebouwd gebied.

De provincie zet in op een groenblauwe stedelijke structuur waarin voldoende groen en water aanwezig zijn om de leefbaarheid, gezondheid en natuurwaarden te behouden en versterken, ook in tijden van extreme wateroverlast en extreme droogte en hitte. Er ligt een opgave om deze integrale structuur te behouden en waar nodig te versterken. In het verlengde hiervan wil de provincie de biodiversiteit in het stedelijk gebied duurzaam te behouden en te versterken. Voor overgangsgebieden van stedelijk gebied naar open landschap zet de provincie Zuid-Holland in op het behouden van de belangrijke contrastkwaliteit tussen de dynamiek en dichtheid van de stad en de luwte van de aangrenzende groene ruimte. Daarom zijn enkele overgangsgebieden aangewezen als groene buffer en worden als zodanig beschermd. Toetsing Het is mogelijk om in groene buffers ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren. Ook stedelijke ontwikkelingen, zoals de uitbreiding van een sportveld zijn mogelijk. Daarbij is het van belang dat de schaal en het karakter van het gebied in stand te houden. De uitbreiding van het sportveld neemt een deel van het Oosterpark in, maar doordat de gemeente alle ontwikkelingen in het Oosterpark tegelijk aan pakt kan gesproken worden van een integrale aanpak.

Daarmee boet het gebied zowel op schaal als karakter niet in en kan er zelfs worden gesproken van een kwaliteitsverbetering van het park. Verstedelijking Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Er dient getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen:  Bouw naar behoefte;  Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied;  Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties  Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten;  Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

19

Toetsing De honk- en softbalvereniging Rowdies beschikt nu niet over velden met de juiste maatvoering. Om hieraan te voldoen is het noodzakelijk om de velden anders te situeren. Op de huidige locatie zijn twee velden (een combinatieveld en een softbalveld) aanwezig. Deze twee velden vallen binnen het stedelijk gebied. De verplaatsing van de velden/uitbreiding vindt gedeeltelijk plaats buiten het door de provincie gedefinieerde stedelijk gebied. Het onderscheid tussen stedelijk en landelijk gebied (op basis van provinciaal beleid) is weergegeven in figuur 2.4. Om ongebreidelde groei buiten de stedelijke zones tegen te gaan dient middels een zogenaamde ladderonderbouwing onderbouwd te worden waarom de uitbreiding/ontwikkeling buiten (maar wel in aansluiting op) het stedelijk gebied plaats vindt.

Figuur 3.5 – stedelijk (rood) en buitengebied (groen) met in zwart omkaderd het plangebied en in geel het sportcomplex en uitbreidingslocatie (bron: provincie Zuid-Holland) Allereerst dient daarvoor te worden bekeken of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In de jurisprudentie worden 'sportfaciliteiten' omschreven zijnde een stedelijke ontwikkeling. Sportfaciliteiten zijn daarin onderdeel van de 'overige stedelijke functies'. Ook is de uitbreiding groter dan 500 m2. Vervolgens dient te worden onderbouwd waarom er behoefte is aan een uitbreiding van het sportcomplex en waarom dit niet binnen stedelijk gebied opgevangen kan worden. Op dit moment beschikken de Rowdies over zowel een honkbal- als een softbalveld dat met huidige maatvoering (in verband met het niveau) te klein is. Als gevolg hiervan ontstaan problemen met de trainingscapaciteit en het spelen van wedstrijden. Momenteel is er een tijdelijke dispensatie afgegeven om wedstrijden te mogen spelen op de te kleine velden. Er is daarom urgentie om de nieuwe grotere velden te regelen. Met de verplaatsing van de velden ontstaat er weer voldoende ruimte om op niveau wedstrijden te kunnen spelen en training te kunnen geven. Binnen de gemeente is gekeken naar de meest wenselijke locatie om de vereniging te huisvesten. Daarbij moet de vereniging goed bereikbaar blijven voor de jeugd.

Opties om de vereniging aan de andere kant van Ridderkerk te verplaatsen heeft door de te grote reisafstand, voor met name de jongste leden, niet de voorkeur. Ook locaties waarbij grond moest worden aangekocht waren te duur of anderszins niet mogelijk, omdat de grond niet verkocht werd/in bruikleen gesteld of omdat de procedures te lang duren. Omdat 65% van de leden komt uit de nabijgelegen wijk Drievliet-Het Zand en op de huidige locatie voldoende uitbreidingsruimte is, is de optie om de Rowdies te verplaatsen/laten uitbreiden in het Oosterpark de meest reële optie. De gemeente heeft meerdere locaties in het Oosterpark onderzocht. Ook heeft er in overleg met omwonenden en de sportverenigingen nog nader onderzoek plaatsgevonden. De uitbreiding zal plaatsvinden op en ten zuiden van het sportcomplex. Voordeel is dat de locatie grenst aan stedelijk gebied. Het huidige complex is immers gelegen binnen stedelijk gebied. Uitbreiding aan de rand van dit stedelijk gebied op voornoemde redenen is daardoor goed te onderbouwen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

20

Omdat de uitbreiding binnen het Oosterpark plaats vindt heeft de gemeente besloten dat indien er bomen gekapt worden voor de uitbreiding van de Rowdies dat deze bomen gecompenseerd worden in het Oosterpark. Het liefst zo dicht mogelijk bij het sportpark. Belangrijk is immers dat de uitbreiding van de sportvoorziening zo min mogelijk impact heeft op de bestaande beplanting, biodiversiteit en op de kwaliteit en belevingswaarde van het park. Ook de bereikbaarheid van de huidige locatie/uitbreiding is goed. Door de verplaatsing van de velden kan de parkeerplaats worden uitgebreid tot 90 parkeerplaatsen. Momenteel biedt de parkeerplaats een capaciteit van 66 parkeerplaatsen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de verplaatsing/uitbreiding van de velden een stedelijke ontwikkeling is. Onderbouwd is waarom behoefte is aan de verplaatsing/uitbreiding en dat de gekozen locatie, buiten stedelijk gebied, de best mogelijke optie is. Bovendien wordt in het plan rekening gehouden met de biodiversiteit en kwaliteit van het park. Ook de ontsluiting van de locatie is geen probleem. Er wordt voor extra parkeercapaciteit nabij de sportvelden gezorgd. De verplaatsing van de sportvelden is de enige stedelijke ontwikkeling, conform de definitie voor stedelijke ontwikkelingen, in het plangebied.

3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (07-08-2021, geconsolideerd) In de Omgevingsverordening heeft de provincie regels gesteld om de provinciale hoofdbelangen uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland 2040 juridisch te borgen. Gemeenten moeten bij het maken van ruimtelijke plannen deze regels in acht nemen. De Omgevingsverordening is daarmee een kaderstellend instrument van de provincie voor gemeenten. Uit de Omgevingsverordening is voor het voorliggende bestemmingsplan alleen artikel 6.9 en 6.10 relevant. De voorgenomen ontwikkeling wordt hierna aan beide artikelen getoetst. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2.

het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

21

Toetsing In het Oosterpark wijzigen een aantal zaken, waaronder de aanpak van het Oosterpark, de aanleg van het geluidsscherm over een lengte van 1,7 km, de verplaatsing/uitbreiding van de sportvelden en de extra uitbreidingsmogelijkheden voor de kinder- en pannenkoekboerderij. Deze ontwikkelingen passen, dankzij de omvang van het Oosterpark, goed bij de aard en schaal van het gebied. Met de aanleg van het scherm lijkt in eerste instantie sprake te zijn van aanpassing, maar door de afscheidende werking van het scherm tussen het park en de A15 is ook hier sprake van inpassing. De groenbeleving wordt versterkt doordat de stilte in het gebied zal toenemen. Het plan voorziet ook in kleine aanpassing van de bestaande waterstructuur. Met name het oosten van het plangebied is de oorspronkelijke slotenstructuur nog deels intact en zichtbaar. In de nieuwe inrichting van het park verdwijnt een deel van deze slotenstructuur of wordt minder herkenbaar. Ondanks dat deze impact niet heel groot is en de ontwikkelingen op structuurniveau beperkt wijzigen, voorziet het plan voor deze ontwikkeling in een aanpassing op structuurniveau. 2. Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën zijn: b.

een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden. Toetsing Het plangebied is gelegen in de 'groene beschermingscategorie 2. Zie ook figuur 3.4.

buffer'

en

'openbaar

recreatiegebied'

zone,

4. Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling:  waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of  die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. Toetsing Het plangebied is geheel gelegen in beschermingscategorie 2. Er wordt een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld voor de ruimtelijke ontwikkelingen in dit plan. De beeldkwaliteitsparagraaf is terug te vinden in paragraaf 3.3.3. Conclusie Met de ontwikkelingen als verplaatsing/uitbreiding van het sportcomplex voor de honk- en softbalvereniging, het plaatsen van een geluidsscherm, aanpak van het park en kleinschaligere zaken als het bieden van uitbreidingsmogelijkheden aan de pannenkoekboerderij en kinderboerderij is sprake van inpassing. De ontwikkelingen sluiten aan bij de gebiedsidentiteit, het gebruik en de beleving. Met de aanleg van het geluidsscherm lijkt in eerste instantie sprake te zijn van aanpassing, maar door de afscheidende werking van het scherm tussen het park en de A15 is ook hier sprake van inpassing.

Het gebied is door de provincie aangewezen als groene buffer en openbaar recreatiegebied, waardoor in het gebied een beschermingscategorie 2 geldt. Om aan te tonen dat de ruimtelijke kwaliteit minimaal gelijk blijft is een beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

22

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen:  de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing en conclusie In paragraaf 3.3.1 wordt de uitbreiding van het sportcomplex getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit is de enige stedelijke ontwikkeling conform de ladder voor duurzame verstedelijking binnen het plangebied. 3.3.3 Beeldkwaliteitsparagraaf De voorgenomen ontwikkeling ligt binnen gronden met een beschermingscategorie 2, groene buffer en openbaar recreatiegebied. Er wordt een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld waarin wordt onderbouwd dat de ruimtelijke kwaliteit in het gebied minimaal gelijk blijft. Het plangebied is onderdeel van het gebiedsprofiel 'IJsselmonde'. Het landschap De in paragraaf 3.3.1 beschreven relevante richtpunten worden in dit stukje 'landschap' gekoppeld aan de ambities uit het gebiedsprofiel voor IJsselmonde. Open zeekleipolderlandschap Na de grote stormvloeden in de 14e eeuw is IJsselmonde in de loop van honderden jaren door bedijking van opwassen en aanwassen ontstaan.

De op- een aanwaspolders zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden door de grote mate van verstedelijking die op het eiland heeft plaatsgevonden. Grote delen van en soms gehele polders zijn bebouwd. In andere polders overheerst het agrarische gebruik, met voornamelijk akkerbouw en tuinbouw. Van oudsher hebben deze polders een open karakter. Vaak is de poldergrens nog goed herkenbaar als beplante dijk in landelijk gebied en als oud bebouwingslint in stedelijk gebied. Het open karakter van deze polders is aangetast door verspreide glastuinbouw en de ontwikkeling van o.a. recreatiegebieden met een groenstructuur die niet geënt is op de polderstructuur. De nog open delen van de zeekleipolders staan onder grote druk van verstedelijking en functieverandering van agrarisch naar recreatief gebruik. De relevante ambities bij dit onderdeel zijn:  Versterken van de polders als onderscheidende ruimtelijke eenheden met een eigen karakter. Bij (nieuwe) ontwikkelingen (recreatie, natuur, verbreden landbouw) uitgaan van een sterke en eigen identiteit per polder. Eenheid en herkenbaarheid gaan voor absolute openheid.  Behoud van het open karakter van de polders door het behouden dan wel versterken van zichtrelaties tussen oriëntatiepunten, zoals kerktorens, en polderranden.  Versterken van de polderdijken, randen en verkaveling als structuurdrager van de polders.

Het Oosterpark is een voorbeeld van de aanleg van recreatiegebied met groenstructuur die niet geënt is op de polderstructuur. De laatste restanten polderstructuur zijn terug te vinden in de slotenverkaveling in het oostelijk deel van het plangebied. Dit biedt ook enige openheid in zichtlijnen. De eigen identiteit van deze polder prevaleert boven absolute openheid. Daarom is aanpassing aan de slotenstructuur geoorloofd.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

23

Kwaliteit van de stads- en dorpsrand Stads- en dorpsranden die grenzen aan recreatieve groengebieden gaan uit van een geleidelijke overgang tussen bebouwd gebied en landschap. Het landschap is volledig getransformeerd: dag- en verblijfsrecreatie, sportvelden en volkstuincomplexen of te wel stedelijke en landelijke functies vloeien in elkaar over. Het zijn over het algemeen stevig beplante gebieden met daarin verschillende recreatieve functies. De gebieden zijn dooraderd met recreatieve routes die over het algemeen goed aansluiten op de aanliggende woongebieden. De hoogopgaande beplanting verzacht de overgang tussen stad en land, maar de inrichting is weinig specifiek. De ambities bij dit onderdeel zijn:  Stedelijke en landelijke functies vloeien in elkaar over en worden in samenhang ontworpen. Positionering, schaal, omvang en ligging van nieuwe ontwikkelingen worden daarop afgestemd.  De afwisseling in gebruik en inrichting bevorderen door de recreatieve groengebieden te differentiëren en zoveel mogelijk aan te sluiten op de ruimtelijke kwaliteiten van het omliggende landschap.  De toegankelijkheid en beleefbaarheid van de recreatieve groengebieden verbeteren door openbare routes te handhaven dan wel te versterken. De groengebieden, waaronder sportvelden, een gezicht geven richting de stads- of dorpsrand.

Het Oosterpark kent een geleidelijke overgang richting de dorpsrand met de aanwezigheid van sportvelden, het tuincentrum en enkele parkeerplaatsen aan de noordzijde van het park. De overgang van het sportcomplex naar de wijk Drievliet wordt verzacht door de aanleg van meer groen aan de noordzijde van het sportcomplex en ter plaatse van huidige parkeerplaatsen. De gemeente streeft naar het verhogen van recreatie- en natuurwaarde met de aanpak van het park. Hiermee wordt de algehele kwaliteit van het park versterkt en verbeterd, maar dit draagt niet specifiek bij aan de gestelde ambities. Vrijetijdslandschap In het gebied IJsselmonde bevinden zich meerdere vrij toegankelijke stedelijke uitloopgebieden en dagrecreatiegebieden. Zo kent Ridderkerk het Oosterpark aan haar zuidkant. De recreatiegebieden zijn parkachtig ingericht en kennen verschillende voorzieningen. Veel gebieden worden intensief gebruikt. In de gebieden liggen wandelroutes en vaak zijn ze ook aangesloten op het fietsknooppuntennetwerk. Veel van de recreatieterreinen gaan echter geen landschappelijke relatie aan met het polderlandschap in de omgeving. De relevante ambities bij dit onderdeel zijn:  Versterken van de diversiteit van de recreatiegebieden. Hiervoor kan aangesloten worden bij karakteristieken van de omgeving, zoals de cultuurhistorie, de ligging aan de Oude Maas of in de polder.

Hierbij ook uitgaan van de behoeftes van diverse recreantengroepen;  De verschillende recreatiegebieden met elkaar verbinden door een uitgebreid routenetwerk. Uitgangspunt zijn logische en aangename routes voor verschillende modaliteiten; voor ieder wat wils;  Stedelijke uitloopgebieden benutten bij de vormgeving van de stad- en dorpsranden en het verbinden van stad en land (zie ook Kwaliteit in stad- en dorpsrand); Door het Oosterpark lopen verschillende wandel-, fiets- en ruiterpaden. Behoud en versterking van deze netwerken is gewenst. De Oosterparkweg wordt ingericht als doorgaande snelfietsroute. Over de overige wandel-, fiets- en ruiterroutes in het park wordt nog nagedacht en is mede afhankelijk van waar het geluidsscherm exact wordt geplaatst. Verder is de gemeente voornemens de laatste restanten slotenverkaveling te verlanden. Hiermee worden de laatste zichtbare restjes polderlandschap tenietgedaan. Dit past in de trend dat veel recreatieterreinen geen landschappelijke relatie met het polderlandschap aangaan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

24

Landschappelijke en stedebouwkundige structuren Het Oosterpark wordt aan vrijwel alle zijden duidelijk begrenst. In het noorden door de Oosterparkweg, in het westen en zuiden door de snelwegen A15 en A16 en in het oosten door de Rotterdamseweg. Het Oosterpark is gelegen in een polder. Deze polder heet 'Oud-Reijerwaard' en de slotenstructuur is ook na de aanleg van het Oosterpark in de jaren '70 en '80 nog gedeeltelijk intact gebleven. Sinds die tijd is het park ook in gebruik als recreatiegebied gericht op families.

Figuur 3.7 - de polder Oud-Reijerwaard (bron: Topotijdreis.nl, jaar: 1972) Tegenwoordig is de verkaveling ondergeschikt geraakt aan het gebruik en de beleving van het park. Dat is de reden waarom het aanvaardbaar wordt geacht verder van deze verkaveling af te stappen, zolang de recreatie- en natuurwaarde en het gebruik en de beleving van het park maar toenemen. De kavel De ontwikkelingen dienen integraal bekeken te worden. Daarom is het behandelen van de individuele ontwikkelingen op kavelniveau minder interessant. Het gebouw Op het niveau van het gebouw zijn de ontwikkelingen nog niet concreet genoeg.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

25

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 In september 2017 heeft de gemeente Ridderkerk de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 vastgesteld. Deze visie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen en laat ruimte voor initiatieven vanuit de Ridderkerkse samenleving. De visie vormt een basis voor nieuwe ontwikkelingen en bestemmingsplannen. De identiteit van Ridderkerk is in drie kernwaarden samen te vatten:  Sterke wijken, goed verbonden De meeste wijken in Ridderkerk zijn ontstaan als dorpen en vormen een absolute kernwaarde in Ridderkerk. De sociale cohesie binnen de wijken is dan ook sterk. Dat uit zich in een sterk en hecht verenigingsleven en het feit dat nieuwe bewoners niet kiezen voor Ridderkerk, maar voor een specifieke wijk. De wijken Bolnes, Slikkerveer en Drievliet hebben een levendig wijkwinkelcentrum.  Groen-blauwe oase De aanwezigheid van een rijke, stevige, groene infrastructuur, die de rand van Ridderkerk in een groene jas hult en de woon- en werkgebieden dooradert, is een belangrijke kernwaarde om te behouden en te versterken. Deze groene gebieden en het water dienen als buffer tegen de verstedelijkingsdruk van de regio Rotterdam en de regio Drechtsteden. Daarnaast dragen de groene gebieden en het water bij aan een aantrekkelijke gemeente om in te wonen, werken en recreëren en een aantrekkelijk leefklimaat.

De ‘groen-blauwe kraag’ van Ridderkerk is samengesteld uit de bestaande grotere groengebieden Oosterpark, Reyerpark, Donckse Bos en Donckse velden, de Gorzen, de Grienden en het Waalbos en uit de rivieren de Noord, de Nieuwe Maas en de Waal. Recent heeft de nieuwe inrichting van de Crezéepolder als getijdepark die groene omhulling versterkt.  Kloppend hart Ridderkerk is uniek vanwege de centrale ligging van bedrijventerrein Donkersloot. Ongeveer de helft van het aantal werknemers in Donkersloot woont ook in Ridderkerk. Daarnaast kenmerkt de Ridderkerker zich door een hoog arbeidsethos. Ridderkerk heeft een werkend en kloppend hart, waar een grote diversiteit aan bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en winkels aanwezig is. Gezondheid en leefbaarheid Daarnaast zet de gemeente in op het verbeteren van de Gezondheid en leefbaarheid. In de visie wordt een verdere verbetering van de luchtkwaliteit, veilige speelomgeving voor kinderen en voldoende, veilige en gemakkelijke mogelijkheden om te voet en per fiets te verplaatsen voorgesteld. Ook moet het aantal geluidgehinderden worden teruggebracht.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

26

Figuur 3.8 - overzichtskaart wijken van Ridderkerk uit de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 (bron: gemeente Ridderkerk) Versterken groen-blauwe netwerk Ridderkerk is zoals gezegd omzoomd met een groene kraag. Een stevige en goed onderhouden groenblauwe structuur met veel vertakkingen in de diverse woon- en werkgebieden is noodzakelijk voor een gezonde leefomgeving. Dit biedt op een natuurlijke manier ook ruimte aan zaken als waterberging en de absorptie van geluid en fijnstof. Hiermee wordt de kwaliteit van de leefomgeving verhoogd. Een andere manier van het verhogen van de kwaliteit van leefomgeving is door het versterken van de recreatiemogelijkheden. In figuur 3.9 is het Oosterpark weergegeven. Het Oosterpark is een familiepark dat gelegenheid biedt voor familievermaak door de aanwezigheid van zonneweides, picknicktafels en banken, maar ook een uitspanning, speelvelden en kinderboerderij zijn daarin onmisbaar.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

27

Figuur 3.9 - visie op het groen-blauwe netwerk met in het rood omcirkelt het Oosterpark (bron: gemeente Ridderkerk) Toetsing en conclusie De gemeente geeft in haar visie het Oosterpark weer als familiepark. Dat is het in feite ook al, met het zwemstrandje, pannenkoekboerderij en de kinderboerderij. Dit blijft behouden en dit plan biedt zelfs uitbreidings- of vernieuwingsmogelijkheden aan deze recreatiemogelijkheden. Ook zet de gemeente in op het verbeteren van de gezondheid en leefbaarheid van de omwonenden en het park. Het plaatsen van het geluidsscherm vermindert de geluidshinder afkomstig van de A15 op het achterliggende gebied, waaronder de wijken Drievliet-Het Zand en Oost. Bovendien wordt het park nog uitnodigender om naar toe te gaan en daarmee voor de mens om in beweging te komen. Ook biedt de uitbreiding van het sportcomplex een deel van de bevolking extra sportmogelijkheden. De voorgenomen ontwikkelingen in het Oosterpark sluiten dan ook goed aan bij de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

28

3.4.2 Visie Landschapstafel IJsselmonde De landschapstafel IJsselmonde is een bestuurlijke samenwerking tussen de zes gemeenten op IJsselmonde (Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk, Rotterdam en Zwijndrecht), de provincie Zuid-Holland, Waterschap Hollandse Delta, Zuid-Hollands Landschap, Staatsbosbeheer en Gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon. Het doel van de landschapstafel is om een stimulans te geven aan het recreatief aantrekkelijker, toegankelijker en bruikbaarder maken van het groene landschap en daarmee aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. De landschapstafel zet zich in voor een gezonde leefomgeving voor mens en natuur op het eiland IJsselmonde. Dat betekent een aantrekkelijk landschapspark, goede recreatiemogelijkheden voor iedereen op IJsselmonde en veelzijdige natuur. Toetsing en conclusie Het beleid uit de landschapstafel IJsselmonde sluit aan bij de voorgenomen ontwikkelingen met betrekking tot het Oosterpark. 3.4.3 Groenvisie Ridderkerk Op 7 juli 2020 heeft de raad van Ridderkerk de Groenvisie Ridderkerk vastgesteld. Hierin ambieert Ridderkerk de groenste gemeente van het eiland IJsselmonde te worden. In de visie schetst de gemeente de huidige groensituatie en wordt aan de hand van zes ambities weergegeven hoe haar doel van een 'sterk Ridderkerk waar bewoners gelukkig en gezond zijn' wil behalen.

Hiermee wordt invulling gegeven aan de Omgevingsvisie waarin het versterken van groen-blauwe netwerken een grote rol speelt. De Groenvisie vloeit dan ook voort uit de Omgevingsvisie. De ambities zijn in de Groenvisie weer vertaald in een aanpak. Er is een aanpak bedacht voor:  een aanpak voor de grote groengebieden (o.a. Oosterpark);  een aanpak voor de hoofdgroenstructuur;  een aanpak voor de wijken;  en een aanpak voor de bedrijventerreinen en winkelcentra. Toetsing en conclusie Het Oosterpark wordt in de Groenvisie genoemd als 'te verbeteren' park/groot groengebied. De gemeente wil meer variatie bieden tegen de 'saaiheid' van het park en moet er meer variatie komen in aanbod van functies en beleving. Ook wil de gemeente de biodiversiteit in het Oosterpark bevorderen. De bewoners van Ridderkerk hebben in de visie aangegeven dat ieder park zijn eigen identiteit moet krijgen. Met het voorliggende bestemmingsplan zet de gemeente duidelijk in om het Oosterpark te verbeteren en in te richten als een toekomstbestendig park dat een positief effect heeft op zowel de fysieke als mentale gezondheid van de omwonenden en de gebruikers van het park. In het park worden bepaalde functies steviger neergezet, zoals de kinderboerderij en het pannenkoekhuis. De aanpak van het park biedt de gemeente kansen om het park haar eigen identiteit verder te laten ontwikkelen.

3.4.4 Visie Externe Veiligheid In de Visie Externe Veiligheid van de gemeente Ridderkerk (vastgesteld november 2011) zet de gemeente in op een duurzame en zo veilig mogelijke ontwikkeling van Ridderkerk. In de visie wordt voornamelijk gefocust op de uitwerking van de kaders voor het groepsrisico. Met het groepsrisico kan de gemeente aangeven welke risico's zij aanvaardbaar vindt. Het gemeentebestuur heeft namelijk een wettelijke verantwoordingsplicht bij toename van het groepsrisico door een toename van personendichtheid of externe veiligheidsbronnen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

29

Gemeente Ridderkerk hanteert de volgende ambities ten aanzien van externe veiligheid: 1. Ridderkerk is en blijft zo veilig mogelijk voor risico’s van gevaarlijke stoffen. Deze ambitie wordt als volgt bereikt: a. Waar mogelijk het advies van de VRR opvolgen bij ruimtelijke ontwikkelingen. b. Als dit niet mogelijk is dan wordt de MAL Groepsrisico toegepast (zie kader, pag. 18) 2. Nieuwe risicobronnen worden in principe geweerd uit de gemeente, uitgezonderd op bedrijventerreinen mits aan concrete voorwaarden wordt voldaan. 3. Streven naar uitplaatsing van de risicobronnen uit de woonomgeving (tankstations). 4. De gemeente brengt de beheersbaarheid op orde (inzet hulpdiensten, bereikbaarheid ed). 5. Aanpassen route gevaarlijke stoffen als ruimtelijke ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. 6. Voor risicocommunicatie wordt aangesloten bij de landelijke overheidscampagnes Voor nieuwe ontwikkelingen strekt het tot de aanbeveling om de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) in de voorbereidingsfase te betrekken om eventuele risico's zo goed mogelijk te kunnen beheersen. Toetsing en conclusie Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico verantwoord worden. Dit wordt gedaan in paragraaf 4.8 van deze toelichting. Er is een beknopte verantwoording van het groepsrisico geschreven.

Daarnaast is de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond in een vroeg stadium betrokken bij de planontwikkeling; namelijk in de vooroverlegfase. Het advies van de VRR uit het vooroverleg is toegevoegd in paragraaf 6.2. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van externe veiligheid is daarmee gevolgd.

3.5

Overig

3.5.1 Wijkprogramma Drievliet De gemeente stelt een wijkprogramma op per wijk. Hierin staat geen beleid uitgewerkt, maar worden concrete ontwikkelingen genoemd die gewenst zijn voor de komende 5 jaar. In het wijkprogramma Drievliet wordt hierin de aanpak van geluidshinder genoemd en het bevorderen van de gezondheid van de gebruikers en omwonenden. Samen met Staatsbosbeheer willen de bewoners de diversiteit van het park vergroten, om zo uiteindelijk de kwaliteit van het park te verbeteren. Toetsing en conclusie Middels dit bestemmingsplan wordt uitvoering gegeven aan de gewenste ontwikkelingen die in het wijkprogramma Drievliet zijn benoemd. 3.5.2 Startnotitie sport- en recreatie (provincie Zuid-Holland) De startnotitie sport en recreatie van de provincie Zuid-Holland vormt de basis voor nieuw recreatie en sportbeleid dat in samenhang met elkaar wordt ontwikkeld. De provincie werkt hieraan omdat zij sport en recreatie bevorderlijk is voor de gezondheid, het geluk en de vitaliteit van haar inwoners. Uiteindelijk moet de notitie landen in het omgevingsbeleid van de provincie en vormt het de provinciale strategie gericht op een gezonde, vitale en weerbare bevolking. Ook draagt het bij aan recreatiemogelijkheden om de hoek en aan het verbeteren van de kwaliteit voor inrichting, beheer, functies en financiering van recreatiegebieden in combinatie met sportmogelijkheden.

Toetsing en conclusie De ontwikkelingen in dit bestemmingsplan staan in één lijn met de startnotitie sport- en recreatie van de provincie Zuid-Holland. Het bevordert een gezonde, vitale en gelukkige bevolking die gebruik kunnen maken van recreatiemogelijkheden om de hoek in combinatie met sport in een kwalitatief verbeterde omgeving.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

30

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

31

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Ontsluiting Het plangebied grenst aan de Oosterparkweg (noordzijde), de Rotterdamseweg (oostzijde) en de A15 (zuidzijde). De Oosterparkweg is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Langzaam verkeer Het park is uitstekend bereikbaar voor bewoners van de wijken Drievliet-Het Zand en Oost die gebruik maken van de vele fiets- of wandelpaden. Ook voor andere bewoners van Ridderkerk is het park goed te bereiken via de Geerlaan of door de wijk Drievliet-Het Zand en Oost heen te fietsen of te wandelen. Via onderdoorgangen van het knooppunt Ridderkerk Zuid (A15/A16) kan per fiets Oostendam, Rijsoord en Hendrik Ido Ambacht worden bereikt. Binnen het plangebied zijn veel wandel-, fiets- en ruiterpaden aanwezig. Deze worden met de ontwikkeling deels gewijzigd. Daarbij wordt ook de regionale fietsroute 53 die door het park voert aangepast.

Deze gaat deels over de Oosterparkweg voeren, die wordt heringericht als (snel) fietsstraat, waar de auto te gast is. Auto-ontsluiting Ook met de auto is het park goed te bereiken. Dit is met name van belang voor het bezoek van uitspelende verenigingen aan het sportcomplex. Vanaf de Oosterparkweg zijn er verschillende inprikkers aanwezig die de parkeerterreinen en voorzieningen in het Oosterpark ontsluiten. Vanaf het plangebied kan via de Visvliet en Vlietlaan in noordoostelijke richting de Rotterdamseweg worden bereikt. In noordwestelijke richting leiden o.a. de Geerlaan, Burgemeester de Zeeuwstraat en Populierenlaan naar de Rotterdamseweg. Via de Rotterdamseweg kan het hoofdwegennet worden bereikt. Parkeren Parkeerbehoefte Hoeveel parkeerplaatsen er in de toekomstige situatie aanwezig dienen te zijn binnen het plangebied, is afhankelijk van de beoogde functies in het gebied en de keuze in vervoerswijze die bezoekers maken. De aanpak van het park heeft voornamelijk een kwaliteitsverbetering als doel, waarbij niet direct veel meer parkeerders worden verwacht. Dit geldt ook voor de beperkte uitbreidingen die mogelijk worden gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/820/documents/29902