Armoedemonitor Ridderkerk over 2022.pdf
Tekst van het document
DUIDINGSRAPPORTAGE DASHBOARD MINIMA GEMEENTE RIDDERKERK Meting over 2022 versie 1.0
Opdrachtgever
Gemeente Ridderkerk
Datum
Juli 2023
Auteurs
Michelle Ellens Anieta Boer
KWIZ
Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen 050-5252473 contact@kwiz.nl
Uitgave
Deze uitgave is een uitgave van KWIZ B.V. Het overnemen van cijfers en/of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V..
INLEIDING De gemeente Ridderkerk voert een actief beleid ter bestrijding van armoede en schulden. Sinds 2014 maakt KWIZ jaarlijks een Armoedemonitor voor de gemeente Ridderkerk. De monitor biedt de gemeente een overzicht van de ontwikkelingen in de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het bereik van de minimaregelingen. Weergave van de minimahuishoudens Vanaf de meting over 2020 worden de cijfers in een online dashboard gepresenteerd waarin de gemeente zelf diverse analyses kan maken. In deze begeleidende duidingsrapportage worden de belangrijkste bevindingen benoemd. Inmiddels bevat het dashboard (en deze rapportage) drie meetmomenten: • • •
Peildatum 01-01-2021, gebruik van regelingen over geheel 2020 Peildatum 01-01-2022, gebruik van regelingen over geheel 2021 Peildatum 01-01-2023, gebruik van regelingen over geheel 2022
Voor iedere meting geeft de Armoedemonitor het aantal minimahuishoudens weer dat bij de gemeente in beeld is op de desbetreffende peildatum. Voor het huidige onderzoek is dat de peildatum 01-01-2023. Methodiek Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door gebruik van diverse informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens, maken we een inschatting van het aantal minimahuishoudens op 1 januari 2023. Daarvoor zijn registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding en gegevens van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet (Jw) en schuldhulpverlening (shv). Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. Daarnaast is een bestand van de Kamer van Koophandel met daarin alle zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in de gemeente gekoppeld aan de BRP. Op die manier wordt inzichtelijk hoeveel zzp’ers gebruikmaken van het minimabeleid.
Omdat wij niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep die, doordat ze geen gebruik maakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van bovenstaande bestanden in beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de bovenstaande onderzoeksmethode; De huishoudens die in beeld zijn op basis van bovenstaande methodiek beschouwen we als doelgroep voor het minimabeleid. De overige minimahuishoudens maakt geen gebruik van het minimabeleid en ook niet van andere ondersteuning vanuit de Participatiewet waardoor ze niet als minima bekend zijn bij de gemeente. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek ook niet mogelijk om deze groep in beeld te krijgen. Opzet rapportage dashboard minima In deze rapportage worden de belangrijkste bevindingen weergegeven. We beginnen met het hoofdstuk over minimahuishoudens, waarna de belangrijkste bevindingen over de minimakinderen worden weergegeven. Daarna volgen hoofdstukken over de energietoeslag en zzp’ers.Tot slot wordt ingegaan op het gebruik en bereik van de minimaregelingen en wordt de overlap met de Wmo, Jeugdwet en schuldhulpverlening.
1. MINIMAHUISHOUDENS • • •
Het aantal minimahuishoudens blijft stabiel over de jaren 2020 en 2022; Het aandeel huishoudens met een inkomen uit werk of WW-uitkering is toegenomen, terwijl het aandeel met een inkomen uit de Participatiewet is gedaald; Zeven op de tien minimahuishoudens is langdurig minima.
Verloop minimahuishoudens 2020 - 2022 Het aandeel minimahuishoudens in de gemeente Ridderkerk is in de tussen 2020 en 2022 stabiel gebleven. In de aantallen is een lichte fluctuatie te zien. Ten opzichte van 2020 (1.501) is het aantal minimahuishoudens in 2021 (1.476) gedaald. Daarentegen is er in 2022 (1.526) een stijging van het aantal minimahuishoudens te zien. Op 31 december 2022 hadden 1.562 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm (dit komt neer op 7,1 procent van alle huishoudens in de gemeente). Tabel 1.1 Minimahuishoudens naar inkomensverdeling (cumulatief) over de periode 2020 - 2022
Inkomen t.o.v. Wsm
2020
Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm
1.501
2021
2022
1.364
1.402
1.476
1.526
Tot 130% Wsm*
1.971
Aandeel in gemeente (tot 110% Wsm)
7,1%
6,9%
7,1%
Schatting totale doelgroep minimahuishoudens 2022 De gemeente Ridderkerk heeft niet alle minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld. Op basis van de Armoede Index wordt het totale aantal huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm geschat op 1.429 huishoudens (6,7 procent van alle huishoudens in de gemeente). Het totale aantal minimahuishoudens op 110 procent Wsm ligt op 1.600 huishoudens (7,6 procent van alle huishoudens). Het aandeel minimahuishoudens in Ridderkerk ligt iets boven het gemiddelde dat in vergelijkbare gemeenten gangbaar is; 6 à 7 procent. In totaal heeft de gemeente Ridderkerk 74 minimahuishoudens niet in beeld tot een inkomensniveau van 120 procent Wsm. Een uitsplitsing van de inkomensbronnen van deze huishoudens is te vinden op het dashboard. Hieronder gaan we verder in op de 1.526 minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Kenmerken 1.526 minimahuishoudens tot 110 procent Wsm in beeld Inkomensbron. De gemeente Ridderkerk heeft 1.526 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld. In de periode 2020 tot 2022 is de verhouding in inkomensbronnen van de minimahuishoudens veranderd. Het aandeel huishoudens dat een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt is afgenomen, terwijl het aandeel huishoudens met een overig inkomen – inkomen uit werk of een WW-uitkering – is toegenomen.
Dit past in het beeld van de landelijke ontwikkelingen; ook steeds meer werkende huishouden krijgen te maken met geldzorgen terwijl tegelijkertijd het aantal bijstandsuitkeringen daalt. Het aandeel AOW’ers in 2022 is nagenoeg gelijk aan 2020 en 2021. Tabel 1.2 Inkomensbronnen van minimahuishoudens over de periode 2020 - 2022
Inkomensbron
2020
2021
2022
Participatiewet
829
55%
821
56%
795
52%
AOW
246
16%
233
15%
240
16%
Overig
426
29%
432
29%
491
32%
Totaal
1.501
100%
1.476
100%
1.526
100%
Huishoudtype. Over de periode 2020 - 2022 is het aandeel alleenstaande minimahuishoudens licht gestegen (2020: 45 procent, 2021: 45 procent, 2022: 47 procent). Dit aandeel ligt hoger dan gemiddeld in andere vergelijkbare gemeenten. Daar is een aandeel van ongeveer 40 procent gangbaar.
* Over 2020 en 2021 is de doelgroep op 130 procent Wsm niet uitgesplitst. Daarom wordt deze groep alleen voor 2022 weergegeven in tabel 1.1. De vergelijking wordt daarom gedaan op 100 en 110 procent Wsm.
Achtergrond. Het aandeel minimahuishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond is ten opzicht van de vorige meting over 2021 stabiel gebleven (2020: 46 procent, 2021: 51 procent, 2022: 51 procent). Wijken. Het grootste deel minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm woont in de wijk Bolnes (2020: 22 procent, 2021: 23 procent, 2022: 24 procent). Dit aandeel neemt over de periode 2020 - 2022 licht toe. Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen, met name eenoudergezinnen met alleen minderjarige kinderen. Van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (848 huishoudens), heeft 32 procent (274 huishoudens) een inkomen tot 110 procent Wsm. Onder tweeoudergezinnen met minderjarige kinderen ligt dit aandeel aanzienlijk lager; namelijk 5 procent. Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie. Van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond (2.753 huishoudens), hebben 773 huishoudens (28 procent) een inkomen tot 110 procent Wsm. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dit 4 procent. Daarnaast hebben huishoudens in Centrum en Bolnes vaker dan gemiddeld een inkomen tot 110 procent Wsm (respectievelijk 11 en 10 procent).
Langdurige minima Het aandeel minimahuishoudens dat langdurig moet rondkomen van een minimuminkomen is over de periode 2020 tot 2022 stabiel gebleven. Op 31 december 2022 moesten 1.074 huishoudens als drie jaar of langer rondkomen van een inkomen tot 110 procent Wsm (71 procent van alle 1.526 minimahuishoudens). Het aandeel nieuwe minima is stabiel gebleven over de jaren; na een kleine piek in 2021 (2020: 12 procent, 2021: 15 procent, 2022: 12 procent). Tabel 1.3 Langdurigheid over de periode 2020 - 2022
Langdurigheid Tot 1 jaar 1 tot 3 jaar
2020
2021
173
12%
2022
222
15%
187
12%
302
20%
231
16%
265
17%
3 jaar of langer
1.026
68%
1.023
69%
1.074
71%
Totaal
1.501
100%
1.476
100%
1.526
100%
Instroom en uitstroom Instromers in de minimapopulatie. In 2022 zijn 732 personen ‘ingestroomd’ in de minimapopulatie. Dit aantal is iets toegenomen ten opzichte van 2021, toen waren 705 personen ‘ingestroomd’. Instromers in de minimapopulatie (‘nieuwe minima’) vormen een groep die gestimuleerd kan worden om de arbeidsmarkt (weer) te betreden. Ruim de helft van de groep instromers heeft in 2022 te maken gehad met een inkomensdaling en 40 procent van de instromers is in 2022 verhuisd naar de gemeente Ridderkerk. Daarnaast bestaat de doelgroep voor een groot deel (49 procent) uit personen jonger dan 27, woont veelal in Bolnes (24 procent) en een deel (39 procent) heeft een bijstandsuitkering. Uitstromers uit de minimapopulatie. In de gemeente Ridderkerk zijn 476 personen uit de minimapopulatie gestroomd in het jaar 2022. Het grootste deel van deze groep (62 procent) heeft een inkomensstijging ervaren. Een kleiner deel (38 procent) is uitgestroomd wegens verhuizing naar een andere gemeente of is komen te overlijden. Van de uitstromers ontving bijna een derde (30 procent) een uitkering vanuit de Participatiewet en 59 procent een overig inkomen. Driekwart van de uitstromers had een inkomen tot 100 procent Wsm en twee derde van de uitstromers woonde in een huishouden met thuiswonende kinderen.
2. MINIMAKINDEREN • • •
Het aantal en aandeel minimakinderen is stabiel tussen 2020 en 2022; Het aantal en aandeel kinderen in een gezin met een overige inkomensbron is in 2022 gestegen; het aandeel minimakinderen ligt hoger dan landelijk gemiddeld.
Verloop minimakinderen tot 18 jaar 2020 - 2022 Het aantal en aandeel kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm is stabiel gebleven in de periode 2020 tot 2022. Op 31 december 2022 heeft de gemeente Ridderkerk 1.082 minimakinderen in beeld (12,0 procent van alle kinderen in de gemeente). Dit zijn kinderen die op basis van het gebruik van regelingen en voorzieningen (in het gezin) in beeld zijn bij de gemeente. Tabel 2.1 Minimakinderen naar inkomensverdeling (cumulatief) over de periode 2020 - 2022
Inkomen t.o.v. Wsm
2020
Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm
1.061
2021
2022
934
981
1.047
1.082
Tot 130% Wsm*
1.212
Aandeel in de gemeente (tot 110% Wsm)
12,2%
11,8%
12,0%
Schatting totale doelgroep minimakinderen De gemeente Ridderkerk heeft niet alle minimakinderen met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld. Net als bij de minimahuishoudens in hoofdstuk, is er op basis van de Armoede Index het totale aantal minimakinderen geschat. Het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm wordt geschat op 1.005 kinderen (11,7 procent van alle kinderen). Het totaal aantal minimakinderen in huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm wordt geschat op 1.146 (13,3 procent van alle kinderen). Het aandeel minimakinderen ligt in Ridderkerk hoger dan het gemiddelde aantal kinderen (l7 à 8 procent) in vergelijkbare gemeenten. In totaal heeft de gemeente 64 minimakinderen tot 110 procent Wsm niet in beeld. Hieronder gaan we verder in op de 1.082 minimakinderen met een inkomen tot 110 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Kenmerken 1.082 minimakinderen tot 110 procent Wsm in beeld In de periode tussen 2020 en 2022 is het aandeel en aantal minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet bij benadering stabiel gebleven. Daarentegen is het aantal en aandeel kinderen in een gezin met een andersoortige inkomensbron in 2022 gestegen ten opzichte van 2020 en 2021.
Dit beeld past in een landelijke trend dat ook werkenden financiële zorgen hebben gekregen en moeten rondkomen van een minimuminkomen. Tabel 2.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens over de periode 2020 - 2022
Inkomensbron
2020
2021
2022
Participatiewet
642
61%
650
62%
637
59%
AOW
14
1%
16
2%
14
1%
Overig
405
38%
381
36%
431
40%
Totaal
1.061
100%
1.047
100%
1.082
100%
Het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een eenoudergezin is afgenomen in de periode 2020 tot 2022. Het aandeel kinderen dat opgroeit in een tweeoudergezin is daarentegen toegenomen. Verder hebben de meeste minimakinderen een niet-westerse migratieachtergrond (59 procent). Tot slot woont een vijfde van de minimakinderen in de wijk Bolnes (21 procent). Tabel 2.3 Huishoudverdeling kinderen in minimahuishoudens over de periode 2020 - 2022
Huishoudtype Eenoudergezin Tweeoudergezin Totaal
2020 650
2021 61%
625
2022 60%
630
58%
411
39%
422
40%
452
42%
1.061
100%
1.047
100%
1.082
100%
* Over 2020 en 2021 is de doelgroep op 130 procent Wsm niet uitgesplitst. Daarom wordt deze groep alleen voor 2022 weergegeven in tabel 1.1. De vergelijking wordt daarom gedaan op 100 en 110 procent Wsm.
Minimakinderen ten opzichte van alle kinderen: wat valt op? Sommige kinderen hebben meer kans op opgroeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Ridderkerk groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere huishoudens: 37 procent (630 minimakinderen) van alle kinderen (1.081) in een eenoudergezin groeit op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Dit aandeel ligt onder kinderen uit tweeoudergezinnen aanzienlijk lager: 6 procent (452 minimakinderen). Daarnaast groeien kinderen in huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden: 35 procent (685 kinderen) van alle kinderen met een dergelijke achtergrond woont in een minimahuishouden. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond is dit veel lager, 5 procent (338 kinderen). Figuur 2.1 Aandeel minimakinderen t.o.v. alle kinderen 2022; huishoudtype
Kinderen in oudergezin
Kinderen in tweeoudergezin
37%
630 van alle 1.711 kinderen in een eenoudergezin 452 van alle 7.188 kinderen in een tweeoudergezin
6%
Figuur 2.2 Aandeel minimakinderen t.o.v. alle kinderen 2022; achtergrond
Nederlandse achtergrond
5%
338 van alle 6.351 kinderen met een Nederlandse achtergrond
Westerse migratieachtergrond
11%
60 van alle 588 kinderen met een westerse migratieachtergrond
Niet-westerse migratieachtergrond
35%
685 van alle 1.960 kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond
3. MINIMAREGELINGEN •
Het bereik van de individuele inkomenstoeslag en Meedoen Volwassen is stabiel gebleven; Het bereik van de kwijtschelding, bijzondere bijstand, collectieve zorgverzekering en Meedoen kinderen kent een stijging; Bijna alle regelingen kennen een hoger bereik dan vergelijkbare gemeenten.
• •
Gebruik van de minimaregelingen Het gebruik is gemeten over de gehele kalenderjaren 2020, 2021 en 2022. Tabel 3.1 Gebruik van de minimaregelingen onder minimahuishoudens in aantallen over de periode 2020 - 2022
Regelingen
Gebruik in 2020
Gebruik in 2021
Gebruik in 2022
Kwijtschelding
859 huishoudens
1.042 huishoudens
1.127 huishoudens
Bijzondere bijstand
482 huishoudens
438 huishoudens
490 huishoudens
Individuele inkomenstoeslag
442 huishoudens
406 huishoudens
447 huishoudens
Collectieve zorgverzekering
1.110 huishoudens
1.164 huishoudens
1.167 huishoudens
Meedoen Volwassenen
900 huishoudens
903 huishoudens
872 huishoudens
Meedoen Kindpakket
403 huishoudens
384 huishoudens
352 huishoudens
Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere vergelijkbare gemeenten (met een inwonertal tot 50.000).
2020
2021
2022
Landelijk gemiddelde
50-55%
65%
71%
Meedoen kindpakket
68%
35-40%
54%
55%
55%
Meedoen volwassenen
35-40%
51%
47%
46%
Collectieve zorgverzekering
40-45%
45%
48%
Individuele inkomenstoeslag
48%
20-25%
31%
27%
28%
Bijzondere bijstand
70-75%
79%
73%
Kwijtschelding
71%
Figuur 3.1 Het bereik van de minimaregelingen onder minimahuishoudens over de periode 2020 - 2022
• • • • • •
De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kent een stijging (2022: 79 procent). Inmiddels ligt het bereik boven het landelijk gemiddelde. Bij vergelijkbare gemeente zien we een bereik tussen de 70 en 75 procent. Het bereik van de bijzondere bijstand is licht gestegen; Het gemiddelde bereik in andere gemeenten ligt tussen de 20 en 25 procent. In Ridderkerk ligt het bereik boven het landelijke gemiddelde. Het bereik van de individuele inkomenstoeslag is redelijk stabiel en ligt hoger dan het landelijke gemiddelde. In vergelijkbare gemeenten is een bereik tussen 40 en 45 procent gangbaar. Het bereik in de gemeente Ridderkerk ligt hier iets onder. De helft van de minimahuishoudens (51 procent) maakt gebruik van de collectieve zorgverzekering; ten opzichte van de vorige jaren is er een stijging te zien in het bereik. Ook ligt het bereik boven het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten (35 tot 40 procent). Het bereik voor Meedoen volwassenen in stabiel over de afgelopen drie jaar. Het bereik ligt boven het gemiddelde. Gemiddeld is dit een bereik van 35 tot 40 procent. De Meedoenregeling voor kinderen kent ten opzichte van 2021 in 2022 een hoger bereik. Gemiddeld zien we voor een kindregeling een bereik tussen de 50 en 55 procent. In Ridderkerk ligt het bereik hoger.
4. ENERGIETOESLAG • •
85 procent van alle minimahuishoudens in Ridderkerk heeft gebruik gemaakt van de energietoeslag; De toeslag is het meest verstrekt aan huishoudens in de wijk Bolnes
Huishoudens 2022 Als gevolg van het hoge prijspeil van gas en elektriciteit heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag geïntroduceerd; een regeling die iedere gemeente kon verstrekken als compensatie voor minimahuishoudens. In de gemeente Ridderkerk konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Er is hierbij geen rekening gehouden met de vermogensgrenzen zoals die gelden binnen de Participatiewet. In totaal hebben 2.119 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag; dat is 10 procent van alle huishoudens in de gemeente Ridderkerk. Niet alle huishoudens die gebruik zouden mogen maken van de energietoeslag, hebben dat ook gedaan. Van deze 2.119 huishoudens is 61 procent (1.300 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden. Van deze huishoudens is bekend dat zij een inkomen hebben tot 110 procent Wsm en een vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. De overige 39 procent (819 huishoudens) van de gebruikers van de energietoeslag heeft (ook) een inkomen tot 110 procent Wsm. Het vermogen ligt echter mogelijk boven de vermogensgrenzen van de Participatiewet, of is onbekend. Daarnaast is het mogelijk dat binnen deze groep huishoudens verder niet gebruikmaken van een inkomensondersteunende regeling van de gemeente, waardoor ze nog niet op een andere manier in beeld zijn bij de gemeente.
Hierdoor zijn deze huishoudens nog niet aangemerkt als ‘minimahuishouden’.
Minimahuishoudens met energietoeslag Van alle (1.526) minimahuishoudens in de gemeente Ridderkerk heeft 85 procent gebruik gemaakt van de energietoeslag. Deze regeling is voor het eerst verstrekt in 2022, waardoor er geen vergelijking valt te trekken met voorgaande jaren. In vergelijkbare gemeenten zien we een percentage tussen 80 en 85 procent. Tabel 4.1 Gebruik energietoeslag in 2022
Energietoeslag Minimahuishouden tot 110 procent Wsm Overige huishoudens Totaal
2022 1.300
61%
819
39%
2.119
100%
Kenmerken huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag in beeld De minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm die gebruikmaken van de energietoeslag vormen meestal een alleenstaand huishouden (47 procent), hebben veelal een niet-westerse migratieachtergrond (52 procent) en ruim de helft van de huishoudens ontvangt een uitkering vanuit de Participatiewet (58 procent). Het betreft bovendien vaak langdurige minima; 75 procent van de minimahuishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag moeten al drie jaar of langer rondkomen van een inkomen tot 110 procent Wsm.
5. GEBRUIK EN OVERLAP WMO, SCHULDHULPVERLENING EN JEUGDWET 5.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
In totaal hebben 3.502 huishoudens gebruik gemaakt van een of meerdere Wmo voorzieningen, dit is 16 procent van alle huishoudens in de gemeente Ridderkerk. In de periode 2020 – 2022 is het aantal huishoudens met een Wmo-voorziening gestegen (2020: 3.272 huishoudens, 2022: 3.502 huishoudens). Minimahuishoudens met Wmo Een deel van de minimahuishoudens heeft ook andere ondersteuningsvragen. Zo krijgen 421 minimahuishoudens een of meerdere Wmo-voorzieningen; dat komt neer op 28 procent van alle (1.526 minimahuishoudens). Bij vergelijkbare gemeenten is een overlap tussen 25 en 30 procent gangbaar. Vergeleken met het aantal huishoudens met een Wmo-voorziening binnen de hele populatie (ongeacht de inkomenshoogte) van de gemeente Ridderkerk (3.502 huishoudens, 16 procent), is dat een relatief hoog percentage. Tabel 5.1 Gebruik Wmo over de periode 2020 - 2022
2020 Minimahuishouden met Wmo
394
2021 12%
394
2022 9%
421
8%
Niet-minimahuishouden met Wmo
2.878
88%
3.040
91%
3.081
92%
Totaal
3.272
100%
3.434
100%
3.502
100%
5.2 Schuldhulpverlening
In totaal kregen 195 huishoudens een vorm van schuldhulpverlening in de gemeente Ridderkerk. Dit is 0,9 procent van alle huishoudens in de gemeente. In de periode 2020 – 2022 schommelt het aantal huishoudens met een vorm van schuldhulpverlening. In 2020 kregen 249 huishoudens hulp, 2021 306 huishoudens en in 2022 is dit aantal weer gedaald tot 195 huishoudens. Dit komt met name door een afname van het gebruik van schuldhulpverlening door niet-minimahuishoudens. Minimahuishoudens met schuldhulpverlening In de meest recente meting over 2022 zijn 145 huishoudens die gebruik maken van de schuldhulpverlening ook bekend als minimahuishouden (met een inkomen tot 110 procent Wsm). Dit is 10 procent van alle (1.526 minimahuishoudens). Dit ligt in lijn met het overlap in vergelijkbare gemeenten. De verdeling tussen minimahuishoudens en niet-minimahuishoudens in een schuldhulpverleningstraject is over de periode 2020 tot 2022 veranderd; het aandeel minimahuishoudens met schuldhulpverlening is gestegen 60 procent in 2020 naar 79 procent in 2022. Tabel 5.2 Gebruik schuldhulpverlening over de periode 2020 - 2022
2020
2021
2022
Minimahuishouden met SHV
149
60%
176
58%
145
79%
Niet-minimahuishouden met SHV
100
40%
130
42%
40
21%
Totaal
249
100%
306
100%
195
100%
5.3 Jeugdwet
De Jeugdwetindicaties worden getoond op twee niveaus: huishoudniveau en kindniveau. Op huishoudniveau gaat het om het aantal huishoudens met kinderen die een Jeugdwetindicatie hebben. Op kindniveau gaat het om het aantal kinderen met een Jeugdwetindicatie. Jeugdwet op huishoudniveau In 2022 hebben 899 huishoudens ondersteuning gekregen vanuit de Jeugdwet, zij vormen 12 procent van alle huishoudens in de gemeente Ridderkerk. In de periode 2020 – 2022 is het aantal huishoudens met een vorm van Jeugdwet gestegen (2020: 784 huishoudens; 2022: 899 huishoudens). Minimahuishoudens met Jeugdwet Verder hebben 124 huishoudens (14 procent) een of meerdere kinderen met een indicatie vanuit de Jeugdwet. Het aantal en aandeel minimahuishoudens met een Jeugdwet-indicatie ten opzichte van alle huishoudens met een Jeugdwet-indicatie is de afgelopen drie jaar stabiel gebleven.
Tabel 5.3 Gebruik huishoudens Jeugdwet over de periode 2020 - 2022
2020 Minimahuishouden met Jeugdwet
122
2021 16%
131
2022 15%
124
14%
Niet-minimahuishouden met Jeugdwet
662
84%
728
85%
775
86%
Totaal
784
100%
859
100%
899
100%
Jeugdwet op kindniveau In 2022 hebben 1.053 kinderen een indicatie vanuit de Jeugdwet, dit is 8,7 procent van alle kinderen in de gemeente Ridderkerk. Het aantal kinderen met een indicatie is in de periode 2020 – 2022 gestegen (2020: 923 kinderen naar 2022: 1.053 kinderen). Kinderen met Jeugdwet In totaal hebben 1.053 kinderen in de gemeente Ridderkerk een Jeugdwetvoorziening; 153 kinderen daarvan wonen in een minimahuishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Het aantal minimakinderen met een Jeugdwetvoorziening is stabiel gebleven (2020: 148 kinderen, 2021: 152 kinderen, 2022: 153 kinderen). Tabel 5.3 Gebruik Jeugdwet kinderen over de periode 2020 - 2022
2020
2021
2022
Minimahuishouden met jeugdwet
148
16%
152
15%
153
14%
Niet-minimahuishouden met jeugdwet
775
84%
862
85%
900
86%
Totaal
923
100%
1.014
100%
1.053
100 %
6. ZZP’ERS Zelfstandigen Er zijn 21.169 huishoudens in de gemeente Ridderkerk, hiervan zijn 2.517 huishoudens actief als zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Vaak is er één zzp’er per huishouden actief, dus als we het aantal zzp’ers afzetten tegen het aantal huishoudens in de gemeente, dan woont in 12 procent van alle huishoudens een zzp’er. Meer dan de helft van deze groep (56 procent) betreft een huishouden met kinderen. De meeste huishoudens met kinderen betreffen paren met kinderen (47 procent). Daarmee komt het percentage zelfstandigen in eenoudergezinnen op 9 procent. De helft van de zelfstandigen is 45 tot 66 jaar en 65 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Zelfstandigen in minimahuishoudens In totaal behoren 22 zzp’er tot de minimadoelgroep met een inkomen tot 110 procent Wsm. Opnieuw betreft dit grotendeels huishoudens met kinderen: 5 procent betreft een eenoudergezin en 55 procent betreft een paar met kinderen. Meer dan de helft van de zelfstandigen is tussen de 27 tot 45 jaar. Tot slot heeft 36 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 41 procent een Nederlandse achtergrond. Verhoudingsgewijs zijn er meer zzp’er met een Nederlandse achtergrond, maar daarentegen behoren meer zzp’er met een migratieachtergrond tot de minima in de gemeente Ridderkerk