Armoedemonitor Ridderkerk 2024.pdf
Tekst van het document
Duidingsrapport Dashboard Minima 2024 Gemeente Ridderkerk
Opdrachtgever Gemeente Ridderkerk Datum Juni 2025 Auteurs Jitske Kooistra – van der Wijk Maaike Bonnema KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.
Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 1 1. Minimahuishoudens .................................................................................................................. 3 2. Minimakinderen ......................................................................................................................... 5 3. Minimaregelingen ...................................................................................................................... 7 4. Gebruik en overlap gemeentelijke voorzieningen ..................................................................... 9 4.1. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ..................................................................... 9 4.2. Schuldhulpverlening ........................................................................................................... 9 4.3. Jeugdwet............................................................................................................................. 9 5. Betalingsachterstanden bij zorgverzekeraars ......................................................................... 11
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
Inleiding De gemeente Ridderkerk voert een actief beleid ter bestrijding van armoede en schulden. Sinds 2014 maakt KWIZ jaarlijks een Armoedemonitor voor de gemeente Ridderkerk. De monitor biedt de gemeente een overzicht van de ontwikkelingen in de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het bereik van de minimaregelingen. Weergave van de minimahuishoudens Vanaf de meting over 2020 worden de cijfers in een online dashboard gepresenteerd waarin de gemeente zelf diverse analyses kan maken. In deze begeleidende duidingsrapportage worden de belangrijkste bevindingen benoemd. Inmiddels bevat het dashboard vijf meetmomenten: • • • • •
Peildatum 01-01-2021, gebruik van regelingen over geheel 2020; Peildatum 01-01-2022, gebruik van regelingen over geheel 2021; Peildatum 31-12-2022, gebruik van regelingen over geheel 2022; Peildatum 31-12-2023, gebruik van regelingen over geheel 2023; Peildatum 31-12-2024, gebruik van regelingen over geheel 2024.
De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie weer op de betreffende peildatum van het onderzoek, op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Meer specifiek gaat het om de minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent1 van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de diverse regelingen is gemeten over het gehele jaar voorafgaand aan de peildatum: dus van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024. Methodiek Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen aangeleverd: de Participatiewet, AIO, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke heffingen en gegevens van Wmo, Jeugdwet en schuldhulpverlening. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het gebruik van voorzieningen. Daarnaast zijn bestanden gekoppeld van de schuldhulpverlening en de energietoeslag.
De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op die van de oudste persoon in het huishouden. De verdeling naar inkomensbronnen is dus ook op huishoudniveau en daarbij kijken we naar de hoofd inkomensbron van het huishouden. De gebruikers van regelingen betreffen diegenen die gekoppeld konden worden aan de BRP en als minima zijn geclassificeerd. Schatting totale doelgroep Aangezien zowel KWIZ als de gemeente niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep minimahuishoudens die, doordat ze geen gebruikmaakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van de genoemde bestanden in beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de beschreven onderzoeksmethode (zie hierboven).
1 In de gemeente heeft alleen de collectieve zorgverzekering een inkomensgrens van 130 procent Wsm.
Om een representatief beeld te geven van de doelgroep wordt daarom gerapporteerd op een inkomen van 110 procent Wsm.
1
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
Daarnaast maken we, op basis van de door KWIZ ontwikkelde Armoede Index, een schatting van het aantal minimahuishoudens dat niet bij de gemeente in beeld is, maar wél een laag inkomen en laagvermogen heeft. Zo maken we een inschatting van de totale doelgroep van het minimabeleid. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek niet mogelijk om gedetailleerde kenmerken van deze ‘ontbrekende’ doelgroep in beeld te krijgen. Wel geven we op het dashboard een verdeling naar inkomensbronnen weer van de totale geschatte doelgroep. Opzet rapportage en dashboard Het eerste hoofdstuk geeft inzicht in de omvang en kenmerken van de groep minimahuishoudens. In het tweede hoofdstuk volgen de belangrijkste bevindingen over de minimakinderen. Het derde hoofdstuk gaat over het gebruik en bereik van de minimaregelingen. Vervolgens wordt de overlap met overige voorzieningen – Wmo, Jeugdwet, schuldhulpverlening in beeld gebracht. Tot slot kijken we naar de betalingsachterstanden bij zorgverzekeraars (CAK) en de overlap met een minimuminkomen. In het dashboard en duidingsrapport worden de kenmerken weergegeven van de doelgroep die in beeld is, tenzij anders aangegeven. Bij het bereik van de minimaregelingen gaat het om de totale geschatte doelgroep (dus inclusief de minima die niet in beeld zijn).
Vergelijkingen met landelijke cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ en/of openbare cijfers van het CBS. Waar mogelijk worden de cijfers vergeleken met de voorgaande metingen over 2022 en 2023.
2
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
1. Minimahuishoudens • • •
Het aandeel minimahuishoudens dat bij de gemeente Ridderkerk in beeld is, is licht gedaald in de periode 2022 - 2024; Het aandeel minimahuishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet is gestegen tussen 2022 en 2024; Ruim driekwart van de minimahuishoudens is langdurig minima.
Schatting totale doelgroep huishoudens Op basis van de Armoede Index schatten we de totale minimapopulatie met een inkomen op 100 procent Wsm – bijstandsniveau – op 1.482 huishoudens. Dat komt neer op 6,9 procent van alle huishoudens in de gemeente Ridderkerk. Dit ligt in lijn met het gemiddelde aandeel minimahuishoudens met een inkomen op bijstandsniveau in vergelijkbare gemeenten: 5 tot 7 procent. De totale minimapopulatie met een inkomen op 110 procent Wsm schatten we op 1.675 huishoudens; 7,8 procent van alle huishoudens in de gemeente Ridderkerk. Ook dit aandeel ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten, waar een aandeel van 7 tot 9 procent gangbaar is. Minimahuishoudens in beeld Niet alle minimahuishoudens maken gebruik van een uitkering of een regeling; daarom heeft een gemeente niet alle huishoudens met een minimuminkomen in beeld. Het aandeel minimahuishoudens dat bij de gemeente in beeld is, is tussen 2022 en 2024 redelijk stabiel gebleven. Tussen 2023 en 2024 heeft echter een lichte daling plaatsgevonden van het aantal huishoudens dat de gemeente in beeld heeft op 100, 110 en 130 procent Wsm. Op 31 december 2024 had de gemeente 1.376 huishoudens in beeld met een inkomen op bijstandsniveau (6,3 procent van alle huishoudens in de gemeente). Op 110 procent Wsm had de gemeente 1.470 huishoudens in beeld (6,8 procent van alle huishoudens in de gemeente Ridderkerk).
Tabel 1.1.1 Aantal (minima)huishoudens (cumulatief) Inkomen t.o.v. In beeld in 2022 In beeld in 2023 Wsm Tot 100% Wsm 1.402 6,5% 1.418 6,5% Tot 110% Wsm 1.526 7,1% 1.520 7,0% Tot 130% Wsm 1.971 9,2% 1.959 9,0% Totaal
In beeld in 2024 1.367 1.470 1.956
6,3% 6,8% 9,0%
Schatting totale doelgroep 2024 1.482 6,9% 1.675 7,8% 2.380 11,1% 21.730 100%
Kenmerken 1.470 minimahuishoudens tot 110 procent in beeld Inkomensbron. Van de 1.470 huishoudens met een inkomen tot 110 procent die de gemeente Ridderkerk in beeld heeft, heeft ruim de helft en uitkering vanuit de Participatiewet. Ruim een kwart heeft een inkomen vanuit een overige inkomensbron (zoals werk of een WW-uitkering) en 16 procent heeft een AOW-uitkering. De verhoudingen van de inkomensbronnen zijn stabiel gebleven opzichte van de metingen uit 2022 en 2023. Het aandeel huishoudens met een inkomen vanuit de Participatiewet is lichtelijk gestegen en het aandeel huishoudens met een andersoortig is licht gedaald. Het aandeel huishoudens met een inkomen vanuit de Participatiewet ligt echter nog steeds hoger dan we gemiddeld bij andere gemeenten zien (het gangbare gemiddelde is tussen de 40 en 45 procent). Tabel 1.1.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 110% Wsm Inkomensbron 2022 2023 795 52% 806 Participatiewet 240 16% 223 AOW 491 32% 491 Ander inkomen 1.526 100% 1.520 Totaal 3
53% 15% 32% 100%
2024 830 232 408 1.470
56% 16% 28% 100%
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
Huishoudtype. Het aandeel alleenstaanden is over de periode van 2022 en 2024 stabiel gebleven: namelijk 47 procent. Ook de verhouding van andere huishoudtypen zijn stabiel gebleven, met hier en daar een lichte verschuiving. Het aandeel eenoudergezinnen 2 is bijvoorbeeld gedaald van 28 procent in 2023 naar 27 procent in 2024. Achtergrond. De helft van de minimahuishoudens heeft een niet-westerse migratieachtergrond. Verder heeft 10 procent een westerse migratieachtergrond en 38 procent heeft een Nederlandse achtergrond. De verdeling van achtergrond van de minimahuishoudens is stabiel gebleven ten opzichte van de afgelopen metingen (de verschuivingen zijn klein). Wijken. Het grootste aandeel minimahuishoudens woont in de wijk Bolnes (23 procent). Dit is ook terug te zien in de vorige metingen (2022: 24 procent, 2023: 24 procent). Verder woont 19 procent in Drievliet en 16 procent woont in de wijk Oost. Doelgroepen Sommige doelgroepen moeten in verhouding vaker rondkomen van een minimuminkomen dan anderen. • Eenoudergezinnen hebben in verhouding vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen. Van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (1.159 huishoudens) heeft 26 procent een minimuminkomen tot 110 procent Wsm. Dit aandeel ligt een stuk lager onder meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen, namelijk op 6 procent.
• Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben daarnaast in verhouding vaker een minimuminkomen dan huishoudens met een westerse migratieachtergrond of een Nederlandse achtergrond. Van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft 25 procent (785 huishoudens) een inkomen tot 110 procent Wsm. • Huishoudens uit de wijken Centrum, Bolnes en Oost hebben in verhouding ook vaker een minimuminkomen (9 tot 11 procent) dan huishoudens die woonachtig zijn in andere wijken. Langdurige minima op 110 procent Wsm Bijna acht op de tien minimahuishoudens in Ridderkerk moet langdurig rondkomen van een minimuminkomen tot 110 procent Wsm. Het betreft 78 procent van de minimahuishoudens op bijstandsniveau (1.073 huishoudens) en 77 procent van de minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm (1.133 huishoudens). Het aandeel langdurige minima fluctueert over de periode van 2022 tot 2024. In 2021 was dit nog 71 procent (1.074 huishoudens). In 2023 dit was gestegen 79 procent (1.196 huishoudens) en in 2024 is dit weer licht afgenomen naar 77 procent (1.133 huishoudens). Het gangbare gemiddelde ligt rond de 70 tot 75 procent, het aandeel in Ridderkerk zit hier dus boven. Tabel 1.1.3 Langdurige minima op 110% Wsm Langdurigheid 2022 187 12% 0 tot 1 jaar 265 17% 1 tot en 3 jaar 1.074 71% 3 jaar en langer 1.526 100% Totaal
2023 121 203 1.196 1.520
8% 13% 79% 100%
2024 170 167 1.133 1.470
12% 11% 77% 100%
2 Het hier om het aandeel eenoudergezinnen met minderjarige (en eventueel meerderjarige) kinderen.
4
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
2. Minimakinderen • • •
Het aantal minimakinderen dat bij de gemeente Ridderkerk in beeld is, is gedaald in de periode 2022 tot 2024; Ruim de helft van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een inkomen uit de Participatiewet; Het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een eenoudergezin is gedaald tussen 2022 en 2024.
Schatting totale doelgroep minimakinderen Op basis van de Armoede Index is het aantal minimakinderen dat opgroeit in een huishouden tot 100 procent Wsm geschat op 1.069 kinderen (11,9 procent van alle kinderen in de gemeente Ridderkerk). Het totaal aantal minimakinderen op 110 procent Wsm schatten we op 1.199 kinderen (13,0 procent). Dat ligt boven het gangbare aandeel van circa 9 procent in vergelijkbare gemeenten. Minimakinderen in beeld Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente Ridderkerk niet alle minimakinderen in beeld heeft. Het aantal én het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm – en bij de gemeente Ridderkerk in beeld is - is over de periode van 2022 tot 2024 gedaald. In 2023 lag dit aandeel op 11,5 procent en in 2024 is dit gedaald naar 10,5 procent. Dit geldt eveneens voor het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm (2023: 12,4 procent, 2024: 11,3 procent). Op een inkomensniveau van 130 procent Wsm zien we dat het aantal kinderen dat bij de gemeente in beeld is, stabiel is gebleven tussen 2023 en 2024. Tegelijkertijd is het aandeel gedaald, omdat het totale aantal kinderen in de gemeente Ridderkerk is toegenomen. Tabel 2.1.1 Aantal kinderen in (minima)huishoudens (cumulatief) Inkomen t.o.v.
Wsm Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 130% Wsm Totaal aantal kinderen
In beeld in 2022 981 1.082 1.212
10,9% 12,0% 13,4%
In beeld in 2023 1.048 1.129 1.252
11,5% 12,4% 13,8%
In beeld in 2024 984 1.063 1.232
10,5% 11,3% 13,1%
Schatting totale doelgroep 2024 1.069 11,9% 1.199 13,0% 1.606 17,4% 9.335
100%
Kenmerken 1.063 minimakinderen tot 110 procent in beeld Inkomensbron. Het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet is ten opzichte van de voorgaande metingen in 2022 en 2023 gestegen van 58/59 procent naar 64 procent. Dit betekent (logischerwijs) dat het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een andersoortig inkomen is gedaald. Gemiddeld zien we dat het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een uitkering rond de 50 en 55 procent ligt. Het aandeel in Ridderkerk ligt dus hoger. Tabel 2.1.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens, inkomen tot 110% Wsm Inkomensbron 2022 2023 2024 637 59% 651 58% 682 Participatiewet 445 41% 478 42% 381 Ander inkomen 1.082 100% 1.129 100% 1.063 Totaal
64% 36% 100%
Overige kenmerken. Bij het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een eenoudergezin is ten opzichte van de voorgaande metingen een dalende trend te zien. In 2022 groeide 58 procent (630 kinderen) op in een eenoudergezin met een inkomen tot 110 procent Wsm en in 2024 is dit gedaald naar 55 procent (580 kinderen). De overige kenmerken zijn redelijk stabiel gebleven ten 5
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
opzichte van de vorige jaren, met een paar kleine verschuivingen. Zo heeft de meerderheid van de kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden een niet-westerse migratieachtergrond (66 procent) en het grootste aandeel groeit op in Bolnes (21 procent). Tabel 2.1.3 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens, inkomen tot 110% Wsm Inkomensbron 2022 2023 2023 630 58% 633 56% 580 Eenoudergezin 452 42% 496 44% 483 Tweeoudergezin 1.082 100% 1.129 100% 1.063 Totaal
55% 45% 100%
Minimakinderen ten opzichte van alle kinderen: wat valt op? Sommige kinderen hebben een grotere kans om op de groeien in armoede dan anderen. Kinderen in een eenoudergezin groeien in verhouding vaker op in een huishouden met een minimuminkomen dan kinderen in tweeoudergezinnen: 30 procent van alle kinderen in een eenoudergezin in de gemeente Ridderkerk groeit op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben eveneens een grotere kans om op te groeien in armoede: van alle kinderen in de gemeente Ridderkerk met een dergelijke achtergrond groeit 31 procent op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Bij kinderen met een Nederlandse achtergrond ligt dit aandeel op 5 procent. Figuur 2.1.1. Aandeel minimakinderen t.o.v. alle kinderen; huishoudtype
Kinderen in tweeoudergezinnen
Kinderen in eenoudergezinnen
483 van alle 7.412 kinderen in een tweeoudergezin in de gemeente Ridderkerk
6%
580 van alle 1.901 kinderen in een eenoudergezin in de gemeente Ridderkerk
30%
Figuur 2.1.2. Aandeel minimakinderen t.o.v. alle kinderen; achtergrond
Kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond
31%
697 van alle 2.252 kinderen met een niet-westerse migratieachtergron d
9%
63 van alle 637 kinderen met een westerse migratieachtergron d
Kinderen met een Nederlandse achtergrond 5%
303 van alle 6.446 kinderen met een Nederlandse achtergrond
Kinderen met een westerse migratieachtergrond
6
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
3. Minimaregelingen • • •
Het bereik van de kwijtschelding, bijzondere en IIT ligt in lijn met het gemiddelde bereik. Het gebruik van de Meedoenregelingen voor volwassenen én kinderen is toegenomen tussen 2023 en 2024. Het bereik van deze regelingen ligt boven het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten. Het bereik van de collectieve zorgverzekering ligt boven het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten.
Gebruik van de minimaregelingen Het gebruik is gemeten over het gehele kalenderjaar 2024. Tabel 3.1.1 Gebruik en bereik regelingen Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Meedoen volwassenen Meedoen Kindpakket
Gebruik in 2022 1.127 huishoudens 490 huishoudens
Gebruik in 2023 1.215 huishoudens 445 huishoudens
Gebruik in 2024 1.086 huishoudens 436 huishoudens
447 huishoudens
494 huishoudens
481 huishoudens
1.167 huishoudens
1.188 huishoudens
1.219 huishoudens
872 huishoudens 352 huishoudens
852 huishoudens 345 huishoudens
892 huishoudens 420 huishoudens
Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere vergelijkbare gemeenten (met een inwonertal tot 50.000). • •
• • •
•
Het gebruik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is gedaald ten opzichte van de metingen in 2022 en 2023. Het bereik van de kwijtschelding (73 procent) ligt echter nog steeds in lijn met het landelijke gemiddelde van 70 tot 75 procent. De bijzondere bijstand heeft eveneens dalende gebruikscijfers in de periode tussen 2022 en 2024. Dat is ook terug te zien in het bereikspercentage. In 2024 had de bijzondere bijstand een bereik van 26 procent en dat ligt in lijn met het gangbare bereik van 20 tot 30 procent. De helft (49 procent) van de doelgroep maakt gebruik van de individuele inkomenstoeslag in 2024. Het bereik ligt in lijn met het gemiddelde bereik van 40 tot 50 procent. De collectieve zorgverzekering wordt in de periode 2022 tot 2024 door steeds meer huishoudens gebruikt. Het bereik van de regeling ligt met 51 procent boven het gangbare bereik van 30 tot 40 procent. Volwassenen kunnen gebruik maken van de regeling Meedoen3; zij krijgen dan een Ridderkerkpas om sportieve of culturele activiteiten te ondernemen. In 2024 hebben 892 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling; dat geeft een bereik van 53 procent. Het bereik ligt boven het gangbare bereik van een participatieregeling voor volwassenen (30 tot 40 procent). Ook kinderen kunnen gebruikmaken van de regeling Meedoen via de Ridderkerkpas.
Het bereik van 62 procent ligt boven het gangbare bereik van 45 tot 55 procent voor een participatieregeling voor kinderen.
3 De regeling Meedoen wordt ambtshalve verstrekt aan huishoudens met een bijstandsuitkering. Verder
kunnen huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm de regeling aanvragen.
7
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
Figuur 3.1.1. Bereik gemeentelijke regelingen in de periode 2022 tot 2024
Bereik gemeentelijke regelingen Landelijk bereik
Bereik 2022
Bereik 2023
Bereik 2024 70-75% 79%
Kwijtschelding
84% 73%
Bijzondere bijstand
20-30% 31% 28% 26% 40-50% 45%
Individuele inkomenstoeslag
50% 49% 30-40% 51% 52% 51%
Collectieve zorgverzekering
30-40% 55% 53% 53%
Meedoen volwassenen
45-55% 71%
Meedoen kindpakket
61% 62%
8
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
4. Gebruik en overlap gemeentelijke voorzieningen 4.1. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) In totaal maken 3.513 huishoudens binnen de gemeente Ridderkerk gebruik van een voorziening op grond van de Wmo. Het totale aantal dat gebruikmaakt van een Wmo-voorziening fluctueert licht tussen 2022 en 2024 (2022: 3.502 huishoudens, 2023: 3.481 huishoudens en 2024: 3.513 huishoudens). De meeste verstrekkingen vanuit de Wmo zijn gedaan voor vervoersvoorzieningen en huishoudelijke hulp. Minimahuishoudens met een Wmo-voorziening Op de peildatum zijn 618 huishoudens met een Wmo-voorziening ook in beeld als minimahuishouden; dit is 29 procent van alle minimahuishoudens. Deze overlap ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten waar een percentage van 25 tot 35 procent gangbaar is. Tabel 4.1.1 Gebruik Wmo Inkomensniveau Minimahuishouden met Wmo Niet-minimahuishouden met Wmo Totaal
2022 421 8% 3.081 92% 3.502 100%
2023 435 12% 3.046 88% 3.481 100%
2024 618 18% 2.895 82% 3.513 100%
4.2. Schuldhulpverlening In totaal maken 127 huishoudens binnen de gemeente Ridderkerk gebruik van een vorm van schuldhulpverlening via Verder of de Kredietbank4. De meerderheid van de huishoudens die een vorm van schuldhulpverlening ontvangen zijn minimahuishoudens (70 procent). De overige 30 procent zijn niet-minimahuishoudens die een vorm van schuldhulpverlening ontvangen. Minimahuishoudens met schuldhulpverlening Op de peildatum zijn 89 huishoudens met een vorm van schuldhulpverlening ook in beeld als minimahuishouden; dit is 6 procent van alle minimahuishoudens in de gemeente Ridderkerk. Tabel 4.2.1 Gebruik SHV Inkomensniveau Minimahuishouden met SHV Niet-minimahuishouden met SHV Totaal
2022 145 79% 40 21% 195 100%
2023 120 75% 41 25% 161 100%
2024 89 70% 38 30% 127 100%
4.3. Jeugdwet De Jeugdwetindicaties worden getoond op twee niveaus: huishoudniveau en kindniveau. Op huishoudniveau gaat het om het aantal huishoudens met kinderen die een Jeugdwetindicatie hebben. Op kindniveau gaat het om het aantal kinderen met een Jeugdwetindicatie. De meeste verstrekkingen zijn gedaan voor ambulante hulp of Jeugd GGZ. Jeugdwet op huishoudniveau In 2024 hebben 969 huishoudens een vorm van ondersteuning gekregen op basis van de Jeugdwet. Het totale aantal huishoudens met een Jeugdwet-indicatie is toegenomen in de periode tussen 2022 en 2024 (2022: 899 huishoudens, 2023: 873 huishoudens en 2024: 969 huishoudens).
4 De Kredietbank is in 2023 gestart en heeft vanaf dat moment nieuwe cases opgepakt. Voortrajecten
worden door de klantmanager uitgevoerd, en niet door de Kredietbank. Daarnaast worden hercontroles van bestaande klanten die zijn ingestroomd tot 1 januari 2023 uitgevoerd door de voormalige partner van schuldhulpverlening in Ridderkerk: Verder.
9
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
Minimahuishoudens met Jeugdwet Van de 969 huishoudens met een Jeugdwet indicatie zijn 140 in beeld als minimahuishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Dat is 12 procent van alle huishoudens met een Jeugdwet indicatie. Tabel 4.3.1 Gebruik huishoudens Jeugdwet Inkomensniveau 2022 Minimahuishouden met Jeugdwet 124 14% Niet-minimahuishouden met 775 86% Jeugdwet Totaal 899 100%
2023 121 15%
2024 119 12%
752
85%
850
88%
873
100%
969
100%
Jeugdwet op kindniveau Het totale aantal kinderen met een Jeugdwetindicatie in 2024 is gestegen ten opzichte van 2022 en 2023. In totaal maken 1.058 kinderen gebruik van een Jeugdwetvoorziening. In totaal is 16 procent van deze kinderen ook in beeld als minimakind. Tabel 4.3.2 Gebruik Jeugdwet kinderen Inkomensniveau 2022 Kinderen met Jeugdwet in 140 16% minimahuishouden Kinderen met Jeugdwet in 834 84% niet-minimahuishouden 989 100% Totaal
10
2023
2024
139
15%
166
16%
796
85%
892
84%
935
100%
1.058
100%
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
5. Betalingsachterstanden bij zorgverzekeraars In totaal staan 677 personen geregistreerd bij het CAK in de gemeente Ridderkerk omdat er sprake is van een betalingsachterstand bij de zorgverzekeraar 5. Dat houdt in dat personen minimaal 6 maanden achterlopen met de betaling van hun zorgpremie. Vorig jaar stonden 619 personen met een betaalachterstand geregistreerd bij het CAK; dit aantal is dus toegenomen. Kenmerken personen met betalingsachterstanden 6 Status. Binnen een betalingsachterstand bestaan meerdere statussen die worden toegekend. • Regulier krijgt een persoon met een betalingsachterstand bij het CAK de status “BOE”. Dit betekent dat de bestuursrechtelijke premie inclusief de opslag van 25 procent opgelegd wordt. Ruim twee derde (69 procent) van de geregistreerde personen met een betalingsachterstand vallen in deze categorie. • Het is mogelijk om een betalingsregeling te treffen met de betreffende zorgverzekeraar. In dat geval wordt de status “GBT” toegekend. De inning van de bestuursrechtelijke premie wordt dan opgeschort. In Ridderkerk gaat het om een kwart van de geregistreerde personen. • Een andere mogelijkheid is een actieve stabilisatieovereenkomst (SOVK). In dit geval is de status “GBR” (3 procent). Ook in deze situatie is de inning van de bestuursrechtelijke premie opgeschort. • Tot slot is er een kleine groep die momenteel geen actieve status heeft.
Het gaat om enkele procenten van alle personen met een betalingsachterstand. Figuur 5.1.1. CAK-status 2024 op persoonsniveau
Aandeel CAK status BOE
69%
GBT
26%
GBR
3%
Geen actieve status
2%
Overige kenmerken. Het grootste aandeel van de personen met een betalingsachterstand bij de zorgverzekeraar bestaat uit een meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen (29 procent). Daarnaast is 18 procent alleenstaand. Deze verhoudingen komen overeen met de meting van vorig jaar, met hier en daar een kleine verschuiving. Daarnaast is het grootste aandeel tussen de 27 en 45 jaar oud (47 procent) en woont 22 procent in de wijk Bolnes. Minimahuishoudens De 677 personen die geregistreerd staan bij het CAK, wonen in 571 huishoudens. De meerderheid van de huishoudens die in beeld zijn met een betalingsachterstand bij het CAK, is geen minimahuishouden (72 procent). De overige 28 procent zijn minimahuishoudens die in beeld zijn met een betalingsachterstand. In de vorige meting lag dit aandeel iets hoger, namelijk op 30 procent. De minimahuishoudens die ook in beeld zijn bij het CAK betreffen met name
5 Het gaat hier om huishoudens die een begindatum op of voor 31 december 2024 (peildatum onderzoek)
hebben én een einddatum op of na 1 januari 2024. De einddatum kan hierbij ook leeg zijn. Volgens de registratiewijze zijn dit lopende cases bij het CAK. 6 Vorig jaar is ook een uitsplitsing gemaakt naar de zorgverzekeraar waar de betalingsachterstand bestond. Dit jaar kijken we alleen naar de status van de betalingsachterstand en de kenmerken van de personen met een betalingsachterstand.
11
Gemeente Ridderkerk
Versie 0.2
huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm (91 procent van alle minimahuishoudens die in beeld zijn bij het CAK). Tabel 5.1.2 CAK-betalingsachterstanden huishoudens 2024 Inkomensbron Minimahuishoudens tot 110% Wsm met CAK-registratie Niet-minimahuishoudens met CAK-registratie Totaal
12
2024 159 28% 412 72% 571 100%