Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Plan Blaak te Ridderkerk Gemeente Ridderkerk Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek
Opdrachtgever
Projectleider
Kubiek Ruimtelijke Plannen
K. Durczak
Definitief
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal Projectnummer
Autorisatie
Datum
S210086
drs. F. Stevens
31-08-2022
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Internet: www.synthegra.nl
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
COLOFON
Opdrachtgever
: Kubiek Ruimtelijke Plannen te Veenendaal
Project
: Plan Blaak
Projectnummer
: S210086
Titel
: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennend booronderzoek
Datum
: 31-08-2022
Projectleider
: K. Durczak
Auteurs
: K. Durczak , L. Bruijn
Autorisatie
: drs. F. Stevens
Druk
: Synthegra B.V., Leusden
Afbeeldingen
: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld
ISSN
: 1874-9771
Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems)
Synthegra B.V. Olmenlaan 6a NL-3833 AV Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl
© Synthegra B.V., 2021
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
2 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
4
SAMENVATTING
5
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
7 7 8 8 9
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
BUREAUONDERZOEK Methode Landschapsgenese Historische ontwikkeling Archeologische waarden in en rondom het plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting Advies
11 11 11 16 18 24 24
3 3.1 3.2 3.3 3.4
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK Methode Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens Archeologische indicatoren Archeologische interpretatie
25 25 26 27 27
4 4.1 4.2 4.3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen
28 28 28 29
BRONNEN
30
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Boorprofielen
Afbeelding voorblad: Impressie nieuwbouw Plan Blaak te Ridderkerk (Bron: HP architecten)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
3 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Administratieve gegevens Toponiem
Plan Blaak
Plaats
Ridderkerk
Gemeente
Ridderkerk
Provincie
Zuid-Holland
Projectnummer
S210086
Bevoegde overheid
Gemeente Ridderkerk. Deskundige namens de bevoegde overheid: BOOR Rotterdam
Opdrachtgever
Kubiek Ruimtelijke Plannen
Uitvoerende instantie
Synthegra B.V.
Datum uitvoering veldwerk
21-12-2021
Uitvoerder(s) veldwerk
Drs. H. Bouter
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
5140602100
Datum onderzoeksmelding
03-12-2021
Kaartblad
38 C
Periode
IJzertijd tot en met Nieuwe tijd
Oppervlakte
Circa 2900 m2
Perceelnummer(s)
Kadastrale gemeente Ridderkerk, sectie H, perceelnummers: 6830, 6834
Grondgebruik
Bebouwd
Geologie
Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket,
Geomorfologie
Vlakte van getij-afzettingen
Bodem
Poldervaaggronden
Depot
Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Zuid-Holland te Alphen aan den Rijn
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten: Zuidwest:
x 100866
y 431710
Noordwest:
x 100856
y 431733
Noordoost:
x 100958
y 431781
Zuidoost:
x 100968
y 431758
Centrum:
x 100915
y 431745
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
4 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen een archeologisch bureauonderzoek 1 in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Blaak te Ridderkerk. Het onderzoek wordt begrensd door de Blaak in het noorden en aangrenzende percelen in de overige windrichtingen. De aanleiding voor het onderzoek is de sloop van 2 appartementencomplexen uit 1957. Daarvoor in de plaats wordt een nieuw appartementencomplex (“Plan Blaak”) met 30 appartementen en 7 ééngezinswoningen gerealiseerd. De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt 2900 m2. De huidige bebouwing zal wellicht eventueel oudere resten verstoord hebben. De verwachting is dat deze tot zeker 1 meter beneden maaiveld de bodem verstoord heeft vanwege de aanwezigheid van een kruipruimte (bron opdrachtgever). De voor deze bebouwing geplaatste heipalen zullen de ondergrond hebben verstoord tot op grote diepte. De oppervlakte van de aanwezige bebouwing bedraagt 396 m2 waar deze verstoringen hebben plaatsgevonden. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij reeds verloren zijn gegaan.
Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom en is niet gekarteerd. Uit informatie verkregen door archeologisch onderzoek in de nabijheid van het plangebied kan gesteld worden dat er in de ondergrond afzettingen van Duinkerke I (uit naburig onderzoek verwacht vanaf maaiveld tot op circa 1,5 meter beneden maaiveld) en hieronder gelegen Hollandveen afzettingen (vanaf 2 meter beneden maaiveld) kunnen worden verwacht waarop mogelijk sporen van bewoning kunnen aangetroffen worden. Dieper zullen de pleistocene afzettingen zich bevinden, echter deze zullen buiten bereik van de ontwikkelingen blijven Tevens ligt het plangebied zeer nabij de historische kern van Ridderkerk die terug gaat tot in de Late Middeleeuwen. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf de (late) IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd.
Bodemgaafheid: Een groot gedeelte van het bodemprofiel zal door de huidig aanwezige bebouwing reeds verstoord kunnen zijn. Of eventuele archeologische resten aangetast zijn hangt af van de diepteligging van de hierboven beschreven pakketten en de mate van erosie van het veen.
Veldonderzoek Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot in de top van het Hollandveen of tot maximaal 3 meter beneden maaiveld, 1 boring is tot 4 meter beneden maaiveld worden gezet. Het opgeboorde sediment is geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 2 en bodemkundig3 geïnterpreteerd.
1
BO, protocol 4002
2
Nederlands Normalisatie-instituut 1989.
3
De Bakker en Schelling 1989.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
5 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Archeologische interpretatie veldonderzoek Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied verstoord door graafwerk tot minimaal 150 cm beneden maaiveld. Tijdens het booronderzoek zijn hieronder geen lagen aangetroffen die een archeologische verwachting hebben.
Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Ridderkerk). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
6 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen een archeologisch bureauonderzoek4 in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Blaak te Ridderkerk. Het onderzoek wordt begrensd door de Blaak in het noorden en aangrenzende percelen in de overige windrichtingen. De aanleiding voor het onderzoek is de sloop van 2 appartementencomplexen uit 1957. Daarvoor in de plaats wordt een nieuw appartementencomplex (“Plan Blaak”) met 30 appartementen en 7 ééngezinswoningen gerealiseerd. De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt 2900 m2. De huidige bebouwing zal wellicht eventueel oudere resten verstoord hebben. De verwachting is dat deze tot zeker 1 meter beneden maaiveld de bodem verstoord heeft vanwege de aanwezigheid van een kruipruimte (bron opdrachtgever). De voor deze bebouwing geplaatste heipalen zullen de ondergrond hebben verstoord tot op grote diepte. De oppervlakte van de aanwezige bebouwing bedraagt 396 m2 waar deze verstoringen hebben plaatsgevonden. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij reeds verloren zijn gegaan.
Door de voorgenomen graafwerkzaamheden, kunnen eventueel (nog) aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het bestemmingsplan, met daarin verwoord het gemeentelijk beleid, in het kader van een omgevingsvergunning voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt in het bestemmingsplan ‘Centrum Ridderkerk’ dat is vastgesteld door de gemeente Ridderkerk op de datum 22-05-20175. Voor het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Voor terreinen met een Waarde Archeologie 2 geldt, dat een rapport dient te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld bij plangebieden groter dan 200 m2 en verstoringen die dieper reiken dan 50 centimeter beneden maaiveld en zonder heipalen wordt gebouwd. De bevoegde overheid, de gemeente Ridderkerk, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. Hierin is vastgesteld dat grondwerkzaamheden (inclusief heien) die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m² en tevens dieper reiken dan 50 cm beneden het maaiveld dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.16.
De bevoegde overheid, gemeente Ridderkerk, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
4
BO, protocol 4002
5
www.ruimtelijkeplannen.nl
6
SIKB 2018.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
7 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden.
Het doel van het verkennend booronderzoek is het vervolgens toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventuele aanwezigheid van archeologische resten te inventariseren.
De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: •
Wat is de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied?
•
Wat is de mate van gaafheid van de bodemopbouw in het plangebied?
•
Zijn in het plangebied stratigrafische niveaus met archeologische potentie aanwezig? Op welke diepte bevinden deze niveaus zich?
•
Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig en kan, indien mogelijk, een eerste indruk gegeven worden van de datering, aard en kwaliteit van deze waarden?
•
1.3
Is in het plangebied, gelet op de geplande bodemingrepen, vervolgonderzoek noodzakelijk?
Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 2900 m2 en is gelegen aan de Blaak te Ridderkerk (afbeelding 1). Het plangebied is in gebruik als woongrond en is bebouwd met een aantal gebouwen liggend in het centrum van Ridderkerk., het betreft de huisnummers 1a t/m c, 3-25. De achterterreinen zijn in gebruik als tuin. De gebouwen zijn niet onderkelderd, maar voorzien van een kruipruimte. De verstoring onder het gebouw gaat tot circa 1 meter beneden maaiveld (bron opdrachtgever).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
8 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Afbeelding 1: Het plangebied, rood omkaderd, op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 (Bron: www.Pdok.nl).
1.4
Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. De huidige aanwezige appartementencomplexen zullen worden gesloopt en hiervoor in de plaats komt een nieuw appartementencomplex met 30 appartementen en 7 ééngezinswoningen (afbeelding 2).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
9 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Afbeelding 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied (Bron: Kubiek Ruimtelijke Plannen).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
10 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten. Tevens zijn gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.
2.2
Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: •
Geomorfologische Kaart 1:50.000 (Afbeelding 3)
•
Bodemkaart 1:50.000 (Afbeelding 4)
•
Digitaal hoogtemodel, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Afbeelding 5)
•
Relevante achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst)
Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe Ondergrond.7 Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1.
De volgende beschrijving is ontleend aan Hijma 2009. De regio Rotterdam is gesitueerd in het WestNederlandse Bekken, een actief depotcentrum van het Noordzeebekken. Vanaf 60.000 jaar geleden waren zowel de Rijn als de Maas actief in het gebied. De afzettingen van de Rijn en Maas uit deze periode behoren tot de Formatie van Kreftenheye. De overgang van het laatste glaciaal (Weichselien) naar het huidige interglaciaal (Holoceen) resulteerde in een verandering van het vlechtende riviertype naar meanderend in het Midden-Holoceen. Ten noorden en zuiden van het dal van de Rijn en de Maas zetten zich eolische zandpakketten af (dekzanden, Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden).
Tussen 14.500 en 9.000 jaar geleden ontwikkelden zich stroomgordels die de bodem van het rivierdal verlaagden. Bij een intensivering van de waterafvoer werden dunne lagen siltige klei als leem afgezet in de komgebieden (Laag van Wijchen). Op het moment dat de verlaging van de overstromingsvlakte tot een eind kwam in het vroege Holoceen en de rivieren volop gingen meanderen, nam de sedimentatie van deze Laag van Wijchen toe. De stroomgordels uit de periode Jongere Dryas - Vroeg Holoceen worden gekenmerkt door diep ingesneden geulen. Aan de noordoostelijke zijde van de stroomgordels ontstonden tot 15 meter hoge rivierduinen (Laagpakket van Delwijnen), die gevormd werden door zand dat uit de rivierbeddingen werd geblazen vanuit het zuidwesten gedurende perioden van lage waterafvoer. Een gevolg van vooral het stijgen van de zeespiegel door het afsmelten van de ijskappen na het laat-glaciaal maximum, was het onderlopen van het Noordzeegebied. De kustzone met strandwallen en bijbehorende eenheden verschoof geleidelijk in de
7
De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
11 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
richting van de huidige Nederlandse kust. De stijgende zeespiegel beïnvloedde op het land de grondwaterstand resulterend in een stijging hiervan. Hierdoor ontstonden vanaf het Boreaal moerassen waarin zich veen vormde (Basisveen Laag). Zo’n 9.000 jaar geleden, op de overgang van het Boreaal naar het Atlanticum, kwam het gebied direct binnen de mariene invloedssfeer te liggen. Door de holocene transgressie veranderde het Rijn- Maasriviersysteem in een complex estuariën systeem met frequente stroomgordelverleggingen en verschillende grote zeegaten. De hiermee geassocieerde getijdenafzettingen worden tot het Laagpakket van Wormer gerekend (voorheen Afzettingen van Calais). Vóór 7.000 jaar geleden mondde de Rijn in de regio Rotterdam uit, maar tussen 7.000 en 2.000 jaar geleden deed de rivier dat in de Leidse regio. De Maas mondde gedurende het gehele Holoceen uit in de Rotterdamse regio. Na de forse landwaartse verschuiving van de zone met fluviatiele sedimentatie in het Laat Boreaal - Midden-Atlanticum, verminderde de snelheid van de relatieve zeespiegelstijging en sindsdien bleef het zeeniveau ongeveer constant. In de periode na het Atlanticum was het voornamelijk de verdergaande bodemdaling die bijdroeg aan de relatieve zeespiegelstijging in Nederland.
Uiteindelijk veranderde na het Midden-Atlanticum het evenwicht tussen het creëren van bergingsruimte voor het sediment en het aanbod van sediment ten gunste van de laatste en kwam een eind aan de landwaartse verschuiving van de kustafzettingsmilieus. In de volgende millennia sloten de zeegaten zich: in Zuid-Holland onderbraken alleen het Rijn-estuarium bij Leiden en het Maas-estuarium bij Rotterdam het strandwallen systeem in het kustgebied. Gedurende het Subboreaal ontwikkelde zich een uitgestrekt veenpakket (Hollandveen Laagpakket, Nieuwkoop Formatie, voorheen Hollandveen) tussen de riviertakken. De mariene transgressies in het Sub-Atlanticum - met vorming van de Laagpakket van Walcheren (voorheen Afzettingen van Duinkerke) - gaan vanaf de Late Middeleeuwen samen met menselijke activiteiten als ontginning en indijking van stukken land en het winnen van veen.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
12 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Geo(morfo)logie en landschap Wegens de ligging in een bebouwd gebied is voor het plangebied geen directe geomorfologische informatie beschikbaar. Extrapolatie van omliggende eenheden maakt dat het plangebied te plaatsen is in een vlakte van getij-afzettingen (code 2M35, afbeelding 3).
Afbeelding 3: Het plangebied, rood omkaderd, op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
13 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Bodem Wegens de ligging in een bebouwd gebied is voor het plangebied geen directe bodemkundige informatie beschikbaar. Extrapolatie van omliggende eenheden maakt dat het plangebied te plaatsen is in kalkrijke poldervaaggronden in lichte of zware klei (codes Mn35a en Mn45a, afbeelding 4).
Afbeelding 4: Het plangebied, rood omkaderd, op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
14 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
AHN De hoogte van het maaiveld ligt op circa 1 m -NAP (zie afbeelding 5).8
Afbeelding 5: Het plangebied, rood omkaderd, op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (Bron: www.ahn.nl).
8
Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP (Normaal Amsterdams Peil)
geraadpleegd op www.ahn.nl © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
15 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
2.3
Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is divers kaart- en beeldmateriaal (Afbeelding 6 t/m 10) en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd (zie literatuurlijst). Het plangebied ligt in de oostelijke Riederwaard die waarschijnlijk in de 12e eeuw voor het eerst bedijkt is. Sinds die tijd is de polder vele malen overstroomd. De officiële bedijking was in 1331 (gelijk met de afdamming van Slikkerveer), maar daarna overstroomde de Riederwaard nog steeds regelmatig. In 1334 was er een grote overstroming en het duurde tot 1404 voordat het oostelijke deel van de Riederwaard weer bedijkt was en het plangebied weer droog werd. Ook bij de St. Elisabethvloeden in 1421-1423 overstroomde de Riederwaard. Ook nu duurde het lang, ongeveer 20 jaar, voordat delen weer bedijkt waren. De aanwezige kleien aan het maaiveld kunnen dus van verschillende oorsprong zijn: zowel afgezet vanuit de Slikkerveer, of afgezet tijdens de verschillende overstromingen. De naam Ridderkerk (Riederkercke) komt voor het eerst voor in een bericht van hertog Hendrik IV van Brabant, waar sprake is van Riede, gelegen aan de Merwede. Uit de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat het plangebied onbebouwd is geweest tot aan de constructie van de momenteel aanwezige appartementencomplexen eind jaren 50 van de 20e eeuw.
Het lijkt derhalve net buiten de historische kern gelegen te hebben, maar ligt binnen de bufferzone die hiervoor gehanteerd wordt.
Afbeelding 6: Het plangebied, globale ligging rood omcirkeld,, op het kadastrale minuutplan9 uit het begin van de 19e eeuw. (Bron: de beeldbank van de RCE).
9
Kadastrale Minuutplans zijn ten behoeve van de belastingheffing vervaardigde kaarten. De opnames zijn gestart in 1811, ten tijde van Frans bestuur en gecontinueerd tot 1832 (vanaf 1815 onder Nederlands bewind). Het zijn grondbeschrijvingen van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
16 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Afbeelding 7: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1900 (Bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 8: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1950 (Bron: www.topotijdreis.nl). © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
17 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Afbeelding 9: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1962 (Bron: www.topotijdreis.nl).
Bekende bodemverstoring Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen grondroeringen veroorzaakt door saneringen van munitie, bodemverontreinigingen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan.10 De huidige bebouwing zal wellicht eventueel oudere resten verstoord hebben. De verwachting is dat deze tot zeker 1 meter beneden maaiveld de bodem verstoord heeft alsmede dat de voor deze bebouwing geplaatste heipalen de ondergrond zullen hebben verstoord tot op grote diepte.
2.4
Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS III) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd en in aanvulling daarop de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Ridderkerk, de CHS van Zuid-Holland en achtergrondliteratuur. Voor het plangebied geldt op basis van de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Ridderkerk voor het plangebied een grote kans op het aantreffen van archeologische waarden uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd en een middelgrote kans op het aantreffen van archeologische waarden uit de Romeinse tijd. (Afbeelding 10). De CHS Zuid-Holland geeft aan dat er een zeer hoge kans is voor het aantreffen van archeologische resten (afbeelding 11).
10
www.bodemloket.nl, http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
18 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Afbeelding 10: Het plangebied, rode kader, geprojecteerd op de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Ridderkerk, (Bron: gemeente Ridderkerk).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
19 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Afbeelding 11: Het plangebied, rode kader, geprojecteerd op de CHS van Zuid-Holland (Bron: provincie Zuid-Holland).
2.4.1 Monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen in (de nabijheid van) het plangebied Er zijn in (de nabijheid van) het plangebied, binnen een straal van 500 m, in ARCHIS III gegevens bekend aangaande zaakidentificaties en bovengrondse bouwhistorische waarden (afbeelding 12). Er zijn geen gegevens bekend aangaande archeologische monumenten, bovengrondse bouwhistorische waarden, waarnemingen, vondstlocaties of vondstmeldingen. Ten zuiden van het plangebied (op circa 80 meter) staan meerdere bouwhistorische monumenten aangegeven. Uit de verschillend uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er degelijk een kans bestaat voor archeologische resten die ouder zijn dan de Middeleeuwen. Dit hangt af van het voorkomen van eventuele veenpakketten en/of hierop gelegen Duinkerke I afzettingen waarop sporen van bewoning aangetroffen kunnen worden zoals direct ten noorden bij het onderzoek voor het Centrumplan-Oost is gebleken. Deze bevinden zich op een diepte van 0,5 a 1,0 meter beneden maaiveld (2,2 tot 2,5 m -NAP). De in de boringen aangetroffen indicatoren betroffen fosfaatvlekken en een veraarde top van het veenpakket.
Tevens is er in de nabijheid nog een RAAP-onderzoek bekend Centrumplan (Notitie 164). Coördinaat: 100985 / 431635. Vondstmelding K.L. Wilson. Betreft waarnemingen op verschillende locaties, gedurende rioleringswerkzaamheden in de Kerksingel ronde oude kerk van Ridderkerk. De best te duiden observatie werd gedaan nabij de oostelijke toegang tot het kerkterrein binnen de singel. Tot anderhalve meter diepte is hier donkere, vuile grond aanwezig, waarin grote stukken rechthoekige leistenen dakpannen, botmateriaal en Hollandse IJsselstenen zijn aangetroffen. Hieronder bevond zich een ‘schone’ grijze klei met een bodemfragment van een steengoedkan (14e-15e eeuw), enkele roodgeglazuurde scherven en een fragment
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
20 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
van mogelijk een middeleeuwse leren schoen bevonden. Vlakbij deze locatie werd door arbeiders een 2 tot 3 meter lange ‘muur van kloostermoppen, met dezelfde oriëntatie als de singel’ waargenomen. Hier ten westen van bevonden zich houten balken in een verder schone laag klei zonder vondstmateriaal, die onder een ongeveer 1 meter dikke laag zand was gelegen. Tegenover de zuidwestelijke toegang tot het kerkterrein zijn in grotendeels verstoorde grond botten met snijsporen, roodgeglazuurd aardewerk, baksteen en een ronde leistenen speelschijf (Late Middeleeuwen, geïdentificeerd door de conservator Middeleeuwen van het Rijksmuseum van Oudheden) gevonden.
Afbeelding 12: Overzicht van de monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 200 m van het plangebied, (Bron: Archis3).
11
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Bevindingen
Aanbeveling
2267630100
125 m W
Bureau- en booronderzoek11
Uit het onderzoek is gebleken dat op het tracé twee archeologische elementen zich in de ondergrond bevinden, namelijk een rivierduin en het begraven cultuurlandschap van de laatmiddeleeuwse polder Riederwaard. Op de top van het rivierduin is de kans groot dat er archeologische resten aanwezig zijn uit de periode Midden-Mesolithicum tot en met het midden van de Bronstijd. Deze locaties liggen ver van het onderhavige onderzoek af.
Vervolgonderzoek, bij voorkeur middels proefsleuven
De Kramer et al. 2010
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
21 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek 12
2431006100
20 m N
Booronderzoek
2450560100
200 m N
Booronderzoek13
4002569100
175 m W
Bureau- en booronderzoek14
4040809100
100 m NW
Bureau- en booronderzoek15
12
Wilbers et al. 2014
13
Weerheijm et al. 2014
14
Weerheijm et al. 2016
15
Weerheijm et al. 2017
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
Bevindingen
Aanbeveling
Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied ligt op afzettingen die waarschijnlijk bij de overstromingen van de Riederwaard in de 14e eeuw zijn ontstaan. Onder het overstromingsdek ligt een afgedekt landschap bestaande uit een veenheuvel, een komgebied en een kreekgeul (van de overstromingen) die het veen heeft geërodeerd. Op basis van de waarnemingen is er geen archeologische verwachting meer voor het zuidelijke deel van het plangebied dat is geërodeerd door de kreekgeul. De archeologische verwachting voor het noordelijke deel van het plangebied is laag omdat hier een nat en regelmatig overstromend komgebied aanwezig was. De archeologische verwachting voor de veenheuvel in het centrum is daarentegen hoog, mede ook vanwege het voorkomen van een veraarde veenlaag en fosfaatvlakken in de kleilagen op de noordflank van de heuvel. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te laten voeren in het centrum van het plangebied, daar waar het veen voorkomt op een niveau van -2,5 tot -2,2 m NAP en veraard veen en fosfaatvlekken zijn waargenomen.
Voor een tweetal zones (kaart 1), ter plaatse van de geplande nieuwbouw in het uiterste noorden van het plangebied bij de Margriet van Comenestraat (rondom boringen 34 en 35) en bij de Hovystraat (rondom boringen 21 t/m 27), bestaat de mogelijkheid dat zich hier nog archeologische sporen en vondsten bevinden uit de Late IJzertijd/Romeinse tijd en/of Vroege Middeleeuwen. Het betreft een humeuze laag in de top van wat mogelijke Duinkerke I afzettingen zijn. Voor het gehele plangebied kan gezien de aangetroffen bodemopbouw worden gesteld dat de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek is de archeologische verwachting voor deze delen van het plangebied daarom bijgesteld naar ‘laag’. Door de afwezigheid van duidelijke bodemvorming lijkt de kans klein dat het veen en de vermoedelijke
Vervolgonderzoek, bij voorkeur middels proefsleuven
Karterend booronderzoek
Geen vervolgonderzoek
Geen vervolgonderzoek
22 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Bevindingen
Aanbeveling
afzettingen van Duinkerke-I in het plangebied langdurig onder droge omstandigheden aan het maaiveld hebben gelegen. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek is de archeologische verwachting voor het plangebied daarom bijgesteld naar ‘laag’
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
23 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
2.5
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De essentie hiervan is weergegeven in tabel 1.
Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom en is niet gekarteerd. Uit informatie verkregen door archeologisch onderzoek in de nabijheid van het plangebied kan gesteld worden dat er in de ondergrond afzettingen van Duinkerke I (uit naburig onderzoek verwacht vanaf maaiveld tot op circa 1,5 meter beneden maaiveld) en hieronder gelegen Hollandveen afzettingen (vanaf 2 meter beneden maaiveld) kunnen worden verwacht waarop mogelijk sporen van bewoning kunnen aangetroffen worden. Dieper zullen de pleistocene afzettingen zich bevinden, echter deze zullen buiten bereik van de ontwikkelingen blijven Tevens ligt het plangebied zeer nabij de historische kern van Ridderkerk die terug gaat tot in de Late Middeleeuwen. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf de (late) IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd.
Bodemgaafheid: Een groot gedeelte van het bodemprofiel zal door de huidig aanwezige bebouwing reeds verstoord kunnen zijn. Of eventuele archeologische resten aangetast zijn hangt af van de diepteligging van de hierboven beschreven pakketten en de mate van erosie van het veen.
Periode
Verwachting
Verwachte kenmerken vindplaats
Diepteligging sporen
Laat-Paleolithicum
Onbekend
Bewoningssporen: tijdelijke kampementen
Dieper dan 5 m -Mv op
Mobilia: vuursteen artefacten, haardkuilen
dekzand
Bewoningssporen: (semi permanente)
Dieper dan 2 m -Mv op
nederzettingen, sporen van
Hollandveen
– Mesolithicum Neolithicum –
laag
Bronstijd
agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, natuursteen, vanaf de bronstijd metaal. IJzertijd - Nieuwe
Middelhoog tot
Bewoningssporen: (semi permanente)
vanaf maaiveld tot 1,5 m -Mv
tijd
hoog
nederzettingen, sporen van
op Duinkerke I
agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmateriaal Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachting.
2.6
Advies Er wordt geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren om de bodemopbouw vast te stellen en de intactheid van het bodemprofiel te bepalen. Dit onderzoek heeft niet tot doel archeologische vindplaatsen reeds op te sporen.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
24 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
3
Inventariserend Veldonderzoek
3.1
Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek16 een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. Er zijn 6 boringen gezet.
Vanwege het geringe oppervlak en de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een GPS.
Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot in de top van het Hollandveen of tot maximaal 3 meter beneden maaiveld, 1 boring is tot 4 meter beneden maaiveld worden gezet. Het opgeboorde sediment is geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 17 en bodemkundig18 geïnterpreteerd.
Afbeelding 13: Boorpuntenkaart geprojecteerd op de huidige topografische ondergrond.
16
SIKB 2006.
17
Nederlands Normalisatie-instituut 1989.
18
De Bakker en Schelling 1989.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
25 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
3.2
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De laagopeenvolging is aan de hand van de boorprofielen bepaald19. Een boorraai is weergeven in afbeelding 14. Boringen 2 ,4 en 6 zijn tot minimaal 3 meter beneden maaiveld gezet en boring 1 tot 4 meter beneden maaiveld. Boringen 3 en 5 waren beide tot slechts circa 150 cm beneden maaiveld gezet door de aanwezigheid van een ondoordringbare puinlaag. In boring 1 is tot 4 meter beneden maaiveld (4,94 m -NAP) een pakket van mineraalarm, kalkloos, bruin bosveen aangetroffen. Dit pakket behoort tot de Formatie van Nieuwkoop, Laagpakket Hollandveen. Hierop is op een diepte van 330 cm (4,24 m -NAP), met een geleidelijke overgang een pakket sterk kleiig, kalkloos, licht bruin veen aangetroffen. Ook dit pakket behoort tot de Formatie van Nieuwkoop, Laagpakket Hollandveen. Hierop is op een diepte van 320 cm beneden maaiveld (4,14 -NAP) een pakket van matig zandig, kalkrijk, grijs klei aangetroffen met schelp fragmenten. Dat behoort tot de Formatie Echteld. Hierop is op een diepte van 220 cm beneden maaiveld (3,14 m -NAP), met een geleidelijke overgang, is een pakket bestaand uit zwak zandig, kalkrijk, grijze klei aangetroffen met schelpfragmenten. Dat behoort eveneens tot de Formatie Echteld. Boringen 2, 4 en 6 zijn tot 3 meter beneden maaiveld gezet. Deze zijn in dit pakket geëindigd.
Hierop is, op een gemiddelde diepte van 150 cm beneden maaiveld (2,44 m -NAP), met een geleidelijke overgang een pakket bestaand uit sterk zandig grijs tot grijsbruine klei aangetroffen met zandbrokken. Dit is geïnterpreteerd als opgebrachte grond. Hierop is op 80 cm beneden maaiveld (1,74 m -NAP) tot aan het maaiveld, met een geleidelijke overgang een pakket zwak kleiig, zwak grind, matig grof, grijsbruin zand met zwak humeus, kleibrokken en puinfragmenten aangetroffen. Dit is als verstoorde grond/bouwvoor geïnterpreteerd. In boringen 3 en 5 ca. is tot 140 cm beneden maaiveld een pakket van zwak zandig grijs bruin zwak humeuze klei aangetroffen met onbepaalde puinfragmenten. Hierop is, op circa 50 cm beneden maaiveld, een pakket matig tot sterk zandig grijs bruin klei met zwak humeus aangetroffen. Dit is eveneens geïnterpreteerd als verstoorde laag.
Afbeelding 14. Profiel raai van boringen 1,2 en 6
19
bijlage 2
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
26 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
3.3
Archeologische indicatoren Ondanks dat het niet het doel is bij een verkennend booronderzoek om archeologische resten op te sporen, zijn de boringen toch geïnspecteerd op de aanwezigheid van eventuele archeologische resten. Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.
3.4
Archeologische interpretatie Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied verstoord door graafwerk tot minimaal 150 cm beneden maaiveld. Tijdens het booronderzoek zijn hieronder geen lagen aangetroffen die een archeologische verwachting hebben.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
27 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
4
Conclusies en aanbevelingen
4.1
Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-Paleolithicum en Mesolithicum en nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Bronstijd. Voor de IJzertijd tot Nieuwe tijd gold een hoge verwachting. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting.
4.2
Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen •
Wat is de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied? In het plangebied bestaat de stratigrafische opbouw uit veen dat behoort tot de Formatie van Nieuwkoop, Laagpakket Hollandveen. Daar bovenop is zwak tot matig zandig, grijze klei aangetroffen dat behoort tot de Formatie van Echteld. Hierop is vanaf gemiddeld 1,5 meter beneden maaiveld verstoorde grond aangetroffen.
•
Wat is de mate van gaafheid van de bodemopbouw in het plangebied? Tot circa 1,5 meter beneden maaiveld is de bodem verstoord aangetroffen.
•
Zijn in het plangebied stratigrafische niveaus met archeologische potentie aanwezig? Op welke diepte bevinden deze niveaus zich? Er zijn geen stratigrafische niveaus met archeologische potentie aanwezig.
•
Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig en kan, indien mogelijk, een eerste indruk gegeven worden van de datering, aard en kwaliteit van deze waarden? Er zijn geen archeologische waarden aangetroffen.
•
Is in het plangebied, gelet op de geplande bodemingrepen, vervolgonderzoek noodzakelijk? Binnen het plangebied is bodem diep verstoord, tot minimaal 150 cm, vanwege de aanwezigheid van de bestaande bebouwing en de hiermee gepaarde bodemverstoring. De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied.
De onbekende archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het laat-Paleolithicum en Mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek behouden blijven. De lagen zijn niet aangetroffen binnen de geboorde diepte.
De hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor nederzettingssporen uit het IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
28 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
4.3
Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Ridderkerk). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
29 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
Bronnen Literatuur
Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen.
Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen.
Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen.
Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie. Prisma, Utrecht.
Hendrikx, J.A., 1998: De ontginning van Nederland. Het ontstaan van de agrarische cultuurlandschappen in Nederland. Matrijs, Utrecht.
Hijma, M. 2009: From river valley to estuary - The early-mid Holocene transgression of the Rhine-Meuse valley, The Netherlands, Netherlands. Geographical Studies 389, Utrecht.
Kramer, J. de & T. Nales, 2010. Project Ridderkerklijn, Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk, B&G rapport 880, Noordwijk.
Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten
Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: NEN 5104 Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (aanvulling op de KNA 3.1). SIKB, Gouda.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda.
Weerheijm, W.J. & K. Klerks, 2014. Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van 160 woningen “Ridderkerk plan centrum”, gemeente Ridderkerk. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Vestigia-rapport V1200 , Amersfoort.
Weerheijm, W.J. & R. Schrijvers, 2016. Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied ‘Rembrandtweg’ te Ridderkerk, gemeente Ridderkerk. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Vestigia-rapport 1392,Amersfoort
Weerheijm, W.J. & E. van der Klooster, 2017. Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
30 van 31
Project: Plan Blaak te Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S210086 definitief
van woningen project ‘Centrumplan fase 2 en 3’ te Ridderkerk, gemeente Ridderkerk. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Vestigia-rapport 1482, Amersfoort.
Wilbers, J & S. Moerman. Centrumplan-Oost, Ridderkerk Gemeente Ridderkerk. IDDS Archeologie rapport 1627, Noordwijk.
Internet (geraadpleegd december 2021) http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ www.ahn.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ topotijdreis.nl gahetna.nl pdok.nl
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
31 van 31
Bijlagen:
Bijlage 1:
Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen
1
11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
Atlanticum warm vochtig
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2:
Boorprofielen
Boring: S210086_1 Kop algemeen: Projectcode: S210086, Boornummer: 1, Beschrijver(s): HB, Datum: 22-12-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 400 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 100874, Y-coördinaat in meters: 431742, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.91, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Ridderkerk, Opdrachtgever: Kubiek Ruimtelijke Plannen, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / -0.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 80, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: kleiig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: slecht gesorteerd Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten 80 / -1.71 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 130, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel:
sterk zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: verploegd 130 / -2.21 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 130, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 220, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 220 / -3.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 220, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 320, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 320 / -4.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 320, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 330, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: sterk kleiig, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Kalkgehalte: kalkloos, Lithostratigrafie: Fv Nieuwkoop, Hollandveen LP Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 330 / -4.21
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 330, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 400, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: bosveen, Kalkgehalte: kalkloos, Lithostratigrafie: Fv Nieuwkoop, Hollandveen LP Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 400 / -4.91
1 bron: S210086.geojson - 03-01-2022 15:25:15
Boring: S210086_2 Kop algemeen: Projectcode: S210086, Boornummer: 2, Beschrijver(s): HB, Datum: 22-12-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 300 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 100911, Y-coördinaat in meters: 431758, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -1.05, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Ridderkerk, Opdrachtgever: Kubiek Ruimtelijke Plannen, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / -1.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: kleiig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 50 / -1.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 165, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem:
Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: verploegd Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 165 / -2.70 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 165, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 300, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 300 / -4.05
Boring: S210086_3 Kop algemeen: Projectcode: S210086, Boornummer: 3, Beschrijver(s): HB, Datum: 22-12-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 140 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 100867, Y-coördinaat in meters: 431718, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -1.03, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Ridderkerk, Opdrachtgever: Kubiek Ruimtelijke Plannen, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / -1.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: verploegd Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: bruine vlekken 50 / -1.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 120, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem:
Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: verploegd Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: veel bruine vlekken 120 / -2.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 140, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: puinlaag Archeologie: Puin onbepaald: veel fragmenten Einde boring 140 / -2.43
2 bron: S210086.geojson - 03-01-2022 15:25:15
Boring: S210086_4 Kop algemeen: Projectcode: S210086, Boornummer: 4, Beschrijver(s): HB, Datum: 22-12-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 300 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 100895, Y-coördinaat in meters: 431731, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.51, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Ridderkerk, Opdrachtgever: Kubiek Ruimtelijke Plannen, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / -0.51 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 110, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: verploegd Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: veel bruine vlekken 110 / -1.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 145, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemhorizont: A-horizont,
Bodemkundige interpretatie: verploegd 145 / -1.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 145, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 270, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 270 / -3.21 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 270, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 300, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Brokken en vlekken: veenbrokken Einde boring 300 / -3.51