Antwoorden vragen SGP Regionaal Risicoprofiel 2022-2025 VRR.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Kees van der Duijn Schouten, SGP
Onderwerp/vergaderstuk: Zienswijze regionaal risicoprofiel 2022-2025
Vergaderdatum: 10-11-2021
Portefeuillehouder: Mevr. A. Attema
Datum indiening vraag: 09-11-2021
Datum ontvangst antwoord: 10-11-2021
Vragen en antwoorden Vraag 1 ‘In de zienswijze wordt op zowel pagina 5 als pagina 10 aangegeven dat bij het huidige risico profiel is gekozen voor een kwalitatieve analyse door middel van expert judgement, terwijl in het vorige profiel gebruik is gemaakt van een kwantitatieve benadering van data inventarisatie en analyse. Als reden is opgegeven dat de kwalitatieve benadering minder tijdrovend is. Kunt u aangeven hoe beide methoden in het werk gaan, waar deze verschillen en waarom de vorige keer blijkbaar wel voor de meer tijdsintensieve methode van de kwantitatieve benadering is gekozen? Antwoord 1 De methode om te komen tot het nieuwe RRP (2022-2025) is voor een groot deel gebaseerd op de vorige handreiking regionaal risicoprofiel. Voor een deel is van deze methode afgeweken, enerzijds als het gaat om de toegepaste impactcriteria, anderzijds als het gaat om de inschatting van waarschijnlijkheid van optreden van een risico. De huidige methode bestaat grofweg uit twee fasen. De eerste fase behelst het inventariseren van de voor het RRP relevante risico’s. De tweede fase behelst het analyseren en valideren van de voor het RRP relevante risico’s. Fase 1 Risico-inventarisatie geeft antwoord op de vraag: “Wat bedreigt de regio Rotterdam-Rijnmond?”.
Uiteenlopende bronnen zijn gehanteerd voor het beantwoorden van deze vraag, waaronder het huidige profiel, het overzicht van GRIP incidenten van 2014-2020, de handreiking regionaal
risicoprofiel, de risicokaart en de uitkomsten van de stresstesten. Dit overzicht is aangevuld met risico’s door de experts uit de projectgroep. Tot slot werden verschillende risico’s gecategoriseerd in meer abstracte risicocategorieën en werden onderverdeeld in maatschappelijke thema’s. De maatschappelijke thema’s komen overeen met de gehanteerde thema’s uit het vorige profiel, deze luiden: 1. Natuurlijke omgeving; 2. Gebouwde omgeving; 3. Technologische omgeving; 4. Vitale infrastructuur en voorzieningen; 5. Verkeer en vervoer; 6. Gezondheid; 7. Sociaal-maatschappelijke omgeving. Fase 2 De risicoanalyse geeft antwoord op de vraag: “en hoe erg is dat?”. Deze beantwoording is gedaan aan de hand van het inschatten van de impact van een betreffende risicocategorie en het inschatten van de waarschijnlijkheid van plaatsvinden van de betreffende risicocategorie. Ten behoeve van de risico inschatting op impact en waarschijnlijkheid, is net zoals in het vorige profiel een risicomatrix gehanteerd. - Impact: om inzicht te krijgen in de impact van de in de regio aanwezige risico’s is een impactbeoordeling uitgevoerd. De impactbeoordeling is zowel in het vorige profiel als in het huidige profiel kwalitatief gemeten. Vitale belangen en impactcriteria 1. Territoriale veiligheid 1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied 2.
Fysieke veiligheid 2.1 Doden 2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
3. Economische veiligheid 3.1 Kosten 4. Ecologische veiligheid 4.1 Langdurige aantasting van het milieu en natuur (flora en fauna) 5. Sociale en politieke stabiliteit 5.1 Verstoring van het dagelijks leven 5.3 Sociaalpsychologisch impact 6. Veiligheid van cultureel erfgoed 6.1 Aantasting van cultureel erfgoed Het verschil met het vorige profiel: de impactcriteria zijn grotendeels overgenomen uit de vorige handreiking regionaal risicoprofiel, deze worden weergegeven in de tabel. Echter, wat de projectgroep vond ontbreken in deze criteria, is het meewegen van de impact van een risicocategorie op de digitale ruimte. In de leidraad risicobeoordeling 2019 van het Analisten Netwerk Nationale Veiligheid, wordt de aantasting van de integriteit van de digitale ruimte wel gehanteerd. Derhalve is er voor gekozen om bij te hanteren impactcriteria voor VRR, dit criterium toe te voegen. Hiermee doen zij recht aan het meewegen van de afhankelijkheid en impact van (uitvallen van) ICT op de continuïteit van de samenleving binnen de regio Rotterdam-Rijnmond. - Waarschijnlijkheid: om de waarschijnlijkheid van optreden van een specifieke risicocategorie in te schatten, is gebruik gemaakt van waarschijnlijkheidscriteria.
Het verschil met het vorige profiel: In tegenstelling tot wat de vorige handreiking regionaal risicoprofiel beschrijft, om de waarschijnlijkheid kwantitatief te berekenen, is voor de actualisatie van het huidige RRP ervoor gekozen om deze inschatting eveneens kwalitatief, door expert judgement, te laten plaatsvinden. Het verschil in de benaderingen In een kwalitatieve benadering wordt door middel van expert judgement van alle betrokken disciplines het betreffende risico geduid (hoe erg is dit?), zowel van de hulpdiensten als experts van het Havenbedrijf, DCMR en waterschappen waren betrokken. Dit geeft een meer veelzijdige benadering dan enkel een kwantitatieve analyse op basis van data, met name in de bepaling van het effect van een bepaald risico is de inschatting van de experts bepalend: zij weten vanuit ervaring en kennis welke directe gevolgen een incident heeft, maar ook welke aanvullende
gevolgen kunnen optreden binnen andere facetten. Bijvoorbeeld de mate waarin een brand met vrijkomen van gevaarlijke stoffen (brandweer) niet alleen schadelijk is voor de volksgezondheid (GHOR), maar ook voor het oppervlaktewater/ milieu (waterschap) en sociaal-maatschappelijke impact kan hebben op de omgeving (politie/ bevolkingszorg). Een kwantitatieve benadering beperkt zich vaak tot een berekening van een risico als kans x direct effect, hierin worden de andere facetten gemist. Waarom is in het vorige profiel gekozen voor een kwantitatieve benadering? Volgens artikel 15 van de Wet Veiligheidsregio’s is de veiligheidsregio verplicht een risicoprofiel op te stellen, maar deze wet biedt geen concrete invulling aan hoe het risicoprofiel gerealiseerd dient te worden. Naar eigen zeggen van de projectleider en het werkgroep lid van de VRR, is de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond in continue ontwikkeling waarbij beoogd wordt werkmethodieken binnen de VRR blijvend te professionaliseren. Op basis van ervaringen met het vorige risicoprofiel zijn zij tot de conclusie gekomen dat een kwantitatieve benadering berust op volledigheid en betrouwbaarheid van data. Dat wil zeggen dat voor alle scenario’s eerst betrouwbare, geschikte cijfermatige data moet worden gevonden om een reële inschatting te doen over de kans dat een scenario zich ontvouwd.
In de effectberekening is dit nog lastiger: een berekening voor een effectgebied bij een explosie (fysiek) is goed te maken, maar de andere gevolgen van een explosie, zoals bijvoorbeeld wederom de sociaal-maatschappelijke impact, is met data inschatten erg tijdrovend. Mede hierdoor en door het eerder benoemde verschil tussen de benaderingen, heeft de VRR in het huidige profiel de methode aangepast. Waarbij de uitkomsten en vergelijking met het vorige profiel laten zien dat de resultaten van een kwantitatieve benadering en kwalitatieve benadering ten gunste van het doel van het RRP vergelijkbaar zijn.