Antwoorden PvdAGL concept beleidskader doelgroepenvervoer 2022.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Arianne Ripmeester, PvdA/GROENLINKS
Onderwerp/vergaderstuk: concept Beleidskader Doelgroepenvervoer 2022
Vergaderdatum: 7 april 2022
Portefeuillehouder: L. Franzen
Datum indiening vraag: 6 april 2022
Datum ontvangst antwoord: 7 april 2022
Vragen en antwoorden Vraag 1 a. Wat is de maximale termijn tussen aanvraag en daadwerkelijk kunnen reizen? b. Wat is de gemiddelde gerealiseerde termijn? c. Is het mogelijk om deze termijn te verkorten? Waarom wel of niet? Antwoord 1 a. U vraagt naar de maximale termijn van aanvraag tot het moment daadwerkelijk kunnen reizen. Deze termijn is voor de verschillende vervoersoorten niet het zelfde en is een optelsom van processen binnen en buiten de ambtelijke organisatie. Daarom hieronder de huidige maximale termijn voor het verwerken van een aanvraag:
Voor Leerlingenvervoer: 8 weken
Jeugdhulpvervoer: 8 weken
Voor Wmo (collectief)vervoer: 2 weken
b. Het proces van aanvraag tot daadwerkelijk kunnen reizen van de verschillende vervoerssoorten is zowel binnen als buiten de ambtelijke organisatie belegd. De door u opgevraagde termijn wordt niet geregistreerd. c. Procesoptimalisatieonderzoek is altijd een mogelijkheid. Ook binnen dit aanbestedingsproces wordt gekeken naar de toegang en bijbehorende processen. Termijnen voor de toegang zijn geborgd in de verordeningen van de betreffende vervoerssoorten. Vraag 2
Blijft de maximale rittijd voor een jong kind gehandhaafd op 90 minuten? Waarom wel/niet? Antwoord 2 In het concept beleidskader is het alsvolgt opgenomen: De verblijfstijd in een voertuig is zo kort mogelijk, maar maximaal 90 minuten. Vraag 3 Hoe wordt geborgd dat alle chauffeurs een recente VOG hebben? Wie is daarvoor verantwoordelijk? Antwoord 3: Dit wordt geborgd in het contract met de toekomstige vervoerder. De toekomstige vervoerder is hiervoor verantwoordelijk. De gemeente kan deze VOG’s ieder moment opvragen en controleren. Vraag 4 Wmo vervoer. Sommige ouderen zien er goed uit maar zijn fysiek kwetsbaar. Vooral achterin kan het vervoer oncomfortabel zijn. Hoe wordt de locatie in de bus bepaald? Wat kan een reiziger doen wanneer men niet tevreden is over de rit? Antwoord 4: De bestuurder en gebruiker bepalen samen de zitplaats. De gebruiker kan een melding doen bij de regiecentrale en bij de gemeente. Vraag 5 Wat wordt bedoeld met perspectief op zelfstandigheid. Wat betekent dat concreet? En hoe wordt dat bepaald? Antwoord 5: Binnen het Wmo onderzoek (na een Wmo melding) wordt samen met de cliënt gekeken naar de aanleiding van de mobiliteitsbeperking (de vraag achter de vraag). In sommige gevallen gaat het namelijk om een beperking die door middel van begeleiding of tijdelijke inzet verholpen kan worden. Hier is dan sprake van perspectief op zelfredzaamheid.
Indien nodig kan hierbij medisch advies worden gevraagd. Vraag 6 Er wordt gesproken over ritten tot 25 kilometer. Het is dacht ik momenteel vijf zones openbaar vervoer. Daartussen kan veel verschil zitten zeker in landelijke gebieden. Waarom worden de vijf zones niet behouden?
Antwoord 6 Landelijk gezien kunnen inwoners gebruik maken van Valys wanneer men verder reist dan 5 OVzones of 25km bezien vanaf het woonadres. In de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2022 is in artikel 14 lid 2 sub f inderdaad enkel sprake van 5 OV-zones. Bij het opstellen van het definitieve beleidskader zal rekening worden gehouden met de wens van de gemeenteraad welke afstandsbepaling zal worden gehanteerd, de commissie kan tijdens de commissievergading van 7 april 2022 haar standpunt kenbaar maken. Vraag 7 In het stuk staat dat per jaar 1500 kilometer gereisd mag worden. Op dit moment is dat 2000 km. Waarom wordt het kilometerbudget met 25% verkleind? Welke besparing levert dat op? Antwoord 7 In 2.1.1 van het concept beleidskader wordt inderdaad verwezen naar wat jurisprudentie welke aangeeft dat mensen met een indicatie voor de maatwerkvoorziening Vervoer vanuit de WMO, op jaarbasis ongeveer 1.500 km moeten kunnen reizen in een straal van 15-20 km om hun woning. Dit is gedaan om aan te geven wat juridisch gezien minimaal aan vervoerscompensatie geboden moet worden. Echter is dit geen voorstel om de huidige maximale compensatie van 2000 km per jaar te verkleinen (Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2022 is in artikel 14 lid 2 sub b).
Eventuele nieuwe voorstellen hieromtrent volgen bij het eventueel aanpassen van de verordening maatschappelijke ondersteuning. Vraag 8 Uit het stuk kun je opmaken dat er bij aanvragen meer gestuurd gaat worden op gebruik van het OV. Het OV is niet optimaal. Veel bushaltes in Ridderkerk zijn bijvoorbeeld onvoldoende op hoogte gebracht om met een rolstoel de bus in te kunnen rijden. Zou dat niet eerst aangepast moeten worden voordat mensen met een rolstoel of rollator gevraagd wordt om zelfstandig met het OV te reizen? Antwoord 8 Dit onderwerp valt buiten het bereik van dit beleidskader. Vraag 9
Er zijn mensen met een beperking die soms met het OV kunnen maar aangewezen zijn op Wmo vervoer als hun conditie het laat afweten of wanneer er onvoldoende OV is met name 's avonds en in het weekend. Vervalt voor deze groep de mogelijkheid om gebruik te maken van het Wmo vervoer? Waarom wel/niet? Antwoord 9 Nee, dat is niet het geval. Vraag 10 De gemeente stelt steeds vaker dat mensen met een beperking kunnen reizen met het OV en met begeleiding. Volwassenen en jongeren met een geestelijk beperking ervaren problemen in het OV vanwege de onoverzichtelijkheid en de instabiliteit. Volwassenen en jongeren met een fysieke beperking worden beperkt door hun conditie. En vragen daarom WMO vervoer of leerlingvervoer aan. a. Welke hulp biedt de gemeente bij het organiseren van de begeleiding? b. Jonge inwoners bleven thuis omdat begeleiding niet geregeld kan worden of niet afdoende is. Wat kan de gemeente voor hem betekenen? Antwoord 10 a. Onder andere is de inzet van MEE-onderweg en Wmo-begeleiding bij verplaatsen en vervoer mogelijk. b. Zie antwoord b. Vraag 11 Er zijn veel verschillende beperkingen waardoor mensen aangewezen zijn op Wmo-vervoer. In het OV mogen reizigers een opvouwbare fiets meenemen. Bewegen is gezond. Waarom mag dat in het Wmo-vervoer niet? Antwoord 11 Met de huidige vervoerders zijn afspraken gemaakt over bagage.
Een reiziger mag naast handbagage, één stuk grote bagage (max. 55x35x25 cm met een maximaal gewicht van 10 kg) meenemen. Dit dient bij de ritaanmelding te worden aangegeven. Een reiziger mag ook een boodschappenbuggy, rollator, een (elektrische) rolstoel, scootmobiel en krukken of een wandelstok meenemen. Binnen de aanstaande aanbesteding kunnen deze afspraken worden aangevuld.
Vraag 12 Er wordt gekeken naar de mogelijkheden om Wmo-vervoer en OV te combineren. De reistijd norm is nu dat de totale rit niet langer dan anderhalf keer de reistijd van een enkele reis per auto gaat duren. Blijft die norm gehandhaafd? Waarom wel/niet? Antwoord 12 In de huidige overeenkomst met de vervoerder is het volgende opgenomen: een ritduur bedraagt maximaal de directe reistijd plus 30 minuten. Voor ritten binnen een afstand van vijf kilometer geldt als maximum ritduur de directe reistijd plus 15 minuten. Onder de directe reistijd wordt hier verstaan: de reistijd van de meest logische route van herkomst naar bestemming bij voor die periode normale verkeersomstandigheden. Ritten waarbij de omrijdtijd niet wordt nageleefd worden beschouwd als zijnde niet op tijd. We zijn voornemens om deze norm te handhaven. Vraag 13 Reizen met OV is uitdagend, door het overstappen en omdat bussen en treinen regelmatig uitvallen of niet op tijd komen. Wanneer de gemeente gaat aansturen op de combinatie van doelgroepenvervoer en OV zou dan niet de aanmeldtermijn van een uur voor het aanpassen van ritten moeten worden verkort? Antwoord 13 Op dit moment werken we met verschillende soorten profielen: -
Urgentierit: In overleg, zo snel mogelijk;
-
Regulier rit: minimaal 1 uur van tevoren reserveren;
-
Prioriteitsrit: minimaal 24 uur van tevoren reserveren.
Dit willen we handhaven. Vraag 14 Hoeveel ervaringsdeskundigen zijn betrokken bij de opstelling van dit kader? Antwoord 14 Bij het opstellen van dit beleidskader vragen we het maatschappelijk burgerplatform Ridderkerk om advies en vindt gebruikersraadpleging plaats middels een enquête. Vraag 15
Heeft het MBR en het Inclusiepanel al een advies uitgebracht. Zo ja, wilt u deze dan voor de commissie toesturen? Antwoord 15 De MBR is om advies gevraagd. Een eerste overleg over het conceptbeleidskader heeft inmiddels plaatsgevonden.