Antwoorden PvdA Integraal Beleid Sociaal Domein.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Arianne Ripmeester
Onderwerp/vergaderstuk: Nota Integraal Beleid Sociaal Domein (IBSD)
Vergaderdatum: 4 maart 2021
Portefeuillehouder: dhr. L.J. Franzen
Datum indiening vraag: 4 maart 2021
Datum ontvangst antwoord: 4 maart 2021
Vragen en antwoorden Vraag 1 Er is geen nulmeting gedaan vanwege capaciteitsgebrek. Waarom is gekozen om geen nulmeting te doen en niet om capaciteit aan te trekken? Antwoord 1 Er is voor het duiden van de maatschappelijke opgaven een gemeentescan uitgevoerd en er heeft een raadpleging plaatsgevonden onder inwoners, vertegenwoordigers van doelgroepen en partners. Daarnaast is er ook een uitgebreide evaluatie gehouden met betrekking tot de voorgaande beleidskaders. Vraag 2 Het is maart 2021 a. Waarom is ervoor gekozen om niet meer recente cijfers op te nemen? Bijvoorbeeld de cijfers over de ontwikkeling bestand Participatiewet gaan tot sep 2019 (785 bijstandsgerechtigden). b. Is het geschetste beeld van anderhalfjaar geleden nog een betrouwbare basis voor nu? c. Klopt het dat het aantal bijstandsgerechtigden in Ridderkerk is opgelopen tot rond de 1000? d. Kunt u verklaren waarom de bestandsonwikkeling in Ridderkerk toeneemt tegen de landelijke trend in en in afwijking van referentiegemeenten? Antwoord 2
a. Bij het schrijven van de nota zijn de op dat moment meest recente beschikbare gegevens gebruikt. b. Ja het geschetste beeld is een betrouwbare basis voor de nota. c. Op peildatum 1-3-2021 werden er in Ridderkerk 913 uitkeringen verstrekt. d. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat in het klantenbestand de gemiddelde leeftijd hoog is en een relatief groot aandeel praktisch of niet geschoolde kandidaten bevat. Ook is zijn er in de gemeente Ridderkerk relatief veel werkzoekenden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. De personen die direct aan het werk kunnen, worden over het algemeen ook direct naar werk bemiddeld. Wat overblijft is een groep die meer begeleiding nodig heeft op en naar de arbeidsmarkt. Met het IBSD wordt hier ook uitdrukkelijk aandacht aan gegeven. Dit is een wijziging ten opzichte van het concept integraal Beleid Sociaal Domein dat in september 2020 met u is besproken. Vraag 3 De rol van de raad vraagt om opheldering. De beoogde maatschappelijke effecten zijn breed geformuleerd en worden door de opgavetafels ingevuld. Prestatie indicatoren en streefcijfers zijn nog niet bepaald.
Welke invloed heeft de raad op de uitvoering om de maatschappelijke effecten te bereiken? Hoe kan de raad beoordelen of het gevoerde beleid effectief is? Antwoord 3 In hoofdstuk 9 is beschreven welke indicatoren we willen gaan gebruiken om te monitoren hoe onze inspanningen bijdragen aan de 5 maatschappelijke effecten. Vanwege Corona heeft het technisch ontwikkelen van een rapportage waarin deze indicatoren worden gemeten meer tijd gekost dan gepland. Gelijktijdig met de bestuursrapportage Sociaal Domein over 2021 zullen we de nieuwe rapportage met de IBSD indicatoren verstrekken. Langs die weg kan de raad beoordelen in hoeverre het gevoerde beleid effectief is. Vraag 4 In Barendrecht is een motie aangenomen mbt IBSD waarin wordt verzocht om eerst een nulmeting te doen en met een voorstel te komen met streefcijfers die het college met de beoogde aanpak in de nota beoogt te bereiken en om de voortgang te rapporteren via de P&C cyclus. Hoe staat u tegenover zo’n soort motie? Antwoord 4 We staan hier niet positief tegenover. Het anders meten van de maatschappelijke effecten, het integraal werken en de opgavetafels kunnen anders niet van start gaan.
Vraag 5 Het SCP meldde recent dat het uitgangspunt ‘zelfredzaamheid’ opnieuw bekeken moet worden. Deze nota gaat uit van (versterken van) zelfredzaamheid. Geeft dit nieuwe SCP rapport reden tot aanpassing van deze nota? Waarom wel of niet? Antwoord 5 De bevindingen van het SCP rapport ‘Sociaal domein op koers?’ sluiten aan bij onze ervaringen in de dagdagelijkse praktijk. Op specifiek dit punt hebben ook wij moeten constateren dat de mogelijkheden van ‘zelfredzaamheid’ bij de decentralisaties zijn overschat. Om die reden is dan ook in paragraaf 4.1.2 (Zelfredzaamheid geen (continu) gegeven in het leven) beschreven welke beperkingen en grenzen de ‘zelfredzaamheid’ kent. Vraag 6 De nota spreekt over een integraal wijkgericht hulpaanbod op basis van de meest voorkomende vragen in een wijk en dat is niet hetzelfde als integraal maatwerk op persoonniveau. a. Hoe voorkomt u aanbodgestuurde hulp en stimuleert u maatwerk op basis van verdieping in de persoonlijke situatie van de hulpvrager? b. Waarom wordt er niet gewerkt met Mobility Mentoring ( of zoiets dergelijks), één overzichtelijk plan ter versterking van de vijf levensgebieden dat als basis dient voor de communicatie en de integrale en vooral duurzame hulpverlening op persoonsniveau? Er wordt verwacht dat deelnemende organisaties aan de opgavetafel zo gewenst het organisatie over hun schaduw heen stappen. c.
Wordt dit ook van de gemeente verwacht en zo ja hoe wordt dit mogelijk gemaakt? Antwoord 6 a. Vanuit het principe één gezin/huishouden, één plan, één regisseur onderzoeken we samen met de inwoner wat de best passende ondersteuning is. Waar dat aanvullend nodig is wordt gespecialiseerde hulp in de vorm van een maatwerkvoorziening ingezet. b. In de nota hebben we op pagina 19 het volgende beschreven “Het langdurig op of onder de armoedegrens leven bijvoorbeeld kan een verlammende werking hebben op mensen, waardoor er een kans bestaat dat zij in een negatieve vicieuze cirkel terecht komen. Het is belangrijk dat hier rekening mee gehouden wordt in de uitvoering binnen het sociaal domein.” Bij de uitwerking van de nota zal bezien worden welke methodiek binnen de Ridderkerkse uitvoering het meest passend is. c. Ja via de opgavetafels geven we daar blijk van en invulling aan.
Vraag 7 De positie van een hulpvrager ten opzichte van de BAR organisatie is niet sterk. Nu komen er opgave tafels waar verschillende organisaties het hulpaanbod vormgeven. Van hulpvragers en hun mantelzorgers wordt verwacht dat zij hun hulpvraag kenbaar maken en realiseren in gesprekken met meerdere vertegenwoordigers van gemeente, scholen en hulpinstanties. a. Hoe voorkomen we dat een hulpvrager met zijn hulpvraag bij onvrede of potentiële klacht van het kastje naar de muur wordt gestuurd? b. Welke rol ziet u hierbij voor het MBR? Een reden dat mensen geen klacht indienen is dat de geboden hulp wordt gestopt terwijl de klacht wordt onderzocht. c. Op welke manier wordt voorkomen dat de hulpvrager daardoor (verder) in de problemen komt? d. Bent u bereid een duidelijke nieuwe klachtenroute kaart te maken en deze regelmatig bij inwoners onder de aandacht te brengen? e. Hoe kan gemeten worden of de door de gemeente voorgestelde klachtenroute de hulpvrager daadwerkelijk heeft geholpen en bijvoorbeeld niet heeft afgeschrokken? Antwoord 7 a. Hiervoor hanteren we een klachtenregeling. b. Gesignaleerde problemen kunnen bij het MBR aan de orde worden gesteld en zij kunnen hierover vervolgens in gesprek gaan met en aanbevelingen doen aan de gemeente hoe hiermee om te gaan. c. Indien sprake is van een klacht t.a.v.
een betrokken casusregisseur wordt in gezamenlijkheid met de teamleider wijkteams bekeken hoe de klacht het beste opgepakt kan worden. Indien de klacht betrekking heeft op de hulpverlening vanuit een van onze gecontracteerde partners dan wordt daar het gesprek over aangegaan met de desbetreffende partner. d. In navolging op de Verordening Klachtenbehandeling Ridderkerk 2020 van deze klachtenregeling zal een specifieke klachtenregeling Sociaal Domein worden opgesteld, waarin deze route wordt beschreven. De platforms worden hierover om advies gevraagd. e. Het werken volgens het nieuwe proces van klachtenafhandeling zal t.z.t. geëvalueerd worden. Vraag 8 Het is algemeen bekend dat wanneer je zorgkosten wilt verlagen je aan armoedebestrijding moet doen. Bijna de helft van de mensen met onvoldoende inkomen om van rond te kunnen komen heeft een baan.
In de nota is aandacht voor de waarde van werk. En in de evaluatie wordt benoemd dat inkomensondersteuning en -vorming door middel van werk mee wordt genomen bij de behandeling van zorgdragen en oplossingen. Wij missen aandacht voor de mogelijkheden die de gemeente zelf heeft om bij te dragen aan voldoende en stabiel inkomen denk bijvoorbeeld aan het probleem bij het aanvragen van een aanvullende uitkering, aandacht bij het in- en uit uitkering gaan bij kortdurende projecten, het laten voortduren van de inning van lokale heffingen bij minima. Wanneer wordt inzichtelijk gemaakt wat uw inzet is op dit terrein in het kader van deze nota? Antwoord 8 Dat maken we zichtbaar via de Armoedemonitor die we jaarlijks aan uw raad sturen. Vraag 9 Vrijwilligers en bijstandsgerechtigden (tegenprestatie of traject naar werk met behoud van uitkering) voeren taken uit die voorheen door betaalde krachten werden gedaan zoals buschauffeur, medewerker arbeidspool of gastvrouw in verzorgingshuizen. De FNV heeft recent daarover een rapport gestuurd naar het gemeentebestuur. a. Bent u bereid te monitoren bij hoeveel mensen die met behoud van uitkering werken dit leidt tot een contract langer dan een jaar? b. Bent u bereid om een verdringingstoets in te voeren in Ridderkerk en het tegengaan van verdringing op te nemen in opdrachten en bij inbesteden? c.
Welke activiteiten worden ontplooid om met name arbeidsbeperkten beter te begeleiden? Antwoord 9 Arbeidsverdringing is bij wet verboden. Mensen met een uitkering voeren dan ook niet het werk uit wat voorheen door betaalde krachten werd gedaan. Wat wel mogelijk is, is om personen met een bijstandsuitkering via een proefplaatsing bij een werkgever in dienst te laten treden. Het gaat dan om een periode van maximaal 3 maanden, waarbij iemand met behoud van uitkering aan het werk gaat bij een reguliere werkgever. In deze periode kunnen zowel de werkgever en de werknemer aan elkaar wennen en kan er vanuit de gemeente begeleiding worden geboden. Na deze proefperiode wordt er in de meeste gevallen een arbeidscontract aangeboden aan de werknemer. a. Het is niet mogelijk om te monitoren in hoeveel gevallen dit uiteindelijk leidt tot een contract voor langer dan een jaar. In eerste instantie wordt er vaak gestart met een contract voor een half jaar. Hiermee is de werknemer uit de uitkering en mogen wij als gemeente geen gegevens meer inzien van deze persoon.
b. Verdringing op de arbeidsmarkt is bij wet verboden. Bij het gunnen van opdrachten wordt hierop gemonitord. c. Voor de doelgroep arbeidsbeperkten is het van belang dat zij geplaatst worden bij een werkgever die goed bij hen past. Samen met de klantmanagers wordt goed naar de behoeften en wensen van onze kandidaten gekeken. Door gesprekken met zowel de werkgever als de werknemer te voeren, wordt een zo goed mogelijk match geprobeerd te vinden. Dit vraagt tijd en inzet van alle partijen met als doel een duurzame plaatsing. Vraag 10 Recent nam de Tweede Kamer een motie aan die de ruimte voor giften in de bijstand voor alle gemeenten vaststelt op 1200 euro per jaar. Dat betekent dat bijstandsgerechtigden giften tot dat bedrag niet hoeven te melden aan de gemeente. a. Wanneer worden art 31 van de beleidsregels Participatiewet <..> 2017 daarop aangepast? Graag motiveren wanneer u dat niet wenst te doen. b. Hoe gaat u om met giften in de periode tot de nieuwe Beleidsregels zijn geactualiseerd? Antwoord 10 a. Als artikel 31 van de Participatiewet wordt aangepast en giften tot een bedrag van €1200 per jaar dienen te worden vrijgelaten, vloeit dit rechtstreeks voort uit deze wet. Dit kan te allen tijde worden toegepast. Het is gewenst om de beleidsregels in lijn met deze wijziging te laten zijn.
De mogelijke wijziging van artikel 31 Participatiewet zal dan mee worden genomen bij een eerstvolgende update van de Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz Onderdelen Inkomen, Vermogen, Boeten, Terugvordering & Verhaal, en Regeling Kinderopvang Ridderkerk 2017. b. Op dit moment staat het ontvangen van een gift bijstandsverlening ook niet in de weg. Op basis van maatwerk wordt naar de situatie gekeken en per situatie beoordeeld hoe om te gaan met de ontvangen gift. Indien artikel 31 Participatiewet wordt gewijzigd, wordt deze wijziging per direct doorgevoerd. Er hoeft hierbij niet gewacht te worden op het aanpassen van de beleidsregels. Vraag 11 Het is goed dat in de nota aandacht is voor het versterken van basisvaardigheden als, taal en computer. In het kader van preventie mist in dit rijtje het versterken van sociaal emotionele vaardigheden. Vaardigheden die inzicht geven op eigen functioneren en relatie met de omgeving. Het ontwikkelen van een gezonde basis van zelfvertrouwen en eigenwaarde (samen ook wel zelfrespect genoemd) en de mate waarin jeugdigen veerkracht ontwikkelen, beïnvloedt niet alleen
de mate waarin zij zichzelf als volwassenen kunnen handhaven, maar ook de kans dat andere risicofactoren, zoals werkeloosheid en verslaving, zich kunnen voordoen. Wilt u ook deze vaardigheid gericht versterken? Zo nee waarom niet? Zo ja op welke wijze? Antwoord 11 Ja. Op pagina 13 van de nota hebben we beschreven dat er “aandacht is voor factoren die van invloed kunnen zijn op (dreigende) achterstanden; bijvoorbeeld op het gebied van taalontwikkeling, motorische ontwikkeling of sociaal-emotionele ontwikkeling.” Middels de productafspraken met Stichting Facet Ridderkerk hebben we aandacht voor het vergroten van sociale vaardigheden, het zelfvertrouwen en weerbaarheid. Hierop wordt ingezet door middel van het creëren van aanbod op het gebied van talentontwikkeling en het bieden van weerbaarheidstrainingen, zoals Project 0180 en het verzorgen van Rots en Water lessen voor het basis- en voortgezet onderwijs. Vooralsnog continueren we deze afspraak. Vraag 12 Uit de evaluatie mei 2020 en het advies van het MBR komen naar voren dat het wijkteam en de integrale toegang tot zorg niet optimaal functioneren. Inwoners worden minder goed te woord gestaan dan vertegenwoordigers van organisaties. De wachttijden zijn lang, te weinig capaciteit en te weinig toegankelijk. Ook wordt verschillende malen de wisseling van personeel benoemd. a.
Worden deze punten erkend en zo ja wat wordt gedaan om hierin verbetering aan te brengen? b. Komt er een plan van aanpak verbetering wijkteams? Antwoord 12 De beleidsuitgangspunten uit het IBSD zijn voor de wijkteams meer concreet gemaakt en dienen daarmee als uitgangspunt voor de aanbesteding. Op 2 maart hebben wij u met een raadsinformatiebrief hierover geïnformeerd. Vraag 13 Wanneer inwoners tussen wal en schip raken wordt het Lokaal Zorgnetwerk ingeschakeld. Capaciteit en bereikbaarheid zijn aandachtspunten. Uit hoeveel medewerkers en hoeveel fte bestaat dit zorgnetwerk en hoeveel specifiek voor Ridderkerk? Antwoord 13 Er zijn momenteel drie medewerkers (2,2fte) in dienst voor Ridderkerk. Daarnaast wordt specifieke GGZ expertise ingehuurd voor circa 0,5 fte.
Vraag 14 Investeringen in de jeugd voorkomen problemen bij volwassenen. Op Pg 16 wordt aangegeven dat veel Ridderkerkse kinderen risico lopen op psychosociale problemen. Een op de drie jongeren met een verhoogd risico ervaart zelf duidelijke of ernstige problemen met emoties, concentratie, gedrag of omgang met anderen (Psychosociale problemen jeugd Ridderkerk CJG) De wijkteams lijken te worden versterkt met uitvoeringscapaciteit bij scholen en enkele huisartsen. a. Met hoeveel medewerkers cq fte worden de wijkteams versterkt? b. Is drie uur per week op bijvoorbeeld een basisschool genoeg om effectieve hulp te bieden aan de ca 10 à 15 kinderen en ouders die volgens de landelijke definitie van kindermishandeling (lichamelijk, sociaal-emotioneel, seksueel) dit nodig hebben? c. Worden er via de wijkteam meer gezinscoaches ingezet om samen met de gezinsleden hun problemen op de verschillende levensgebieden aan te pakken? d. Waar ligt de regie bij de hulp aan deze kinderen? Antwoord 14 De beleidsuitgangspunten uit het IBSD zijn voor de wijkteams meer concreet gemaakt en dienen daarmee als uitgangspunt voor de aanbesteding. Op 2 maart hebben wij u met een raadsinformatiebrief hierover geïnformeerd. Vraag 15 Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal Daarvoor is een samenleving nodig die veilig is voor mensen ongeacht hun afkomst, seksuele voorkeur of huidskleur.
In de samenleving worden soms harde uitspraken gedaan die dit veiligheidsgevoel onder druk zetten zoals recent in Krimpen dat door het programma BOOS landelijk aandacht krijgt. a. Kunt u aangeven waar in de nota de plannen staan om juist op deze punten Ridderkerk te versterken? Kunt u enkele activiteiten benoemen? b. Op welke wijze wordt geborgd dat in Ridderkerk de keuzemogelijkheid voor inwoners aanwezig is om ook niet identiteitsgebonden (vrijwilligers) zorg en hulpverlening te ontvangen? Antwoord 15 a. In deze nota ligt het accent van de aanpak die hieraan gerelateerd is op ‘meedoen’ en het wegnemen van belemmeringen om mee te kunnen doen. Er is aandacht voor het tegen gaan
van vormen van discriminatie, bijvoorbeeld via de anti-discriminatievoorziening en de dienstverlening van Facet, waaronder de soos LHBT. b. Dit is geborgd via het persoonsgebonden budget. Vraag 16 Zware taken komen naar de gemeente zoals Jeugdbescherming. Wordt dit op basis van deze nota BARbreed aangepakt of wordt dit alleen voor en door Ridderkerk gedaan? Antwoord 16 Daar hebben we nog geen standpunt over ingenomen. Vraag 17 Wanneer deze nota niet wordt vastgesteld welke activiteiten zouden dan geen doorgang kunnen vinden of worden gestopt? Antwoord 17 Bij het niet vaststellen van deze nota zetten we niet in op het anders meten van de maatschappelijke effecten, het integraal werken en de opgavetafels. Daarnaast treedt er vertraging op ten aanzien van de aanbestedingen sociaal domein.