CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden PvdA gebiedsvisie en planMER Rivieroevers.pdf

Commissie Samen wonen RK 2 december 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers2.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie ● Vragensteller: Jeroen Rijsdijk, PvdA Ridderkerk ● Onderwerp/vergaderstuk: Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers ● Vergaderdatum: 02-12-2021 ● Portefeuillehouder: C.A. Oosterwijk ● Datum indiening vraag: 30-11-2021 ● Datum ontvangst antwoord: 2 december 2021 Vragen en antwoorden Vraag 1 Hoe verhouden de gebiedsvisie en het planMER zich tot elkaar? Welk document is leidend? Antwoord De visie is planologisch leidend. Het planMER is een onderbouwing bij de visie. De m.e.r.procedure is gekoppeld aan de procedure die moet worden doorlopen voor de visie, de zogenoemde ‘moederprocedure'. Vraag 2 Kunt u concreet aangeven welke wettelijke en eventueel andere eisen eraan het detailniveau van een planMER worden gesteld? Het valt ons namelijk op dat er in veel tabellen met plussen en minnen wordt gewerkt, terwijl we vooral benieuwd zijn naar de concrete impact op de leefomgeving. Antwoord 2 Op visieniveau wordt het planMER op hoofdlijnen beschreven. Wettelijk zijn geen eisen aan het detailniveau van een planMER gesteld. Wel is de beoordeling van het planMER door de onafhankelijke Commissie m.e.r. bij wet geregeld. Deze beoordeling door de Commissie m.e.r. is bij de stukken aan uw raad gevoegd.

De concrete impact zoals u die verwoordt, vormt een onderdeel van het vervolgproces in de vorm van een Omgevingsplan en/of Omgevingsvergunning.

Vraag 3 Inwoners die wij hebben gesproken, geven aan ontevreden te zijn over het participatietraject. Wat vindt u zelf van het participatietraject en welke verbeterpunten ziet u? Antwoord 3 Veel inwoners hebben hun weg naar het participatieplatform en bijeenkomsten gevonden. Dat blijkt ook uit de vele reacties en prikkers op de kaart. Er is inderdaad gebleken dat een beperkt aantal inwoners onze oproepen en communicatie via zowel de website, Blauwkai, radio, Facebook en Twitter hebben gemist, en daardoor pas laat in het proces betrokken zijn. Op basis van signalen hebben we geacteerd en daarom ook nog een fysieke bijeenkomst willen en kunnen organiseren. Bij de bespreking van de startnotitie met uw raad is bij het onderwerp participatie uitgebreid stilgestaan; het verdient aanbeveling daarbij nog concreter stil te staan bij ook uw participatiewensen en opgedane ervaringen en die in gezamenlijk te bespreken. Ook verdient het aanbeveling om nog eens na te gaan of de ontevredenheid van een aantal inwoners te maken heeft met het participatieproces op zich (dat uitgebreid was en juist met heel veel partijen op veel momenten tot goede bijeenkomsten heeft geleid) of de uitkomsten van de gebiedsvisie en de keuzes die daarbij worden gemaakt (die af kunnen wijken van de persoonlijke keuzes en voorkeuren).

Verwachtingen over de karakteristiek van de gebiedsvisie (een visie op de hoofdlijnen) en de concrete zorgen van inwoners (die pas in een latere fase aan de orde komen als planuitwerking ook meer concreet plaatsvindt) is een algemeen aandachtspunt wat bij trajecten als dit nog duidelijker aan de voorkant van het proces uitgelegd zou kunnen worden. Dit alles neemt niet weg dat we een volwaardig, uitgebreid, uitnodigend en creatief participatieproces hebben doorlopen waar iedereen kennis zou hebben kunnen nemen in een periode die vanwege coronabeperkingen ook nog eens ingewikkeld was qua beperkingen voor fysieke bijeenkomsten. Vraag 4 Waarom zijn inwoners die in het gebied van de gebiedsvisie wonen niet persoonlijk per brief geïnformeerd en uitgenodigd om mee te denken over de beoogde ontwikkelingen? Antwoord 4 Bij grote gebieden die de hele gemeente betreffen communiceren we via de Blauwkai, de website, facebook en twitter. Vanwege de omvang van het gebied niet voor gekozen voor een brief. We hebben deze afweging gemaakt omdat de Blauwkai veel gelezen wordt en het ons formele communicatiekanaal is, samen met de website. Bij formele ter inzage leggingen is dat de elektronische ter inzagelegging. Het sturen van een brief biedt ook geen zekerheid voor een betere participatie-ervaring van sommige inwoners.

Vraag 5 Hoe is de haalbaarheid van het aantal te bouwen woningen in de verschillende scenario’s en dan in het bijzonder die van het voorkeursscenario onderzocht en welke onderbouwing ligt hieraan ten grondslag? Graag uw antwoord toelichten. Antwoord 5 De haalbaarheid van realisatie wordt in een later stadium bepaald. Dit wordt bepaald door een combinatie van de op te stellen mobiliteitstrategie, (stedenbouwkundige) randvoorwaarden en kwaliteitskader. Vraag 6 Volgens onderzoeksbureau Haskoning is het niet gezegd dat extra te bouwen woningen aan de Schans in de vorm van hoogbouw worden gerealiseerd. Gelet op de beperkte beschikbare ruimte en het aantal van 200 woningen waar in het voorkeursscenario van wordt uitgegaan, zijn omwonenden bezorgd over de bouw van twee of drie woontorens. In de woonvisie worden de rivieroevers genoemd als een van de grote strategische woningbouwlocaties. Hoe reëel is het om te veronderstellen dat erop deze locatie niet in de hoogte wordt gebouwd? Antwoord 6 Er zal naar verwachting wel sprake zijn van gestapeld ontwikkelen. De hoogte van de bebouwing op de Schans is echter mede afhankelijk van de zichtlijnen vanaf Unesco Werelderfgoed Kinderdijk. Daarnaast is de hoogte ook afhankelijk van een haalbaarheidsstudie zoals benoemd op vraag 5.

Verder willen we benadrukken dat in de visie geen aantallen worden genoemd (zie hiervoor ook het antwoord op vraag 1). Vraag 7 Het straatbeeld bij de Schans is nagenoeg volledig versteend. Waarom is er destijds bij de ontwikkeling van de Schans niet nagedacht over een groene woonomgeving? Welke afspraken zijn daarover gemaakt met de betreffende projectontwikkelaar(s)? Antwoord 7 De gronden van de Schans waren in eigendom bij een ontwikkelaar. Het bestemmingsplan gaf al een bouwtitel om de woningbouw en buitenruimte te realiseren. In nader overleg heeft de gemeente nog wel kunnen sturen op de inrichting, waarbij de huidige inrichting het hoogst haalbare bleek. De gronden zijn inmiddels aan de gemeente overgedragen. De beplanting heeft nog wat tijd nodig om tot volle wasdom te komen. In de toekomst kunnen we in samenhang met een herontwikkeling in het gebied wel overwegen om het gebied meer te vergroenen en

klimaatadaptiever in te richten. Het mag duidelijk zijn dat onze huidige Groenvisie een dergelijke versteende inrichting per heden ook niet op deze wijze tot uitvoering wenst te zien komen. Vraag 8 Worden er bij de beoogde woningbouw op deze locatie wel harde afspraken over voldoende groen gemaakt? Wiens verantwoordelijkheid is dit? Van de gemeente, de projectontwikkelaar of van allebei? Graag uw antwoord toelichten. Antwoord 8 Een bijdrage aan het overkoepelend Oeverpark door toegankelijke oevers, combinatie ontwikkeling groen met rood (woningen), overwegend natuurlijke getijde-oever, en het creëren van groene buitenruimte met plekken voor ontmoeten en bewegen zijn randvoorwaarden die we stellen aan ontwikkelingen. De gemeente stuurt hierop en de initiatiefnemer heeft de verantwoordelijkheid dat in zijn plan op te nemen en te realiseren. De Groenvisie is daarbij ook een belangrijk kader. De gemeente zal daarop sturen; de gebiedsvisie biedt daar de randvoorwaarden en kaders voor. De initiatiefnemer is verantwoordelijkheid het in zijn plannen op te nemen en te realiseren. Vraag 9 Bewoners geven aan dat er bij de beoogde ontwikkelingen helemaal geen ruimte is voor groene corridors aan weerszijden van de haven en dat het voorkeursscenario, dat van alle scenario’s het best scoort op groen, geen realistisch beeld geeft.

Hoe ziet u dit? Antwoord 9 Het idee is dat de haven gaat fungeren als kloppend hart met groen ingerichte kades, maar met ruimte voor haven gerelateerde activiteiten. Gezien de beperkte ruimte, vergt inpassing van de ambitie ‘groene lopers’ maatwerk. Zo willen we nadrukkelijk de (verlengde) groene zone langs de Noord laten aansluiten op de haven. Ook zouden parkeerterreinen kunnen worden vergroend. Kortom: de ruimte is beperkt, maar de invulling van groene corridors is daarmee zeker niet onrealistisch. De uitdaging om er met eigenaren en ontwikkelaars iets moois van te maken gaan we graag aan: woonkwaliteit wordt ‘gedragen’ door omgevingskwaliteit waarbij groen een belangrijke rol speelt.| Vraag 10 Wat is de reden dat de Ringdijk, Randweg en Rijnsingel niet zijn meegenomen in de analyse van de verkeersafwikkeling? Antwoord 10 Het RVMK (het regionale verkeersmodel) van de MRDH is gebruikt, daarin is ook naar deze

wegen gekeken. In de planMER hebben wij ons vooral beperkt tot het plangebied. We hebben wel de effecten in een bredere context bekeken. We zijn tot de conclusie gekomen dat er op deze wegen extra verkeer bij komt vanwege de ontwikkelingen langs de Rivieroevers en dat hiervoor een mobiliteitsstrategie opgesteld moet worden. Vraag 11 Wat zijn de gevolgen van het (verwachte) extra vrachtwagenverkeer van het distributiecentrum en de voertuigbewegingen van de huidige en nieuwe woningen met betrekking tot fijnstofuitstoot? Blijft de uitbreiding binnen de norm? In het planMER zijn geen onderbouwde berekeningen aanwezig en we vragen ons af of de metingen bij de Hogeweg wel representatief zijn voor de ontwikkelingen die het planMER beschrijft. Graag uw antwoord toelichten. Antwoord 11 Omdat dit een ontwikkeling is die nog niet is vergund en dus niet in een autonome ontwikkeling is opgenomen, is de ontwikkeling in het planMER meegenomen. Voor de verkeersafwikkeling van (vracht)verkeer vanaf het distributiecentrum is verkeerskundig onderzoek uitgevoerd, wat gebruikt is voor het planMER. Door de gemeente wordt beoordeeld in hoeverre de bedoelde ontwikkeling past binnen het bestemmingsplan. Daarmee is de beoordeling van de betreffende ontwikkeling van het distributiecentrum nadrukkelijk geen deel van het planMER bij de gebiedsvisie.

Het abstractieniveau van de visie en daarmee de planMER leent zich ook niet voor deze beoordeling. Voor de vestiging van het distributiecentrum is overigens een omgevingsvergunning benodigd waarbij activiteiten dienen te worden onderbouwd op hun (milieu)effecten en toetsing aan wet- en regelgeving plaatsvindt. Toename van gemotoriseerde verkeerbewegingen zal leiden tot meer NO2, fijnstof en roetuitstoot. Dat is de reden dat een mobiliteitsstrategie in de uitwerking is voorgeschreven. In de huidige situatie is het fijnstof gehalte in het plangebied ruim onder de wettelijke grenswaarden. In hoeverre de luchtkwaliteit momenteel voldoet aan de WHO-advieswaarden is vanwege detectielimieten in RIVM meetwaarden niet met zekerheid te stellen. In de algemene transitieregels is opgenomen dat dat ontwikkeling moet aansluiting bij het Actieplan Luchtkwaliteit waarbij gestreefd wordt naar de WHO advieswaarden 2015. Vraag 12 De Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering die per 1 juli 2021 in werking getreden is, stelt de stikstofuitstoot in de bouwfase vrij van vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming. Dit betekent onder andere dat er in deze fase geen Aerius-berekening (stikstofdeposito) hoeft te worden gemaakt.

Voor de langdurige gebruiksfase moet nog altijd worden aangetoond dat significant negatieve effecten zijn uit te sluiten en blijft de Aerius-berekening derhalve verplicht.

Kunt u aangeven waarom er nog geen Aerius-berekening is gemaakt om te beoordelen of er in de gebruiksfase geen problemen optreden? De uitkomsten van deze berekening kunnen immers directe gevolgen hebben voor het aantal woningen en het distributiecentrum. Antwoord 12 Aerius berekeningen worden uitgevoerd in het kader van een vergunningaanvraag en/of planologische procedure waarbij concreet duidelijk is welke planvorming wordt beoogd. Op dat moment is namelijk het voornemen voldoende concreet voor een dergelijke berekening. Op visieniveau wordt volstaan met een zogenaamde ‘passende beoordeling’. Deze is als bijlage bij het planMER opgenomen. Wij verwijzen u gemakshalve naar Tabel 7-1 van Bijlage 3 bij de planMER. Vraag 13 Voor het bestemmingsplan Oudelande 4 en 6 is er een veiligheidsstudie door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) uitgevoerd in verband met het vervoer van gevaarlijke (brandbare) stoffen over de weg. Over het water worden ook brandbare stoffen vervoerd. Schepen vervoeren meer lading dan vrachtwagens en kunnen dus potentieel een grotere explosie veroorzaken. Wordt gelet op de huidige en beoogde woningen aan het water ook het risico op een aanvaring van een schip en het mogelijke ontploffingsgevaar onderzocht? Graag uw antwoord toelichten. Antwoord 13 Ja, dat wordt toekomstig onderzocht.

Dat risico is nu slechts beperkt beoordeeld en is ook planafhankelijk. Bij een concreet plan zal dat nader worden getoetst door de VRR. Vraag 14 Wat zijn de wettelijke regels met betrekking tot de zichtlijnen van Rijksmonumenten zoals het Huys Ten Donck en kunt u aangeven in hoeverre hier in de huidige situatie aan voldaan wordt? Antwoord 14 Over deze vraag hebben we nader contact met de Rijksdienst. We komen daar in de vergadering op terug, of geven daarna een schriftelijk antwoord. Overigens ligt ook hier een rol voor de initiatiefnemer van toekomstige ontwikkelingen; iets wat we bij Huys ten Donck bekend veronderstellen maar desondanks ook onder de aandacht zullen brengen. Vraag 15 Het waterschap heeft de vergunning voor de bouw van het distributiecentrum, inclusief de sloop van de huidige opstallen, op 29 november afgegeven aan Panattoni. Kunt u aangeven hoe het kan dat er enkele weken geleden al met de sloopwerkzaamheden is begonnen, terwijl de vergunning pas gister is afgegeven? Graag uw antwoord toelichten.

Antwoord 15 Los van de sloopvergunning die door Waterschap is afgegeven, is bij de gemeente op 15 juni 2021 een sloopmelding ingediend. De sloopmelding wordt aangestuurd vanuit het Bouwbesluit en is, als deze voldoet aan de indieningsvereisten, na 4 weken een automatische toestemming. Er mag dan worden gesloopt. Dit is hier ook het geval. Voor afzonderlijk onderdelen, bijvoorbeeld slopen onder het maaiveld in de primaire waterkering, is het Waterschap het bevoegd gezag en is waarschijnlijk afgelopen week een vergunning voor dit onderdeel afgegeven. Als het Waterschap zou concluderen dat haar vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd, dan is het ook aan het Waterschap als bevoegd gezag om handhaving te overwegen. Vraag 16 Is in de afgegeven vergunning het aantal verkeersbewegingen van het distributiecentrum gemaximeerd? Zo ja, tot welk aantal? Zo nee, waarom niet? Antwoord 16 Er is nog geen vergunning afgegeven. In de toekomstige vergunning wordt ook geen maximum aantal afgegeven indien de ontwikkeling past binnen het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan heeft in dat geval al een afweging plaatsgevonden. Bij het afgeven van de vergunning wordt wel gekeken naar de te verwachte verkeersgeneratie op basis van kengetallen uit de CROW en wat de gevolgen hiervan zijn op het wegennet. Zonodig kan dat leiden tot door te voeren (infrastructurele) maatregelen.

Vraag 17 Zijn in de afgegeven vergunning voorwaarden gesteld aan de bouw van het distributiecentrum op het gebied van duurzaamheid? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet en zijn hierover andere afspraken gemaakt? Antwoord 17 Bij een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan het bestemmingsplan en de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit. Buiten de nieuwbouweisen die het Bouwbesluit aan duurzaamheid stelt, mogen wij geen extra voorwaarden stellen. Vraag 18 Wat is de reden dat de vragen die ik op 10 november (inmiddels dus drie weken geleden) via de griffie heb gesteld over de sloopwerkzaamheden die al plaatsvonden voor het afgeven van de vergunning, tot aan het moment van indiening van deze vragen niet zijn beantwoord en dat ik ook tussentijds niet via bureau bestuurszaken op de hoogte ben gehouden van de voortgang?

Antwoord 18 Ook in dit geval geldt dat vragen die worden gesteld een interne route hebben te doorlopen. De beantwoording van deze vragen is inmiddels op 1 december 2021 per mail verzonden. Dat is sneller dan de gebruikelijke termijn die daarvoor staat via artikel 40 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad. Die termijn bedraagt namelijk dertig dagen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/782/documents/30709