Antwoorden PvdA Concept Woonvisie Ridderkerk 2021-2026.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Jeroen Rijsdijk, PvdA Ridderkerk
Onderwerp/vergaderstuk: Concept Woonvisie Ridderkerk 2021-2026
Vergaderdatum: 30 maart 2021
Portefeuillehouder: C.A. Oosterwijk
Datum indiening vraag: 28 maart 2021
Datum ontvangst antwoord: 30 maart 2021
Vragen en antwoorden Vraag 1a Op p. 8 van de concept woonvisie wordt puntsgewijs opgesomd wat er in het coalitieakkoord en het collegeprogramma is opgenomen over wonen. Er wordt echter niet aangegeven wat er sinds 2018 op deze punten is bereikt. Kunt u dit per punt concreet aangeven? Het is immers nog minder dan een jaar tot aan de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Antwoord 1a In het coalitieakkoord en collegeprogramma zijn een aantal Wonen onderwerpen opgenomen:
‘Op het gebied van betaalbare woningen voor iedere doelgroep is nog veel te doen. Met onze grootste woningcorporatie Woonvisie geven we grote herstructureringsplannen voor woningbouw vorm.’ Afspraken over betaalbare woningen en herstructureringsplannen zijn vastgelegd in nieuwe prestatieafspraken met Wooncompas en Progressie voor de periode 2020-2024. Daarnaast worden in diverse projecten, zoals bijvoorbeeld Driehoek Het Zand en de beoogde ontwikkeling op de hoek van de Rembrandtweg/Burgemeester de Zeeuwstraat betaalbare appartementen (maximaal € 200.000) gerealiseerd.
‘Onderzoek naar nieuwe vormen van vooral kleinere woningen afgestemd op de vraag van eenpersoonshuishoudens.’
Dit onderzoek is meegenomen in het onderzoek voor deze concept Woonvisie. Hiervoor is de huishoudensontwikkeling in beeld gebracht, verschillende woonvormen benoemd en op ingespeeld met de voorgestelde woningbouwprogrammering (kleiner en sociaal/betaalbaar bouwen).
‘Er is een continu spanningsveld tussen betaalbare woningen en de regionale afspraken voor toewijzing. Wij maken ons sterk voor lokaal maatwerk voor Ridderkerkse woningzoekenden.’ Binnen de wettelijke regels past Wooncompas het label lokale binding zo maximaal mogelijk toe. Daarnaast zijn zij eind 2020 gestart met een pilot door dit label voor een klein gedeelte toe te passen in een andere categorie. Daarmee onderzoeken we of hierdoor de kansen van lokale woningzoekenden iets kunnen worden vergroot. Verder hebben wij in september 2020 samen met de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht en Maassluis een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gestuurd, waarin aandacht is gevraagd voor het verhogen van het percentage lokale voorrang in de Huisvestingswet.
‘De regionale woningmarktafspraken worden dit jaar geëvalueerd. Wij dringen aan op een evenwichtigere verdeling van de sociale woningvoorraad in de regio. Wij streven naar kleinere regio’s waarbinnen woningen passend kunnen worden toegewezen aan woningzoekenden. De prestatieafspraken die we met Woonvisie hebben gemaakt, worden gecontinueerd.’ Begin 2019 is het Regioakkoord getekend, waarin onder andere afspraken zijn gemaakt over een meer evenwichtige verdeling van de sociale woningvoorraad in de regio. Sinds 1 juli 2020 is de nieuwe Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam van kracht. Voor urgenties worden hiervoor kleinere subregio’s aangehouden. Begin 2020 zijn nieuwe prestatieafspraken met Wooncompas en Progressie overeengekomen voor de periode 2020-2024.
Verder hebben wij u jaarlijks geïnformeerd over wat wij hebben bereikt in de jaarrekeningen en ontvangt u jaarlijks een uitbreide raadsinformatiebrief over Wooncompas en de bereikte resultaten. Vraag 1b In de concept woonvisie wordt meerdere keren gesproken over een evenwichtige(re) bevolkingssamenstelling en het huisvesten van draagkrachtige doelgroepen. Kunt u aangeven of u de huidige Ridderkerkse bevolking voldoende draagkrachtig vindt of dat u het wenselijk vindt dat er meer rijke(re) mensen in Ridderkerk komen wonen? Graag uw antwoord toelichten.
Antwoord 1b Een evenwichtige spreiding van de sociale corporatievoorraad over de regio is een van de hoofdafspraken van het in 2019 overeengekomen Regioakkoord. Ridderkerk heeft relatief veel oudere sociale huurwoningen, waarvan een deel op termijn onvoldoende past bij de veranderende bevolkingssamenstelling en behoefte. Een grote concentratie van sociale huurwoningen leidt (mede door passend toewijzen) tot een grotere concentratie van kwetsbare mensen. Wij zien een belangrijke taak om alle doelgroepen, waaronder ook meer kwetsbare mensen, goed te huisvesten. Voor een goed evenwicht (hetgeen vanzelfsprekend altijd arbitrair is) kiezen wij ervoor om in wijken en op kansrijke locaties optimaal te mengen, en dus óók kansen te bieden voor meer draagkrachtigen. Uit interactie met partijen is gebleken dat ook daar behoefte aan is en de keuzemogelijkheden beperkt zijn. Bovendien zorgt dit voor doorstroming uit de bestaande (koop)voorraad. Vraag 1c U geeft aan dat ‘‘sommige delen van wijken en de woningvoorraad te weinig gevarieerd zijn om aantrekkelijk te blijven voor toekomstige woningbehoeften (p. 13 en 14 van de concept woonvisie).’’ Welke (delen van) wijken en de woningvoorraad bedoelt u? Antwoord 1c De wijken Bolnes, Centrum, Drievliet, Oost en West. Deze wijken bevatten een relatief groot aandeel sociale huurwoningen en bijvoorbeeld appartementen.
Vraag 2a Het is de bedoeling dat er tussen 2021-2030 minimaal 900 woningen worden bijgebouwd. De totale woningbouwopgave tot 2030 bedraagt echter 1150 woningen. U geeft aan dat u openstaat voor het bouwen van meer woningen en noemt dit het ‘surplus’. Gaat het bij dit surplus om 250 woningen extra (het verschil tussen het aantal woningen dat u minimaal wilt bouwen en de woningbouwopgave)? En wat is er voor nodig om deze extra woningen te bouwen? Er voor openstaan klinkt vrijblijvend. Antwoord 2a Er is een onderscheid tussen de berekende woningbehoefte voor deze concept Woonvisie (20212030) en de berekende woningbehoefte voor het Regioakkoord (2017-2030). Dit is toegelicht in bijlage 1 ‘Duiding van de woningbehoeftecijfers’. We gaan nu uit van de meest recente woningbehoeftecijfers. Er staan op dit moment hiervoor ruim voldoende woningen in de planmonitor om deze te kunnen bouwen.
Vraag 2b Waarom is het niet uw ambitie om tot 2030 te voorzien in de gehele woningbouwopgave, maar bent u al ‘tevreden’ als er 900 woningen zijn gebouwd? Graag uw antwoord toelichten. Antwoord 2b Door het realiseren van 900 woningen voorzien wij in de totale woningbehoefte tot 2030. Zie voor verdere toelichting antwoord 2a. Vraag 2c Op p. 30 van de concept woonvisie geeft u aan het de bedoeling is dat erop de grote strategische locaties de volgende woningen worden gebouwd:
30% huurwoningen met een sociale huur (tot € 750);
10% huurwoningen met een middenhuur (tussen de € 750-1040);
40% koopwoningen onder de € 250.000;
5% koopwoningen tussen de € 250.000-350.000;
15% koopwoningen vanaf € 350.000 en huurwoningen met een huurprijs vanaf € 1040.
Er zal echter niet alleen op grote strategische locaties worden gebouwd. Kunt u per categorie woningen aangeven om welke aantallen het ongeveer gaat bij de grote strategische locaties? Antwoord 2c De strategische locaties zijn:
Centrum Ridderkerk: potentieel tussen 500 en 1.000 woningen, ook na 2030.
Rivieroevers (Slikkerveer en Bolnes): potentieel tussen 300 en 900 woningen, ook na 2030.
Sportpark Bolnes: potentieel 150 woningen.
Geminilocatie (Slikkerveer): aantal woningen nog onbekend.
Voor deze locaties kan het kader van de bovenstaande programmering worden aangehouden. Vraag 3a U geeft aan dat de druk op de sociale huurwoningen verder toeneemt. De slaagkansen van actief woningzoekenden in Ridderkerk nemen volgens u af en de wachtlijsten worden langer (p. 9 van de concept woonvisie). Sinds 2010 is het beleidsvoornemen in Ridderkerk echter om de voorraad sociale huurwoningen met 1700 stuks in te krimpen. Inmiddels lijkt er een voorzichtig begin van een koerswijziging te zijn, maar zijn er wel ruim 1000 sociale huurwoningen minder.
Kunt u aangeven in hoeverre het actief inkrimpen van de voorraad sociale huurwoningen de kansen van inwoners met een inkomen tot modaal om betaalbare woning in de eigen gemeente te vinden verder hebben verkleind? Graag uw antwoord toelichten. Antwoord 3a De door u genoemde afname van de sociale huurwoningenvoorraad met 1.700 stuks is niet juist. Hieronder lichten we dat toe. Feitelijk is er tussen 2011 en 2020 sprake van een afname van ca. 680 woningen. In de nieuwe prestatieafspraken met Wooncompas en Progressie voor de periode 2020-2024 is afgesproken dat de sociale corporatievoorraad in 2030 minimaal gelijk is aan de sociale corporatievoorraad op 1 januari 2019 (ongeveer 7.000 woningen). Dit is een duidelijke koerswijziging ten opzichte van de vorige prestatieafspraken voor de periodes 2010-2015 en 2016-2019. In de prestatieafspraken voor de periode 2010-2015 is afgesproken dat de sociale huurwoningvoorraad mocht afnemen tot 7.500 woningen op 1 januari 2015 en 7.000 woningen op 1 januari 2020. Op 1 juli 2011 had Wooncompas 7.780 sociale huurwoningen in haar bezit. Deze voorraad is in werkelijkheid met een kleine 300 woningen afgenomen tussen 2010 en 2015. In de prestatieafspraken voor de periode 2016-2020 is afgesproken dat de sociale corporatievoorraad tussen 2016 en 2024 met 530 woningen mocht afnemen (van 7.280 woningen naar 6.750 woningen).
Deze voorraad is in werkelijkheid met ongeveer 180 woningen afgenomen tussen 2016 en 2019. Per 1 januari 2020 telt Ridderkerk 7.097 sociale huurwoningen bij Wooncompas. De prestatieafspraken voor de periodes 2010-2015 en 2016-2020 over het afnemen van de sociale voorraad kwamen beiden voort uit de destijds regionaal vastgelegde afspraken. In de prestatieafspraken 2010-2015 is daarover opgenomen dat regionaal was afgesproken dat de totale sociale voorraad in Ridderkerk mocht afnemen van 41% in 2010, naar 38% in 2015 en 34,5% in 2020. In de prestatieafspraken 2016-2020 is daarover opgenomen dat regionaal was afgesproken dat een afname van de totale sociale voorraad in Ridderkerk van 41% naar 33% wordt nagestreefd, ofwel van ongeveer 8.400 naar ongeveer 6.700 in 2020. De koerswijziging nu ten opzichte van voorgaande jaren heeft ook te maken met de (meer dan verwacht weer) sterk toenemende druk op de woningmarkt, maar zeker ook in de andere visie op de spreiding van de sociale woningvoorraad in de regio. De samenhang tussen inkrimpen van de sociale huurvoorraad en verkleining van kansen van inwoners op een betaalbare woning ligt voor de hand, maar een causaal verband is niet aan te
tonen. Er is immers geen sprake van een lokale, maar regionale woningmarkt. Daarbij spelen ook nog veel meer factoren die ervoor zorgen dat kansen af- dan wel toenemen: economische ontwikkelingen, wet- en regelgeving van de rijksoverheid, ontwikkelingen in wonen-zorg en langer zelfstandig thuis wonen, et cetera. Feit is wel dat overal (en niet alleen in Ridderkerk) de druk op de woningmarkt in het algemeen en óók in de sociale huursector sterk is toegenomen. Vraag 3b Een aantal stakeholders heeft tijdens een bijeenkomst in het kader van de concept woonvisie aangegeven dat er ‘‘steeds meer vraag is naar sociale huurwoningen (p. 12 van het participatieboekje).’’ Recente berichten in de media geven dit ook aan. Welke partijen hebben dit gezegd en welke argumenten hebben zij daarvoor aangevoerd? Als u die partijen niet bij naam wilt noemen, kunt u dit dan in algemene bewoordingen doen, bijvoorbeeld woningcorporatie, makelaar enz.? Antwoord 3b Dit is genoemd door de woningbouw- en huurdersverenigingen. Dit is vooral gezegd in het kader van het maken van een kwaliteitsslag. Je moet nieuwbouw plegen voor vervanging en verduurzaming van de woningvoorraad. Ook heeft een aantal bijzondere belangenvertegenwoordigers hier iets over gezegd (met name mantelzorgers met het oog op bijzondere woonvormen met zorg, en jongeren met het oog op een diversiteit aan woonvormen waar behoefte aan is).
Vraag 3c U geeft aan dat er op termijn 440 sociale huurwoningen in de vrije huur sector zullen terechtkomen. Deze woningen dienen te worden gecompenseerd om de huidige voorraad sociale huurwoningen minimaal gelijk te houden (p. 39 van de concept woonvisie). Komen deze woningen bovenop de 900 woningen die u tot 2030 minimaal wilt bouwen (dus in totaal 1340 woningen) of zijn deze woningen onderdeel van die 900 woningen? Hoe verhouden deze woningen zich het bij vraag 2a genoemde surplus? Antwoord 3c Deze woningen zijn onderdeel van de 900 woningen. Het exacte aantal is lastig te zeggen, omdat dit van het aantal huuropzeggingen afhangt. Daarnaast zijn er ook sociale huurwoningen die nu een huurprijs boven de sociale huurgrens hebben, die bij een nieuwe verhuring een huurprijs onder de sociale huurgrens krijgen. We monitoren het aantal jaarlijks. Vraag 3d
In 2020 heeft u nieuwe prestatieafspraken gemaakt met Wooncompas en Progressie. U geeft daarbij aan voor ‘‘de volgende keer te streven naar concrete en wederkerige afspraken.’’ Kunt u dit nader toelichten? Zijn de huidige prestatieafspraken volgens u niet voldoende concreet en wederkerig? Antwoord 3d De huidige afspraken zijn ook voldoende concreet en wederkerig. We passen dit aan in de tekst. Vraag 3e Gemeenten krijgen halfjaarlijks van de landelijke overheid opgelegd hoeveel statushouders zij moeten huisvesten. In de eerste helft van 2021 moet Ridderkerk fors meer statushouders huisvesten dan in voorgaande perioden. Welke mogelijkheden ziet u om de huisvesting van statushouders niet ten koste te laten gaan van de reguliere wachtlijsten voor een sociale huurwoning? Antwoord 3e We proberen in samenwerking met Wooncompas en Vluchtelingenwerk zoveel mogelijk grotere gezinnen te huisvesten, zodat hier relatief minder woningen voor nodig zijn. Alternatieven voor de huisvesting van vergunninghouders buiten de sociale corporatievoorraad zouden dan door de gemeente dienen te worden gevonden. Dat is een lastige en kostbare opgave. Eerder hebben wij aan uw raad aangegeven deze optie niet te willen hanteren. Vraag 4a U geeft aan dat de marktdruk leidt tot hogere koopprijzen en dat het lastig is om koopwoningen betaalbaar te houden voor mensen met een laag of middeninkomen (p.
9 van de concept woonvisie). De prijs van een nieuwbouwkoopwoning wordt ook bepaald door de grondprijs. Bent u bereid om in bepaalde gevallen genoegen te nemen met een lagere grondprijs om er zo voor te zorgen dat er meer betaalbare woningen kunnen worden gebouwd? Waarom wel/niet? Antwoord 4a Nee, onze voorkeur gaat niet uit naar het hanteren van een lagere grondprijs om op die manier kunstmatig tot betaalbare woningen te komen. In Ridderkerk wordt de grondprijs residueel bepaald. De grondprijs is het bedrag dat overblijft, nadat de bouwkosten van de VON-prijs (marktwaarde) zijn afgetrokken. Een lagere grondprijs heeft alleen invloed op de marktwaarde als met een ontwikkelaar afspraken worden gemaakt over lagere VON-prijzen. De ontwikkelaar moet deze lagere grondprijs dan
doorgeven aan de eerste koper, om zo te komen tot een lagere VON-prijs van de woning. Het nadeel hiervan is dat de winst bij de eerste koper terecht komt, zodra die de woning verkoopt tegen de marktprijs. Een lagere grondprijs heeft dus uiteindelijk alleen effect voor de eerste koper, met dien verstande dat we onszelf tekort doen, door iets onder de marktwaarde te verkopen. Om te voorkomen dat de eerste koper dit voordeel ten opzichte van de marktwaarde ontvangt, moet er altijd een anti-speculatiebeding worden opgenomen. Dit brengt echter extra administratieve werkzaamheden met zich mee. De voorkeur gaat daarom uit naar het bouwen van kleinere woningen, zodat de lagere prijs een marktconforme prijs is. Vraag 4b De bouwkosten van prefabwoningen (woningen die deels al in de fabriek worden gebouwd) liggen lager dan die van traditionele woningen (die vanaf de grond worden gebouwd). Deze woningen zijn daardoor relatief goedkoop. Ziet u de prefabwoningen als een reële mogelijkheid om, al dan niet in combinatie met lagere grondprijzen, meer betaalbare woningen in Ridderkerk te bouwen? Waarom wel/niet? Antwoord 4b Het is een bredere zoektocht naar goedkoop/betaalbaar bouwen, waarbij we alternatieve bouwmethodes ook meenemen in de verkenning. We willen partijen uitdagen om hier creatieve ideeën en concepten voor aan te dragen. Vraag 4c Op.
23 van de concept woonvisie wordt gedefinieerd wat onder een sociale huurwoning wordt verstaan. Er is echter geen definitie van een sociale koopwoning opgenomen. Wij hebben eerder begrepen dat dit koopwoningen zijn tot € 180.000. Is dit nog steeds grens voor een sociale koopwoning? Antwoord 4c Voor 2019 en 2020 is deze prijsgrens regionaal vastgesteld op een WOZ-waarde van € 174.000. Voor 2021 ligt een voorstel om deze prijsgrens regionaal op een WOZ-waarde van € 177.000 vast te stellen. Dit is gebaseerd op de financieringsmogelijkheden volgens het Nibud. Hierbij wordt gekeken wat een huishouden aan hypotheekmogelijkheden heeft, als zowel naar het inkomen als naar het gemiddelde bestedingspatroon wordt gekeken. Vraag 4d Kunt u aangeven met hoeveel woningen de sociale koopvoorraad door de stijgende huizenprijzen de afgelopen jaren is ingekrompen? Bent u voornemens om deze woningen te ‘compenseren’?
Antwoord 4d De sociale koopvoorraad bestond uit 2.230 woningen in 2017, 1.790 woningen in 2018 en 2.660 woningen in 2019. De stijging in 2019 ten opzichte van 2018 komt door de indexatie van de prijsgrens van € 140.000 naar € 174.000. Op WOZ-waarden kunnen gemeenten niet sturen. We zijn daarom niet voornemens deze woningen te compenseren. Vraag 5a De Jongerenraad wijst erop dat de laatste jaren ‘‘veel jongeren naar buurgemeenten Hendrik Ido Ambacht en Barendrecht zijn vertrokken, omdat daar relatief veel woningen zijn gebouwd die geschikt zijn voor jongeren.’’ Herkent u dit beeld? Graag uw antwoord toelichten. Antwoord 5a Dit beeld is bevestigd tijdens interactie met stakeholders en inwoners. De exacte omvang ervan is niet te duiden. De nieuwe Woonvisie beoogt juist ook voor jongeren en starters passende oplossingen te bieden. Vraag 5b Wat hebben Hendrik Ido Ambacht en Barendrecht de afgelopen jaren anders gedaan Ridderkerk om jongeren aan zich te binden? Antwoord 5b Dit hebben wij niet onderzocht. Vraag 5c Hoeveel startersleningen zijn er tot nu toe verstrekt in Ridderkerk? Kunt u in uw antwoord een onderscheid maken tussen het aantal startersleningen dat is verstrekt voor de inwerkingtreding van de huidige verordening starterslening Ridderkerk en het aantal dat nadien is verstrekt? Antwoord 5c Periode
Aantal verstrekte Startersleningen
2017
1
2018
0
2019 jan - sept*
0
Toelichting
Periode
Aantal verstrekte
Toelichting
Startersleningen 2019 okt - dec*
1
2020
10 + 1
10 genoemd in evaluatie 2020. Daarna nog 1 in 2020 verstrekt.
2021
1
Aanvraag gemeente 2020, ingediend bij SVn in 2021.
Totaal
14
* De huidige verordening is per 1 oktober 2019 in werking getreden. In de bijlage van de raadsinformatiebrief van 4 december 2020 hebben wij u hierover geïnformeerd. Vraag 6a De concept woonvisie is onder meer tot stand gekomen op basis van landelijke onderzoeken/woonwensonderzoeken en input van inwoners, wijkoverleggen en professionals. Kunt u aangeven welke keuzes in de concept woonvisie gebaseerd zijn op landelijke onderzoeken? Antwoord 6a De kwalitatieve woningbehoefte is bepaald op basis van de Ridderkerkse respons als onderdeel van het landelijke Woningbehoefteonderzoek. Deze is op basis van een referentiegebied (soortgelijke gemeenten qua bevolkingssamenstelling) getoetst en gewogen. En vervolgens zijn de uitkomsten getoetst tijdens de interactie met stakeholders. Vraag 6b Op de website van Companen staat/stond dat er in het kader van de op te stellen woonvisie een enquête onder inwoners zou worden gehouden. Klopt het dat deze enquête niet is uitgevoerd? Zo ja, wat is daarvan de reden en bent u voornemens om de enquête alsnog uit te (laten) voeren? Antwoord 6b
Het klopt dat deze enquête niet is uitgevoerd. Hiervoor was niet voldoende tijd beschikbaar om de Woonvisie voor het zomerreces ter vaststelling te agenderen voor de raad. In plaats hiervan was een goed alternatief beschikbaar. Zie hiervoor de beantwoording van vraag 6a. Bovendien zijn de resultaten getoetst en geconfronteerd bij stakeholders én aan de diverse Wijkprogramma’s. De Wijkprogramma’s zijn ook mede gebaseerd op peilingen onder de inwoners. Al met al heeft toetsing dus vanuit meerdere invalshoeken plaatsgevonden. Vraag 6c Kunt u aangeven wat het verwachte bereik is van een dergelijke enquête? Hoeveel inwoners hebben tot nu toe ‘geparticipeerd’ bij het opstellen van de concept woonvisie? Antwoord 6c Iedereen in Ridderkerk heeft de mogelijkheid gekregen te participeren. Hierover is uitgebreid gecommuniceerd via De Combinatie, de Blauwkai en social media. Ongeveer 25 inwoners hebben deelgenomen aan de online bewonersbijeenkomst. Daarnaast hebben alle Wijkoverleggen, de Jongerenraad, het MBR en een aantal mantelzorgers deelgenomen. Uit ervaring blijkt dat maar een beperkt aantal inwoners wil meedenken en meedoen bij gemeentelijke beleidsstukken, zoals een Woonvisie. Vraag 6d Het Maatschappelijk Burgerplatform Ridderkerk (MBR) heeft een uitgebreid advies naar het college gestuurd, waarin het onder meer aandacht vraagt voor de volgende woningen:
betaalbare woningen voor starters;
woningen voor middeninkomens;
betaalbare huur- en koopwoningen in het algemeen;
woonvormen voor ouderen;
aangepaste woningen.
In zijn advies stelt het MBR een aantal vragen. Zijn deze vragen beantwoord? Zo ja, kunt u de antwoorden delen met de raads- en burgerleden? Zo nee, wanneer worden deze vragen beantwoord en kunt u de antwoorden dan delen met de raads- en burgerleden? Antwoord 6d We zijn nog met het MBR in gesprek om een afspraak te plannen voor het beantwoorden van de vragen. Dit is in een gespreksvorm en niet schriftelijk. De antwoorden kunnen daarom niet gedeeld worden. Vraag 6e
Wat is de planning voor het op te stellen woningbouwprogramma, de woonzorgvisie en de overige vervolgonderzoeken en -acties die in de concept woonvisie worden genoemd? Antwoord vraag 6e Het woningbouwprogramma is in deze concept Woonvisie opgenomen. Bij de definitieve Woonvisie wordt ook een uitvoeringsprogramma voor de komende paar jaar opgesteld, waarin de woonzorgvisie en andere acties zijn opgenomen. Het uitvoeringsprogramma is een bevoegdheid van het college. De raad wordt hier met het raadsvoorstel voor de definitieve Woonvisie over geïnformeerd.