Antwoorden PvdA Aanpak Oosterpark.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie •
Vragensteller: Jeroen Rijsdijk, PvdA Ridderkerk
•
Onderwerp/vergaderstuk: Aanpak Oosterpark
•
Vergaderdatum: 10 juni 2021
•
Portefeuillehouder: P. Meij
•
Datum indiening vraag: 9 juni 2021
•
Datum ontvangst antwoord: 10 juni 2021
Vragen en antwoorden Vraag 1 U komt 9 maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen met een ingrijpend plan voor de herinrichting van het Oosterpark. Veel van de voorgestelde veranderingen zullen worden doorgevoerd als de termijn van dit college en deze raad erop zit. Was het daarom niet logischer geweest om het nieuwe college met een plan te laten komen en de nieuwe raad daarover een beslissing te laten nemen? Graag uw antwoord toelichten. Antwoord 1 Als de raad hier nu geen besluit over neemt, wordt ondertussen wel gewerkt aan de voorbereiding en uitvoering van de aanleg van het geluidsscherm en de herhuisvesting van de Rowdies. Beide projecten hebben ruimtelijke impact op de hoofdstructuur van het Oosterpark: de padenstructuur en het groen. Daarom was het belangrijk om met deze genomen besluiten (met name over de plek van deze ontwikkelingen) de aanpak van het Oosterpark verder af te maken. Hierdoor kan de impact van deze twee ontwikkelingen op de padenstructuur en het groen integraal mee genomen worden. Als er geen raadsbesluit over de aanpak wordt genomen, is de kans groot dat er ad-hoc ingrepen gedaan worden, die het park niet ten goede komen. Vraag 2 Kunt u aangeven wat de randvoorwaarden bij het opstellen van dit plan zijn geweest? Anders gezegd: welke punten stonden op voorhand vast en waar zat de speelruimte? Bij het onderzoek
naar de centrumring heeft u bijvoorbeeld als randvoorwaarde gesteld dat de Sint Jorisstraat vanuit beide richtingen toegankelijk blijft. Antwoord 2 Vanaf het begin (juni 2020) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
De Groenvisie Ridderkerk is een belangrijk uitgangspunt geweest bij de planvorming.
•
De eventuele plaatsing van een geluidsscherm of geluidswal op grond van RWS of NRIJ moest worden meegenomen in de planvorming. De ruimtelijke impact op het park is groot dus hiermee moest rekening worden gehouden.
•
De herhuisvesting van de Rowdies in het Oosterpark. Hiervoor zijn ook verschillende varianten ontwikkeld en meegenomen in de planvorming.
Uiteraard is er rekening gehouden met de gebruikelijke kaders en randvoorwaarden omtrent beheer, onderhoud, kabels, leidingen e.d. Vraag 3 Op de door u gehouden enquête over het Oosterpark zijn ongeveer 1200 reacties gekomen. Enkele uitkomsten van de enquête waren dat 70,2% van de respondenten meer groen wil in het park en dat 73,9% van de respondenten vindt dat er niet meer wateroppervlak in het park hoeft te komen. Dat zijn ruime meerderheden. In het huidige plan verdwijnt er echter veel groen om plaats te maken voor een uitbreiding van het wateroppervlak. Waarom heeft u deze uitkomsten van de enquête niet als randvoorwaarden gesteld bij het opstellen van het plan? Antwoord 3 70,2% van de mensen zou meer ruimte voor groen willen (zie blz 106 participatieboekje). Mensen hebben daarbij ingevuld dat zij vooral meer diversiteit, variatie en afwisseling in het groen willen. Ook willen ze meer kleur in het groen. Dit kun je vooral realiseren door te zorgen voor structuurvariatie en het aanleggen van nieuwe biotopen en dat kan ook door de aanleg van extra water. Met betrekking tot het groen is het volgende op te merken: •
Het park is deels als een productiebos aangelegd. Dit heeft er toe geleid dat er verschillende bosvakken zijn met enkel bomen van een bepaalde leeftijd. Hier is te weinig gedund, waardoor er geen kansen waren voor verjonging.
•
In sommige vakken is gekapt in verband met de Essentaksterfte. In delen hiervan zijn alleen maar dunne staken blijven staan.
Om de biodiversiteit te verhogen én te zorgen voor een bos met toekomst is het nodig om in deze vakken in te grijpen. Hier wordt ingezet op een toename van boomsoorten (minder kwetsbaar bij boomziektes) en meer variatie in structuur (ontwikkeling zoommantel, meer open plekken), zodat een bos ontstaat met een gevarieerd beeld – wat goed is voor belevingswaarde én natuurwaarde. Als we nu niks zouden doen, hebben we over niet al te lange tijd bosvakken waar veel uitval plaats vindt zonder dat een jongere generatie van bomen het stokje over kan nemen. Het is ook belangrijk te beseffen dat, het water dat we nieuw bij maken niet als doel heeft enkel meer water te creëren. Het doel is nieuwe functies en natuurkwaliteit toe te voegen, waar vanuit bewoners behoefte aan is. Functie 1: Een goed hondenstrand waar de hond veilig los kan lopen en geen overlast kan veroorzaken voor vissers en zwemmende mensen. Functie 2: Het verhogen van biodiversiteit. Door het aanleggen van een rietput creëren we in het park een unieke biotoop voor nieuwe diersoorten, zoals verschillende riet en zangvogels. Dit is een verrijking voor zowel de natuur als voor de bezoekers, die kunnen genieten van de toename aan mooie verschillende diersoorten. Functie 3: Het creëren van een mooi rustpunt aan het water met een rolstoeltoegankelijke steiger.
Hier vanaf is er uitzicht op een aantal aaneengeschakelde eilandjes waar diersoorten als kikkers, salamanders, vissen en ook de ijsvogel kunnen floreren. Mogelijk zou hier ook een aantrekkelijke kano route langs heen lopen. Dit is een win-win situatie voor natuur als voor recreatie. Deze functies zijn belangrijk om het park leefbaar en aantrekkelijk te houden voor mens en dier. Om deze functies te faciliteren is het noodzakelijk water te maken, dit doen we echter op een zo beperkt mogelijke manier. Er moet uiteraard ook voldoende ruimte overblijven voor bomen en bloemenvelden. Vraag 4 Als gevolg van diverse ontwikkelingen in het Oosterpark (herhuisvesting van de Rowdies, aanleg van het geluidscherm, mogelijke uitbreiding van het wateroppervlak etc.) zullen er de nodige bomen gekapt of verplaatst moeten worden. Kunt u een indicatie geven van het aantal bomen dat gekapt zal worden en dat verplaatst kan worden? Waaraan moet een boom voldoen om voor verplaatsing in aanmerking te komen? Antwoord 4
We hebben de bomeninventarisatie net afgerond. Het betreft de bomen die een stamdiameter hebben groter dan 20 cm (want die zijn kapvergunning-plichtig). De conditie van de bomen is ook in dit onderzoek meegenomen. Het aantal bomen dat moet wijken voor het geluidscherm kunnen we nu maar ruw bepalen, omdat we de exacte positie van het scherm nog niet weten én de bouwroutes nog niet zijn bepaald. Dit kan invloed hebben op het aantal te verwijderen bomen. Het uitgangspunt voor deze telling is dat de bouwweg langs het geluidsscherm loopt en dat de werkstrook 10 meter breed is. Het gaat om een totaal aantal bomen van 332. De bomen die moeten wijken voor de aanleg van het honkbalveld en de aangrenzende watergang zijn nu vrij nauwkeurig bepaald, aangezien we de positie van de velden exact weten en de bouwroutes niet over bomen lijken heen te gaan. Het gaat hier om 128 bomen.
Voor het verplanten is het belangrijk dat bomen technisch te verplanten zijn en dat ze voldoen aan de eisen die gesteld worden aan conditie en toekomstverwachting. Sommige soorten zijn Ook zijn sommige soorten niet goed verplantbaar. Bomen die een langere toekomstverwachting hebben (dus niet wilg/populier) zijn daarom interessante soorten om te kijken of ze verplantbaar zijn. Soms is er ook sprake van “ongewenste kroonopbouw” en dat betekent dat de kroon niet evenwichtig is opgebouwd en dat het daarom ook de voorkeur heeft deze niet te selecteren voor verplanten.
Voor het verplanten van bomen moet nog wel de afweging worden gemaakt of de boom op de nieuwe groeiplaats voldoende kwaliteit (zowel esthetisch als ecologisch) toevoegt om een verplanting te kunnen overwegen. Bovendien is er nog aanvullend ondergronds onderzoek naar wortelopbouw nodig om vast te kunnen stellen of de bomen daadwerkelijk verplant kunnen worden. Vraag 5 Wordt er een (her)beplantingsplan opgesteld waarin duidelijk wordt aangegeven waar en hoe verdwenen groen (gekapte bomen etc.) wordt gecompenseerd? Zo ja, wanneer en op welke wijze worden inwoners daarbij betrokken? Zo nee, waarom niet en bent u bereid om dit alsnog te doen en inwoners daarbij te betrekken? Antwoord 5
We hebben in het participatietraject verschillende locaties meegekregen van bewoners waar zij graag meer groene buffer zouden willen zien, zoals ter hoogte van de zwemplas, het huidige evenemententerrein en rondom de Rowdies.
Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het kappen en verplanten van de bomen moeten wij ook een compensatieplan aanleveren. Wij houden daarmee rekening met de door bewoners eerder genoemde locaties voor extra groen en bomen. Vraag 6 In ruimtelijke ordeningsprojecten kan groen dat verdwijnt ook gecompenseerd worden met water. In het huidige plan neemt het wateroppervlak met maar liefst 8000 m2 toe. Kunt u aangeven of en zo ja, hoeveel m2 van de toename van het wateroppervlak dient als compensatie voor groen en wat daarvoor de wettelijke regels zijn? Antwoord 6 Het oppervlakte water dat we willen toevoegen is ca. 15.000m2 in totaal. Er moet ongeveer 7000 m2 worden gecompenseerd voor het dempen van sloten bij de Rowdies en verlanden van slootjes in het park. Van de 8000 m2 die nu extra wordt gerealiseerd is de rietput (3000 m2) onderdeel. Er wordt 5000 m2 extra water gerealiseerd. Hiervan zal ongeveer 450 m2 nodig zijn voor de andere ontwikkelingen in het Oosterpark. Dit is ongeveer 10% compensatie van extra verhard oppervlak (ivm extra bouwmogelijkheden kinderboerderij, Pannekoe, geluidsscherm en Rowdies) zoals het waterschap hanteert.
Vraag 7 In haar ruim voor de commissievergadering toegestuurde inspreekbijdrage vraagt 3VO.Biotoop om de rietput te verplaatsen naar de reeds bestaande waterpartij dichter bij de A15 en om de vijver niet te realiseren. Op het recreatieoppervlak dat daarmee vrijkomt kunnen dan bomen worden geplant of blijven staan en een wandelpad worden toegevoegd zodat er een rustweide wordt gecreëerd? Is dit voorstel, los van de politieke context, uitvoerbaar? Zo nee, waarom niet? Antwoord 7 We hebben op de twee mogelijkheden die er zijn om de maatregel te interpreteren een reactie geformuleerd:
Mogelijkheid 1: Het niet aanleggen van het nieuwe hondenstrandje (vijver genoemd door 3VO) zorgt er voor dat die gewenste functie niet wordt toegevoegd aan het hondenlosloopgebied. Ook zijn er in de huidige hoofdwatergang zijn weinig mogelijkheden om een groter stuk riet aan te leggen, want dan zijn de waterpartijen niet meer te zien. Ook zal het waterschap als eis stellen dat in de hoofdwatergang de waterdoorstroming niet teveel beperkt wordt en dat onderhoud van de hoofdwatergang ook moet kunnen plaatsvinden. Mogelijkheid 2: In het ontwerp zit nu het hondenstrand (vijver genoemd door 3VO) opgenomen binnen het hondenlosloopgebied. Het water met het hondenstrand heeft op deze locatie als voordeel dat men veilig de hond los kan laten en geen overlast veroorzaakt voor vissers, zwemmende mensen en ook geen natuur verstoord. Als deze functie vervalt en plaats maakt voor de rietput is het niet wenselijk de honden hier los te laten lopen. Dus wordt het losloopgebied kleiner. Hier hebben gebruikers van het park ook op gereageerd. In het noordelijke gebied waar nu de rietput wordt toegevoegd kunnen de meeste bomen behouden blijven. Vraag 8 In haar inspreekbijdrage vraagt 3VO.Biotoop ook om in het westelijk deel van het Oosterpark het wateroppervlak te verkleinen en op het vrijkomende oppervlak bomen te planten of te laten staan.
Direct langs het water zou dan een wandelpad kunnen worden gerealiseerd. Is dit voorstel, los van de politieke context, uitvoerbaar? Zo nee, waarom niet? Antwoord 8 Op deze plek liggen nu twee parallelle slootjes met weinig begroeiing en natuurwaarde. Het aanleggen van een wandelpad hierlangs levert geen extra belevingswaarde op. Met het realiseren van een reeks natuurlijke eilandjes, kunnen we meer natuurwaarde creëren. We zorgen dat er meer variatie aan biotopen en belevingswaarde komt in het park. In het ontwerp is er de mogelijkheid om langs het water zowel te fietsen als te wandelen. We maken daarom een mooi rustpunt aan het water met een rolstoeltoegankelijke steiger. Hier vandaan is er uitzicht op de aangeschakelde eilandjes waar diersoorten als kikkers, salamanders, vissen en ook de ijsvogel kunnen floreren. Mogelijk zou hier een aantrekkelijke kanoroute langs heen kunnen lopen. Vraag 9
Veel inwoners fietsen graag door het Oosterpark. U stelt voor om het park zo in te richten dat het oostelijk deel van het park niet meer toegankelijk is voor de fiets. Kunt u aangeven welke mogelijkheden er zijn om dit deel van het park zo in te richten dat dit toch toegankelijk blijft voor fietsers en ten koste van welke functie(s) dit dan zou gaan? Veel wandelaars en ruiters maken nu immers ook gebruik van het fietspad en het is onze indruk dat dit in het algemeen goed samengaat met fietsers. Antwoord 9 Door de plaatsing van het honkbalveld in het zuiden zal een deel van het veld over een klein deel van het huidige Essenlaantje komen te liggen. Het asfalt pad wordt daardoor aan het eind afgebroken. In dit gebied bevindt zich ook het hondenlosloopgebied. In het zuiden is de ruimte tussen de watergang en het honkbalveld dermate smal dat we hebben gekozen hier geen fietsroute meer door te laten lopen. Als we dat wel zouden doen dan zou er een nieuw asfalt pad langs het honkbalveld moeten worden gemaakt en hiervoor zal ook een groot aantal extra volwassen bomen moeten worden gekapt. Ook heeft dit als resultaat dat een aantal lastig te scheiden functies strak langs elkaar komen te liggen (landschappelijke inpassing van het honkbalveld, fietsers, wandelaars, loslopende honden, paarden, onderhoudsstrook watergang). Dit kan onveilige situaties opleveren.
Dit zou heel misschien kunnen worden opgelost (afhankelijk van het ruimtebeslag) met hekwerken en/of hagen, maar dit lijkt ons niet wenselijk omdat dit teveel kaalslag oplevert. Vraag 10 In het Algemeen Dagblad van 8 juni jl. stond het een artikel over de voorgestelde herinrichting van het Oosterpark. In dit artikel laat een medewerker van de gemeente zich negatief uit over 3VO.Biotoop. Hij zegt dat ‘telkens als deze partij haar niet krijgt, zij zegt dat de gemeente niet aan participatie doet. Dat doen we wel.’ Kunt u aangeven of de betreffende medewerker juist is geciteerd? Zo ja, vindt u het gepast dat een betrokken bewonersinitiatief dat ruim 300 huishoudens uit de directe omgeving vertegenwoordigt op deze manier wordt weggezet? Zie het artikel Actiegroep vol ergernis over ‘nutteloze’ waterpartijen in Oosterpark: ‘Dat wordt een muggenbroeinest’. Antwoord 10 De betreffende medewerker is niet juist geciteerd.