Antwoorden P18P Ontheffing vereiste ingezetenschap Laurens Franzen.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Fleur Stip
Datum indiening vraag: 28-11-2021
Onderwerp/vergaderstuk: Ontheffing vereiste ingezetenschap Laurens Franzen
Vergaderdatum: 01-12-2021
Beantwoording door de griffier
Datum ontvangst antwoord: 1 december 2021
Vragen en antwoorden Vraag 1 Tijdens de raadsvergadering van 15-05-2014 werd, voordat wethouder Keuzekamp benoemd kon worden, eerst gestemd over de ontheffing van het vereiste van ingezetenschap. De voorzitter gaf tijdens de raadsvergadering aan dat dit een vereiste is voordat een wethouder van buiten de gemeente benoemd kan worden. Tijdens de raadsvergadering van 31-01-2019 vond dezelfde procedure plaats rondom de benoeming van wethouder Oosterwijk. Een ontheffing van het vereiste van ingezetenschap kan alleen maar gegeven worden aan een wethouderskandidaat die nog niet in de gemeente woont. Klopt dit? Antwoord 1 Zoals in het raadsvoorstel is opgenomen, blijkt uit de tekst van artikel 36a, tweede lid, Gemeentewet, niet dat een aanvraag als voorliggend geweigerd zou moeten worden. Als de raad daartoe besluit, wordt de ontheffing verleend. Vraag 2 Op 14-03-2011 heeft de minister van BZK een circulaire gestuurd aan alle gemeenten met de uitkomsten van de evaluatie verruiming ontheffing woonplaatsvereiste wethouders. Hierin staat duidelijk dat het doel van de mogelijkheid tot ontheffing is dat de wethouder in staat werd gesteld naar de gemeente te verhuizen. Nergens wordt gesproken over het doel van de wet dat een reeds in de gemeente woonachtige wethouder naar een andere gemeente kan verhuizen en daarvoor een ontheffing kan krijgen van de gemeenteraad.
Klopt het dat artikel 36a van de Gemeentewet niet in deze mogelijkheid voorziet, deze circulaire gelezen hebbende?
Antwoord 2 Zoals in het raadsvoorstel is opgenomen, blijkt uit de parlementaire behandeling dat de ontheffingsmogelijkheid is opgenomen om het mogelijk te maken dat raden iemand tot wethouder benoemen die op het moment van benoeming nog buiten de gemeente woont. Dat laat onverlet dat uit de tekst van artikel 36a, tweede lid, Gemeentewet, niet blijkt dat een aanvraag als voorliggend geweigerd zou moeten worden. Vraag 3 In dezelfde circulaire staat een passage over het besluitvormingsproces. Hierin staat dat de ontheffing van het woonplaatsvereiste voorwaardelijk is voor het wethouderschap en het ontheffingsbesluit daarom tegelijk met de benoeming genomen moet worden. Hoe kan hieraan voldaan worden bij een reeds benoemde en in de gemeente woonachtige wethouder? Antwoord 3 Dat betreft het besluitvormingsproces als iemand nog tot wethouder moet worden benoemd. Aanvrager is thans al wethouder. Vraag 4 Een door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel om gemeenteraden meer mogelijkheden te geven voor ontheffing tijdens een raadsperiode is door de Eerste Kamer verworpen. Had deze wetgeving het voor de gemeenteraad wel mogelijk gemaakt dat wethouder Franzen een ontheffing krijgt om uit de gemeente te verhuizen? Antwoord 4 Die beoogde wetswijziging betrof het opheffen van de wettelijk voorgeschreven duur van de ontheffing.
Ook uit de nieuw voorgestelde tekst bleek niet dat een aanvraag als voorliggend geweigerd zou moeten worden. Vraag 5 Indien de gemeenteraad geen ontheffing verleent en wethouder Franzen besluit toch te verhuizen. Dient hij dan vanaf de verhuisdatum ontslag in te dienen? Antwoord 5 In artikel 47 Gemeentewet is opgenomen dat, indien een wethouder niet langer voldoet aan de vereisten voor het wethouderschap (o.a. ingezetene zijn van de gemeente of een ontheffing daarvoor heeft), hij onmiddellijk ontslag neemt en daarvan schriftelijk mededeling doet aan de raad. Laat hij dit na, dan dient de raad op grond van artikel 47, tweede lid, Gemeentewet, hem ontslag te verlenen.
Ingezetene zijn zij die hun werkelijke woonplaats in de gemeente hebben. Dat wordt geacht als men met een adres in de gemeente is ingeschreven in de basisregistratie personen. Dit geldt als een rechtsvermoeden dat men zijn werkelijke woonplaats in de gemeente heeft. Behoudens bewijs van tegendeel, aldus de Gemeentewet (artikel 3). Vraag 6 Indien de gemeenteraad wel ontheffing verleent, dient wethouder Franzen dan binnen een jaar een woning in Ridderkerk te betrekken indien hij aanblijft als wethouder in de gemeente Ridderkerk? Antwoord 6 Bij de benoeming van nieuwe wethouders volgende jaar, treden de huidige wethouders van rechtswege af en vervalt van rechtswege ook de ontheffing als deze is verleend. Is aanvrager dan “in” voor een nieuwe wethouderschap dan zal de raad, als deze hem wil benoemen, eerst een besluit moeten nemen om hem een ontheffing van het woonplaatsvereiste te verlenen. Die geldt dan voor één jaar. Vraag 7 Is er advies ingewonnen bij het ministerie van BZK over deze casus? Antwoord 7 Naar aanleiding van deze vraag is BZK het volgende voorgelegd: Een zittende wethouder, woonachtig in de eigen gemeente, wil naar elders verhuizen.
Kan de gemeenteraad een ontheffing verlenen van het woonplaatsvereiste gelet op artikel 36a van de Gemeentewet? De reactie van BZK is: Hoewel de letterlijke tekst van de wet dit niet lijkt uit te sluiten, volgt uit zowel de wetsgeschiedenis als de systematiek van de Gemeentewet dat die situatie niet is beoogd en de wetgever niet in een dergelijke mogelijkheid tot ontheffing heeft willen voorzien. De mogelijkheid tot ontheffing is bedoeld voor de situatie dat een wethouder van buiten de gemeente komt, en niet omgekeerd.