Antwoorden EvR Zienswijze GRJR.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Cora van Vliet en Emir Žigiç, Echt voor Ridderkerk
Onderwerp/vergaderstuk: zienswijze voorlopige jaarstukken 2022, ontwerpbegrotingswijziging 2023 en ontwerpbegroting 2024 GRJR
Vergaderdatum: 15 juni 2023
Portefeuillehouder: dhr. E.M. Piena
Datum indiening vraag: 14 juni 2023
Datum ontvangst antwoord: 19 juni 2023
Vragen en antwoorden Zienswijze voorlopige jaarstukken 2022 Op pagina 2 van 6 staat onder het kopje Jaarstukken 2022 dat de voorlopige afrekening over 2022 is vastgesteld op een bedrag waardoor het voor Ridderkerk op een positief resultaat van € 288.000,- kan uitkomen. Dit lijkt natuurlijk positief. Echter, de definitieve jaarrekening kan pas worden opgesteld als de gecontracteerde zorgaanbieders hun jaarstukken met accountantscontrole hebben ingediend en controle door de accountant van de GRJR heeft plaatsgevonden. En dat zal pas op 7 juli 2023 het geval zijn. We lopen nu immers het risico al op voorhand in te stemmen met achteraf toch weer een betaling van een extra bijdrage. Vandaar onze vragen: Vraag 1 Waarom stelt het college de raad voor om nu in te stemmen met de zienswijze, terwijl er nog absoluut geen duidelijkheid is wat de daadwerkelijke resultaten voor Ridderkerk écht zullen zijn? Antwoord 1 Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Kort samengevat met als doel om de politieke controle over gemeentelijke samenwerking te verbeteren en (daarmee) de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen (GR) te versterken. Én het beter in positie brengen van ons bestuur, vooraf en tijdens samenwerkingen.
Twee van de wijzigingen zijn:
De ontwerpbegroting moet nu twaalf weken (voorheen acht) voordat zij aan het algemeen bestuur (AB van de GRJR) wordt aangeboden, door het dagelijks bestuur (DB van de GRJR) aan de raden van de deelnemende gemeenten worden gezonden.
Het dagelijks bestuur (DB van de GRJR) moet de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis stellen van zijn oordeel over de zienswijze over de ontwerpbegroting, en ook van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Vraag 2 Hoe groot acht het college de kans dat er toch achteraf bij betaald moet worden? Motiveer uw antwoord. Antwoord 2 De verwachting is dat op basis van de definitieve productiecijfers 2022 de definitieve jaarrekening 2022 verder zal stijgen. Dit werkt ook door in realistische begrotingsramingen voor 2023 en 2024. Daarnaast zal het definitief toe te passen indexatiepercentage hoger zijn. Deze onontkoombare effecten zullen naar verwachting leiden tot een hogere definitieve begrotingswijziging 2023 en begroting 2024. Na de definitieve vaststelling van de jaarstukken 2022 wordt u hierover geïnformeerd. Begrotingswijziging 2023 Op pagina’s 2 en 3 van 6 staat onder het kopje Begrotingswijziging 2023 en ontwerp begroting 2024 bij de bullet Indexatie 2023 een voorstel om het OVA percentage op te hogen naar 5,49% onder invloed van de PPC. De GRJR verwacht echter dat het definitief toe te passen indexatiepercentage hoger zal zijn. Vandaar onze vragen: Vraag 3 Vind het college een indexatievoorstel van 5,49% eigenlijk wel reëel, omdat de stijging van de medewerkers arbeidskosten eerder richting 8-9% gaan? Motiveer uw antwoord. Antwoord 3 De GRJR volgt de indexering zoals die wordt aanbevolen door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza). Zie ook antwoord 4.
Vraag 4 Waarom wordt er gekozen voor 5,49% en niet direct voor een reëler hoger percentage? Antwoord 4 Conform GRJR-beleid en zorgcontracten worden de zorg- en subsidiebudgetten als volgt geïndexeerd: a. 90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex voorgaand jaar. b. 10% verondersteld prijsdeel met PPC -prijsindex voorgaand jaar. De indexen worden gepubliceerd door de Nederlandse Zorgautoriteit. Bij vaststelling van de ontwerpbegroting 2024 (april 2023) zijn de voorlopige indexen bekend. Bij definitieve vaststelling van de begroting 2023 (september 2023) zijn de definitieve indexen bekend. Die definitieve percentages waren nog niet bekend toen de ontwerpstukken waren opgesteld, maar worden wel in de definitieve stukken verwerkt.
Vraag 5 Onder de bullet Aanpassing woonplaatsbeginsel staat dat wij financieel nadelige gevolgen ondervinden van de wijziging van het woonplaatsbeginsel. Hoe nadelig is dit in financiële termen voor Ridderkerk? Antwoord 5 Voor de Gemeenschappelijke Regeling valt het effect van de wijziging van het woonplaatsbeginsel negatief uit. Oorspronkelijk was hiervoor 1,6 miljoen begroot. De kosten einde boekjaar bedroegen echter 11,2 miljoen euro. Met ‘we’ in het raadsvoorstel is gedoeld op deze financíële gevolgen van de GRJR, dit in tegenstelling tot de andere genoemde punten, die zeker ook op Ridderkerk van toepassing zijn. ‘We’ is in de context dan ook wat ongelukkig gekozen. De wijziging van het woonplaatsbeginsel heeft door instroom 61.500 euro aan kosten met zich meegebracht. Meer uitstroom dan instroom als gevolg van de wijziging van het woonplaatsbeginsel op de opdrachten pleegzorg en verblijfszorg heeft een vergelijkbaar bedrag aan baten opgeleverd. Uiteindelijk heeft de wijziging van het woonplaatsbeginsel in 2022 geen nadelige effecten voor Ridderkerk opgeleverd.