Antwoorden EvR Leerwerkbedrijf Jong Vermogen.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Cora van Vliet, Echt voor Ridderkerk
Onderwerp/vergaderstuk: Leerwerkbedrijf Jong Vermogen
Vergaderdatum: 2 februari 2023
Portefeuillehouder: dhr. E. Piena
Datum indiening vraag: 31 januari 2023
Datum ontvangst antwoord: 2 februari 2023
Vragen en antwoorden Vraag 1 Wie zitten er in het bestuur van de nieuw op te richten Stichting Jong Vermogen? Antwoord 1 In het bestuur zit één persoon directeur/bestuurder deze is verantwoordelijk voor de hele bedrijfsvoering van Jong Vermogen. De directeur/bestuurder legt verantwoording af aan de Raad van Toezicht (bestaande uit drie personen). Vraag 2 Komen er ook vestigingen in Barendrecht en Albrandswaard? En zo niet, denkt het college dat die gemeenteraden zullen instemmen met de gevraagde bedragen? Zeker voor jongeren uit Albrandswaard is de afstand naar Ridderkerk niet kort of korter dan naar Rotterdam bijvoorbeeld te noemen; dus waarom zouden zij akkoord gaan met de locatie Ridderkerk? Antwoord 2 Vooralsnog komt er alleen een vestiging in Ridderkerk. Deze vestiging zal voor de meeste jongeren in de drie gemeenten goed bereikbaar zijn, dit is ook een randvoorwaarde voor de vestiging. Er is voor Ridderkerk gekozen omdat ongeveer 50% van de doelgroep uit Ridderkerk komt. Een plaatsing blijft altijd maatwerk, waar nodig kunnen jongeren ook op andere plekken (zoals in Rotterdam) geplaatst worden.
Vraag 3 Onder Argumenten 1.1. staat dat het project gaat over bemiddelen van leerlingen van speciaal én mbo-onderwijs. Maar leerlingen uit het (reguliere) mbo-onderwijs kunnen momenteel toch redelijk tot zeer makkelijk aan een baan komen? Zelfs jongeren die hun baan verliezen komen redelijk snel weer aan een nieuwe werkomgeving. Zou het niet effectiever zijn om die leerlingen of inwoners te kiezen die niet snel aan een baan kunnen komen? Antwoord 3 De bemiddeling is bedoeld voor jongeren met een beperking op de arbeidsmarkt. De jongeren die zelfstandig aan werk kunnen komen, komen niet voor dit project in aanmerking. Vraag 4 Het pilotproject wordt voortdurend gemonitord en jaarlijks geëvalueerd. Door wie wordt er gemonitord en waarop wordt geëvalueerd? Antwoord 4 De (nog aan te stellen) projectleider zal het project monitoren en evalueren. De indicatoren zijn: het aantal jongeren dat deelneemt aan het project en het aantal jongeren dat eventueel doorstroomt naar een reguliere werkgever. De wijze van de evaluatie wordt nog uitwerkt door de projectleider. Tijdens de looptijd van het pilotproject willen we onderzoeken welke samenwerkingsvorm bestuurlijk en financieel haalbaar is en succesvol, om een dergelijk leerwerkbedrijf een permanent karakter te geven.
Vraag 5 Om hoeveel jongeren gaat het totaal in Ridderkerk die in de genoemde categorieën vallen? In het eerste jaar 17 uit Ridderkerk, maar totaal zijn het er dus...? Antwoord 5 Bekend is dat er eind december 2022 30 inwoners met een indicatie beschut werk hadden. Over het aantal jongeren met een indicatie doelgroepenregister hebben we geen actuele informatie. Dit is informatie die bekend is bij het UWV. Zowel bij de indicatie beschut werk als bij de indicatie doelgroepenregister gaat het niet alleen om jongeren, maar het geeft wel aan dat er in Ridderkerk dringend behoefte is aan meer beschutte werkplekken en werkplekken voor mensen met een arbeidsbeperking.
Vraag 6 Waarom kiest het college ervoor om zich in eerste instantie op jongeren t/m 27 jaar te richten? Inwoners die (bijna) arbeidsrijp zijn, zouden toch ook meegenomen kunnen worden? Antwoord 6 Voor inwoners die (bijna) arbeidsrijp zijn, zijn er andere projecten, zoals het instrument Baanbrekend. Dit project richt zich op inwoners met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Landelijk zijn er middelen beschikbaar gesteld om jongeren aan werk te helpen, vanuit deze middelen wordt in de eerste periode de begeleiding van de kandidaten bekostigd. Om die reden richten we ons in eerste instantie op jongeren en daarna kan worden uitgebreid naar ander doelgroepen. Vraag 7 Het doel is dat de stichting na twee jaar een onderneming is die financieel zelfstandig gezond is. Dus de stichting mag (dan) winstgevend zijn? Als dat nog niet lukt na die twee jaar, wat gebeurt er dan? Antwoord 7 De Stichting Jong Vermogen heeft niet ten doel om winst te maken. Alle middelen die verdiend worden vloeien weer terug in de stichting. We stellen als drie gemeenten maximaal € 550.000,beschikbaar voor de eerste twee jaar. Hier is inbegrepen een bedrag van € 166.759,- als reservering voor onvoorziene kosten. Na twee jaar kan, indien noodzakelijk, gebruik worden gemaakt van deze € 166.759,-.
Het project wordt gemonitord en als het echt niet lukt om de stichting financieel zelfstandig gezond te krijgen, kan er ook gekozen worden om de stichting te ontbinden. Vraag 8 Welke investeringen doet de Stichting Smile zelf? Antwoord 8 Stichting Smile heeft geen eigen middelen. Stichting Smile brengt haar kennis over de doelgroep in: zij heeft een groot sociaal netwerk en heeft veel kennis in huis.
Vraag 9 Na besluitvorming gaat Stichting Smile de nieuwe Stichting Jong Vermogen oprichten. Gelijktijdig zal de Stichting een Plan van Aanpak met tijdpad maken. Is er dan al een projectleider geworven? Dat is normaliter namelijk de persoon die een Plan van Aanpak met tijdpad opstelt. Antwoord 9 Er is al voorwerk gedaan, de verwachting is dat na akkoord in de drie gemeenteraden er snel een projectleider kan starten en er een plan van aanpak volgt. Vraag 10 Zijn er geen andere kosten te verwachten dan de kosten welke tot nu toe zijn vermeld? Dus bijvoorbeeld wanneer jongeren daadwerkelijk worden geplaatst, wordt daarvoor niets doorberekend aan gemeenten door de Stichting? Antwoord 10 Nee, de reguliere begeleidingskosten voor plaatsingen op een garantiebaan, beschut of eventueel dagbesteding. Dit zijn reguliere landelijke afspraken en gelden voor iedere plaatsing. Dit past in de verplichting die elke gemeente heeft in het plaatsen van deze doelgroep. Vraag 11 Is uitbreiding van de locatie in Alblasserdam ook een optie in plaats van een geheel nieuwe locatie te zoeken, aan te passen en in te richten in Ridderkerk? Antwoord 11 Het doel is juist om een locatie te vinden dichter bij huis van de jongeren. Dan past het niet om de locatie in Alblasserdam uit te breiden. Vraag 12 Uit onderzoek bij de Kamer van Koophandel blijkt dat de Stichting Jong Vermogen al staat ingeschreven.
Mogen we hieruit concluderen dat de stichting inmiddels al is opgericht; dit vooruitlopend op de instemming van alle drie de gemeenteraden? Antwoord 12 De inschrijving bij de Kamer van Koophandel is een formele stap, zonder directe gevolgen. Dit is gedaan, zodat bij akkoord door alle drie gemeenteraden er snel gestart kan worden met de uitvoering. Indien de gemeenteraden niet instemmen met het voorstel, zal de inschrijving ongedaan worden gemaakt.