CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden CU Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers.DOCX.pdf

Commissie Samen wonen RK 2 december 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie 

Vragensteller: R.M. Kooijman

Onderwerp/vergaderstuk: Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers

Vergaderdatum: 02-12-2021

Portefeuillehouder: C.A. Oosterwijk

Datum indiening vraag: 01-12-2021

Datum ontvangst antwoord: 2 december 2021

Vragen en antwoorden Vraag 1 Voorgesteld wordt om een gebiedsfonds in te stellen. Daarin dienen ontwikkelaars binnen het plangebied in valuta of nature bij te dragen. Kan (wellicht is mondeling in de Commissie wat eenvoudiger) worden toegelicht hoe zoiets werkt? Antwoord 1 Bij het Omgevingsplan wordt een paragraaf opgenomen van kosten die aan de publieke projecten in ontwikkeling van de visie zijn verbonden. Zoals de aanleg van voet- en fietspaden langs de oever en over de dijk, doortrekken groene oeverzone, OV hubs. Een voorlopige niet limitatieve lijst is opgenomen in paragraaf 6.2. Voor de dekking van die kosten wordt dan een bijdrage van ontwikkelaars gevraagd. Daarbij wordt een verrekensleutel vastgelegd. Een ontwikkelaar kan een financiële afdracht doen (in valuta) of ervoor kiezen de realisatie van een of meer projecten op zich te nemen (in natura). Vraag 2 De gebiedsvisie kent de volgende ambities: (1) ruimtelijke kwaliteit, (2) balans, (3) goede toegankelijkheid en (4) een gezonde werk- en leefomgeving. Daarnaast worden er in het raadsvoorstel een aantal gerelateerde beleidskaders genoemd, waaronder de Omgevingsvisie, de Groenvisie, de Woonvisie, Klimaatvisie enz. Al deze ambities waarmaken op dit dan toch weer relatief klein gebied, wordt wellicht lastig. Maar wanneer we van alles een beetje doen, krijgen we straks in de uitvoering niet wat we met deze visie beogen.

Hoe ziet u dit spanningsveld, en welke waarborgen zijn er in de visie opgenomen om dit te voorkomen? Antwoord 2 De visie geeft een perspectief voor de ontwikkeling van de Rivieroevers. In de visie zijn diverse beleidskaders reeds verwerkt. Maar het klopt dat in de uitvoering nog een opgave ligt om alle beleidskaders tot zijn recht te laten komen. Dat is een opgave die momenteel landelijk wordt gevoeld, en creativiteit en maatwerk vereist. Van belang is dat in de uitvoering continu gezocht wordt naar synergie en meervoudig ruimtegebruik. De visie geeft daarvoor de randvoorwaarden en kwaliteitskader waarbinnen maatwerkoplossingen gevonden kunnen worden. Vraag 3 Een van de mogelijkheden om ambities waar te maken is het benoemen van normen. Voor gebouwen is dat wel geregeld via wettelijke eisen (waaronder BENG). Maar voor de (beschikbare) buitenruimte? Kunnen we daar ambities normeren, bijvoorbeeld door een groennorm of normen voor klimaatadaptatie-maatregelen? Welke mogelijkheden ziet het college om door middel van normering te zorgen dat ambities ook daadwerkelijk gehaald worden? Antwoord 3 Het detailniveau van een gebiedsvisie is hoog en niet de plek om daar normen in op te nemen. In een omgevingsplan is dat wel mogelijk. Op dit moment wordt de Visie op Ecologie voorbereid als nadere uitwerking van de Groenvisie.

In de Visie op Ecologie worden ambities voor de diverse te onderscheiden gebieden vastgelegd. Dit zal de basis zijn om per gebied normen vast te stellen. Vraag 4 Een vervolgstap is een mobiliteitsstrategie. In de Gebiedsvisie wordt aangeven dat het huidige wegennet niet afdoende is. Er moeten kwaliteitsslagen worden maakt in het OV, fiets- en voetgangersnetwerk en voor automobiliteit moet worden ingezet op deelmobiliteit. Hoe worden de kansen ingeschat van de haalbaarheid van een verbeterd openbaar vervoer in dit gebied? Antwoord 4 We zetten ons in voor verbeterd OV. Dit is het uitgangspunt in het mobiliteitsplan. Wij gaan er vanuit dat de kansen haalbaar zijn. Hierover overleggen wij met de concessiehouders (MRDH en Provincie Zuid Holland). En zoals u aangeeft is willen we ook een kwaliteitslag maken in het fiets-

en voetgangersnetwerk waardoor bewoners beter de keuze kunnen maken de auto te laten staan. In de mobiliteitsstrategie van de Rivieroevers wordt dat verder uitgewerkt. Vraag 5 Wanneer het openbaar vervoer maar beperkt kan worden verbeterd, in hoeverre is dan een concept voor deelauto’s kansrijk? Voor veel langere verplaatsingen is dan een auto nodig. Is dan de ‘noodzaak’ voor een eigen auto niet te hoog? Antwoord 5 Er zal zeker sprake moeten zijn van een gedragsverandering. Het concept van deelauto is onder andere afhankelijk van het aanbod en het draagvlak. Bij voldoende aanbod is het mogelijk om minder parkeerplaatsen aan te leggen. Het concept deelauto is kansrijk bij voldoende draagvlak. Het klopt dat voor sommige verplaatsingen de deelauto minder geschikt is, dan is een eigen auto wenselijk. In de parkeerbalans wordt hiermee rekening gehouden. Vraag 6 Tot slot nog één belangrijke vraag: is het nu het planMER, of de planMER (beiden worden namelijk diverse malen gebruikt in de stukken). 😊 Antwoord 6 Dit kan een kwestie van “smaak” zijn 😊. Wanneer de nadruk ligt op het procesmatige en instrumentele is men geneigd de planMER (van de rapportage) te schrijven; wanneer men verwijst naar het fysieke rapport wordt vaker het planMER gebruikt. We stellen voor na vaststelling alle lidwoorden voor planMER consistent naar ‘het’ te wijzigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/782/documents/30710