CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden CU Concept Nota Betrokken Samenleving.pdf

Commissie Samen leven RK 4 april 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Concept Nota Betrokken Samenleving1.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie •

Vragensteller: Erna de Wolff- ter Beek, ChristenUnie

•

Onderwerp/vergaderstuk: Concept Nota Betrokken Samenleving

•

Vergaderdatum: 4 april 2024

•

Portefeuillehouder: Fleur Stip

•

Datum indiening vraag: 3 april 2024

•

Datum ontvangst antwoord: 4 april 2024

Vragen en antwoorden Vraag 1 In hoofdstuk 2 staan de kernwaarden van de gemeente: betrouwbaar, betrokken, persoonlijk en modern. Wat verstaat u onder modern? Antwoord 1 De vier genoemde kernwaarden zijn afkomstig uit het boekje “Het verhaal van Ridderkerk”, dat u vorig jaar heeft ontvangen in het kader van de nieuwe organisatie. Voor deze nota wordt onder modern verstaan: actueel en eigentijds, bijvoorbeeld qua instrumenten. Vraag 2 In paragraaf 2.2 staat de visie dat het gemeentebestuur streeft naar verbetering, vernieuwing en intensivering van de participatie in Ridderkerk. Wil dat zeggen dat er de wens is om als gemeente meer in te zetten op de hogere tredes van de participatieladder? En zo ja: hoe kunnen we dan uit deze nota afleiden hoe we dit dan in de verschillende lijnen gaan bereiken? Antwoord 2 Nee, zoals in hoofdstuk 2.4 is beschreven is de mate van invloed per situatie verschillend. Een initiatief van een inwoner voor de aanleg van een speeltuin (participatielijn 1) is anders dan een beleidsvoornemen van het gemeentebestuur (participatielijn 2) of de realisatie van bijvoorbeeld 20

woningen door een initiatiefnemer (participatielijn 3). Het inzetten op hogere tredes is geen doel op zich. Vraag 3 In hoofdstuk 3 staan de deelnemers en hun rollen in participatie trajecten. Wij missen daarbij de in bijlage 1 genoemde platformen. Wat is de reden dat deze niet worden genoemd in hoofdstuk 3? Antwoord 3 De platforms zien wij als onderdeel van de Ridderkerkse samenleving (hoofdstuk 3.1). Vraag 4 In hoofdstuk 6 staat dat er een participatieplan moet worden geschreven en vervolgens een participatieverslag. Hoe verloopt het proces van plan – goedkeuring- uitvoering – verslag dan? Gaat het college het plan bv. eerst goedkeuren alvorens er met de uitvoering en dus het verslag kan worden gestart? Zit er nog een tijd aan elke stap verbonden? Antwoord 4 Zoals ook in paragraaf 6.1 is toegelicht, zijn de regels erop gericht ervoor te zorgen dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning alle stukken zitten die nodig zijn om als gemeentelijke overheid een afgewogen besluit te kunnen nemen op een aangevraagde omgevingsvergunning. Daarom moeten aanvragers bij een aanvraag omgevingsvergunning melden: 1. of aan participatie is gedaan, en; 2. zo ja: hoe aan participatie is gedaan en wat de resultaten zijn. In een aantal gevallen heeft uw gemeenteraad dit aanvraagvereiste verplicht gesteld. Dat wil zeggen dat een aanvrager de eerste vraag niet met ‘nee’ mag beantwoorden.

In alle andere gevallen is participatie vrijwillig. Het participatieplan (hoe) en participatieverslag (resultaten) zijn een manier om antwoord te krijgen op de tweede vraag. Bijlage 3 Lijst van gevallen waarop adviesrecht van toepassing is Ridderkerk Participatie mag alleen nooit onderdeel zijn van de beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning. Onvoldoende participatie is dus geen grond om de vergunning te weigeren. Geen of onvoldoende participatie, in het geval het wel verplicht is, kan wel een reden zijn om de aanvraag als onvolledig te beschouwen en uiteindelijk te besluiten deze buiten behandeling te laten. Bij verplichte participatie moet de participatie-inspanning van de aanvrager namelijk (proportioneel) in verhouding staan tot de aangevraagde activiteit.

Er is in die zin dus geen sprake van een proces waarbij eerst goedkeuring aan de gemeente gevraagd moet worden. Al heeft een overleg voorafgaand aan een formele aanvraag wel absoluut onze voorkeur. Zie ook regel 3 in hoofdstuk 6. Vraag 5 In hoofdstuk 6 staat als laatste punt geschreven “Als de gemeente zelf initiatiefnemer of vergunningaanvrager is voor een project, dan houdt zij zich aan de spelregels van deze participatielijn”. Hoe wordt dit concreet vormgegeven? Waar zien inwoners de uitwerking van deze spelregels terug wanneer de gemeente zelf initiatiefnemer is? Hoe en aan wie koppelt de gemeente terug of en hoe er gehouden is aan deze spelregels? Antwoord 5 Net als andere aanvragers geeft de gemeente dit aan bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project. Deze aanvragen worden op eenzelfde manier beoordeeld door de vakafdeling. Inwoners zien overigens van andere initiatiefnemers ook niet of de spelregels nageleefd zijn. Dit beoordeelt de gemeente. Vraag 6 In hoofdstuk 7 staat een overzicht met participatie instrumenten. Het lijkt erop dat dit een overzicht is die voortkomt uit de participatieladder en daarmee vooral voor lijn 2 bedoeld. Het zou o.i. voor duidelijkheid zorgen wanneer voor elke lijn apart een overzicht met passende instrumenten wordt gemaakt.

Zou dit mogelijk zijn? Antwoord 6 Dat is mogelijk en zat ook in een eerdere versie van de concept Nota betrokken Samenleving. Echter werd het overzicht er niet duidelijker op aangezien niet alle instrumenten beschikbaar zijn voor inwoners en initiatiefnemers. Zo kunnen zij geen redactionele artikelen in de Blauwkai plaatsen of formulieren op de gemeentelijke website / gemeenteapp inrichten. In de volgende versie zijn wij voornemens naar aanleiding van uw vraag deze uitzonderingen duidelijker te verwoorden in de tekst en in de matrix. Vraag 7 In de RIB lezen we dat ruimtelijke plannen geen onderdeel uitmaken van dit participatiebeleid. In de nota, bij participatietraject 3, staan wel iets over ruimtelijke plannen. Welke ruimtelijke initiatieven vallen nu wel en welke niet onder het beleid beschreven in deze nota?

Antwoord 7 In de RIB staat dat de handreiking voor ruimtelijke initiatieven geen deel uitmaakt van de nota. Een op te stellen handreiking, ofwel informatieve folder, is uitvoering en volgt op het kaderstellende beleid dat uw gemeenteraad vastlegt in deze nota. Overigens geven de spelregels in de nota enkel duidelijkheid over onze rol als overheid in die drie participatielijnen. De regels in hoofdstuk 6 verduidelijken hoe wij als overheid invulling geven aan onze verantwoordelijkheid om een afgewogen besluit te kunnen nemen op een aangevraagde omgevingsvergunning. Vraag 8 In de nota evaluatie participatie 2022 zijn zeven algemene aanbevelingen gedaan en acht aanbevelingen t.a.v. de platforms. Kunt u per aanbeveling aangeven hoe de aanbeveling is opgepakt en al dan niet is verwerkt in deze nota? Antwoord 8 Onderstaand is aangegeven hoe de zeven algemene aanbevelingen zijn opgepakt en verwerkt in de nota. Conform de door uw gemeenteraad vastgestelde startnotitie, maken de convenanten m.b.t. de platforms geen onderdeel uit van deze nota. •

Aanbeveling 1, Evaluatie participatie 2022: Om het participatieproces goed te laten verlopen is het noodzakelijk om bij het begin van het proces de wederzijdse verwachtingen over het verloop van het proces helder te hebben. Daarbij hoort dat de kaders vooraf bepaald en gecommuniceerd worden. Hierbij past ook dat bij de start van het participatietraject het niveau van de participatie vastgesteld wordt en besproken wordt met alle deelnemers. Het moet voor alle deelnemers duidelijk zijn of het gaat om informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen. Antwoord Verwerkt in de nota: •

Kaders: De kaders staan in de Nota Betrokken Samenleving.

•

Proces: Drie participatielijnen met elk spelregels over verloop proces, communicatie en niveau van participatie (hoofdstukken 4, 5 en 6).

•

Aanbeveling 2, Evaluatie participatie 2022: Het is belangrijk om van de deelnemers aan een participatieproces te weten in welke hoedanigheid ze aan een proces deelnemen. Daarom moeten we de rollen definiëren van leden van platforms, vertegenwoordigers van belangengroepen en individuele deelnemers.

Antwoord Verwerkt in de nota: •

Platforms en vertegenwoordigers van belangengroepen zien wij in de nota als onderdeel van de Ridderkerkse samenleving (hoofdstuk 3.1). Daarnaast kan iedere inwoner individueel deelnemen aan een participatieproces.

•

Aanbeveling 3, Evaluatie participatie 2022: Om de deelnemers aan een participatieproces mee te nemen in het verloop van de besluitvorming kan de communicatie over het besluitvormingsproces verbeterd worden. Het verdient aanbeveling inzichtelijk te maken aan welke tafel of in welk overleg over de inbreng uit de participatie besloten wordt, wat er is besloten en waarom dat besloten is. Antwoord Verwerkt in de nota:

•

•

Participatielijn 1, m.n. spelregels 4, 5 en 6.

•

Participatielijn 2, m.n. spelregels 3 t/m 8.

•

Participatielijn 3, m.n. spelregels 2 en 4.

Aanbeveling 4, Evaluatie participatie 2022: Er is een ontwerpwetsvoorstel 2020 ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ in voorbereiding. Dat wetsvoorstel breidt het recht op inspraak uit naar meer participatie. Als dat wetsvoorstel wordt aangenomen, moet dit worden meegenomen in een mogelijke herijking van het gemeentelijk participatiebeleid en moet er een verordening worden opgesteld die de huidige inspraakverordening vervangt. Antwoord: Het wetsvoorstel wordt op 16 april a.s. in de Eerste Kamer behandeld. Het wetsvoorstel heeft echter betrekking op bestaande verordeningen die geactualiseerd dienen te worden indien de wet wordt aangenomen. Dat betrekken we uiteindelijk in het raadsvoorstel.

•

Aanbeveling 5, Evaluatie participatie 2022: Om goed deel te kunnen nemen aan een participatieproces is het van belang dat de deelnemers over de juiste en dezelfde informatie kunnen beschikken. De benodigde informatie moet makkelijk te vinden zijn. Het advies is te onderzoeken of dit meegenomen kan worden met de verdere ontwikkeling van de sociale kaart (WieWatWaarRidderkerk.nl). Antwoord Verwerkt in de nota: De gemeente heeft hiervoor de beschikking over verschillende communicatie instrumenten zoals de website, gemeenteapp, sociale media, De Blauwkai en briefpost (hoofdstuk 2.7). Informatiestromen worden tegenwoordig goed op elkaar afgestemd in de berichtgeving via bovengenoemde instrumenten. Dit proces wordt door de vakafdeling ‘communicatie’ gemonitord en waar nodig verbeterd.

•

Aanbeveling 6, Evaluatie participatie 2022: In het verleden zijn afspraken gemaakt over de organisatie van participatietrajecten en de terugkoppeling van wat tijdens de participatie wordt ingebracht. Uit de evaluatie van de verschillende processen is gebleken dat participatietrajecten niet altijd op deze wijze worden uitgevoerd. Dit verdient aandacht. Antwoord Verwerkt in de nota:

•

•

Participatielijn 1, m.n. spelregels 4, 5 en 7.

•

Participatielijn 2, m.n. spelregels 3 t/m 8.

•

Participatielijn 3, m.n. spelregels 5 en 6.

Aanbeveling , Evaluatie participatie 2022: Een aan te stellen adviseur Participatie kan het bestuur, organisatie en samenleving adviseren bij participatieprojecten Antwoord Verwerkt in de nota: De contactfunctionarissen hebben hierin een centrale rol (hoofdstuk 3.5). Daarnaast onderzoeken we momenteel de mogelijkheden om de rol van een coördinator participatie binnen de ambtelijke organisatie in te vullen. Indien dit gepaard gaat met extra financiële kosten waar uw gemeenteraad een besluit over dient te nemen, dan betrekken we dit bij het raadsvoorstel.

Vraag 9 Is de koers die we in Ridderkerk kiezen m.b.t. participatie nu anders dan de jaren hiervoor? En zo ja, waar en hoe dan? Antwoord 9 Het vigerende beleid is al een aantal jaar oud. In de voorliggende nota is niet zozeer sprake van een andere koers, maar meer van een eigentijdse koers. Het vigerende beleid en de uitvoering daarvan heeft zich op meerdere projecten bewezen, zoals Botterhof en de GroenVisie. De goede ervaringen en lessen uit het vigerende beleid zijn nadrukkelijk terug te vinden in de concept nota. Inmiddels vragen nieuwe landelijke wetgeving zoals de Omgevingswet om nieuw lokaal beleid. Daarnaast is er een verschuiving te zien waar de behoefte ligt van inwoners hoe te participeren en een doorontwikkeling van instrumenten. Tevens is het de bedoeling dat meer dan ooit wordt ingezet op het voor alle betrokken partijen vroegtijdig in het proces duidelijk maken wat van elkaar (gemeenten en anderen) verwacht mag worden, wat het doel is van een participatietraject, wat de doelgroepen zijn, welke (eigentijdse) instrumenten worden ingezet en hoe terugkoppeling plaatsvindt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1081/documents/37413