Antwoorden CU bij raadsvoorstel aandelen Stedin.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Robert Kooijman, ChristenUnie
Onderwerp/vergaderstuk: Krediet tbv aankoop cumulatief preferente aandelen Stedin
Vergaderdatum: 20-05-2021
Portefeuillehouder: Marco Oosterwijk
Datum indiening vraag: 19 mei 2021
Datum ontvangst antwoord: 20 mei 2021
Vragen en antwoorden Vraag 1 Heeft het college op basis van bijvoorbeeld eerdere bijeenkomsten van de AHC, regiogemeenten of andere bronnen enig zicht op de mogelijke bereidheid van andere gemeenten om een kapitaalstorting te doen richting Stedin (uiteraard met inachtname van uiteindelijke besluitvorming van de verschillende raden)? Antwoord 1: Wij hebben als college geen totaalbeeld van wat andere gemeenten zullen gaan beslissen. Elke gemeente maakt deze keuze eigenstandig en is daar nog volop mee bezig. Wij hebben geen concrete signalen ontvangen van gemeenten die per definitie niet zullen gaan meedoen. Bekend is wel dat het college van Rotterdam voor maximaal € 100 miljoen bereid is in te tekenen (minimaal € 63,4 miljoen euro zijnde 1x aandeelhouders-positie van Rotterdam en maximaal € 100 miljoen dus ruim 1,5x aandeelhouderspositie). Vraag 2 In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat bij 1x1,13% extra aandelen er in 2021 geen problemen zijn voor de liquiditeitspositie. Vanaf 2022 moet er, afhankelijk van de dan aanwezige financieringsbehoefte, wellicht geld geleend worden. Mocht de raad (middels een amendement) voor meer dan 1x1,13% extra aandelen kiezen, betekent dat dan mogelijk iets voor de liquiditeitspositie in 2021, anders dan wanneer we voor 1x1,13% kiezen? En kunt u beschrijven hoe erg (of niet erg) het eerder moeten aantrekken van vreemd vermogen is?
Antwoord 2: Wij financieren onze gemeente volgens de voorschriften van de wet op basis van het principe van totaalfinanciering. Op dit moment is onze liquiditeitspositie voldoende om ook een storting van meer dan 1x onze aandelenpositie te doen. Afhankelijk van ons verdere uitgaventempo en onze gegenereerde inkomsten is de verwachting dat er in de loop van 2022 langlopend geld nodig zal zijn. Een verdubbeling van onze inzet betekent niet per definitie dat we mogelijk eerder geld moeten gaan lenen. Mocht dat wel het geval zijn, mede afhankelijk van onze andere uitgaven en inkomsten, dan is dat niet erg. Wellicht moeten we uiteindelijk wat meer (totaal) lenen, maar materieel maakt dit niet veel uit, zeker gezien de zeer lage rentestand voor het extern lenen van het geld. Vraag 3 Stedin vraagt nu als netbeheerder kapitaal om de grote investeringen voor de komende jaren te kunnen gaan vormgeven. Naast de investeringen in het electriciteitsnet ligt er straks waarschijnlijk ook een mogelijk enorme opgave als het gaat om het realiseren van een warmtenet. Komen we daar in de nabije toekomst mogelijk voor eenzelfde keuze te staan, of we een kapitaalstorting willen doen in een warmtebedrijf? Antwoord 3: Stedin heeft geadviseerd om nu een kapitaalstorting te doen van € 200 miljoen om de investeringen op korte termijn op te vangen.
Met dit advies streeft Stedin een stabiele financiële positie na en is de onderneming in staat om op korte termijn de energietransitie betaalbaar te houden. De kapitaalvraag aan aandeelhouders op lange termijn is echter afhankelijk van de snelheid van de energietransitie, de toekomstige regulering en de hoogte van de (door te berekenen) tarieven. Voor het einde van dit jaar zal bekend worden hoe het nieuwe reguleringskader er uit ziet (Methodebesluit van de Autoriteit Consument & Markt – ACM voor de periode 2022-2026). De Aandeelhouderscommissie (AHC) en Stedin zullen vervolgens de Langetermijn-financiering nader tegen het licht houden. Om de komende jaren de energietransitie goed te stroomlijnen heeft Stedin Groep, inclusief de ontwikkeling van warmtenetten, naar schatting € 750 miljoen tot € 1 miljard euro extra eigen vermogen nodig tot 2030. Om dit te realiseren zal in gezamenlijkheid tot een nieuwe financieringsoplossing gekomen moeten worden. Naast de bestaande aandeelhouders wordt dan ook gekeken naar de toetredingsmogelijkheid van nieuwe aandeelhouders.