Antwoorden CU Aanvraag Vangnetuitkering 2022.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Erna de Wolff- ter Beek, ChristenUnie
Onderwerp/vergaderstuk: aanvraag Vangnet uitkering 2022
Vergaderdatum: 10 mei 2023
Portefeuillehouder: E. Piena
Datum indiening vraag: 9 mei 2023
Datum ontvangst antwoord: 10 mei 2023
Vragen en antwoorden Om de ‘Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2022’ adequaat te kunnen beoordelen is een checklist ontworpen. De ChristenUnie heeft m.b.v. deze checklist de aanvraag doorlopen. Van daaruit zijn nog enkele vragen ontstaan: Vraag 1 We zien in de aanvraag een grove schets van het klantenbestand (in dossiers en type uitkering) maar geen laatste overzicht van de kenmerken van de bijstandspopulatie (opleidingsniveau, arbeidsbeperkingen, leeftijd, taalbeheersing, e.d.). Kunt u deze alsnog toevoegen? Antwoord 1 In de bijlage (blz. 5 en 6) vindt u een aantal tabellen met gegevens over 2022. Hierin ziet u overzichten qua: -
Leeftijd
-
Uitkeringsduur
-
Aantal uitkeringsgerechtigden in een instelling
-
Leefvorm
De overige zaken (zoals het opleidingsniveau, de arbeidsbeperkingen of taalbeheersing) worden wel per individu bijgehouden in het dossier, maar niet op een dusdanige manier dat hier via het systeem een rapportage van te maken is.
1
Vraag 2 In de aanvraag is niet zichtbaar dat er - door middel van benchmarking - een vergelijking met andere gemeenten die overeenkomende kenmerken hebben, is gemaakt. a. Met welke gemeentes kunnen wij ons vergelijken? b. Wat zijn hierin kenmerkende verschillen en overeenkomsten en hoe verklaart u deze? Antwoord 2 In de toelichting op de aanvraag is benchmarking als een suggestie opgeworpen. De gemeente Ridderkerk is niet aangesloten bij de Divosa Benchmark Werk & Inkomen. Hierdoor is het niet mogelijk om onze gegevens te vergelijken met andere gemeenten en hebben we de vragen in de aanvraag beantwoord door een analyse te geven op de cijfers en activiteiten in onze eigen gemeente. Vraag 3 U noemt een aantal maatregelen die moeten gaan bijdragen op tekortreductie. Op welke manier monitort het college de komende tijd het effect van de maatregelen? Antwoord 3 De portefeuillehouder bespreekt de voortgang in zijn reguliere overleggen met de uitvoering. Vraag 4 We lezen in de aanvraag over een aantal nieuwe maatregelen. Maar welke maatregelen zijn gestopt of voortgezet? Antwoord 4 Er zijn geen maatregelen gestopt, de genoemde maatregelen zijn een voorzetting van bestaande, dan wel nieuwe maatregelen. Een aantal van de maatregelen die zijn voortgezet zijn: -
Inzet van Hallo Werk (dit wordt in de hele arbeidsmarkt ingezet).
-
Het project Baanbrekend.
-
Inzet van Werkervaringsplekken.
-
Inzet op opleiding (waaronder taaltrajecten).
-
Inzetten loonkostensubsidie om inwoners in het kader van de Wet Banenafspraak aan het werk te helpen. 2
Daarnaast wordt er continu binnen het werkgeverservicepunt gekeken naar mogelijkheden om banen te vinden die geschikt zijn voor onze doelgroep. Hierbij maken we ook gebruik van trajecten in de arbeidsmarktregio Rijnmond. Een voorbeeld van nieuwe of nog op te zetten maatregelen zijn: -
Vacaturekrant (op 1 mei jl. is het eerste exemplaar verstuurd).
-
Inzet van de pilot Jong Vermogen (de locatie wordt nu verbouwd, na de zomer verwachten we dat de eerste jongeren hier kunnen starten).
-
Project inzake kinderopvang (hiervoor wordt binnen de arbeidsmarktregio gekeken hoe we een gezamenlijk project kunnen starten voor en door alleenstaande ouders).
Vraag 5 We lezen een aantal maatregelen gericht op tekortreductie. Eén daarvan is inzetten op loonkostensubsidies? U geeft aan dat dit niet altijd mogelijk is omdat de gemeente voor belangrijk deel afhankelijk is van het aantal mensen in het doelgroepregister. Kunt u hier meer tekst en uitleg bij geven om dit duidelijker te maken? Antwoord 5 Zoals in de aanvraag al wordt genoemd, is het inzetten van de loonkostensubsidie een goed middel om mensen met een beperking naar werk te leiden. Op dit moment hebben 88 van de 202 personen uit het doelgroepenregister werk (garantiebaan). We hopen met het project Jong Vermogen dit aantal nog verder te verhogen, maar niet iedereen uit het doelgroepenregister is plaatsbaar bij een werkgever (door de beperkingen of een te lage loonwaarde). Vraag 6 In het raadsvoorstel onder 1.4 staat een verklaring voor het tekort. Onder andere door de extra inspanningen om statushouders te huisvesten. a. Ontvangen wij alleen voor asielzoekers geld van het rijk? Of ontvang je ook voor het huisvesten van statushouders ook extra gelden van het rijk waar een deel hiervoor gebruikt kon worden? b. Kunt u iets meer beeld geven waar de extra inspanningen uit bestaan om statushouders te huisvesten? Antwoord 6
3
Het huisvesten van statushouders is een wettelijke taak. In het afgelopen jaar zijn er meer statushouders gehuisvest dan op grond van de taakstelling moest. De extra inspanningen die hiervoor gemaakt zijn, zijn het vrijmaken van woningen, extra inzet vanuit vluchtelingenwerk voor de begeleiding en extra inzet op inburgering. Hiervoor ontvangt de gemeente ook middelen vanuit het Rijk. Echter, wat in deze aanvraag bedoeld wordt, is dat de meeste statushouders een beroep doen op een bijstandsuitkering. Dus als gevolg van de extra plaatsingen, zien we het aantal mensen dat een beroep doet op de Participatiewet toenemen. Statushouders kunnen over het algemeen niet meteen naar werk en vallen meestal in de doelgroep re-integratie of sociale activering. Zij hebben in de meeste gevallen een lange afstand tot de arbeidsmarkt. De uitkering van deze doelgroep valt onder het reguliere BUIG budget en is dus een verklaring van het tekort.
4
Bijlage bij vraag 1: overzicht met kenmerken van de bijstandspopulatie (gegevens 2022) Leeftijd Deze tabel verdeelt het uitkeringsbestand in hoede leeftijd van de uitkeringsgerechtigden.
Uitkeringsduur Deze tabel verdeelt het uitkeringsbestand in hoe lang mensen een uitkering ontvangen.
5
Instelling Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is stabiel en relatief laag in Ridderkerk. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf.
Leefvorm Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren.
6