Antwoorden ChristenUnie Nota Activabeleid Ridderkerk 2021.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: R.M. Kooijman
Onderwerp/vergaderstuk: Nota activabeleid Ridderkerk 2021
Vergaderdatum:
Portefeuillehouder: C.A. Oosterwijk
Datum indiening vraag: 31 augustus 2021
Datum ontvangst antwoord: 2 september 2021
Vragen en antwoorden Vraag 1 Kunt u een (hypothetisch) concreet voorbeeld noemen waarbij het college aan de raad zou kunnen vragen om een bijdrage aan activa in eigendom van derden, bij wijze van uitzondering, toch te laten activeren? Antwoord 1 Het is lastig hier een concreet voorbeeld voor te noemen. In het recente verleden heeft slechts een maal een dergelijke activering plaatsgevonden (1990 – Bijdrage kosten aanleunwoningen Reyerheem). Theoretisch kan elke bijdrage worden geactiveerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 61 BBV. In de praktijk komen dit soort bijdragen (in relatie tot de genoemde voorwaarden) echter nauwelijks voor en beschikt de gemeente over andere instrumenten, zoals subsidie of garantstelling. Het activeren van een dergelijke bijdrage draagt bovendien over het algemeen niet bij aan een correct inzicht in de vermogenspositie. De gemeente heeft immers niet het economisch en / of juridisch eigendom. Het uitgangspunt in de nieuwe nota activabeleid is ongewijzigd ten opzichte van de oude nota en vooral opgenomen om in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld omdat met een dergelijke bijdrage een substantieel bedrag is gemoeid, toch de mogelijk open te laten om deze bijdrage te kunnen activeren (mits uiteraard is voldaan aan de voorwaarden in artikel 61 BBV).
Vraag 2
Wat zijn de inhoudelijke argumenten om standaard te kiezen voor een lineaire afschrijvingsmethodiek, en niet voor een annuïtaire afschrijvingsmethode? Antwoord 2 Bij lineaire afschrijving vindt een evenredige spreiding van de afschrijvingslasten over de gebruiksperiode plaats. Bij annuïtaire afschrijving vindt in de eerste jaren van de levensduur nauwelijks afschrijving plaats, waardoor de boekwaarde enigszins geflatteerd is ten opzichte van de bedrijfseconomische waarde. Daarnaast is een nadeel van de annuïtaire methode dat de berekening van de annuïteit (in verband met het door het BBV verplicht gestelde toerekenen van rente aan vaste activa) een arbeidsintensief proces is. Vraag 3 Hoe wordt omgegaan met afschrijving bij onderhoud / wijzigingen waarbij objecten een waardevermeerdering krijgen? Bijvoorbeeld het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed? Op het onderhoudsdeel wordt toch niet afgeschreven? Antwoord 3 Investeringen die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële kwaliteitsverbetering en/of levensduurverlenging van betreffend actief worden niet gezien als onderhoud en moeten derhalve worden geactiveerd. Bijvoorbeeld, het renoveren (= vernieuwen naar de huidige maatstaven en normen) van een gebouw. Daaronder kunnen over het algemeen ook de verduurzamingsmaatregelen worden geschaard.
Deze leiden doorgaans tot kwaliteitsverbetering en verlenging van de levensduur. Het vervangen van een (eerdere geactiveerde) CV-ketel door een (nieuwe) warmtepomp, het plaatsen van zonnepanelen en meer van dergelijke aanpassingen worden gezien als investering in een nieuw vast actief. Van onderhoud is alleen sprake als uitgaven worden gedaan ten behoeve van het behoud van de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur van een actief. Vraag 4 In bijlage D is een lijst opgenomen van wijzigingen ten opzichte van de vorige nota. Klopt het dat de kopjes ‘nieuwe nota’ en ‘oude nota’ (onder het sub kopje ‘vervallen uitgangspunten’) omgedraaid moeten worden? Antwoord 4 Dat klopt. De kopjes bij dit onderdeel staan verkeerd om.