Antwoorden ChristenUnie Klimaatvisie.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Algemene informatie
Vragensteller: Tjalke Alkema
Onderwerp/vergaderstuk: Klimaatvisie Ridderkerk, De route naar 2050
Vergaderdatum: 20-05-2021
Portefeuillehouder: dhr. M. Japenga
Datum indiening vraag: 18 mei 2021
Datum ontvangst antwoord: 19 mei 2021
Vragen en antwoorden Vraag 1 In het raadsvoorstel onder paragraaf 1.2 staat een verkeerde datum opgeschreven: 2026 – 2020 moet dat niet 2016 – 2020 zijn? Antwoord 1 Dit klopt. De juiste datum is 2016 – 2020. Vraag 2 In de klimaatvisie worden inwoners in de huidige situatie (blz. 7) actief verwezen naar de WoonWijzerWinkel voor een persoonlijk advies. In het uitvoeringsprogramma willen we voor bedrijven toe naar één loketfunctie waar organisaties terecht kunnen voor advies op energiebesparing. Om de drempel zo laag mogelijk te maken voor onze inwoners en bedrijven zou het dan niet beter zijn om te overwegen beide energieloketten of een samenvoeging daarvan centraal in Ridderkerk te huisvesten? Waarom wel of niet? Antwoord 2 Met een showroom van 2.500 m2 op de Heijplaat is de WoonWijzerWinkel veruit de grootste duurzaamheidswinkel van Nederland. Hier zijn bijna alle oplossingen te zien en te ervaren, van isolatie tot aan warmtepompen. De adviseurs in de winkel kunnen inwoners deskundig en persoonlijk advies geven en vrijblijvende offertes op maat aanbieden.
Daarnaast ontplooien we diverse initiatieven om inwoners te ondersteunen en te bereiken. Van het aanbieden van boxen met energiebesparende maatregelen tot het beschikbaar stellen van persoonlijke energiecoaches. Bovendien zijn we gestart met een vijfjarig onderzoeksprogramma met de Erasmus Universiteit. Met dit onderzoek gaan we op zoek naar manieren om verschillende inwonersgroepen te bereiken en te stimuleren duurzamere keuzes te maken in alledaagse activiteiten. Gedurende het onderzoek wordt regelmatig een vertaling gemaakt naar concrete beleids- en sturingsmaatregelen. We gebruiken het onderzoek om maatregelen en communicatie beter af te stemmen op de samenleving. De WoonWijzerWinkel biedt hun dienstverlening niet aan aan ondernemers. We stellen een aparte loketfunctie in voor ondernemers. Inwoners en ondernemers zijn immers twee verschillende doelgroepen die ook een separate (communicatie) aanpak vragen. Tot heden doen we dit middels een gebiedsmanager in Donkersloot en geen fysieke locatie. De gebiedsmanager heeft provinciale en landelijke subsidies aangevraagd en toegekend gekregen, voert Quick scans uit en ondersteunt bedrijven met de Informatieplicht Energiebesparing. Bovendien heeft dit geleid tot de oprichting van een ondernemersvereniging in Donkersloot die samen gaat werken aan een Duurzaam Donkersloot.
Het eerste wapenfeit van de ondernemersvereniging wordt een gecombineerde subsidieaanvraag bij de Provincie Zuid Holland, waarmee een collectief zonnepanelen project verwezenlijkt zal worden waarvan zo’n 20% van de investering uit provinciale middelen komt. Met deze inzet willen we een zo hoog mogelijke conversie tegen lagere kosten realiseren. Vraag 3 Op blz. 17 in de klimaatvisie is als doelstelling opgenomen dat in 2030(over 9 jaar) 20% van de bebouwde omgeving aardgasvrij is. Hoeveel procent is op dit moment al gasvrij? Welke (type) gebouwen vallen onder de definitie bebouwde omgeving? Antwoord 3 Op dit moment zijn er in Ridderkerk een beperkt aantal woningen aardgasvrij gemaakt. Zo heeft Wooncompas bestaande woningen omgebouwd naar ‘Nul op de Meter’ woningen. En particuliere woningeneigenaren kunnen hun woning aardgasvrij hebben gemaakt middels een warmtepomp. Dit aantal zal naar verwachting echter niet zo hoog zijn. Nieuwbouw mag alleen nog aardgasvrij worden gerealiseerd. Dit telt echter niet mee in de doelstelling om 20% van het aardgas af te halen. De warmtetransitie gaat om de transitie van gas naar een duurzame bron en bij nieuwbouw is er geen gas aan te pas gekomen.
Het gaat om de gehele gebouwde omgeving, bijvoorbeeld ook bedrijventerreinen. Ook deze gebieden zijn meegenomen in de warmtevisie van Ridderkerk. Vraag 4 In het uitvoeringsprogramma wordt meerdere malen gesproken over adequate advisering. Dit impliceert wellicht onbedoeld dat er voor het opstellen van deze klimaatvisie en uitvoeringsprogramma op een niet juiste manier of ineffectief werd geadviseerd. Klopt dit, is er ruimte voor verbetering en zetten we hiermee ook in op een verbetering van het adviseren? Antwoord 4 De ontwikkelingen ten aanzien van de thema’s gaan snel en daarmee heeft verbetering van onze advisering onze aandacht. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet zijn er bovendien ook veel beleidsmatige veranderingen. Dat nemen we mee in de advisering in de toekomst. Met adequaat bedoelen we dus vooral het steeds inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Vraag 5 In de begrotingsbijlage wordt voor opslag relatief weinig begroot tov opwek, besparen en warmte. Opslag wordt steeds belangrijker maar u wilt het nadrukkelijk zoveel mogelijk overlaten aan Stedin. Opslag van warmte en koude hoort weer niet bij Stedin. Wat is de onderbouwing van de post opslag? Waarom is het zoveel lager dan de andere genoemde posten.
Is het aannemelijk dat de post opslag op korte termijn al opgehoogd moet gaan worden gezien de ontwikkelingen? Antwoord 5 Zoals opgenomen in het uitvoeringsprogramma vallen onder opslag twee acties, namelijk het formuleren van kaders en randvoorwaarden en het deelnemen aan regionale overleggen. Dit vraagt daarmee veel minder inzet dan de thema’s opwek, besparen en warmte. Onder deze drie thema’s valt bijvoorbeeld de belangrijke actie om inwoners en ondernemers te stimuleren in duurzaam gedrag. Dit is allerminst eenvoudig. Het vraagt om gedragsverandering op haast alle levensgebieden van inwoners (bijvoorbeeld energieverbruik, voedingskeuzes en vervoer). De samenleving bestaat uit uiteenlopende groepen inwoners die het vraagstuk op verschillende manieren ervaren en verschillen in de waarde die ze eraan hechten. Ook kunnen inwoners op uiteenlopende wijzen gemotiveerd worden om een bijdrage te leveren aan deze opgave. Deze diversiteit stelt ons voor een belangrijke opgave. De opgave voor opslag is niet minder belangrijk, maar vraagt minder inzet / uren. Het gaat hierbij om het de inpassing van opslag van energie in onze ruimtelijke plannen en later het omgevingsplan. Binnen 5 jaar vinden we het niet aannemelijk dat er meer voor nodig is.