Antwoorden CDA Ontwerp Programma Geluid en Lucht.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Ontwerp Programma Geluid en Lucht Algemene informatie •
Vragensteller: Victor Mijnders, CDA
•
Vergaderdatum: 29 augustus 2024
•
Portefeuillehouder: Ton Overheid
•
Datum vraag: 27 augustus 2024
•
Datum antwoord: 29 augustus 2024
Vragen en antwoorden Vraag 1 Welke impact en/of consequenties heeft de nieuwe plandrempel voor toekomstige woningbouwontwikkelingen? Kan er in Ridderkerk door de nieuwe plandrempel bijvoorbeeld ook minder gebouwd worden? Antwoord 1 Het zou kunnen dat er iets minder gebouwd kan worden. maar dit is ten gunste van de nieuwe inwoners. Dit speelt met name rond rijkswegen en drukke lokale wegen, maar over het algemeen kun je aan de voorkant met de juiste maatregelen wel bouwen. Denk aan verder van de weg bouwen, goed positioneren van de woningen en/of treffen van bron-, overdracht- en gevelmaatregelen. Vraag 2 In het Ontwerp programma Lucht en Geluid wordt aangegeven dat met gemotiveerde redenen toch kan worden afgeweken van de plandrempel. Kunt u toelichten met concrete voorbeelden wat gegronde redenen zijn om boven de genoemde plandrempel uit te komen? Antwoord 2 Dit kan door andere maatschappelijke en economische belangen, zoals realisatie van HOV.
Vraag 3 Met betrekking tot luchtvervuiling worden veel zaken genoemd die te maken lijken te hebben met de ligging van Ridderkerk (bijvoorbeeld de snelwegen rondom Ridderkerk). Wat zijn op dit moment specifiek binnen Ridderkerk de grootste bronnen van luchtvervuiling (dus ook vanuit buiten Ridderkerk) en waar centreren die zich? Kan er gestuurd worden op deze overlast door luchtvervuiling en zo ja, hoe? Antwoord 3 De grootste bronnen van luchtvervuiling in Ridderkerk, met name als het gaat om stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM10 en PM2.5), komen voornamelijk uit de volgende categorieën: 1. Verkeer (wegverkeer): Personenauto’s, vrachtwagens en bussen zijn grote bronnen van NOx en fijnstof. Vooral dieselvoertuigen stoten aanzienlijke hoeveelheden NOx en fijnstof uit. Ridderkerk ligt nabij belangrijke snelwegen zoals de A15 en de A16, waar veel verkeer, met name vrachtverkeer, passeert. Dit draagt sterk bij aan de luchtvervuiling in de regio. 2. Scheepvaart: Ridderkerk ligt nabij de Rotterdamse haven en langs belangrijke vaarroutes zoals de rivier de Nieuwe Maas. Schepen, vooral die op zware stookolie varen, zijn aanzienlijke vervuilers en dragen bij aan zowel NOx als fijnstof in de lucht. 3. Industrie: De industrie in en rond Ridderkerk, inclusief activiteiten in de haven van Rotterdam, is ook een bron van luchtvervuiling.
De uitstoot van NOx en fijnstof komt hier voornamelijk van fabrieken, raffinaderijen en andere industriële installaties. 4. Bouwwerkzaamheden: Activiteiten zoals sloop, bouw en de aanleg van infrastructuur zorgen voor de opwaaiing van fijnstof en de uitstoot van NOx door gebruik van bouwmachines en -voertuigen. 5. Houtkachels en open haarden: In woonwijken kan het stoken van houtkachels en open haarden een significante bron van fijnstof zijn, vooral in de wintermaanden. De luchtkwaliteit in Ridderkerk wordt dus sterk beïnvloed door een combinatie van verkeer, scheepvaart, industrie, en in mindere mate huishoudelijke activiteiten zoals het stoken van hout. Er kan gestuurd worden op de overlast van de grootste bronnen zoals verkeer, scheepvaart en industrie, kan worden verminderd. Hier enkele strategieën die ingezet kunnen worden: 1. Verkeersmanagement en -reductie: •
Stimuleren van openbaar vervoer en fietsinfrastructuur: Investeren in goed openbaar vervoer (HOV) en uitgebreide fietspaden kan het autogebruik verminderen, wat leidt tot lagere uitstoot van NOx en fijnstof.
•
Laadpalen en elektrisch rijden: Het uitbreiden van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en het stimuleren van elektrisch rijden door middel van subsidies of belastingvoordelen kan de uitstoot van het verkeer drastisch verminderen.
•
Milieuzones: Het instellen van milieuzones waarin alleen voertuigen met een lage uitstoot mogen rijden, kan de luchtkwaliteit in dichtbevolkte gebieden verbeteren.
•
Snelheidsbeperkingen: Het verlagen van de maximumsnelheid op snelwegen rondom Ridderkerk kan de uitstoot van NOx en fijnstof door verkeer verminderen.
2. Scheepvaartregulering: •
Gebruik van schonere brandstoffen: Verplichten of stimuleren van schepen om schonere brandstoffen te gebruiken, zoals LNG (Liquefied Natural Gas) of biobrandstoffen, kan de uitstoot van NOx en fijnstof verminderen.
•
Walstroomvoorzieningen in havens (gerealiseerd in de haven van Ridderkerk): Schepen kunnen tijdens het aanmeren in havens gebruik maken van walstroom in plaats van hun dieselgeneratoren, wat de uitstoot aanzienlijk kan verminderen.
•
Snelheidsbeperkingen voor schepen: Net als bij wegverkeer kan het verlagen van de vaarsnelheid van schepen in de buurt van woonwijken de uitstoot verminderen.
3. Industrie en energievoorziening: •
Strengere emissienormen: Het aanscherpen van emissienormen voor industriële bedrijven kan helpen om de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken.
•
Energietransitie: Bedrijven stimuleren om over te stappen op schonere energiebronnen, zoals zonne- of windenergie, kan de uitstoot van vervuilende stoffen verminderen.
•
Innovatieve technologieën: Investeren in en het promoten van innovatieve technologieën zoals CO2-afvang en opslag (CCS) of filtersystemen voor rookgassen kan industriële emissies verminderen.
4. Ruimtelijke Ordening: •
Slimme stedelijke planning: Het ontwikkelen van woonwijken verder weg van vervuilende bronnen, zoals snelwegen of industriegebieden, kan de blootstelling aan luchtvervuiling verminderen.
5. Beleidsvorming: •
Regionale samenwerking: Samenwerken met naburige gemeenten en regio’s om gezamenlijke maatregelen te nemen kan effectiever zijn dan lokale initiatieven alleen. Dit is vooral belangrijk gezien de nabijheid van Ridderkerk tot de haven van Rotterdam.
6. Bewustwording: •
Publiekscampagnes: Bewustwordingscampagnes kunnen het publiek informeren over de impact van luchtvervuiling en hen aanmoedigen om duurzamere keuzes te maken, zoals het gebruik van openbaar vervoer, het kiezen van alternatieve routes en minder houtstoken.
Vraag 4 Er is een dalende trend zichtbaar wat betreft de ervaren geluidshinder binnen Ridderkerk. Hierbij kijkt het Programma vooral terug. Zijn er ook prognoses te geven voor de toekomst met de huidige ontwikkelingen, denk bijvoorbeeld aan elektrische voertuigen, voor bijvoorbeeld 2030 en 2040? Antwoord 4 Correct. Het Programma dient een weergave te zijn van de huidige situatie met daarin meegenomen een evaluatie van de vorige planperiode.
10 jaar vooruit: Door de autonome groei wordt verwacht dat de jaargemiddelde geluidsbelasting van wegverkeer in 10 jaar verdubbeld. Dit is 1,5 dB. Hierin is al meegenomen dat de voertuigen wat stiller worden door o.a. meer elektrische voertuigen. Een weergave van 2040 is niet vóór de commissievergadering beschikbaar. Hiervoor zouden diverse prognoses van diverse organisaties samengevoegd moeten worden. Dit past niet binnen de opdracht van het programma.