CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden Bo1 huishoudschool bijlage 2 Crimson.pdf

Gemeenteraad RK 24 februari 2022, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Herbestemming Huishoudschool9.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Christelijke Huishouden Industrieschool te Ridderkerk Waardenstellende notitie 5 mei 2020

Delftsestraat 33 | 3013 AE | Rotterdam | The Netherlands BTW: NL 812835566 B01 | KvK: 24482152 | IBAN: NL80 INGB 0006 9916 01 P: +31 (0) 10 2827724 | crimson@crimsonweb.org | www.crimsonweb.org

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Inhoudsopgave p.3 p.6 p.13 p.14 p.21 p.30 p.34 p.35

Inleiding Stedenbouwkundige context Achtergrondinformatie Willem van der Gijp Cultuurhistorische analyse Architectuurhistorisch analyse Waardering en aanbevelingen Bronnen Colofon

2

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Inleiding Crimson Historians and Urbanists is door gemeente Ridderkerk gevraagd een waardestellende quickscan op te stellen voor de voormalige Christelijke Huishoud- en Industrieschool te Ridderkerk. Deze huishoudschool werd in 1952 opgeleverd naar een ontwerp van de architect W. van der Gijp. Het schoolgebouw is vandaag de dag in gebruik als tijdelijk bedrijfsverzamelgebouw, in afwachting op een definitieve bestemming. Aanleiding voor het opstellen van een waardestellende notitie is de wens van de gemeente om het schoolgebouw te officieel beschermen als gemeentelijk monument en binnen die context de mogelijkheden tot herbestemming te onderzoeken. Crimson Historians and Urbanists wordt in dit stadium van de planontwikkeling gevraagd een waardestellend onderzoek te doen naar de eventuele monumentale waarden van het complex. In deze notitie wordt op beknopte wijze vastgesteld wat de eventuele architectonische, stedenbouwkundige, cultuurhistorische waarden van het object is en worden adviezen gegeven waar de ruimtelijke mogelijkheden liggen met betrekking tot eventuele toekomstige ontwikkelingen. De quickscan zal de inhoudelijke onderlegger vormen voor de verdere planontwikkeling en dient mogelijk als overlegdocument met de toetsende instanties.

Het voor u liggende onderzoek heeft het niveau van een quickscan en is gebaseerd op veldonderzoek en literatuur- en archiefonderzoek1 en is als volgt opgebouwd: 1. Stedenbouwkundige context In dit deel van de notitie wordt een beeld geschetst van de stedenbouwkundige context van de directe omgeving van de school en de positie die de school hier in innam. 2. Achtergrondinformatie Willem van der Gijp Het tweede deel van het onderzoek bevat een korte omschrijving van het oeuvre van de architect W. van der Gijp. 3. Cultuurhistorische analyse In dit onderdeel wordt inzicht geboden in het type huishoudschool in het algemeen en de totstandkoming van de school in Ridderkerk. 4. Architectonische analyse en bouwkundige wijzigingen In dit deel volgt een bondige architectonische analyse van het gebouw. Centraal in dit onderdeel staat het ontwerp van het gebouw in relatie tot de functie en het ontwerpconcept dat daaraan ten grondslag lag. Daarnaast wordt beknopt in kaart gebracht welke bouwkundige wijzigingen (op het niveau van gebouwvolumes) zich hebben voorgedaan in, om en aan de school.

1

Als gevolg van de landelijke beperkingen met betrekking tot het Covid 19-virus was archiefbezoek niet mogelijk. Onder meer het Stadsarchief Rotterdam, de Oudheidskamer Ridderkerk en Het Nieuwe Instituut waren gedurende periode van het onderzoek niet toegankelijk. Het aantal raadpleegbare bronnen was daarmee beperkt, maar desondanks voldoende om tot dit advies te komen. Waar additioneel onderzoek nodig is om tot een gerichte uitspraak over een onderdeel te komen zal dit in de notitie worden aangegeven.

3

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

5. Waardenstelling en aanbevelingen Ten slotte volgt de waardering van het object waarin wordt op beknopte wijze wordt vastgesteld wat de kwaliteiten zijn van het gebouw. Daarbij volgt een advies in hoofdlijnen over hoe in de toekomst mogelijk om te gaan met de eventuele ruimtelijke wijzigingen. Dit advies algemeen van aard en gaat niet tot in detail in op specifieke situaties, tenzij daar specifiek om wordt gevraagd door de opdrachtgever.

Crimson Historians and Urbanists, mei 2020

4

H I S T O R I A N S

n

w eg

e

t

se

et

aa

am

gi

m

str

rd

M

ar

Co

n va

e en

t te

la a

5

U R B A N I S T S

Ro

rt Spo

A N D

Do min

Christelijke Huishouden Industrieschool

ee Sik ke l str a at

Ko n i ngin n e we

H ov

ys t r

a at

g

N 2019 (Google Earth)

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Stedenbouwkundige context De voormalige Christelijke Huishoud- en industrieschool ligt aan de Koninginneweg, op de hoek met de Margriete van Comenestraat, in de wijk Centrum van Ridderkerk en vormt met de naastgelegen St. Joriskerk en de kerk en twee scholen aan de M. van Comenestraat een cluster van wijkvoorzieningen. Deze cluster ligt aan het einde van een groenstrook langs de Koninginneweg die begint in het centrum van Ridderkerk, aan de achterzijde van het stadshuiscomplex. Aan weerszijden van de Koninginneweg liggen woonbuurten van rijtjeswoningen en portiekflats in een open stroken- en stempelverkaveling. De wijk Centrum wordt begrensd door de Sportlaan in het noorden, de Rotterdamseweg, Ringdijk en Westmolendijk in het oosten, de Vondellaan, Jan Luykenstraat en Lagendijk in het zuiden en de Burgemeester de Zeeuwstraat en Groen van Pinksterenweg in het westen (zie kaart p. 7). De Koninginneweg vormt een van de hoofdaders in Ridderkerk en leidt verkeer dat vanaf de snelweg komt (via de Verbindingsweg, Populierenlaan en Sportlaan) naar het centrum. Tot begin jaren tachtig van de vorige eeuw vormde de Koninginneweg het verlengde van het Raadhuisplein waar in de jaren vijftig een winkelcentrum rond was gebouwd dat in die periode werd vervangen door een modern winkelcentrum, iets zuidelijker gelegen aan de Lagendijk.

Toch is de Koninginneweg niet van oudsher een belangrijke weg in Ridderkerk. De weg en omringende wijk is pas in de jaren vijftig aangelegd. In de gemeente Ridderkerk, die bestaat uit verschillende dijkdorpen (tien dorpen en linten) die langzaamaan elkaar gegroeid zijn, werden de belangrijkste routes gevormd door de dijken en polderwegen. Het dijkdorp Ridderkerk ontstond op de kruising van de Lagendijk (polderdijk) en de zeewerende Ringdijk die aangelegd werd in 1424 na de Sint Elisabethsvloed van 1421. Hier vormde in, wat toen nog Riede heette, de singelkerk het centrum van de nederzetting aan de Donkersloot, een water gelegen in een steeds veranderend deltalandschap. Vandaag de dag ligt Ridderkerk aan de Noord. De bebouwing volgde eeuwenlang de lange lijnen die de dijken en polderwegen in het polderlandschap vormen. Pas in het begin van de 20ste eeuw werd los van de dijken een kleine uitbreiding van arbeiderswoningen gebouwd door de christelijk gereformeerde woningbouwvereniging Patrimonium (tussen de Doctor Kuyperstraat en Talmastraat). Rond dezelfde tijd werden bij dijkdorp Slikkeveer de Willemstraat aangelegd en met woningen bebouwd.

Eerste uitbreidingen Het Patrimonium-blok aan de Dokter Kuyperstraat vormde in de wijk Centrum de kiem voor verdere uitbreiding in de jaren dertig toen de Slotemaker de Bruinestraat ernaast werd gelegd. Ook in Slikkerveer werd de ontwikkeling voortgezet en werden nieuwe, lange straten met rijtjeswoningen en twee-onder-een-kap woningen gerealiseerd. Deze eerste uitbreidingen volgden de polderverkaveling van de ondergrond; de straten werden op de sloten gelegd die haaks op de dijken de polders opdeelden. Wellicht was er een stedenbouwkundig plan waar deze uitbreidingen op gebaseerd waren, helaas hebben we dat op dit tijdstip niet kunnen onderzoeken.2 De woningen die hier gebouwd werden waren bestemd voor de arbeiders van de industrie, vooral scheepsbouw en gerelateerde industrie, die zich aan de Noord ontwikkelde in het zog van de groeiende haven van Rotterdam (in Slikkerveer waren het vaak woningen voor de middenklasse, in Ridderkerk kleine

2

Vanwege de Corona-maatregelen van April 2020 was het onmogelijk archieven te raadplegen en vast te stellen of er een stedenbouwkundig plan aan de uitbreidingen ten grondslag lag.

6

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Wijk Centrum Ridderkerk (allecijfers.nl/buurt/centrum-ridderkerk / Google Maps)

Op de voorgrond het Raadhuisplein dat overgaat in Koninginneweg, in de verte is de St. Joriskerk te zien (Stichting Oud Ridderkerk)

7

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Ridderkerk in 1945. Op deze foto is goed te zien hoe Ridderkerk zich lintsgewijs ontwikkelde langs dijken en polderwegen. Rechts in de voorgrond is de eerste uitbreidingswijk van Patrimonium te zien (Stichting Oud Ridderkerk)

Beeld van het Patrimonium-project aan de Dr. Kuyperstraat, ca. 1910 (Stichting Oud Ridderkerk)

Slotenmaker de Bruinestraat, ca. 1955 (Stichting Oud Ridderkerk)

Woningen van Patrimonium aan de Talmastraat gezien richting het zuidoosten, ca. 1930 (Stichting Oud Ridderkerk)

8

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

eengezinswoningen). Na de Tweede Wereldoorlog maakte de gemeente een sterke groei door en werden de dijkdorpen van Ridderkerk vanuit deze eerste dorpsuitbreidingen verder vergroot. In modernistische stijl werden de wijken Slikkerveer en Centrum verder uitgelegd met buurten en wooneenheden in de eerdergenoemde stroken- en stempelverkaveling. De plannen hiervoor zijn hoogstwaarschijnlijk getekend door Wim Wissing (1920-2008), architect en vooral stedenbouwkundige die voor vele gemeenten in Nederland werkte en zich toelegde op de ontwikkeling van standaardwoningen die op basis van systeembouw gerealiseerd konden worden.3

Modernisme Het modernistische stadsconcept, waarin losstaande blokken en stroken op een (groen) vlak zijn geplaatst in een ruimtelijke compositie, is in deze buurt ten noorden van het centrum en de Blaak (oorspronkelijk een van de oude kreken) in vrij hoge dichtheid gerealiseerd. Een sociaal concept dat in de wederopbouwperiode werd ontwikkeld was de wijkgedachte waarin de stad en de samenleving systematisch werd georganiseerd in oplopende sociale kringen van de kleinste schaal van het gezin stapsgewijs naar de grotere schalen van de buurt, de wijk, het stadsdeel en de stad. Dit werd ruimtelijk vertaald in stedenbouwkundige modellen waarin de wooneenheid de basis vormde, een aantal wooneenheden een buurt, een aantal buurten een wijk en zo verder. De eenheden waren samengesteld uit verschillende woningtypen die de verschillende bevolkingsgroepen faciliteerden; (portiek) flats voor starters en kleine gezinnen, eengezinswoningen voor grotere gezinnen en kleine grondgebonden appartementen voor ouderen. De wooneenheden waren gerangschikt rond een kern met winkelvoorzieningen, groenstroken tussen de wijken waren meestal de locatie voor scholen en kerken. De wijkgedachte kreeg zo vorm in stempelverkavelingen waarin de wooneenheden steeds als een stempel werden herhaald.

Vaak werden kleine verschillen in ruimtelijke compositie per buurt ontworpen, door de stempels te spiegelen bijvoorbeeld. Ten westen van de Koninginneweg zijn duidelijke stempels gerealiseerd tussen de Mr. Troelstralaan en de Meester Kesperweg.

Nieuwe woonwijken en systeembouw De woningnood was hoog in de naoorlogse periode waarin de bevolking van Ridderkerk heel snel groeide en het dorp een groeigemeente werd (nu ca. 46.000 inwoners). Na de oorlog werden eerst nieuwe wijken gebouwd in continuering van de jaren dertig uitbreidingen. Zo ontstonden de wijken ten noordwesten van de jaren dertig uitbreiding in Slikkerveer en rond de Koninginneweg. Vervolgens werd er ten zuiden van het historische centrum en naar het oosten uitgebreid. Dit alles op modernistische leest. De snelle bevolkingsgroei gecombineerd met een tekort aan bouwgrondstoffen en materialen hadden tot gevolg dat de woningbouw werd gerationaliseerd en gesystematiseerd. Er zijn vele bouwsystemen ontwikkeld door bouwbedrijven en betonfabrikanten in samenwerking met architecten om met de schaarse grondstoffen zo efficiënt en snel mogelijk seriematig woningen te kunnen bouwen. Ook in Ridderkerk zijn veel systeemwoningen gebouwd, bijvoorbeeld Muwi-, Kossel- en Tramontawoningen. Een andere oplossing die werd gevonden was de duplex-

3

Ook hier hebben wij helaas door de Corona-maatregelen geen verder onderzoek naar kunnen doen. Harm Tilman schrijft in zijn stuk “Van groei tot recycling. Planvorming voor binnen- en buitendijkse leegtes”, (de Architect, maart 2007, p. 32) de naoorlogse uitbreidingen toe aan Wim Wissing. Gezien zijn oeuvre zou dit kunnen. Wij hebben op dit moment echter geen toegang kunnen krijgen tot de oorspronkelijke plannen of andere documentatie die dit bevestigen.

9

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

10

De wijk Centrum naar het zuiden gezien met de Koninginneweg die midden door de ontwikkeling leidt naar het Raadhuisplein. Kruisend met de Koninginneweg is de Blaak te zien die is ontwikkeld tot een parkachtige singel. In de voorgrond de voorzieningencluster met aan de Sportlaan twee scholen en aan de Koninginneweg de huishoudschool en de Kerk met lagere school ernaast. Middenrechts zijn de twee stempelverkavelingen te zien tussen de Mr. Troelstralaan en Meester Kesperweg (Stichting Oud Ridderkerk)

De Koninginneweg in de jaren zestig met in het midden de gevel van de St. Joriskerk (Stichting Oud Ridderkerk)

Portiekflats aan de Koninginneweg (rechts) en Hovystraat (links), eind jaren vijftig (Stichting Oud Ridderkerk)

Mr. Kesperweg (Stichting Oud Ridderkerk)

Stempelverkaveling aan de Mr. Kesperweg in 1970, in de voorgrond portiekflat van drie verdiepingen, in de achtergrond rijtjeswoningen (Stichting Oud Ridderkerk)

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

woning: rijtjeswoningen die tijdelijk opgedeeld waren in een boven en benedenwoning om de hoge nood te lenigen en uiteindelijk tot eengezinswoningen zouden worden omgevormd. In Ridderkerk zijn duplexwoningen gebouwd aan de Oranjestraat in de wijk Slikkerveer. Ten oosten van de Koninginneweg zijn onder meer woningen gebouwd in het zogenaamde B.B.B.-systeem (bedacht door Bredero’s Bouwbedrijf te Utrecht) en ten westen van de Koninginneweg is onder andere het Dura-Coignetsysteem toegepast.

Wijkvoorzieningen De huishoudschool is met de omringende scholen en kerken gelegen in cluster wijkvoorzieningen aan het einde van een groenstrook met bomen die de Koninginneweg aan de oostzijde begeleidt. Het plaatsen van sociale voorzieningen in een groenstrook is zoals gezegd een modernistisch ‘stijlfiguur’ om de kerken en scholen een prominente maar natuurlijke en vaak centrale plek te geven in de wijk. Vaak werden kerken gecombineerd met winkelcentra maar ook werden ze samen met scholen in een parkachtige omgeving gecombineerd. Aan de Koninginneweg is de voorzieningencluster vrij dicht bebouwd waardoor er direct rond de gebouwen weinig ruimte is voor groen maar hij ligt wel aan het einde van de groenstrook. Het plein van de huishoudschool, dat wordt gevormd door de verschillende bouwdelen die in een U-vorm gerangschikt zijn, is vrij stenig maar wel voorzien van mooie bomen (leilindes en een monumentale Vleugelnootboom) die toch een groen karakter geven aan deze kant van het gebouw. Ook de hagen en gazons rond de school dragen, hoewel ze geen deel uitmaken van het oorspronkelijke ontwerp, bij aan het idee van de groenstrook. De huishoudschool is ongeveer in dezelfde tijd gerealiseerd als de St. Joriskerk en de St. Jorisschool (inmiddels vervangen door een nieuwe gebouw voor een andere school) ernaast aan de Hovystraat.

Tussen de Sportlaan en de Margriete van Comenestraat waren rond deze tijd nog twee scholen gerealiseerd in een modernistische architectuur en een wat ruimere setting: de Eben Haëzerschool (een lagere school) en de Christelijke u.l.o. Ridderkerk, beiden in 1959 opgeleverd (inmiddels allebei afgebroken en in de laatste decennia vervangen door nieuwe schoolgebouwen). Wat later, in 1967, werd pal tegenover de huishoudschool aan de Margriete van Comenestraat een Christelijk Gereformeerde kerk opgeleverd (naar ontwerp van W.G. Quist). De gebouwen vormen zo een stedenbouwkundig ensemble. Hoewel de verschillende architecturen van de gebouwen niet duidelijk een onderlinge, ruimtelijke relatie leggen, vormen zij door hun functie en het feit dat zij zijn verzameld op één locatie een stedenbouwkundig ensemble. Vooral de huishoudschool en de kerk, die de twee stijlen vertegenwoordigen waarin de wederopbouw is vormgegeven: het Delftse traditionalisme van de huishoudschool enerzijds en het modernisme van de St. Joriskerk anderzijds, vormen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch een waardevol duo.

Conclusies en aanbevelingen •

•

De Huishoudschool vormt met de twee naastgelegen kerken en de school een voorzieningencluster en stedenbouwkundig ensemble aan het einde van een groenstrook langs de Koninginneweg. Samen met de groenstrook vormt de cluster zo een centraal en structurerend element in de wijk. Het is voor de ruimtelijke beleving van de wijk van belang dat deze structuur behouden blijft en zo mogelijk versterkt wordt. In het ensemble vertegenwoordigen de naast elkaar gelegen huishoudschool en St. Joriskerk, die rond dezelfde tijd zijn gebouwd, de twee architectonische stromingen binnen de wederopbouw, respectievelijk het traditionalisme en het

11

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

modernisme. Op deze wijze vormen zij als paar een interessante illustratie van de architectuurhistorische ontwikkelingen in Nederland tijdens de wederopbouw. Het is daarom aan te bevelen beide gebouwen te behouden, als paar versterken zij elkaar cultuurhistorisch.

12

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Achtergrondinformatie Willem van der Gijp (onbekend, 1907–Ridderkerk, 1986) Over de architect van de voormalig huishoudschool aan de Koninginneweg is vrij weinig bekend. In de nationale vaktijdschriften zoals Bouw en Bouwkundig Weekblad zijn geen artikelen over de persoon Willem van der Gijp teruggevonden noch over zijn gebouwen.4 Uit onderzoek naar krantenberichten via Delpher blijkt dat Van der Gijp werd opgeleid als timmerman aan de Rotterdamse ambachtsschool om vervolgens in 1927 af te studeren als bouwkundige aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam.5 In de afstudeerklas van Van der Gijp zat ook Hugh Maaskant, een van Nederlands bekendste wederopbouwarchitecten. De carrière van Van der Gijp liep anders dan die van zijn geprezen medestudent. Hoewel Van der Gijp ongetwijfeld meer heeft gebouwd zijn er, naast de voormalig huishoudschool, alleen enkele woonhuizen en een pastorie aan de Oranjestraat in Ridderkerk bekend.6 Alle projecten werden ontworpen en uitgevoerd in de jaren dertig van de vorige eeuw. De woonhuizen kennen een grote overeenkomstigheid in bouwstijl met de huishoudschool. Het betreffen uit baksteen opgetrokken tweelaagse rijtjeshuizen onder een laag schilddak zonder enige uitgesproken ornamentiek.

Grote delen van deze straat Oranjestraat met woonhuizen van Willem van der Gijp (Google Streetview) en buurt zijn in dezelfde stijl opgetrokken. Uit aanbestedingen in plaatselijke dagbladen blijkt dat er verschillende Van der Gijps als architecten hebben gewerkt aan de uitbreiding van Slikkerveer en Ridderkerk van de jaren dertig tot de jaren vijftig. De architecten met de naam Van der Gijp, vermoedelijk familie van Willem, hebben een flinke stempel gedrukt op de gebouwde omgeving van Ridderkerk, vooral in de eerste helft van de twintigste eeuw. De kerken, scholen en woningen werden door de Van der Gijps in vergelijkbare architectuurtaal gebouwd; nagenoeg allemaal opgetrokken in een traditionalistische baksteenarchitectuur.

4

In verschillende databases is gezocht naar de architect, zoals de BONAS Archiwijzer en de collectie van Het Nieuwe Instituut.

5

‘Rotterdamse Ambachtsschool’, Maasbode, 4 maart 1923, 2., ‘Diverse’, in: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 13 juli 1927, 3.

6

‘Plaatselijk nieuws Ridderkerk’, in: Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde, 30 maart 1936, ‘Plaatselijk nieuws Ridderkerk’, in: De Banier, staatkundig gereformeerd dagblad, 29 juli 1936, ‘Plaatselijk nieuws Ridderkerk’, De Banier, staatkundig gereformeerd dagblad, 27 oktober 1936.

13

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Cultuurhistorische analyse Huishoudonderwijs in Nederland Gekscherend nog wel eens ‘spinazieacademies’ genoemd hadden huishoudscholen vooral in de laatste jaren van hun bestaan geen goede naam. Het huishoudonderwijs werd niet gezien als een serieus vak en kreeg het stigma van een bewaarplaats voor toekomstige huisvrouwen. Toch speelden huishoudscholen een belangrijke rol in zowel stedelijke als landelijke gemeenschappen en waren ze een vroeg voorbeeld van emancipatie in het onderwijs. De huishoudschool in Ridderkerk, een naoorlogse christelijke school, was voor veel meisjes en jonge vrouwen een logische vervolgstap na het lagere onderwijs en voor sommigen een opstap naar het hoger onderwijs.7 Dergelijke dorpshuishoudscholen verschenen vanaf de jaren dertig, en zeker in de naoorlogse jaren, door heel Nederland. De eerste huishoudscholen in Nederland stamden uit de tweede helft van de negentiende eeuw en werden geïnitieerd door particuliere verenigingen als de Maatschappij voor ’t Nut van het Algemeen. Voor deze maatschappijen was scholing voor de massa een belangrijk onderdeel van een breder beschavingsoffensief.8 De erkenning van het huishouden als vak werd andermaal aangejaagd door de eerste feministische bewegingen.9 Vooral dames uit gegoede standen richtten zich vanuit ideologisch oogpunt op de onderwijzing van jonge vrouwen.

Door de scholing van de ‘volksmeisjes’ ontstond immers een gezondere maatschappij. Zo was er vanaf het begin veel aandacht voor kooklessen, waardoor de lagere klassen zich beter zouden voeden. Aan huishoud- en industriescholen werden daarnaast naaldvakken aangeboden, om jonge vrouwen klaar te stomen voor hun beperkte plaatsen op de negentiende-eeuwse arbeidsmarkt. Van een ander statuur waren huishoudscholen als de prestigieuze Haagse Huishoudschool-Laan van Meerdervoort, waar rijke families hun dienstmeisjes lieten opleiden en jonge vrouwen van stand met personeel leerden omgaan.10 Dergelijke huishoudscholen, vaak ook een internaat, kenden een grootschalige, monumentale behuizing. Zo werd de Amsterdamse Huishoudschool (1895) gebouwd in de deftige Vondelparkbuurt in een uitbundige chaletstijl. De Huishoudschool-Laan van Meerdervoort (1899) kende eveneens een statige uitstraling met een eclectische bouwstijl en rijke detaillering. Ondanks de goede bedoelingen van de initiatiefnemers vonden aanvankelijk maar weinig meisjes uit de lagere sociale klassen de weg naar een huishoud- of industrieschool. Dat veranderde vanaf 1900.

In 1900 bedroeg het aantal leerlingen aan huishoud- en industriescholen slecht 1300, maar in 1938 was dit aantal al gestegen tot 68.000 (destijds ongeveer tien procent van alle 13- tot 15-jarige meisjes).11 Aanjager van de groei en verspreiding van huishoudscholen was ook de Wet op Nijverheidsonderwijs (1921), die dergelijk praktijkonderwijs officieel erkende.12 Niet alleen in grote steden vond men nu huishoudscholen, ook in kleinere gemeenten verschenen in de eerste helft van de twintigste

7

‘Verbeteringen in situatie lager beroepsonderwijs’, in: Trouw, 30 mei 1978, 5

8

Ruud Meijer, Beroep huisvrouw. Geschiedenis van het Amersfoortse huishoudonderwijs (Hilversum 2012) 13-16.

9

Piet de Rooy, ‘Het zwaarste beroep. Succes en falen van het huishoudonderwijs in Nederland 1875-1940’, Sociologisch Tijdschrift 12 2 (1985) 207-248.

10

Meijer, Beroep huisvrouw, 11-12.

11

De Rooy, ‘Het zwaarste beroep. Succes en falen van het huishoudonderwijs in Nederland 1875-1940’, 232.

12

P. Th. F. M. Boekholt en E. P. de Booy, Geschiedenis van de school in Nederland, vanaf de middeleeuwen tot aan de huidige tijd (Maastricht 1987) 259.

14

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Haagse Huishoudschool-Laan van Meerdervoort (Collectie Haags Gemeentearchief)

Amsterdamse Huishoudschool (Stadsarchief Amsterdam, G.H. Heinen)

Kookles aan de Rotterdamse Huishoudschool, 1924 (Rotterdams Stadsarchief)

Naailes aan de Tweede Openbare Huishoudschool te Amsterdam, 1953 (Stadsarchief Amsterdam)

15

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

eeuw huishoudscholen, industriescholen en landbouwhuishoudscholen. Hoewel in de eerste decennia van de twintigste eeuw het huishoudonderwijs zich verspreidde, was van een centraal georganiseerd of gecoördineerd curriculum geen sprake. Veel huishoudscholen in het verzuilde Nederland waren georganiseerd naar eigen denominaties en kenden een verschillende benadering van het onderwijs. Enige gelijkstelling kwam in 1937, toen de toenmalige minister van onderwijs een schema instelde waarmee de tijdsduur van de cursussen en de verschillende opleidingsmogelijkheden duidelijker werden. Drie categorieën ontstonden daardoor; een tweejarige vakopleiding, waarmee meisjes huishoudhulp of naaister konden worden; een eenjarige vormingsklas voor meisjes die door wilden stromen naar opleidingen voor kinderverzorgster of huishoudkundige; en tenslotte het twee- tot driejarige middelbaar huishoudonderwijs, dat in feite een leraressenopleiding was.13

Architectuurtypologie van een dorpshuishoudschool Na de Tweede Wereldoorlog groeide het huishoudonderwijs in Nederland gestaag door. In 1948 ging het om 78.000 leerlingen op 184 scholen, in 1956 125.000 leerlingen op 239 scholen en in 1967 steeg het aantal naar 153.000 leerlingen op 307 huishoudscholen.14 Het is met de groei en de verspreiding door Nederland in de naoorlogse decennia dat een typologie in huishoudscholen zichtbaar wordt. Waar de oudere huishoudscholen in de grote steden vaak een monumentale bouwvorm kenden, werd in kleinere gemeenten bescheidener en uniformer gebouwd. Hier waren de huishoudscholen eenof tweelaags onder een schild- of zadeldak, veelal gebouwd in een traditionalistische baksteenarchitectuur en in tegenstelling tot hun stedelijke variant in de regel vrijstaand gesitueerd. Dit type dorpshuishoudschool volgde gedeeltelijk de trend van de algemene voortgezet onderwijsbouw, die steeds functioneler werd. Belangrijkste voorwaarde voor een goed schoolbouw was voldoende licht en lucht, wat zorgde voor grotere raampartijen.15 Daarnaast vroeg de vergroting van het vakkenpakket en de groei van het aantal leerlingen om meer lokalen. De gangschool, met een corridor waarlangs uniforme lokalen waren gevestigd werd standaard, al dan niet gestapeld in meerdere bouwlagen.

Meestal lag de gang aan de achterzijde van het gebouw en waren de lokalen aan de straatzijde gesitueerd. Huishoudscholen, net als ambachtsscholen, weken enigszins van deze standaard af door hun samenstelling van kleinere theorielokalen en grotere praktijklokalen. Kooklessen en naaldvakken eisten een groter oppervlakte en specifieke inrichting, terwijl de algemene vakken in standaardlokalen werden gegeven.

Christelijke Huishoud- en Industrieschool in Ridderkerk Ook de Christelijke Huishoud- en Industrieschool aan de Koninginneweg 150 in Ridderkerk werd gebouwd als een typische naoorlogse dorpshuishuidschool. In Ridderkerk was in de naoorlogse jaren weinig keuze in vervolgonderwijs. Er was een gemeentelijke ambachtsschool in Slikkerveer, maar daar gingen nog geen meisjes heen. Direct na de oorlog werd daarom door het bestuur van de christelijke lagere school aan het Churchillplein plannen gemaakt om een eveneens christelijke huishoud- en industrieschool in de nabije omgeving te stichten. Al in 1948 was een bestuur en vereniging opgezet, waren een directrice en leraressen

13

Boekholt en De Booy, Geschiedenis van de school in Nederland, 279-280.

14

Ibidem, 280.

15

Lindsey Baker, ‘A history of school design and indoor environmental standards, 1900 to today’, National Institure of Builiding Science (2012).

16

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Christelijke Landbouwhuishoudschool Giessen-Oudekerk, opgeleverd in 1955 (Streekgeschiedenis Alblasserwaard) Christelijke Huishoudschool te Alblasserdam, opgeleverd in 1955 (Collectie Regionaal Archief Dordrecht)

Selectie plattegrond Christelijke Huishoud- en Industrieschool Ridderkerk, met grotere praktijklokalen en kleinere theorielokalen (Bouwdossier Koninginneweg 150)

17

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

aangetrokken en kon worden gestart met het onderwijs. Naast de gebruikelijke lessen in huishouding, naaldvakken en stofversiering werden ook vakken in algemeen voortgezet onderwijs gegeven, zoals Nederlands, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis. Daarnaast konden lessen worden gevolgd in zang, tekenen en gymnastiek. De school had vanaf de start al meer dan honderd leerlingen, die verspreid over verschillende locaties in Ridderkerk werden onderwezen. Door het succes van de school werd een eigen gebouw noodzakelijk. In januari 1951 werd voor de huishoudschool aan de Koninginneweg de eerste steen gelegd onder het oog van burgemeester Nieuwenhuisen en onder begeleiding van het meisjeskoor van de lagere school in Slikkerveer. In 1952 kon het twaalf lokalen tellende schoolgebouw in gebruik worden genomen. Een aantal jaar na de opening werd het bestaande gebouw al uitgebreid met onder andere een gymnastieklokaal, keuken en overblijflokaal. Tien jaar na de opening had het complex drie vleugels rond een binnenplaats en was de aanwezigheid van de school niet meer weg te denken uit Ridderkerk.16 Met de Mammoetwet uit 1968 werd huishoudonderwijs gestandaardiseerd tot Lager Huishoud- en Nijverheidsonderwijs (lhno). In dezelfde periode ontstond het beeld van de huishoudschool als een bewaarplaats voor de toekomstige huisvrouw.

De tweede feministische golf deed het positieve beeld van de huishoudschool keren, hoewel huishoudonderwijs in traditionele kringen onverminderd populair bleef. In een artikel van Trouw uit 1978 verdedigde de toenmalige directrice van de huishoudschool in Ridderkerk haar curriculum door te vertellen dat van de 145 meisjes die de afgelopen twee jaar waren afgestudeerd, driekwart doorstroomde naar het vervolgonderwijs. Dat kwam doordat de opleiding nu vierjarig was en goed voorbereidde op middelbaar beroepsonderwijs. Tevens was het mogelijk een winkel- of kantooropleiding te volgen, of een typdiploma te behalen, waardoor directe doorstroom op de arbeidsmarkt makkelijker werd.17 In het laatste kwart van de twintigste eeuw werd het gebouw aan de Koninginneweg meerdere keren aangepast om aan nieuwe eisen te voldoen, onder andere met de inrichting van computerlokalen.18 Hierover later in deze notitie meer. Met de totstandkoming van het vmbo in 1999 werd de mavo samengevoegd met lagere beroepsopleidingen. Kort daarvoor was de lhno al hernoemd tot het neutraler klinkende Lager Dienstverlenend en Gezondheidszorg Onderwijs (LDGO). De samenvoeging van de mavo met beroepsopleidingen leidde fusies in tussen verschillende scholen.

Ook de huishoudschool in Ridderkerk verbond zich eind jaren negentig met het Farel College en verhuisde in 2000 naar een nieuwe locatie in Ridderkerk.19 Door dergelijke opleidingsfusies in het lager beroepsonderwijs in het algemeen ontstond leegstand en zijn veel van de Nederlandse dorpshuishoudscholen als gevolg daarvan inmiddels gesloopt. Het gebouw aan de Koninginneweg kent door het verdwijnen van veel van deze vergelijkbare huishoudscholen inmiddels een zekere zeldzaamheid. In de directe omgeving zijn de voormalig huishoudscholen van Barendrecht en Alblasserdam inmiddels verdwenen, maar ook in de nationale context bestaan er nog maar weinig vergelijkbare gebouwen.

16

Dick de Winter, Johan Kruithof en Marten Douma (ed.), Ridderkerk na de Tweede Wereldoorlog. Ontwikkeling en verandering (Ridderkerk 2017) 477-479.

17

‘Verbeteringen in situatie lager beroepsonderwijs’, in: Trouw, 30 mei 1978, 5

18

Uit gesprek met Corrie Kruithof, werkzaam voor de huishoudschool tussen 1976-2000.

19

Ibidem.

18

H I S T O R I A N S

A N D

19

U R B A N I S T S

Christelijke Huishoud- en Industrieschool Ridderkerk, ca. 1955 (Collectie Stichting OudRidderkerk)

Les in wassen en strijken aan de Christelijke Huishoud- en Industrieschool Ridderkerk, ca. 1955 (Collectie Stichting Oud-Ridderkerk)

Affiche voor de lhno, ca. 1990 (Collectie Het Geheugen, Koninklijke Bibliotheek)

Klassenfoto derde klas Christelijke Huishoud- en Industrieschool Ridderkerk, 1972 (Collectie Stichting Oud-Ridderkerk)

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Conclusies •

De eerste huishoudscholen werden in de tweede helft van negentiende eeuw op ideologische gronden gesticht in grote steden en kenden veelal een statige behuizing, passend bij hun leerlingen uit de hogere standen. Pas in de twintigste eeuw wordt huishoudonderwijs een gemeengoed en verspreid het zich snel, ook naar kleinere gemeenten. Er ontstaat een type dorpshuishoudschool dat anders dan hun stedelijke evenknie uniformer en bescheidener zijn gebouwd. Deze lage, vrijstaande gangscholen in traditionele baksteenarchitectuur verschenen door heel Nederland. Met de intrede van het vmbo in 1999 en de daaropvolgende onderwijsfusies verdwenen kleinschalige lagere beroepsopleidingen. Bijgevolg kwamen veel oorspronkelijke dorpshuishoudscholen leeg te staan en zijn er veel gesloopt. De voormalig huishoudschool in Ridderkerk is dat lot bespaard gebleven en kent daardoor op regionaal en nationaal niveau een zekere zeldzaamheid.

20

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Architectuurhistorisch analyse Bouwvolume en plattegrond Zoals genoemd in het voorgaande hoofdstuk is de voormalige huishoudschool door architect Willem van der Gijp gefaseerd gebouwd. Het oorspronkelijke gebouw dat in 1952 werd opgeleverd betrof twee vleugels aan de Koninginneweg en Margriete van Comenestraat, die geschakeld door de entree een L-vormige plattegrond vormden. Beide vleugels werden opgezet volgens het klassieke gangschooltype met een middengang waarlangs de lokalen lagen. De vleugels bestaan uit een enkele, deels onderkelderde, bouwlaag onder een plat schilddak. In de horizontale lijn van de eerste twee vleugels springen enkele verticale elementen nadrukkelijk uit, zoals de spitse dakruiter en hoge bakstenen schoorsteen met klok. Tussen 1957-1960 is aan de zuidzijde een derde vleugel aangebouwd, waardoor de geschakelde gebouwen nu een breed U-vormig complex rond een binnenplaats vormen. De derde vleugel bestaat grotendeels uit een verhoogde bouwlaag voor een gymnastiekzaal, eveneens onder een laag schilddak. Aan de uiterste oostzijde is de hogere derde vleugel gesplitst in twee bouwlagen. De derde vleugel wordt ontsloten door een laag corridorvolume dat aan de binnenplaats en tegen de hogere bouwlaag gelegen is. Deze gang leidt tevens naar het trappenhuis van de verdieping.

Afgaande op de bouwtekeningen van de derde vleugel waren hier, naast de gymzaal met kleedkamers, een nieuwe keuken, enkele naailokalen, een theorielokaal en overblijflokaal gesitueerd. Wc’s, opberg- en verkeersruimten zijn ongewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke situatie.

Exterieur Het gehele complex is opgetrokken uit geel baksteen in een halfsteens verband, met een trasraam in donkerdere klinkers. In de langsgevels van de twee oorspronkelijke vleugels springen constructieve metselwerken kolommen uit de gevel, en scheiden de hoge raampartijen. Zij dragen bij aan de plastische werking van buitengevels. Aan de bovenkant lopen deze kolommen trapsgewijs uit om aan te sluiten op de dakrand. In de latere uitbreiding van de derde vleugel is deze bewerking van de constructie en gevel niet toegepast. Naast de entree springt ook de kopgevel van de noordvleugel iets naar voren. Deze risaliet is grotendeels gevuld door drie geschakelde 9-ruits ramen. De gevels van het complex zijn verder voor het overgrote deel opengewerkt door hoge 9-ruits vensters in stalen kozijnen, die de lokalen van het schoolgebouw van voldoende licht voorzagen. De gymzaal heeft eveneens hoge ramen met een 4-ruits brede roedeverdeling. De aangrenzende corridor volgt deze roedeverdeling, maar dan in lagere ramen. Het trappenhuis wordt belicht door smallere 8-ruits vensters. Naast de standaardramen zijn de gevels verbijzonderd door enkele afwijkende kleinere vensters. Zo zijn direct links van de entree zeven kleine vierkante vensters, en rechts één enkel venster, aangebracht.

Ook is in de langsgevel van de noordvleugel aan de straatzijde gebroken met de ritmiek van de rechthoekige ramen door het plaatsen van een rond venster met rollaag en een karakteristieke drievoudige verticale roedeverdeling. Eenzelfde venster is ook terug te vinden in de kopgevel van de gymnastiekvleugel. De hoofdentree van het gebouw bevindt zich aan de Koninginneweg. De entree is enigszins teruggelegd ten opzichte van de gevels en ligt verhoogd van het maaiveld. Een met natuurstenen platen en geel tegelwerk belegde opstap voert naar de entree. De uitsparing in de gevel wordt aan weerszijde geflankeerd door bakstenen kolommen en het afgeronde

21

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Situatieschets Christelijke Huishouden Industrieschool (Bouwdossier Koninginneweg 150)

Aanzichten Christelijke Huishoud- en Industrieschool (Bouwdossier Koninginneweg 150)

22

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Kolommen in de gevels van de oorspronkelijke vleugels (BOEi, Van Dalen Fotografie)

‘Plattere’ gevels van de gymnastiekvleugel

Risaliet naast de entree

Hoge ramen van de gymzaal

Decoratief rond venster in de noordvleugel (BOEi, Van Dalen Fotografie)

Decoratief rond venster in de gymnastiekvleugel

23

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

metselwerk van de zijmuren benadrukt de entreepartij. De stalen dubbele deuren worden geflankeerd door 8-ruits ramen en aan de linkerzijde bevindt zich een ingemetselde brievenbus. De gehele entree met ramen, dubbele deuren en brievenbus bevindt zich in originele staat. Oorspronkelijk werd de entree gemarkeerd met een luifel. Deze is vandaag de dag aan het zicht onttrokken door recent aangebrachte beplating. Aan de achterzijde, grenzend aan de binnenplaats, is een gelijkende ingang. Ook de gymvleugel kent twee ingangen met de originele stalen dubbele deuren. De lage schilddaken, door het gehele complex toegepast, zijn bedekt met golvende Hollandse pannen. In de oudste vleugels gaat de dakrand direct over in een dakgoot. De latere uitbreiding wijkt daarin af door de toepassing van brede houten dakranden. In het oog springend is de decoratieve dakruiter die de noordvleugel siert. De met leien en zink beklede torenspits rust op een vierhoekig onderstel. Oorspronkelijk was de dakruiter opengewerkt en bezat het een windvaan. Tegenwoordig is de dakruiter dicht en is het logo van het Albeda College erop te zien. Boven de entree aan de binnenplaats is een hoge, rechthoekige bakstenen schoorsteen gesitueerd, waarop een klok is aangebracht.

Architectuurstijl De traditionalistische bouwstijl waarin het complex is opgetrokken is kenmerkend voor de wederopbouwjaren, maar kent zijn oorsprong in de jaren twintig van de vorige eeuw. Van grote invloed op de stroming was de Delftse hoogleraar Marinus Granpré Molière (1883-1972), die pleitte voor een schoonheidsleer gebaseerd op onveranderlijke waarden uit de Nederlandse bouwtraditie. Dat betekende dat hij zich afzette tegen de technische bouwmethoden toegepast in het modernistische Nieuwe Bouwen en teruggreep op de heldere vormen en materialen gebruikt in de vaderlandse pastorale bouwkunst. Architectuur van Granpré Molière en de architecten die hij wist te inspireren, werd in de vakliteratuur de Delftse School genoemd. Kenmerken van deze stroming zijn het toepassen van traditionele Hollandse baksteenarchitectuur, hellende pannendaken en een beperkt gebruik van ornamentiek. De functie was bepalend voor de vorm, wat inhield dat woningen in strenge eenvoud werden ontworpen, terwijl bij grote publieke gebouwen functionele monumentaliteit werd toegepast. Tijdens de crisis van de jaren dertig greep men graag terug op de behoudende architectuurstroming, maar ook in de naoorlogse wederopbouwperiode was de Delftse School zeer invloedrijk. Vooral woningen, kerken en raadhuizen werden gebouwd naar de traditionalistische principes.

Na de jaren vijftig neemt de invloed van de Delftse School en het traditionalisme af. Van der Gijps vooroorlogse woonhuizen in de Oranjestraat waren al in een traditionalistische stijl gebouwd, maar in het ontwerp van de huishoudschool heeft hij nadrukkelijker verbinding gezocht met de monumentalere kenmerken van de Delftse School. Naast de traditionele en ambachtelijke baksteenarchitectuur is een sterk voorbeeld het combineren van rechthoekige vensters met decoratieve ronde vensters. Granpré Molière, maar ook latere geestverwanten als Jan van der Laan en Gijsbert Friedhoff paste gelijkende vensters geregeld toe in hun publieke gebouwen. Ook de spitse dakruiter en de verhoogde schoorsteen met klok refereren aan de monumentale aspecten die binnen de Delftse School werden toegepast. Voor een schoolgebouw waren dergelijke verbijzonderingen doelmatig omdat ze de functie van het gebouw benadrukte. Dat voor de bouw van een christelijke huishoudschool gekozen is voor deze bouwstijl is niet verwonderlijk. De combinatie van soberheid, functioneel toegepaste ornamentiek en verzorgde baksteenarchitectuur weerspiegelde waarschijnlijk goed de eisen van de opdrachtgever.

24

H I S T O R I A N S

Hoofdentree aan de Koninginneweg

A N D

U R B A N I S T S

Oorspronkelijk was de dakruiter opgewerkt, de Huishoudschool in ca. 1960 (Collectie Stichting Oud-Ridderkerk)

Groenvoorziening op de binnenplaats

Schoorsteen met klok, aan de binnenplaatszijde (BOEi, Van Dalen Fotografie)

25

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Interieur Door het gebrek aan oorspronkelijke plattegronden en historische foto’s is het niet mogelijk om een volledige reconstructie van het interieur alsmede de afwerking van het interieur van de school te maken. De onderstaande tekst is op basis van de algemene kennis van de ruimtelijke indeling van dit type huishoudscholen en door een inspectie ter plekke tot stand gekomen. De ruimtelijke indeling is zoals gezegd gebaseerd op een centrale corridor waarlangs de verschillende type les- en praktijklokalen zijn geordend. Bovenin de wanden tussen de grotere praktijklokalen en de middengang zijn raampartijen, ter bevordering van de lichtinval aan beide zijden van het lokaal. Wc’s, opslag- en verkeersruimten bevinden zich hoogstwaarschijnlijk op de oorspronkelijke locatie. Er is een keukentje in de noordvleugel, maar of dit onderdeel uitmaakte van het oorspronkelijke interieur is niet vast te stellen. Over de wand- en vloerafwerking is door het gebrek aan bronmateriaal en beperkte toegankelijkheid van de lokalen weinig te zeggen, er zijn geen afwerkstaten beschikbaar. De betegeling van de vloeren in de verkeersruimten is naar alle waarschijnlijkheid origineel, gezien de precisie waarmee de tegels gelegd zijn en de tegelsoorten die gebruikt zijn. Wat verder opvalt zijn de verschillende soorten tegels die door het gebouw zijn gebruikt.

De meeste gangen zijn belegd met grijze gevlamde Mosa-tegels, waarin willekeurige tegels in afwijkende kleur zijn ingelegd. In de gymnastiekvleugel zijn sommige verkeersruimten, zoals het trappenhuis en de entree aan de zuidgevel, belegd met gele tegels. De muren in de gangen hebben alleen in het laatste deel tot het plafond pleisterwerk, terwijl het grootste gedeelte schoon metselwerk vertoont. In de lokalen is wel pleister aangebracht. Dit pleisterwerk werd in de originele staat op sommige plekken horizontaal onderbroken met een dunne zwarte tegelstrip, waar nog enkele sporen van zijn te vinden.

Buitenruimte Over de oorspronkelijke inrichting van de buitenruimte is afgezien van enkele historische foto’s geen verdere informatie gevonden. De buitenruimte wordt tegenwoordig van de straat afgescheiden door een laag siermetselwerken muurtje. Op historische foto’s is deze inrichting nog niet te zien, maar vermoedelijk zijn het toevoegingen van de latere uitbreiding uit 1960. Op deze foto’s uit de jaren vijftig is wel een metselwerken poortje met stalen hekwerk te zien, dat een entree verschafte tot de hoofdingang. Dit hekwerk is inmiddels verdwenen. De groenvoorziening, waaronder de monumentale vleugelnootboom en geknotte boompjes op de binnenplaats, zijn niet door ons te dateren. Gezien het nadelige effect op de lichtinval zullen de geknotte boompjes een latere toevoeging zijn geweest.

Bouwkundige wijzigingen Het exterieur is grotendeels in oorspronkelijke staat en daarmee gaaf. Enkele wijzigingen zijn de beplating van de luifel boven de entree, de plaatsing van zonwering voor enkele ramen en de betimmering van de dakruiter. In de buitenruimte is het oorspronkelijke metselwerken poortje met hekwerk dat entree verschafte vanaf de straat verdwenen. Het interieur van de voormalig huishoudschool is beduidend minder gaaf dan het exterieur. Verbouwingen ten behoeve van nieuwe eisen in het onderwijs hebben sporen achtergelaten. Zo zijn er muren doorgebroken om doorgangen te creëren en zijn er systeemplafonds, nieuwe vloerbedekkingen en afwijkend tegelwerk op de wanden aangebracht. Wel is de plattegrond in de hoofdlijn nog intact. De gangen met daaraan lokalen, en de deels opengewerkte tussenmuren herinneren nog sterk aan de oorspronkelijke functie van schoolgebouw.

26

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

27

Kerk met pastoriewoning ‘De Hoeksteen’ (1952), met elementen van de Delftse School, in Emmeloord (Beeldbank van Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Raadhuis in Enschede (1933), van Gijsbert Friedhoff (Beeldbank van Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Kenmerkend rond venster in Hollandsch-Duitsch Gemaal (1933), van Martinus Granpré Molière (Rijksmonumenten.nl)

Kenmerkend rond venster in Lagere School ‘Pius X’ (1928) in Wassenaar, van Leo en Jan van der Laan (Rijksmonumenten.nl)

H I S T O R I A N S

Interieur Christelijke Huishoud- en Industrieschool (BOEi, Van Dalen Fotografie)

Interieur van de keuken/eetzaal, met op de muur de zwarte tegelstrip die op het pleisterwerk is aangebracht

A N D

U R B A N I S T S

Trappenhuis met afwijkende tegels

28

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Conclusies •

•

• •

Het exterieur van de voormalig huishoudschool is in een nog zeer gave toestand en vormt een goed voorbeeld van traditionalistische wederopbouwarchitectuur. Subtiele metselwerken verbijzonderingen als de trapsgewijs uitlopende kolommen en de rollaag om de ronde vensters benadrukken de kwaliteit en ambachtelijkheid die in het gebouw schuilen. Bescheiden ornamenten als de dakruiter en de hoge schoorsteen met klok dragen daarnaast bij aan het uitdrukken van de functie van het gebouw. De gefaseerde bouw is op het eerste gezicht niet goed te herkennen door de harmonieuze geschakelde bouwdelen. Toch vertoont het latere bouwdeel enige afwijkingen, zoals de brede houten dakranden en het ontbreken van de uitspringende metselwerken kolommen, waardoor de derde vleugel een ‘plattere’ verschijningsvorm heeft. De later aangebrachte groenvoorziening en siermetselwerken afscheiding versterken de verzorgde, pastorale uitstraling die de architect in het gebouw toepaste. Het interieur is in veel minder gave staat. Verbouwingen, doorbraken en toevoegingen als systeemplafonds hebben sporen achtergelaten. Wel is in de hoofdlijn de oorspronkelijke functie nog in de plattegronden terug te zien.

29

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Waardering en aanbevelingen Inleiding Gemeente Ridderkerk heeft Crimson Historians and Urbanists gevraagd een waardestellende notitie op te stellen voor de Christelijke Huishoud- en Industrieschool aan de Koninginneweg 150 in Ridderkerk met het doel de eventuele monumentale waarden van het gebouw vast te stellen en in het verlengde daarvan te adviseren over de respectvolle omgang met het gebouw in de context van een voorgenomen herontwikkeling. Na een beknopt onderzoek naar de stedenbouwkundige- en cultuurhistorische context van de huishoudschool alsook de architectuur volgen in dit deel van de notitie de uiteindelijke eindconclusies ten aanzien van de waarden van het gebouw. Voor de waardering van het gebouw hebben we de beoordelingscriteria zoals opgesteld in de Richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (2009) als uitgangspunt genomen.

Algemene conclusie De algemene conclusie is dat de Christelijke Huishoud- en Industrieschool op meerdere vlakken een hoge lokale waarde vertegenwoordigt. Met uitzondering van de gaafheid van het interieur van de school scoort dit gebouw op een groot deel van de criteria die relevant zijn voor een monumentale waardebepaling: zowel op architectuur, stedenbouw als cultuurhistorie. Het gebouw is een typische dorpshuishoudschool waarvan de architectuur, met uitzondering van enkele delen van het interieur, nog bijna volledig intact is. Het heeft bovendien zeldzaamheidswaarde. Veel van dit type dorpshuishoudscholen zijn als gevolg van fusiegolven in het onderwijs in het verleden gesloopt.

Waardering op onderdelen Algemene cultuurhistorische waarden • De Christelijke Huishoud- en Industrieschool is een typisch voorbeeld van de dorpshuishoudscholen die vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw werden opgericht in kleinere Nederlandse gemeenten met het doel meisjes een gedegen opleiding te bieden en deel te laten nemen aan het arbeidsproces. De oprichting van de huishoudscholen betekende een belangrijke onderwijskundige vernieuwing voor meisjes en het vormde een equivalent van de ambachtsscholen die bedoeld waren voor jongens. Als gevolg van verschillende onderwijsfusies in de laatste decennia verdwenen deze kleinschalige lagere beroepsopleidingen en werden leegstaande dorpshuishoudscholen dikwijls gesloopt. De voormalig huishoudschool in Ridderkerk is dat lot bespaard gebleven en kent daardoor op regionaal en nationaal niveau een zekere zeldzaamheid. • Daarnaast is de Christelijke Huishoud- en Industrieschool voor Ridderkerk zelf ook van groot lokaal belang. Talloze leerlingen genoten er onderwijs en de school is daarmee diep geworteld in de lokale herinnering van het dorp.

30

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Ensemblewaarden (samenhang) en stedenbouwkundige waarden •

•

Op stedenbouwkundig vlak vertegenwoordigt de school een positieve waarde. Samen met de monumentale St Joriskerk aan de Hovystraat behoort het schoolgebouw tot een naoorlogse voorzieningencluster en samen met de groenstrook langs de Koninginneweg een ruimtelijk structurerend motief in de op modernistische leest geschoeide uitbreiding van de wijk Centrum in Ridderkerk. Hoewel niet als een ensemble ontworpen vormt de huishoudschool samen met de kerk een beeldbepalend ankerpunt in de uitbreidingswijk Centrum. Niet alleen de positionering aan de straat aan het einde van de centrale groenstrook is markant, ook de formatie van de bouwdelen in u-vormige setting rond de binnenplaats is een bepalend aspect. Door zijn formaat, bouwhoogte en verspringende bouwvolumes heeft het gebouw een zorgvuldig afgewogen relatie met de directe omgeving. In het ensemble vertegenwoordigen de naast elkaar gelegen huishoudschool en St. Joriskerk, die rond dezelfde tijd zijn gebouwd, de twee architectonische stromingen binnen de wederopbouw, respectievelijk het traditionalisme en het modernisme. Als paar vormen de gebouwen een interessante illustratie van de architectuurhistorische ontwikkelingen in Nederland tijdens de wederopbouw.

Architectuurhistorische waarden •

•

•

De Huishoud- en industrieschool is een goed voorbeeld van traditionalistische baksteenarchitectuur uit de wederopbouwperiode. Het is een verzorgd ontworpen gebouw zowel in de positionering van de bouwvolumes als in de architectuur van de gevels van het exterieur. Ondanks de sobere architectuur is de architect Willem van der Gijp erin geslaagd het gebouw een bescheiden verfraaiing en monumentaliteit mee te geven. Onder meer in de toepassing van de reeks gemetselde kolommen in de langsgevel die de gevels een herkenbare ritmiek geven en de gevels bovendien voorzien van plastiek en tactiliteit. Ook de afwisselende roede-indeling van de verschillende raampartijen dragen bij aan de architectonische kwaliteit van de school. De verticale elementen in de bouwmassa zoals de dakruiter en de schoorsteen vormen eveneens afgewogen toepassingen die de ruimtelijke compositie van het schoolgebouw versterken. De latere uitbreiding van de school met een derde vleugel is eveneens van de hand van Willem van der Gijp. De architectonisch zorgvuldig vormgegeven en haast geruisloze uitbreiding van deze derde vleugel zorgt voor een harmonieuze samenhang tussen de geschakelde bouwvolumes en zijn daarmee van positieve architectonische waarde. Door deze natuurlijke uitbreiding vormt het schoolgebouw, ondanks de gefaseerde totstandkoming en de afwijkingen in de architectuur een architectonische eenheid.

Het interieur van de school is in tegenstelling tot het exterieur van minder hoge waarde vanwege de beperkte gaafheid. Als gevolg van enkele verbouwingen in het verleden heeft het interieur enigszins aan kracht ingeboet. De ruimtelijke indeling van de oorspronkelijke plattegrond is echter nog duidelijk afleesbaar en daarmee van positieve waarde. De (naar alle waarschijnlijkheid) nog originele vloerafwerking in de verkeersruimte draagt hier aan bij.

31

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Bouwhistorische waarden •

Op het vlak van bouwhistorische waarden vertegenwoordigt het schoolgebouw een beperkte waarde. Het is een kwalitatief goed voorbeeld van een school in baksteenarchitectuur. De kwaliteit van het ambacht ziet men onder meer terug in het zorgvuldige metselwerk, de ronde ramen en de verticale kolommen. Er is echter geen sprake van toepassing van innovatieve bouwtechnieken of speciaal materiaalgebruik.

Waarden vanuit de gebruikshistorie •

Ten slotte scoort de huishoudschool ook enige waarde op het vlak van gebruikshistorie. Lange tijd was deze school de enige vorm van meisjesonderwijs in Ridderkerk en droeg daarbij bij aan de emancipatie van meisjes uit de arbeidersklasse.

Aanbevelingen In de waardenstelling is geconcludeerd dat de Christelijke Huishoud- en industrieschool om verschillende redenen een hoge lokale waarde vertegenwoordigt. Naast dat het op architectuur en stedenbouwkundig vlak een positieve waarde heeft is het eveneens van hoge cultuurhistorische en maatschappelijke waarde. Als gevolg van deze conclusies raden wij in het algemeen aan om mogelijk noodzakelijke veranderingen en toevoegingen aan het gebouw met respect voor de oorspronkelijke opzet te uit te voeren en als het enigszins mogelijk is reversibel te laten plaatsvinden. Ten aanzien van de architectuur: • Wij raden aan vanwege de bovengenoemde kwaliteiten de ruimtelijke opzet van de bouwvolumes in zijn geheel te handhaven, inclusief verticale elementen als de dakruiter en schoorsteen. Dit geldt ook voor de later toegevoegde derde vleugel die ondanks de subtiele ruimtelijke en afwijkingen in detaillering een architectonische eenheid met de oorspronkelijke bouwdelen vormt. • Eventuele nieuwbouwuitbreiding zou mogelijk plaats kunnen vinden aan de achterzijde van de school, waarbij de u-vorm wordt gesloten tot een vierkant. De uitbreiding dient qua volume met respect voor de bestaande bouw te worden uitgevoerd, dat wil zeggen een-laags. Qua uitstraling dient eventuele nieuwbouw zich op respectvolle wijze te verhouden tot de oudbouw.

Een (respectvol en goed onderbouwd) contrast van de nieuwbouw behoort tot de mogelijkheid. • De kozijnen zijn overwegend origineel. Idealiter vindt verduurzaming plaats binnen de bestaande kozijnen. Indien dit niet tot de mogelijkheid behoort raden wij aan het vervangen van de kozijnen per gevel integraal toe te passen. Een patchwork van incidenten dient te allen tijde voorkomen te worden. Daarnaast raden wij aan de oorspronkelijke roede-indeling terug te laten komen en te streven naar een gelijke ranke en slanke profilering van het kozijn. Dit geldt ook voor de witte kleurstelling van de kozijnen. Al deze onderdelen maken deel uit van de architectonische kwaliteit van het gebouw. • De verticale gemetselde kolommen inclusief de subtiele vertrapping zijn van bijzondere kwaliteit die de gevel van ritmiek en plastiek voorzien. De toepassing van de zonwering, onder meer langs de Koninginneweg, zorgen voor een verstoring van de dieptewerking van de gevel. We adviseren een integrale toepassing van een zonweringssysteem die deze dieptewerking ervaarbaar laat.

32

H I S T O R I A N S

• •

A N D

U R B A N I S T S

De beplating van de luifel bij de entree vormt een verstoring van de architectonische kwaliteit. Wij adviseren deze te verwijderen en de overstek te herstellen. Op het vlak van de ruimtelijke indeling van het interieur raden wij aan de karakteristieke ruimtelijke structuur van middengang en leslokalen zoveel mogelijk ervaarbaar te laten, de lange lijn van de gang moet afleesbaar blijven. Afscheidingen van de middengang zouden slechts beperkt mogen plaatsvinden en worden idealiter (half) transparant uitgevoerd om de ervaring van de lange middengang zo min mogelijk te verstoren. Compartimentering of samenvoeging van leslokalen zijn denkbaar, mits binnen het bestaande ontwerpstramien van de lokalen. Ter behoud van de interne ruimtelijke kwaliteit bevelen wij aan de ramen langs de gang niet verder dicht te maken. Wel kunnen er ramen toegevoegd worden mits in in de lijn van oorspronkelijke wandindeling toegepast.

Ten aanzien van de stedenbouwkundige setting: • De Huishoudschool vormt met de naastgelegen kerk en de school een voorzieningencluster en stedenbouwkundig ensemble aan het einde van een groenstrook langs de Koninginneweg. De cluster vormt zo een centraal en structurerend element in de wijk. Het is voor de ruimtelijke beleving van de wijk van belang dat deze structuur behouden blijft en zo mogelijk versterkt wordt. • De solitaire positionering in het groen is een kwaliteit en wij bevelen aan om de groene omzoming te handhaven. Dit geldt ook voor de monumentale boom op de binnenplaats. De afgeknotte bomen op de binnenplaats dragen bij aan de pastorale beleving van de school en zouden idealiter gehandhaafd moeten blijven. • Geen omvangrijke nieuwbouwuitbreiding toestaan op de binnenplaats omdat dit de ruimtelijke hoofdstructuur ondermijnt. Een uiterst kleinschalig paviljoen met voldoende afstand tot het hoofdgebouw is wel denkbaar, uiteraard met behoud van de monumentale boom. • Het buitenterrein aan de achterzijde met parkeerterrein aan de Dominee Sikkelstraat heeft verarmde uitstraling door het verlies van het groene karakter en de plaatsing van hekwerken. De erfafscheiding en begroeiing/groenaanleg aan de Dominee Sikkelstraat zou verbeterd moeten worden zodat de architectuur en monumentaliteit van de school beter beleefbaar wordt.

33

H I S T O R I A N S

A N D

U R B A N I S T S

Bronnen Literatuur • Lindsey Baker, ‘A history of school design and indoor environmental standards, 1900 to today’, National Institure of Builiding Science (2012). • BOEI, Advies m.b.t. bouwtechnische staat Huishoudschool Ridderkerk, 27-8-2018. • BOEI, Haalbaarheidsonderzoek Ridderkerk, Huishoudschool, ongedateerd. • P. Th. F. M. Boekholt en E. P. de Booy, Geschiedenis van de school in Nederland, vanaf de middeleeuwen tot aan de huidige tijd (Maastricht 1987). • Dorp, Stad & Land, Cultuurhistorische waardenkaart woongebieden Ridderkerk, 1306-2017. • Gemeente Ridderkerk, Bestemmingsplan Ridderkerk-West, 05-07-2007. • Gemeente Ridderkerk, Erfgoedbeleid Ridderkerk. Cultuurlandschap en historische stedenbouw, 16-07-2013. • Ruud Meijer, Beroep huisvrouw. Geschiedenis van het Amersfoortse huishoudonderwijs (Hilversum 2012). • ‘Plaatselijk nieuws Ridderkerk’, in: Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde, 30 maart 1936. • ‘Plaatselijk nieuws Ridderkerk’, in: De Banier, staatkundig gereformeerd dagblad, 29 juli 1936. • ‘Plaatselijk nieuws Ridderkerk’, in: De Banier, staatkundig gereformeerd dagblad, 27 oktober 1936. • Piet de Rooy, ‘Het zwaarste beroep. Succes en falen van het huishoudonderwijs in Nederland 1875-1940’, Sociologisch Tijdschrift 12 2 (1985). • ‘Rotterdamse Ambachtsschool’, Maasbode, 4 maart 1923, 2., ‘Diverse’, in: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 13 juli 1927.

• Harm Tilman, ‘Van groei tot recycling. Planvorming voor binnen- en buitendijkse leegtes’ in: de Architect, maart 2007. • ‘Verbeteringen in situatie lager beroepsonderwijs’, in: Trouw, 30 mei 1978. • Dick de Winter, Johan Kruithof en Marten Douma (ed.), Ridderkerk na de Tweede Wereldoorlog. Ontwikkeling en verandering (Ridderkerk 2017).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/837/documents/31414